Halfjaarbericht 2016 De ontwikkelingen van de prognose 2016 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2016. Paragraaf financieel Samenvatting - belangrijkste ontwikkelingen Puntsgewijs wordt de ontwikkeling van de belangrijkste resultaat gebieden weergegeven en benoemd, zowel in grafiek- als in tabelvorm. Grafiek afwijkingen tussen prognose en begroting in hoofdlijnen. Afwijking Prognose vs Begroting 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0 1. Resultaat uit productie 1a. Opbrengsten 1b. Lasten 1c. Bijdrage gemeenten instandhouding werkplekken 2. Resultaat uit begeleiding 3. Resultaat uit verloning 4. Resultaat uit overige posten Totaal 1
Toelichting 1. Het resultaat uit productie ontwikkelt zich conform de begroting. De opbrengsten zijn hoger dan begroot, daarentegen zijn ook de lasten in gelijke mate hoger dan begroot. 2. Het resultaat uit begeleiding ontwikkelt zich conform de begroting. 3. Het resultaat uit verloning ontwikkelt zich gunstiger dan begroot met name als gevolg van een lagere sw-bezetting en lagere gemiddelde loonkosten per sw-fte. 4. Het resultaat uit overige posten ontwikkelt zich conform de begroting. Tabel afwijkingen tussen prognose en begroting per resultaatgebied Gewijzigde Resultaat uit productie 0 0 0 Resultaat uit begeleiding 0 0 0 Resultaat uit verloning 430 0 430 Resultaat uit overige posten 0 0 0 Totaal resultaat 430 0 430 1. Het productieresultaat De hoofdonderdelen van het productieresultaat worden in tabelvorm weergegeven, de belangrijkste afwijkingen tussen de prognose en de gewijzigde begroting worden verklaard. Bruto opbrengst incl mutatie OHW 20.035 19.829 206 Materiaal verbruik + uitbesteed werk 5.793 5.709 84 Netto Opbrengst 14.242 14.120 122 Netto Opbrengst percentage 71% 71% 0% Overige opbrengsten 1.656 1.656 0 Som der bedrijfsopbrengsten 15.898 15.776 122 Lasten Salariskosten regulier personeel 7.009 7.079-70 Detacheringsvergoeding doelgroep 2.553 2.553 0 Overige personeelskosten 827 796 31 Afschrijvingen 749 762-14 Financiële baten en lasten 640 628 12 Overige bedrijfskosten 6.512 6.348 164 Totaal lasten 18.288 18.166 122 Opbrengsten - Lasten -2.390-2.390 0 Bijdrage gemeenten instandhouding werkplekken 2.390 2.390 0 Resultaat uit productie 0 0 0 Personeelsgegevens SW-werknemers in fte 2.321,9 2.340,0-18,1 SW-werknemers in AJ 2.417,8 2.437,2-19,4 Werknemers BW in fte 46,7 48,0-1,3 Werknemers BW in AJ 49,5 50,0-0,5 Reguliere werknemers in fte 147,7 146,8 0,9 Percentage inzetbaarheidsverlof 16,0% 16,0% 0,0% 2
De hogere opbrengsten vinden vooral hun oorzaak in de hogere netto opbrengsten bij de sector Groen en bij de sector Diensten. De lasten zijn hoger door met name hogere bedrijfskosten bij de sector Industrie en bij de kosten van huisvesting. Hoewel de reguliere bezetting hoger is dan begroot blijken de gemiddelde salarislasten per reguliere fte lager dan begroot, waardoor de salariskosten regulierpersoneel per saldo lager uitvallen dan begroot. De hogere overige personeelskosten worden vooral veroorzaakt door de hogere opleidingskosten. De prognose voor de bijdrage gemeenten instandhouding werkplekken is gelijk aan de begroting. 2. Resultaat uit begeleiding Kosten begeleiding 2.969 2.969 0 Bijdrage begeleiding door gemeenten 2.969 2.969 0 Resultaat uit begeleiding 0 0 0 De kosten voor begeleiding zijn conform de begroting, hiermee is ook de bijdrage begeleiding door gemeenten gelijk aan de begroting. 