1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN 1.1 Algemeen veiligheids- en gezondheidsplan Het algemeen veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld door de veiligheidscoördinator ontwerp en wordt, voor de aanvang van de werken, aangevuld door de veiligheidscoördinator verwezenlijking. Elke aannemer stelt zijn eigen veiligheids-en gezondheidsplan op, die betrekking heeft op de door hem uit te voeren werkzaamheden en conform de Wet op het Welzijn. Dit plan wordt, minstens 15 dagen voor de aanvang van de werken, ter advies overgemaakt aan de VCV en ter goedkeuring aan de opdrachtgever, of zijn aangestelde, voorgelegd. Na een positief advies kunnen de werkzaamheden starten. Per uitvoeringsfase met specifieke risico s dient een specifiek veiligheids-en gezondheidsplan opgesteld te worden door de aannemer, indien deze risico s niet voorzien waren in het veiligheids-en gezondheidsplan. Elke onderaannemer of zelfstandige stelt zijn eigen specifiek veiligheids- en gezondheidsplan op met betrekking tot de door hem uit te voeren werken en conform de Wet op het Welzijn. Zijn hoofdaannemer evalueert de voorgestelde uitvoeringsmethode, en legt het op zijn beurt voor ter advies aan VCV en ter goedkeuring aan de opdrachtgever, of zijn aangestelde. Na positieve beslissing van de opdrachtgever of zijn aangestelde kan de onderaannemer zijn werken aanvatten. Interne werfreglementen opgesteld door de aannemers moeten aansluiten bij wat in het bijzonder bestek en in dit basis VGP is voorgeschreven en mogen dus geen ermee strijdige vermeldingen bevatten. Op vraag van de opdrachtgever, van zijn aangestelden of van de coördinator moet elke werkgever het bewijs leveren dat zijn werknemers en die van zijn onderaannemers behoorlijk en tijdig voorgelicht werden over de inhoud van de specifieke VGP s die hen aanbelangen. De manier en de grondigheid van voorlichten van de werknemers en van de onderaannemers inzake het uit te voeren veiligheids-en gezondheidsbeleid moet door de aannemer worden beschreven in zijn specifiek VGP. Dit specifiek VGP wordt aangevuld bij het algemeen VGP en vormt zo het veiligheids-en gezondheidsplan van de tijdelijke of mobiele bouwplaats. Het specifiek VGP van de aannemer betreft de uitvoeringsmethoden en middelen en de hieraan gebonden risico s, evaluatie en maatregelen voor de volledige uitvoering van de werf. Elke aannemer stelt zijn eigen VGP op die rechtstreeks slaan op de uit te voeren werkzaamheden. Voor werken waarvan de uitvoeringsmethoden nog niet bekend zijn kunnen later specifieke maatregelen opgesteld worden. Veiligheidsdossier 2
1.2 Post-interventiedossier Het post-interventiedossier is het dossier dat alle elementen bevat, nuttig voor de veiligheid en gezondheid waarmee bij latere werkzaamheden moet rekening gehouden worden en aangepast is aan de kenmerken van het bouwwerk. Het post-interventiedossier bevat tenminste: - De as-built plannen: deze zullen op verzoek van de VCV na het beëindigen van de uitvoeringsfase aan hem bezorgd worden zodat hij ten laatste 2 weken voor voorlopige oplevering over de nodige documenten beschikt. De as-built plannen worden door de bouwdirectie belast met de uitvoering van het desbetreffende werk opgemaakt. - De architecturale, technische en organisatorische elementen ivm de verwezenlijking, de instandhouding en het onderhoud van het bouwwerk - De informatie voor de uitvoerders van te voorziene latere werkzaamheden, waaronder keuringsattesten van de elementen die deel uitmaken van de definitieve constructie - De relevante benadering van de keuzen (ivm toegepaste uitvoeringsmethoden, technieken, materialen of architecturale elementen) Het is de taak van alle tussenkomende partijen om tijdens de verwezenlijking alle relevante gegevens die in het post-interventiedossier moeten opgenomen worden te verzamelen en/of op te tekenen. Bij het einde van de werken worden deze gegevens overgemaakt aan de VCV die ze implementeert in het post-interventiedossier. 1.3 Unieke werfmelding aanwezigheidsregistratie 1.3.1 Algemeen De aannemers in de bouwsector zijn gebonden aan een aantal wettelijke verplichtingen inzake melding van werken. Afhankelijk van de aard en de omvang van de uitgevoerde werken, moeten mogelijk diverse meldingen aan verschillende instellingen uitgevoerd worden die daarenboven gedeeltelijk dezelfde gegevens bevatten. Aan de hand van de toepassing 'Unieke werfmelding' op de portaalsite van de sociale zekerheid, moeten de aannemers die werken in onroerende staat uitvoeren (nieuw toepassingsgebied 30bis vanaf 01/06/2009), deze werken elektronisch melden. De aannemers van de bouwsector kunnen - gelijktijdig of apart - diverse werkmeldingen doorvoeren : De melding van de werken 30bis aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid De melding van werken aan het Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en Hygiëne in het Bouwbedrijf (NAVB) De melding van tijdelijke of mobiele bouwplaatsen aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Administratie van de ArbeidsVeiligheid (AAV) De melding van asbestverwijderingswerken aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie - Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG) Veiligheidsdossier 3
