Beetle eater in de boomkwekerij

Vergelijkbare documenten
Beetle Eater: perspectieven van een stofzuiger in de koolteelt. biokennis

KENNISBUNDEL. Biologische aardappelen. Mei 2013 ZIEKTEN EN PLAGEN / INSECTEN. TEELTTECHNISCHE ASPECTEN LOOFDODEN

Beetle eater: Het blaast en zuigt insecten uit het gewas. Auteurs: R. van den Broek, J. Rovers, J. Willems en J. Bax

Beetle eater beheerst de aspergekever bij de oogst van groene asperges in Auteurs: R. van den Broek, J. Rovers, R. Gruppen en W.

Bestrijding bladwespen bij rode bes in kassen en tunnels.

Nematodenproef bestrijding dennenprocessierups Thaumetopoea pityocampa

Taxuskever of gegroefde lapsnuitkever (Otiorynchus sulcatus)

Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy

ADLO-project BIOROOTS. Taxuskever. Deelproject: (Otiorynchus sulcatus)

5.2 Waarnemingen. Figuur 9. Uitzetten van lieveheersbeestjes

Gebruik van natuurlijke vijanden bij aanplanting in openbaar groen. Lode Van Schaeren Crop protection specialist

STICHTING BOOMTEELTPROEFTUIN "DE BOUTENBURG" ( LIENDEN)

TRACER. Een nieuwe aanpak bij de bestrijding van trips in prei

Handleiding Scouting consumptie aardappel Opgesteld door: Erna van der Wal (CLM) en Merijn Bos (Louis Bolk Instituut)

Biologische en chemische bestrijding van de gegroefde lapsnuitkever (Otiorhynchus sulcatus) (4102).

Small Hive Beetle (Aethina tumida) Kleine bijenkastkever. Jeroen Donders

Plagen in prei Preihappening 15/02/2019

FAB2 Onderdeel Bovengronds

Bestrijding aspergevlieg en aspergekever (eindrapport)

Aardvlooien. Plagen in de tuin

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 16 mei Beste natuurliefhebber/-ster,

Screeningsonderzoek bestrijding Fusarium in Buxus sempervirens

Uitbreiding erkenning Coragen

Functionele AgroBiodiversiteit (FAB) voor natuurlijke plaagbeheersing

Bloemenranden en Functionele Agro Biodiversiteit (FAB) Dave Dirks, 24 januari 2018, Zwartewaal

Verslag geleide bestrijding wortelvlieg 2016

NATUURLIJKE VIJANDEN IN DE AARDAPPELTEELT

Functionele AgroBiodiversiteit (FAB) voor natuurlijke plaagbeheersing

Natuurlijke plaagbeheersing in de akkerbouw Recente resultaten uit onderzoek & praktijk

22/06/2015. Praktijknetwerk engerlingen. Activiteiten Praktijknetwerk. Gewone meikever & Rozenkever. Engerlingen en pop

Geïntegreerd bestrijdingsplan Eikenprocessierups 2015

Overzicht : Demonstraties en presentaties Meet&Green 2011 Volgorde : - Datum : 1 juni 2011

Aspecten van het gewasbeschermingsplan

Screeningsonderzoek. Wortelrot in Buxusstek. Juni 2013 Cultus Agro Advies BV

Copyright Biocontrole. Partners in biologische plaagbestrijding.

Platform Openbaar Groen: Ziekten en plagen in openbaar groen

Duurzame onkruidbeheersing d.m.v. afdekmaterialen. onderdeel van Koepelproject plantgezondheid bomen en vaste planten

Biologie en bestrijding van de frambozenschorsgalmug

Insectenbestrijding (trips) in zaaiuien. Bauke Lettinga

Natuurlijk en effectief plagen bestrijden met aaltjes

Vragen & Antwoorden over toepassing BIO 1020

Biologische bestrijding van plagen in de glastuinbouw,

Protectie Akkerbouw. Mocap 15G is de beste remedie tegen ritnaalden en aaltjes. Mocap. Technische productinformatie voor effectieve gewasbescherming

Bestrijding aspergevlieg en aspergekever

Preventie Buxus, bodem en bodemleven


Preventie Buxus, bodem en bodemleven

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 20 juni Beste natuurliefhebber/-ster,

Biologische bestrijding spintmijten in framboos

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 2 mei Beste natuurliefhebber/-ster,

