1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN
|
|
|
- Silke de Winter
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN 1.1 Algemeen veiligheids- en gezondheidsplan Het algemeen veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld door de veiligheidscoördinator ontwerp en wordt, voor de aanvang van de werken, aangevuld door de veiligheidscoördinator verwezenlijking. Elke aannemer stelt zijn eigen veiligheids-en gezondheidsplan op, die betrekking heeft op de door hem uit te voeren werkzaamheden en conform de Wet op het Welzijn. Dit plan wordt, minstens 15 dagen voor de aanvang van de werken, ter advies overgemaakt aan de VCV en ter goedkeuring aan de opdrachtgever, of zijn aangestelde, voorgelegd. Na een positief advies kunnen de werkzaamheden starten. Per uitvoeringsfase met specifieke risico s dient een specifiek veiligheids-en gezondheidsplan opgesteld te worden door de aannemer, indien deze risico s niet voorzien waren in het veiligheids-en gezondheidsplan. Elke onderaannemer of zelfstandige stelt zijn eigen specifiek veiligheids- en gezondheidsplan op met betrekking tot de door hem uit te voeren werken en conform de Wet op het Welzijn. Zijn hoofdaannemer evalueert de voorgestelde uitvoeringsmethode, en legt het op zijn beurt voor ter advies aan VCV en ter goedkeuring aan de opdrachtgever, of zijn aangestelde. Na positieve beslissing van de opdrachtgever of zijn aangestelde kan de onderaannemer zijn werken aanvatten. Interne werfreglementen opgesteld door de aannemers moeten aansluiten bij wat in het bijzonder bestek en in dit basis VGP is voorgeschreven en mogen dus geen ermee strijdige vermeldingen bevatten. Op vraag van de opdrachtgever, van zijn aangestelden of van de coördinator moet elke werkgever het bewijs leveren dat zijn werknemers en die van zijn onderaannemers behoorlijk en tijdig voorgelicht werden over de inhoud van de specifieke VGP s die hen aanbelangen. De manier en de grondigheid van voorlichten van de werknemers en van de onderaannemers inzake het uit te voeren veiligheids-en gezondheidsbeleid moet door de aannemer worden beschreven in zijn specifiek VGP. Dit specifiek VGP wordt aangevuld bij het algemeen VGP en vormt zo het veiligheids-en gezondheidsplan van de tijdelijke of mobiele bouwplaats. Het specifiek VGP van de aannemer betreft de uitvoeringsmethoden en middelen en de hieraan gebonden risico s, evaluatie en maatregelen voor de volledige uitvoering van de werf. Elke aannemer stelt zijn eigen VGP op die rechtstreeks slaan op de uit te voeren werkzaamheden. Voor werken waarvan de uitvoeringsmethoden nog niet bekend zijn kunnen later specifieke maatregelen opgesteld worden. Veiligheidsdossier 2
2 1.2 Post-interventiedossier Het post-interventiedossier is het dossier dat alle elementen bevat, nuttig voor de veiligheid en gezondheid waarmee bij latere werkzaamheden moet rekening gehouden worden en aangepast is aan de kenmerken van het bouwwerk. Het post-interventiedossier bevat tenminste: - De as-built plannen: deze zullen op verzoek van de VCV na het beëindigen van de uitvoeringsfase aan hem bezorgd worden zodat hij ten laatste 2 weken voor voorlopige oplevering over de nodige documenten beschikt. De as-built plannen worden door de bouwdirectie belast met de uitvoering van het desbetreffende werk opgemaakt. - De architecturale, technische en organisatorische elementen ivm de verwezenlijking, de instandhouding en het onderhoud van het bouwwerk - De informatie voor de uitvoerders van te voorziene latere werkzaamheden, waaronder keuringsattesten van de elementen die deel uitmaken van de definitieve constructie - De relevante benadering van de keuzen (ivm toegepaste uitvoeringsmethoden, technieken, materialen of architecturale elementen) Het is de taak van alle tussenkomende partijen om tijdens de verwezenlijking alle relevante gegevens die in het post-interventiedossier moeten opgenomen worden te verzamelen en/of op te tekenen. Bij het einde van de werken worden deze gegevens overgemaakt aan de VCV die ze implementeert in het post-interventiedossier. 1.3 Unieke werfmelding aanwezigheidsregistratie Algemeen De aannemers in de bouwsector zijn gebonden aan een aantal wettelijke verplichtingen inzake melding van werken. Afhankelijk van de aard en de omvang van de uitgevoerde werken, moeten mogelijk diverse meldingen aan verschillende instellingen uitgevoerd worden die daarenboven gedeeltelijk dezelfde gegevens bevatten. Aan de hand van de toepassing 'Unieke werfmelding' op de portaalsite van de sociale zekerheid, moeten de aannemers die werken in onroerende staat uitvoeren (nieuw toepassingsgebied 30bis vanaf 01/06/2009), deze werken elektronisch melden. De aannemers van de bouwsector kunnen - gelijktijdig of apart - diverse werkmeldingen doorvoeren : De melding van de werken 30bis aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid De melding van werken aan het Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en Hygiëne in het Bouwbedrijf (NAVB) De melding van tijdelijke of mobiele bouwplaatsen aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Administratie van de ArbeidsVeiligheid (AAV) De melding van asbestverwijderingswerken aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie - Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG) Veiligheidsdossier 3
3 De melding van werken in een hyperbare omgeving aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie - Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG) De melding van zandstraalwerken aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie - Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG) De melding van Tijdelijke of Mobiele werkplaatsen: De bouwdirectie belast met de uitvoering, doet een voorafgaande kennisgeving vóór de opening van de bouwplaats, wat betreft: A) Elke tijdelijke of mobiele bouwplaats waar één of meer werkzaamheden, opgesomd hieronder uitgevoerd worden en waarvan de totale duur vijf werkdagen overschrijdt. 1 werkzaamheden die de werknemers aan gevaren van bedelving, wegzinken of vallen blootstellen, gevaren die bijzonder vergroot worden door de aard van de werkzaamheden of van de toegepaste procédés of door de omgeving van de arbeidsplaats of de werken. a) het graven van sleuven of putten van meer dan 1,20 m diepte en het werken aan of in deze putten b) het werken in de onmiddellijke nabijheid van materialen zoals drijfzand of slib c) het werken met een valgevaar van een hoogte van 5 m of meer. 2 werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan chemische of biologische agentia die een bijzonder risico voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers inhouden 3 elk werk met ioniserende stralingen waarvoor de aanwijzing van gecontroleerde of bewaakte zones zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, vereist is 4 werkzaamheden in de nabijheid van elektrische hoogspanningslijnen of kabels of van leidingen onder een inwendige druk van 15 bar of meer 5 werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan een risico op verdrinking 6 ondergrondse werken en tunnelwerken 7 werkzaamheden met duikuitrusting 8 werkzaamheden onder overdruk 9 werkzaamheden waarbij springstoffen worden gebruikt 10 werkzaamheden in verband met de montage of demontage van zware geprefabriceerde elementen. Veiligheidsdossier 4
4 B) Elke tijdelijke of mobiele bouwplaats waarvan de vermoedelijke omvang van de werken beantwoordt aan deze 1 hetzij, de vermoedelijke duur van de werkzaamheden langer is dan dertig werkdagen en waar op één of meer ogenblikken meer dan twintig werknemers tegelijkertijd aan het werk zijn 2 hetzij, het vermoedelijke werkvolume groter is dan 500 mandagen. Op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar meerdere bouwdirecties belast met de uitvoering actief zijn, valt de in het eerste lid bedoelde kennisgeving ten laste van elke bouwdirectie die als eerste activiteiten op de bouwplaats uitvoert. De voorafgaande kennisgeving wordt ten minste vijftien kalenderdagen vóór het begin van de werken op de bouwplaats gedaan aan de met het toezicht inzake arbeidsveiligheid belaste ambtenaar en bevat ten minste de in de bijlage II van dit besluit opgesomde gegevens. Een kopie van de voorafgaande kennisgeving moet zichtbaar op de bouwplaats op een voor het personeel gemakkelijk toegankelijke plaats uitgehangen worden Aanwezigheidsregistratie bij werken in onroerende staat Vanaf 1 april 2014 treedt de wet van 8 december 2013 in werking. Die wet verplicht de registratie van mensen die werken in onroerende staat uitvoeren op bepaalde werkplaatsen. De aanwezigheidsregistratie is verplicht voor werkplaatsen waar werken worden uitgevoerd waarvan het totale bedrag exclusief BTW gelijk is aan of hoger is dan euro. Het gaat hier om contracten gesloten door aannemers met een en dezelfde opdrachtgever Veiligheid en gezondheid op het werk De aanwezigheidsregistratie van mensen die werken in onroerende staat uitvoeren op een werkplaats komt voort uit de welzijnswet voor werknemers. De registratie zorgt ervoor dat er geen twijfel bestaat over wie wanneer aanwezig was op welke werkplaats. Dit schept duidelijkheid bij een ongeval of in gevaarlijke situaties, zoals wanneer er asbest is op de werkplaats Actie tegen oneerlijke concurrentie De registratie van aanwezigheden op werkplaatsen in onroerende staat gaat tevens in tegen oneerlijke concurrentie. Door precies vast te leggen wie in welke hoedanigheid op welke werkplaats is, legt het systeem sociale fraude aan banden. Veiligheidsdossier 5
5 Wie moet Checkinatwork gebruiken? De wet bepaalt dat iedereen die werken in onroerende staat uitvoert op een werkplaats, geregistreerd moet zijn. De verantwoordelijkheid voor de registratie ligt zowel bij de persoon die iemand uitstuurt om te werken (werkgever, aannemer), als bij de persoon die het werk doet (werknemer, zelfstandige). Beide partijen moeten elkaar eraan herinneren dat er geregistreerd moet worden. Ze spreken onderling af wie de registratie doet. A/ Werkgevers Als werkgever of aannemer moet u ervoor zorgen dat uw werknemers of onderaannemers geregistreerd zijn. U kunt die registratie zelf doen, of duidelijk afspreken met de werknemer of onderaannemer dat die zichzelf registreert. Als u de werknemer of onderaannemer vraagt om de registratie zelf te doen, moet u een registratiemiddel ter beschikking stellen. Uw werknemer of onderaannemer kan de registratie controleren in Checkinatwork. B/ Zelfstandigen Bent u een zelfstandige en voert u als onderaannemer werken in onroerende staat uit? Ook u moet in dat geval geregistreerd zijn. De regels die gelden voor werknemers gelden in dit geval ook voor u. U spreekt met uw medecontractant af wie de registratie doet. U kunt zichzelf registreren, of de registratie door uw medecontractant nakijken in de onlinedienst Checkinatwork. Veiligheidsdossier 6
6 2 ALGEMEEN VEILIGHEIDS EN GEZONDHEIDSPLAN 2.1 Algemene inleiding Dit document is opgesteld op basis van het K.B. van 25 januari 2001 (B.S. 7 februari 2001) betreffende tijdelijke en mobiele bouwplaatsen. Zoals beschreven in artikel 25 van dit K.B. bevat dit document de risicoanalyse en de vast te stellen preventiemaatregelen ter voorkoming van de risico s waaraan de werknemers kunnen blootgesteld worden als gevolg van: 1 de uitvoering van het werk 2 de wederzijdse inwerking van activiteiten van de diverse tussenkomende partijen die tegelijkertijd op de tijdelijke en mobiele bouwplaats aanwezig zijn 3 de opeenvolging van de activiteiten van de diverse tussenkomende partijen op een tijdelijke of mobiele bouwplaats wanneer een tussenkomst, na het beëindigen ervan, risico s laat bestaan voor de andere tussenkomende partijen die later zullen tussenkomen 4 de wederzijdse inwerking van alle installaties of alle andere activiteiten op of in de nabijheid van de site waar de tijdelijke of mobiele bouwplaats is gevestigd, inzonderheid het openbaar of privaat goederen- of personenvervoer, het aanvatten of de voortzetting van het gebruik van een gebouw of de voortzetting van eender welke exploitatie 5 de uitvoering van mogelijke latere werkzaamheden aan het bouwwerk Het veiligheidsplan van de bouwplaats is het belangrijkste coördinatie-instrument. Het bevat de maatregelen die kunnen voorkomen dat er risico s ontstaan die voornamelijk voortvloeien uit de wederzijdse inwerking en de opeenvolging van de activiteiten van de diverse tussenkomende partijen op de bouwplaats. Het plan bevat technische gegevens (risicoanalyse, preventiemaatregelen, beschrijving van het bouwwerk, instructies voor de tussenkomende partijen, ) en administratieve inlichtingen. Veiligheidsdossier 7
7 2.2 Beschrijving van het project Beschrijving der werken Aanleg publieke ruimte in de wijk Duivekeet : de aanneming bestaat uit 1 perceel, uitgevoerd in 2 fases: - Fase 1: Rioleringswerken + buffering + hoofdweg in beton + slipvorm + bezaaiingen - Fase 2: voet-en fietspaden + brandweg De voornaamste uit te voeren werken Fase 1: - Op en afbreken van massieven, constructies, kleine kunstwerken en afsluitingen - Piëzometrische buizen - Riolering en afvoer van water aangelegd in een sleuf - Geschiktmaken van sleufbodem na uitgraving door aanbrengen van aanvullingsmateriaal onder de fundering volgens - Waterdichtheidsproeven/luchtdichtheidsproeven - Aansluiten van een nieuwe buis op een bestaande toegangs-of verbindingsput - Toegangs-en verbindingsputten - Aanbrengenv van een nieuwe bovenbouw op bestaande toegangs-en verbindingsputten - Bovenbouw van nieuwe toegangs-en verbindingsputten - Gecombineerde toegangs-of verbindingsputten of kunstwerken in open bouwput - Rioleringsonderdelen - Draineringen - Aansluitingen op Wadi noordwest - Aansluitingen op Wadi oost - Aansluitingen op rioleringen - Voorbereidende werken wegenis - Opbreken van verhardingen zonder fundering en onderfundering - Opbreken van funderingen en onderfunderingen - Opbreken van signalisatie - Grondverzet - Onderfunderingen - Funderingen - Cementbetonverhardingen - Bestrating - Andere verhardingen - Trottoirbanden, trottoirbanden-watergreppel en schampkanten - Leveren en plaatsen van doorsteken in PVC voor nutsleidingen, trekkabel en afsluiten uiteinden - Markeringen - Leveren en plaatsen van verkeerstekens op palen - Grondbewerkingen - Verwerken van bodemverbeteringsmiddelen - Verwerken van meststoffen - Aanleg van graslanden, wegbermen en grasmatten - Aanleg van kruidachtige vegetaties - Aanleg van houtige vegetaties Veiligheidsdossier 8
8 - Aanleg van bij groenaanleg behorende constructies - Beheer van graslanden, wegbermen en grasmatten - Beheer van kruidachtige vegetaties - Beheer van bomen In bijlage zijn plannen en inplantingplan van de werf te vinden Karakteristieken van het bouwterrein Het bouwterrein is gelegen op onderstaand adres: Wijk Duivekeet Blankenbergse Steenweg/ Blauwhuisstraat B-8000 Brugge Het doorgaand verkeer in de aangrenzende straten mag niet onderbroken worden. Het voetgangers- en fietsverkeer in de omgeving moet steeds in behoorlijke en veilige omstandigheden kunnen gebeuren, ook ter hoogte van de fase waar de werken uitgevoerd worden aanvoer tbv werken gebeurt. De aannemer wordt er in dit verband op gewezen dat alle bouwsleuven en bouwputten voor riolering, collectoren, persleidingen en inspectieputten en andere kunstwerken, grenzend aan of gelegen in de rijweg, dienen afgesloten te worden, zodanig dat de veiligheid van de voetgangers, fietsers en andere weggebruikers is verzekerd. De aannemer dient er steeds zorg voor te dragen dat de rijwegen en andere verhardingen zuiver zijn en vrij van grondresten e.d.. De aannemer zal tijdig (ten laatste 14 dagen voor de aanvang van de verkeershinder) contact opnemen met de betreffende maatschappijen en besturen van openbaar vervoer en schoolbusvervoer. Het plaatselijk verkeer en de toegang van voertuigen naar aanpalende eigendommen zal zoveel mogelijk verzekerd worden. Indien dit technisch onmogelijk wordt, zal de aannemer de aangelanden minstens 48 uur vooraf verwittigen. Deze onderbreking mag niet langer aanhouden dan 8 dagen voor licht verkeer en 14 dagen voor zwaar verkeer Verloop van de bouwwerkzaamheden De werken dienen uitgevoerd te worden in een fase: - Fase 1: Rioleringswerken + buffering + hoofdweg in beton + slipvorm + bezaaiingen - Fase 2: voet-en fietspaden + brandweg Maximaal aantal werknemers op de werf: vermoedelijk 10 Veiligheidsdossier 9
