Koppen (recht) vanuit zittende positie Kopoefeningen 05-10-10 Oefening met 2-tallen, waarbij speler 1 recht t.o.v. speler 2 staat en speler 2 zit. B. Speler 2 speelt naar speler 1 - Speler 2 kopt de bal recht terug, etc - Bovenlichaam naar achteren, kin op de borst. - Speler 2 krijgt de bal recht aangegooid en wordt daardoor gedwongen om de bal ook recht terug te koppen. Variatie: Koppen (recht) vanuit positie op de knieën Koppen (recht) vanuit staande positie Koppen (recht) met sprong vanuit een staande positie Koppen (schuin) vanuit zittende positie Oefening met 2-tallen, waarbij speler 1 schuin t.o.v. speler 2 staat en speler 2 zit. B. Speler 2 speelt naar speler 1 - Speler 2 kopt de bal schuin terug, etc. Idem, maar nu de aangooi vanaf de ander kant. - Bovenlichaam naar achteren, kin op de borst - Speler 2 krijgt de bal schuin aangegooid en wordt daardoor gedwongen om de bal ook schuin terug te koppen. Variatie: Koppen (schuin) vanuit positie op de knieën Koppen (schuin) vanuit staande positie Koppen (schuin) met sprong vanuit een staande positie Doorkoppen vanuit zittende positie Oefening met 3-tallen, waarbij de aangooiende/ ontvangende spelers 1 en 3 een staande positie innemen en speler 2 een zittende. - Speler 2 kopt de bal schuin door, etc. - Bovenlichaam naar achteren, kin op de borst. 1
Variatie: Doorkoppen vanuit positie op de knieën Doorkoppen vanuit staande positie Doorkoppen met sprong vanuit een staande positie Doorkoppen vanuit staande positie Staande oefening met 3-tallen, waarbij elke speler bij een pylon staat. - Speler 2 kopt de bal schuin door. C. Speler 3 speelt naar speler 1 - Idem als A naar speler 1. D. Speler 1 speelt naar speler 2 - Idem als B naar speler 2, etc. - Bovenlichaam naar achteren, kin op de borst. - De kopbeweging moet ondersteund worden met de armen en dient uit het hele bovenlichaam te komen (spanboog). Koppen (recht) vanuit een voorwaartse beweging: - Vanuit het midden gooit speler 2 de bal onderhands recht aan naar de inlopende speler 1 (op 2-3 meter afstand). B. Speler 1 speelt naar speler 2 - Speler 1 kopt de bal met een één/ tweebenige afzet recht terug in de handen van speler 2. C. Speler 2 speelt naar speler 3 - Idem als A naar speler 3. - Idem voor de spelers 4,5 en 6 in tegenovergestelde richting. B1. Achter de bal aan doorlopen naar de positie aan de andere kant. - De bal goed richting geven, door de duwbeweging in de richting van speler 2 te maken. 2
Koppen (schuin) vanuit een voorwaartse beweging: - Vanuit het midden gooit speler 2 de bal onderhands schuin aan naar de inlopende speler 1 (op 2-3 meter afstand). B. Speler 1 speelt naar speler 2 - Speler 1 kopt de bal met een één/ tweebenige afzet schuin terug in de handen van speler 2. C. Speler 2 speelt naar speler 3 - Idem als A naar speler 3. Idem voor de spelers 4,5 en 6 in tegenovergestelde richting. Aantal spelers: 4-6 Aantal ballen: 3-4 Afstand van de pylonen: 4m B1. Achter de bal aan doorlopen naar de positie aan de andere kant. - Bal moet op het hoogste punt van de sprong worden gekopt (dode punt). - De bal goed richting geven, door de duwbeweging in de richting van speler 2 te maken. Koppen met sprong vanuit een voorwaartse beweging: - Vanuit het midden gooit speler 2 de bal onderhands schuin aan op het hoofd van de inlopende speler 1 (op 2-3 meter afstand). B. Speler 1 speelt naar speler 3 - Speler 1 kopt de bal met een één/ tweebenige afzet schuin door in de handen van speler 3. C. Speler 3 speelt naar speler 4 - Idem als A naar speler 4, maar nu vanaf de andere kant. D. Speler 4 speelt naar speler 2 - Idem als B naar speler 2, etc. Idem voor de spelers 5,6,7 en 8 in tegenovergestelde richting. Aantal spelers: 6-8 Aantal ballen: 3-4 Aantal pylonen: 6 Afstand van de pylonen: 4m B1. Achter de bal aan doorlopen naar de positie aan de andere kant. 3