Koepelproject Plantgezondheid bomen & vaste planten. Naar een toekomstbestendige boomkwekerij

Suzuki-fruitvlieg wijdverspreid in NL. En nu? Herman Helsen en Bart Heijne. Kennisdag Wijn

Biologische grondontsmetting in roos Onderdeel van Koepelproject plantgezondheid bomen en vaste planten

Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia

PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE BIETENTEELT

De beste remedie tegen ritnaalden en aaltjes heet Mocap 15G

Voorbeelden Combinatie - Wisselteelt

Biologische bestrijding van bladluizen in paprika. Aphidoletes kan meer dan we denken.. Jeroen van Schelt. Koppert Biological Systems

Onderzoeksverslag. Mechanische onkruidbestrijding in de mengteelt van tarwe en veldboon

Beheersing van bladinsecten

Vragen en antwoorden Oost-Aziatische boktor

De bietenteelt heeft veel herbiciden nodig

RESULTATEN UIT HET ONDERZOEK WORTEL. Bart Declercq, Sofie Darwich & Sabien Pollet 03/03/2016

Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes

Hasten Chrysant mineervlieg-spint

Programma Programma /02/2010

Steward tegen bladrollers, wintervlinder, voorjaarsuil en fruitmot

Bestrijding bodeminsecten in rettich 2015

C. Meijer BV Lady Anna. Willem in t Anker

Zaaizaadbehandeling in sla en andijvie Ervaringen en advies

Bestrijding van potworm, Lyprauta met aaltjes

( BIOLOGISCHE ) Akker- en tuinbouw. Vol met boerenwijsheid én leuke Wist je datjes... CAMPAGNE GEFINANCIERD MET STEUN VAN DE EUROPESE UNIE

Aanaarden in één of twee werkgangen

ENGERLINGEN LASTIGE GASTEN!

Duurzame onkruidbeheersing d.m.v. afdekmaterialen onderdeel van Koepelproject plantgezondheid bomen en vaste planten

Bloemenranden en Functionele Agro Biodiversiteit (FAB) Dave Dirks, 6 september 2017, Kronenberg

05/06/2015. Enkele soorten bladsprietkevers. Praktijknetwerk engerlingen. Aanzet tot praktijknetwerk. Meikever & Rozekever.

Biologische bestrijding van plagen in de glastuinbouw,

Protectie Akkerbouw. Mocap 15G is de beste remedie tegen ritnaalden en aaltjes. Technische productinformatie voor effectieve gewasbescherming

Vriend of vijand. Hiervan wordt gebruik gemaakt bij

Bijen en wespen. Galwespen Echte zaagwespen Spinselbladwespen Vliesvleugeligen Larve: bijtend: vraatschade Andrena (zandbijen)

Het hele jaar door klimaatbeheersing

Neveneffecten van chemische middelen op roofmijten in komkommer. Gerben Messelink, Sebastiaan van Steenpaal en Marc van Slooten

PT-Koepelproject Biodiversiteit & Plantgezondheid in de rozenteelt Resultaten seizoen 2016

Banker plant systeem voor Delphastus catalinae tegen wittevlieg

Bestrijding aspergevlieg en aspergekever

Bestrijding snuitkevers met parasitaire nematoden

BotaniGard. De biologische witte vliegenmepper

Transcriptie:

Beetle eater in de boomkwekerij Is de Beetle eater te gebruiken bij de beheersing van de taxuskever in de boomkwekerij? Maart 2013 Cultus Agro Advies BV

Is de Beetle eater te gebruiken bij de beheersing van de taxuskever in de boomkwekerij? Opdrachtgever : Treeport Europe BV Hofdreef 20 4881 DR Zundert Uitvoerende : Cultus Agro Advies BV Zandterweg 5 5973 RB Lottum Tel : 077-4637118 Fax : 077-4637116 Contactpersoon : Ard Hendrix Email: ardhendrix@cultus.nl 2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 3 2 Aanleiding... 4 3 Beetle Eater... 5 4 Taxus kever (Otiorhynchus sulcatus Gegroefde lapsnuitkever)... 7 4.1 Kan de Beetle Eater ingezet worden als alternatief voor de beheersing van de taxuskever? 9 5 Uitvoering... 10 5.1 Doel van de demo... 10 5.2 Materiaal en methoden... 10 5.3 Proefplan... 11 5.4 Waarnemingen... 12 6 Conclusie... 14 Publicatie... 15 3

