STAAT VAN DE INSTELLING MBO Studiecentrum Minerva Plaats : Almere BRIN nummer : 24KK Onderzoeksnummer : 196014 Datum onderzoek : 24-27 september 2013 Datum vaststelling : 4 december 2013
Pagina 2 van 24
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING............................................ 5 2 CONCLUSIE EN VERVOLGTOEZICHT........................... 7 2.1 Conclusie........................................... 7 2.2 Vervolgtoezicht....................................... 7 3 TOELICHTING OP DE BEOORDELING.......................... 9 3.1 Oordeel kwaliteitsborging op instellingsniveau................. 9 3.2 Risico's op relevante indicatoren........................... 9 3.3 Toelichting Particuliere beveiliging (Beveiliger) en (Coordinator beveiliging).............................. 11 4 BIJLAGEN............................................ 19 Bijlage I Normeringen kwaliteitsgebieden..................... 19 Bijlage II Beoordeling aspecten en indicatoren onderzochte instellingsbrede gebied................................ 22 Bijlage III Beoordeling indicatoren opleiding................... 23 Particuliere beveiliging (Beveiliger) en (Coordinator beveiliging)........................................ 23 Pagina 3 van 24
Pagina 4 van 24
1 INLEIDING De Inspectie van het Onderwijs voerde in september 2013 een onderzoek naar de Staat van de instelling uit bij Minerva. Dit onderzoek heeft betrekking op het mbo. Studiecentrum Minerva is een niet-bekostigde instelling met circa 180 studenten in vier erkende mbo-opleidingen. De opleidingen worden uitgevoerd op één onderwijslocatie. Het onderzoek heeft tot doel om de stand van de kwaliteitsborging van de instelling te bepalen en om de risico's voor de onderwijskwaliteit in te schatten. De Staat van de instelling wordt elke drie jaar opgemaakt en bestaat uit een analyse van gegevens, een instellingsbreed onderzoek en een kwaliteitsonderzoek bij een of meer opleidingen. De informatie over de instelling die bij de inspectie aanwezig is, zoals het verslag van werkzaamheden, opbrengstgegevens, uitkomsten tevredenheidonderzoek en signalen is geanalyseerd en is aangevuld met onderzoek op de instelling. Tijdens het onderzoek zijn gesprekken gevoerd met studenten en docenten, zijn aanvullende documenten onderzocht en zijn onderwijsactiviteiten geobserveerd. Ook maakte een gesprek met de directie deel uit van het onderzoek. De volgende opleidingen zijn onderzocht: Gebied Opbrengsten 1 Gebied Onderwijsproces Gebied Examinering en diplomering Leerweg, niveau, locatie 24KK 94850 24KK 94850, Particuliere beveiliging (Beveiliger) 24KK 94850, Particuliere beveiliging (Beveiliger) leerweg bbl, niveau 2, locatie Operetteweg 33, Almere 24KK 90550 24KK 90550, Particuliere beveiliging (Coördinator beveiliging) 24KK 90550, Particuliere beveiliging (Coördinator beveiliging) leerweg bbl, niveau 3, locatie Operetteweg 33, Almere Pagina 5 van 24
De resultaten van het onderzoek naar kwaliteitsborging leiden, in combinatie met geconstateerde risico s en de resultaten van de kwaliteitsonderzoeken, tot een risicobepaling voor uw instelling. De omvang van de risico's bepaalt mede het vervolgtoezicht. De inspectie heeft zich bij haar onderzoek gebaseerd op het Toezichtkader bve 2012. Dit is te vinden op www.onderwijsinspectie.nl. De normering is als bijlage I toegevoegd aan dit rapport. In hoofdstuk 2 leest u de conclusies waaronder ook het vervolgtoezicht voor de instelling. De resultaten van het onderzoek naar kwaliteitsborging, de resultaten van de analyse en de resultaten van het kwaliteitsonderzoek van de onderzochte opleidingen vindt u in hoofdstuk 3. 1 Voor de beoordeling van de opbrengsten is gebruik gemaakt van de door de instelling aangeleverde gegevens over kalenderjaar 2012. Pagina 6 van 24