9 2.3 Algemene administratieve inlichtingen Partijen betrokken bij de uitvoering van de werken Naam opdrachtgever: VMSW (Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen) straat: Koloniënstraat nr.: 40 postnummer: 1000 gemeente: Brussel tel.: 02/ fax: 02/ kontaktpersoon: Mevr Nadja Nys functie: Ingenieur tel.: 02/ Naam bouwdirectie belast met het ontwerp studiebureau: Studiebureau Jonckheere straat: Koningin Astridlaan nr.: 134/5 postnummer: 8200 gemeente: Brugge tel.: 050/ fax: GSM: Naam bouwdirectie belast met controle op de uitvoering: Studiebureau Jonckheere straat: Koningin Astridlaan nr.: 134/5 postnummer: 8200 gemeente: Brugge tel.: 050/ fax: GSM: Naam veiligheidscoördinator-ontwerp:vanquaethem Xavier straat: Martijn van Torhoutstraat nr: 57 A postnummer: 9700 Gemeente: Oudenaarde tel.: - Fax: - GSM: 0478/ [email protected] Naam veiligheidscoördinator-verwezenlijking:vanquaethem Xavier straat: Martijn van Torhoutstraat nr: 57 A postnummer: 9700 Gemeente: Oudenaarde tel.: - Fax: - GSM: 0478/ [email protected] Veiligheidsdossier 10
10 Naam hoofdaannemer: straat: postnummer: tel.: GSM: nr.: gemeente: Fax: Onderaannemers: Naam onderaannemer: Straat: postnummer: tel.: GSM: Naam onderaannemer: straat: postnummer: tel.: GSM: Naam onderaannemer: straat: postnummer: tel.: GSM: Naam onderaannemer: straat: postnummer: tel.: GSM: Naam onderaannemer: straat: postnummer: tel.: GSM: nr.: gemeente: Fax: nr.: gemeente: Fax: nr.: gemeente: Fax: nr.: gemeente: Fax: Veiligheidsdossier 11
11 Naam onderaannemer: Straat: postnummer: tel.: GSM: Naam onderaannemer: straat: postnummer: tel.: GSM: Naam onderaannemer: straat: postnummer: tel.: GSM: Naam onderaannemer: straat: postnummer: tel.: GSM: Naam onderaannemer: straat: postnummer: tel.: GSM: nr.: gemeente: Fax: nr.: gemeente: Fax: nr.: gemeente: Fax: nr.: gemeente: Fax: Veiligheidsdossier 12
12 2.3.2 Externe partijen Lokale Federale Politie: straat: Lodewijk Coiseaukaai nr.: 3 postnummer: 8000 gemeente: Brugge tel.: 050/ fax: - Lokale Brandweer: straat: Pathoekeweg nr.: 215 postnummer: 8000 gemeente: Brugge tel.: 050/ fax: Ziekenhuis: AZ Sint Lucas straat: Sint-Lucaslaan nr.: 29 postnummer: 8310 gemeente: Assebroek tel.: 050/ fax: Toezicht Welzijn op het Werk West-Vlaanderen straat: Koning Albert I-laan nr.: 1/5 bus 5 postnummer: 8200 gemeente: Brugge tel.: 050/ fax: 050/ N.A.V.B. straat: Sint Jansstraat nr.: 4 postnummer: 1000 gemeente: Brussel tel.: 02/ fax: 02/ Veiligheidsdossier 13
13 2.4 Veiligheid op de bouwplaats Algemeenheden In het kader van de wet op het welzijn van 4 augustus 1996 en het K.B. van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, aangevuld met de bepalingen van het K.B. van 19 januari 2005, is een veiligheids- en gezondheidsplan opgemaakt dat door alle betrokken partijen dient te worden eerbiedigt. Het in praktijk omzetten van het veiligheids- en gezondheidsplan behoort wettelijk tot de taken van de hiërarchische lijn. Dit brengt met zich dat elkeen met beslissingsmacht, moet bijdragen tot het toepassen van de veiligheids- en gezondheidsrichtlijnen door zijn of haar eigen voorbeeld, door het organiseren van zijn werk en dat van de ondergeschikten en door de instructies die deze laatste ontvangen. Het ligt voor de hand dat deze personen assistentie krijgen van de preventieadviseur van hun onderneming en dat zij, in samenwerking met hem, hun werkregeling zodanig uitwerken dat de veiligheids- en gezondheidsrichtlijnen tot alle niveaus doordringen en daar gekend zijn en toegepast worden. Voor bepaalde gevaren kunnen de consignes schriftelijk of door afficheren meegedeeld worden, zoniet ten minste mondeling en zo nodig met regelmatige herhalingen. Iedere onderaannemer dient tijdig, d.i. voor de aanvang van hun tussenkomst, de op de bouwplaats geldende richtlijnen te ontvangen. Hierbij wordt nogmaals aangestipt dat elke werkgever steeds ten volle de verantwoordelijkheid blijft dragen voor zijn eigen werknemers en hun gedrag op de werf. Het veiligheids- en gezondheidsplan vervangt of beperkt in geen geval de wettelijke verplichtingen uit de gangbare wetgeving zoals de CODEX, het ARAB, het AREI, het VLAREM of andere Organisatie van de veiligheid Inleiding Teneinde een veilige uitvoering van de werken te verkrijgen, is het belangrijk om op voorhand de risico s van de bouwplaats in te schatten en de risico s van de eigen activiteiten te beoordelen en aan te passen. Het doel van dit veiligheids-en gezondheidsplan is: - het voorkomen van menselijk leed en materiële schade - het bevorderen van gezonde arbeidsomstandigheden - het verbeteren van het arbeidsklimaat Veiligheidsdossier 14
14 Om aan deze algemene doelstellingen te voldoen, dienen een aantal organisatorische maatregelen opgelegd te worden. Iedere betrokken partij leeft de wettelijke verplichtingen na, in het bijzonder de voorschriften uit de CODEX, het ARAB, het AREI en het VLAREM. Iedere betrokken partij leeft het bouwplaatsreglement na Iedere betrokken partij leeft de voorschriften uit het algemeen veiligheids-en gezondheidsplan na Iedere betrokken partij verleent zijn volledige medewerking aan de veiligheidscoördinatie op de bouwplaats Daar iedere partij op de bouwplaats nieuwe risico s introduceert, is het belangrijk deze kenbaar te maken. In dit kader is het belangrijk voor de eigen werkzaamheden een specifiek veiligheids- en gezondheidsplan op te maken en aan de veiligheidscoördinator te bezorgen voor de aanvang van de werken. In dit veiligheids- en gezondheidsplan zijn de risico s en de preventiemaatregelen hernomen die van toepassing zijn op de eigen activiteiten Afzonderlijk tewerkgestelde werknemers De wetgeving omtrent deze groep werknemers dienen we te zoeken in ARAB, art. 54 ter. Men onderscheidt niet-gevaarlijk en gevaarlijk werk. In de wetgeving wordt geen omschrijving gegeven van beide soorten. De ondernemingen/instellingen moeten bijgevolg zelf, op basis van een risicoanalyse, en in overleg met het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk, bepalen of het al dan niet een gevaarlijk werk is. Volgende werkzaamheden worden over het algemeen als gevaarlijk geklasseerd: - werken op hoogte (ladders, stellingen, hoogwerkers, ) - draaiende (nog niet afgeschermde) machines - klemmende (nog niet afgeschermde) machines - werken met mechanische transportmiddelen (heftrucks, kranen, rolbruggen, takels) - werken met gevaarlijke stoffen - werken aan elektrische installaties - betreden van besloten ruimtes Het is verboden om afgezonderde werknemers gevaarlijk werk te laten uitvoeren. Er moet een persoon in de nabijheid zijn die snel alarm kan slaan. De wetgeving spreekt hier dus duidelijk over een persoon, en niet over een werknemer. Het mag dus ook bijv de eigenaar zijn van een bouwproject die ter plaatse aanwezig is. Deze persoon dient dan ook over de nodige apparatuur te beschikken om snel alarm te kunnen slaan. Daarentegen is niet gevaarlijk werk wel toegestaan aan afgezonderde werknemers indien zij over adequate alarmmiddelen beschikken. Belangrijk hier te vermelden is, dat de betrokkene met deze alarmmiddelen zelf alarm moet kunnen slaan (bv GSM, radiofoon, ) Veiligheidsdossier 15
15 Toezicht Het is een verplichting voor alle partijen op de bouwplaats om gevaarlijke situaties te melden. In dit kader en in het kader van toezicht op een veilige uitvoering van de werken en het opvolgen van de verplichtingen vermeld in het algemeen veiligheids- en gezondheidsplan, hebben de bouwheer, de bouwdirectie en de veiligheidscoördinator het recht toezicht uit te oefenen. Dit toezicht heeft betrekking op de uitvoeringswijze van werkzaamheden, het gebruikte materieel en instrumenten. De vertegenwoordigers van de bouwheer, bouwdirectie en de veiligheidscoördinator hebben in dit opzicht het recht om onveilige werkmethoden, onveilig materieel of instrumenten te verbieden, en de werken stil te leggen indien deze het werk zelf of de wijze van uitvoeren gevaarlijk acht voor de mensen, de uitrusting of het milieu. Er dient een onmiddellijk gevolg gegeven te worden aan een gerechtvaardigde bemerking van de bouwheer, bouwdirectie en de veiligheidscoördinator op de werf, gedurende een rondgang op de werf. Inbreuken tegen de veiligheidsvoorschriften worden doorgegeven aan de verantwoordelijke op de bouwplaaats van de aannemer en de onderaannemer. De verslaggeving is openbaar en wordt overgemaakt aan alle betrokken partijen op de bouwplaats. Iedere partij op de bouwplaats levert volledige medewerking aan de toezicht van de bovengenoemde diensten, alsook aan het toezicht door de bevoegde overheid. Op vraag van de bouwheer, bouwdirectie en de veiligheidscoördinator kunnen bepaalde documenten opgevraagd worden, welke steeds op de bouwplaats aanwezig dienen te zijn: - product informatiefiches van de opgeslagen producten - geldige verslagen van wettelijk verplichte keuringen - geldige verslagen van wettelijk verplichte meldingen - bewijs van medisch onderzoek voor veiligheidsfuncties Noodprocedure Ieder werkongeval of incident moet onmiddellijk gemeld worden aan de verantwoordelijke voor de veiligheid op de bouwplaats. Bij een werkongeval vullen de betrokken aannemers de nodige verzekeringsformulieren in. Zij vullen tevens een werkdocument in en maken dit over aan de veiligheidscoördinator. Bij iedere interventie betreffende EHBO wordt een onderzoek uitgevoerd waarbij op de volledige assistentie van de medewerkers op de werf gerekend kan worden, om de onderliggende oorzaak van het ongeval of incident te achterhalen en gepaste preventiemaatregelen te treffen om elk gelijkaardig voorval te voorkomen. De veiligheidscoördinator dient op de hoogte gehouden te worden van de toestand van personen die EHBO toegediend kregen. In ieder geval dient de werfleiding ingelicht te worden van iedere interventie betreffende EHBO en contact name met externe hulpverlening teneinde de hulpdiensten aan de ingang van de werf op te wachten, de nodige inlichtingen te verschaffen en naar de plaats van het ongeval te begeleiden. Veiligheidsdossier 16
16 2.4.3 Bouwplaatsmaatregelen Inrichting van de werkplaats Voor de aanvang van de effectieve werkzaamheden, wordt de inplanting van de bouwplaats bekeken, in het bijzonder de inrichting van de werfburelen, lokalen voor het personeel, sanitaire installaties, opslagruimten en eventueel werkplaatsen. De werfburelen en de lokalen voor het personeel dienen vanaf de openbare weg toegankelijk te zijn zonder de persoonlijke beschermingsmiddelen, die voor het verder betreden van de werf wel noodzakelijk zijn. Een gepaste afbakening moet deze zone omgeven en de nodige pictogrammen dienen aangebracht te worden om te wijzen op de noodzaak van individuele bescherming op de eigenlijke werf. De inrichting van de werkplaats wordt op tekening gezet en overgemaakt aan de veiligheidscoördinator, die deze zal controleren en eventuele aanpassingen zal aanvragen. Deze tekening dient onder meer voor de studie van volgende elementen: - studie van de toegang tot de bouwplaats - de aanleg van in- en uitgangen, en parkeerplaatsen - de aanwezigheid en de staat van de aanpalende gebouwen - de inplanting van de werfburelen, lokalen voor het personeel, sanitaire installaties, opslagruimten en eventueel werkplaatsen - de inplanting van de voorzieningen voor afvalverwijdering - de installatie van de diverse nutsvoorzieningen (water, gas, elektriciteit, ) - de elektrische installatie op de bouwplaats met plaatsopgave van de aftakkasten - de opslagplaatsen van gevaarlijke of ontvlambare producten en materialen gekozen in functie van de aard van deze producten - de ligging van het lokaal voor eerste hulp waarin aangeplakt de noodoproepnummers van de hulpdiensten (zie bijlage) Toegang tot de bouwplaats Vanaf de aanvang van de werken zal de bouwplaats voldoende aangeduid en omheind worden om elke toegang vanaf de openbare weg onmogelijk te maken voor derden. Opschriften met uitdrukkelijk toegangsverbod worden op meerdere plaatsen aangebracht(fig.2.1). Bij de werftoegang wordt dit toegangsverbod aangevuld met gebodspictogrammen voor verplichte helmdracht en veiligheidsschoeisel(fig. 2.2). Fig. 2.1 Toegangsverbod Veiligheidsdossier 17
17 Fig. 2.2a Verplichte helmdracht Fig. 2.2b Veiligheidsschoeisel Het personeel van de aannemer is enkel toegelaten op de bouwplaats voor zover deze aannemer werken uitvoert en op plaatsen waar de werken uitgevoerd worden. Voor voertuigen die de werf betreden: - is de maximum toegelaten snelheid 5km/u - is achteruitrijden zonder begeleiding verboden - is achteruitrijden enkel toegelaten mits aanwezigheid van een geluidssignaal - geldt dat zij de doorgang steeds vrij moeten laten voor snelle evacuatie Sociale voorzieningen De verschillende lokalen zullen zodanig in een of meerdere zones gegroepeerd worden, dat ze gemakkelijk toegankelijk zijn voor de werknemers. Een voldoende afstand ten opzichte van de openbare weg moet steeds bewaard blijven. De lokalen van de sanitaire installatie (kleedruimtes, refters, wasplaatsen, toiletten) voldoen aan de wettelijke hygiëne- en veiligheidseisen en moeten telkens, als het nodig is, en minstens eenmaal per dag, gereinigd worden. De sanitaire afvoeren zullen aangesloten worden op een septische put of op de openbare riolering, conform de plaatselijke reglementering. De lokalen dienen uitgerust te zijn met een voldoende aantal en aangepaste brandbestrijdingsmiddelen. Deze moeten gemakkelijk bereikbaar zijn en jaarlijks worden gecontroleerd Opslag van gevaarlijke producten Volgens de algemene preventiebeginselen moet men er zich eerst van gewissen dat er voor dezelfde toepassing geen minder gevaarlijke producten, met evenwaardige eigenschappen bestaan. De opslagplaats van ontvlambare producten, van welke aard ook, moet zorgvuldig uitgekozen worden. De inplanting dient zo ver mogelijk van arbeidsplaatsen te worden voorzien. Vooral het uitvoeren van werken als branden, lassen en slijpen zijn in de omgeving van de opslagplaats verboden. Veiligheidsdossier 18
18 De gevaarlijke producten mogen nooit binnen een gebouw worden opgeslagen, enkel de dagelijkse behoeft aan gevaarlijke producten mogen binnen een gebouw worden gebracht. De opslagplaats voor gevaarlijke producten is afzonderlijk afgesloten en voorzien van voldoende aantal brandbestrijdingsmiddelen en is tevens voorzien van verbodspictogrammen voor rook- en vuurverbod (fig. 2.3). Fig. 2.3a Vuur, open vlam verboden Fig. 2.3b Verboden te roken Elke aannemer dient er voor te zorgen dat alle recipiënten voor gevaarlijke producten voorzien zijn van de reglementaire gevaarsetikettering, voorzien van de gevaarspictogrammen, productbenaming en de gevaar- en beschermingsinstructies (fig. 2.4). Van de opslagplaats voor gevaarlijke producten dient een inventaris bijgehouden te worden die ter beschikking staat in geval van noodinterventie van de hulpdiensten Opslag van materiaal In het inplantingsplan is voor iedere aannemer een zone toegewezen voor de opslag van materiaal. Deze zone wordt door ieder gerespecteerd en is voldoende ver verwijderd van de verkeerszones zodat het normale werfverkeer minimaal gehinderd worden bij laad- of loswerkzaamheden De orde en netheid van de opslagplaatsen dient gerespecteerd te worden en de stapeling dient op een veilige manier uitgevoerd te worden met voldoende vrije doorgang tussen het gestapeld materiaal Elektrische installaties Het geheel van elektrische installaties dient te voldoen aan de voorschriften van het AREI, wat o.a. beschermingsgraad IP 44 vereist voor het materieel dat dient voor het transport van de elektrische stroom in de open lucht. De bevoorradingspunten van de elektrische installaties zijn aangegeven in het inplantingsplan. Iedere vaste elektrische installatie (grote machines, torenkranen, werfborden, werfburelen, ) mogen pas aan de elektrische installatie aangesloten worden na het overmaken van een geldig keuringsverslag aan de veiligheidscoördinator. Veiligheidsdossier 19