3. Resultaat uit verloning Bijdrage SW (oud) 67.556 67.556 0 Detacheringsvergoeding doelgroep 2.553 2.553 0 Salariskosten SW 67.775 68.223-448 Personeelsgebonden kosten SW 1.754 1.735 19 Wet Werk en Zekerheid 151 151 0 Resultaat uit verloning 430 0 430 De lagere sw-bezetting gecombineerd met de lagere gemiddelde loonkosten per sw-fte leiden tot lagere salariskosten SW. De personeelsgebonden kosten SW zijn hoger dan begoot, vooral door hogere kosten begeleid werken. Dit leidt tot een hoger dan begroot resultaat uit verloning. 4. Resultaat uit overige posten Resultaat verbonden partijen 0 0 0 Transitiekosten -590-590 0 Incidentele lasten -1.500-1.500 0 Bijdrage gemeenten overige posten 2.090 2.090 0 Resultaat overige posten 0 0 0 3
Het resultaat uit overige posten ontwikkeld zich tot dusver conform de begroting. De extra incidentele lasten die ontstaan als gevolg van de overgang naar een social firm zijn hierin niet opgenomen omdat deze niet zijn in te schatten. 5. Bijdragen gemeenten Hieronder het overzicht van de in de exploitatie overzichten opgenomen bijdragen gemeenten. Gewijzigde Bijdragen Bijdrage gemeenten instandhouding werkplekken 2.390 2.390 0 Bijdrage begeleiding door gemeenten 2.969 2.969 0 Bijdrage SW (oud) 67.556 67.556 0 Bijdrage SW (oud) aan buitenschappen 1.632 1.632 0 Bijdrage SW (oud) -3.024-3.024 0 Bijdrage gemeenten overige posten 2.090 2.090 0 Totaal 73.613 73.613 0 Verdeling naar gemeenten Arnhem 38.551 38.551 0 Doesburg 2.407 2.407 0 Duiven 2.473 2.473 0 Lingewaard 6.250 6.250 0 Overbetuwe 5.079 5.079 0 Rheden 8.819 8.819 0 Rijnwaarden 2.179 2.179 0 Rozendaal 59 59 0 Westervoort 3.217 3.217 0 Zevenaar 4.579 4.579 0 Totaal 73.613 73.613 0 4
Verzuim percentage Paragraaf personeel Voor een aantal aandachtgebieden m.b.t. personeel wordt de voortgang in 2016 hieronder weergegeven. Daarbij is inzetbaarheid het sleutelwoord dat per thema uitgewerkt is. Inzetbaarheid algemeen De transitie van Presikhaaf Bedrijven naar een beter renderende situatie die past bij het gedachtengoed van de deelnemende gemeenten, zorgt in huis voor veel onrust. Vooral het uitblijven van besluitvorming maakt dat er op de werkvloer meer spanning ontstaat. Dit heeft ook zijn effect op de inzetbaarheid van medewerkers en maakt dat medewerkers sneller verzuimen. Inzetbaarheid in het kader van verzuim Presikhaaf Bedrijven heeft een omslag in het denken over verzuim gemaakt. We leggen de focus op Kracht in plaats van Kracht. Daarom spreken we ook zo min mogelijk over verzuim, maar richten we ons op de inzetbaarheid van medewerkers. Als een medewerker wil verzuimen, dan zal de leidinggevende zich tijdens dit verzuimgesprek direct richten op de inzetbaarheidsmogelijkheden van de medewerker. Niet iedereen vindt dit even gemakkelijk, maar de eerste positieve resultaten tekenen zich al wel af. Hieronder vindt u een grafiek en een toelichting over inzetbaarheidsverlof/verzuim per bedrijfsonderdeel en concern. 25,00% Voortschrijdend verzuimpercentage per bedrijf 20,00% 15,00% 10,00% 5,00% 2.Bedrijfsvoering 3.Mens en Ontwikkeling 6.Werk en Ontwikkeling 9. Intratuin 0,00% 01/16 02/16 03/16 04/16 05/16 06/16 07/16 08/16 Het verzuimpercentage is bij het bedrijfsonderdeel Mens & Ontwikkeling vanaf mei 2016 flink gestegen. Om de werkdruk bij werkcoaches te verlagen en meer specifieke aandacht te kunnen schenken aan complexe langdurig verzuimsituaties, is de zorg voor deze medewerkers overgebracht naar de trajectcoaches van M&O. Met een relatief kleine vaste formatie voor M&O, geeft dit nu een wat vertekend beeld. Voor wat betreft de andere bedrijfsonderdelen is er een dalende trend te zien bij verzuim c.q. een verhoogde inzetbaarheid. 5