2 Aanleiding In Canada is een grote stofzuiger die voor of achter een tractor bevestigd kan worden, Beetle eater genaamd, gebruikt ter bestrijding van de coloradokever in aardappelen. Biologische telers hebben zo n apparaat gekocht om het apparaat in te zetten ter bestrijding van de wortelvlieg in peen. De resultaten vielen tegen en het apparaat is na 2 jaar experimenteren niet meer gebruikt. In 2007 is PPO- AGV begonnen met onderzoek naar de beheersing van plagen in koolgewassen, waar de Beetle Eater is ingezet. Hier kwam naar voren dat het percentage planten met rupsen van het koolmotje en volwassen koolwittevliegen aantoonbaar daalt. Daarnaast neemt het aantal rupsen van het kleine koolwitje en de luizenpopulatie af. In 2008 en 2009 is het apparaat ingezet ter beheersing van de aspergekever in een gangbaar praktijkperceel. In 2008 is de Beetle Eater na aanpassing 2 maal ingezet tegen de aspergekever. Door de koude zomer ontwikkelde de aspergekever zich niet tot een plaag. In 2009 is hij na aanpassing 6 maal ingezet tegen de aspergekever. Door deze machine 1 of 2 keer direct achter elkaar door het gewas te laten blazen en zuigen neemt het aantal volwassen aspergekevers in het gewas af met 80-100% in 2008 en 50-54 % in 2009. Waarom de werking in 2009 wat minder was dan in 2008 is nog niet duidelijk. Door in één van de zuigmonden een zeef te plaatsen werd duidelijk dat grote hoeveelheden kevers en larven met deze machine worden opgezogen. Uit de analyse van wat de Beetle Eater uitblaast komt naar voren dat vrijwel alle kevers gedood worden. Van 1 ha werden slechts 2 levende kevers waargenomen. De teler die de machine aangepast en gebruikt heeft, is zeer tevreden met het behaalde resultaat. Ondanks de warme zomer heeft hij geen problemen gehad met de aspergekever. Éen ha behandelen kost ± 1 uur. Ter vergelijk; een bespuiting van een hectare duurt ongeveer 20 minuten. Daarmee kan de Beetle Eater ook financieel interessant zijn, afhankelijk van de bedrijfsgrootte en de kosten van het apparaat. De milieuaspecten dienen ook meegenomen te worden. De inzet van gbm-middelen kan verminderd worden. Anderzijds leidt de inzet tot meer CO2 productie en een grotere perceelsbelasting. Een ander nadeel van de machine is dat ook natuurlijke vijanden worden verwijderd bij toepassing. Echter er ontsnappen altijd wel enkele plaaginsecten en natuurlijke vijanden. De verwachting is dat de verhouding plaag insecten en natuurlijke vijand minimaal gelijk blijft of verbetert. Naar aanleiding van bovenstaande ontwikkelingen is het idee ontstaan om deze machine ook in de boomkwekerij in te zetten. In onderliggend rapport staan de bevindingen beschreven van de demo in de boomkwekerij. 4