19 Stroomkabels op de werf zijn beschermd tegen beschadiging door het werfverkeer. Ze worden zoveel mogelijk gegroepeerd en duidelijk zichtbaar op de werf geplaatst. Bij het kruisen van werfwegen worden deze op een degelijke wijze mechanisch beschermd. De stroomkabels worden bij grote overspanning opgehangen aan een staalkabel om geen trekkrachten in de kabel zelf te veroorzaken, zo worden in geen geval over scherpe randen of in korte hoeken geplooid. Er wordt in ieder geval bij de installatie op toegezien dat kabels met voldoende lengte worden geïnstalleerd. Een defect aan de elektrische installatie, toestellen of instrumenten wordt onmiddellijk op een definitieve wijze hersteld, zoniet worden de toestellen duidelijk gemarkeerd en buiten dienst gesteld. Elk werk aan een elektrische installatie wordt uitgevoerd door bevoegd personeel, volgens de regels van goed vakmanschap en buiten spanning Bezoekers Om bezoekers te beschermen tegen ongevallen op de bouwplaats, moeten volgende maatregelen worden genomen: - alle collectieve schikkingen noodzakelijk voor de veiligheid op de bouwplaats en in het bijzonder: orde en netheid, doorgangen zijn vrij van obstakels, vloeropeningen worden dicht gelegd, leuningen worden geplaatst op locaties met valgevaar, Merk op: dit zijn de algemeen geldende veiligheidsvoorschriften toepasselijk voor derden - iedere bezoeker meldt zich op het kantoor van de aannemer - het is aan niemand toegelaten de bouwplaats te betreden zonder begeleiding door zijn gastheer - de gastheer is verantwoordelijk voor de veiligheid van de bezoeker - de bezoeker draagt de specifiek voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen vereist voor de bouwplaats Orde en netheid Orde en netheid zijn de belangrijkste veiligheidsfactoren, daarom is het noodzakelijk ze onafgebroken te handhaven en ze te promoten op de bouwplaats. De orde en netheid is in dit opzicht een barometer voor de veiligheidsgraad op de werf. Op en in de omgeving van de werkposten zal systematisch alle afval selectief verwijderd worden en in de ertoe bestemde containers verzameld worden. Deze containers zullen regelmatig worden geledigd. Bij het einde van de dagtaak zullen de werkposten systematisch gecontroleerd worden op orde en netheid, door de verantwoordelijke van elke aannemer. Indien een bepaalde aannemer specifieke vervuiling of schade veroorzaakt, dan moet hij zelf de nodige herstellingsmaatregelen zonder uitstel uitvoeren Eerste hulp In geval van nood dient beroep gedaan te worden op medische bijstand. Voor de ernstige ongevallen en ziekten moeten gespecialiseerde hulpdiensten (externe hulp) zo snel mogelijk verwittigd worden. Voor de overige gevallen is steeds een gebrevetteerde hulpverlener beschikbaar op de werf (interne hulp). Veiligheidsdossier 20
20 a) Externe hulp Voor het contacteren van de hulpdiensten wordt gebruik gemaakt van de referenties in het algemeen veiligheids-en gezondheidsplan (zie lijst met noodoproepnummers in bijlage). Om een snelle interventie mogelijk te maken zijn deze essentiële gegevens voor de hulpdiensten opgehangen op verschillende locaties van de bouwplaats. Wanneer de externe hulpdiensten worden opgeroepen, worden deze aan de ingang van de bouwplaats steeds opgevangen en begeleid naar de locatie waar de hulp vereist is. In afwachting van de externe hulpdiensten wordt het slachtoffer begeleid door de gebrevetteerde hulpverlener. Eventuele lichte gewonden kunnen vervoerd worden naar een algemeen ziekenhuis met urgentiedienst. Het adres is eveneens te vinden in de referenties. b) Interne hulp De verschillende aannemers zullen de namen van hun gebrevetteerde hulpverleners kenbaar maken. Op de bouwplaats is een uitgeruste EHBO-post voorzien. Dit lokaal is duidelijk en vanop afstand herkenbaar gemarkeerd De minimale uitrusting bestaat uit volgende elementen: - een gebruiksklare gewone brancard - twee dekens - een verbandkoffer met de reglementaire minimuminhoud volgens het ARAB De EHBO-post dient steeds bereikbaar te zijn tijdens de werkuren en dus ook bij eventueel nachtwerk of weekendwerk. Deze werken dienen dan ook tijdig gemeld te worden. Het lokaal dient te voldoen aan de reglementaire minimumeisen uit het ARAB, dit impliceert verwarming, netheid, stromend water, Opleiding van het personeel Het personeel van de aannemers, ook de interim arbeiders en andere, moeten een praktische opleiding krijgen: - m.b.t. de uit te voeren taken (bij bepaalde functies is het bovendien belangrijk dat de werknemers met vrucht een specifieke vorming gevolgd hebben o.a. vorklift bestuurders, dragers van ademhalingslucht, lassers, elektriciens, e.d.) - inzake veiligheid, gezondheid en milieu (het is belangrijk dat de hier opgedane kennis regelmatig wordt opgefrist) - evenals een complementaire opleiding betreffende de bijzondere maatregelen verbonden aan de belangrijkste risico s op de werf Interim-personeel: Elke interim-werknemer zal ontvangen worden door de verantwoordelijke van de aannemer van de werf. Veiligheidsdossier 21
21 Hij of zij zal moeten ingelicht worden over de verschillende voorwerpen eigen aan de werf omschreven in het algemeen veiligheids- en gezondheidsplan. De aannemers zullen moeten nagaan dat het interim-personeel: - geschikt is voor het werk dat hem zal toegekend worden - in regel is inzake sociale zekerheid - een veiligheidsopleiding gekregen heeft Preventiemaatregelen Naast de veiligheidsvoorzieningen die door de partijen verwezenlijking in het project geïntegreerd worden, ligt het voor de hand dat de aannemer nog een aantal toegevoegde preventiemaatregelen moet nemen voor de uitvoering van zijn werk Collectieve beschermingsmiddelen (CBM) Voor de praktische realisatie van die collectieve voorzieningen kan het nodig zijn dat de aannemer bepaalde zaken aan de te bouwen of reeds gebouwde constructie moet bevestigen. In dergelijk geval moet vooraf met het bestuur overleg gepleegd worden over de manier waarop en de plaats waar die vasthechtingen kunnen gebeuren. Op eenvoudige vraag van het bestuur en/of van de coördinator- verwezenlijking moet de aannemer de draagkracht en de stabiliteit van voor de veiligheid, nodige constructies schriftelijk kunnen aantonen. Het kan gaan om anti- val voorzieningen, draagbalken, stutten, loopvloeren, leuningen en zo verder. Aannemers moeten elkanders werk en elkanders V & G voorzieningen respecteren. Geen stutwerk, schorsing, ophanging, leuning of andere voorziening mag gewijzigd worden zonder voorafgaand overleg en zonder er, waar nodig, een volwaardige andere voorziening in de plaats te stellen. Collectieve beveiligingen, zoals leuningen en trappen, worden slechts als dusdanig gebruikt, hetgeen betekent dat er geen andere krachten nog belastingen mogen worden op uitgeoefend Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) Onder PBM verstaat men iedere uitrusting die bestemd is om door de werknemer gedragen of vastgehouden te worden teneinde hem te beschermen tegen één of meer risico s die zijn veiligheid of gezondheid op het werk kunnen bedreigen, alsmede alle aanvullingen of accessoires die daartoe kunnen bijdragen. Het ter beschikking stellen van PBM mag slechts dan worden overwogen als een bestaand risico niet aan de bron kan worden uitgeschakeld of beperkt, als alle andere technieken onderzocht en onvoldoende bevonden zijn. In ieder geval moeten alle personen die de werf betreden een veiligheidshelm dragen van een model dat voldoet aan de normen terzake, evenals veiligheidsschoeisel zoals dat op bouwwerken verplicht is (stalen teenbescherming en stalen tussenzool). Veiligheidsdossier 22
22 Gezien hun voorbeeldfunctie betreffende het preventiebeleid is het essentieel dat het leidinggevend personeel van de aannemers, de vertegenwoordigers van de architect en het studiebureau en van de bouwheer deze primaire preventiemaatregels steeds consequent zelf naleven en continue promoten. De hoofdaannemer zorgt steeds voor reservehelmen voor tijdelijk gebruik door personen die de werf moeten betreden en zelf over geen helm beschikken (bezoekers, vrachtwagenbestuurders, ) In welomschreven omstandigheden, waar het risico opvallende voorwerpen of hoofdkwetsuren praktisch uitgesloten is, kan er eventueel afgeweken worden van de algemene verplichting tot helmdracht op gemotiveerd voorstel van de algemene aannemer en mits schriftelijke toestemming van het bestuur na advies van de coördinator verwezenlijking. Wanneer het bestuur beslist dat op bepaalde werfgedeelten het dragen van een beschermbril, van gehoorbescherming, ademhalingsbescherming en/of andere individuele beschermingsuitrusting verplicht is, dan zullen daar de gepaste signalisatieborden voor aangebracht worden door de aannemer wiens activiteiten het dragen van die uitrusting noodzaken. Deze aannemer zorgt in dergelijk geval voor de nodige uitrusting voor het bestuur en de coördinator- verwezenlijking, de gehoorbeschermers dienen dan van het type koptelefoon te zijn met karakteristieken aangepast aan de aard van de lawaaihinder. De persoonlijke beschermingsmiddelen worden opgedeeld in 3 klassen: Klasse I KB 31/12/92 Art. 8 en 9: PBM van eenvoudig ontwerp tegen zeer geringe risico s. Bescherming tegen mechanische factoren die oppervlakkig letsel kunnen veroorzaken (tuinhandschoenen) Bescherming tegen niet uitzonderlijke of extreme weersomstandigheden (laarzen, regenof winterkledij) Bescherming tegen zonnestraling (zonnebrillen) Klasse II KB 31/12/92 Art. 10 en 11: PBM welke niet behoren tot klasse I of III. Helmen Beschermingsbrillen Handschoenen tegen zware mechanische risico s Lasserkledij Veiligheidsdossier 23
23 Klasse III KB 31/12/92 Art. 12: PBM van complex ontwerp tegen ernstige, onherstelbaar of dodelijk risico. Ademhalingsapparatuur met filters tegen aerosolen en/of gassen. Uitrusting voor werken in extreme temperaturen (brandweerkledij, hoogovenkledij, diepvrieskledij) Bescherming tegen chemische stoffen of ioniserende straling (handschoenen, kleding) Bescherming tegen vallen van een bepaalde hoogte (V-harnas met valdemper) Bescherming tegen elektriciteitsrisico s (isolerende handschoenen) Specifieke Preventiemaatregelen Ladders De staat en het gebruik van ladders moet strikt conform de wettelijke bepalingen zijn. Op elke ladder staat de naam van de eigenaar-ondernemer, onuitwisbaar vermeld. Op geregelde tijdstippen dienen de ladders door een bevoegd persoon gecontroleerd te worden (ARAB Art. 43 bis). De werkgever beperkt het gebruik van ladders, trapladders en platformladders als werkpost op hoogte tot arbeidsomstandigheden waarin het gebruik van andere, veiligere arbeidsmiddelen niet verantwoord is, gelet op het geringe risico en gelet op, hetzij de korte gebruiksduur, hetzij de bestaande kenmerken van de arbeidsplaats en werkposten die de werkgever niet kan veranderen. De ladders, trapladders en platformladders worden zodanig geplaatst dat hun stabiliteit bij de toegang en tijdens het gebruik ervan gewaarborgd is en dat hun sporten of trappen horizontaal blijven. Ladders worden zodanig gebruikt dat de werknemers steeds veilige steun en houvast hebben. Het met de hand dragen van lasten op een ladder mag een veilig houvast niet belemmeren Signalisatie Allereerst moeten we vermelden dat de signalisatie bij wegenwerken geregeld wordt door het ministerieel besluit van 7 mei 1999, dat de wegenwerken indeelt in zes categorieën. Deze classificatie is hoofdzakelijk gebaseerd op de maximum toegelaten snelheid van het verkeer op de weg waar de werken worden uitgevoerd. Indien op eenzelfde weg verschillende snelheidsbeperkingen gelden, wordt de categorie van de bouwplaats bepaald volgens de maximale hoogste toegelaten snelheid. Tevens wordt er rekening gehouden met de verkeershinder veroorzaakt door de werken : - bouwplaatsen met sterke verkeershinder : de breedte van ten minste één rijstrook wordt onttrokken aan het verkeer op de rijbaan - bouwplaatsen met weinig verkeershinder : de breedte van minder dan één rijstrook wordt onttrokken aan het verkeer op de rijbaan of er wordt geen breedte onttrokken aan het verkeer op de rijbaan Veiligheidsdossier 24
24 De zes categorieën zijn de volgende : - categorie 1 : werken ingeplant op openbare wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger is dan 90 km/uur - categorie 2 : werken ingeplant op openbare wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger is dan 50 km/uur en lager dan of gelijk aan 90 km/uur - categorie 3 : werken ingeplant op openbare wegen waar de maximum toegelaten snelheid lager is dan of gelijk aan 50 km/uur - categorie 4 : werken die ingeplant zijn buiten de rijbaan, maar die een gevaar betekenen voor de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen - categorie 5 : werken die uitgevoerd worden tussen het aanbreken van de dag en het vallen van de avond en wanneer het mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 m - categorie 6 : mobiele werken die vanwege hun relatief lage verplaatsingssnelheid of vanwege hun veelvuldig stilstaan voor het uitvoeren van werken slechts kortstondig het verkeer hinderen De wetgeving bepaalt ook dat voor alle wegenwerken een verantwoordelijke signalisatie aangesteld moet worden. Zijn naam en telefoonnummer moeten vermeld worden op een bord aan het einde van het traject waarop de werken worden uitgevoerd. Hij moet 7 dagen op 7 en 24 uur op 24 bereikbaar zijn. Daarnaast werd in 2003 binnen de bouwsector een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) afgesloten waarin wordt bepaald dat de werkgever een signalisatieverantwoordelijke moet aanstellen op alle bouwplaatsen waarbij een gedeelte van de rijweg in beslag wordt genomen. Deze verantwoordelijke moet erover waken dat de signalisatie steeds in overeenstemming is met het signalisatieplan. Dit is dus niet dezelfde persoon als de verantwoordelijke van wie de contactgegevens zichtbaar moeten worden aangebracht. De CAO benadrukt verder dat de signalisatieverantwoordelijke een aangepaste opleiding gevolgd moet hebben. De regelgeving stelt duidelijk dat de aannemer die de werken uitvoert een signalisatieplan moet opstellen voor alle bouwwerkzaamheden waarbij een gedeelte van de openbare weg in beslag wordt genomen, zelfs al is dit slechts sporadisch het geval. Het plan moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de bevoegde ambtenaar of aan de politiediensten, die dan een signalisatievergunning geven Toestellen met laserstraal Het gebruik van toestellen met laserstraal dient aangegeven in het specifiek VGP met vermelding van de gevarenklasse (zie Publicatie 825 van de Internationale Elektrochemische Commissie) van het toestel. Toestellen van Klasse 1 en 2 vormen geen gevaar in de praktijk van een bouwwerf (zie bvb. laserprinters). Veiligheidsdossier 25
