Het doel van de Stichting is het coördineren, stimuleren en begeleiden van het bouwtechnische en bedrijfstechnische speurwerk in de bouwnijverheid en de verbreiding van de resultaten, zowel ten behoeve van de opleiding als tot vorming van de kennis in de bouwnijverheid. (art. 2 der statuten van de Stichting Bouwresearch) Ter bereiking van haar doel zal de Stichting met de haar ten dienste staande middelen kennis nemen van de bestaande technieken, zich oriënteren omtrent de huidige en toekomstige behoeften, materialen en technieken, de behoeften aan kennis in de bouwen alles wat nodig is doen om het onder artikel 2 genoemde doel te bereiken. (art. 3 der statuten van de Stichting Bouwresearch)
Standaard meetmethode en voorbeeld hoeveelhedenstaat
Standaard meetmethode en voorbeeld hoeveelhedenstaat 3 6 STICHTING BOUWRESEARCH SAMSOM UITGEVERIJ ALPHEN AAN DEN RIJN - BRUSSEL 1973
ISBN 90 1402139 9
v Inhoud blz. Inleiding Toelichting op de hoeveelhedenstaat VII XI Hoeveelhedenstaat Aanwijzingen Inhoud Bestek art. 2 t/m art 22 1 t/m 74 1 3 5 t/m 74 Bijlagen Omschrijving van het werk. Tekeningen 1 t/m 36 bladen 1 t/m 7
VII Inleiding In 1968 verscheen het eerste deel van de Standaard Meetmethode (S.M.M.) als uitgave 16a van de Stichting Bouwresearch ten behoeve van het gebruik in de bouwpraktijk door architecten, aannemers, opdrachtgevers en adviseurs. Dit eerste deel behandelde uitsluitend de ruwbouw. In 1969 volgde het tweede deel dat de afbouw behandelde, uitgave 16b. OnmiddeIIijk daarna werd opdracht gegeven voor het samensteilen van een toelichting op de S.M.M., als verduidelijking van de principes van de meetmethode en ter vergemakkelijking van het hanteren van de methode in de praktijk. Deze toelichting verscheen in 1971 onder de titel 'Toelichting op de Standaard Meetmethode voor de burgerlijke en utiliteitsbouw', SBR-uitgave nr. 32. De 'Toelichting' verduidelijkt, dat het bij de S.M.M. gaat om een methode om te meten en uit te trekken. De methode is in wezen een verzameling van afspraken over de manier van het uittrekken en meten. Systematische hantering van de methode moet kunnen voorkomen dat misverstanden aangaande hoeveelheden ontstaan in het onderling overleg tussen bij de bouw betrokken partijen. De methode bevat echter uitsluitend voorschriften over het meten en het uittrekken en zij is daarom geen calculatiemethode met voorschriften voor het maken van een begroting voor een bouwwerk. Ter verduidelijking van het terrein, dat de S.M.M. bestrijkt, volgt hier het reeds eerder in de 'Toelichting op de S.M.M.' gepubliceerde schema (figuur 1). Dit schema illustreert het gebruik van de S.M.M. als hulpmiddel bij het meten en uittrekken van de hoeveelheden en het samenvoegen in een document, dat in deze publikatie verder wordt aangeduid als. staat van hoeveelheden of hoeveelhedenstaat. Bij vele gebruikers van de S.M.M. was behoefte ontstaan aan een voorbeeld. Van de zijde van het onderwijs werd zelfs aangedrongen op een geheel uitgewerkt model van de toepassing van de S.M.M. De Stichting Bouwresearch heeft daarop een studiecommissie verzocht om dit voorbeeld voor een compleet bouwwerk op te steilen. Het is bestemd voor degenen, die de algemene techniek van het meten en uittrekken overigens in voldoende mate beheersen, om vast te stellen op welke wijze de S.M.M. wordt gehanteerd. Daarom zijn bestek en (verkleinde) tekeningen als integrerend bestanddeel vàn deze publikatie beschouwd.
VIII De samenstelling van de commissie, die deze uitgave heeft voorbereid, was als volgt: C. P. VERSCHUREN (voorzitter) directeur Stichting Arbeidstechnisch Onderzoek Bouwnijverheid, Ede; A. VAN DEN BOSCH Hoofd Calculatie en Inkoop N.V. Bouw- en Aannemingsbedrijf Van Omme en De Groot, Rotterdam; docent HTI (Hoger Technisch Instituut) Amsterdam; M. CNUDDE raadgevend architect Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf, Brussel; DR. W. J. DIEPEVEEN bij de instelling der commissie hoofd Bouwafdeling Raadgevend Bureau Tr. B. W. Berenschot N.V., Amsterdam, thans adj. directeur Raadgevend Bureau Twijnstra & Gudde, Deventer; K. J. E. J. GOMMERS bij de instelling der commissie hoofd afdeling Opleidingen Stichting Bouwcentrum, Rotterdam, thans medewerker Studiecentrum Raad van Bestuur Bouwbedrijf, Den Haag; C. A. W. HETJNSBROEK adj. directeur Aannemingsbedrijf J. P. A. Nelissen N.V., Haarlem-Venray; IR. M. A. DE JONGE architect te Nuenen; docent HTS-Tilburg; DRS. G. W. C. D. KAN (secretaris) adviseur Stichting Bouwresearch; C. S. TH. KLEI MAN ing. hoofdcalculator Hollandse Beton Maatschappij N.V., Amsterdam; IR. J. W. DU PON architect BNA., Haarlem; H. J. SP RONK (rapporteur) medewerker afd. Projektontwikkeling en Bedrijfseconomie B.V. Aannemings Maatschappij vjh H. & P. Voormolen, Rotterpam; L. J. SWETS architect Bureau Du Pon, Haarlem; IR. B. VAN WIJK directeur Stichting Bouwresearch;