3 Beetle Eater Voor de Beetle Eater, zoals de uit Canada afkomstige stofzuiger wordt genoemd, was aan het einde van de 20e eeuw in Noord Amerika veel belangstelling. Telers en onderzoekers, onderzochten de werking in een groot aantal gewassen zoals sla, aardbei, artisjokken, druiven, aardappelen en selderij. Deze methode had het meeste succes bij de beheersing van wantsen in aardbeien en de beheersing van coloradokever in aardappelen. Voor deze laatste beheersing werd een specifieke machine ontwikkeld de Beetle Eater die ook in dit onderzoek is gebruikt. Deze machine bestaat uit twee mechanisch aangedreven ventilatoren. Deze worden gebruikt voor het genereren van blaas- en zuigkracht. Via slangen komt de blaaslucht onderin een voortgetrokken kap, zodat onder in het gewas een werveling ontstaat. Boven in de kap zit een opening waardoor de lucht wordt opgezogen. Via een slang komt de lucht in de ventilator en wordt afgevoerd (zuigen). Een tractor van circa 80 pk trekt het apparaat. In de literatuur wordt weergegeven dat wanneer de aftakas 1000 toeren/minuut draait de luchtsnelheid ongeveer 400 km/uur bedraagt. In de praktijk werd deze snelheid niet gehaald. In een werkgang kan de nu beschikbare machine in de aspergeteelt 3 rijen behandelen. De totale breedte van de machine is 3.30 m. Uit het Canadees onderzoek kwam naar voren dat de effectiviteit van de machine bij de bestrijding van de coloradokever in aardappel zeer variabel was, 50 tot 85% van de coloradokevers werd van de planten verwijderd. De doeltreffendheid werd beïnvloed door de hoogte van de planten, de groeifase van de insecten en de onregelmatigheid van het bodemoppervlak. In Nederland zijn twee Beetle Eaters door biologische telers aangeschaft en ingezet voor de bestrijding van wortelvlieg in peen. Echter de inzet leidde niet tot minder schade in peen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de mobiliteit van de wortelvlieg. Vanaf 2007 heeft PPO AGV deze machine geleend van een teler en in 2009 is één machine gekocht. In 2007 is het onderzoek gestart naar het opzuigen van plagen in koolgewassen. Vanaf 2008 is de machine ingezet voor de beheersing van de aspergekever in asperges. Om de machine te kunnen gebruiken in de aspergeteelt is de machine in 2008 verbreed en zijn er 2 zuigmonden verwijderd. In het voorjaar van 2009 is de Beetle eater verder aangepast. De zuigmonden zijn vergroot en er is een 3e zuigmond op de machine geplaatst (figuur 1). Figuur 1. De ontwikkeling van de Beetle Eater, links 2007 niet aangepast in een koolgewas, midden 2008 aangepast voor asperges, rechts 2009 verder aangepast. 5

Aan de inzet van de Beetle Eater kleven ook een aantal nadelen: - Deze methode werkt slechts kort, zodat hij regelmatig (met kleine tussenpauzes) zal moeten worden ingezet. Doordat de volwassen kevers vanaf mei tot in oktober aanwezig zijn zal de machine vaker ingezet moeten worden; - Hij zuigt niet alle insecten op, er zijn er altijd enkele die ontsnappen. Een nul tolerantie is niet haalbaar. Dit is echter ook het geval bij chemische bespuitingen; - De machine is zwaar en bij regelmatig inzetten kan grondverdichting ontstaan; - De machine is niet te gebruiken onder natte omstandigheden op kleigronden; - Hij zuigt niet selectief, dus ook de natuurlijke vijanden van plagen worden opgezogen. Echter de meeste natuurlijke vijanden van plagen kunnen vanuit de omgeving het gewas zo weer koloniseren; - Extra CO2 uitstoot door intensiever gebruik van de trekker. - De machine maakt veel geluid en is derhalve moeilijk inzetbaar s avonds in de buurt van de bebouwde kom. De voordelen zijn: - Deze methode is zowel voor de gangbare als biologische teelt toepasbaar; - Er is geen veiligheidstermijn zodat het tot aan het einde van de teelt ingezet kan worden; - Deze methode is niet soortspecifiek. Alle plagen die niet al te vast aan de plant zitten of zich vastzuigen, kunnen in potentie door deze machine worden beheerst; - Minder milieubelasting door GBM, afname van de inzet van werkzame stof per ha; - Geen resistente ontwikkeling mogelijk 6

4 Taxus kever (Otiorhynchus sulcatus Gegroefde lapsnuitkever) De gedachte is dat de Beetle Eater ook de Taxus kever kan opzuigen. Behalve de Taxus kever kunnen er natuurlijk ook andere plagen weggezogen worden. Tijdens de demo worden de diverse opgezogen insecten gedetermineerd. In dit hoofdstuk wordt de belangrijkste plaag, de taxuskever, beschreven. De taxuskever is zwart van kleur, heeft een gegroefd, mat zwart schild met gele vlekjes op de dekschilden. Deze kever is ongeveer 9 tot 11 millimeter. De taxuskevers leiden een verborgen bestaan. Overdag schuilen ze en s nachts vreten ze aan bladeren. Taxuskevers planten zich parthenogetisch voort, dat wil zeggen, dat ze geen paring nodig hebben om zich te vermenigvuldigen. De stadia van ontwikkeling zijn: ei, larve, pop, kever. Nadat de kevers uitgekomen zijn, meestal vanaf april, hebben zij een paar dagen nodig om af te harden. Daarna beginnen ze zich te voeden met de bladeren van diverse gewassen, zoals taxus, hedera, prunus, virbunum, euonymus, fruitdragende gewassen en indien aanwezig ook met allerlei bladeren van niet groenblijvende gewassen. In feite zijn Taxuskevers polyfaag (alleseters), met een voorkeur voor bepaalde gewassen. In kassen en plaatsen waar de temperatuur niet lager is dan 15 graden kan de taxuskever overwinteren. Buiten kan men de volwassen kevers vanaf april tot oktober aantreffen. Maar ook buiten weten kevers zich de laatste jaren in leven te houden in de winter. In bepaalde omstandigheden kan een Taxuskever minstens 600 eitjes leggen in een seizoen. Larven van de Taxuskever De larven zijn roomwit met een roodbruine kop, en overwinteren in de bodem. In zachte winters kunnen ze doorgaan met vreten aan wortels met alle schade van dien. Vanaf juni worden elke dag nieuwe larven geboren, dit gaat door tot augustus. Echter we zien de laatste jaren steeds meer dat er jaarrond larven worden geboren. 7