25 Bij gebruik van toestellen van klasse 3a en 3b, t.t.z. toestellen waarvan men niet kan aantonen dat ze onschadelijk zijn, moeten de nodige maatregelen getroffen worden onder de vorm van: voorlichting van de werknemers, zowel de gebruikers als de omringde collega s. Het toestel zodanig opstellen dat de straal buiten oogbereik blijft, niet doordringt in eventuele belendende lokalen en niet kan spiegelen (glas, vloeistof of andere blinkende oppervlakten) Waarschuwingstekst op het toestel in de taal van de gebruiker, met vermelding van: o Laserstraal o Niet in de straal kijken noch met het blote oog, noch met behulp van een optisch instrument o Lasertoestel klasse 3a (of 3b) Personen met bril of contactlenzen speciaal informeren over het risico van oogbeschadiging; Het plaatsen van reglementaire waarschuwingspictogrammen langs de bestreken zone. Toestellen van klasse 4 zijn niet toegelaten op de werf, tenzij hun noodzaak op voorhand aangetoond wordt, de risico s effectief berekend worden en de gepaste preventieve maatregelen genomen worden. Dit in overleg en mits instemming van bestuur en coördinatorverwezenlijking Op- en afbraakwerken De uit te voeren op- en afbraakwerken dienen te geschieden met een methode gekozen in functie van het uit te voeren werk (o.a. rekening houdende met de te behouden delen) en met aangepast materiaal (gepaste schijf, enz.). Bij op- en afbraakwerken dienen de nodige afschermingen geplaatst te worden teneinde het wegspringen of wegvliegen van brokstukken tot een absoluut minimum te herleiden en voorbijgangers, of andere werfdeelnemers die zich in de omgeving van de plaats van op/afbraak begeven, te beschermen. De veiligheid van de werknemers zal verzekerd worden door collectieve beschermingsmiddelen, voorgeschreven voor dit soort werk, zonodig aangevuld met de vereiste individuele beschermingsmiddelen Specificaties voor afbraakwerken 1. Voordat de slopingswerken starten moet de sloper een gedetailleerd sloopprogramma aan de Veiligheidscoördinator voorleggen. Dit sloopprogramma moet goedgekeurd zijn door de stabiliteitsingenieur. Specifieke aandacht gaat uit naar het behoud van de voorgevel en het naburige gebouw. 2. Er dient een inventaris opgemaakt te worden van alle schadelijke of gevaarlijke materialen (asbesthoudende materialen bv.) die in het gebouw aanwezig zijn. Deze dienen vooraf op een professionele manier en volgens het KB 16/03/2006 verwijderd te worden. Veiligheidsdossier 26
26 3. De sloper voorziet een voldoende grote veiligheidszone opdat vallende constructies en wegspringende brokstukken binnen de zone blijven. De slopingswerken mogen niet starten vooraleer de werfafsluiting geplaatst is. 4. De naastliggende gebouwen en constructies worden voldoende gestut, verstevigd en beschermd om gevaar op instortingen te voorkomen. 5. De slopingswerken mogen enkel uitgevoerd worden door een geregistreerd en ter zake erkend aannemer. 6. Tijdens de slopingswerken geldt er een absoluut verbod tot toegang op de werf zonder voorafgaande kennis en begeleiding van de werfleider. 7. Vooraleer men met de slopingswerken start dient men er zich van te vergewissen dat alle nutsleidingen afgesloten zijn en men in het bezit is van een situeringsplan van alle eventuele ondergrondse aanwezige leidingen ( gas, electriciteit, water) 8. Bij werken met open vlam hoort een ABC-blusapparaat van minimum 6 kg. Het is verboden 1 uur vóór het einde van de werkdag nog werken uit te voeren met open vlam. Vóór het verlaten van de werf dient er steeds een brandwacht gelopen te worden om alle eventuele bronnen van brandhaarden te blussen. 9. Verbranden van afbraakmaterialen op de werf is ten strengste verboden. 10. De sloper moet alle mogelijke maatregelen nemen m.b.t. tot personen, de omgeving en voetgangers. De nodige afschermingen dienen geplaatst te worden teneinde het wegspringen of wegvliegen van brokstukken tot een absoluut minimum te herleiden en voorbijgangers te beschermen. Stof-, lawaai en trillingshinder moeten tot een minimum worden beperkt. Het gebruik van stoffen/werktuigen welke een gevaar opleveren voor de omgeving is verboden. 11. De sloper moet alle Nationale, Provinciale en Stedelijke reglementeringen die betrekking hebben op het slopen van gebouwen strikt respecteren. 12. Afbraakwerken houden altijd een zeker risico in. Er mag nooit roekeloos gehandeld worden. Bij twijfel over de stabiliteit dient de architect en/of de ingenieur onmiddellijk geraadpleegd te worden Specificaties voor afbraakwerken van asbesthoudende materialen 1. Een inventaris met alle asbesthoudende materialen met hun specificaties aanwezig op de werf,(verplicht bij wet van 01/01/1995) dient aan de Veiligheidscoördinator voorgelegd te worden. Bij ontstentenis dient de opdrachtgever een inventaris te laten opmaken door een erkend organisme. 2. De werf dient afgebakend te worden en een pictogram GEVAARLIJKE STOFFEN - ASBEST dient uitgehangen te worden. Veiligheidsdossier 27
27 3. Enkel asbestcementplaten en gebonden asbestafval mogen door een niet erkend verwijderaar verwijderd worden. Alle andere asbestafval dient verwijderd te worden door een erkend verwijderaar (zie lijst volgens KB 28/03/2007).Hierbij dienen de instructies voorgeschreven in het KB 16/03/2006 strikt opgevolgd te worden 4. Het afvoeren van de gedemonteerde platen dient te gebeuren door een erkende ophaler. Alles dient naar een hiervoor erkende asbest verwerker gebracht te worden. Het transport van het asbestafval moet steeds vergezeld zijn van een identificatieformulier. Dit document vermeldt o.m. de hoeveelheid afgevoerd materiaal, de aard van het materiaal, de datum van afvoer, de bestemming en naam en adres van de producent van het afval en van de verwijderaar/ophaler. Wanneer de hoeveelheid niet kan bepaald worden voor het vertrek mag de hoeveelheid ingevuld worden op de plaats van bestemming. Een copie van deze documenten dient aan de Veiligheidscoördinator bezorgd te worden. 5. Vooraleer de werken worden gestart wordt een toolboxmeeting met alle betrokken werknemers gehouden. 6. De werkvloer wordt eerst vrijgemaakt van alle obstakels en daarna volledig nat gemaakt en nat gehouden gedurende de verwijdering van de asbesthoudende materialen. 7. Werk met de grootste voorzichtigheid. Tracht het materiaal niet nutteloos te beschadigen of te breken. Gooi het evenmin van een hoogte naar beneden, bv. Om het in een afvalcontainer te werpen. Het komt er op neer stofvorming te voorkomen en de materialen zoveel mogelijk intact te houden door de platen één voor één manueel los te maken. De container met asbestafval moet voorzien zijn van een identificatie van de aanwezigheid van asbest. 8. Maak het materiaal nat vooraleer je begint te werken, Eventueel een vezelbindend product gebruiken. zo komt er veel minder stof vrij. 9. Bij hevige wind mag geen asbesthoudend materiaal verwijderd worden. 10. Gebruik nooit sneldraaiend gereedschap, zoals elektrische slijpschijven, boormachines, cirkelzagen Als je toch moet zagen, boren of slijpen, gebruik dan bij voorkeur handwerktuigen of traagdraaiend gereedschap Voorzie steeds een goede ventilatie en werk bij voorkeur buiten. De bedoeling is de concentratie vezels in de ingeademde lucht zo klein mogelijk te houden. Kleef de kieren van deuren en ramen die toegang geven tot andere ruimten zorgvuldig dicht. 12. Gebruik aangepaste beschermingsmiddelen; draag een wegwerpoverall met kap (Tyvek overall) en wegwerphandschoenen die je achteraf kan wegwerpen samen met het asbestafval. Veiligheidsdossier 28
28 13. Gebruik een speciaal stofmasker met filterpatroon type P3 (minstens een halfgelaatsmasker) om je te beschermen tegen het inademen van de vezels. Een gewoon masker of papieren masker is niet geschikt want houdt de kleinste vezeltjes niet tegen. Vraag raad aan de verkoper. 14. Verwijder het stof na het werk. Maak het eerst voorzichtig nat (niet met hogedrukreiniger), veeg het rustig op en voeg het bij de rest van het asbestafval. Gebruik in geen geval je gewone stofzuiger want de filter is hier niet voor geschikt. De asbestvezels worden zo weer de lucht in geblazen. Er is hiervoor een stofzuiger met absolute filter nodig. 15. Maak jezelf grondig schoon onder de douche. Vergeet vooral niet je haar een grondige beurt te geven. Steek je werkkledij in geen geval bij de andere was, maar was de kleren apart, indien je geen wegwerpkledij gebruikte. 16. Tijdens de asbestverwijdering is eten drinken en roken niet toegelaten. Vooraleer de verpozingslokalen te betreden dient men zich om te kleden en zich te wassen. 17. Druk er op bij de mensen die belast zijn met dergelijke opdracht dat vrije vezels bij inademing aanleiding kunnen geven tot een aantal longziekten met vaak dodelijke afloop. Typisch voor deze ziekten is dat ze een lange incubatietijd hebben, dat ze m.a.w. nog kunnen optreden tientallen jaren na de blootstelling. Opbraak bij ondergrondse massieven De werken worden alleen uitgevoerd door ervaren personeel onder leiding van een bekwaam persoon. De personen die zich in de omgeving van de op braakplaats begeven of voorbijgangers, moeten beschermd worden tegen de gevaren veroorzaakt door de op braakwerken. De veiligheid van de werknemers zal verzekerd worden door collectieve beschermingsmiddelen, voorgeschreven voor dit soort werk, zonodig aangevuld met de vereiste PBM. De stabiliteit van de mobiele machines dient verzekerd volgens de voorschriften van de bouwer, rekening houdende met de ondergrond. Veiligheidsdossier 29
29 Graafwerken Graafwerken en ondergrondse leidingen Het Kabel en Leiding Informatie Portaal ( is de centrale planaanvraagsite voor bedrijven die werken uitvoeren in de buurt van kabels en leidingen in Vlaanderen. Door een recent decreet worden kabel- en leidingbeheerders die actief zijn in Vlaanderen en zich nog niet bij het KLIP hadden geregistreerd, ertoe verplicht dat nu te doen. Tegelijk moet vanaf 1 september 2009 iedereen die grondwerken plant in Vlaanderen, een planaanvraag uitvoeren via het KLIP. Een planaanvraag uitvoeren kan (gratis) via de KLIP-website Na het bepalen van een planaanvraagzone worden de in de ondergrond aanwezige kabel- en leidingbeheerders automatisch op de hoogte gebracht van de aanvraag. Zij bezorgen de aanvrager tijdig en kosteloos de noodzakelijke informatie. De planaanvraag wordt ook automatisch doorgestuurd naar het Kabel en Leiding Informatie Meldpunt (KLIM). KLIM groepeert de beheerders van pijpleidingen via dewelke gasachtige producten worden getransporteerd en de beheerder van het hoogspanningsnet. De overheid heeft hierover een handige brochure samengesteld voor iedereen die grondwerken gaat uitvoeren. Die brochure kan worden gedownload via Een papieren exemplaar kan besteld worden door te mailen naar [email protected] Werk in sleuven en putten Openingen in de grond dienen beveiligd te worden tegen valgevaar. In afwachting van het terug dichten (wat zo snel mogelijk dient te geschieden) zijn volgende regels van kracht: Voor zover de grootte van de opening het toelaat, zal deze afgedekt worden. Grotere openingen zullen over de ganse omtrek voorzien worden van borstweringen, volle panelen of stevig traliewerk (in een felle kleur wanneer dichtbij verkeer van rollend bouwmateriaal geschied). Deze bescherming mag slechts aan de toegang onderbroken worden, indien niet nabij de rand van de opening dient gewerkt of gereden te worden, kan een visuele afbakening op 2 m van de putrand volstaan. Om inkalven te voorkomen zullen, naarmate de uitgravingwerken vorderen de aangewezen maatregelen getroffen worden, naargelang de aard van de grond, de beschikbare ruimte en de weersomstandigheden. Het kan daarbij gaan om beschoeiing, taluds of andere maatregelen. Indien er grondwater aanwezig is, zal men overwegen de grondwaterspiegel te verlagen. In dit geval zullen eventuele beschoeiingen waterdicht uitgevoerd worden. Plaatsing van beschoeiing dient te geschieden door ervaren personeel. De minimale sleufbreedte wordt bepaald in functie van de activiteit die er moet plaatsvinden ( te vermelden in het specifiek VGP) en rekening houdende met de hieromtrent geldende bepalingen. Bij graafwerken zullen voldoende ladders voorzien worden om een behoorlijke toegang en snelle evacuatie van het personeel toe te laten. De lengte van de ladders moet zodanig zijn dat ze minstens 1 m boven de putrand uitsteken. Veiligheidsdossier 30
30 Boven en onderaan dient een stevig en horizontaal en slipvrij opstapplatform aanwezig te zijn om bij modderige omstandigheden glijpartijen te voorkomen. Om instorting te voorkomen, worden de boorden van de uitgravingen vrijgehouden van materiaal en van zwaar materieel dat een overlast kan veroorzaken. Alle grondwerken, uitgravingen en ondergravingen zullen op een zodanige wijze uitgevoerd worden dat er zich geen verzakkingen kunnen voordoen. Om trillingen te minimaliseren, zal voor de voertuigen de maximum snelheid ingevoerd worden, desnoods wordt stapvoets rijden verplicht. Het is noodzakelijk mogelijke bewegingen (scheuren, verzakkingen, enz.) in de grond en in nabijgelegen constructies te observeren. Bij duistere weersomstandigheden zullen de sleuven of bouwputten waarin gewerkt wordt, evenals de toegangen er naartoe, goed verlicht worden, enerzijds voor de daar actieve werknemers zelf en anderzijds ook voor de kraanmannen die er materiaal in of uit moeten brengen. Wanneer een grondopening dient aangevuld, spreekt het voor zich dat de eventuele collectieve beschermingen pas op het laatste moment weggenomen worden teneinde een zo groot mogelijke continuïteit in de beveiliging te verzekeren Arbeidsmiddelen Machines De door de aannemers gebruikte machines moeten volledig conform de wettelijke schikkingen zijn. Zij moeten steeds gebruikt worden voorzien van hun veiligheden en afschermingen, de veiligheidsvoorzieningen ervan mogen onder geen beding buiten werking worden gesteld. In geval van tussenkomst aan de machine moet vooreerst de elektrische voeding losgekoppeld worden. De machine moet geïsoleerd van elke energiebron en de eventuele bijkomende vergrendelingapparatuur moet aangebracht worden. Wanneer de machine aan de aannemer toebehoort, is deze belast met de procedure welke moet nageleefd worden voor de interventie. Behoort de machine aan het bestuur, dan is het bestuur belast met de na te leven procedure. Daartoe zal de aannemer voorafgaand een vraag van de verantwoordelijke van het bestuur richten. Machines die aan wettelijke keuringen onderworpen zijn, moeten effectief in orde zijn alvorens op de werf gebruikt te worden Gevaarlijke producten. Met de uitdrukking gevaarlijk product wordt elke stof bedoeld die schadelijk kan zijn voor de gezondheid van de werknemers en/of het milieu. Veiligheidsdossier 31
31 Een stof kan als schadelijk worden beschouwd door: de scheikundige samenstelling haar onverenigbaarheid met andere stoffen bepaalde effecten op gezondheid (bvb. ademhaling, ogen, huid, enz.) haar brandbaarheid, ontvlambaarheid, ontplofbaarheid het radioactief karakter de kankerverwekkende eigenschappen (carcinogene agentia Codec V, afd. 1, art. 3) Gebruik van gevaarlijke producten. Gebruik algemeen Het gebruik van dergelijke producten op het werfterrein, onder welke vorm of in welke hoeveelheid dan ook, dient gesignaleerd aan de coördinator-verwezenlijking en aan de andere aannemers die tegelijkertijd op het terrein actief zijn, zodat de gepaste maatregelen genomen kunnen worden. Tevens dient nagegaan te worden of het gebruik van sommige producten te verenigen is met bepaalde weersomstandigheden. Zo kunnen wind, regen en warmte hun invloed hebben op de uitvoermethoden, op de benodigde hoeveelheden, op de uitwerking op het leefmilieu of kunnen ze het risico voor de werknemers verhogen. Wanneer voor een bepaalde activiteit het gebruik van dergelijke producten gepland wordt, dan moet dit vermeld worden in het VGP en moet de V & G steekkaart met alle nuttige gegevens (naam product, naam fabrikant, fysieke en chemische eigenschappen, risico s, aangewezen preventie) aan het VGP toegevoegd worden. De regels voor het stockeren van gevaarlijke producten zoals hiervoor aangehaald, dienen eveneens gerespecteerd te worden indien vaten of bussen in beperkte hoeveelheden op het werfterrein opgeslagen worden dicht bij de plaats van gebruik. Ook daar moeten de plaatsing en de manier van aftappen, uitgieten of uitpompen zodanig gebeuren dat brandgevaar en onnodige verstuiving voorkomen en dat indringing en vermenging met de ondergrond worden vermeden. Hiertoe voorziet de aannemer speciaal aangepaste stockage containers of opvangbakken, onder een afdak geplaatst op vermenging van regenwater en zodoende overstromen te beletten. Tevens moet de van kracht zijnde wetgeving toegepast worden inzake het afvoeren van afval. Te allen tijde geldt de richtlijn voor het gepast, d.w.z. volgens de wettelijke voorschriften, etiketteren van vaten en bussen. Deze recipiënten moeten tevens voor en na hun gebruik hermetisch afgesloten worden. Het reinigen van materiaal met behulp van oplosmiddelen, zal in open lucht gebeuren, ver van alle vlam, terwijl men er zorg voor draagt dat alle gebruikte oplosmiddelen en gedrenkte vodden van de werf afgevoerd worden of, hoogstens tijdelijk, in hermetisch gesloten metalen houders bewaard worden. Veiligheidsdossier 32
