Beleidsplan Openbare Verlichting 2017-2021 Gemeente Heeze-Leende
Colofon Beleidsplan Openbare Verlichting 2017-2021 Gemeente Heeze Leende Nobralux Edwin Boomsluiter Edwin.Boomsluiter@Nobralux.nl Projectnummer: HL-16-04 Versie: V6_0 Status: definitief Datum: 30 november 2016
Samenvatting en advies Wat moet ik? De gemeente is als eigenaar verantwoordelijk voor de verlichting van de openbare ruimten die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente. De openbare verlichting (OVL) moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Met name relevant zijn de elektriciteitswet, de natuurbeschermingswet, aansprakelijkheid (o.a. installatieverantwoordelijkheid), de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) en Europese regelgeving aangaande te gebruiken producten. Naast de wettelijke verplichtingen zijn er vanuit supranationale afspraken energiebesparingsdoelstellingen overeengekomen die ook impact hebben op het terugdringen van het energieverbruik van de OVL. Aanvullend op de wettelijke en beleidsmatige kaders zijn er nog adviezen, richtlijnen en aanbevelingen die het merendeel van de gemeenten als uitgangspunt voor hun OVL-beleid hanteren. Wat heb ik? In 2008 zijn de uitgangspunten voor het OVL-beleid in Heeze-Leende geëvalueerd en bijgesteld. De algemene uitgangspunten beschrijven de inschakeling van de verlichting en de te gebruiken materialen. Tevens is de verlichtingsklasse binnen- en buiten de bebouwde kom per wegcatagorie benoemd. Op dit moment voldoet meer dan 80% aan de landelijke richtlijnen van de NSvV. Als we terugkijken naar 2013 dan kunnen we concluderen dat het energieverbruik van de openbare verlichting (eind 2016) met 22% is afgenomen, ondanks een toename van het OVL-areaal van ca. 3,5%. De ingezette koers om lamptypen te vervangen voor dimbare led-verlichting, heeft zijn vruchten afgeworpen. De doelstelling van het energieakkoord is hiermee zelfs voortijdig bereikt. In het kader van duurzaamheid wordt uitsluitend groene stroom ingekocht. De vervangingswaarde van de OVL-installatie bedraagt circa 4,3 miljoen. Op dit moment staan er 4.321 stuks lichtmasten in Heeze-Leende, waarvan circa 3% de (theoretische) afschrijftermijn van 50 jaar heeft overschreden, van de 4.375 stuks armaturen heeft circa 3% de afschrijftermijn van 25 jaar bereikt. Het meerjaren herverlichtingsplan is in 2016 afgerond, waarbij masten en armaturen zijn vervangen die technisch zijn afgeschreven. Wat wil ik? De gemeente Heeze-Leende wil de komende vijf jaren het ingezette beleid verder uitvoeren, waarbij de toenmalige aanbevelingen NSvV nu zijn vervangen door de richtlijnen voor openbare verlichting (ROVL). De gemeente Heeze-Leende wil haar openbare ruimte wel meer bewust verlichten, waarbij de onderstaande beleidsuitgangspunten worden gehanteerd. Voor de inhoud wordt verwezen naar de betreffende bijlagen: De openbare verlichting draagt optimaal bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare openbare ruimte. De ROVL is in principe het uitgangspunt voor haar verlichting. In natuurgebieden (donkertegebied) wordt geen verlichting geplaatst. In het buitengebied wordt terughoudend omgegaan met plaatsing van verlichting (geen verlichting, tenzij..), met uitzondering van kruisingen en obstakels.
De gemeente streeft naar zo laag mogelijke, maatschappelijk verantwoorde, exploitatielasten, door alleen duurzaam te verlichten waar het moet. Op een duurzame en maatschappelijk verantwoorde wijze beheren en onderhouden van de OVL. De wegcategoriseringen zoals deze in publicatie 147 Wegbeheer van het CROW zijn beschreven, is het uitgangspunt voor de kwaliteitscriteria van de verlichtingsklasse. De gemeente conformeert zich aan de energiereductiedoelstelling, zoals verwoord in het Energieakkoord. De gemeente voert een standaardisering van haar areaal door, waarbij uitsluitend duurzame materialen worden toegepast. In nieuwe plannen wordt dimbare Led-verlichting in witte lichtkleur standaard voorgeschreven. De afschrijftermijn is 25 jaar. Bij masten gaat de voorkeur uit naar thermisch verzinkte lichtmasten voorzien van poedercoating. Deze worden afgeschreven in een termijn van 50 jaar. Masten en armaturen die de afschrijftermijn hebben bereikt worden bewaakt op kwaliteit en, indien noodzakelijk, met het reguliere vervangingsprogramma (en budget) meegenomen. De schilderfrequentie is gemiddeld eens per 12 jaar (voor bestaande stalen masten voorzien van een laklaag, overige masten worden alleen vanuit esthetisch oogpunt geschilderd.) Remplace vindt plaats op basis van de door de fabrikant afgegeven servicelevensduur. De gemeente voert regie op haar openbare verlichting, daarbij ondersteund door marktpartijen met specifieke kennis. Ontsluiting van de aanwezige OVL data in de BGT. De aansprakelijkheid van de gemeente wordt beperkt door een aantal gerichte maatregelen. In de komende beleidsperiode wordt installatieverantwoordelijkheid voor OVL geïmplementeerd (wettelijke verplichting, zie bijlage 1). Wat kost het? Bij de kosten zijn de beleidsuitgangspunten, zoals hierboven verwoord, als uitgangspunt genomen. De kosten voor de OVL zijn grofweg te verdelen in de volgende groepen: Onderhoudskosten en beheerkosten: De kosten voor het onderhoud en beheer zijn voor 2017 begroot op 67.300,-; Energiekosten en netwerkkosten: In 2017 bedragen de energie- en netwerkkosten 76.000,-. Ca. 60% van dit bedrag betreft de energiekosten, de rest betreft vaste netwerkkosten. Vanwege de energiebesparing neemt het variabele deel van deze kosten met ca. 2% per jaar af. Autonome groei is hierin niet meegenomen; Vervanging en verbetering: Het vervangingsbudget bedroeg 176.000 in 2016 waarmee de technische vervangingsachterstand is weggewerkt. Dit vervangingsbudget is in de begroting 2017 structureel verlaagd naar 80.000 per jaar. Dit is voldoende voor de jaarlijks structurele vervanging en maatregelen om aanvullende energiebesparing te realiseren.
Inhoudsopgave Samenvatting en advies... 1 Inhoudsopgave... 3 1 Inleiding... 1 2 Wat moet ik? kaders beleidsuitgangspunten... 2 2.1 Landelijke wet- en regelgeving... 2 2.2 Richtlijnen en aanbevelingen... 3 3 Wat heb ik? Huidige situatie... 5 3.1 Evaluatie beleid tot nu toe... 5 3.2 Huidige situatie... 6 4 Wat wil ik? visie en beleidskaders... 11 4.1 Verlichtingskwaliteit... 11 4.2 Wegcategorisering... 13 4.3 Energiebesparing en investering... 13 4.4 Keuze masten... 16 4.5 Keuze armaturen... 16 4.6 Maatschappelijk verantwoord inkopen... 17 4.7 Beheer en onderhoud... 17 5 Wat kost het? financiële kaders... 20 5.1 Kwaliteitskeuze... 20 5.2 Exploitatiekosten OVL... 20 5.3 Financiële consequenties... 22 6 Bijlagen... 23 6.1 Bijlage 1 - Wet- en regelgeving en richtlijnen... 23 6.2 Bijlage 2 Energiemonitor... 28 6.3 Bijlage 3 - Energielabel... 29 6.4 Bijlage 4 - Verlichtingstabellen... 31 6.5 Bijlage 5 - Begrippenlijst... 32
1 Inleiding Aanleiding De uitgangspunten uit het vorige beleids- en beheerplan zijn verouderd en/of achterhaald. Hetzij door nieuwe technieken, hetzij door nieuwe inzichten. In de afgelopen jaren is er hard gewerkt om vervangingsachterstanden weg te werken en zijn er goede stappen gezet in de verbetering en vervanging van het areaal openbare verlichting (OVL). Om adequaat op de gewijzigde inzichten in te spelen, is besloten om een nieuw beleidsplan op te stellen. In dit plan wordt de situatie tot nu toe geëvalueerd en wordt op basis van de actuele regelgeving en stand van de techniek de kaders voor het OVL beleid 2017-2021 in de gemeente Heeze-Leende beschreven. Missie en visie Het doel van het beleidsplan OVL is gebaseerd op de visie dat in een ideale situatie de OVL optimaal bijdraagt aan de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid. Het energieverbruik dient zo laag mogelijk te zijn en er wordt gestreefd naar duurzame oplossingen. Het doel van het vaststellen van beleid is om een kader te scheppen waarbinnen de openbare verlichting effectief, kostenefficiënt en milieubewust in stand wordt gehouden. Dit alles binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en richtlijnen. Bij de vaststelling van de begroting 2017 heeft de raad financiële middelen beschikbaar gesteld om openbare verlichting te beheren en onderhouden. Dit beleidsplan is een uitwerking van hoe dit binnen deze financiële kaders wordt gerealiseerd en geeft antwoord op de vraag: Wat willen we de komende jaren?. Opbouw van het beleidsplan Dit beleidsplan omvat vier hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de wettelijke en juridische kaders voor de openbare verlichting. Het geeft antwoord op de vraag wat moet ik? In hoofdstuk 3 is de huidige situatie beschreven wat heb ik?. Tevens worden aandachtspunten en knelpunten vermeld. In hoofdstuk 4 worden beleidsaandachtspunten op het gebied van openbare verlichting beschreven en geeft antwoord op de vraag wat wil ik?` Hoofdstuk 5 omvat het financiële gedeelte van dit beleidsplan en geeft antwoord op de vraag wat kost het?. In de bijlagen is aanvullende informatie over onder andere de wettelijke bepalingen, richtlijnen led-verlichting en verlichtingstabellen opgenomen. 1
