Werken met hulpverleningsplannen Aanwezigheid en gebruik van hulpverleningsplannen bij Xonar Inspectie jeugdzorg Utrecht januari 2007
2 Inspectie jeugdzorg
Inhoudsopgave Inleiding... 5 Hoofdstuk 1 - Oordeel en onderbouwing... 7 Hoofdstuk 2 - Aanbevelingen... 9 Bijlage 1 - Vragenlijst... 11 3
4 Inspectie jeugdzorg
Inleiding De provincie Limburg hecht er aan dat er van alle jongeren in de jeugdzorg actuele hulpverleningsplannen bestaan, die voldoen aan de wettelijke eisen. Hierdoor kunnen meer jeugdigen adequater worden geholpen. Om na te gaan of van alle zorgaanbieders aan deze eisen voldoen hebben de provincie Limburg en de inspectie, enige jaren geleden, de afspraak gemaakt een jaarlijkse herhaling van het toezicht uit te voeren waarbij de functionaliteit van de hulpverleningsplannen, onderwerp van toezicht zou zijn. Om deze functionaliteit te kunnen beoordelen heeft de inspectie gekeken naar: - de aanwezigheid van hulpverleningsplannen; - de inhoud van de plannen; - de communicatie over de plannen met de ouders en de jeugdigen. Op basis van de resultaten van dit inspectieonderzoek zal de provincie bezien of er nog verbeteringen door zorgaanbieders doorgevoerd moeten worden. Eind 2006 heeft de inspectie dit onderzoek uitgevoerd bij Xonar. Door middel van dossieronderzoek (16), uitgevoerd bij vier werksoorten van Xonar verspreid over het gehele werkgebied, zijn gegevens verzameld over en uit actuele hulpverleningsplannen. Dit onderzoek is een vervolg op eenzelfde toets in 2005 waarin de resultaten niet aan de verwachtingen bleken te voldoen. In deze rapportage wordt antwoord gegeven op de vragen of de Stichting Xonar beschikt over actuele hulpverleningsplannen die dateren van voor de start van de hulp, of in deze plannen hulpverleningsdoelen zijn opgenomen, of aangeven is wie de hulp coördineert en of in deze plannen het overleg te zien is dat gevoerd is met de jeugdigen, de ouders en Bureau jeugdzorg. Na dit inleidende hoofdstuk vindt u in hoofdstuk 1 het oordeel van de inspectie over de functionaliteit van de hulpverleningsplannen, onderbouwd door een analyse van de bevindingen. Een aparte paragraaf in dit hoofdstuk is gewijd aan wat de inspectie opgevallen is bij de toets van de dossiers. De rapportage wordt afgesloten met aanbevelingen aan de Stichting Xonar.( Hoofdstuk 2) In de bijlage vindt u het toetsingskader en de vragenlijst. Deze zijn opgesteld voorafgaande aan het eerste onderzoek in deze cyclus van jaarlijkse toetsen. 5
6 Inspectie jeugdzorg
Hoofdstuk 1 - Oordeel en onderbouwing Oordeel De inspectie oordeelt positief over de functionaliteit van de hulpverleningsplannen. Alle getoetste dossiers bij Xonar bevatten hulpverleningsplannen en ook het tijdstip bij Xonar waarop zij opgesteld zijn, de inhoud van deze plannen en de wijze waarop (pleeg)ouders, jongeren en Bureau jeugdzorg er bij betrokken worden voldoen aan de verwachtingen. Dit oordeel is gebaseerd op de deelconclusies van de inspectie van de dossiertoets in de vier projecten, te weten bij: Een project ambulante hulpverlening, daghulp, pleegzorg en een residentiele voorziening. Onderbouwing Aanwezigheid van hulpverleningsplannen In de vier projecten zijn in alle dossiers hulpverleningsplannen aangetroffen. Deze hulpverleningsplannen dateren, op een tweetal pleegzorghulpverleningsplannen na, van vóór de aanvang van de hulpverlening. De termijnen waarop de hulpverleningsplannen waren opgesteld betroffen een periode van enige maanden voor de opname tot de dag van opname/begin van hulpverlening. De twee pleegzorg hulpverleningsplannen, die na de aanvang van de hulpverlening waren opgesteld, hadden echter betrekking op netwerkplaatsingen, de jeugdigen verbleven reeds voor het indicatiebesluit in het netwerkgezin. Inhoud van de hulpverleningsplannen In alle hulpverleningsplannen zijn doelstellingen vastgelegd. Deze doelstellingen corresponderen zichtbaar met de in het indicatiebesluit gestelde doelen. De in het indicatiebesluit gestelde doelen worden door Xonar geoperationaliseerd in concrete lange en korte termijn doelen. Hierbij zijn ook de middelen om deze doelen te bereiken vastgelegd. Deze middelen bieden in het algemeen de hulpverleners handvatten om aan het werk te gaan. De doelstellingen in de hulpverleningsplannen worden uitgewerkt per ouder, pleegouder en jongere, tevens wordt vastgelegd wie voor de inzet van middelen verantwoordelijk is. In de periodieke evaluatie voor zover die aanwezig dienden te zijn, blijken alle doelstellingen aan de orde te komen en te worden beoordeeld. Betrokkenheid van ouders, pleegouders, jongeren en Bureau jeugdzorg In alle hulpverleningsplannen komt de betrokkenheid van de ouders, pleegouders, jongeren en Bureau jeugdzorg tot uitdrukking. In de diverse paragrafen van het hulpverleningsplan wordt de mening van de betrokkenen weergegeven. Het informatieve karakter van de paragrafen waarin de 7
