1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN

Vergelijkbare documenten
1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN

1 Nieuwe, vereenvoudigde regelgeving TMB

STAD ANTWERPEN Stadsontwikkeling Openbaar domein

V&G Bouwproces. Wettelijk en maatschappelijk kader. V&G Bouwproces / d.d

Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S )

Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen ( B.S )

Gebruikershandleiding

Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S )

aangevuld en/of gewijzigd met de bepalingen van het KB dd

Vooraf gemelde examenvragen opleiding VC A en B op TMB

Aanwezigheidsregistratie Context van de nieuwe wetgeving

WERKEN MET DERDEN. Ondertitel of verduidelijking

V&G Bouwproces. Wettelijk en maatschappelijk kader. V&G Bouwproces / d.d

Deze reglementering legt sinds 1 mei 2001 drie categorieën van nieuwe verplichtingen op inzake veiligheid op de bouwplaatsen:

RISICO-INVENTARISATIE VEILIGHEID en GEZONDHEID ONTWERPFASE

Veiligheid- en gezondheidsplan ontwerp

Werkvoorbereiding & uitvoering Arbo

Aangiften van werken in onroerende staat en/of gevaarlijke werken (AVW) en aanwezigheidsregistraties (CAW)

Checkinatwork. De aanwezigheidsregistratie bij werken in onroerende staat

COORDINATIE-DAGBOEK DE MANDATARIS VLAAMSE OVERHEID. Agentschap Facilitair Bedrijf Boudewijngebouw Boudewijnlaan 30 bus Brussel

BIJZONDER VEILIGHEIDS- & GEZONDHEIDSPLAN ONTWERP

Checkinatwork. De aanwezigheidsregistratie bij werken in onroerende staat

WERKEN MET DERDEN. Ondertitel of verduidelijking

De definities die hier gegeven zijn slaan enkel op deze projecten voor niet particuliere doelen

BIJZONDER BESTEK NR. 351

De registratie moet gebeuren vóór de betrokken persoon aan het werk gaat en moet dagelijks gebeuren.

KB 25 JANUARI Koninkliik besluit betreffend de tiideliike en mobiele bouwplaatsen. (l)

15 jaar KB TMB. Ervaringen van een inspecteur

Werken in onroerende staat

Algemene voorwaarden m.b.t. veiligheidscoördinatie

Checkinatwork. De aanwezigheidsregistratie bij werken in onroerende staat

De coördinatie van tijdelijke of mobiele bouwprojecten Vereenvoudigd regime voor kleinere bouwwerken

POST INTERVENTIE DOSSIER. Toepassingsgebied KB Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen voor bouwkundige werken binnen

De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de sociale schulden. Historiek van het principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid

Vertegenwoordigd door: Dhr. Kris Eggermont, technisch directeur Hierna de opdrachtgever genoemd,

1. Quick start...5 a. Waarvoor dient de "Unieke werfmelding"?...5 b. Gebruik van de "Unieke werfmelding"...5

Veiligheidscoördinator: Rudy Putteman Volgnummer: A Wijze van overdracht: mail post Dactylo-datum: 23/5/2011 RPU

MEMO. Interpretatie Arbeidsomstandighedenwet V&G-verantwoordelijkheden opdrachtgever en opdrachtnemer

De artikels 29 en 30 van het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zijn gewijzigd

Definitie van een ernstig arbeidsongeval volgens artikel 94bis 1 van de Welzijnswet:

VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN. Bestek OV. Gemeente Epe

TAKEN, BEVOEGDHEDEN EN VERANTWOORDELIJKEN VAN DE COÖRDINATOR TIJDELIJKE EN MOBIELE BOUWPLAATSEN

Postinterventiedossier (PID) Bodemsaneringswerken van een verontreinigd terrein van een voormalig tankstation

8 "postinterventiedossier" : dossier waarvan de inhoud beantwoordt aan de bijlage I, deel C, en dat de voor de veiligheid en de gezondheid nuttige

V E I L I G H E I D S & G E Z O N D H E I D S P L A N

Codex over het welzijn op het werk. Boek IX.- Collectieve bescherming en individuele uitrusting. Titel 1. Collectieve beschermingsmiddelen

Inhoudsopgave TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN. HOOFDSTUK I: Welzijnswet werknemers

24 APRIL Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen inzake welzijn op het werk (1)

Inhoudsopgave TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN. HOOFDSTUK IV: Maatregelen in verband met ernstige arbeidsongevallen

7 Documenten te bezorgen door aannemer bij zijn inschrijving

Strategisch plan voor de bouwsector. Pistes om de voorwaarden te scheppen voor een gezonde concurrentie

REGELING ARTIKEL 30bis: CONTROLE MEDECONTRACTANT (AANNEMER/ONDER- AANNEMER) OP SOCIALE EN FISCALE SCHULDEN

Gebruikershandleiding: Aangifte van werken Inhoudstafel

De elektronische aanwezigheidsregistratie: start vanaf 1 april 2014 ook voor zelfstandigen

Hoofdstuk I. - Bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities

1. Kaderovereenkomsten: Eén enkele overeenkomst voor werken bestaande uit tussenkomsten die "op vraag" op verschillende plaatsen uitgevoerd worden.