2 Wat moet ik? kaders beleidsuitgangspunten Dit hoofdstuk beschrijft de wettelijke en juridische kaders, richtlijnen en aanbevelingen voor de openbare verlichting. Het geeft antwoord op de vraag wat moet ik? 2.1 Landelijke wet- en regelgeving De functie van openbare verlichting (OVL) is het bevorderen van sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid van de openbare ruimte. De gemeente is als eigenaar verantwoordelijk voor de verlichting van de openbare ruimten die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente. Hierin ligt een hoofdtaak weggelegd. De gemeente kan in het kader van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk gesteld worden voor het niet naar behoren functioneren van de openbare verlichting. De openbare verlichting moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Met name relevant zijn de elektriciteitswet, de natuurbeschermingswet, aansprakelijkheid (o.a. installatieverantwoordelijkheid), de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) en Europese regelgeving aangaande te gebruiken producten. De wettelijke kaders zijn als bijlage opgenomen. 2
2.2 Richtlijnen en aanbevelingen Naast de wettelijke en beleidsmatige kaders zijn er nog adviezen, richtlijnen en aanbevelingen die het merendeel van de gemeenten als uitgangspunt voor hun OVL-beleid hanteren. Richtlijn voor Openbare Verlichting (ROVL) In de richtlijnen voor openbare verlichting (ROVL) is het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt verlaten. Er is ook aandacht voor donkergebieden. Ook de huidige techniek stelt ons in staat om meer maatwerk te leveren. De opvatting van een tiental jaren geleden dat op nagenoeg alle plaatsen openbare verlichting aanwezig moet zijn is gewijzigd in: donker waar het kan, verlichting waar het moet. In de ROVL is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van (oriëntatie)verlichting ook worden gekozen voor reflecterende markering of schrikhekken. Saneren van openbare verlichting zorgt voor energiebesparing maar vergt ook eenmalige investering. De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) stelt in samenwerking met NEN de praktijkrichtlijn Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting, NPR 13201 op. Deze NPR vervangt straks de huidige ROVL-2011. De richtlijn is gebaseerd op Europese normen (2015) en aangevuld met ervaringen uit de ROVL-2011. Naar verwachting vindt dit begin 2017 plaats. Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) In 1999 is het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) als landelijke richtlijn geïntroduceerd. Dit keurmerk is een veiligheidskeurmerk dat kan worden afgegeven wanneer een ruimte of gebied voldoet aan alle vastgestelde voorwaarden voor sociale veiligheid. Dit varieert van sloten in de woning tot fysieke inrichting, zoals o.a. het groen van de openbare ruimte. Het PKVW beschrijft tal van maatregelen waaraan voldaan moet worden om het keurmerk te behalen, (Openbare) verlichting is hier slechts één onderdeel van. Het PKVW conformeert zich, in grote lijnen, voor de voorgeschreven verlichtingsniveaus, aan de richtlijnen van de ROVL. Donkertegebieden plaatsen van verlichting. De afgelopen jaren is er vanuit de Overheid en Milieugroeperingen steeds meer aandacht voor het onnodig plaatsen van OVL en het voorkomen van lichtvervuiling of lichthinder. In de nieuwe richtlijnen is het uitgangspunt "niet verlichten tenzij.. van toepassing. De algemene trend is dat er steeds meer 'licht op maat' wordt gevraagd. Het is een ongeschreven wet om in natuurgebieden en landschappelijk waardevol buitengebied zeer beperkt om te gaan met het 3
Energieakkoord Nationaal zijn er energiebesparingsdoelstellingen (Energieakkoord) overeengekomen die ook impact hebben op het terugdringen van het energieverbruik van de OVLinstallatie. De ambitie is om in het jaar 2020, minimaal 20% energiebesparing te hebben bereikt ten opzichte van 2013. Om de voortgang te kunnen bewaken wordt jaarlijks de energiemonitor openbare verlichting ingevuld. In bijlage 2 is het resultaat van 2015 opgenomen. Maatschappelijk verantwoord inkopen In een tijd van energiebesparing, het terugdringen van uitstoot en het beperken van de lichtvervuiling, is het een enorme uitdaging om het beleid af te stemmen op de slogan People, Planet, Profit : een goed evenwicht tussen veiligheid en leefbaarheid, milieubewustheid en kostenbeheersing. In februari 2010 is in opdracht van VROM door Agentschap NL (SenterNovem) de nota Criteria voor duurzaam inkopen voor inkopen van OVL gepubliceerd. Deze criteria worden periodiek bijgesteld en kenbaar gemaakt aan de gemeenten via PIANOo, Expertisecentrum voor aanbesteden (www.pianoo.nl). De nota biedt de mogelijkheid een energiebesparingsdoelstelling en een ontwerp- en inkooprichtlijn te definiëren. De gemeente Heeze-Leende heeft zich geconformeerd aan de Criteria voor duurzaam inkopen en neemt bij al haar inkopen 100% duurzaamheid als criterium mee. Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: Een minimum eis voor de energieprestatie van de OVL installatie aan energielabel D (bijlage 3) van de Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting; Bij nieuwbouw van een OVL installatie, of bij complete vervanging van lampen en armaturen van een openbare verlichtingsinstallatie, dient de installatie technisch geschikt te zijn om gedimd te worden; Voorschriften aan het gestelde vermogen voor lichtmastreclame; Grenswaarden aan het vluchtige aandeel organische stoffen bij conserveringswerken. Genoemde duurzaamheidscriteria worden als criteria meegenomen bij aanbesteding van werken voor de openbare verlichting. 4
3 Wat heb ik? Huidige situatie Dit hoofdstuk beschrijft een evaluatie van het gevoerde beleid, de huidige situatie en de kwaliteit en kwantiteit van de aanwezige openbare verlichting. Op basis van wat er is bereikt kan het huidige beleid worden bijgestuurd. 3.1 Evaluatie beleid tot nu toe Voor bijstelling van het huidige beleid is het nodig om de ambities zoals deze in het vorige beleidsnotitie (Herziening Beleidsnotitie van juli 2008) zijn verwoord, te evalueren. Knelpunten worden hiermee gesignaleerd en opgenomen in het nieuw vast te stellen beleid. Allereerst worden de beleidsuitgangspunten zoals deze zijn opgesteld en de behaalde resultaten tot nu toe benoemd. Opsomming huidige beleidsuitgangspunten Onderstaand zijn - in beknopte vorm de huidige toegepaste beleidsuitgangspunten opgesomd: Verlichten conform de Aanbevelingen NSvV, uitgezonderd daar waar in alle redelijkheid de aanbevelingen economisch en of technisch niet haalbaar of uitvoerbaar zijn. In dat geval: o tenminste één lichtpunt plaatsen op de kop van elke wegaansluiting, kruising of splitsing; o verlichting plaatsen in bochten; o verlichting plaatsen bij overgangen van verharding in zand of puinweg; o verlichting aanbrengen op verkeersonveilige plaatsen; o In natuurgebieden geldt een terughoudend beleid ten aanzien van uitbreidingen. In de kernen dient de verlichting gelijktijdig in- en uitgeschakeld te worden; Alle verlichting uitvoeren als nachtbranders en dimbare verlichting; Voor de bestaande verlichting de inschakeltijd voor de dimschakeling handhaven op 24:00 uur; De verschillende verlichtingsklasse per functie van de weg vaststellen (conform bijlage 4, tabel 1); Speelterreinen/velden en honden-uitlaatroutes met paden of verblijfsgebied met uitsluitend een recreatief karakter (natuurgebieden) worden niet verlicht; Op basis van ervaringen een afwijking van 15 % ten opzichte van de ROVL als acceptabel te aanvaarden; Als standaard mast een thermisch verzinkte lichtmast met poedercoating en grondstukbescherming voor te schrijven; Voor de afschrijvingstermijn van masten wordt 50 jaar gehanteerd; Toepassing van onderhoudsarme en vandalismebestendige armaturen; Voor de afschrijvingstermijn van armaturen wordt 25 jaar gehanteerd; Vervanging van masten en armaturen op basis van technische kwaliteit; Toepassing van uitsluitend milieuvriendelijke lampen; 5
Bij nieuwe aanleg en herinrichting van openbare ruimte vindt afstemming met OVL en de andere vakgebieden plaats. In verband met de verkeers- en sociale veiligheid wordt bij het ontwerpen van nieuwe projecten, bij mogelijke conflicten, de voorkeur gegeven aan de OVL. 3.2 Huidige situatie Interne organisatie OVL De gemeente is eigenaar van de OVL installatie. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud is ondergebracht bij de afdeling Beheer & Vastgoed van de gemeente. Om de OVL installatie in een goede staat te houden, wordt deze onderhouden. Dit betreft vervangen van verouderde materialen en oplossen van storingen. De gemeente Heeze-Leende is op het gebied van OVL een regiegemeente en heeft de aanleg, het onderhoud en het beheer ondergebracht bij derden op basis van hiertoe gesloten contracten en /of bestekken. De afdeling Beheer & Vastgoed heeft een coördinerende rol voor de organisatie van de OVL. Dit geldt zowel op het gebied van beheer en onderhoud evenals de aanleg van nieuwe installaties. Het dagelijkse administratieve beheer is uitbesteed aan een externe partij. Resultaat in kengetallen, kwantiteit en kwaliteit areaal Heeze-Leende heeft meerjarig gestructureerd herverlichtingsplannen uitgevoerd, waarbij technisch afgeschreven materialen zijn vervangen. In 2016 zijn de herverlichtingsplannen afgerond. In diverse reconstructieplannen is het verlichtingsniveau op het gewenste niveau gebracht. Dit is gedaan aan de hand van de beleidsuitgangspunten zoals deze zijn verwoord. Er zijn lampsoorten vervangen door lampen met een hoger rendement en LED-armaturen met dimfunctie toegepast. Een korte opsomming van de resultaten tot nu: Wat het verlichtingsniveau betreft voldoet op dit moment meer dan 80% aan de landelijke richtlijnen van de NSvV; Het gebruiken van meer energie zuinige lampen, het vervangen van conventionele lampen door led-verlichting met dimfunctie, heeft ervoor gezorgd dat het energieverbruik ten opzichte van 2013 (ondanks de areaaluitbreiding van circa 3,5%) met circa 22% is afgenomen; De verlichtingsklasse is afhankelijk gesteld van de functie van de weg, welke is vastgelegd in publicatie 147 Wegbeheer van het CROW; Standaardisatie van materialen; Schilderfrequentie is vastgesteld op 12 jaar (voor bestaande masten); Uitvoering van groepsremplace op basis van de servicelevensduur van betreffende lamp; Enkele andere gegevens over de huidige situatie zijn: Gezien de ontwikkelingen op het gebied van donkergebieden, het voorkomen van lichthinder en lichtvervuiling, is sinds enkele jaren een pas op de plaats gemaakt met het uitbreiden van de OVL in het buitengebied. De aandacht beperkt zich tot het in stand houden van de verlichting; De onderhoudstoestand van de installatie is over het algemeen goed; Het dimmen van de installatie wordt in de gemeente sinds 2005 als standaard toegepast. Dit zal de komende jaren verder worden gecontinueerd; 6
