Project-MER-Verslag. Project: Initiatiefnemer:

Vergelijkbare documenten
Goedkeuringsverslag milieueffectrapport

Milieueffectrapport voor het uitbreiden van een varkensbedrijf

Wiga NV: uitbreiding van een varkenshouderij tot varkens te Heuvelland

Varkensbedrijf Kodeva te Torhout

Renogen biomassa-wkk te Ham

Hervergunning en uitbreiding van Campine NV en Campine Recycling NV in Beerse

Ontbossing en bouw en exploitatie van een nieuwe elektriciteitscentrale van Electrabel op de terreinen van Arcelor Gent te Gent

Verzoek tot ontheffing van het opstellen van een project-mer: Ontheffingsbeslissing. Project:

Goedkeuring plan-milieueffectrapport PRUP Omleidingsweg Anzegem

Optimalisatie Wachtbekken Webbekom

Scopingsadvies Project-MER Uitbreiding van een veeteeltbedrijf : De Lindehoeve/Carrebrouck Koen te Diksmuide

Scopingsadvies Project-MER Uitbreiding en vroegtijdige hernieuwing milieuvergunning van een slachtkuikenbedrijf. Aerts Kristof te Beerse

Ontheffing tot het opstellen van een MER. Ontheffingsbeslissing. Project:

Uitbreiding milieuvergunning pluimveehouderij. NV Sininvest, Moorslede (Roeselare)

Scopingsadvies Project-MER Hervergunning en verandering van pluimveehouderij Bart Bax LV in Weelde

Scopingsadvies Project-MER Uitbreiding en vroegtijdige hernieuwing milieuvergunning van slachtkuikenbedrijf Pollo NV te Oud-Turnhout

Varkensbedrijf Snels te Hoogstraten

Ontheffing tot het opstellen van een MER

Hervergunning en verandering van Bayer Antwerpen

Hervergunning en verandering van de activiteiten van URSA BENELUX bvba te Waregem-Desselgem

Scopingsadvies Project-MER Uitbreiding van een bestaande varkenshouderij en exploitatie van een nieuwe pluimveehouderij te Borgloon.

Een overzicht van de mer-procedure en bespreking van de terinzagelegging van de kennisgeving

Pluimveehouderij met stalruimte voor stuks pluimvee te Assenede ten gevolge van een hernieuwing van de milieuvergunning

Initiatiefnemer: Van Rooy Kathleen Hegge Ravels. 12 februari 2016 PRMER-PR2299-RL

Openluchtrecreatieve verblijven PRUP Molenzijdse Heide (Merksplas) en Hof van Eeden / t Heultje (Westerlo)

Project-MER-Verslag. Nippon Shokubai ECA 3 -project. Initiatiefnemer: Nippon Shokubai Europe Nieuwe Weg 1 Haven Zwijndrecht

MER capaciteitsuitbreiding en hervergunning Cargill Malt te Herent

Verdieping en lokale verbredingen van de Leie, de Grensleie en het Afleidingskanaal (Vervolgstudie Seine Schelde, deel 4)

HOE REAGEREN OP DE KENNISGEVING VAN EEN PLAN- MILIEUEFFECTRAPPORT?

Milieueffectrapport voor een varkensbedrijf met varkensplaatsen in de toekomstige situatie te Heuvelland

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN

Project-MER-Verslag. Hervergunning en uitbreiding voor de meeverbranding van biomassa-afval van een electriciteitscentrale

Scopingsadvies Project-MER Productie en bewerking van glas AGC Glass Europe NV in Mol Hervergunning en uitbreiding/wijziging

Nieuwe elektriciteitscentrale van T-Power NV te Tessenderlo

Beslissing over het verzoek tot ontheffing van de project-mer-plicht. Duurzaam Beheerplan Boven-Zeeschelde

Project-MER-Verslag. Goedkeuring milieueffectrapport. Project: MER Prayon te Ruisbroek. Initiatiefnemer: Prayon NV Gansbroekstraat Ruisbroek

Project-MER-Verslag. Bouw van een WKK-eenheid bij Lanxess Rubber NV. Initiatiefnemer: Electrabel NV Regentlaan Brussel

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE BVBA VEVAR MET BETREKKING TOT EEN VARKENSBEDRIJF, GELEGEN IN 2321 HOOGSTRATEN (MEER), SLUISKENSWEG 10.