Concordantietabel boek V Omgevingsfactoren en fysische agentia van de codex welzijn op het werk

Quick start... 3 a. Waaroor dient de "Unieke werfmelding"?... 3 b. Gebruik van de "Unieke werfmelding"... 3

Coördinatie voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen - Toelichting over het koninklijk besluit van 19 januari 2005

Tabel 1: overzicht verplichte sociale documenten

HOOFDSTUK I.- Definities. Artikel 1.- Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

AANBESTEDING Open procedure Procedure no. JRC/GEE/2016/D.1/0006/OC Raamovereenkomst voor diensten betreffende veiligheidscoördinatie

1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN

Vreemde talen op de bouwplaats

Welzijn en opleidingen

Aanwezigheidsregistratie: vraag en antwoord

Samen veilig en gezond bouwen. Het bouwproces in het arbobesluit

Dienst belast met medisch Niet noodzakelijk C., T.IV, H.VII, art. 27

Gebruikershandleiding: Aangifte van werken Inhoudstafel

RAPPORT RF SV 004.COD.02n (05/02/2004)

De aanwezigheidsregistratie op werkplaatsen!

Bescherming van stagiairs

Wettelijke voorwaarden om coördinator inzake veiligheid en gezondheid te worden voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen in België

Openbaar. Opgesteld door: HSE Enexis Procedure eigenaar: Manager HSE Goedgekeurd door: Manager HSE Pagina 1 van 12

Aanwezigheidsregistratie: vraag en antwoord

HET NIEUWE ARTIKEL 30BIS VAN DE WET VAN 27 JUNI 1969 EN DE GEVOLGEN VOOR DE OPDRACHTGEVER. Infosessie VVSG- juni 2008

Leaflet CIAW.indd 1 6/11/2015 9:14:35

Directie Infrastructuur van het Openbaar Vervoer C.C.N. Vooruitgangstraat,80 (bus 1) 1035 BRUSSEL 1. Bijzonder Bestek nr. 1438

DEELNAMEFORMULIER BESTE BOUWTEAM 2017

Transcriptie:

1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN 1.1 Algemeen veiligheids- en gezondheidsplan Het algemeen veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld door de veiligheidscoördinator ontwerp en wordt, voor de aanvang van de werken, aangevuld door de veiligheidscoördinator verwezenlijking. Elke aannemer stelt zijn eigen veiligheids-en gezondheidsplan op, die betrekking heeft op de door hem uit te voeren werkzaamheden en conform de Wet op het Welzijn. Dit plan wordt, minstens 15 dagen voor de aanvang van de werken, ter advies overgemaakt aan de VCV en ter goedkeuring aan de opdrachtgever, of zijn aangestelde, voorgelegd. Na een positief advies kunnen de werkzaamheden starten. Per uitvoeringsfase met specifieke risico s dient een specifiek veiligheids-en gezondheidsplan opgesteld te worden door de aannemer, indien deze risico s niet voorzien waren in het veiligheids-en gezondheidsplan. Elke onderaannemer of zelfstandige stelt zijn eigen specifiek veiligheids- en gezondheidsplan op met betrekking tot de door hem uit te voeren werken en conform de Wet op het Welzijn. Zijn hoofdaannemer evalueert de voorgestelde uitvoeringsmethode, en legt het op zijn beurt voor ter advies aan VCV en ter goedkeuring aan de opdrachtgever, of zijn aangestelde. Na positieve beslissing van de opdrachtgever of zijn aangestelde kan de onderaannemer zijn werken aanvatten. Interne werfreglementen opgesteld door de aannemers moeten aansluiten bij wat in het bijzonder bestek en in dit basis VGP is voorgeschreven en mogen dus geen ermee strijdige vermeldingen bevatten. Op vraag van de opdrachtgever, van zijn aangestelden of van de coördinator moet elke werkgever het bewijs leveren dat zijn werknemers en die van zijn onderaannemers behoorlijk en tijdig voorgelicht werden over de inhoud van de specifieke VGP s die hen aanbelangen. De manier en de grondigheid van voorlichten van de werknemers en van de onderaannemers inzake het uit te voeren veiligheids-en gezondheidsbeleid moet door de aannemer worden beschreven in zijn specifiek VGP. Dit specifiek VGP wordt aangevuld bij het algemeen VGP en vormt zo het veiligheids-en gezondheidsplan van de tijdelijke of mobiele bouwplaats. Het specifiek VGP van de aannemer betreft de uitvoeringsmethoden en middelen en de hieraan gebonden risico s, evaluatie en maatregelen voor de volledige uitvoering van de werf. Elke aannemer stelt zijn eigen VGP op die rechtstreeks slaan op de uit te voeren werkzaamheden. Voor werken waarvan de uitvoeringsmethoden nog niet bekend zijn kunnen later specifieke maatregelen opgesteld worden. Veiligheidsdossier 2