De budgetten voor het preventief onderhoud zijn voldoende. Met een selectie vanuit het areaalbestand is de omvang aan verlichtingsmiddelen binnen de gemeente Heeze-Leende als volgt samengesteld, hierin is het herverlichtingsplan van 2016 opgenomen: Aantal lichtmasten: 4.321 stuks Aantal armaturen: 4.375 stuks Aantal lampen: 4.494 stuks Genoemde aantallen zijn inclusief grondspots en schijnwerper, exclusief overige verbruikers (abri s, plattegrondborden en lichtmastreclame). In de afgelopen periode zijn circa 200 stuks lichtpunten (achterpadverlichting) in beheer overgenomen van de woningbouwvereniging. Vanuit het areaalbestand is een selectie gemaakt met de leeftijdsopbouw van masten en armaturen. In onderstaande grafiek is de leeftijdsopbouw van het mast- en armaturenareaal te zien: Grafiek 1: leeftijdsopbouw mastareaal 7
Grafiek 2: leeftijdsopbouw armatuurareaal Vanuit de areaalgegevens blijkt (peildatum areaalbestand november 2016) dat bij afschrijvingstermijnen van 50 jaar voor een mast en 25 jaar voor een armatuur op dit moment ca. 3% van de masten en armaturen de afschrijvingstermijn hebben bereikt. In 2016 is het herverlichtingsplan afgerond, waarbij masten en armaturen zijn vervangen die technisch zijn afgeschreven. 1. De kosten van de resterende vervanging, op basis van de afschrijvingstermijn, is geraamd op 116.000,-, bestaande uit ca. 76.000,- voor masten en ca. 40.000,- voor armaturen. De masten en armaturen die de afschrijftermijn hebben bereikt worden bewaakt op kwaliteit en, indien noodzakelijk, met het reguliere vervangingsprogramma in de komende beleidsperiode meegenomen. 2. De komende beleidsperiode (tot en met 2021) bereiken nogmaals ca. 5% areaal masten en ca. 0,6% areaal armaturen de afschrijvingstermijn. De kosten van de vervanging binnen de beleidsperiode op basis van de technische levensduur wordt geraamd op 143.000,-, bestaande uit ca. 133.000,- voor masten en ca. 10.000,- voor armaturen. (peildatum areaalbestand november 2016). De totale kosten voor vervanging tijdens de beleidsperiode (1+2) worden geraamd op 259.000,- De vervangingen vinden plaats op straatniveau. Dat wil zeggen dat de verlichting in de gehele straat wordt vervangen. In de begroting is rekening gehouden met een extra investering van 10%, waarmee de geraamde kosten op ca. 285.000,- komen. Over een periode van 5 jaar is dit gemiddeld 57.000 per jaar. Energieverbruik en energieakkoord De afgelopen beleidsperiode is ingezet om veel oude energie onzuinige lampen te vervangen door moderne lampen zoals PLL en LED en te dimmen. De resultaten van deze inspanningen zijn in 8
onderstaande tabel zichtbaar gemaakt. Hierin is te zien dat ondanks areaaluitbreiding er toch energie wordt bespaard. Element 2007 2013 2016 Verschil t.o.v. 2013 Energieverbruik in kwh 781.968 706.433 553.851-22% Aantal lampen 3.700 4.343 4.500 +3,5% Tabel 1: Verloop energieverbruik en aantal lampen De ambitie is om in het jaar 2020, minimaal 20% energiebesparing te hebben bereikt ten opzichte van 2013 is eind 2016 al bereikt met een besparing van 22%. Op dit moment komt nog ca. 9% van het lampareaal voor vervanging naar energiezuinige equivalenten in aanmerking. Het gaat hierbij om de HPLN, SOX en SON lampen. In onderstaande grafiek is het percentage areaal per lamptype aangegeven met de bijbehorende beschrijving van de lampsoorten, eigenschapen en alternatief. Grafiek 3: areaal lamptype 9
Lampsoorten: Eigenschappen en alternatief: HPLN LED SON (T) SOX PLL/TL/QL CDM /CDO Tabel 2: lamptype met eigenschappen Hogedruk kwikdamplamp, mag niet meer worden toegepast. LED variant beschikbaar. Lamp leverbaar in verschillende lichtkleuren. Heeft een goede kleurherkenning, een zeer lange levensduur en een laag verbruik. Wordt overal toegepast. Hogedruk Natriumlamp. Lichtkleur witgeel, heeft een hoge lichtopbrengst en een redelijke kleurherkenning. Toepassing op wegen met een verkeersfunctie. LED variant beschikbaar. Lagedruk Natriumlamp. Heeft een zeer hoge lichtopbrengst, is geel van lichtkleur met een slechte kleurherkenning. Toepassing op wegen met een verkeersfunctie. LED variant beschikbaar. Lagedruk Kwikdamplamp. Lamp met een wit/warmwitte lichtkleur, een hoge lichtopbrengst, lange levensduur en een goede kleurherkenning. Wordt toegepast in verblijfsgebieden. LED variant beschikbaar. Hogedruk Metaalhalogeenlamp. Lamp met een witte lichtkleur, een hoge lichtopbrengst en goede kleurherkenning. Wordt toegepast in winkel- en stadscentra. LED variant beschikbaar. Het energieverbruik daalt in de komende beleidsperiode verder door de vervanging van technisch afgeschreven armaturen en energiebesparende maatregelen. Voor deze groep met armaturen levert dit een energiebesparing op van ca. 9%. Ten aanzien van het energieakkoord is in 2020 dan een besparing van ca. 29% bereikt. De doelstelling van 20% wordt hiermee ruimschoots behaald. In de bijlage is de energiemonitor van 2015 (gegevens van 2014) opgenomen met een prognose voor de komende periode. Schakel- en dimtijden De gemeente Heeze-Leende kent voor al haar kernen dezelfde schakeltijden. De verlichting (avond en nacht) wordt astronomisch geschakeld. Dit betekent dat de verlichting schakelt aan de hand van de opkomst en ondergang van de zon. Van 24:00 uur tot 07.00 uur wordt de avondverlichting uitgeschakeld en wordt er overgegaan op nachtverlichting. Dit betekent dus dat er in de nacht gedimd wordt. Ook de statische dimunits schakelen gelijktijdig in met de nachtverlichting. De branduren per jaar per lampsoort zijn voor een avondbrander 1.698 uur en een nachtbrander 4.154 uur. Lampen voorzien van een dimunit branden gelijk aan het aantal uren van een nachtbrander maar worden circa 2.456 uur gedimd. Het voordeel van deze werkwijze is dat er energie bespaard wordt, maar dat de gelijkmatigheid van verlichting intact blijft. 10
4 Wat wil ik? visie en beleidskaders Het doel van het gemeentelijk openbaar verlichtingsplan (GovP) is gebaseerd op de visie dat de OVL optimaal bijdraagt aan de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid. Het energieverbruik dient hierbij zo laag mogelijk te zijn en er wordt gestreefd naar duurzame oplossingen tegen economisch verantwoorde kosten. Om aan deze visie inhoud te geven zijn in dit hoofdstuk per beleidsthema keuzes beschreven. Daarmee wordt de vraag beantwoord wat wil ik?. Als algemeen uitgangspunt met betrekking tot ontwikkelingen geldt de onderstaande beleidskeuze: De gemeente Heeze-Leende hanteert bewezen technieken en volgt de ontwikkelingen op de voet. Deze worden toegepast wanneer dit economisch verantwoord is; wanneer de toepassing zich binnen de levensduur terugverdient door reductie in de exploitatiekosten of esthetisch een toegevoegde waarde heeft. Het doel van het vaststellen van beleid is om een kader te scheppen waarbinnen de openbare verlichting effectief, kostenefficiënt en milieubewust in stand wordt gehouden. Dit alles binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en richtlijnen. De gemeente hanteert de volgende visie en beleidsuitgangspunten. 4.1 Verlichtingskwaliteit In nieuwe wijken en verbeterplannen (herinrichting) is tot nu toe het beleid gevoerd om te voldoen aan de ROVL. De ROVL kent een determinatietabel waarmee de verlichtingsklasse kan worden bepaald aan de hand van de verkeersbewegingen (gemotoriseerd verkeer, conflict verkeer, voetgangers). De verlichtingsklasse geeft vervolgens aan wat de verlichtingsintensiteit en de gelijkmatigheid moet zijn. Voor vervangingen in alle situaties wordt een afwijking van 15% op de verlichtingssterkte geaccepteerd. In natuurgebieden zoals Leenderbos en de Strabrechtse Heide, geldt dat er geen verlichting wordt geplaatst. De gemeente Heeze-Leende heeft geen bindende regels over donkertegebieden opgesteld, maar gaat zeer terughoudend om met het plaatsen van verlichting in het buitengebied. Lichthinder Het aanbrengen van openbare verlichting heeft tot primair doel de sociale- en verkeersveiligheid te verbeteren, maar kan daarnaast ook overlast opleveren. Het toepassen van kunstlicht kan een nadelige invloed hebben op de flora en fauna. Het gedrag van dieren kan hierdoor worden beïnvloedt. Door het kunstlicht kunnen sommige diersoorten worden gedesoriënteerd, tevens heeft het licht op andere diersoorten een aantrekking of juist een afstotende werking. Ook bij planten kan kunstlicht een nadelig effect geven, planten groeien niet of juist wel. Tevens kan bestuiving en bloei door kunstlicht ontregeld worden. 11