Combinatieoefening (1). - Vanuit het midden gooit speler 1 de bal, onderhands, op het hoofd van de inlopende speler 2. - Speler 2 kopt de bal, met een één/ tweebenige afzet, recht door naar speler 3. C. Speler 3 dribbelt naar speler 4 - Speler 3 controleert de bal en dribbelt naar speler 4 bij de volgende pylon, etc. Aantal spelers: 4-6 Aantal ballen: 3-4 Onderlinge afstand pylonen: 2e jaars E-pupillen: 2 m D-,C-,B-,A-junioren: 3 m Achter de bal aan doorlopen naar de volgende positie. Combinatieoefening (2) Voeg toe aan een training. - Speler 1 gooit de bal onderhands op het hoofd van de inlopende speler 2. - Speler 2 kopt de bal, met een één/ tweebenige afzet, schuin door naar speler 3. C. Speler 3 dribbelt naar speler 4 - Speler 3 controleert de bal en dribbelt naar speler 4 bij de volgende pylon, etc. Aantal spelers: 4-8 Aantal ballen: 2-4 Onderlinge afstand pylonen: 2e jaars E-pupillen: 2 m D-,C-,B-,A-junioren: 3 m Achter de bal aan doorlopen naar de volgende positie. 4
Combinatieoefening (3):. - Speler 1 gooit de bal onderhands op het hoofd van de inlopende speler 2. - Speler 2 kopt de bal, met een één/ tweebenige afzet, schuin naar speler 3. - Speler 3 controleert de bal. C. Speler 3 speelt naar speler 2 - Speler 3 speelt de bal, terug naar speler 2. D. Speler 2 speelt naar speler 3 - Speler 2 kaatst naar speler 3 - Speler 3 neemt de bal in de loop aan. E. Speler 2 dribbelt de bal - Speler 3 dribbelt naar speler 4 bij de volgende pylon, etc. Aantal spelers: 4-8 Aantal ballen: 2-4 Onderlinge afstand pylonen: 2e jaars E-pupillen: 2 m D-,C-,B-,A-junioren: 3 m Achter de bal aan doorlopen naar de volgende positie. Kopduel 1 : 1 met passieve/actieve weerstand: Bij deze oefening staat er een verdediger voor speler 2. - Speler 1 gooit de bal onderhands op de, naar links en rechts, bewegende speler 2. Deze probeert hiermee de verdediger te ontwijken. B. Speler 2 speelt naar speler 1 - Speler 2 kopt de bal, met een één/ tweebenige afzet, terug naar speler 1. De verdediger voert langzaam de weerstand (van passief naar actief) op. Tel aantal onderscheppingen. Aantal spelers: 3 Aantal ballen: 1-2 5
Aantal pylonen: 2 Onderlinge afstand pylonen: 3-4 mtr. - De bal goed richting geven, door de duwbeweging in de richting van speler 1 te maken. Kopduel 1 : 1 met actieve weerstand: Bij deze oefening staan twee 2-tallen kruislings tegenover elkaar. A. Speler 1 speelt naar spelers 2 en 3 - Speler 1 gooit de bal onderhands op de inlopende spelers 2 en 3. B. Spelers 2 of 3 speelt naar spelers 1 of 4 - Speler 2 probeert de bal terug te koppen op speler 1 terwijl speler 3 de bal probeert te koppen op speler 4. C. Afhankelijk van wie er terug kopt start speler 1 of 4 met de opgooi. Wie blijft het langst in balbezit. Aantal spelers: 4 Aantal ballen: 1-2 Aantal pylonen: 4 Onderlinge afstand pylonen: 4 mtr. Bij een onderschepping wisselen van functie. - De bal goed richting geven, door de duwbeweging in de richting van speler 1 te maken. Kopduel op doel onder weerstand (1:1) (1): Oefening met twee 2-tallen. - Speler 1 gooit onderhands de bal naar speler 2 om in één van de doeltjes te koppen. Met hem springt ook speler 3, als verdediger mee op om de bal uit het veld te koppen. B. Speler 4 speelt naar speler 3 - Idem als A, etc. De koppende spelers moeten nagenoeg van dezelfde grootte zijn. Wie scoort de meeste doelpunten? Hoeveel keer lukt het de verdediger om de bal uit het speelveld te koppen 6
Aantal spelers: 4 Aantal ballen: 4-8 Aantal pylonen: 4 Aantal doelen: 2 Grootte speelveld: 5 bij 5m Bij een onderschepping wisselen van functie. - De bal goed richting geven, door de duwbeweging in de richting van het doel te maken. Kopduel op doel onder weerstand (1:1) (2): Oefening met twee 2-tallen. A. Speler 1 speelt naar speler 3 - Speler 1 gooit de bal naar de koppende spelers 3 en 4. Speler 3 moet hierbij op doel koppen en speler 4 moet dit voorkomen. B. Speler 2 speelt naar speler 4 - Idem als A. Maar nu vanaf de andere kant, etc. Voor elke geslaagde poging 1 punt. Wie haalt de meeste punten. Aantal spelers: 4-8 Aantal ballen: 2-8 Aantal pylonen: 4 Aantal doelen: 1 Onderlinge afstand spelers: 3m Bij een onderschepping wisselen van functie. Wisselen van functie naar eigen inzicht - De bal goed richting geven, door de duwbeweging in de richting van het doel te maken. 7