Naam: Geboorte datum: Adres: Postcode: Datum: Instructeur/trise:
De Windroos
Bootonderdelen
Schiemanswerk: 8-knoop schootsteek platte knoop mastworp paalsteek Halve steek slipsteek met daarop een halve steek 2 halve steek slip steek Zeiltermen: Hogerwal: Langswal: Lagerwal: Lij: Loef: Bakboord: Stuurboord: Oploeven: Afvallen: Dwarspeiling Overstag: Gijpen: Opschieter: Zeiltrim: Planeren: Waar de wind vandaan waait Waar de wind langs waait Waar de wind naar toe waait De kant waar je zeil staat De kant waar je zit Links Rechts Met de boot naar de wind toe draaien Met de boot van de wind draaien Een peiling( bekijken) maken wanneer je overstag kan, Boeg door de wind Spiegel door de wind Van voor de wind naar in de wind sturen en afremmen doormiddel van je zeil naar buiten te duwen. Juiste afstelling van het zeil naar gelang windsterkte De boot komt uit het water omhoog en glijdt over het water heen in plaats van door het water. Noodgijp Stormrondje Achteruit zeilen: Deinzen: Korte slag: Lange slag: Kielboot: Windsurfplank: Catamaran: Trimaran: Tell-tale: Engte: Voor de wind, gijpen en meteen aan de wind sturen. Gijpen vermijden door een overstag. Boot gaat achteruit doormiddel van het zeil naar buiten te duwen. Langzaam naar achteren dobberen. Korte afstand tussen de ene overstag en de anderen Lange afstand tussen de ene overstag en de anderen Zeilboot met een kiel Plank voortbewogen door een zeil. Zeilboot met twee drijvers Zeilboot met drie drijvers Een draadje in het zeil waarmee je de windstroming kan zien door het zeil. Bij aan de wind moeten de tell-tales recht naar achteren staan. Een plek in nauw vaarwater waar twee schepen elkaar niet kunnen passeren.
Hogewal Oploeven Loef Afvallen Lij SB BB Lagewal Reglementen: Groot schip: Schip groter dan 20 meter. Klein schip: Motor schip: Zeilschip: Spierkracht voortbewogen schip Is een schip die niet langer is dan 20 meter. Uitzonderingen zijn; een sleepboot, passagiersboot, een veerpont en een vissersschip. (beroepsvaart) Is een schip dat gebruik maakt van zijn mechanische middelen (motor) om voor uit te komen. Een schip dat uitsluiten door middel zijn zeilen vooruit komt. Een schip die door middel van spierkracht voor uit komt (roeiboot en Kano)
Regels 1 Goed zeemanschap Niet botsen. Ga aan de kant wanneer de ander niet aan de kant gaat, al heb je voorrang. Zorgen voor een veilige vaart Boot goed opgetuigd en goed aangekleed. 2 Een klein schip wijkt voor een groot schip X een groot schip Y een klein schip Y wijkt voor X 3 Motor wijkt voor spier, spier wijkt voor zeil motorboot moet al eerst aan de kant roeiboot moet daarna aan de kant zeilboot mag door varen X een zeilboot Y een roeiboot Y wijkt voor X 4 Stuurboord wijkt voor bakboord X zeilt over SB Y zeilt over BB X wijkt voor Y
5 loef wijkt voor lij X zeilt loef ten opzichten van Y Y wijkt voor X Y zeilt loef ten opzichten van X Y wijkt voor X 6 Stuurboordwal heeft voorrang X Y Y een klein zeilschip X een klein motor schip Y wijkt voor X stuurboord wal Y een klein motorschip X een klein zeilschip X wijkt voor Y stuurboord wal 7 Een engte Wat al eerder is aangeven is een engte een plek in nauw vaarwater waar twee schepen elkaar niet kunnen passeren. Het hangt dus van de schepen en hun diepgang af wat een engte is en wat niet. Wat voor grote vrachtboten een engte is, hoeft dat niet te zijn voor twee roeibootjes onderling, omdat deze in veel ondieper water kunnen varen. Bij een engte gelden een aantal regels. Wie de engte aan stuurboord heeft en niet door kan varen moet wachten. Indien er geen stroming staat. Wie stroming in de rug heeft mag als eerst doorvaren. Bij deze afbeelding mag dus X als eerst. Wanneer je engte niet in één keer kan bezeilen en je hebt een tegenligger dan moet jij wachten.
8 Een vaargeul In de vaargeul heb je altijd voorrang, het maakt niet uit hoe groot of klein een schip is. Stel dat de zeilboot een passagier schip is, dus wordt gezien als een groot schip. En de motorboot is 17 meter, wordt dus gezien als een kleine motorboot. Normaal gesproken is de regel klein wijkt voor groot van toepassing. Alleen heb je hier te maken met de vaargeul. Dus de motorboot mag doorvaren en de zeilboot moet wachten. 9 inhalen Wanneer je iemand wilt inhalen moet je ervoor zorgen dat je niemand hindert. Dit moet altijd via de bakboord zijde gebeuren. Wanneer er ook ruimte is aan Stuurboord mag dat eventueel ook. Vaarproblematiek van grote schepen: Een groot schip heeft aantal problemen, daarom moet je altijd uit de buurt blijven van een groot schip. Een groot schip heeft: Een dode hoek ( het gedeelte wat de schipper niet kan zien) Grote diepgang Zuiging.