Vlaamse Regering : ~ AMV /1 004/B

Richtlijnen voor het Project-MER Oiltanking AGT

Richtlijnen milieueffectrapportage: Varkensbedrijf Voeder Seurynck NV

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen

Goedkeuring plan-milieueffectrapport voor het Geïntegreerd Kustveiligheidsplan

leeswijzer bij de kenningsgevingsnota Plan-MER ontsluiting Haspengouw - E40

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 januari 2014 betreffende het onroerend erfgoed;

Richtlijnen milieueffectrapportage

Goedkeuring plan-milieueffectrapport Verbreding (modernisering) Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen nv De Scheepvaart

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen

Transcriptie:

Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid Dienst Mer Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Project-MER-Verslag Goedkeuring milieueffectrapport Project: Pluimveebedrijf Marpa bvba te Hoogstraten (Wortel) Initiatiefnemer: Marpa bvba Bouwhoef 6A 2323 Hoogstraten (Wortel) 7 december 2009 PRMER-0404-GK

1 Inleiding Het voorliggende project heeft betrekking op de vroegtijdige hernieuwing en uitbreiding van de milieuvergunning voor een bestaand pluimveebedrijf, Marpa bvba te Hoogstraten (Wortel). Het bedrijf beschikt over een vergunning voor het houden van 58.000 leghennen tot 22 november 2027. Het voorliggend project behandelt de vergunningsaanvraag voor het bedrijf met 127.184 leghennen. In het kader van voorliggend project zal een nieuwe pluimveestal gebouwd worden. Bij deze stal komt eveneens een vrije uitloop van +- 25 ha, hierdoor zal de stal aan de overzijde van de straat gelokaliseerd worden. Overeenkomstig de huidige inzichten is deze activiteit onderworpen aan de mer-plicht volgens rubriek 21b van bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 10/12/2004 (BS 17/02/2005), met name: Installaties voor intensieve pluimveehouderij met meer dan: 60.000 plaatsen voor hennen (legkippen) De Dienst Mer van de Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid heeft het kennisgevingsdossier volledig verklaard op 19 januari 2009. De terinzagelegging bij het stadsbestuur van Hoogstraten liep van 5 februari 2009 tot en met 6 maart 2009. Deze terinzagelegging werd op gepaste wijze aan de bevolking aangekondigd. Er werden geen inspraakreacties ontvangen. Door de Dienst Mer werden richtlijnen geschreven die de inhoudelijke aanpak van het project-mer weergeven, deze richtlijnen werden beslist op 20 april 2009. Het kennisgevingsdossier en het ontwerprapport werden naar verschillende administraties rondgestuurd voor adviezen en opmerkingen. Het definitieve milieueffectrapport werd ontvangen op 22 oktober 2009 en de goedkeuring ervan wordt met dit goedkeuringsverslag beslist. 2 In het MER beschreven en geëvalueerde alternatieven Inzake alternatieven wordt ingegaan op het doelstellingsalternatief, locatiealternatief, en uitvoeringsalternatief. Ook het nulalternatief wordt kort vermeld. Inzake uitvoeringsalternatieven worden de activiteiten van het bedrijf getoetst aan relevante BBT en BREF-documenten nl.: - Best Available Techniques Reference Document (BREF) Intensive Livestock Farming - Vlaamse studie Beste Beschikbare Technieken (BBT) voor de veeteeltsector. 3 Toetsing van het MER aan de decretale vereisten art. 4.3.8 2 Het voorliggende milieueffectenrapport is een voldoende overzichtelijk document en bevat de wettelijk vereiste onderdelen. Dienst Mer 2