1.2 Post-interventiedossier Het post-interventiedossier is het dossier dat alle elementen bevat, nuttig voor de veiligheid en gezondheid waarmee bij latere werkzaamheden moet rekening gehouden worden en aangepast is aan de kenmerken van het bouwwerk. Het post-interventiedossier bevat tenminste: - De as-built plannen: deze zullen op verzoek van de VCV na het beëindigen van de uitvoeringsfase aan hem bezorgd worden zodat hij ten laatste 2 weken voor voorlopige oplevering over de nodige documenten beschikt. De as-built plannen worden door de bouwdirectie belast met de uitvoering van het desbetreffende werk opgemaakt. - De architecturale, technische en organisatorische elementen ivm de verwezenlijking, de instandhouding en het onderhoud van het bouwwerk - De informatie voor de uitvoerders van te voorziene latere werkzaamheden, waaronder keuringsattesten van de elementen die deel uitmaken van de definitieve constructie - De relevante benadering van de keuzen (ivm toegepaste uitvoeringsmethoden, technieken, materialen of architecturale elementen) Het is de taak van alle tussenkomende partijen om tijdens de verwezenlijking alle relevante gegevens die in het post-interventiedossier moeten opgenomen worden te verzamelen en/of op te tekenen. Bij het einde van de werken worden deze gegevens overgemaakt aan de VCV die ze implementeert in het post-interventiedossier. 1.3 Unieke werfmelding aanwezigheidsregistratie 1.3.1 Algemeen De aannemers in de bouwsector zijn gebonden aan een aantal wettelijke verplichtingen inzake melding van werken. Afhankelijk van de aard en de omvang van de uitgevoerde werken, moeten mogelijk diverse meldingen aan verschillende instellingen uitgevoerd worden die daarenboven gedeeltelijk dezelfde gegevens bevatten. Aan de hand van de toepassing 'Unieke werfmelding' op de portaalsite van de sociale zekerheid, moeten de aannemers die werken in onroerende staat uitvoeren (nieuw toepassingsgebied 30bis vanaf 01/06/2009), deze werken elektronisch melden. De aannemers van de bouwsector kunnen - gelijktijdig of apart - diverse werkmeldingen doorvoeren : De melding van de werken 30bis aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid De melding van werken aan het Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en Hygiëne in het Bouwbedrijf (NAVB) De melding van tijdelijke of mobiele bouwplaatsen aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Administratie van de ArbeidsVeiligheid (AAV) De melding van asbestverwijderingswerken aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie - Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG) Veiligheidsdossier 3

De melding van werken in een hyperbare omgeving aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie - Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG) De melding van zandstraalwerken aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie - Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG). 1.3.2 De melding van Tijdelijke of Mobiele werkplaatsen: De bouwdirectie belast met de uitvoering, doet een voorafgaande kennisgeving vóór de opening van de bouwplaats, wat betreft: A) Elke tijdelijke of mobiele bouwplaats waar één of meer werkzaamheden, opgesomd hieronder uitgevoerd worden en waarvan de totale duur vijf werkdagen overschrijdt. 1 werkzaamheden die de werknemers aan gevaren van bedelving, wegzinken of vallen blootstellen, gevaren die bijzonder vergroot worden door de aard van de werkzaamheden of van de toegepaste procédés of door de omgeving van de arbeidsplaats of de werken. a) het graven van sleuven of putten van meer dan 1,20 m diepte en het werken aan of in deze putten b) het werken in de onmiddellijke nabijheid van materialen zoals drijfzand of slib c) het werken met een valgevaar van een hoogte van 5 m of meer. 2 werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan chemische of biologische agentia die een bijzonder risico voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers inhouden 3 elk werk met ioniserende stralingen waarvoor de aanwijzing van gecontroleerde of bewaakte zones zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, vereist is 4 werkzaamheden in de nabijheid van elektrische hoogspanningslijnen of kabels of van leidingen onder een inwendige druk van 15 bar of meer 5 werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan een risico op verdrinking 6 ondergrondse werken en tunnelwerken 7 werkzaamheden met duikuitrusting 8 werkzaamheden onder overdruk 9 werkzaamheden waarbij springstoffen worden gebruikt 10 werkzaamheden in verband met de montage of demontage van zware geprefabriceerde elementen. Veiligheidsdossier 4