32 Elke persoon die gevaarlijke producten gebruikt moet op de hoogte zijn van de gevaren die eraan verbonden zijn en dient aangepaste beschermingsmiddelen te gebruiken, zoals vermeld in het VGP. Gebruik binnen Bij aanwending binnen een reeds geheel of gedeeltelijk gesloten bouwwerk, moet de nodige verluchting voorzien worden, hetzij natuurlijk, hetzij geforceerd. De ventilatie wordt aangehouden tijdens de droogfase van het product. De luchtconcentratie van de gebruikte producten moet beneden hun toelaatbare limietwaarde blijven en beneden 10% van hun onderste explosiegrens. In de mate van het mogelijke wordt een afdichting voorzien tussen de zone waarin met het product wordt gewerkt en de rest van het bouwwerk Plaatsen boordstenen en verhardingen De ongevallen bij het plaatsen van boordstenen en verhardingen (bv klinkers) veroorzaken verwondingen aan handen en voeten, spier-en gewrichtsletsels en rugpijn, in het bijzonder lumbago, een pijnlijke en terugkerende, ernstige aandoening. De hieronder gegeven beschrijving is indicatief, definitieve beschrijving is op te nemen in specifiek VGP, bepaald adhv exacte uitvoeringswijze Manuele plaatsing De meest gebruikte boordsteengrijper heeft een bek die verbonden is met de greep door een scharniersysteem (een draaipunt) en waarmee het stuk vastgegrepen wordt als de greep opgelicht wordt. Als de steel van de greep te kort is, is de werknemer verplicht te werken met gebogen rug om de steen te plaatsen. Om dat ongemak op te lossen, kan dezelfde grijper voorzien worden van lagere stelen. Ze kunnen zelfs zo aangepast worden dat het werk bijna met een rechte rug kan gebeuren. Soms wordt voor het plaatsen van kantstenen nog een grote tang gebruikt. De werkhouding met dit soort werktuig is zeker beter dan bij de grijper. Doordat je het werktuig echter met twee handen moet vasthouden, is het voor het plaatsen van een boordsteen noodzakelijk dat de ene werknemer over de boordsteen gaat staan die al geplaatst is, en de andere over het wachtbeton, waardoor ze zich verplaatsen op een manier die veel foute bewegingen kan meebrengen. Een aantal principes voor beter manueel werk bij het plaatsen van boordstenen: - Het terrein klaarmaken om te vermijden dat de mannen die de stenen plaatsen, obstakels moeten trotseren om het trottoirelement te transporteren - Het lossen op de bouwplaats organiseren om het manueel transport te beperken - De verdeling van de trottoirelementen organiseren om bij het plaatsen ervan zoveel mogelijk te vermijden dat de werknemers zich moeten verplaatsen - Er op letten dat het personeel fysiek geschikt is (gestalte, spierstelsel) voor het omgaan met zware voorwerpen. De werknemer moet een opleiding gekregen hebben over de juiste gebaren en houdingen om zijn gezondheid te vrijwaren en ongevallen te vermijden Veiligheidsdossier 33
33 - Materialen zoveel mogelijk mechanisch behandelen, met voertuigen en toestellen die geschikt zijn voor het werk Mechanische plaatsing Machines om boordstenen te plaatsen bieden een elegante oplossing voor de verschillende bevoorradings-en plaatsingsproblemen waarmee je te maken krijgt op bouwplaatsen waar het plaatsen manueel gebeurt. Hiermee kan een pallet boordstenen vervoerd worden en kan het materiaal tot vlak bij de werkplek worden gebracht. Om de boordstenen te plaatsen, worden ze van de machine gepakt en op de grond gezet, op de betonnen fundering, door middel van een pneumatische of zelfspannende grijper die wordt geleid door de persoon die de stenen plaatst. Alleen het instellen van de machine gebeurt nog manueel. Veiligheidsdossier 34
34 2.5 Bouwplaatsreglement Het bouwplaatsreglement omvat een geheel aan elementen die invloed hebben op de veiligheid, gezondheid, hygiëne en gezondheid. Het is van toepassing voor alle op de bouwplaats aanwezige intervenanten. Het bouwplaatsreglement bevat een samenvatting van de op de bouwplaats vigerende wetten en verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en milieu. Het kan gebruikt worden als addendum aan de bestelbrief bij de onderaannemingen. Er bevindt zich steeds een exemplaar van het bouwplaatsreglement op de bouwplaats. Interne werfreglementen opgesteld door de aannemers moeten aansluiten bij wat er in het bijzonder bestek en in het VGP werd voorgeschreven, en mogen hiermee geen tegenstrijdigheden vormen. Het bouwplaatsreglement in bijlage maakt integraal deel uit van het VGP en van de contractuele stukken van de aanneming. Het bouwplaatsreglement geeft de algemene richtlijnen weer welke van toepassing zijn voor alle betreders van de werf. Ze dienen onvoorwaardelijk toegepast te worden. Bij het niet naleven van de richtlijnen wordt de overtreder hiervoor stilzwijgend in gebreke gesteld, eventuele ongevallen en/of incidenten tengevolge van dit niet naleven vallen onder de verantwoordelijkheid van de overtreder. Iedere tussenkomende partij dient de intentieverklaring laatste pg bouwplaatsreglement, bijgevoegd in bijlage, ondertekend terug te bezorgen aan de veiligheidscoördinatorverwezenlijking. Hierin verklaart de aannemer: - het reglement gekregen te hebben - het te zullen toepassen - het door te geven aan zijn onderaannemers - er op toe te zien dat ook zij het reglement naleven en laten naleven door hun eventuele onderaannemers Veiligheidsdossier 35
35 3 RISICO-ANALYSE Algemeen In de risicoanalyse worden verschillende fasen van de werken geëvalueerd in het kader van een veilige uitvoering van de werken. Het betreft een algemene analyse van de werkzaamheden en handelingen die op de bouwplaats zouden kunnen voorkomen. Het betekent niet dat deze werken ook effectief zullen worden uitgevoerd of dat de inventaris ervan volledig en sluitend kan zijn. Ingevolge de bepalingen van de welzijnswet dd is het nog steeds aan elke uitvoerder te beschikken over een eigen risicoanalyse voor zijn eigen specifieke werkzaamheden en beroepshandelingen. Evenzeer dient hij, die in uitvoering van art. 30 van het KB dd en , te voegen bij zijn inschrijving, offerte en/of prijsopgave opdat de veiligheidscoördinator daarover de opdrachtgever zou kunnen adviseren. De offerte geeft een afzonderlijke prijsberekening in verband met de preventiemaatregelen en middelen te wijten aan het VGP. Alsook dient een document bijgevoegd te worden dat verwijst naar het VGP en waarin zij beschrijven op welke wijze zij het bouwwerk zullen uitvoeren om rekening te houden met dit VGP. In het schema zijn verschillende activiteiten opgenomen, verbonden met de voorgestelde middelen en de daaraan verbonden risico s. Aan deze factoren worden risicogetallen gekoppeld waarvan het relatief belang aantoont welke belangrijke en welke minder belangrijke risico s zijn. Gekoppeld aan iedere activiteit worden preventiemaatregelen vooropgesteld. Iedere aannemer dient voor zijn eigen activiteiten een risico analyse op te maken. Zij dienen de exacte uitvoeringsmethoden en de door hen gekozen arbeidsmiddelen op te nemen in de analyse en alle risico s te behandelen Risico-evaluatie en het bepalen van de risicograad Een specifieke risico-evaluatiemethode voor de bouwsector bestaat tot op heden nog niet. Er zijn evenwel een hele reeks van algemene risico-evaluatiemethodes die binnen de bouwsector toegepast worden. In deze handleiding werd de methode van Kinney weerhouden. De methode van Kinney gaat ervan uit dat een risico gekenmerkt wordt door twee factoren: kans en effect. Veiligheidsdossier 36
36 Risico = Kans x Effect (R = K x E) Een zinvolle schatting van de factor kans (K) verkrijgt men door ze op te splitsen in twee afzonderlijke parameters, waarschijnlijkheid en blootstellingsduur: + Waarschijnlijkheid (W) = de kans op het optreden van een ongewenst gevolg of schade bij afwezigheid van maatregelen en voorzieningen; + Blootstellingsduur (B) = de duur van de blootstelling aan het risico, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds de duur of frequentie van de blootstelling en anderzijds het aantal blootgestelde personen; Samen met de factor effect (E) worden hiermee 3 risicoparameters verkregen. In formulevorm geeft dit: R = W x B x E Hierbij moet worden aangetekend dat, welke benadering men ook kiest, er altijd sprake is van een vereenvoudiging van de werkelijkheid. Kinney heeft voor de parameters W, B en E gradaties aangegeven die op een kleine wijziging na intergraal in deze tekst zijn overgenomen. W (Waarschijnlijkheid) W = waarschijnlijkheid W = 0,1 = W = 0,2 = W = 0,5 = W = 1 = W = 3 = W = 6 = W = 10 = bijna niet denkbaar praktisch onmogelijk denkbaar, maar onwaarschijnlijk onwaarschijnlijk, grensgeval ongewoon maar mogelijk goed mogelijk te verwachten B (Blootstellingsduur) B = blootstelling B = 0,5 = B = 1 = B = 2 = B = 3 = B = 4 = B = 10 = zeer zelden (1x jaar) zelden (jaarlijks) soms (maandelijks) af en toe (wekelijks) regelmatig (dagelijks) voortdurend Veiligheidsdossier 37
37 E (Ernst) E = effect = schade E = 1 = gering, letsel zonder verzuim E = 3 = belangrijk, letsel en verzuim E = 7 = ernstig, blijvende invaliditeit / chronische aandoening met (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid E = 15 = zeer ernstig, 1 dode (acuut of op termijn) E = 40 = ramp, meerdere doden Nadat de parameters W, B en E zijn vastgesteld, kan met behulp van het product het risico worden gerangschikt in één van de vijf risicoklassen. Deze risicoclassificatie wordt als volgt omschreven: R = W x B x E = risicoscore en resulterende actie R < 20 Zéér beperkt risico aanvaardbaar in het dagelijks werk 20 < R < 40 Een zeker risico is mogelijk Aandacht en waakzaamheid geboden 40 < R < 200 Belangrijk en ernstig risico Gerichte maatregelen te nemen 200 < R < 400 Hoog risico op incident Directe verbetering in omstandigheden 400 < R Onaanvaardbaar risico Onmiddellijk de werkzaamheden stoppen Veiligheidsdossier 38
38 3.1.3 Algemene risicoanalyse infrastructuurwerken: wegenis en riolering - Werfinrichting - Terreinaanleg - Riolering Veiligheidsdossier 39
39 Hoofdstuk Omschrijving Risico Omschrijving risico Maatregel Risico-index 1 WERFINRICHTING Parking + wegenis 12: val van personen van begane grond: - tijdens verplaatsing op modderig of hinderlijk terrein Onmiddellijk opruimen en afvoeren van alle puin en hindernissen 41 31: trappen op voorwerpen - struikelen over aanwezige obstakels Wegnemen van overbodige obstakels 11 60: warmte/koude - gevaar van explosie bij het beschadigen van ondergrondse leiding Opvragen van de plans met ondergrondse leidingen Detecteren en aanduiden van de ondergrondse ligging 4,5 70: blootstelling aan elektrische stroom: - bij het beschadigen van ondergrondse kabels Opvragen van de plans met ondergrondse leidingen 2 Detecteren en aanduiden van de ondergrondse ligging Hulpgroep (diesel-generator) Kokers voor:trappen, liften, leidingen 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - kantelen van de groep of delen ervan tijdens de het ter plaatse brengen en de montagewerkzaamheden Gebruik van gekeurde hefwerktuigen, zoals krik, takel, kabelspanner, 63 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - tijdens de montage van de groep Verplaatsen gewicht over meerdere personen 40 Gebruik van aangepast hefgereedschap 60: warmte/koude - tijdens de afregeling van de dieselmotor Terugplaatsen van de collectieve afschermingen alvorens de dieselmotor te starten 2 70: blootstelling aan elektrische stroom: - elektrocutie tijdens de indienststelling en het uittesten van de Tussenschakeling van een gevoelige hulpgroep (verbinding met het openbaar net) differentieelschakelaar + aarding 1 Uitvoering door bevoegd personeel 81: giftige stoffen: Het gebruik van de gepaste PBM's zoals handschoenen, gelaatsbescherming en/of masker 81: giftige stoffen: - inademen van de CO2-gassen van de dieselmotor Voldoende verluchting 1 22: instortingen: - van de torenkraan tengevolge van uitgravingen vlakbij de fundering Afbakenen van de kritische zone (afschuifhoek t.o.v. de uitgraafdiepte) 3 Pagina 1 riscoanalyse omgevings-verhardingswerken.xls
40 Hoofdstuk Omschrijving Risico Omschrijving risico Maatregel Risico-index 2 TERREINAANLEG Opruimen 21: grondverzakking: - bv bij hellende terreinen 1 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - afvallen van materialen van kranen, bulldozers, Dragen van PBM's (o.a. helm en handschoenen) in de nabijheid van machines : inspanning, verkeerde beweging bij andere omstandigheden: - bij het ontwijken van obstakels Terreinaanleg Verlichting Nivelleren - profileren Aanbrengen fundering (koffer) Aanbrengen boordstenen Aanbrengen slibvangers Aanbrengen oppervlakte-laag 11: val van personen van hoger vlak : - indien bovenaan de lichtmast moet gewerkt worden 72 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - door het vallen van de verlichtingspaal 72 70: blootstelling aan elektrische stroom: - bij het aansluiten Alleen bevoegd personeel mag de leidingen aansluiten 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - contact met de pneumatische verdichter 41 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan Een duidelijke signalering van de gevarenzone - val van materiaal van de vrachtwagen Geen werkzaamheden uitvoeren in de gevarenzone 75 33: contact met beweeglijke voorwerpen: Afstand houden t.o.v. de machine (meer dan 0,8 m) - contact met bak van de kraan of bulldozer Dragen van PBM's (o.a. helm) 85 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het werken met de schop 47 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - val van een boordsteen op de arbeider Verboden te werken onder lasten 89 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - bij het doorslijpen of -zagen Dragen van PBM's (o.a. bril) 1 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het verplaatsen van de boordstenen Steeds met 2 personen verplaatsen Gebruik van hulpstukken (klem) 33 90: andere vormen: - lawaai Dragen van gehoorbescherming 1 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - val van een slibvanger op de arbeider Verboden te werken onder lasten 60 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: Steeds met 2 personen verplaatsen 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het verplaatsen van de slibvangers Gebruik van hulpstukken (klem) 33 2 tuintegel/klinkers o.a. 30/30 Kasseien Beton KWS (asfalt) Steenslag 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - tijdens het afnemen van de palletten met tuintegels/klinkers Gebruik van gekeurd aanslagmaterieel : klemming: - klemming tussen dal en dalschaar 15 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het (ver)plaatsen van de tuintegels/klinkers (rugklachten) Regelmatig van houding veranderen 13 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - door het wegspringen van deeltjes steen Dragen van PBM's (o.a. bril en handschoenen) 62 42: klemming: - klemming tussen kasseien 31 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het (ver)plaatsen van de kasseien (rugklachten) Regelmatig van houding veranderen 41 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - contact machine - arbeider 97 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - contact machine - arbeider : warmte/koude - contact met asfalt 81: giftige stoffen: - inademen van de wasems Dragen van PBM's (o.a. bril en handschoenen) 2 Rekening houden met de windrichting 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - contact vrachtwagen - arbeider Dragen van PBM's (o.a. bril en handschoenen) 83 - contact met de steenslag Signalisatie Pagina 2 riscoanalyse omgevings-verhardingswerken.xls