Met ontwerpen en het installeren van uitbreidingen en vernieuwingen aan de openbare verlichtingsinstallatie wordt verder met de aspecten lichthinder en lichtvervuiling rekening gehouden door: Het alléén plaatsen van verlichting als dit volgens bestaande richtlijnen noodzakelijk is; Het alléén daar aanbrengen van licht waar het functioneel is, dus waar het bijdraagt aan verkeers- en sociale veiligheid of aan oriëntatie; Het plaatsen van armaturen voor het aanlichten van objecten dicht mogelijk bij het object dat moet worden verlicht; Het vermijden van opwaarts gericht licht; Het in acht nemen of reguleren dat daar waar lichtreclame aanwezig is, deze in het totaalbeeld de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overschrijdt; Het treffen van voorzieningen om de instraling van licht in woningen te beperken; Het dimmen van de openbare verlichting; Het toepassen van alternatieven voor verlichting (o.a. schrikhekken, reflectoren); Het gedurende een deel van de nacht doven van het aanlichten van monumentale gebouwen en kunstwerken door middel van selectieve sturingsprogramma's. Lichtkleur Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de invloed van lichtkleur op mens en dier. De opkomst van led-verlichting in haar verscheidende kleuren is hier mede aanleiding voor. Dat de kleur van kunstlicht invloed heeft op mens en dier is al langer bekend. De slechte kleurherkenning bij lagedruk natrium verlichting (SOX verlichting, oranje licht) is daar een voorbeeld van. Deze lamp is vanwege haar energie-efficiëntie- in het verleden toegepast op wegen en bedrijventerreinen met hoofdzakelijk een verkeersfunctie. In alle gebieden worden nu LED-lampen toegepast met een witte lichtkleur. Visie en keuze Toepassen van de ROVL bij alle nieuwe verlichtingsplannen en renovaties. Hierin past ook de keuze om verlichting tijdens nachtelijke uren te dimmen en overbodige verlichting te saneren. In alle situaties wordt een afwijking van 15% op de verlichtingssterkte geaccepteerd. De gemeente wil in bepaalde gebieden de duisternis bevorderen. In het buitengebied wordt zeer terughoudend met verlichting omgegaan en geldt het principe geen verlichting tenzij. Indien om verkeersveiligheid toch verlichting noodzakelijk is, wordt gebruik gemaakt van de beslisbomen in de ROVL. Bij vervanging van armaturen wordt uitsluitend LED met een witte lichtkleur toegepast. Naar aanleiding van de flora-en faunawet kan besloten worden verlichting(kleur) aan te passen of armaturen te verwijderen. 12
4.2 Wegcategorisering De wegcategorisering van publicatie 147 CROW wegbeheer is gebruikt als uitgangspunt voor het OVL beleidsplan. De gemeente Heeze-Leende streeft naar meer belang gestuurd onderhoud van haar wegennet. Daartoe heeft de gemeente Heeze-Leende haar wegen getypeerd conform de CROW richtlijnen. Alle wegen in de gemeente Heeze-Leende zijn ingedeeld naar de verschillende wegtypen in relatie met het Handboek Wegontwerp en Duurzaamveiligindeling. De gemeente kent binnen haar grondgebied de volgende wegtypen: Gebiedsontsluitingsweg I, binnen en buiten de bebouwde kom; Gebiedsontsluitingsweg II, binnen en buiten de bebouwde kom; Erftoegangsweg type I, binnen en buiten de bebouwde kom; Erftoegangsweg type II, binnen en buiten de bebouwde kom; Fietspaden. De wegcategorisering staat aan de basis van de vormgeving van de weginrichting. Deze categorisering vormt dan ook het uitgangspunt voor de gewenste verlichtingsklasse op een bepaald weggedeelte of gebied. 4.3 Energiebesparing en investering Terugdringen van het gebruik van energie en de daarmee gepaard gaande reductie van de CO2- emmissie is een belangrijk thema s van het milieubeleid van de gemeente Heeze-Leende. Op dit moment verbruikt de totale OVL installatie circa 554 MWh. De ambitie is om dit energieverbruik nog verder te reduceren. Het terugdringen van de milieubelasting door het energieverbruik kan grofweg op twee manieren: Duurzame energie gebruiken; Vraag verminderen. Het eerste heeft de gemeente al in gang gezet door uitsluitend groene stroom in te kopen. De Vraag verminderen, oftewel energie besparen, kan worden bereikt op verschillende manieren: Uitschakelen of saneren van verlichting; Dimmen; Toepassing van zuinige LED-lampen, met behoud van verlichtingskwaliteit. In de ROVL is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van verlichting ook worden gekozen voor reflecterende markering of schrikhekken. Per situatie wordt een afweging gemaakt. Weghalen van openbare verlichting leidt tot energiebesparing maar vergt ook een investering. Op dit moment wordt er door de gemeente Heeze-Leende niet voor gekozen om verlichting te verwijderen. In tabel 2 is dit wel als mogelijke optie meegenomen. 13
Toepassing van bewezen technieken leidt tot energiebesparing. Bijvoorbeeld door lampen op een lager niveau te laten branden ofwel te dimmen. In de afgelopen periode heeft de gemeente hier al aanzienlijk op ingezet. Dit dimmen zorgt bij een dimniveau van 50% voor ongeveer 40% energie besparing, uitgaande van gasontladingslampen. In de gemeente zijn meerder straten voorzien van een statisch dimprofiel. Tegenwoordig is het mogelijk een gevarieerd dimregime te programmeren. Onderstaand overzicht geeft het huidig toegepaste dimregime weer: Gebiedsontsluitingsweg I: Regime 1: verlichting aan = 100% - 24.00 uur = 70% - 6.00 uur = 100% - astronomisch uit. Overige wegen: Regime 27: verlichting aan = 100% - 23.00uur = 75% - 1.00 uur = 50% - astronomisch uit. Continuering van de ingezette beleidslijn om led armaturen te plaatsen in combinatie met een aangepast dimregime, leidt tot de meest optimale energiereductie. Visie en keuze De gemeente Heeze-Leende conformeert zich aan de wegcategorisering van publicatie 147 CROW wegbeheer. De ingezette beleidslijn om led armaturen te plaatsen in combinatie met een aangepast dimregime, wordt gecontinueerd. 14
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijke energiebesparingsmaatregelen met de bijbehorende geraamde investeringskosten en de berekende besparing per jaar. Maatregel: Investerings kosten: Besparing per jaar: Besparing t.a.v. energieakkoord A-1 Het vervangen van lage druk natrium lampen (SOX) naar statisch dimbare led. 86.000 60% energie (t.o.v. conventioneel) 5% exploitatiekosten (t.o.v. gehele areaal) 3% A-2 Het vervangen van hoge druk natrium lampen (SON) naar statisch dimbare 46.000 led. A-3 Het vervangen van lage druk kwiklampen (PLL - TLD) naar statisch 935.000 dimbare led. A-4 Het vervangen van overige lampen (CPO/CDM/HPL) naar statisch dimbare 18.000 led. B Verwijderen van lichtpunten. Gehanteerd uitgangspunt is 1% van het 15.000 areaal. C Toepassen van dimbare led-verlichting in de gehele gemeente. 1.080.000 50% energie (t.o.v. conventioneel) 1% exploitatiekosten (t.o.v. gehele areaal) 50% energie (t.o.v. conventioneel) 18% exploitatiekosten (t.o.v. gehele areaal) 80% energie (t.o.v. conventioneel) 2% exploitatiekosten (t.o.v. gehele areaal) 100% energie (t.o.v. conventioneel) 1% exploitatiekosten (t.o.v. gehele areaal) 50% energie (t.o.v. conventioneel) 28% exploitatiekosten (t.o.v. gehele areaal) Tabel 3: overzicht maatregelen, investeringskosten en jaarlijkse besparing 4% 29% 2% 1% 38% Toelichting op de tabel: Maatregel A: Vervangen van bestaande armaturen voor dimbare led-verlichting per lamptype, gehele areaal. Maatregel B: Verwijderen van lichtpunten. Nader onderzoek moet uitwijzen hoeveel lichtmasten (voornamelijk in het buitengebied) verwijderd kunnen worden, zonder dat dit ten koste gaat van de verkeers- of sociale veiligheid. Mogelijk moet er ter vervanging van het lichtpunt reflecterende markering of schrikhekken worden geplaatst. Maatregel C: Vervangen van het gehele areaal aan bestaande armaturen (bij einde levensduur) door dimbare led-verlichting. Deze maatregel geeft de totale besparing in energieverbruik aan wanneer alle armaturen vervangen zijn voor led. De geraamde investeringskosten geeft een indicatie wat de kosten zijn voor het vervangen van het betreffende lamptype. De energiebesparing is het percentage energieverbruik dat kan worden bespaard ten opzichte van het conventionele lamptype. De geraamde besparing in exploitatiekosten is de procentuele kostenreductie op de gehele begroting (gehele areaal) en geeft een indicatie van het resultaat op de investering. Dit percentage is afhankelijk van het aantal lampen per type. De geraamde besparing ten behoeve van het Energieakkoord is het percentage reductie op het totale energieverbruik bij toepassing van de maatregel. 15