2 CONCLUSIE EN VERVOLGTOEZICHT In dit hoofdstuk geven we aan welke conclusie we trekken uit het onderzoek naar de Staat van de instelling en wat het vervolgtoezicht voor u inhoudt. Het vervolgtoezicht is bepaald op basis van het onderzoek naar kwaliteitsborging, het kwaliteitsonderzoek en de analyse van risico s. In het onderzoek naar de Staat van de instelling geven wij een oordeel over de kwaliteitsborging. We gebruiken daarbij een vierdeling: goed, voldoende, onvoldoende of slecht. Voorts geven wij aan in welke mate er risico s zijn geconstateerd. Daarbij gebruiken we een driedeling: geen risico s, enkele risico s of veel risico s. In hoofdstuk 3 volgt een nadere onderbouwing van de oordelen. 2.1 Conclusie Op basis van de resultaten uit het onderzoek naar de Staat van de instelling komen wij tot de conclusie dat de kwaliteitsborging bij Minerva onvoldoende is. Voorts concluderen we dat er enkele risico s zijn voor de kwaliteit van het onderwijs. Deze risico s komen naar voren bij de kwaliteit van het onderwijsproces. Het oordeel dat de kwaliteitsborging onvoldoende is, gecombineerd met de constatering dat er enkele risico s zijn voor de kwaliteit van het onderwijs, leidt er toe dat we vervolgtoezicht uitvoeren. In paragraaf 2.2 wordt de aard van dit vervolgtoezicht nader uitgewerkt. Alhoewel de instelling op hoofdlijnen de belangrijkste risico s in beeld heeft, stellen wij vast dat het informele karakter van de organisatie en de kwetsbaarheid in de verankering van het kwaliteitszorgsysteem het risico met zich meebrengen dat tekortkomingen niet op tijd worden gezien of verbeteringen niet tijdig en volledig worden gerealiseerd. Voor het onderzoek naar de Staat van de instelling hebben we twee opleidingen onderzocht. Bij deze opleidingen zijn enkele tekortkomingen geconstateerd. Bij deze opleidingen vindt vervolgtoezicht plaats, zoals is te lezen in de volgende paragraaf. 2.2 Vervolgtoezicht Vervolgtoezicht naar aanleiding van onderzoek kwaliteitsborging instellingsbreed De kwaliteitsborging bij Studiecentrum Minerva is onvoldoende. Pagina 7 van 24
Daarmee wordt niet voldaan aan de naleving van de wet (WEB, art. 1.3.6) en is sprake van vervolgtoezicht vanwege niet naleving van wettelijke vereisten. Het vervolgtoezicht bestaat hieruit dat we over een jaar de kwaliteitsborging opnieuw zullen beoordelen. Vervolgtoezicht naar aanleiding van de onderzochte opleiding De kwaliteit van beide onderzochte opleidingen is voldoende, behalve op het punt van de kwaliteitsborging. Er is daarom vervolgtoezicht naar aanleiding van het onderzoek bij de opleidingen. In onderstaand schema is het vervolgtoezicht te lezen. Particuliere beveiliging (Beveiliger),24KK 94850 Beoordeling Toezichtvorm Vervolgtoezicht Kwaliteitsborging is Aangepast toezicht Circa een jaar na het definitieve onvoldoende. vanwege niet naleving van 1.3.6 van de WEB. rapport beoordelen wij de kwaliteitsborging opnieuw. Particuliere beveiliging (Coördinator beveiliging),24kk 90550 Beoordeling Toezichtvorm Vervolgtoezicht Kwaliteitsborging is Aangepast toezicht Circa een jaar na het definitieve onvoldoende. vanwege niet naleving van 1.3.6 van de WEB. rapport beoordelen wij de kwaliteitsborging opnieuw. Lopende toezichtactiviteiten voortvloeiend uit eerder inspectieonderzoek Op het moment van het vaststellen van het definitieve rapport van de Staat van de instelling hebben wij geen andere onderzoeken lopen. Pagina 8 van 24
3 TOELICHTING OP DE BEOORDELING In dit hoofdstuk geven we een toelichting op de beoordeling. Tevens bespreken we op basis waarvan is bepaald in welke mate er risico s zijn bij de instelling. 