41 Hoofdstuk Omschrijving Risico Omschrijving risico Maatregel Risico-index 33: contact met beweeglijke voorwerpen: U houden aan de snelheidsbepalingen - contact vrachtwagen - arbeider Geluidssignaal op vrachtwagen bij het achteruitrijden 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - contact met de steenslag Organisatie van de verkeerscirculatie 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het verplaatsen van de verkeerstekens 47 Wegmarkering 81: giftige stoffen: Rekening houden met de windrichting - opname via huid en ademhaling Dragen van PBM's (o.a. bril en handschoenen) 1,5 Tuin en beplanting 60: warmte/koude - gevaar van explosie bij het beschadigen van ondergrondse Opvragen van de plans met ondergrondse leidingen leiding Detecteren en aanduiden van de ondergrondse ligging 5 70: blootstelling aan elektrische stroom: Detecteren en aanduiden van de ondergrondse ligging Opruimen Nivelleren Frezen Zaaien Aanbrengen beplanting Omheining - bij het beschadigen van ondergrondse kabels Opvragen van de plans met ondergrondse leidingen 2 21: grondverzakking: - b.v. bij hellende terreinen 1 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - val van materialen uit de laadbak 62 52: inspanning, verkeerde beweging bij andere - bij het ontwijken van obstakels omstandigheden: 34 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - aanrijding van de arbeider door de nivelleuse 97 12: val van personen van begane grond: - tijdens verplaatsing op modderig of hinderlijk terrein Onmiddellijk opruimen en afvoeren van alle puin en hindernissen 17 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - contact met de draaiende delen van de frees Dragen van veiligheidsschoeisel 29 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het rollen (effenen van het terrein) - bij het spitten 14 12: val van personen van begane grond: - tijdens verplaatsing op modderig of hinderlijk terrein 33 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - contact met de draaiende delen van de machine 56 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - tijdens het trekken aan de bedieningshandvatten en het gebruik op een helling 27 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - val van plantgoed (bomen, struiken, steunen, ) 49 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het verplaatsen van het plantgoed 27 - bij het uitgraven van bestaand plantgoed Aanvoeren materialen Uitgraven (en funderen) Invoeren materialen 12: val van personen van begane grond: - tijdens het verplaatsen van het materiaal naar de plaats van bestemming : val van voorwerpen bij de behandeling ervan - bij het verplaatsen naar de plaats van bestemming - bij het afladen van de vrachtwagen 73 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het uitgraven van de put voor paalfundering of het boren met de hand De bediening van de handboorhendel met twee personen 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - val van het materiaal 86 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het behandelen van de samenstellende delen Steeds met 2 personen de volumineuze lasten verplaatsen 47 Beton 47 Pagina 3 riscoanalyse omgevings-verhardingswerken.xls
42 Hoofdstuk Omschrijving Risico Omschrijving risico Maatregel Risico-index 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het (ver)plaatsen van de pijlers Steeds met 2 personen de volumineuze lasten verplaatsen Hout staal 32: contact met onbeweeglijke voorwerpen - splinters in de handen Gebruik van PBM's (o.a. handschoenen) 24 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - projectie van gensters in de ogen tijdens het inkorten van het staal (slijpschijf) Aanbrengen en aanspannen omheiningsdraad 12: val van personen van begane grond: - verlies van evenwicht tijdens het manueel aanspannen van de Voetpaden + wegen Gebruik van PBM's (o.a. veiligheidsbril) draad 48 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - losschieten van de draad Respecteren van de voorschriften volgens de instructies van de leverancier 81 40: klemming: - klemming tussen spanningsklem 30 12: val van personen van begane grond: - tijdens verplaatsing over modderig of hinderlijk terrein Onmiddellijk opruimen en afvoeren van alle puin en hindernissen : trappen op voorwerpen - aanwezigheid van hinderlijke voorwerpen op het terrein Onmiddellijk opruimen en afvoeren van alle puin en hindernissen 39 60: warmte/koude Detecteren en aanduiden van de ondergrondse ligging gevaar van explosie bij het beschadigen van ondergrondse leiding Opvragen van de plans met ondergrondse leidingen 70: blootstelling aan elektrische stroom: - bij het beschadigen van ondergrondse kabels Opvragen van de plans met ondergrondse leidingen 6 Detecteren en aanduiden van de ondergrondse ligging 17 Uitgraving van de fundering Aanbrengen van de fundering (koffer) Aanbrengen bovenlaag Natuursteen Tuintegels o.a. 30/30 Klinkers Dolomiet Steenslag 21: grondverzakking: - b.v. bij hellende terreinen 1,5 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - afvallen van materialen van kranen, bulldozers, Dragen van PBM's (o.a. helm en handschoenen) in de nabijheid van machines 86 52: inspanning, verkeerde beweging bij andere omstandigheden: - bij het ontwijken van obstakels 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - val van materiaal van de vrachtwagen op de arbeider 73 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - contact met de bak van de kraan of bulldozer Dragen van PBM's (o.a. helm) 83 Afstand houden t.o.v. de machine (meer dan 0,8 m) 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij het werken met de schop 47 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij stereotiepe houdingen Regelmatig van houding veranderen 40 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - tijdens het afnemen van de palletten tijdens het plaatsen 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - projectie van gensters tijdens het doorzagen van het materiaal 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - bij stereotiepe houdingen Regelmatig van houding veranderen 40 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - tijdens het afnemen van de palletten met tuintegels Gebruik van gekeurd aanslagmaterieel : val van voorwerpen bij de behandeling ervan - tijdens het afnemen van de palletten met klinkers Gebruik van gekeurd aanslagmaterieel : contact met beweeglijke voorwerpen: - contact vrachtwagen - arbeider 83 - contact met dolomiet 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - contact met steenslag - contact vrachtwagen - arbeider Pagina 4 riscoanalyse omgevings-verhardingswerken.xls
43 Hoofdstuk Omschrijving Risico Omschrijving risico Maatregel Risico-index 3 RIOLERING 3.1 Rioleringsbuizen en hulpstukken 3.2 PVC putten 3.3 Beton putten Betonnen septische putten Betonnen regenwater putten 11: val van personen van hoger vlak : Maak gebruik van een aangepaste ladder bij de toegang tot de sleuf 21: grondverzakking: - o.a. bij sleuven dieper dan 1,2 m Beschoeiing van de sleuf 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - bij het doorzagen van leidingen Het dragen van PBM's zoals veiligheidsbril tussen de leidingen 0,5 42: klemming: - tussen de leiding en sleuf : val van personen van hoger vlak : - val in de uitgegraven put of diepe sleuven Toegang tot en het verlaten van de sleuf met behulp van een ladder 21: grondverzakking: - afkalven van de uitgegraven put of sleuf Adequate beschoeiing van de sleuf 11: val van personen van hoger vlak : - val in de uitgegraven put of diepe sleuven Toegang tot en het verlaten van de sleuf met behulp van een ladder 21: grondverzakking: - afkalven van de uitgegraven put of sleuf Adequate beschoeiing van de sleuf 11: val van personen van hoger vlak : 21: grondverzakking: 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - losschieten van de bouwmaterialen tijdens het aanvoeren Gebruik van gekeurd aanslagmaterieel 60 51: inspanning, verkeerde beweging bij behandeling: - tijdens het geleiden van de materialen naar de bouwput : val van personen van hoger vlak : - vak in de vrijgemaakte opening van de waterput Afdekken 33 21: grondverzakking: 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - losschieten van de prefab-put of de bouwmaterialen tijdens het aanvoeren en/of inleggen Gebruik van gekeurd aanslagmaterieel 60: warmte/koude - verdrinking Afdekken Betonnen verliesputten 60 11: val van personen van hoger vlak : - vak in de vrijgemaakte opening voorzien voor de waterput Afdekken 5 21: grondverzakking: 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - losschieten van de prefab-put of de bouwmaterialen tijdens het aanvoeren en/of inleggen 60: warmte/koude - verdrinking Afdekken Gebruik van gekeurd aanslagmaterieel 86 1, Betonnen dekplaat op putten 3.5 Microstation 3.6 Wachtbuizen 11: val van personen van hoger vlak : - val in de uitgegraven put of diepe sleuven Toegang tot en het verlaten van de sleuf met behulp van een ladder 21: grondverzakking: - afkalven van de uitgegraven put of sleuf Adequate beschoeiing van de sleuf 86 1,5 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - gevaar van vallende voorwerpen voor de arbeiders in de bouwput Gebruik van PBM's (o.a. helm) 273 Pagina 5 riscoanalyse omgevings-verhardingswerken.xls
44 Hoofdstuk Omschrijving Risico Omschrijving risico Maatregel Risico-index 60: warmte/koude - gevaar van explosie bij het beschadigen van ondergrondse Opvragen van de plans met ondergrondse leidingen leiding 60: warmte/koude Detecteren en aanduiden van de ondergrondse ligging 70: blootstelling aan elektrische stroom: - bij het beschadigen van ondergrondse kabels Opvragen van de plans met ondergrondse leidingen Detecteren en aanduiden van de ondergrondse ligging ,5 3.7 Rioolaansluiting 3.8 Stookolietank Ondergrondse installaties 11: val van personen van hoger vlak : - val in de uitgegraven put of diepe sleuven Toegang tot en het verlaten van de sleuf met behulp van een ladder 86 21: grondverzakking: - afkalven van de uitgegraven put of sleuf Adequate beschoeiing van de sleuf 1,5 Tanks 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - losschieten van de tank tijdens het inleggen Gebruik van gekeurd aanslagmaterieel 75 80: giftige stoffen: - hoofdpijn, misselijkheid Tijdens het teren van de buitenwand van de opslagtank 2 Olietank Ingegraven tank 11: val van personen van hoger vlak : - val van de uitvoerder in de put Signalisatie van de put 51 21: grondverzakking: - afkalven van de putwanden Hellingshoek <= 45 of beschoeien 1 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - het loskomen van de tank tijdens het plaatsen Gebruik van gepast + goedgekeurd hijsgereedschap + verankering van het materiaal (-> tank) 123 Kathodische bescherming 11: val van personen van hoger vlak : - val van de uitvoerder in de anodesleuf Signalisatie van de sleuf 22 21: grondverzakking: - afkalven van de anodesleufwand Hellingshoek <= 45 of beschoeien 0,5 23: val van voorwerpen bij de behandeling ervan - val van de anode of installatieonderdelen tijdens het plaatsen Gebruik van gepast hijsmaterieel + verankering van het materiaal 22 Dubbelwandig (zonder kathodische bescherming) geteerde beschermingslaag 81: giftige stoffen: - opname langs de huid tijdens het aanbrengen van de beschermingslaag Gebruik van PBM's o.a. handschoenen en masker 1 Verbindingsleidingen tussen de ketel en de voedingstank Uitgevoerd in polyethyleen 32: contact met onbeweeglijke voorwerpen - oplopen van snijwonden tijdens het op maat zagen / snijden (spiegel) van de buizen 60: warmte/koude - het oplopen van brandwonden tijdens het gebruik van het verwarmingsapparaat Dragen van PBM's o.a. handschoenen Collectieve afscherming van de verwarmingselementen (alleen contact met de te lassen oppervlakken) 70: blootstelling aan elektrische stroom: - elektrocutiegevaar door contact met slecht geïsoleerde delen Onbeschadigde verbindingssnoeren en CEBEC-stekkers 72 8 Het gebruik van een differentieelschakelaar 10 ma Pagina 6 riscoanalyse omgevings-verhardingswerken.xls
45 Hoofdstuk Omschrijving Risico Omschrijving risico Maatregel Risico-index 81: giftige stoffen: - opname langs de huid van de gebruikte ontvettingsmiddelen Gebruik van PBM's o.a. handschoenen en masker 2 Uit koper vervaardigde leidingen 60: warmte/koude - het oplopen van brandwonden tijdens het braseren Gebruik van PBM's o.a. handschoenen en veiligheidsbril 81: giftige stoffen: - tijdens het ontvetten van contactoppervlakten Gebruik van collectieve beschermingsmiddelen : plaatselijke verplaatsbare afzuiginstallatie 1 8 Gegalvaniseerde buizen 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - het wegspringen van spaanders of deeltjes metaal tijdens het draadsnijden 42: klemming: - klemming van de vingers aan de draadsnijkop of opspaninrichting van de leiding Gebruik van collectieve afschermingen op de snijtafel Gebruik van PBM's o.a. veiligheidsbril Gebruik van PBM's o.a. handschoenen 57 81: giftige stoffen: - allergische reacties door de snijolie bij huidcontact Gebruik van PBM's : handschoenen en veiligheidsbril Isoleren van de verwarmingsleidingen 33: contact met beweeglijke voorwerpen: - het oplopen van snijwonden tijdens het op maat afwerken van de isolatiekoker 81: giftige stoffen: - opname langs de huid of door inademing van de lijmsporen of oplosmiddelen Gebruik van aangepast snijgereedschap Gebruik van PBM's : handschoenen Het dragen van de PBM : handschoenen - masker Collectieve afscherming : plaatselijk afzuigen van de schadelijke dampen Pagina 7 riscoanalyse omgevings-verhardingswerken.xls
46 4 COÖRDINATIEDAGBOEK 4.1 Kritieke fasen tijdens het bouwproject Eén van de uitgangspunten voor de aanpassing van het Koninklijk Besluit met betrekking tot de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen was ongetwijfeld het verhogen van de veiligheid op de werf en het verminderen van het papierwerk. Zo wordt er expliciet geëist dat vóór de aanvang van de werken de kritieke fasen tijdens het bouwproject worden vastgelegd. Bij deze fasen moet de Veiligheidscoördinator aanwezig zijn of zijn aanbevelingen op voorhand kunnen geven ter plaatse en dient hij door de aannemer min. 36 h. vóórdien schriftelijk/per mail verwittigd te worden. ( toepassing van KB dd ). Activiteit Aannemer Datum VC Aannemer Beveiliging bouwwerf Maken van bouwputten/sleuven Plaatsen zware prefabelementen Slijpen van verhardingsmaterialen Veiligheidsdossier 40
47 4.2 Aangifte ongevallen en ongevallenanalyse 1. Volgnummer: 2. Gegevens van de melder: - naam: - hoedanigheid: - naam en adres van de firma: 3. Datum van de melding:.. /.. /.. 4. Datum van het ongeval:.. /.. /.. 5. Gegevens van het slachtoffer: - naam: - hoedanigheid: - naam en adres van de firma: 6. Gegevens van het ongeval: - datum en tijdstip: - plaats: - beschrijving van het ongeval: - beschrijving van het letsel - getuigen van het ongeval - mogelijke oorzaken van het ongeval:.. 7. EHBO: - naam: - hoedanigheid: - naam en adres van de firma: - tijdstip: - plaats: - actie(s): 8. Doorverwijzing naar de dokter: - naam en adres van arts: - tijdstip van onderzoek: - resultaat van onderzoek: - voorziene arbeidsongeschiktheid: Afgevoerd door: 10. Opvolging van het ongeval:. Veiligheidsdossier 41