In de beleidsperiode 2017-2021 worden lampen en armaturen vervangen in de categorieën A-1, A-2 en A-4. De lampen uit deze categorieën worden vanuit lichttechnische kwaliteit (slechte kleurherkenning) en/of hoge exploitatiekosten (onderhoud en energieverbruik) niet meer toegepast en vervangen voor LED alternatieven. Voor de gehele vervanging in deze categorieën is een investeringsbedrag nodig van 150.000 (A-1 86.000, A-2 46.000 en A-4 18.000). In de beleidsperiode wordt op basis van afschrijvingstermijn al voor ca. 35.000,- aan armaturen vervangen in deze categorieën op basis van technische levensduur. De resterende investeringskosten van 115.000,- worden meegenomen als extra energiebesparing/verbeteringsmaatregel ( 23.000,- per jaar). Indien alle lampen op termijn worden vervangen door ledverlichting is een (extra) energiebesparing van 38% mogelijk ten opzichte van de al gerealiseerde 22%. Visie en keuze De gemeente Heeze-Leende conformeert zich aan de doelstelling van het energieakkoord en heeft de besparing van 20% op het energieverbruik in 2020 ten opzichte van 2013 al bereikt. Bij vervanging van armaturen heeft het hoogste rendement van investering de prioriteit. 4.4 Keuze masten De gemeente Heeze-Leende past hoofdzakelijk standaard stalen thermisch verzinkte lichtmasten voorzien van poedercoating toe (duplexsysteem). Vanuit het aspect duurzaamheid is dit een juiste keuze. De huidig gehanteerde de afschrijftermijn van 50 jaar voor masten wordt gehandhaafd. De technische staat van de mast bepaalt het moment van vervanging. 4.5 Keuze armaturen Voor het toepassen van ledverlichting binnen de OVL zijn er geen enkele belemmeringen meer als het gaat om licht- en elektrotechnische aspecten. De exploitatiekosten voor het gebruik van ledverlichting zijn laag en de investeringskosten verdienen zich ruimschoots binnen de levensduur van de armaturen terug door lagere energie- en onderhoudskosten. De LED armaturen zijn standaard voorzien van statische dimmogelijkheid en worden vanaf fabriek met het standaard dimprotocol geleverd, afhankelijk van de toepassing. De huidige gehanteerde afschrijftermijn van 25 jaar voor armaturen wordt gehandhaafd. De technische staat van het armatuur bepaalt het moment van vervanging. Per situatie wordt afgewogen of bestaande armaturen bij einde levensduur worden vervangen of voortijdig projectmatig naar LED worden vervangen. Visie en keuze De gemeente Heeze-Leende continueert de afschrijftermijn van 50 jaar voor masten en 25 jaar voor armaturen. Het vervangingsmoment wordt bepaald door de technische staat. 16
4.6 Maatschappelijk verantwoord inkopen In het inkoophandboek duurzaamheid is aangegeven dat de gemeente Heeze-Leende voor 100% duurzaam inkoopt. Om de doelstelling te bereiken zijn duurzaamheidscriteria ontwikkeld. Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: Een minimum eis voor de energieprestatie van de OVL installatie aan label D van de Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting; Bij nieuwbouw van een OVL installatie, of bij complete vervanging van lampen en armaturen van een openbare verlichtingsinstallatie, dient de installatie technisch geschikt te zijn om gedimd te worden; Voorschriften aan het gestelde vermogen voor lichtmastreclame; Grenswaarden aan het vluchtige aandeel organische stoffen bij conserveringswerken. Visie en keuze Genoemde duurzaamheidscriteria worden als criteria meegenomen bij aanbesteding van werken voor de openbare verlichting. 4.7 Beheer en onderhoud De gemeente is verantwoordelijk is voor het goed en veilig functioneren van de openbare verlichting. Beheer is een belangrijk onderdeel van het OVL-beleid; het richt zich op de instandhouding en vernieuwing van het areaal aan OVL-middelen waarin is geïnvesteerd. De beheerwerkzaamheden zijn onder te verdelen in beheer en onderhoud. Beheer De gemeente heeft er voor gekozen om een externe beheerder toezicht te laten uitvoeren op de werkzaamheden van de onderhoudsaannemer. De beheertaak omvat het ter beschikking stellen van een beheersysteem, de storingsafhandeling en verwerking van mutaties in het beheersysteem van zowel het projectmatige als het onderhoudswerk. Afhandeling verzoeken OVL Burgers en bedrijven verzoeken de gemeente lichtmasten te plaatsen, te verplaatsen, of de verlichting aan te passen. Redenen hiervoor kunnen zijn te weinig licht, lichtinval, of eigen aanpassing van de ruimte. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de aanpassing van de OVL: 1. De aanvraag voor extra verlichting en verplaatsing van verlichting wordt getoetst aan de uitgangspunten zoals die in het Beleidsplan zijn opgenomen. Als hieruit komt dat de verlichting niet aangepast moet worden, dan wordt de vraag voor extra verlichting buiten bij donkerte beoordeeld. Het kan licht-technisch conform de standaarden zijn, maar in de praktijk - in verband met omgevingsfactoren zoals bomen of begroeiing toch onwenselijk zijn. Oplossingen kunnen zijn: Bestaande verlichting verplaatsen of extra verlichting plaatsen; Groei snoeien of bomen opkruinen; of Een combinatie daarvan. 17
Als de bestaande verlichting berekening technisch voldoet en er bij donkerte geen negatieve elementen van invloed zijn op de uitstraling van het licht, vindt er geen aanpassing plaats. 2. Voor een aanvraag voor het aanpassen van inritten wordt gekeken of een verplaatsing mogelijk is (licht technisch en ondergronds). De kosten dienen door de aanvrager te worden betaald. 3. De aanvraag voor afscherming van verlichting is een verzoek dat kan worden ingediend. Het beleid is om hier terughoudend mee om te gaan. Bij deze verzoeken zal in eerste instantie worden aangegeven dat het lichtniveau is afgestemd om een juiste licht technische verdeling te hebben en dat de mast conform de richtlijnen is geplaatst. Preventief onderhoud Hier wordt onder verstaan: Het periodiek schilderen van de lichtmasten; Het groepsgewijs vervangen van lampen (groepsremplace). Schilderen De schilderfrequentie is gemiddeld eens per 12 jaar, dit geldt voor de bestaande stalen masten voorzien van een laklaag. Overige masten (thermisch verzinkte en gepoedercoate masten) worden alleen vanuit esthetisch oogpunt geschilderd, op basis van een visuele inspectie. Het grootste deel van de masten is groen geverfd (RAL 6005). Remplace Het preventief vervangen van de lampen (remplace), heeft als voordelen dat incidentele storingen ten gevolge lampdefecten afnemen en dat de lichtopbrengst wordt verhoogd. Remplace draagt bij aan de continuïteit van de kwaliteit van de verlichting. Remplace wordt uitgevoerd op het moment dat de servicelevensduur van de lamp is bereikt. Elke leverancier geeft aan hoeveel branduren een lamp heeft. Op basis van het brandschema kan de datum/periode bepaald worden waarin de lamp vervangen moet worden. Led-verlichting kent een veel langere levensduur, waardoor remplace praktisch niet meer nodig is. Naast de energiebesparingen is het ontbreken van remplace een belangrijke tweede voordeel van led waardoor exploitatiekosten lager worden. Correctief onderhoud Hier wordt onder verstaan: Het vervangen van defecte (onderdelen van) lichtmasten en armaturen; Het herstellen van storingen in het OVL-net door de netbeheerder; Het vervangen van materialen als gevolg van aanrijdingen en molest. 18
Schade door aanrijdingen Jaarlijks worden circa 20 lichtmasten aangereden in de gemeente Heeze-Leende. Dit komt overeen met kostenpost van circa 20.000. Op het totale areaal is dit aantal minder dan in andere gemeenten. Deze kosten worden door de aannemer verhaald bij de verzekeraar van de veroorzaker of indien het een motorvoertuigschade betreft zonder bekende veroorzaker dan wordt deze schade verhaald bij het Waarborgfonds Motorverkeer. Vervangingen Vervangingen zijn de meest verregaande vorm van onderhoud. Het gaat om vervangingen van lichtmasten en armaturen omdat deze aan het einde van de levensduur zijn gekomen. Daarnaast gaat het om grootschalige aanpassingen van de bestaande verlichting om deze te laten voldoen aan het vastgestelde beleid in dit beleidsplan. In verband met de hoge netwerkkosten wordt bij het vervangen van verlichting zoveel als mogelijk 1 op 1 vervangen. Bij vervanging kiest de gemeente voor standaardisatie van het areaal OVL. De voordelen hiervan zijn: (1) De (beheer)kosten worden beperkt doordat er minder varianten zijn; (2) storingen kunnen sneller worden verholpen doordat er beter voorraadbeheer kan plaatsvinden; en (3) er een meer eenduidige uitstraling ontstaat van het OVL areaal. Installatieverantwoordelijkheid De openbare ruimte is een dynamische omgeving die voortdurend aan veranderingen onderhevig is. Niet alleen de fysieke inrichting met groen en grijs maar ook de toepassing van een steeds groter wordende diversiteit aan installaties maakt een zorgvuldig beheer noodzakelijk. De eigenaar heeft een primaire zorg voor het schoonhouden, het technisch en functioneel onderhouden en de algemene veiligheid. De noodzaak om beheerprocessen af te stemmen op wet- en regelgeving vind zijn oorsprong in het Bouwbesluit en de Arbowet. Deze kaderwetten zijn uitgewerkt in de regeling Bouwbesluit en het Arbo-besluit met de Arbo beleidsregels. De instrumenten voor de koppeling van beheerprocessen op deze wet- en regelgeving worden voor elektrische installaties gevonden in de normen NEN 1010 en NEN 3140 van het Nederlands Normalisatie-instituut. De gemeente als eigenaar en onderhoudsplichtige, verantwoordelijk voor opstallen zoals openbare verlichting (OVL), riolering, gebouwen, etc. dient onder andere de elektrotechnische veiligheid van installaties te waarborgen zodat gebruikers (burgers, personeel en opdrachtnemers) er op een verantwoorde manier gebruik van kunnen maken. Het kwaliteitshandboek en de implementatie van het IV-schap maakt de keten van bevoegdheden en verantwoordelijkheden in het kader van elektrotechnische veiligheid helder en transparant. Door het volgen van processen ontstaat er een betrouwbaar beeld van de mate van elektrotechnische veiligheid van diverse arealen. Visie en keuze De consequentie van implementatie van installatieverantwoordelijkheid wordt binnen de beleidsperiode verder onderzocht en uitgewerkt. 19
