Tuinstraat 8 te Lochem Adviesnummer : 53 Straat +nr : Tuinstraat 8 Postcode : 7241 AN Kadastraal nr : Lochem F 1093 Huidige functie : woonhuis/ winkel Oorspr. Functie : woonhuis/ winkel BESCHRIJVING Historie en ligging: Het pand Tuinstraat 8 dateert uit omstreeks 1890 en ontstond kort na de aanleg van de straat ( maart 1890). Deze was voor rekening van de familie Sölner gerealiseerd in de ruime tuin van haar villa ( het latere St. Gudulagesticht). De Lochemse Spaarbank kocht vervolgens straat en tuin aan. Korte tijd later kwamen deze in handen van de gemeente en werd er huizenbouw ontwikkeld. De benaming Tuinstraat werd vastgelegd tijdens de raadsvergadering van 18 december 1891. Voorheen was dit deel van de binnenstad zeer dun bebouwd met een perifeer karakter. Door de aanleg van de Tuinstraat kwam er een nieuwe toegang tot de binnenstad met een brug over de voormalige singel, vanuit het oosten, waar net buiten de singel de Kastanjelaan tot stand was gekomen. Deze verbinding was mede aangelegd om het nieuwe villapark dat iets verder ten oosten van de binnenstad was gelegen beter bereikbaar te maken. De Tuinstraat maakt opmerkelijk genoeg een hoek bij de kruising met de Gudulastraat. Bedoeld pand op nr. 8 ligt precies in de hoek. Op de kadastrale kaart van 1832 zijn er op de plek van de latere Tuinstraat alleen nog maar ruime tuinen aangegeven. Omstreeks 1885 zijn ze deels verkaveld. De straat is ook tegenwoordig nog een klein straatje met een beperkte verkeersfunctie, waaraan historische bebouwing met eenlaags woonhuizen, deels met winkels. Tuinstraat 8 staat geheel vrij, met smalle stegen tussen de belendende panden. Het pand ligt op een typische hoekkavel, die aan de achterzijde grenst aan de buurpanden en waarop weinig open ruimte is. De beide voorgevels staan in de rooilijnen van de straat. Door de ligging op de hoek speelt het onderhavige pand, ondanks het geringe formaat, een beeldbepalende rol voor het zuidoostelijke en het zuidwestelijke deel van de Gudulastraat. Het pand vormt een belangrijk onderdeel van de min of meer gelijktijdig tot stand gekomen reeks woningen aan de zuidzijde en oostzijde van de Tuinstraat. Het pand is gebouwd rond 1890 als woonhuis met winkel waarin vroeger een lederwarenwinkel gevestigd was. Ten zuiden van het pand werd in 1919 een eenlaags bouwdeel met werkplaats gebouwd voor een zadelmakerij in opdracht van P. van Winsen naar ontwerp van H.W. Beumer. Rond 1950 is dit deel verbouwd: het is niet beschermenswaardig. In 1943 werd in opdracht van P.J. van Winsen de winkel verbouwd, waarbij de huidige voorgevel met etalagevensters tot stand kwam. Deze verving een oudere symmetrische winkelgevel met kleinere etalagevensters ten weerszijden van de entree in de hoektravee. Ook werd de winkel uitgebreid met de kamer die voorheen ten oosten ervan lag. Tegenwoordig is er nog steeds een winkeltje in het pand gevestigd, en voor het overige is het nog in gebruik als woonhuis.
Plattegrond en opbouw: Tuinstraat 8 heeft een onregelmatige veelhoekige plattegrond, met een afgeschuinde hoektravee en voorgevels die niet haaks op elkaar staan omdat de straat een stompe in plaats van rechte hoek maakt. Het pand telt één volle bouwlaag onder een vierzijdig afgeplat schilddak met doorgestoken dakhuis op de afgeschuinde hoektravee. Aan de zuidzijde is er de eenlaags aanbouw uit 1919 ( niet beschermenswaardig). Gevels: Van de oorspronkelijke gevels is de zuidelijke zijgevel gepleisterd en is de oostelijke zijgevel alsmede het zuidelijke deel van de ( westelijke ) voorgevel uitgevoerd in baksteen in kruisverband met gepleisterde plint. De vernieuwde voorgevels van de winkel bij de hoek, staan iets verder naar voren ( waarschijnlijk voor de oude gevel geplaatst) en zijn uit gevoerd in een modernere felrode baksteen in halfsteens verband met verdiepte voeg, zonder plint. De voorgevels steken iets hoger dan de zij- en achtergevels. De oude voorgevel van het huis (rechterdeel westgevel): Het rechterdeel van de westelijke voorgevel van het pand is de voorgevel van het woonhuis. Onderlangs is er een gepleisterde plint met drie ventilatiegaten met gietijzeren roostertjes. Op de rechterhoek is er een gepleisterde hoekpilaster met horizontale schijnvoegen. In de gevel zijn er drie identieke vensters onder anderhalfsteens strekken met gepleisterde aanzet- en sluitstenen (waarvan de laatsten met diamantkoppen) en gepleisterde lateien; aan de onderzijde gepleisterde lekdorpels en daaronder iets verdiept liggende gepleisterde velden. In de vensters enkelruits schuiframen en bovenlichten. In de geveldelen tussen de vensters en rechts ervan zijn er twee gepleisterde speklagen op de hoogte van de lekdorpels en het kalf. Langs de bovenzijde van de gevel is er een gepleisterd fries met drie dichtgemaakte