De levenscyclus van de Taxus kevers Vanaf half maart tot begin juni zijn de larven actief en vreten zij aan wortels. In deze periode zijn de larven goed te bestrijden. Vanaf half april tot eind juni verpoppen de larven. Van half mei tot begin oktober zijn de kevers actief en vreten aan gewassen. Begin juni tot begin oktober leggen vrouwtjes hun eieren. Vanaf half juli tot begin november zijn de larven actief en vreten zij aan wortels van gewassen. In deze periode zijn de larven te bestrijden met bijvoorbeeld aaltjes. Vanaf begin november gaan de larven in rust. 8

4.1 Kan de Beetle Eater ingezet worden als alternatief voor de beheersing van de taxuskever? Uit onderzoek dat PPO- AGV heeft uitgevoerd is naar voren gekomen dat de aspergekever met behulp van de Beetle Eater beheerst kan worden. Door het gedrag van de aspergekever en de taxuskever te vergelijken (tabel 1) wordt getracht een uitspraak te doen over de werking van de Beetle Eater op de taxuskever. Tabel 1. Vergelijking van de taxuskever met de aspergekever. Omschrijving Taxuskever Aspergekever Orde Kevers Kevers Familie Snuitkever bladhaantje Ontwikkeling In de grond Op de plant eieren+larven Volwassen kever Overdag op grond, s Nachts op plant Overdag+ s nachts op plant Aanwezigheid plant Onderste deel plant Bovenste deel plant Onraad Laat zich van de plant vallen Laat zich van de plant vallen Grootte kever 10 mm 6 mm Verspreiding Goede loper, niet vliegen Lopend en vliegend Waardplant Dicht gewas Erg open gewas Aantal generaties/jaar 1 2 Overwintering Als larve in de grond Als volwassene in de grond De taxuskever en de aspergekever behoren tot dezelfde orde van de kevers (Coleoptera). De aspergekever behoort tot de familie van de bladhaantjes terwijl de taxuskever tot de familie van de snuitkevers behoort. De aspergekever is circa 6 mm groot terwijl de taxuskever circa 10 mm groot is. De aspergekever zit met name boven in de plant zowel overdag als s avonds. Schade van de taxuskever wordt vooral in het onderste deel van de plant waargenomen zodat verwacht wordt dat de kever s avonds vooral in het onderste deel van de plant kan worden waargenomen. Overdag verschuilt hij zich in de plant of op de grond onder bijvoorbeeld bladeren of kluiten. De taxuskever kan niet vliegen maar is een goede loper. De aspergekever kan zowel vliegen als lopen maar laat zich bij onraad op de grond vallen. Het aspergewas heeft een erg open structuur terwijl de taxusstruik een veel dichtere structuur heeft waar de wind, die de Beetle Eater produceert, moeilijker doorheen gaat. Echter de taxusplant is een veel steviger plant dan de aspergeplant zodat deze veel meer wind kan verdragen. De verwachting is dat de taxuskever ook met de Beetle Eater kan worden opgezogen. Met name omdat hij zich bij onraad laat vallen wordt verwacht dat er mogelijkheden zijn. Daarnaast is hij wat groter dan de aspergekever waardoor hij gemakkelijker opgezogen kan worden. Ook oorwormen lengte 10-16 mm worden door deze machine opgezogen. 9