mening/zienswijze van de betrokkenen werd weergegeven varieerde niet alleen per project maar ook per medewerker. Schrijft de ene hulpverlener een uitvoerig verslag van de zienswijze van de ouders, de andere beperkt zich tot de mededeling dat de jongere zijn zegje gedaan heeft. De ondertekening van het hulpverleningsplan door alle betrokkenen, inclusief de vertegenwoordiger van Bureau jeugdzorg behoort ook tot de standaardwerkwijze van Xonar en is in de hulpverleningsplannen terug te vinden. Wat is de inspectie verder opgevallen Uit het dossieronderzoek komt naar voren dat in tegenstelling tot de vorige toets, door alle projecten met dezelfde format wordt gewerkt. De interne opleiding hulpverleningsplanning, waaraan alle medewerkers in het afgelopen half jaar hebben deelgenomen, heeft tot dit resultaat geleid. Dit kwam met name naar voren tijdens de toelichtingen bij de dossiers. De invulling van deze formats is echter nog niet geheel gestandaardiseerd. De doelstellingen worden divers weergegeven. De verwachting die Xonar heeft over hoe de doelstellingen moeten worden weergegeven zijn niet duidelijk. Xonar hanteert de afspraak dat bij interne overplaatsingen binnen het indicatiebesluit, de doelstellingen in het hulpverleningsplan van de eerste plaatsing, tevens doelstelling zijn voor het tweede of vervolgaanbod. Dit betekent dat er, bij de start van het nieuwe aanbod geen nieuw hulpverleningsplan wordt gemaakt, maar wordt voortgeborduurd op het oorspronkelijke plan, maar wel met nieuwe afspraken. Dit kan een risico opleveren omdat de overplaatsing niet leidt tot heroverwegingen die herkenbaar zijn. 8
Hoofdstuk 2 - Aanbevelingen De inspectie doet op basis van deze toets de volgende aanbevelingen aan de Stichting Xonar: Geef de eisen aan waaraan de verslaglegging van de mening van de betrokken ouders, jongeren en plaatser moet voldoen. Evalueer regelmatig de format en vergelijk de inhoud van de hulpverleningsplannen met elkaar. Zorg dat bij interne overplaatsing de nieuwe afspraken nog steeds relateren aan de oorspronkelijke behandeldoelen. 9
10 Inspectie jeugdzorg
Bijlage 1 - Vragenlijst Opzet Toets aanwezigheid hulpverleningsplannen zorgaanbieders provincie Limburg Op verzoek van de provincie Limburg wordt elk jaar bij een zorgaanbieder getoetst of er hulpverleningsplannen in de dossiers aanwezig zijn. In 2006 vindt deze toets bij Xonar plaats. In 16 dossiers wordt de aanwezigheid van hulpverleningsplannen gecontroleerd. In onderstaande tabel is aangegeven wat er exact wordt getoetst in deze steekproef. Het gaat dan om drie elementen: 1. opstellen van het hulpverleningsplan; 2. inhoud van het hulpverleningsplan; 3. overleg over het hulpverleningsplan. De inspectie hanteert bij de term hulpverleningsplan de volgende werkdefinitie: een hulpverleningsplan van een zorgaanbieder is een als zodanig herkenbaar document, afgestemd op de inhoud van het indicatiebesluit, waarin de zorgaanbieder aangeeft wat er wanneer door wie wordt gedaan om de gevraagde zorg te leveren en met wie er over het document is overlegd met welk resultaat. Als basis voor het toetsingskader geldt de Wet op de jeugdhulpverlening Opstellen hulpverleningsplan Datum start hulpverlening Datum opstellen/vaststellen hulpverleningsplan 1. Is het plan voor start hulp opgesteld? 2. Inhoud hulpverleningsplan Is in het plan aangegeven wie de hulp coördineert? ja nee, na. weken ja, nee, Is in het plan aangegeven wie de contactpersoon namens de zorgaanbieder is? Zijn in het plan doelen aangegeven? ja, nee, 11
Opstellen hulpverleningsplan Is in het plan te zien dat dit is besproken met de jongere? Is in het plan te zien dat dit is besproken met de ouders? Is in het plan aangegeven dat het is besproken met de plaatser? ja nee, leeftijd jongere: ja nee, reden aangegeven nee ja nee, reden aangegeven nee 12