3.1 Oordeel kwaliteitsborging op instellingsniveau Het onderzoek naar kwaliteitsborging heeft geleid tot het volgende oordeel: Kwaliteitsgebied Goed Voldoende Onvoldoende Slecht 4 Kwaliteitsborging Hieronder geven we het oordeel van de aspecten van het kwaliteitsgebied kwaliteitsborging weer. Een detaillering van het oordeel vindt u in bijlage II. Daarin is de beoordeling van de onderliggende indicatoren per aspect opgenomen. Gebied 4: Kwaliteitsborging Voldoende Onvoldoende 4.1 Sturing * 4.2 Beoordeling * 4.3 Verbetering en verankering * 4.4 Dialoog en verantwoording Beschouwing De instelling verzorgt een viertal opleidingen in de beveiligingsbranche, zowel bol, bbl, als 3 e leerweg en certificaten. De instelling werkt met een klein kernteam van docenten en heeft een netwerk van zzp-docenten aan zich gebonden. Gezien de omvang van de instelling, is de werkwijze vooral informeel. Voor de kwaliteitsborging brengt dat een risico ten aanzien van de verankering met zich mee. De belangrijke elementen van effectieve kwaliteitszorg zijn in de basis wel zichtbaar in de instelling, maar zijn afhankelijk van vooral het functioneren van de directie en worden niet door alle medewerkers herkend. 3.2 Risico's op relevante indicatoren Bij het bepalen van de risico s in de zin van het toezichtkader hebben we, in samenhang met de toezichthistorie, gekeken naar de kwaliteit van onderwijs en examinering, de opbrengsten, de tevredenheid van studenten, medewerkers en werkgevers en de stabiliteit van organisatie en management. Pagina 9 van 24
Het onderzoek heeft geleid tot de volgende risicobepaling: 0 Mate van risico's Geen Enkele Veel Kwaliteit onderwijs Studiecentrum Minerva biedt het onderwijs modulair aan en de studenten hebben de keuze tussen contactonderwijs en afstandsonderwijs. Het contactonderwijs wordt verzorgd voor een mix van studenten bol en bbl. Wij hebben de bbl-opleiding onderzocht. Het programma werkt volgens een duidelijke opbouw gericht toe naar de examens. Een risico is dat de intake niet voorziet in een duidelijke vaststelling van de beginsituatie van de student, vooral wat betreft de avo-vakken, waardoor het kan voorkomen dat studenten niet tijdig voldoende passende begeleiding krijgen en mogelijk studievertraging oplopen. De opleiding signaleert zelf een risico voor de bpv, nu de economische situatie leidt tot minder bpv-plaatsen, maar is bezig maatregelen te nemen om dit risico te beperken. Een en ander leidt tot de inschatting dat er enkele risico's zijn. Kwaliteit examinering De beroepsgerichte examens worden verzorgd door de SVPB en de examens voor Nederlands, rekenen en loopbaan & burgerschap worden ingekocht bij Deviant. De informele werkwijze van de examencommissie kan een risico vormen voor de kwaliteit van de examinering. Om de eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de examens te kunnen blijven waarmaken is een werkwijze van belang die voorziet in regelmatige overlegmomenten en vastlegging en communicatie van afspraken. Dat leidt tot de risico-inschatting: geen tot geringe risico's. Opbrengsten De informatie over opbrengsten is nog gebaseerd op de eindtermengerichte opleidingen, waardoor de opbrengsten voor de onderzochte opleidingen niet te beoordelen zijn. In het Verslag van werkzaamheden 2012 zijn wel gegevens over slagingspercentages per module opgenomen en is vermeld hoeveel afgestudeerden er vorig jaar waren, maar daaruit valt niet af te leiden wat de rendementen zijn. De risico's zijn als gevolg daarvan niet in te schatten. Het is van belang dat de rendementscijfers apart voor afstandsonderwijs en per opleidingstype worden aangeleverd. Tevredenheid studenten/medewerkers/werkgevers Volgens de zelfevaluatie zijn er regelmatig evaluaties over de kwaliteit van het onderwijs gehouden onder studenten, medewerkers en werkgevers. Wij hebben Pagina 10 van 24