Verzuim percentage 20,00% Voortschrijdend inzetbaarheidsverlof percentage concern PHB 15,00% 10,00% 5,00% Eindtotaal 0,00% 01/16 02/16 03/16 04/16 05/16 06/16 07/16 08/16 Periode Door actief beleid en de inzet van extra expertise ter ondersteuning van leidinggevenden, daalt het verzuim gestaag. In januari 2016 bedroeg het percentage 17,3% en dit is gedaald naar 16,2% in juni. Uit de benchmark blijkt dat we daarmee nog steeds ruim boven het landelijk gemiddelde van 12,6% en de grootteklasse (13,2% voor SW-bedrijven >1.500 medewerkers) scoren. Inzetbaarheid in het kader van leefstijl Om medewerkers te stimuleren een gezondere leefstijl te hanteren, wordt sinds 2014 een leefstijlprogramma aangeboden waarin groepen medewerkers in werktijd, ondersteund door een bedrijfsdiëtist en beweegcoaches, een voedings- en beweegprogramma van een half jaar volgen. Daarna kunnen zij na werktijd op locatie gebruik blijven maken van het beweegprogramma en de ondersteuning van een leefstijlcoach. Dit werpt zijn vruchten af. Uit de eindmeting, die na ieder programma wordt afgenomen, blijkt, dat medewerkers meer tevreden zijn, zich gezonder voelen en minder verzuimen. Het is de bedoeling het leefstijlprogramma verder uit te bouwen met de andere BRAVO-aspecten; te beginnen met rookgedrag. Inzetbaarheid verhogen door ontwikkeling In 2016 is een professionaliseringsslag gemaakt, gericht op de ontwikkeling van de medewerkers. Hiervoor is Werkstap als nieuwe methodiek geïntroduceerd bij alle regulier leidinggevend personeel (122 personen). Werkstap moet leidinggevenden ondersteunen in het proces om de inzetbaarheid van SW-medewerkers te vergroten en zo regulier mogelijk, tegen een zo hoog mogelijke loonwaarde, te plaatsen. Inmiddels heeft bijna 48% het introductietraject voor het gebruik van Werkstap succesvol met een Proeve van Bekwaamheid afgerond. Uiterlijk medio 2017 moeten alle leidinggevenden getraind zijn. Voor in totaal 38 leidinggevenden met een SW-dienstverband wordt een aangepast introductieprogramma aangeboden. Ook deze training loopt nog. De basis voor het traject van de medewerker is het persoonlijk ontwikkelplan. De methodiek van Werkstap en de daarbij behorende applicatie, maakt het eenvoudiger voor leidinggevenden om dit ontwikkelplan met de medewerker te maken en te monitoren. In het ontwikkelplan worden ook afspraken gemaakt in het kader van opleiding en training. Een deel van deze opleidingen wordt intern ontwikkeld en groepsgewijs uitgevoerd; een ander deel wordt ingekocht. 6
Inzetbaarheid bij externe werkgevers Hieronder wordt de ontwikkeling van het aantal externe plaatsingen en de top 20 relaties met de meeste plaatsingen weergegeven. Het aantal externe plaatsingen neemt de afgelopen jaren gestaag toe. In 2016 zijn er 72 externe bijgekomen en is het totaal gestegen naar 1424 plaatsingen in juni 2016. Hiermee is 52% van het SW personeel extern geplaatst. Dit is 6% onder het landelijk gemiddelde. Dit heeft positieve effecten op de ontwikkeling van de medewerker en het exploitatie resultaat. Hierboven ziet u een top 20 van de relaties met de meeste plaatsingen. Met daarnaast een taartdiagram met de verdeling van de externe plaatsingen naar detacheringstype. 7