48 5 INSCHRIJVING EN INTENTIEVERKLARING VGP 5.1 Inschrijving Conform de inhoud van art. 30 van het KB van 21 januari 2001 voegt de inschrijver bij zijn offerte een afzonderlijk document waarin hij beschrijft op welke wijze de bouwwerken zullen worden uitgevoerd, rekening houdend met het algemeen VGP. Tevens voegt hij bij zijn inschrijving een afzonderlijke prijsberekening in verband met de in het VGP bepaalde preventiemaatregelen, inbegrepen de specifieke beschermingsmaatregelen en middelen. In het KB dd 25/01/2001 zijn twee artikels gewijzigd die belangrijk zijn voor aanbestedende opdrachtgevers. Ze zijn van kracht gegaan op 1 juli 2013 en geven de opdrachtgever meer vrijheid op het gebied van het veiligheidsplan. De wijziging van deze twee artikels is verschenen in het KB van 15/07/2011 betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten, maar was nog niet in werking getreden. Nu is dit wel gebeurd door het KB van 02/06/2013, tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en van de Koninklijke uitvoeringsbesluiten ervan (BS 5 juni 2013). Artikel 30 verplicht de (al dan niet aanbestedende) opdrachtgever om een veiligheidsplan toe te voegen aan het bestek, de prijsaanvraag of de contractuele documenten. De inschrijvers moeten een bijzonder veiligheids-en gezondheidsplan en een prijsberekening voor de preventiemaatregelen indienen. Intussen is dit artikel dus gewijzigd en bepaalt het dat de coördinator-ontwerp van de aanbestedende opdrachtgever kan kiezen (en zijn keuze rechtvaardigen) om deze documenten al dan niet aan de inschrijvers te vragen. Keuze coördinator-ontwerp is de toepassing van artikel 30 2 de lid 2 de met afzonderlijke prijsberekening aan te wenden bij inschrijving. Documenten hiertoe zijn opgemaakt door veico, Prijs volgens VGP art 30 KB Motivatie keuze: - Artikel 30 2 de lid 1 ste : geen afzonderlijk specifiek VGP bij te voegen door de aannemer daar de werken relatief standaard zijn en waarbij de uitvoeringsmethodes grotendeels vast liggen en klassiek zijn. - Artikel 30 2 de lid 2 de : dient wel nog voorzien te worden bij de inschrijving. Indien aannemer gebruik maakt van zijn eigen document dient dit voldoende gespecifieerd te worden naar voorzieningen toe. Er zijn oa graafwerken voorzien met putten > 1.20 m diep (gevaarlijk werk). Er zijn zware materialen te plaatsen waarbij men maatregelen dient te nemen mbt ergonomie. Enkel het document met afzonderlijke prijsberekening dient verplicht bij de offerte te worden gevoegd. Veiligheidsdossier 42
49 Aangezien voormeld document essentiële elementen bevat voor de beoordeling van de offerte door het bestuur, zal de ontsteltenis of het niet beantwoorden ervan aan het veiligheidsplan dienen te worden beschouwd als een substantiële onregelmatigheid van de offerte en bijgevolg de absolute nietigheid van de offerte veroorzaken. Het algemeen bestek voorziet enkel nog een vermelding van VC. Alle kosten voor de invulling van onderhavig veiligheidsplan worden derhalve geacht door de inschrijver te zijn verdeeld over de desbetreffende artikels in samenvattende meetstaat Beschrijving preventiemaatregelen Teneinde de beschrijving zoals hierboven bedoeld uniform en duidelijk te houden zal de kandidaat-aannemer een bondige doch duidelijke beschrijving geven van de voorgestelde werkwijze, in het bijzonder met betrekking op de collectieve beschermingsmaatregelen, voor volgende specifieke zaken en werkzaamheden Omgevings-en infrastructuurwerken - informatieverspreiding mbt veiligheid en gezondheid + motivatie naar werknemers en onderaannemers toe - bouwplaatsvoorzieningen (werfomheining, werfinrichting, signalisatie, ) - arbeidsmiddelen - orde en netheid, regelmatig opkuisen van de werf - beschermingsmiddelen (CBM,PBM, ) - eigen voorstellen ivm specifieke veiligheidsmaatregelen verbonden aan de uitvoeringsmethode Prijsberekening Voor volgende voorzieningen zal een afzonderlijke prijsopgave worden opgegeven Omgevings-en infrastructuurwerken - informatieverspreiding mbt veiligheid en gezondheid + motivatie naar werknemers en onderaannemers toe - bouwplaatsvoorzieningen (werfomheining, werfinrichting, signalisatie, ) - arbeidsmiddelen - orde en netheid, regelmatig opkuisen van de werf - beschermingsmiddelen (CBM,PBM, ) - eigen voorstellen ivm specifieke veiligheidsmaatregelen verbonden aan de uitvoeringsmethode Veiligheidsdossier 43
50 5.2 Ondertekening Alle documenten die in het kader van de veiligheidscoördinatie opgesteld worden dienen ondertekend te worden door de desbetreffende verantwoordelijke. Documenten opgesteld door een onderaannemer dienen mede ondertekend te worden door de hoofdaannemer voor gezien en goedgekeurd. Bovendien zal de hoofdaannemer onderstaande intentieverklaring voor akkoord laten ondertekenen door zijn contractanten onderaannemers en/of zelfstandigen. Dit VGP werd opgesteld werd opgesteld in toepassing van het K.B. van 21 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S. 7 februari 2001) om blijvend gevoegd te worden bij het aanbestedingsdossier van bedoelde werken. Door het feit van zijn inschrijving verklaart de kandidaat-aannemer zich akkoord met de inhoud en de uitvoering ervan. Nadruk, in zijn geheel of gedeeltelijk, is slechts toegelaten na expliciet en schriftelijk akkoord van de auteur (in casu Vanquaethem Xavier). Opgemaakt te Oudenaarde, in evenveel exemplaren als er partijen zijn, op 07/07/2016, Vanquaethem Xavier Ondergetekenden verklaren het VGP en bouwplaatsreglement te hebben ontvangen en de verantwoordelijkheid te nemen om al de werknemers te informeren over de inhoud van dit bouwplaatsreglement en hen de gepaste instructies te geven. Eveneens bevestigen de ondergetekenden dat deze voorschriften samen met deze van het A.R.A.B., de CODEX en het A.R.E.I. door de werknemers en zijn onderaannemers moeten gevolgd en begrepen zijn. Voor akkoord, Datum Datum Ondernemingshoofd Veiligheidsverantwoordelijke Veiligheidsdossier 44
1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN
1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN 1.1 Algemeen veiligheids- en gezondheidsplan Het algemeen veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld door de veiligheidscoördinator ontwerp en wordt, voor de aanvang van
1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN
1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN 1.1 Algemeen veiligheids- en gezondheidsplan Het algemeen veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld door de veiligheidscoördinator ontwerp en wordt, voor de aanvang van
1 Nieuwe, vereenvoudigde regelgeving TMB
1 Nieuwe, vereenvoudigde regelgeving TMB gepland van toepassing? Geen VC vereist Regelgeving VC voor grote bouwwerken houdt werkzaamh. in met verh. gevaar? (3) of ferte(5) verzekert VContwerp(1) offerte
Codex over het welzijn op het werk. Boek IX.- Collectieve bescherming en individuele uitrusting. Titel 1. Collectieve beschermingsmiddelen
Codex over het welzijn op het werk Boek IX.- Collectieve bescherming en individuele uitrusting Titel 1. Collectieve beschermingsmiddelen Hoofdstuk I.- Algemene bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen
Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996
Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996 Welzijnsdag 12 november 2012 1 Inhoudsopgave Korte schets wetgeving De risicoanalyse Preventiemaatregelen Rolverdeling in
2 ALGEMEEN VEILIGHEIDS EN GEZONDHEIDSPLAN
2 ALGEMEEN VEILIGHEIDS EN GEZONDHEIDSPLAN 2.1 Algemene inleiding Dit document is opgesteld op basis van het K.B. van 25 januari 2001 (B.S. 7 februari 2001) betreffende tijdelijke en mobiele bouwplaatsen.
Het veiligheidsplan: Onderaanneming Betontrappen Geerts bvba
Het veiligheidsplan: Onderaanneming Betontrappen Geerts bvba Het veiligheids- en gezondheidsplan heeft betrekking op de werken in opdracht van Bolcmans nv Het veiligheids- en gezondheidsplan bevat: - Projectgebonden
Hoofdstuk I. - Bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities
Koninklijk besluit van 30 augustus 2013 tot vaststelling van algemene bepalingen betreffende de keuze, de aankoop en het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen (B.S. 7.10.2013) Hoofdstuk I. - Bepalingen
Bouwplaatsreglement. Definities:
Bouwplaatsreglement Definities: - Dossier veiligheid en De synthese van alle documenten in verband met veiligheid en gezondheid: gezondheid, door alle tussenkomende partijen samengebracht: opdrachtgever,
Veilig werken & doen veilig werken
Veilig werken & doen veilig werken Inhoud Wettelijke aspecten dhr. Tom Vermeersch, R.D. TWW Oost-Vlaanderen: Veiligheids- en gezondheidsplan (veiligheidscoördinatie) Contract hoofdaannemer/onderaannemer/nevenaannemers,.
Vooraf gemelde examenvragen opleiding VC A en B op TMB
Vooraf gemelde examenvragen opleiding VC A en B op TMB 1. Wat zijn de algemene preventiebeginselen en geef toelichting? Wat bepaalt de werkgever daarbij? R A en B 2. Hoe kan je als coördinator veiligheid
De definities die hier gegeven zijn slaan enkel op deze projecten voor niet particuliere doelen
1.1. de partijen 1.1.1.overzicht In het KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE TIJDELIJKE OF MOBIELE BOUWPLAATSEN worden verschillende tussenkomende partijen vernoemd. Aan elk van deze partijen worden taken en
Welzijn en opleidingen
Welzijn en opleidingen De wetgeving over het welzijn op het werk verplicht werkgevers de nodige maatregelen te nemen om het welzijn van de werknemers te bevorderen tijdens de uitvoering van hun werk. Een
1. ORGANISATIE VAN DE PREVENTIE EN BESCHERMING
Bijlage IV : Bouwplaatsreglement 1. ORGANISATIE VAN DE PREVENTIE EN BESCHERMING 1.1. De veiligheidscoördinator (VC) heeft de leiding over de coördinatie van de veiligheid en gezondheid voor het geheel
KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen
KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen Situering Het koninklijk besluit (KB) van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen vervangt en verruimt artikel 52 van
Reglement veiligheidsregels voor derden.
Reglement veiligheidsregels voor derden. 1 Inleiding Dit reglement is bedoeld voor derden die geen werknemer zijn van het ziekenhuis, maar werken in ziekenhuis in het kader van een opdracht. Dit reglement
Circulaire BRANDPREVENTIE
OP DE ARBEIDSPLAATSEN PRINCIPE De wetgeving betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen ( Codex Boek III, Titel 3) legt duidelijk uit welke maatregelen de werkgevers moeten nemen inzake brandpreventie.
Circulaire 2015 02 BRANDPREVENTIE
Brandpreventie op de arbeidsplaatsen PRINCIPE De nieuwe wetgeving betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (KB van 28 maart 2014) legt duidelijk uit welke maatregelen de werkgevers moeten nemen
Codex over het welzijn op het werk. Boek I.- Algemene beginselen. Titel 2. Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid
Codex over het welzijn op het werk Boek I.- Algemene beginselen Titel 2. Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid Omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn 89/391/EEG van de Raad
WERKEN MET DERDEN. Ondertitel of verduidelijking
WERKEN MET DERDEN Ondertitel of verduidelijking 2 ALGEMEEN In bijna iedere school worden regelmatig werknemers van andere bedrijven, de zogenaamde derden tewerkgesteld, vooral als het gaat over werkzaamheden
Hierna volgt een beknopt overzicht van de nieuwe regelgeving.
Eerste hulp Met de publicatie van het KB van 15.12.10 betreffende de eerste hulp die verstrekt wordt aan de werknemers die slachtoffer worden van een ongeval of die onwel worden, in het BS van 28.12.10,
Persoonlijke Beschermingsmiddelen
Persoonlijke Beschermingsmiddelen Wettelijk kader België: ARAB: bundeling Uitv. Besluiten 1947 1993 Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming Europese kaderrichtlijn 89/391/EEG 12 juni 1989 Welzijnswet
1 Beschrijving. Infofiche Nr /2017. Kleedkamers, refters, wastafels en toiletten in de werkplaatsen en burelen 1/5
Infofiche Nr. 3015 09/2017 Kleedkamers, refters, wastafels en toiletten in de werkplaatsen en burelen 1 Beschrijving Er moeten sociale voorzieningen (kleedkamers, refters, wastafels, toiletten, rustlokalen,...)
1 Beschrijving. Infofiche Nr /2017. Kleedkamers, refters, wastafels en toiletten in de werkplaatsen en burelen 1/5
Infofiche Nr. 3015 12/2017 Kleedkamers, refters, wastafels en toiletten in de werkplaatsen en burelen 1 Beschrijving Er moeten sociale voorzieningen (kleedkamers, refters, wastafels, toiletten, rustlokalen,...)
STAD ANTWERPEN Stadsontwikkeling Openbaar domein
STAD ANTWERPEN Stadsontwikkeling Openbaar domein POSTINTERVENTIEDOSSIER RENOVATIE PARKBRUG GELEGEN IN PARK DEN BRANDT - BEUKENLAAN OPDRACHTGEVER: STADSBESTUUR ANTWERPEN HOOFDAANNEMER: Conform De Wet op
ALGEMEEN VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN IST-GEB-HUI Provinciedomein Huizingen
ALGEMEEN VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN IST-GEB-HUI Provinciedomein Huizingen In het kader van het K.B. betreffende de Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen van 25 januari 2001 en 19 januari 2005 Opdrachtgever:
Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S )
Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S. 7.2.2001) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 19 december 2001 tot wijziging, wat de aanvullende vorming
7 Documenten te bezorgen door aannemer bij zijn inschrijving
7 Documenten te bezorgen door aannemer bij zijn inschrijving 7.1 Toelichting bij de specifieke uitvoeringsmethode Enkele concrete en aandachtspunten mbt specifieke veiligheidsmaatregelen en uitvoeringswijzen
Definitie van een ernstig arbeidsongeval volgens artikel 94bis 1 van de Welzijnswet:
7.1.2 Bestrijding van ernstige arbeidsongevallen Wat is een ernstig arbeidsongeval? Definitie van een ernstig arbeidsongeval volgens artikel 94bis 1 van de Welzijnswet: Een ongeval dat zich op de arbeidsplaats
Wetgeving valbeveiligingsmiddelen
Wetgeving valbeveiligingsmiddelen Met betrekking tot de vraag over valkeuringsmiddelen in de Vraagbaak is onderstaande wetgeving relevant: Artikel 7.4a. Keuringen 1.Een arbeidsmiddel waarvan de veiligheid
Aanvraag voor: AANVRAAGTERMIJN Respecteer de aanvraagtermijn AANVRAGER. OPDRACHTGEVER (invullen indien anders dan de aanvrager)
pagina 1/6 GEMEENTEBESTUUR DE HAAN Gedeelte in te vullen door het bestuur Datum: Behandelend ambtenaar: Dossiernr.: / Aanvraag voor: - inname van het openbaar domein - het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen
BIJZONDER BESTEK NR. 351
OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN SINT-GILLIS BIJZONDER BESTEK NR. 351 AFWIJKINGEN Zie A, I, 5. VOORWERP VAN DE OPDRACHT. De opdracht betreft de aanpassing van de elektrische installaties
VEILIG WERKEN OP HOOGTE IN EEN SCHOOL. Jan Goos
VEILIG WERKEN OP HOOGTE IN EEN SCHOOL Jan Goos VEILIG WERKEN OP HOOGTE IN EEN SCHOOL Bij het uitvoeren van werken op hoogte moet men steeds rekening houden met het valgevaar. Geïntegreerde veiligheid,
24 APRIL Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen inzake welzijn op het werk (1)
NL FR einde eerste woord laatste woord Publicatie : 2014-05-23 FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG 24 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen
-1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving? -1- Noem de twee vormen van overleg.
-1- Noem de groepen signaleringsborden. -1- Noem de twee vormen van overleg. -1- Noem de verschillende vormen van markeringen. -1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving?