alleen evaluaties over de examens van mei 2013 aangeleverd gekregen. Gesprekken met studenten en docenten tijdens het onderzoek en telefonische navraag bij bpv-organisaties bevestigen het beeld dat die groepen overwegend tevreden zijn. Wij zien geen risico's voor de tevredenheid over de opleiding. Stabiliteit organisatie en management De directie is al vele jaren in handen van één persoon. Deze persoon is daarmee tot heden een stabiele factor in de organisatie. Er zijn momenteel geen vacatures voor de beroepsgerichte modules. Er wordt gezocht naar een docent voor de avo-vakken waarvoor lesaanbod wordt opgezet. Wij zien op dit moment geen risico's. Studiecentrum Minerva heeft al jaren een goede naam in de branche. Ondanks de huidige economische tegenwind, weet de instelling toch een kleine groei van studenten te realiseren. De kwaliteit van de opleiding is volgens de directie de basis voor het behoud van een vaste klantenkring. De instelling houdt zich bezig met voortdurende verbetering van het onderwijs naar aanleiding van de signalen die de regelmatige evaluaties opleveren. Ook de contacten met studenten, docenten en klanten zorgen voor voldoende signalen. De aandacht is nu gericht op o.a. de verbetering van het didactisch handelen, het beperken van de risico s als gevolg van minder bpv-plaatsen en de noodzaak van extra ondersteuning bij de avo-vakken. Of de verbeteringen altijd tijdig en volledig worden gerealiseerd, kan door het ontbreken van een meer systematische werkwijze en van vastlegging van afspraken echter aan de aandacht ontsnappen. Ook het feit dat alleen de directeur het overzicht heeft, maakt de organisatie kwetsbaar. De instelling is wel goed op de hoogte van de ontwikkelingen in de branche en bereidt zich voor op eventuele noodzakelijke aanpassing van het onderwijsaanbod. De toezichthistorie laat verder zien dat er de afgelopen jaren geen noemenswaardige risico's zijn gesignaleerd. Gezien het bovenstaande komen wij uit op de inschatting dat bij het Studiecentrum Minerva sprake is van enkele risico's. 3.3 Toelichting Particuliere beveiliging (Beveiliger) en (Coordinator beveiliging) Het kwaliteitsonderzoek bij Particuliere beveiliging (Beveiliger), 24KK 94850, niveau 2 en Particuliere beveiliging (Coördinator beveiliging), 24KK 90550, niveau 3, locatie Operetteweg 33, Almere heeft geleid tot de volgende oordelen: Pagina 11 van 24
Kwaliteitsgebied Goed Voldoende Onvoldoende Slecht 1 Onderwijsproces 2 Examinering en diplomering 4 Kwaliteitsborging Kwaliteitsgebied Voldoet Voldoet niet 5 Naleving wettelijke vereisten Het kwaliteitsgebied kwaliteitsborging is niet voldoende. Hierdoor vindt vervolgtoezicht plaats vanwege niet naleving van de wettelijke vereisten op het gebied van kwaliteitsborging. Oordeel per aspect Hieronder geven we het oordeel over de aspecten van de vijf kwaliteitsgebieden weer. In bijlage III is de beoordeling van de onderliggende indicatoren van de betreffende aspecten per kwaliteitsgebied opgenomen. Gebied 1: Onderwijsproces Voldoende Onvoldoende Programma 1.1 Samenhang 1.1.1 Inhoud 1.1.2 Programmering 1.2 Maatwerk 1.2.1 Differentiatie Leren in de onderwijsinstelling 1.3 Didactisch handelen* 1.3.1 Interactie 1.3.2 Ondersteuning en begeleiding van de leeractiviteiten 1.3.3 Feedback op de leeractiviteiten en de leerresultaten 1.4 Leertijd 1.4.1 Benutting 1.4.2 Werkdruk 1.5 Leeromgeving 1.5.1 Schoolklimaat 1.5.2 Materiële voorzieningen Begeleiding 1.6 Intake & plaatsing 1.6.1 Voorlichting Pagina 12 van 24
Gebied 1: Onderwijsproces Voldoende Onvoldoende 1.6.2 Intake en plaatsing 1.7 Studieloopbaanbegeleiding* 1.7.1 Informatievoorziening 1.7.2 Studieloopbaanbegeleiding 1.8 Zorg 1.8.1 Eerste- en tweedelijnszorg 1.8.2 Derdelijnszorg Leren in de beroepspraktijk 1.9 Beroepspraktijkvorming* 1.9.1 Voorbereiding studenten en bedrijven 1.9.2 Plaatsing 1.9.3 Begeleiding door leerbedrijf 1.9.4 Begeleiding door de opleiding Gebied 2: Examinering en diplomering Voldoende Onvoldoende 2.1 Exameninstrumentarium* 2.1.1 Onderscheid tussen ontwikkelgerichte toetsen en examinering 2.1.2 Dekking van het kwalificatiedossier 2.1.3 Cesuur 2.1.4 Beoordelingswijze 2.1.5 Transparantie 2.2 Afname en beoordeling* 2.2.1 Authentieke afname 2.2.2 Betrouwbaarheid 2.3 Diplomering* 2.3.1 Besluitvorming diplomering 2.3.2 Verantwoordelijkheid examencommissie Gebied 4: Kwaliteitsborging Voldoende Onvoldoende 4.1 Sturing * 4.1.1 Plannen 4.1.2 Informatie 4.1.3 Continuïteit 4.2 Beoordeling * 4.2.1 Monitoring 4.2.2 Evaluatie 4.3 Verbetering en verankering * 4.3.1 Verbeteraanpak 4.3.2 Deskundigheidsbevordering 4.3.3 Verankering 4.4 Dialoog en verantwoording Pagina 13 van 24
