Wat als een sessie overleven niet meer genoeg is? Anouk Platenkamp In het artikel hoe overleef ik een sessie? heb je kunnen lezen over de eerste stappen om mee te spelen met een sessie. We hebben gekeken naar hoe je een sessie vindt en welke stappen je kunt nemen op weg naar je eerste succes op een sessie. In dit artikel kijken we naar de finesse van het sessie spelen: je hebt een sessie gevonden, je bent een keer wezen luisteren en je hebt besloten om mee te doen, wat dan? Stap 1: Zoals ik in het eerste artikel ook al aangaf: zorg dat je weet hoe je haakjes moeten staan bij een bepaalde toonsoort. Het is niet ongebruikelijk dat een fiddle (viool) of whistle (fluit) speler een tune in gaat zetten en dan zegt: de tune staat in G, zodat de gitaristen (en harpisten) weten welke akkoorden ze kunnen spelen. Soms noemt iemand alleen de titel van de tune en kun jij nog net op tijd vragen welke toonsoort het staat. Wanneer je nog niet zo veel ervaring hebt met het sessie spelen in het handig om een cheatsheet te hebben met de toonsoorten en de haakjes: die heb ik handig voor je gemaakt. Bedenk je wel: niet iedereen is even bekend met toonsoorten, ook whistle en fiddle spelers zijn mensen. Dat wil soms zeggen dat je te horen krijgt dat een tune in G staat, terwijl het in werkelijkheid in E mineur staat. Dat maakt voor je akkoorden behoorlijk veel uit! Gelukkig staan je haakjes dan wel al goed (in de cheatsheet kun je zien dat voor zowel G als E mineur, 1 kruis nodig is). Begin dus niet meteen enthousiast allerlei akkoorden mee te spelen, maar luister een stukje naar de melodie en probeer eerst zacht of je een bas mee kan spelen. Tip 1: ook whistle en fiddle spelers hebben een beperkt repertoire (hoewel het soms wel anders lijkt): zij kennen ook niet oneindig veel tunes en hebben waarschijnlijk ook hun favorieten. Neem papier mee naar de sessie en maak een aantekening van de naam van de voor jou nieuwe van de tune en de toonsoort waarin deze gespeeld wordt. Thuis kun je dan de tunes opzoeken op thesession.org en de deze instuderen. Tip 2: opnamen maken voor eigen gebruik mag meestal en veel mensen hebben tegenwoordig een telefoon waarmee je dat heel gemakkelijk kan doen. Thuis kun je dan met de opname de tune nog een keer mee spelen of uitvinden welke variaties er gespeeld worden. Zet de opnamen nooit online zonder toestemming van de speler! Stap 2: Begin met het meespelen van een bas en luister goed of je de juiste tonen te pakken hebt. Gelukkig hebben veel Ierse tunes een gelijke vorm en zijn er dus een aantal dingen die het gemakkelijker maken om de juiste akkoorden te vinden. Wat is vorm? Alle muziek maakt gebruik van muzikale zinnen, in de Ierse muziek zijn deze vaak 4 maten lang en hebben een duidelijk begin en eind. De eerste zin van een stuk noem je A. Heel vaak heeft de tweede zin een zelfde begin, maar is het eind van de zin net iets anders. Dit noem je dan A. Vaak wordt dit deel herhaald. Vervolgens komt er een tweede deel, dat anders is dan het begin. Dit noem je B. Hier is waar het wat verschillend kan zijn hoe de tune verder verloopt en hier moet je dus goed luisteren: het kan zijn dat B herhaald wordt met een ander eindje (soms hetzelfde eind als stukje A ), dus B. Dit geheel wordt dan ook weer herhaald. Het kan ook zijn dat je op het eind stukje A weer terug krijgt in plaats van B.
Sommige tunes hebben ook nog een derde of een vierde deel, ook hiervoor is het van belang om goed te luisteren. Waarom is het belangrijk om de vorm te weten? Dat helpt je weer met het spelen van een begeleiding, want als stukje A op het eind weer terug komt dan weet je daar de akkoorden al van omdat je die al gespeelt hebt. Je zou dus ook de stukjes mee kunnen spelen die je al gevonden hebt (bijvoorbeeld stukje A en stukje A ) en het deel waarvan je nog niet weet wat er aan akkoorden bij moet weg kunnen laten. Tip 3: Traditionele muziek wordt over het algemeen op het gehoor geleerd, daardoor ontstaan er ontzettend veel variaties op hetzelfde nummer. Op thesession.org is dat goed te zien aan de vele verschillende versies die er van één tune op staan. Het voordeel is dat jij dus ook je eigen versie kan maken! Komt een vingerzetting niet lekker uit? Speel het net iets anders. Herhalende noten moeilijk? Laat een noot weg. In de meeste gevallen wordt een tune niet op zichzelf gespeeld, veelal wordt er een tweede of soms zelfs een derde tune achteraan gespeeld. De standaard afspraken hiervoor zijn: speel je twee verschillende tunes achter elkaar, dan herhaal je iedere tune drie keer. speel je drie verschillende tunes achter elkaar, dan herhaal je ieder tune twee keer. Let dus even op na de tweede herhaling van een tune, zodat je niet automatisch doorgaat, maar degene die de tune ingezet heeft de tijd heeft om te veranderen. Meestal zullen jigs gevolgd worden door jigs en reels door reels, een enkele keer wordt een jig door een reel gevold. Pas op, want