attiekvenstertjes, en een houten bakgootlijst als kroonlijst. De vernieuwde voorgevels van de winkel: De voorgevels van de winkel (uit 1943) strekken zich uit ter weerszijden van de afgeschuinde hoektravee, waarin een vrij diepe portiek zit. In deze portiek is een vloertje met rode rooktegels, is er een ingang met hardstenen drempel en neuten met houten deur met grote enkele ruit en glas-in-lood bovenlicht. Aan beide zijden zijn er etalagevensters met enkelruits ramen en eveneens glas-in-lood bovenlichten. Kozijnen en deur zijn gemaakt van Amerikaans grenen. Ter weerszijden van de portiek zijn er grote etalagevensters in de gevels: links twee en rechts één. Boven deze vensters net als boven de portiek betonnen lateien met een bol profieltje bovenlangs, en eronder lekdorpeltegels. De kozijnen zijn ook van Amerikaans grenen, en in elk venster is er een enkelruits etalageraam met 3-ruits bovenlicht met glas-in-lood. De gevel wordt aan de bovenzijde afgesloten met een houten bakgoot. De oostelijke zijgevel: De oostelijke zijgevel is bijna geheel blind, behoudens een venster met 4-ruits schuifraam in de voormalige keuken. Bovenlangs deze gevel is er een moderne platte zinken goot: deze is niet beschermenswaardig. De zuidelijke zijgevel:
De zuidelijke zijgevel maakt ongeveer halverwege een flauwe knik. Het voorste (westelijke) deel ligt vrij, waarbij er tegen het deel ten oosten van de knik een afdak met dakterras is gebouwd (niet beschermenswaardig); tegen het achterste deel is de niet beschermenswaardige werkplaats aangebouwd. De gevel is gepleisterd met een eveneens gepleisterde plint. Het voorste deel van de gevel, ten westen van de knik, is geheel blind. Bovenin deze gevel is er op een bakstenen uitkraging een halfuitgemetselde schoorsteen. Rechts van de knik is er een niet-oorspronkelijk venster met enkelruits draairaam en dito bovenlicht. Rechts daarvan een ingang met een opgeklampte houten deur met een nieuw raam, en weer rechts hiervan een WCvenstertje. Bovenlangs de gevel is er een houten bakgoot. Het dak: Het vierzijdige afgeplatte schilddak is gedekt met gesmoorde oud-hollandse pannen. In het westelijke dakvlak zijn er boven de voorgevel van het woonhuis twee kleine niet-oorspronkelijke dakkapellen met platte dakjes, mogelijk uit de 1920er of 1930er jaren, zonder daklijst, met zinken zijwangen en 4-ruits stolpramen. Boven de hoektravee is er een doorgestoken dakhuis uit de oorspronkelijke opzet (dus niet vernieuwd, zoals het onderliggende deel van de gevel van de winkel). Het dakhuis heeft een plat dakje, zinken zijwangen en een voorzijde met gepleisterde gevel met horizontale schijnvoegen en classicistische daklijst met fries en kroonlijst (gepleisterd). Bovenlangs de zijwangen zijn er geprofileerde houten lijstjes. In de voorzijde is er een venster onder in het pleisterwerk aangegeven segmentboog met aanzet- en sluitsteen (met diamantkop), met T-schuifraam met licht getoogd bovenlicht. In het noordelijke dakvlak is er een nieuw dakraam en in het zuidelijke dakvlak zijn er twee: deze zijn niet beschermenswaardig. Interieur: Het interieur van het pand verkeert nog deels in oorspronkelijke staat. De indeling is nog grotendeels origineel, met een gang ongeveer halverwege de diepte van het pand, die curieus genoeg, met de voorgevel mee knikt, en zo aan de achterzijde als het ware om de ruimte in de achterste hoek heen loopt. In de zuidelijke zijgevel komt de gang uit bij de ingang aldaar. Aan het andere einde van de gang is tegen de oostelijke zijgevel het trappenhuis met bordestrap. De ruimte in de achterste hoek was oorspronkelijk een ruime keuken, maar reeds in 1943 in gebruik als winkelmagazijn. De gang heeft een terrazzo vloer met zwarte omlijsting. Ter weerszijden zijn er doorgangen met terrazzo drempels en neuten en geprofileerde omlijstingen met paneeldeuren. Ook in het toilet ligt een terrazzo vloer, als in de gang. De houten trap heeft een gesneden trappaal met diamantkoppen en bovenop een bol, en balustrade met geprofileerde leuning en ijzeren spijlen. In de winkelruimte, die meerdere wijzigingen heeft ondergaan door de tijd heen, ligt nog een oud parket van eikenhout. In de achterkamer, waar oorspronkelijk de keuken was, is een schouw met bakstenen zijwangen en houten profiellijst. Rechts hiernaast een houten keukenkast met twee paneeldeurtjes en houten profiellijst bovenlangs. In de andere hoek is een muurkast met een geprofileerde deuromlijsting. Onder deze ruimte is er een kelder met gecementeerde vloer en wanden, plafond met enkelvoudige balklaag ondersteund door drie stalen balken met I-profiel, en één kelderlicht aan de zuidzijde. Op de tweede bouwlaag (zolder) zijn er zes doorgangen met geprofileerde omlijstingen en vijf paneeldeuren. De vloeren bestaan uit oude houten delen.