Gebied 4: Kwaliteitsborging Voldoende Onvoldoende 4.4.1 Intern 4.4.2 Extern Gebied 5: Naleving wettelijke vereisten Voldoet Voldoet niet 5.1 Naleving wettelijke vereisten 5.1.1 Naleving wettelijke vereisten De aspecten met een * zijn kernaspecten, zie bijlage I voor normering per gebied. Beschouwing Algemeen De opleidingen Particuliere beveiliging (Beveiliger, niveau 2 en Coördinator beveiliging, niveau 3) zijn op dezelfde leest geschoeid en worden daarom in dit rapport samen beoordeeld. Het betreft opleidingen die door zowel studenten als werkveld positief worden gewaardeerd. De contactmomenten worden gebruikt om systematisch per module toe te werken naar de beroepsgerichte examens. De overige vakken worden via de elektronische leeromgeving Its-learning aangeboden. De kwaliteit van onderwijsproces en examinering is voldoende, maar kan op onderdelen nog aan kwaliteit winnen door systematischer aandacht voor kwaliteitszorg. Onderwijsproces Het onderwijs is modulair vormgegeven voor zowel bol, bbl als andere opleidingstypen. De inhoud van de beroepsgerichte modules is gericht op het behalen van het theorie-examen van de SVPB. Studenten die het bbl-traject volgen, doorlopen daarnaast de opdrachten uit het bpv-werkboek en bereiden zich zo voor op het praktijkexamen van de SVPB. De avo-vakken worden via de elektronische leeromgeving Its-learning aangeboden en worden op afstand begeleid voor zover er vragen zijn. Bij de start van dit deel van het programma doen studenten een instaptoets en bekwamen zich verder met oefentoetsen tot zij klaar zijn voor de eindtoets. Een vereiste voor maatwerk is dat, indien bij de intake geen bijzondere vooropleidingseisen zijn gesteld, een aangepast programma wordt geboden als dat nodig blijkt te zijn voor de studenten. De opleiding heeft geconstateerd dat de niveau 2 studenten meer begeleiding nodig hebben en is daarom bezig een docent Nederlands aan te trekken, zodat een aantal ondersteunende lessen kan worden aangeboden. Wij beoordelen maatwerk daarom als voldoende. De intake gaat niet verder dan een check op de eventuele vooropleidingvereisten. Bij de niveau 2 opleiding is er alleen de eis van een goede beheersing van de Nederlandse taal. Hierop is bij de intake echter geen Pagina 14 van 24
controle door de opleiding. Dat betekent voor de niveau 2 studenten dat hun startsituatie onvoldoende in beeld is gebracht en zij dus pas tijdens de opleiding merken wat voor inspanningen zij moeten verrichten voor de verplichte avovakken. De opleiding heeft daardoor niet tijdig voldoende begeleiding voor de studenten beschikbaar. Wij beoordelen daarom de intake als onvoldoende. Het didactisch handelen tijdens de lessen sluit aan bij de behoeften van de studenten, is mede gericht op de praktijksituatie van studenten en zet de studenten aan tot meedenken. De docenten staan centraal in de begeleiding en zijn telefonisch of per mail beschikbaar voor inhoudelijke of andere vragen over de gehele opleiding. De studenten hebben aangegeven deze vorm van begeleiding passend te vinden en zijn te spreken over de docenten. De opleiding volgt de voortgang van de studenten via Its-learning. Het didactisch handelen en de studieloopbaanbegeleiding beoordelen we daarom als voldoende. De informatie over de opleiding is voldoende duidelijk, al kan de informatie over de voorwaarden voor vrijstellingen worden verbeterd. Het lukt de opleiding niet om de studenten op elke bpv-plek te bezoeken, maar er wordt bij problemen contact opgenomen met de bpv-opleider en zo nodig een bezoek afgesproken. De bpv-begeleider vanuit de opleiding houdt in ieder geval telefonisch contact met de studenten over de voortgang in de bpv. De bpvorganisaties zijn over het