5 Uitvoering 5.1 Doel van de demo Het doel van deze demo is om te zien of de Beetle Eater ook Taxuskevers op kan zuigen uit de taxus. In 2010 is er ook een proef gedaan met de Beetle Eater in de taxus. Door de kleinere zuigmonden op de machine en te weinig kevers op het moment van de proef is er vorig jaar te weinig resultaat uit gekomen om een conclusie te kunnen trekken. Naar aanleiding hiervan is er besloten om dit jaar wederom een demo te doen met de Beetle Eater. 5.2 Materiaal en methoden Om te zien of er kevers in het gewas zitten zijn er planken weggelegd op verschillende percelen, willekeurig verspreid, om te kijken of en waar de hoogste druk is van de Taxuskevers. Op het perceel met het hoogste aantal taxuskevers zijn de proefveldjes uitgezet. Op dit perceel stonden Taxusplanten van 1 meter tot 1, 25 meter hoog. De breedte tussen de rijen is 1,65 meter. Dit komt overeen met de afstand van de zuigkappen op de Beetle Eater. De Beetle Eater hoeft voor deze proef niet aangepast te worden. Wel zijn er grotere kappen gemonteerd op de machine. Deze kappen zijn een meter hoog en kunnen dus goed over de Taxus heen. Om de machine te vervoeren met deze grote zuigmonden erop is het wel noodzakelijk geweest om een extra bokje te maken zodat voldoende stabiliteit aanwezig is tijdens vervoer. Doordat de, enige, machine in Nederland in de asperges in gebruik was kwam de machine pas eind augustus ter beschikking voor de boomkwekerij. Eind augustus is er gestart met de waarneming van de Taxuskevers onder de planken. Tot half augustus zijn er op alle percelen zeer weinig tot geen Taxuskevers waargenomen onder de planken. Daarna zijn er enkele kevers waargenomen. Op 16 september is besloten om de proef op 19 september uit te voeren. Op de dag zelf zijn de kevers wederom geteld onder de planken en zijn de planten ook uitgeschud om kevers die in de planten zitten te kunnen tellen. Hiertoe is rondom de plant een wit doek gelegd. De kevers die uit de taxus plant vielen zijn daardoor goed te zien. Foto 1: witte doek in taxus planten voor telling Foto 2: Taxuskever op het witte doek 10

5.3 Proefplan Locatie Voor het signaleren van Taxuskevers zijn er enkele planken gelegd op verschillende percelen, willekeurig verspreid, om te kijken waar de hoogste druk is van de Taxuskevers. Op het perceel met het hoogste aantal Taxuskevers worden de proefveldjes uitgezet. Binnen het perceel wordt weer gekeken waar de meeste kevers onder de planken zitten, aan die kant worden de proefveldjes uitgezet. Vervolgens zal in ieder proefvak een plank komen te liggen om te zien hoeveel Taxuskevers er ongeveer zijn. Aantal waarnemingen Er is voor de inzet van de machine een waarneming gedaan en na inzet van de machine. De waarneming bestaat uit het tellen van de Taxuskevers in de planten net voor de behandeling met de Beetle Eater. Er worden per object 5 planten geteld, de hele plant wordt hierbij waargenomen. Op deze 5 planten zijn voor en na de behandeling per plant het aantal Taxuskevers geteld. Op de machine zelf is een zeef geplaatst waar de opgezogen insecten, uit 1 rij worden opgevangen. Ook andere insecten die meegezogen zijn worden gedetermineerd en geteld. Zo krijgen we een idee welke insecten allemaal mee worden gezogen. Door de tellingen in de zeef kan wel nagegaan worden hoeveel procent van de Taxuskevers worden opgezogen. De planten, die bij aanvang gecontroleerd zijn, zullen nadien wederom waargenomen worden op aanwezigheid van Taxuskevers. Door de duisternis zal dit echter niet gemakkelijk gaan. Het weer tijdens het wegzuigen was goed, 18 graden en half bewolkt. 11