5 Wat kost het? financiële kaders Een goed inzicht in de kosten van de OVL-installatie is voor het vaststellen en uitvoeren van beleid van groot belang. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de kosten voor het in stand houden van de kwaliteit van de OVL, evenals de kosten die gemaakt moeten worden om de kwaliteit van de installatie op het gewenste niveau te krijgen. Alle genoemde bedragen zijn exclusief B.T.W. 5.1 Kwaliteitskeuze In hoofdstuk 4 zijn de wensen en beleidsuitgangspunten die de gemeente Heeze-Leende wil hanteren, verwoord. Deze uitgangspunten hebben ook een financiële consequentie. Er is met de volgende aannames gerekend: Extra investering van 23.000 per jaar in energiebesparende maatregelen door het vervangen van energie-onzuinige armaturen; Op het moment dat een armatuur is technisch afgeschreven wordt deze vervangen voor een energiezuinig led-armatuur; De afgeschreven materialen worden op basis van technische staat vervangen, maar binnen de beleidsperiode; De afschrijftermijn voor masten is gesteld op 50 jaar en voor armaturen is dit 25 jaar; Remplace van conventionele lampen vindt plaats op basis van de servicelevensduur; Masten worden elke 12 jaar een keer geschilderd. Noodzakelijke technische vervangingen zijn in de herverlichtingsplannen uitgevoerd. Door deze vervanging is al voortijdig aan het energieakkoord voldaan. 5.2 Exploitatiekosten OVL De kosten voor de OVL zijn grofweg te verdelen in de volgende groepen: Onderhoudskosten en beheerkosten; Energiekosten en netwerkkosten; Vervanging en verbetering. 20
In onderstaande tabel zijn de verwachtte exploitatiekosten voor beheer en onderhoud van de OVL in 2017 weergegeven: Kostensoort Begroting 2017 Toelichting Beheer- en onderhoudskosten 67.300 Remplace Werkopdrachten Storingen Vervanging/aanrijdingen/vandalisme Schilderwerk Beheer 11.000 Vindt plaats obv servicelevensduur lampen. 6.000 Gebaseerd op de gem. historische realisatie 19.000 Gebaseerd op de gem. historische realisatie 4.300 Gebaseerd op de gem. historische realisatie 11.000 Gebaseerd op de gem. historische realisatie 16.000 Kosten beheerder Energie- en netwerkkosten 76.000 Energiekosten 42.700 Netwerkkosten 33.300 Vervanging/verbetering 80.000 Gebaseerd op het dag- en nachttarief. +10% Gebaseerd op aansluit- en transporttarieven van Enexis +10% Vervanging Verbetering 57.000 Technisch te vervangen masten en armaturen 23.000 Energiebesparende maatregelen -------------- + TOTAAL 223.300 Tabel 4: Begrotingscijfers tbv OVL gemeente Heeze-Leende De verwachtte kosten in 2017 zijn als volgt tot stand gekomen: Voor de ingeschatte beheer- en onderhoudskosten is het gemiddelde van de afgelopen vier jaar genomen. De energiekosten zijn op basis van het totale lampvermogen in Heeze-Leende theoretisch berekend vanuit het beheersysteem. Het berekende verbruik in 2016 is 554 MWh. Afgezet tegen een gemiddeld tarief van 7 cent, zijn de kosten circa 38.800. De kosten voor het netwerk zijn gebaseerd op de kosten zoals deze in 2015 in rekening zijn gebracht. In verband met verwachtte prijsstijgingen is voor het verbruik en netwerk 10% extra kosten toegevoegd. De vervangings- en verbeteringskosten hebben betrekking op de vervanging van de masten en armaturen op basis van de technische staat. De vervangingen vinden plaats op straatniveau. Dat wil zeggen dat de verlichting in de gehele straat wordt vervangen. In de begroting wordt rekening gehouden met een extra investering van 10%. 21
5.3 Financiële consequenties Op basis van de beschreven beleidsuitgangspunten is in tabel 4 de ontwikkeling beschreven van de exploitatiekosten in de komende 5 jaar. Begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Beheer- en onderhoudskosten 67.300 65.600 63.850 62.045 60.180 Remplace 11.000 10.300 9.600 8.900 8.200 Werkopdrachten 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 Storingen 19.000 18.500 17.950 17.345 16.680 Vervanging/aanrijdingen/vandalisme 4.300 4.300 4.300 4.300 4.300 Schilderwerk 11.000 10.500 10.000 9.500 9.000 Beheer 16.000 16.000 16.000 16.000 16.000 Energie- en netwerkkosten 76.000 75.062 74.124 73.186 72.248 Energiekosten 42.700 41.762 40.824 39.886 38.948 Netwerkkosten 33.300 33.300 33.300 33.300 33.300 Totaal B&O en E&N 143.300 140.662 137.974 135.231 132.428 Vervanging/verbetering 80.000 80.000 80.000 80.000 80.000 Technisch te vervangen masten en armaturen 57.000 57.000 57.000 57.000 57.000 Energiebesparende maatregelen 23.000 23.000 23.000 23.000 23.000 TOTAAL 223.300 220.662 217.974 215.231 212.428 besparing energieverbruik cumulatief 22% 24% 26% 29% 31% besparing energieverbruik, jaarlijks 2,2% 2,2% 2,2% 2,2% Tabel 4 Overzicht totale kosten van de openbare verlichting Opmerkingen bij deze tabel: Het vervangingsbudget is in 2017 structureel verlaagd naar 80.000 per jaar; De toepassing van dimbare LED is meegenomen besparing van het energieverbruik; Alle kosten zijn gebaseerd op prijspeil 2016. Er is geen rekening gehouden met inflatie. 22
6 Bijlagen 6.1 Bijlage 1 - Wet- en regelgeving en richtlijnen Aansprakelijkheid wegbeheerder De gemeente is eigenaar van het publieke domein. En kan als eigenaar verantwoordelijk worden gesteld voor geleden schade als de openbare ruimte, inclusief de openbare verlichting, niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen (art. 6:162 BW en art. 6:174 BW). Hoewel het wettelijk niet is vastgelegd dat een weg of openbare ruimte verlicht moet worden, kan het ontbreken van verlichting of onjuiste verlichting wel worden aangemerkt als het plegen van een onrechtmatige daad, waaruit schadeplichtigheid kan ontstaan. In de onderstaande tabel is weergegeven op welke wijze de gemeente haar aansprakelijkheid heeft beperkt. Aansprakelijkheid kan worden beperkt door: De gemeente dit als volgt geregeld: Het periodiek en systematisch uitvoeren van inspecties en onderhoud. Een systeem van rationeel beheer (meerjaren vervangingsplan, beleidsplan). Een goed werkend klachtensysteem Snel handelen bij het verhelpen van schades en storingen. Het onderhoud van de openbare verlichting wordt verzorgd door de onderhoudsaannemer. Controle en inspecties vinden plaats door de gemeente. De gemeente heeft voor de komende jaren een vervangingsplan opgesteld. Meldingen van inwoners worden telefonisch of via de website aangenomen. Deze meldingen worden geregistreerd, waarna de onderhoudsaannemer de storing verder afhandelt. In het onderhoudsbestek zijn termijnen opgenomen waarbinnen storingen door de aannemer moeten worden opgelost. Installatieverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar inwoners en ambtenaren. Voor wat betreft het veilig werken met elektrische installaties is in de Arbowet vastgelegd hoe de veiligheid gewaarborgd moet worden. Onder deze installaties vallen onder meer de openbare verlichting, verkeerregelinstallaties maar ook bijvoorbeeld installaties in tunnels, sluizen, gemalen en rioleringsinstallaties. Op vrijwel alle installaties in de openbare ruimte zijn de laagspanningsnormen NEN1010 juli 2015 en NEN3140+A1:2015 van kracht, en op sommige installaties de hoogspanningsnormen NEN-EN-IEC 61936 en NEN-EN 50522. In de Arbowetgeving is voor elektrotechnische installaties voorgeschreven dat de eigenaar van deze installaties de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit aanleg, beheer en onderhoud van deze installaties, moet vastleggen in schriftelijke procedures. 23
Indien er binnen de gemeente geen installatieverantwoordelijke expliciet is aangewezen en vastgelegd, dan valt die taak automatisch toe aan de hoogste functionaris. Hij of zij is persoonlijk aansprakelijk indien de installatie resulteert in een onveilige situatie op straat of als werkzaamheden onveilig worden uitgevoerd. Voor fouten bij werkzaamheden en voor gebruik in het algemeen is dan de gemeentesecretaris verantwoordelijk (het bovengrondse deel van de installatie). Het is belangrijk om een zogenaamde installatieverantwoordelijke aan te wijzen. Hiermee wordt de verantwoording voor een veilige elektronische bedrijfsvoering bij deze (rechts)persoon neergelegd. De aanwijzing dient door de bestuurder te worden gedaan en dient ook te worden geaccepteerd door de installatieverantwoordelijke. De installatieverantwoordelijke kan een persoon zijn uit de eigen organisatie of worden ingeleend. Ook een rechtspersoon (een bedrijf) kan worden aangewezen als installatieverantwoordelijke. Gezien de eisen die gesteld worden aan de installatieverantwoordelijke en de middelen waar deze over moet beschikken, is het aan te bevelen om voor de installatieverantwoordelijkheid een rechtspersoon aan te wijzen. Zodoende is ook de permanente beschikbaarheid en de continuïteit geborgd. Organisatie De gemeente dient installatieverantwoordelijkheid op de juiste wijze te organiseren. Zij kan dit doen door: Een inventarisatie uit te voeren; Werkprocedures en veiligheidsmaatregelen vast te leggen; Instructies te verzorgen en te controleren op naleving; Een onderhoudssysteem op te zetten; Inspecties uit te voeren en rapportages te verzorgen. De implementatie van genoemde zaken kan worden verzorgd door derden. Tevens kan de installatieverantwoordelijkheid worden verwerkt in het onderhoudsbestek of als EMVI-criterium in de aanbestedingsleidraad. Elektriciteitswet Netbeheerders onderhouden het netwerk van stroomkabels, ze transporteren elektriciteit en ze lossen storingen op. Hoe de netbeheerders dat moeten doen staat in zogeheten codes. Codes zijn uitwerkingen van de Elektriciteitswet en bevatten allerlei regels over hoe de netbeheerders zich moeten gedragen. Er staat ook in welke verantwoordelijkheid klanten van netbeheerders hebben. De procedure voor de totstandkoming van wijzigingen van de codes staat in de artikelen 31-39 van de Elektriciteitswet 1998. 24
Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) Agentschap Telecom houdt toezicht op de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION). De wet wordt ook wel grondroerdersregeling genoemd. Er kunnen sancties (bijvoorbeeld boetes) volgen op overtredingen van de WION. Het doel van de wet is het voorkomen van leveringsonderbrekingen van essentiële diensten in de maatschappij (gas, water, elektriciteit, teleen datacommunicatie) door minimalisatie van het aantal graafschades. De WION verplicht om bij mechanisch graafwerk in Nederland tijdig een graafmelding te doen bij het Kadaster. Tijdig betekent: ten hoogste twintig werkdagen voor aanvang van het werk. Het Kadaster verstrekt binnen twee werkdagen na de melding de gegevens over ondergrondse kabels en leidingen. Starten met het werk mag niet voor er een melding gedaan is. Het is verplicht om het kaartmateriaal dat het Kadaster verstrekt, op de graaflocatie aanwezig te hebben. Netbeheerders hebben de plicht van al hun ondergrondse leidingen en kabels gegevens bij te houden. Omgevingsbescherming De flora- en faunawet beschermt de leefgebieden van diverse dieren- een plantensoorten. Indien de verlichting verstoort, kan er besloten worden verlichting aan te passen of te verwijderen. De Natuurbeschermingswet 2005 regelt de bescherming van de Nederlandse beschermde natuurmonumenten. Europese regelgeving Waar materialen aan moeten voldoen is beschreven in de Europese Regelgeving. Bepaalde producten mogen in Europa alleen op de markt worden gebracht als zij voorzien zijn van een CE-markering. Op het gebied van OVL dienen alle materialen te zijn voorzien van het CE-merkteken. Het is verstandig dat gemeenten alleen producten voorzien van een CE-markering toepassen. Vanuit Europa is er ook een afvalstoffenlijst opgesteld. Gasontladingslampen staan op deze lijst en behoren tot chemisch afval, dat via erkende verwerkingsbedrijven verwerkt moet worden. Duurzaam inkopen - energielabel In februari 2010 is in opdracht van VROM door Agentschap NL (SenterNovem) de nota Criteria voor duurzaam inkopen voor inkopen van OVL gepubliceerd. Deze criteria worden periodiek bijgesteld en kenbaar gemaakt aan de gemeenten via PIANOo 1 Expertisecentrum voor aanbesteden (www.pianoo.nl). De nota biedt de mogelijkheid een energiebesparingsdoelstelling en een ontwerp- en inkooprichtlijn te definiëren. De gemeente Heeze-Leende neemt bij al haar inkopen 100% duurzaamheid als criterium mee. Om de doelstelling te bereiken zijn duurzaamheidscriteria ontwikkeld. Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: Een minimum eis voor de energieprestatie van de OVL installatie aan label D van de Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting; 1 PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden heeft als taak het inkopen en aanbesteden bij alle overheden te professionaliseren. Met oog voor rechtmatigheid én doelmatigheid. Professionele inkoop draagt bij aan het beleid van de organisatie en biedt value for tax payers' money. 25
Bij nieuwbouw van een OVL installatie, of bij complete vervanging van lampen en armaturen van een openbare verlichtingsinstallatie, dient de installatie technisch geschikt te zijn om gedimd te worden; Voorschriften aan het gestelde vermogen voor lichtmastreclame; Grenswaarden aan het vluchtige aandeel organische stoffen bij conserveringswerken. Genoemde duurzaamheidscriteria worden als criteria meegenomen bij aanbesteding van werken voor de openbare verlichting. Eén van de belangrijke onderdelen van de Duurzaam Inkopen criteria voor openbare verlichting is de invoering van het energielabel. Een energielabel is een maatstaf voor de afnemer van het product om te zien hoe zuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het aangekochte product is. De Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting in 2010, uitgegeven door NSVV en Agentschap NL, is bedoeld om een energielabel voor een nieuwe openbare verlichtingsinstallatie vast te kunnen stellen. Deze handleiding ondersteunt het project Duurzaam Inkopen van het Ministerie van VROM. De minimumeis volgens de Criteria voor duurzaam inkopen is energielabel D. Om duurzaam in te kopen bij een OVL-installatie kan de gemeente dus in samenwerking met de beheerder of lichtontwerper een label opgeven. Als het hierbij blijft zal de meest energiezuinige installatie geleverd worden. De gemeente kan dan voorbij gaan aan additionele eisen ten aanzien van prijs, gemeentelijk verlichtingsbeleid ten aanzien van lichthinder, lichtkleuren, kleurherkenning, etc. Het is daarom belangrijk om extra eisen te vermelden. De volgende uitgangspunten dienen bij het gewenste label vermeld te worden: de installatie moet voldoen aan de ROVL2011; een opgave van de gewenste verlichtingsklasse; een opgave van de gewenste kleurherkenning en lichtkleur; een beschrijving van de gewenste afscherming in relatie tot lichthinder; eventueel een opgave van de gewenste semicilindrische verlichtingssterkte of verticale verlichtingssterkte. Een betere kleurherkenning betekent dat geen gebruik gemaakt kan worden van de lagedruk natrium lampen. Sommige installaties met lagedruk natrium lampen krijgen bij de berekening een A-label. Dit komt door de efficiëntie van de lagedruk natrium lamp. Dit zou pleiten voor het veelvuldig gebruik van lagedruk natrium armaturen in woongebieden. Doordat met lagedruk natrium geen kleurherkenning mogelijk is worden deze lampen in de praktijk bij nieuwbouw niet meer in woongebieden gebruikt. Macro-energielabel In vervolg op de Energielabeling voor nieuwe installaties is in 2011 door Agentschap NL in opdracht van Taskforce verlichting een handleiding uitgegeven voor het berekenen van een zogenaamd Macro-energielabel Openbare Verlichting. Doel van deze tool is het op eenvoudige wijze bepalen van het energielabel van een grote groep armaturen, zoals de installatie van een hele gemeente. De tool geeft weer welke delen van die openbare verlichtingsinstallatie efficiënt of minder efficiënt zijn. De uitkomst van de tool is een indicatie van de werkelijkheid. Het is echter niet de bedoeling van de tool om gemeenten 1 op 1 met elkaar te gaan benchmarken. Dit laatste dient te gebeuren aan de hand van kengetallen. Verschillen in beleid zorgen voor verschillende keuzes in de toegepaste materialen in de openbare verlichting van een gemeente. Hogere eisen aan de kwaliteit van verlichting zorgt voor een hoger energieverbruik hetgeen niet direct betekent dat een gemeente 26
minder efficiënt is. Het macrolabel is een globaal systeem. Het geeft een impressie van de energie kwaliteit en kan worden gezien als een nulmeting. Energieakkoord Vanuit de Sociaal Economische Raad (verder genoemd SER) is het Energieakkoord voor Duurzame Groei gepresenteerd aan de gemeenten. In dit akkoord is een aanname gedaan in de haalbaarheid van 20% energiebesparing voor o.a. de openbare verlichting in 2020, ten opzichte van het energieverbruik in 2013. In het SER-Energieakkoord staan de volgende doelstellingen genoemd voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's): 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013. Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) bevat de gedetailleerde grootschalige basiskaart van Nederland. De GBKN (Grootschalige Basiskaart Nederland) is de voorloper van de BGT. Aangezien verschillende organisaties allerlei verschillende kaarten gebruikten was er vaak verwarring over wat de werkelijkheid precies is en wie er gelijk heeft. De BGT maakt hier een einde aan. Op een eenduidige manier geeft het de ligging weer van alle fysieke objecten zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en (landbouw)terreinen. Gemeenten gebruiken de BGT als ondergrond voor hun bestemmingsplan. Net zoals de andere basisregistraties, wordt de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) wettelijk geregeld. Op 1 januari 2016 is de wet in werking getreden voor bronhouders en de Landelijke Voorziening (LV BGT). De digitale kaart wordt nog opgebouwd. Vanaf het moment dat de BGT in een gebied gereed is, vervangt de BGT de basiskaarten die tot dat moment gebruikt worden. Iedereen kan de informatie uit de BGT vrij gebruiken. Voor overheden en andere wettelijke gebruikers wordt het gebruik verplicht.. Om meer (beheer) objecten te kunnen registreren dan de BGT voorschrijft, wordt het IMGeo gebruikt. Dit is een uitbreiding van de BGT. In het IMGeo kunnen lichtobjecten als puntsymbool worden geregistreerd. 27
6.2 Bijlage 2 Energiemonitor 28