algemeen tevreden over de contacten met de opleiding. Het bpv-werkboek is duidelijk en bereidt zowel student als bpv-bedrijf goed voor op de bpv. Studenten zijn overwegend tevreden over de begeleiding bij de bpv-organisatie. De opleiding meldt dat in toenemende mate studenten die starten met de intentie een bbl-diploma te halen, echter nog niet beschikken over een bpv-plaats. Ook zijn er studenten die hun bpv-plaats kwijtraken in verband met minder werk in de branche. Gezien de inspanningen van de opleiding om voor deze studenten samenwerking te zoeken met bpvorganisaties in haar netwerk, beoordelen wij de plaatsing over het geheel genomen ook als voldoende. Examinering en diplomering Het beroepsgerichte theorie- en praktijkexamen wordt afgenomen door de SVPB. De examens van de SVPB zijn door de inspectie als voldoende beoordeeld. De afname van het praktijkexamen gebeurt in het door de SVPB goedgekeurde praktijkexamencentrum van Studiecentrum Minerva door examinatoren van de SVPB. De theorie-examens vinden plaats in het examencentrum van de SVPB in Amersfoort. Pagina 15 van 24
De generieke eisen voor Nederlands worden geëxamineerd met ingekochte toetsen van Deviant. De inspectie heeft deze examens als voldoende beoordeeld. De opleiding heeft voor rekenen en loopbaan & burgerschap de onlinestudiemethoden van Deviant ingekocht, zo staat te lezen in het Verslag van werkzaamheden. Voor Nederlands en loopbaan & burgerschap is daarnaast nog een verantwoording aangeleverd. De afname van de eindtoetsen voor Nederlands vindt plaats op de locatie Almere onder toezicht van de opleiding. De deugdelijkheid van de diplomering is door de examencommissie geborgd. Er wordt een procedure doorlopen met diverse checks op de volledigheid van de examendossiers, alvorens het diploma wordt uitgegeven. Voor vrijstellingen heeft de examencommissie beleid ontwikkeld en vastgelegd in het examenreglement. Wat betreft de werkwijze van de examencommissie valt op dat er voornamelijk informeel overleg is tussen de beide leden met ad hoc besluitvorming. Tot op heden heeft dat niet geleid tot tekortkomingen. Het ontbreken van een systematische werkwijze met vaste overlegmomenten brengt echter het risico met zich mee dat problemen bij de examinering niet tijdig worden gesignaleerd. Als de examencommissie wordt uitgebreid met een deskundige op het gebied van taal en rekenen neemt dat risico toe. Dit is een aandachtspunt. De examencommissie houdt overigens via evaluaties na afloop van de SVPBexamens zicht op het verloop van die examens en eventuele knelpunten. Opbrengsten In dit onderzoek is op basis van de aangeleverde informatie geen rendement te herleiden voor de onderzochte opleidingen. Daardoor is geen beoordeling over de opbrengsten mogelijk. Er zijn geen rendementsgegevens beschikbaar voor het afstandsonderwijs. We geven voor afstandsonderwijs dit jaar dan ook nog geen oordeel over het rendement. Kwaliteitsborging Studiecentrum Minerva is een kleine instelling met een beperkt aantal opleidingen. Het aantal medewerkers is beperkt en de lijnen zijn kort. Dat brengt met zich mee dat veel zaken informeel worden besproken en besloten. De kwaliteitsborging van Studiecentrum Minerva als geheel is onvoldoende. Er is geen schriftelijke vastlegging van een jaarplan met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs. In het Handboek Kwaliteit uit 2006 is wel een aantal doelstellingen vastgelegd. Dit Handboek wordt momenteel geactualiseerd. Een ander document waarin een aantal doelstellingen rond de kwaliteit van het Pagina 16 van 24