het kan zijn dat de toonsoort voor de volgende tune zomaar verandert! Voorbeeld 1: Kesh jig Dit is een populaire tune op veel sessies. Het A deel wordt herhaald tot in de laatste noot van maat 7, vanaf daar komt een ander eind. Van het B deel worden alleen de eerste twee maten herhaald (met uitzondering van de laatste noot van de tweede maat). De eindjes zijn in dit nummer allemaal anders. Voorbeeld 2: The merry blacksmith Van het A deel wordt twee en een halve maat herhaald (tot aan de hoge fis). Het B deel begint anders, maar als snel komt hier ook het A deel in terug (tweede tel van maat 10 tot maat 12). Het B deel is zelfs vanaf de tweede tel van maat 14 helemaal gelijk aan het A deel! Soms worden er hier variaties gespeelt, bijvoorbeeld in maat 13 zou je kunnen spelen: a b a g fis g fis e, dus in plaats van kwart noten speel je achtste noten. Tip 4: het is altijd goed om een nieuwe stijl muziek te leren kennen door te luisteren naar voorbeelden van mensen die het goed kunnen, dit werkt inspirerend en geeft je een goed beeld van hoe iets kan klinken. Ga dus op zoek naar cd s met Ierse muziek, verzamel cd s zijn hiervoor bij uitstek geschikt: meestal staan hier de beste nummers op die bij veel mensen favoriet zijn. Grote kans dus dat ze ook tijdens een sessie gespeelt gaan worden! Stap 3: Meer dan alleen een bas spelen is natuurlijk leuk, maar hoe doe je dat? Voordat je met het spelen van akkoorden begint is het goed om je te bedenken dat het er niet om gaat dat je de mooiste en meest ingewikkelde dingen doet als begeleiding, maar dat je er bent om de solisten te ondersteunen. Door jou steady bas kunnen zijn hun tunes met nog meer swing spelen en wordt het een mooi geheel. Zorg er dus voor dat je ritmes speelt die de andere spelers niet
uit hun cadans halen. Dit is het stukje van het samenspel dat je thuis heel goed kan voorbereiden. Je gaat een aantal begeleidingspatronen oefenen die je in iedere tune kan gebruiken. Hier is het fijn om te weten dat de meeste Ierse muziek (zeker de tunes die op sessies gespeelt worden) te verdelen is in drie soorten tunes: jigs, reels, airs. Handig om mee te beginnen zijn de jigs en reels, die houden zich over het algemeen aan een vaste vorm zoals hier boven in stap 2 beschreven. Een jig is een dans in 6/8 maat, een reel wordt in 4/4 maat gespeelt. Reels worden over het algemeen sneller gespeeld dan jigs. Begin met het oefenen van de patronen in een klein schema van 4 of 8 maten, zodat je de wisselingen en de grepen goed onder de knie krijgt. Wanneer dit goed gaat kun je ze in een schema plakken van een jig of een reel. Voorbeeld 1: Dit is een voorbeeld van de akkoorden van maat 5 t/m 8 van de Kesh jig. In een jig is het handig om op de eerste en de vierde tel van de maat iets te spelen. Wanneer er één akkoord per maat staat kun je dit verdelen over twee handen (de bas/links op de eerste tel, het akkoord/rechts op de vierde tel). Wanneer je meerdere akkoorden per maat speelt is het handig om beide handen tegelijk te spelen (of alleen een bas mee te spelen). Voorbeeld 2: In dit voorbeeld zijn de laatste vier maten van the merry blacksmith weergegeven. Voor een reel is het goed om op de eerste en de derde tel van de maat iets te spelen. In dit geval speel je de akkoorden op de tweede en vierde tel, maar je zou ze ook tegelijk met de linker hand kunnen spelen. Let ook op het eind: omdat de laatste noot van de tune op de derde tel van de maat valt is het handig om ook met begeleiden op de derde tel van de maat te stoppen. Voor beide voorbeelden geldt: de rechter hand speelt omkeringen van het akkoord. Mocht je dit moeilijk vinden, gebruik dan alleen grondliggingen (voor een G akkoord is dit van onder naar boven G B D). Of gebruik telkens dezelfde omkeringen, zoals in het voorbeeld 2 van the merry blacksmith.
Tip 5: train ook vooral je spier geheugen. Eén van de grote voordelen die wij als harpisten hebben, is dat zo lang onze haakjes goed staan we dezelfde grepen kunnen gebruiken, ongeacht de toonsoort. Dus: voor een vijfde trap in C kun je dezelfde greep pakken als een vijfde trap in G. Dit betekent dat zolang je op gevoel van je vingers speelt, je gemakkelijk kan transponeren. Dit is exact de reden waarom je harpdocent zo blijft hameren op de juiste vingerzetting: je vingers kunnen spelen zonder dat je ogen in de weg zitten. Met je oren kun je dan controleren of je inderdaad de juiste greep te pakken hebt. Je kunt dit oefenen door ook eens de grepen met je ogen dicht te oefenen. Nog een algemene tip: het is wel zo aardig om eerst even een stukje te luisteren naar degene die de tune inzet, zodat je mee kan spelen op zijn/haar tempo. Houd je aan het tempo en voer het niet op! Je kunt natuurlijk thuis heel wat oefenen, maar het leukste is toch om echt met een sessie mee te gaan spelen. Zorg voor een goede hoes en vervoer en ga met een sessie mee spelen, geloof me: je doet de leukste contacten op!