De melding van werken in een hyperbare omgeving aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie - Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG) De melding van zandstraalwerken aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie - Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG). 1.3.2 De melding van Tijdelijke of Mobiele werkplaatsen: De bouwdirectie belast met de uitvoering, doet een voorafgaande kennisgeving vóór de opening van de bouwplaats, wat betreft: A) Elke tijdelijke of mobiele bouwplaats waar één of meer werkzaamheden, opgesomd hieronder uitgevoerd worden en waarvan de totale duur vijf werkdagen overschrijdt. 1 werkzaamheden die de werknemers aan gevaren van bedelving, wegzinken of vallen blootstellen, gevaren die bijzonder vergroot worden door de aard van de werkzaamheden of van de toegepaste procédés of door de omgeving van de arbeidsplaats of de werken. a) het graven van sleuven of putten van meer dan 1,20 m diepte en het werken aan of in deze putten b) het werken in de onmiddellijke nabijheid van materialen zoals drijfzand of slib c) het werken met een valgevaar van een hoogte van 5 m of meer. 2 werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan chemische of biologische agentia die een bijzonder risico voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers inhouden 3 elk werk met ioniserende stralingen waarvoor de aanwijzing van gecontroleerde of bewaakte zones zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, vereist is 4 werkzaamheden in de nabijheid van elektrische hoogspanningslijnen of kabels of van leidingen onder een inwendige druk van 15 bar of meer 5 werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan een risico op verdrinking 6 ondergrondse werken en tunnelwerken 7 werkzaamheden met duikuitrusting 8 werkzaamheden onder overdruk 9 werkzaamheden waarbij springstoffen worden gebruikt 10 werkzaamheden in verband met de montage of demontage van zware geprefabriceerde elementen. Veiligheidsdossier 4
B) Elke tijdelijke of mobiele bouwplaats waarvan de vermoedelijke omvang van de werken beantwoordt aan deze 1 hetzij, de vermoedelijke duur van de werkzaamheden langer is dan dertig werkdagen en waar op één of meer ogenblikken meer dan twintig werknemers tegelijkertijd aan het werk zijn 2 hetzij, het vermoedelijke werkvolume groter is dan 500 mandagen. Op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar meerdere bouwdirecties belast met de uitvoering actief zijn, valt de in het eerste lid bedoelde kennisgeving ten laste van elke bouwdirectie die als eerste activiteiten op de bouwplaats uitvoert. De voorafgaande kennisgeving wordt ten minste vijftien kalenderdagen vóór het begin van de werken op de bouwplaats gedaan aan de met het toezicht inzake arbeidsveiligheid belaste ambtenaar en bevat ten minste de in de bijlage II van dit besluit opgesomde gegevens. Een kopie van de voorafgaande kennisgeving moet zichtbaar op de bouwplaats op een voor het personeel gemakkelijk toegankelijke plaats uitgehangen worden. 1.3.3 Aanwezigheidsregistratie bij werken in onroerende staat Vanaf 1 april 2014 treedt de wet van 8 december 2013 in werking. Die wet verplicht de registratie van mensen die werken in onroerende staat uitvoeren op bepaalde werkplaatsen. De aanwezigheidsregistratie is verplicht voor werkplaatsen waar werken worden uitgevoerd waarvan het totale bedrag exclusief BTW gelijk is aan of hoger is dan 800 000 euro. Het gaat hier om contracten gesloten door aannemers met een en dezelfde opdrachtgever. 1.3.3.1 Veiligheid en gezondheid op het werk De aanwezigheidsregistratie van mensen die werken in onroerende staat uitvoeren op een werkplaats komt voort uit de welzijnswet voor werknemers. De registratie zorgt ervoor dat er geen twijfel bestaat over wie wanneer aanwezig was op welke werkplaats. Dit schept duidelijkheid bij een ongeval of in gevaarlijke situaties, zoals wanneer er asbest is op de werkplaats. 1.3.3.2 Actie tegen oneerlijke concurrentie De registratie van aanwezigheden op werkplaatsen in onroerende staat gaat tevens in tegen oneerlijke concurrentie. Door precies vast te leggen wie in welke hoedanigheid op welke werkplaats is, legt het systeem sociale fraude aan banden. Veiligheidsdossier 5
1.3.3.3 Wie moet Checkinatwork gebruiken? De wet bepaalt dat iedereen die werken in onroerende staat uitvoert op een werkplaats, geregistreerd moet zijn. De verantwoordelijkheid voor de registratie ligt zowel bij de persoon die iemand uitstuurt om te werken (werkgever, aannemer), als bij de persoon die het werk doet (werknemer, zelfstandige). Beide partijen moeten elkaar eraan herinneren dat er geregistreerd moet worden. Ze spreken onderling af wie de registratie doet. A/ Werkgevers Als werkgever of aannemer moet u ervoor zorgen dat uw werknemers of onderaannemers geregistreerd zijn. U kunt die registratie zelf doen, of duidelijk afspreken met de werknemer of onderaannemer dat die zichzelf registreert. Als u de werknemer of onderaannemer vraagt om de registratie zelf te doen, moet u een registratiemiddel ter beschikking stellen. Uw werknemer of onderaannemer kan de registratie controleren in Checkinatwork. B/ Zelfstandigen Bent u een zelfstandige en voert u als onderaannemer werken in onroerende staat uit? Ook u moet in dat geval geregistreerd zijn. De regels die gelden voor werknemers gelden in dit geval ook voor u. U spreekt met uw medecontractant af wie de registratie doet. U kunt zichzelf registreren, of de registratie door uw medecontractant nakijken in de onlinedienst Checkinatwork. Veiligheidsdossier 6