onderwijs is opgenomen betreft een zelfevaluatie van april 2013. Die doelstellingen betreffen in hoofdlijnen de gebieden van het Toezichtkader en kunnen worden gezien als een vorm van planning van activiteiten rond de vaststelling, verbetering en borging van de kwaliteit van het onderwijs. Het Verslag van werkzaamheden 2012 geeft een indicatie van de koers van de instelling. Het is een aandachtspunt om meer focus aan te brengen in de sturing door het opstellen van jaarplannen. De beoordeling van de kwaliteit verloopt deels via de informele weg. De evaluatiegegevens uit tevredenheidsonderzoeken onder studenten en medewerkers, gesprekken met studenten en contacten met klanten en brancheorganisatie zijn input geweest voor de zelfevaluatie. Ook de audit vanuit de ISOcertificering geeft een oordeel over de kwaliteit van de organisatie, overigens op basis van (deels) andere onderwerpen dan vanuit de inspectie worden onderzocht. De directie heeft op basis van deze evaluaties en beoordeling verbetermaatregelen ingezet of is bezig verbeteringen te realiseren. Bijvoorbeeld: evaluaties over de kwaliteit van de docenten hebben ertoe geleid dat de directie met individuele docenten in gesprek is over aanpassingen in de didactiek. Een van de kerndocenten doet lesbezoeken als daar aanleiding toe is of op verzoek en ondersteunt de docenten met adviezen over didactiek. De informele werkwijze brengt met zich mee, dat niet alle medewerkers een duidelijk beeld hebben van wat de organisatie aan kwaliteitszorg doet of activiteiten niet herkennen als kwaliteitszorg. Dat is een aandachtspunt voor de inhoud van de interne dialoog met de medewerkers. Verder vormt het niet of beperkt vastleggen en communiceren van besluiten een risico. Een en ander brengt met zich mee dat niet (bewust) systematisch kan worden gewerkt aan realisatie van verbeteringen. Dat maakt de instelling kwetsbaar. Wij beoordelen daarom de verankering van de kwaliteitszorg als onvoldoende. Er zijn voldoende contacten met studenten, medewerkers en klanten om te kunnen spreken van een werkende dialoog. Wettelijke vereisten De opleiding voldoet aan de onderzochte wettelijke eisen. Pagina 17 van 24
Pagina 18 van 24
4 BIJLAGEN Bijlage I Normeringen kwaliteitsgebieden De normen Op basis van het onderzoek spreekt de inspectie oordelen uit waarvoor zij gebruik maakt van een normering. Deze bestaat uit: 1. Een normering per indicator: wanneer wordt voldaan aan de indicator? Hiervoor gebruikt de inspectie portretten: de aangetroffen situatie voldoet aan de indicator indien deze over het geheel genomen voldoet aan de beschrijving in het portret. Het gaat hier om een weging van het geheel met hantering van toleranties. 2. Een normering per aspect. 3. Een normering per kwaliteitsgebied. Voor de normering van het gebied Onderwijsproces zijn drie kernaspecten benoemd. De kernaspecten zijn: aspect 1.3 Didactisch handelen, aspect 1.7 Studieloopbaanbegeleiding en aspect 1.9 Beroepspraktijkvorming. Normering Onderwijsproces Goed Aan acht van de negen aspecten is voldaan. Aan alle kernaspecten is voldaan; daarbij is tevens aan alle indicatoren voldaan. De elementen in het portret worden op een uitstekende wijze uitgevoerd. Voldoende Aan zeven van de negen aspecten is voldaan. Aan alle kernaspecten is voldaan. Voor elk aspect aan alle indicatoren is voldaan, daarbij mag 1 indicator onvoldoende zijn als een aspect meer dan 2 indicatoren omvat. Er wordt voor het grootste deel aan de omschrijving van de portretten van deze indicatoren voldaan, waaronder de essentiële onderdelen. Onvoldoende Aan één of meer kernaspecten is niet voldaan. Aan drie, vier of vijf aspecten is niet voldaan. Slecht Aan geen van de kernaspecten is voldaan. Aan zes of meer aspecten is niet voldaan. Pagina 19 van 24