Aanvraag voor het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg
Gemeentebestuur Sint-Laureins Adres: Dorpsstraat 91 B-9980 SINT-LAUREINS Tel: 09/218 76.40 Fax: 09/379.07.77 E-mail: [email protected] Datum: Behandelend ambtenaar: Dossier nr:.. Aanvraag voor
1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2. Inplantingsplaats: Pijnven - Kerkhoven
ADVIESVERSLAG BRANDWEER BIJ VOORONDERZOEK/BOUWAANVRAAG VOOR AARDGASVERVOERLEIDING uw kenmerk ons kenmerk datum dienst ambtenaar telefoon I. Inleiding: 1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2.
Eerstehulpverlening: wat zegt de wetgeving?
Eerstehulpverlening: wat zegt de wetgeving? Lucie Guillemyn Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid Arbeid en Sociaal Overleg Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk Regionale Directie Toezicht
Document werkwijze voorzien in artikel 30,1 van het KB TMB
Bijlage A Document werkwijze voorzien in artikel 30,1 van het KB TMB INVUL FORMULIER VERPLICHT BIJ TE VOEGEN BIJ OFFERTE Art. 30 : De opdrachtgever neemt de nodige maatregelen opdat het veiligheids- en
Signaleren van werken en verkeersbelemmeringen. André Trouwen
Signaleren van werken en verkeersbelemmeringen André Trouwen Reglementering 1. Wet betreffende de politie over het wegverkeer (gecoördineerd door het K.B. van 16.03.1968) 2. Koninklijk Besluit van 01.12.1975
Veiligheidsadvies. Veiligheidsmateriaal. Opleidingen
Veiligheidsmateriaal Opleidingen To B-seen bvba - www.tob-seen.be - [email protected] - 0472/81.31.21 Wetgeving KB 25 januari 2001 op tijdelijke en mobiele bouwplaatsen Voor de bouwwerken moeten zogenaamde
BRANDPREVENTIE. op de arbeidsplaatsen.
BRANDPREVENTIE op de arbeidsplaatsen. Overzicht Wat was het? KB 28/03/2014 : toepassingsgebied en definities Risicoanalyse: risicofactoren Risicoanalyse en preventiemaatregelen Specifieke preventiemaatregelen
Intern transport. Ignaas Crombez Malle 31 maart 2015
Intern transport Ignaas Crombez Malle 31 maart 2015 MiVeDi bvba Ignaas Crombez Preventiedeskundige - milieucoördinator Tel 32-50-816244 - Fax 32-50-816312 Email [email protected] inhoud Intern verkeer
COORDINATIE-DAGBOEK DE MANDATARIS VLAAMSE OVERHEID. Agentschap Facilitair Bedrijf Boudewijngebouw Boudewijnlaan 30 bus Brussel
COORDINATIE-DAGBOEK Voorwerp : Verbouwen 6 de verdieping tot havencoördinatiecentrum FASE 2: Ruwbouwwerken Afwerkingen, sanitair & vast meubilair Hvac Elektriciteit Los meubilair DOSSIERNR: 414.034 BOUWPLAATS
De coördinatie van tijdelijke of mobiele bouwprojecten Vereenvoudigd regime voor kleinere bouwwerken
De coördinatie van tijdelijke of mobiele Vereenvoudigd regime voor kleinere bouwwerken De totstandkoming van de reglementering Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen heeft een langdurig en moeilijk verloop
Bescherming van stagiairs
21 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit betreffende de bescherming van stagiairs (1) Belgisch Staatsblad 4 oktober 2004 Gewijzigd door : KB van 30/09/05 BS van 13/10/05 KB van 02/06/06 BS van 17/07/06
VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN
VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN In het kader van het K.B. betreffende de Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen van 25 januari 2001 en 19 januari 2005 Onderwerp N744 Noordlaan aanleg fietspad Adres: Tussen
VOORSTEL FORMULIER ALLE BOUWPLAATS RISICO S
VOORSTEL FORMULIER ALLE BOUWPLAATS RISICO S MAKELAAR VERZEKERINGSNEMER Naam en voornaam of firmanaam:... Rechtsvorm: V BVBA VZW EVBA Andere:. Straat:. Nr.:... Bus:..... Postnr.:... Gemeente:. Land:.....
Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (B.S
Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (B.S. 31.3.1998) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende
De registratie moet gebeuren vóór de betrokken persoon aan het werk gaat en moet dagelijks gebeuren.
Checkin@work: de hoofdlijnen Vanaf 1 oktober 2014 moet voor elke werf met een totale waarde van meer dan 800.000 niet alleen een aangifte van werken gebeuren (de vroegere werfmelding), maar moet ook elke
V&G-deelplan uitvoeringsfase Nummer : Versie : 1. VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSGEVAREN Status : invulform
Project: VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN Op te stellen door de bij de uitvoeringen betrokken partijen BEDRIJFSGEGEVENS WERKZAAMHEDEN In te vullen door Van de Kreeke Wegenbouw Naam:.. Omschrijving:. Adres:...
Afbraakwerken Wettelijk kader. 17 maart 2016 ir. Tom Vermeersch sociaal inspecteur TWW- FOD WASO
Wettelijk kader 17 maart 2016 ir. Tom Vermeersch sociaal inspecteur TWW- FOD WASO Fg 60 50 40 30 20 bouw slopen 10 0 2010 2011 2012 2013 2014 Bron: Fonds voor Arbeidsongevallen Bouw: nace-codes 41,42,&
VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN
VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN In het kader van het K.B. betreffende de Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen van 25 januari 2001 en 19 januari 2005 Project: Renovatie riolering Adres: N702-Mizerikstraat
Vertegenwoordigd door: Dhr. Kris Eggermont, technisch directeur Hierna de opdrachtgever genoemd,
Tussen: Identificatie opdrachtgever: BOFAS vzw Straat + nummer: Jules Bordetlaan 166 b1 Gemeente: 1140 Brussel Vertegenwoordigd : Dhr. Kris Eggermont, technisch directeur Hierna de opdrachtgever genoemd,
Werken met derden - Wettelijk Kader
Programma Werken met derden - Wettelijk Kader Wet welzijn: hoofdstuk 4 afdeling 1 [HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen betreffende werkzaamheden uitgevoerd door ondernemingen van buitenaf of door uitzendkrachten
27 MAART KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE HET BELEID INZAKE HET WELZIJN VAN DE WERKNEMERS BIJ DE UITVOERING VAN HUN WERK
27 MAART 1998. KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE HET BELEID INZAKE HET WELZIJN VAN DE WERKNEMERS BIJ DE UITVOERING VAN HUN WERK ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,
aangevuld en/of gewijzigd met de bepalingen van het KB dd
Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen ( B.S. 7.2.2001 ) Omzetting in Belgisch recht van de achtste bijzondere richtlijn 92/57/EEG van de Raad van de Europese
7 MEI Ministerieel besluit betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg. Belgisch Staatsblad 21 mei 1999
7 MEI 1999. - Ministerieel besluit betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg. Belgisch Staatsblad 21 mei 1999 HOOFDSTUK I. - Signaleren van werken. Artikel 1. Algemene
INTENTIEVERKLARING VAN DE AANNEMER. Ik (aannemer)
10. 3. INTENTIEVERKLARING VAN DE AANNEMER Ik (aannemer) Verklaar hiermede dat ik kennis genomen heb van en akkoord ben met de veiligheidsvoorschriften van de opdrachtgever, opgenomen in het bestek, de
Dienst belast met medisch Niet noodzakelijk C., T.IV, H.VII, art. 27
Onderwerp Persoonsgebonden documenten Blootstelling- en ontsmettingstabel per individuele blootgesteld aan ioniserende straling Verantwoordelijk voor bewaring Bewaartermijn W* Reglementering (C: Codex
VOORAL DE ALINEA S IN HET ROOD ZIJN ZEER BELANGRIJK VOOR HET JAARMARKTGEBEUREN
DIT BRANDWEERREGLEMENT IS ZEER BELANGRIJK ONDERMEER VOOR DE UITBATERS VAN KRAMEN WAAR VERWARMINGSTOESTELLEN WORDEN GEBRUIKT. GELIEVE HIERMEE REKENING TE HOUDEN EN NA TE LEVEN VOORAL DE ALINEA S IN HET
De aannemer kan een attest VCA of Be Sacc voorleggen. In elk geval dient de aannemer zich minstens te houden aan volgende vereisten:
1 III. Technische bepalingen Artikel 1 : Veiligheids- en welzijnsmaatregelen 1.1. Algemene werfinrichting en veiligheidseisen De aannemer voorziet alle nodige werken voor de veilige inrichting van de werf
De artikels 29 en 30 van het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zijn gewijzigd
De artikels 29 en 30 van het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zijn gewijzigd Wijziging van het koninklijk besluit Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen In dit koninklijk besluit (25.01.2001) zijn twee
Postinterventiedossier (PID) Bodemsaneringswerken van een verontreinigd terrein van een voormalig tankstation
T8200_: (PID) Conform de Wet op het Welzijn 04/08/96 en de Europese Richtlijn 92/57/EEG en het KB betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen 25/01/01 Bodemsaneringswerken van een verontreinigd terrein
WERKEN MET DERDEN. WELZIJNSWET 4/08/1996 Hoofdstuk 4 Afdeling 1. ir.ph.durand
WERKEN MET DERDEN WELZIJNSWET 4/08/1996 Hoofdstuk 4 Afdeling 1 ir.ph.durand [email protected] 1 Historiek -> Kaderrichtlijn 89/391/EG - 12/06/89 Veiligheid en gezondheid op het werk -> Op
DEELNAMEFORMULIER BESTE BOUWTEAM 2017
DEELNAMEFORMULIER BESTE BOUWTEAM 2017 Om uw deelname aan de wedstrijd het beste bouwteam 2017 te vergemakkelijken, hebben wij voor u een vragenlijst samengesteld. Door deze nauwkeurig in te vullen geeft
Controle van hefwerktuigen. Bliksemacties van Toezicht Welzijn op het Werk
Controle van hefwerktuigen Bliksemacties van Toezicht Welzijn op het Werk Nathalie Nouvelle, Ir Attaché bij Toezicht Welzijn op het Werk Directie Bergen 6 september 2013 1 Controle van hefwerktuigen Definities
Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen ( B.S )
Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen ( B.S. 7.2.2001 ) Gewijzigd door : KB van 15-07-2011 BS van 09-08-2011 KB van 17/05/2007 BS van 07/06/2007 KB van
Tabel 1: overzicht verplichte sociale documenten
Tabel 1: overzicht verplichte sociale documenten A. SOCIALE DOCUMENTEN e documenten of aanbevolen op werf Digitale vorm Arbeidsreglement Art. 15 Wet 8/04/1965 tot instelling van de arbeidsreglementen voor
Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S. 7.2.2001)
Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S. 7.2.2001) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 19 december 2001 tot wijziging, wat de aanvullende vorming
8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen
8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen (voor het gemak, een machine = een installatie, machine of gemechaniseerd werktuigen, zoals bedoeld in het artikel 8.1 van het KB
Circulaire ARBEIDSWEGONGEVAL
art 7 ERNSTIG Welzijnswet 1996, art 94bis, 1 KB Welzijnsbeleid 1998, art 26, 4 ARBEIDSWEGONGEVAL Een ongeval van een werknemer is een arbeidsongeval (AO) als volgende voorwaarden zijn vervuld: een plotse
Veiligheidsregels voor Extern Personeel. Chris Chantrain - Coördinerend Preventieadviseur Scholengemeenschap Voorkempen
Veiligheidsregels voor Extern Personeel Inhoud 1. Inleiding 2. Situering in de bestelprocedure 3. Geïntegreerde veiligheid 4. Sociale zekerheid 5. Verzekering 6. Sancties 7. Veiligheidsvoorschriften 8.
De doelstellingen van de Arbowet zijn: het verbeteren van de veiligheid en gezondheid van medewerkers
1. Wetgeving 1.1 Arbowet In januari 2007 is de Arbowet 2007 van kracht geworden. Het begrip Arbo staat voor Arbeidsomstandigheden en heeft betrekking op Veiligheid, Gezondheid en Welzijn (VGW). De Arbowet
Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities
Koninklijk besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen (B.S. 21.12.2012) Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities
Arbeidsplaatsen Elektrische installaties - Algemeen. Infodocument
Arbeidsplaatsen Elektrische installaties - Algemeen Infodocument Arbeidsplaatsen - Elektrische installaties - Algemeen Voor bepaalde oude elektrische installaties op de arbeidsplaatsen werden in 2008 minimum
Collectieve beschermingsmiddelen Wetgevende nota
VL/NB Brussel, 10 oktober 2013 Collectieve beschermingsmiddelen Wetgevende nota Er is een nieuwe wettekst verschenen. Het gaat over: Koninklijk besluit van 30 augustus 2013 tot vaststelling van algemene
IPV - Opleidingsadviseur van de voedingssector
Wettelijke verplichtingen inzake het onthaal van uitzendkrachten De organisatie van het onthaal van uitzendkrachten wordt wettelijk geregeld door de CAO nr. 22 betreffende het onthaal en de aanpassing
Bladnr. 1 van VOOR HET BOUWWERK: Besteknr. REA Het project bestaat uit de herinrichting van de Noorderweg e.o. te Soest.
Kennisgevingsformulier Besteknr. REA 2012-09 d.d. - BESTEK + NOTA - Bladnr. 1 van 2 1 VOOR HET BOUWWERK: Besteknr. REA2012-09 Het project bestaat uit de herinrichting van de Noorderweg e.o. te Soest. 2
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Algemene Directie Humanisering van de Arbeid Afdeling Normen over het welzijn op het werk
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Algemene Directie Humanisering van de Arbeid Afdeling Normen over het welzijn op het werk Thematische toelichting over het koninklijk besluit van 13 juni
BESTRIJDING VAN ERNSTIGE ARBEIDSONGEVALLEN
BESTRIJDING VAN ERNSTIGE ARBEIDSONGEVALLEN In 2003 werd de welzijnswet uitgebreid met een nieuw hoofdstuk met als titel Maatregelen om de herhaling van ernstige arbeidsongevallen te voorkomen. Hiermee
Vreemde talen op de bouwplaats
. 09/10/2012 ir. Tom Vermeersch FOD WASO, TWW RD Oost-Vlaanderen Vaststellingen tijdens inspectiebezoeken i.v.m. buitenlandse bouwvakkers: Objectief: Gebrekkige talenkennis Tekort aan veiligheids-en gezondheidsopleiding
SOBANE methoden: Veiligheid (ongevallen, vallen, uitglijden ) NIVEAU 3: ANALYSE. INLEIDING Expertise
SOBANE methoden: Veiligheid (ongevallen, vallen, uitglijden ) NIVEAU 3: ANALYSE INLEIDING Expertise PREVENTION Doelstellingen Meer gerichte preventie/verbeteringsmaatregelen uitwerken, door specifieke
Voorbeeld (niet limitatief) van de omzetting van het K.B. 04.12.2012 -elektrische installaties in een GLOBAAL PREVENTIEPLAN
Voorbeeld (niet limitatief) van de omzetting van het K.B. 04.12.2012 -elektrische installaties in een GLOBAAL PREVENTIEPLAN Versie goedgekeurd op Comité PBW dd. 1 GLOBAAL PREVENTIEPLAN - 2017 JAARLIJKS
Plaatser boven- en ondergrondse leidingen
Profiel van Plaatser boven- en ondergrondse leidingen Kernactiviteiten en taken Beroepsprofiel sector van de elektriciens PSC 149.01 Plaatser boven- en ondergrondse leidingen versie 2015 Page 1 Titulatuur
SPECIFIEK VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN RMT-GEB-VBP-SP PROVINCIE VLAAMS- BRABANT - PROVINCIEHUIS
SPECIFIEK VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN RMT-GEB-VBP-SP-17-01 PROVINCIE VLAAMS- BRABANT - PROVINCIEHUIS In het kader van het K.B. betreffende de Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen van 25 januari 2001
Artikel 2:5. Burgemeester en wethouders van Gouda. Gelet op de Algemene Plaatselijke Verordening Gouda 2009, verder te noemen APV 2009; besluiten:
Artikel 2:5 1. Burgemeester en wethouders van Gouda Gelet op de Algemene Plaatselijke Verordening Gouda 2009, verder te noemen APV 2009; besluiten: Gelet op het bepaalde in artikel 2:5 APV Gouda 2009 ten
Algemeen Ziekenhuis Vesalius Studenten- Stagiairs
W E R K P O S T F I C H E In uitvoering van het KB van 03.05.1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk en de omzendbrief van 12.01.2004 betreffende het gezondheidstoezicht van stagiairs
Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (B.S. 4.6.1999)
Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (B.S. 4.6.1999) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 28 augustus 2002 tot aanwijzing