5.4 Waarnemingen In onderstaande grafiek staan de aantallen getelde kevers die gevonden zijn. De aantallen zijn afkomstig van tellingen die gedaan zijn in de plant. Van ieder object zijn, zoals al vernoemd, 5 planten geteld. Aantal kevers 40 35 30 25 20 15 10 5 0 Beetle eater resultaten TOTAAL Telling Nulmeting Telling na uitvoering proef Ob ject naam Grafiek 1: resultaten Beetle Eater 19 sept. De demo is gedaan in 6 stroken, er is geteld in 2 stroken, zoals ook in het proefplan staat beschreven. In de ene strook zijn meer kevers geconstateerd dan in de andere, dit scheelt ongeveer 10 kevers per object. In de strook waar meer taxuskever zit lijkt het resultaat beter te zijn dan in de andere strook. In deze stroken tellen we veel minder kevers na de inzet van de machine. Dit is te zien in de grafiek die hieronder staat waarin ieder object apart staat. 12

Aantal kevers 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 Beetle Eater resultaten Telling Nulmeting Telling na uitvoering proef Object naam Zowel 1 als 2 maal met de beetle eater door het gewas rijden laat een afname van 58% zien. Uit de cijfers blijkt verder dat als er alleen doorheen wordt gereden zonder dat de machine aanstaat er in alle 3 de objecten niet minder kevers worden geteld. Er worden zelfs meer kevers waargenomen naar het erdoor heen rijden. Doordat de 2 de telling van de kevers op een veel later tijdstip plaats heeft gevonden, volledig in het donker, zijn er waarschijnlijk meer kevers de planten in gekropen. Als we deze ontwikkeling van de toename van kevers doortrekken in de objecten waar de beetle eater heeft aangestaan dan is het percentage weggezogen kevers waarschijnlijk nog hoger. De planten waarin nu gezogen is, zijn van redelijk dichte kwaliteit. Bij planten die iets kleiner zijn en wat losser van structuur zijn we ervan overtuigd dat de machine nog beter de kevers eruit kan zuigen. Tijdens het tellen zijn ook andere insecten gevonden, dit waren oorwurmen, gaasvliegen, snuitkevers, wants, motjes en lieveheersbeestjes. Deze insecten zijn niet geteld. De machine zuigt deze insecten dus ook op. Dit is natuurlijk jammer omdat dit natuurlijke vijanden zijn van diverse plagen in de planten. Dit kan in de toekomst schijnbaar ook niet verholpen worden omdat deze insecten zelfs nog lichter zijn dan de taxuskevers. Verder kan er opgemerkt worden dat deze machine nogal veel lawaai maakt tijdens het zuigen. Wil men deze machine in de praktijk gaan inzetten dan zal de ventilator toch geluidsarmer moeten worden. Zeker omdat de machine in de avond ingezet moet worden is een geluidsarme machine beter voor de omwonenden van een perceel. 13

6 Conclusie Het doel van deze demo is om te zien of de Beetle Eater ook taxuskevers kan wegzuigen uit de Taxus. Door een combinatie van zuigen en blazen ontstaat er een werveling in het gewas waardoor de taxuskever zich laat vallen. Wanneer de zuigkracht voldoende groot is, is de verwachting dat de taxuskever door de Beetle Eater wordt opgezogen. Niet alle kevers zullen worden opgezogen maar de behandelingen kunnen een aantal keren herhaald worden totdat voldoende resultaat bereikt is. Uit deze demo met de Beetle Eater is gebleken dat de machine taxuskevers kan opzuigen uit dichte Taxus planten. In deze proef zijn tot 58 % van de taxuskevers weggezogen uit de planten. Dit kan wellicht nog meer zijn als we eerder in het seizoen beginnen met de toepassing van de machine. Om de machine verder te ontwikkelen zou in verder onderzoek de volgende zaken meegenomen moeten worden: De ontwikkeling van deze machine in de Taxus moet zich richten op Taxus die minstens 3 jaar in de grond staan. In deze oudere Taxus komen meer kevers voor. We praten dan over een machine die over 1 tot 1,50 meter hoge Taxus gaat. De machine moet geluidsarm(er) worden. De zuig- en blaaskracht van de machine moet aangepast worden zodat deze met meer kracht kan zuigen en blazen. In grotere Taxus is het gewas veel stugger en breder dus zal er meer kracht nodig zijn om binnen in het gewas een goede werveling te creëren. Ook zal er een andere manier bedacht kunnen worden om de plant in trilling te brengen zodat kever zich handiger laat wegzuigen. Ook kan de machine vermaakt worden dat er op verschillenden hoogten in het gewas de lucht door geblazen en gezogen wordt. Indien er wederom een proef wordt gedaan zal het goed zijn om de methode van tellen te verfijnen. 14

Publicatie 15

16