Voor de beoordeling van de rendementen is gebruik gemaakt van de volgende normen. Doelgroep Norm < 23 jaar 65 > 23 jaar 67 Bij het gebied Examinering en diplomering zijn alle aspecten als kernaspect aangegeven. Normering Examinering en diplomering Goed Aan alle standaarden is voldaan. De elementen in het portret worden op een uitstekende wijze uitgevoerd. Voldoende Aan alle standaarden is voldaan. Er wordt voor het grootste deel aan de omschrijving van de portretten van deze indicatoren voldaan, waaronder de essentiële onderdelen. Onvoldoende Aan één standaard is niet voldaan. Slecht Aan twee of drie standaarden is niet voldaan. Voor de normering van het gebied Kwaliteitsborging zijn drie kernaspecten benoemd. De kernaspecten zijn 4.1 Sturing, 4.2 Beoordeling en 4.3 Verbetering en verankering. Deze kernaspecten moeten alle drie voldoende zijn om een voldoende beoordeling te krijgen. Bij één of meer onvoldoende kernaspecten is de kwaliteitsborging onvoldoende. De borging van de kwaliteit van de examinering moet voldoende zijn, om tot een voldoende beoordeling van de kwaliteitsborging te komen. Normering Kwaliteitsborging Goed Aan alle aspecten is voldaan. Aan alle indicatoren is voldaan. De elementen in het portret worden op een uitstekende wijze uitgevoerd. Voldoende Aan alle kernaspecten is voldaan. Aan alle indicatoren van deze aspecten is voldaan. Er wordt voor het grootste deel aan de omschrijving van de portretten van deze indicatoren voldaan, waaronder de essentiële onderdelen. Onvoldoende Aan twee aspecten is niet voldaan. Aan één of twee kernaspecten is niet voldaan Slecht Aan drie of vier aspecten is niet voldaan. Pagina 20 van 24
Normering van het gebied Naleving wettelijke vereisten: de instelling of opleiding voldoet niet aan de wettelijke bepalingen indien de inspectie vaststelt dat één van deze bepalingen niet wordt nageleefd. Bij sommige bepalingen vloeit de norm direct uit de wet voort. Voor enkele bepalingen zijn nadere operationaliseringen opgesteld (bv onderwijstijd). Pagina 21 van 24
Bijlage II Beoordeling aspecten en indicatoren onderzochte instellingsbrede gebied Gebied 4: Kwaliteitsborging Voldoende Onvoldoende 4.1 Sturing * 4.1.1 Plannen 4.1.2 Informatie 4.1.3 Continuïteit 4.2 Beoordeling * 4.2.1 Monitoring 4.2.2 Evaluatie 4.3 Verbetering en verankering * 4.3.1 Verbeteraanpak 4.3.2 Deskundigheidsbevordering 4.3.3 Verankering 4.4 Dialoog en verantwoording 4.4.1 Intern 4.4.2 Extern De aspecten met een * zijn kernaspecten, zie bijlage I voor normering per gebied. Pagina 22 van 24
Bijlage III Beoordeling indicatoren opleiding Particuliere beveiliging (Beveiliger) en (Coordinator beveiliging) Gebied 1: Onderwijsproces Voldoende Onvoldoende Programma 1.1 Samenhang 1.1.1 Inhoud 1.1.2 Programmering 1.2 Maatwerk 1.2.1 Differentiatie Leren in de onderwijsinstelling 1.3 Didactisch handelen* 1.3.1 Interactie 1.3.2 Ondersteuning en begeleiding van de leeractiviteiten 1.3.3 Feedback op de leeractiviteiten en de leerresultaten 1.4 Leertijd 1.4.1 Benutting 1.4.2 Werkdruk 1.5 Leeromgeving 1.5.1 Schoolklimaat 1.5.2 Materiële voorzieningen Begeleiding 1.6 Intake & plaatsing 1.6.1 Voorlichting 1.6.2 Intake en plaatsing 1.7 Studieloopbaanbegeleiding* 1.7.1 Informatievoorziening 1.7.2 Studieloopbaanbegeleiding 1.8 Zorg 1.8.1 Eerste- en tweedelijnszorg 1.8.2 Derdelijnszorg Leren in de beroepspraktijk 1.9 Beroepspraktijkvorming* 1.9.1 Voorbereiding studenten en bedrijven 1.9.2 Plaatsing 1.9.3 Begeleiding door leerbedrijf 1.9.4 Begeleiding door de opleiding Pagina 23 van 24
Gebied 2: Examinering en diplomering Voldoende Onvoldoende 2.1 Exameninstrumentarium* 2.1.1 Onderscheid tussen ontwikkelgerichte toetsen en examinering 2.1.2 Dekking van het kwalificatiedossier 2.1.3 Cesuur 2.1.4 Beoordelingswijze 2.1.5 Transparantie 2.2 Afname en beoordeling* 2.2.1 Authentieke afname 2.2.2 Betrouwbaarheid 2.3 Diplomering* 2.3.1 Besluitvorming diplomering 2.3.2 Verantwoordelijkheid examencommissie Gebied 4: Kwaliteitsborging Voldoende Onvoldoende 4.1 Sturing * 4.1.1 Plannen 4.1.2 Informatie 4.1.3 Continuïteit 4.2 Beoordeling * 4.2.1 Monitoring 4.2.2 Evaluatie 4.3 Verbetering en verankering * 4.3.1 Verbeteraanpak 4.3.2 Deskundigheidsbevordering 4.3.3 Verankering 4.4 Dialoog en verantwoording 4.4.1 Intern 4.4.2 Extern Gebied 5: Naleving wettelijke vereisten Voldoet Voldoet niet 5.1 Naleving wettelijke vereisten 5.1.1 Naleving wettelijke vereisten Pagina 24 van 24