Na aftoetsing blijkt dat het MER voldoet aan de bijzondere richtlijnen (art. 4.3.5 1, 2 ) zoals door de Dienst Mer geformuleerd in haar beslissing van 20 april 2009 en aan de opmerkingen die hieromtrent werden geformuleerd op de ontwerpversie van het MER. Het veeteeltbedrijf ligt in de directe nabijheid (430 m) van het habitatrichtlijngebied Heebossen, vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop. Bovendien liggen twee percelen die het bedrijf gebruikt en waarop bemest wordt, in habitatrichtlijngebied. Bijgevolg bevat het MER een passende beoordeling. In het bijzonder kunnen we wat betreft dit MER onder de aandacht brengen dat: In stalgebouw 1 zitten de kippen momenteel nog in niet verrijkte kooien (batterijen). Volgens het besluit van 17 oktober 2005 (Koninklijk besluit tot vaststelling van de minimumnormen voor de bescherming van legkippen) worden klassieke batterijen voor leghennen in België verboden vanaf 1 januari 2012. De exploitant wenst echter de oude stallen voorlopig te behouden zolang het kan. Het is niet duidelijk hoe hiermee dient omgegaan te worden bij de vergunningsaanvraag, er wordt tenslotte een vergunning aangevraagd voor 20 jaar. Het hemelwater zal opgevangen worden in hemelwaterciternes met een totaal volume van 40 m³. Dit hemelwater zal gebruikt worden als reinigingswater. Deze diende echter reeds geplaatst te zijn, overeenkomstig de bouwvergunning van 2006. Dit is nog niet gebeurd (wel reeds aangegeven op figuur 3.1) en dient dan ook zo snel mogelijk in orde gebracht te worden. Daarnaast zal de overige oppervlakte gecompenseerd worden door infiltratievoorzieningen met een totaal volume van 105 900 liter. Hierdoor is voldaan aan de GSV. De grondwaterwinning zal sterk toenemen, namelijk put 1 van 11 500 m³/jaar tot 13 000 m³/jaar en een nieuwe put 3 met een pompdebiet van 50 m³/dag en 11 500 m³/jaar. Put 2 is vergund voor 840 m³/jaar maar is nog niet geboord. Put 2 was aanvankelijk voorzien voor de beregening van de uitloop bij stal 2. Het bedrijf heeft een groot aantal zonnepanelen op de daken van de stallen, stof zou voor rendementsverlies zorgen. Om de stofproductie te beperken zou de uitloop beregend worden. Intussen is echter besloten om eventuele beregening met opgevangen hemelwater uit te voeren, zodat deze put niet geboord en aangevraagd (foutief vermeld op p. 8 van het MER) zal worden. De laatste inzichten zouden echter aangeven dat het stof weinig effect heeft op de zonnepanelen en beregening normaalgezien niet nodig zal zijn. Advies van ANB: Het dossier illustreert een slechts minimale inspanning op niveau van milderende maatregelen. Specifieke bijdragen tot kritische lasten hoger dan 5 % respectievelijk 10 % vragen milderende maatregelen op eventueel lange termijn, respectievelijk sowieso korte termijn. Hierin is het voorzien van een windsingel als enige nieuwe maatregel, beperkt efficiënt. Wat vb. met de toepasbaarheid van een combideksysteem? De doorrekening van BBT op de vanaf 2012 eveneens te saneren oude stal 1 is ook niet gebeurd, wat een gebrek is, maar anderzijds hoop geeft voor verdere sanering van de lokale milieudruk. Doch gezien er geen significante negatieve impact te verwachten is op het meest nabije SBZ, geeft ANB het dossier binnen gevraagd evaluatiekader een voldoende, zij het aan de meest minimale vereisten. Omdat de uitbreiding van het legkippenbedrijf voorzien is in de bij ministerieel besluit van 11 mei 2009 definitief aangeduide ankerplaats van Het Kasteel van Hoogstraten, werd gevraagd de uitbreiding voor het landschap passend en deskundig te onderzoeken. Ten opzichte van de ontwerptekst is het MER dan ook grondig Dienst Mer 3