Tuin/hekwerken/groenelementen: n.v.t. Literatuur/bronnen: MOTIVATIE VOOR PLAATSING OP DE GEMEENTELIJKE MONUMENTENLIJST Basisnormen: Het pand voldoet aan de basisnormen. Architectuurhistorische waarde en esthetische waardering 1. Het object heeft een historisch waardevolle kern, van belang voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de (plaatselijke) bouwkunst. (n.v.t.) 2. Het object heeft een interessante (bouw)geschiedenis, die nog afleesbaar is. (n.v.t.) 3. Het object valt op door bijzonder gave verhoudingen en/of materiaalgebruik. (Tuinstraat 8 is een karakteristiek winkelwoonhuis uit het einde van de 19 de eeuw, kleinschalig van opzet, harmonieus van verhoudingen en daarmee passend in het straatbeeld van de Tuinstraat. Typisch materiaalgebruik voor de bouwperiode met als gevolg van winkelverbouwing opvallende afwisseling van gevels: gepleisterd, met gepleisterde onderdelen, of in modernere baksteen met grote etalagevensters) 4. Het object heeft bijzondere en (reeds) zeldzame vormen, opvallende bouwonderdelen of details. (het pand heeft een karakteristieke, door zijn hoekligging bepaalde, hoofdvorm. Markant onderdeel is de midden 20 ste -eeuwse winkelpui en de behouden gebleven gevelonderdelen van het laat 19 de -eeuwse gebouw; in het interieur enige oorspronkelijke elementen zoals de indeling en enkele interieurdetails) 5. Het object vertegenwoordigt een (uitzonderlijk) gaaf voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwwijze. (het pand is een karakteristiek en redelijk gaaf voorbeeld van een kleinschalig winkelwoonhuis, in oorsprong uit de late 19 de eeuw. In opzet en vormgeving werd aangesloten bij de vergelijkbare woonhuisarchitectuur in de omgeving van het pand. De winkel is echter verbouwd in 1943, en draagt daar nog duidelijk de kenmerken van. Het oorspronkelijke ontwerp was in eclectische trant met neo-renaissance vormen (speklagen, fries, trap), terwijl het ontwerp van de winkel in een eigentijdse zakelijke stijl werd uitgevoerd) 6. De ontwerper van het gebouw heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de plaatselijke bouwkunst. (niet bekend) Situeringswaarde
7. Het object is bepalend voor het behoud of zichtbaar houden van een historisch gevormde situatie. (het pand is het hoekpand in de bocht van de Tuinstraat, die rond 1880 door voormalige tuinen werd aangelegd. De straat werd aangelegd in de periferie van de binnenstad. Ondanks de bouw van het grote verzorgingstehuis ten noordoosten is dit historisch perifere karakter nog min of meer herkenbaar, hetgeen mede komt door de bescheiden schaal van het onderhavige pand en de andere contemporaine panden) 8. Er is duidelijk verband tussen het gebouw en de historische verkaveling. (het pand werd gebouwd op een nieuwe kavel die was ontstaan door de opdeling destijds van grote oude tuinkavels, aan de nieuw aangelegde Tuinstraat) 9. Het object maakt onderdeel uit van een bijzondere stedenbouwkundige of landschappelijke situatie. (de Tuinstraat heeft nog een historisch laat 19 de -eeuws karakter door de verschillende vrijstaande panden van bescheiden schaal die hier staan. Het onderhavige pand maakt daar een onlosmakelijk deel van uit. Het pand ligt tamelijk prominent op de hoek van de straat aan de kruising met de Gudulastraat, en is daarmee beeldbepalend in de directe omgeving) Sociaal-economische en cultuurhistorische waardering 10. De bebouwing is van belang i.v.m. het zichtbaar houden van sociaaleconomische of cultuurhistorische ontwikkelingen of feiten. (het pand is van historisch belang als vrij gaaf voorbeeld van een winkelwoonhuis (met werkplaats), in oorsprong uit de late 19 de eeuw en herinnert aan de kleinschalige bedrijvigheid in de Lochemse binnenstad in deze periode, waarin wonen en werken vaak samen, onder één dak plaats vonden. De oorspronkelijke woon-winkelfunctie is nog goed aan het pand afleesbaar) Het object TUINSTRAAT 8, bestaande uit een winkelwoonhuis, bezit een groot aantal van bovenstaande historische waarden en is derhalve beschermenswaardig als gemeentelijk monument in de gemeente Lochem MONUMENTEN ADVIES BUREAU 08-06-2004