B) Elke tijdelijke of mobiele bouwplaats waarvan de vermoedelijke omvang van de werken beantwoordt aan deze 1 hetzij, de vermoedelijke duur van de werkzaamheden langer is dan dertig werkdagen en waar op één of meer ogenblikken meer dan twintig werknemers tegelijkertijd aan het werk zijn 2 hetzij, het vermoedelijke werkvolume groter is dan 500 mandagen. Op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar meerdere bouwdirecties belast met de uitvoering actief zijn, valt de in het eerste lid bedoelde kennisgeving ten laste van elke bouwdirectie die als eerste activiteiten op de bouwplaats uitvoert. De voorafgaande kennisgeving wordt ten minste vijftien kalenderdagen vóór het begin van de werken op de bouwplaats gedaan aan de met het toezicht inzake arbeidsveiligheid belaste ambtenaar en bevat ten minste de in de bijlage II van dit besluit opgesomde gegevens. Een kopie van de voorafgaande kennisgeving moet zichtbaar op de bouwplaats op een voor het personeel gemakkelijk toegankelijke plaats uitgehangen worden. 1.3.3 Aanwezigheidsregistratie bij werken in onroerende staat Vanaf 1 april 2014 treedt de wet van 8 december 2013 in werking. Die wet verplicht de registratie van mensen die werken in onroerende staat uitvoeren op bepaalde werkplaatsen. De aanwezigheidsregistratie is verplicht voor werkplaatsen waar werken worden uitgevoerd waarvan het totale bedrag exclusief BTW gelijk is aan of hoger is dan 800 000 euro. Het gaat hier om contracten gesloten door aannemers met een en dezelfde opdrachtgever. 1.3.3.1 Veiligheid en gezondheid op het werk De aanwezigheidsregistratie van mensen die werken in onroerende staat uitvoeren op een werkplaats komt voort uit de welzijnswet voor werknemers. De registratie zorgt ervoor dat er geen twijfel bestaat over wie wanneer aanwezig was op welke werkplaats. Dit schept duidelijkheid bij een ongeval of in gevaarlijke situaties, zoals wanneer er asbest is op de werkplaats. 1.3.3.2 Actie tegen oneerlijke concurrentie De registratie van aanwezigheden op werkplaatsen in onroerende staat gaat tevens in tegen oneerlijke concurrentie. Door precies vast te leggen wie in welke hoedanigheid op welke werkplaats is, legt het systeem sociale fraude aan banden. Veiligheidsdossier 5

1.3.3.3 Wie moet Checkinatwork gebruiken? De wet bepaalt dat iedereen die werken in onroerende staat uitvoert op een werkplaats, geregistreerd moet zijn. De verantwoordelijkheid voor de registratie ligt zowel bij de persoon die iemand uitstuurt om te werken (werkgever, aannemer), als bij de persoon die het werk doet (werknemer, zelfstandige). Beide partijen moeten elkaar eraan herinneren dat er geregistreerd moet worden. Ze spreken onderling af wie de registratie doet. A/ Werkgevers Als werkgever of aannemer moet u ervoor zorgen dat uw werknemers of onderaannemers geregistreerd zijn. U kunt die registratie zelf doen, of duidelijk afspreken met de werknemer of onderaannemer dat die zichzelf registreert. Als u de werknemer of onderaannemer vraagt om de registratie zelf te doen, moet u een registratiemiddel ter beschikking stellen. Uw werknemer of onderaannemer kan de registratie controleren in Checkinatwork. B/ Zelfstandigen Bent u een zelfstandige en voert u als onderaannemer werken in onroerende staat uit? Ook u moet in dat geval geregistreerd zijn. De regels die gelden voor werknemers gelden in dit geval ook voor u. U spreekt met uw medecontractant af wie de registratie doet. U kunt zichzelf registreren, of de registratie door uw medecontractant nakijken in de onlinedienst Checkinatwork. Veiligheidsdossier 6