6.3 Bijlage 3 - Energielabel Eén van de belangrijke onderdelen van de Duurzaam Inkopen criteria voor openbare verlichting is de invoering van het energielabel. Een energielabel is een maatstaf voor de afnemer van het product om te zien hoe zuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het aangekochte product is. De Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting in 2010 uitgegeven door NSVV en Agentschap NL is bedoeld om een energielabel voor een nieuwe openbare verlichtingsinstallatie vast te kunnen stellen. Deze handleiding ondersteunt het project Duurzaam Inkopen van het Ministerie van VROM. De minimumeis volgens de Criteria voor duurzaam inkopen is energielabel D. Om duurzaam in te kopen bij een OVL-installatie kan de gemeente dus in samenwerking met de beheerder of lichtontwerper een label opgeven. Als het hierbij blijft zal de meest energiezuinige installatie geleverd worden. De gemeente kan dan voorbij gaan aan additionele eisen ten aanzien van prijs, gemeentelijk verlichtingsbeleid ten aanzien van lichthinder, lichtkleuren, kleurherkenning, etc. Het is daarom belangrijk om extra eisen te vermelden. De volgende uitgangspunten dienen bij het gewenste label vermeld te worden: de installatie moet voldoen aan de ROVL 2011; een opgave van de gewenste verlichtingsklasse; een opgave van de gewenste kleurherkenning en lichtkleur; een beschrijving van de gewenste afscherming in relatie tot lichthinder; eventueel een opgave van de gewenste semicilindrische verlichtingssterkte of verticale verlichtingssterkte. Een betere kleurherkenning betekent dat geen gebruik gemaakt kan worden van de lagedruk natrium lampen. Sommige installaties met lagedruk natrium lampen krijgen bij de berekening een A-label. Dit komt door de efficiëntie van de lagedruk natrium lamp. Dit zou pleiten voor het veelvuldig gebruik van lagedruk natrium armaturen in woongebieden. Doordat met lagedruk natrium geen kleurherkenning mogelijk is worden deze lampen in de praktijk bij nieuwbouw niet meer in woongebieden gebruikt. Ook zijn lagedruk natrium lampen zijn niet dimbaar. Labelkeuze in relatie tot ambitie gemeente Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar welke labels onder de term ambitieus geschaard kunnen worden. De volgende conclusies zijn daaruit te trekken: De labels A en B kunnen alleen met lagedruk natrium armaturen worden ingevuld en dan alleen bij brede profielen en hoge verlichtingsklassen; Labels C en D zijn toepasbaar op alle profielen en hebben dan meer keuze in toepasbare lamptypen en fabrikanten. Label C is beperkt invulbaar en kan ook niet bij alle profielen geëist worden; Een bepaald label kan bij nieuwbouw wat eenvoudiger gehaald worden, maar door (lokaal) dimmen is dat ook bij renovaties mogelijk; 29
Bij brede profielen en hogere verlichtingsklassen kan eenvoudiger een beter label behaald worden. Volgens de Handleiding Energielabeling OVL (2010) is een zeer ambitieuze algemeen toepasbare keuze label C. Het is afhankelijk van het te realiseren profiel of label C wel haalbaar is. Label C is voor enkele profielen alleen maar direct in te vullen met lagedruk natrium armaturen. Aanvullende eisen zijn dan ook erg belangrijk. Prijstechnisch maakt het niet veel uit ten opzichte van label D. Een algemeen toepasbaar label is label D (situatie 2008). Zolang de keuze uit lamptypen, armaturen en fabrikanten waarmee label C bereikt kan worden erg beperkt is, is label D ambitieus genoeg en veilig. Is het te verlichten profiel bekend dan kan een zeer ambitieuze keuze voor label C en bij brede profielen met grotere lichtpunthoogten wellicht voor label B gemaakt worden. Uitgangspunt bij deze keuze is dat er niet gedimd wordt. Macro-energielabel In vervolg op de Energielabeling voor nieuwe installaties is in 2011 door Agentschap NL in opdracht van Taskforce verlichting een handleiding uitgegeven voor het berekenen van een zogenaamd Macro-energielabel Openbare Verlichting. Doel van deze tool is het op eenvoudige wijze bepalen van het energielabel van een grote groep armaturen, zoals de installatie van een hele gemeente. De tool geeft weer welke delen van die openbare verlichtingsinstallatie efficiënt of minder efficiënt zijn. De uitkomst van de tool is een indicatie van de werkelijkheid. Het is echter niet de bedoeling van de tool om gemeenten 1 op 1 met elkaar te gaan benchmarken. Dit laatste dient te gebeuren aan de hand van kengetallen. Verschillen in beleid zorgen voor verschillende keuzes in de toegepaste materialen in de openbare verlichting van een gemeente. Hogere eisen aan de kwaliteit van verlichting zorgt voor een hoger energieverbruik hetgeen niet direct betekent dat een gemeente minder efficiënt is. Het macrolabel is een globaal systeem. Het geeft een impressie van de energie kwaliteit en kan worden gezien als een nulmeting. 30
6.4 Bijlage 4 - Verlichtingstabellen Tabel 1 Verlichtingsklasse per wegfunctie Functie van de weg Verlichtingsklasse Lichtkleur(K) Buiten de kom Gebiedsontsluitingsweg II (GOW2bu) oriëntatie 4000 Erftoegangsweg I (ETW1bu) oriëntatie 4000 Erftoegangsweg II (ETW2bu) oriëntatie 4000 Binnen de kom Gebiedsontsluitingsweg II (GOW2bi) M4-M6 4000 Erftoegangsweg I (ETW1bi) P4-P5 3000 Erftoegangsweg II (ETW2bi) P5-P6 3000 Industrie- en Bedrijventerrein (IND) M4-M6 4000 Winkelgebied P3 3000 Semi-openbare ruimten n.t.b / P5-P6 3000 (Brom)- fiets/voetpaden P5-P6 3000 Opm. Op basis van ervaringen wordt een afwijking van 15 % ten opzichte van de in tabel genoemde criteria acceptabel geacht. Tabel 2 Toe te passen materialen per wegcategorie Functie l.p.h. lichtmast vorm armatuur type lamp Buiten de kom Gebiedsontsluitingweg II 8 m Koffer / Kegel LED Erftoegangsweg I 6/8 m Koffer / Kegel LED Erftoegangsweg II 6/8 m Koffer / Kegel LED Binnen de kom Erftoegangsweg 6/8 m Koffer / Kegel LED Verblijfsgebied 6 m Koffer / Kegel LED 4 m Industrie- en Bedrijventerrein 8 m Koffer LED Winkelgebied / centrum n.t.b. Koffer / Kegel /n.t.b. LED / n.t.b. Semi-openbare ruimten 4 m Koffer / Kegel LED (Brom)- fiets/voetpaden 4/5 m Koffer / Kegel LED 31
6.5 Bijlage 5 - Begrippenlijst CROW Dynamische verlichting Economisch Beheer Kengetal Led Lichthinder Lichtvervuiling NSVV OVL RA waarde ROVL PIANOo Programma van Eisen Rationeel beheer Lampsoorten: CDMT CDOTT CPO HPLN SOX SON (T) PLL Led Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Afhankelijk van actuele en/of lokale omstandigheden, zoals weer, verkeer en tijdstip, wordt de intensiteit van de verlichting aangepast. Economisch beheer ondersteunt de meerjarige kostenoptimalisatie van rationeel beheer. Economisch beheer betrekt ook het energieverbruik in de kostenoptimalisatie. Verder wordt er in de aanpak van beheer ruimte geboden voor innovatie en wordt met een bredere blik naar maatschappelijke kosten gekeken dan in alleen rationeel beheer. De omschrijving van ingedikte informatie. Toepassing: monitoring en Benchmarking. Light Emitting Diode (led). Moderne elektronische lichtbron met laag energieverbruik en lange levensduur. De last die mens, dier en natuur ondervinden van het licht van de openbare verlichting. Licht dat op plaatsen schijnt waar het niet de bedoeling is. Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde Afkorting voor Openbare Verlichting Kleurweergave van een lichtbron uitgedrukt in een index (Ra). Dit is een gestandaardiseerde schaal met 100 als hoogste waarde. Kleuren worden het beste weergegeven bij een lichtbron met de hoogste kleurweergave index. Ra tussen 90 en 100. Zeer goede kleurweergave-eigenschappen. Ra tussen 80 en 90. Goede kleurweergave-eigenschappen. Ra minder dan 80. Matige tot slechte kleurweergave-eigenschappen. Deze richtlijn is bedoeld voor beheerders (eigenaren), zoals Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten, waterschappen en overige beheerders van openbare terreinen en wegen, dan wel personen en organisaties die deze beheerders ondersteunen. Het maken van een keuze tot verlichten, dan wel niet verlichten, dan wel te besluiten tot een alternatieve maatregel is een beleidsafweging. Deze richtlijn geeft handreikingen voor het maken van een dergelijke beleidskeuze. De ROVL-2011 is ter vervanging van de NPR13201-1. Naar verwachting wordt begin 2017 een nieuwe richtlijn uitgebracht. PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden heeft als taak het inkopen en aanbesteden bij alle overheden te professionaliseren. Met oog voor rechtmatigheid én doelmatigheid. Document met daarin beschreven de standaard toe te passen materialen zoals masten, armaturen en lichtbronnen in diverse situaties. Rationeel beheer legt er de nadruk op dat over een meerjarige periode (10 jaar) de kapitalisatie van investeringen, restwaarden en onderhoudskosten zo laag mogelijk is onder gelijkblijvende randvoorwaarden en doelen. Rationeel vereist een planmatige aanpak van onderhoud en vervanging, dit betekent dat er een grote nadruk ligt op preventief onderhoud. De budgetbewaking is meerjarig van karakter. Hogedruk Metaalhalogeenlamp. Lamp met een witte lichtkleur, een hoge lichtopbrengst en goede kleurherkenning. Wordt toegepast in winkel- en stadscentra. Hogedruk kwikdamplamp, mag niet meer worden toegepast Lagedruk Natriumlamp. Heeft een zeer hoge lichtopbrengst, is oranje geel van lichtkleur met een slechte kleurherkenning. Kan overal worden toegepast waar de leefbaarheid geen hoge prioriteit heeft. Hogedruk Natriumlamp. Lichtkleur geel, heeft een hoge lichtopbrengst en een redelijke kleurherkenning. Wordt toegepast in winkel- en stadscentra. Lagedruk Kwikdamplamp. Lamp met een wit/warmwitte lichtkleur, een hoge lichtopbrengst, lange levensduur en een goede kleurherkenning. Wordt toegepast in verblijfsgebieden. Lamp leverbaar in verschillende lichtkleuren. Over het algemeen een goede kleurherkenning. Heeft een lange levensduur en op dit moment nog een hoge aanschafprijs. Wordt toegepast in het buitengebied en verblijfsgebieden. 32