aangepast. Het inbrengen van een nieuw gebouwencomplex met een niet gering bouwvolume in een gaaf deel van het landschap in die omgeving veroorzaakt een aanzienlijk effect. Er wordt een grens overgestoken (de Bouwhoefstraat). Ook al is het bedrijf als een eerder beperkt punt te beschouwen in het landschap, heeft dat waarneembare gevolgen voor de structuur ervan, omdat een belangrijk kenmerk van het landschap doorbroken wordt. Bijgevolg zijn milderende maatregelen noodzakelijk. Als maatregel wordt de uitbouw van een nieuw gesloten landschapscompartiment voorgesteld (door R-O Antwerpen - Onroerend Erfgoed), met een aanzienlijk breed en volledig omgevend groenscherm met streekeigen boom- en struiksoorten. Er wordt tevens aangeraden om op grotere afstanden van de stal nog een aantal aanplantingen te voorzien. Dit kan de landschappelijke integratie van de uitloop ten goede komen. Als maatregel bij oa verzuring en vermesting werd daarenboven naast de aanplanting rond de nieuwe stal, vermeldt dat er ook voor gezorgd dient te worden dat het groenscherm zeker aan de noordzijde van stal 1 en de machineloods voldoende breed is en bestaat uit zowel inheemse bomen als struiken. Hierover wordt niets teruggevonden bij het thema landschappelijk aspecten, wat een gemis is. Een concreet groenaanplantingsplan is nog niet gemaakt en dient in overleg met het Agentschap RO- Vlaanderen en eventueel de vereniging Erfgoed Hoogstraten te gebeuren. De initiatiefnemer dient het Agentschap R-O Vlaanderen eveneens op voorhand op de hoogte te brengen van de geplande werkzaamheden, gezien de archeologische potenties van het gebied. Inzake milderende maatregel naar fijn stof wordt het toepassen van een goed strooiselmanagment aangeraden. Er wordt aangeraden om het totale debiet uit de putten samen te beperken tot 23 000 m³/jaar ipv 24 500 m³/jaar. Het gebruik van grondwater als reinigingswater moet vermeden worden. Ook voor het huishouden wordt het gebruik van leidingwater en hemelwater aangeraden ipv grondwater. Indien nodig, dient het hemelwater van de nieuwe gebouwen opgevangen te worden in een citerne ter hergebruik ipv dit af te voeren naar de infiltratiezone. Het gebied op ca. 500 m ten zuidoosten van de nieuwe stal is opgenomen in de gebieden voor weidevogelovereenkomst. Indien in de meest zuidelijke deel van de uitloop, dicht bij het weidevogelgebied, groenelementen aangelegd zouden worden, kan het best geopteerd worden voor struweel (tot ca. 5 m hoog) ipv hoge bomen. Tenslotte wordt vermeld dat het bedrijf gelegen is op ongeveer 1,8 km van de grens met Nederland, bijgevolg werd een grensoverschrijdende procedure gevolgd. Ter hoogte van Nederlands grondgebied werden geen of verwaarloosbare effecten voorspeld ten gevolge van de huidige en toekomstige bedrijfsuitbating van Marpa bvba. Er zijn geen verdere bemerkingen of aandachtspunten die dienen te worden vermeld. Op basis van bovenstaande aftoetsing blijkt dat het MER alle inhoudelijke en vormelijke elementen bevat zoals bepaald door artikel 4.3.7 1 van voormeld decreet. Het MER bevat voldoende informatie om het aspect milieu een volwaardige plaats te geven bij de besluitvorming. Dienst Mer 4

Besluit Gelet op wat voorafgaat wordt het project-mer, ingediend op 22 oktober 2009 door Marpa bvba te Hoogstraten voor de uitbreiding en hernieuwing van het pluimveebedrijf, goedgekeurd. 7 december 2009 Paul Van Snick Algemeen directeur Afdelingshoofd AMNEB Dienst Mer 5