Focussen: 2 x 2 vragen Waar kun je het voor gebruiken? Als je iets wilt bereiken en daarvoor het nodige te doen hebt, dan is het van belang dat je wéét wat je doet. De 2x2-vragen helpen je bij het bedenken wat je succesvol gaat maken, met name samen met anderen, stakeholders, klanten, collega s. Bij de eerste 2 vragen gaat het om wat en hoe je het wilt en bij de tweede 2 vragen gaat het om wie/wat je nodig hebt om ook echt te slagen. Hoe werkt het? 1. Belang: Wat maakt wat je wilt belangrijk? 2. Resultaat: wat zie je dan als resultaat? 3. Condities en competenties: wie/wat is er nodig om dat resultaat te bereiken? Wie/wat heb je nodig om het echt goed te kunnen doen? En wat moet je kúnnen om te slagen in wat je wilt? 4. Actie: wat ga je als eerste doen? Wat als tweede? Wat spreek je (met jezelf) af? Toelichting bij de vragen: 1. Belang Vraag 1 is van belang om te focussen. Het gaat om de redenen waarom je iets wilt. Je maakt als het ware de wereld kleiner: Dáárom is het belangrijk. Dit is waar het om draait. Het is belangrijk voor ogen te hebben waarom je iets doet. Wat zijn je overtuigingen? 2. Resultaat Bij vraag 2 gaat het om het resultaat dat je eigenlijk wilt bereiken. En wat je werkelijk te doen staat. Verder kijken dan je neus lang is! Het resultaat is niet wat je moet, het is wat je wilt bereiken. En wat je dan ziet gebeuren, als echt lukt wat je wilt. Hier loont het om die eindsituatie te ontwerpen, bijvoorbeeld aan de hand van één of meer kritische voorbeeldsituaties. Dan kun je vaststellen waar het echt op aankomt. 3. Condities en competenties Vraag 3 stel je wanneer je wilt weten: en als ik dan weet wat me te doen staat, wie/wat heb ik dan nodig? Zie het als een expeditie die je, samen met anderen, gaat ondernemen. Voor jezelf stel je dan de vraag: wat heb ik nodig, als ik echt wil slagen in mijn opzet? Wat heb ik dan nodig aan bekwaamheden, wat moet ik kunnen? Als je
die vraag, wellicht samen met een collega, heb beantwoord, is het van belang om te bekijken hoe je die benodigde vaardigheden ook echt kunt ontwikkelen. 4. Actie: wat ga je als eerste doen? Wat als tweede? Wat spreek je (met jezelf) af? Bij vraag 4 gaat het erom ook echt iets te doén met wat je hebt bedacht en besproken. Afspraken maken over de eerste en volgende stappen, daar komt het op aan! Nog een toepassing: focussen én evalueren Je kunt de 2x2-vragen óók als evaluatiemethode gebruiken. Daarbij loop je de vragen dan als een soort checklist af en analyseer je wat je hebt gedaan. Je zult zien dat, als je dat consequent doet, je altijd vindt wat je hebt nagelaten. Aanvullend: dóórvragen als communicatievaardigheid De 2x2-vragen kun je ook gebruiken om anderen te helpen te bepalen wat zij willen gaan doen en hoe zet dat het beste zullen kunnen: Wat maakt het belangrijk? Wat zie je jezelf dan doen? Wie/wat heb je nodig? Wat spreek je af? Velen van ons zijn inhoudelijk ingesteld. Wij denken alleen aan het wat. En dan veronderstellen we vaak veel te snel dat we precies weten wat de ander bedoelt. En dan zeggen we snel: oh, ik snap het, het gaat om dat-en-dat. Dat doe ik wel even. Het waaróm, dat vragen we ons niet meer af. Laat staan hoe we dan het beste kunnen slagen. En dan blijkt dat je met het verkeerde bent bezig geweest, omdat je te snel was in je conclusie. De manier om dit beter te doen, is ons te richten op het stellen van vragen en doorvragen in plaats van het geven van antwoorden. Doorvragen betekent: Vragen stellen samenvatten en benoemen vragen stellen enzovoort. Doorvragen: vragen, samenvatten en benoemen Het helpt als je je, als dóórvrager, instelt op een stramien. Dat wil zeggen: je stelt een vraag/je vat samen, je stelt een aanvullende vraag/je vat samen, je stelt een nieuwe vraag/je vat samen etc. En in je samenvatten benoem je wat je hoort én wat je ziet.
1 e voorbeeld: ik hoor je zeggen dat je weinig tijd hebt om eraan te beginnen. Ik zie ook dat je er moeite mee hebt en nog veel vragen hebt? 2 e voorbeeld: ik hoor dat je er last van hebt dat je collega s niet doen wat jij wilt. Wat maakt dat jij er zelf enthousiast over bent? Wat zou hen dan motiveren? 3 e voorbeeld: je zegt dat je zult moeten afwachten wat de anderen ervan vinden. Ik zie dat je dat ook niet echt erg vindt. Wat vind je daar eigenlijk zelf van? Dus je zegt eigenlijk? Bij deze samenvattingen en vragen gaat het er telkens om: de ander tot eigen conclusies (en besef) te brengen over wat hij of zij je vertelt. Dat helpt in een individueel gesprek en ook in een groepsgesprek. En het is belangrijk dat je de ander in zijn waarde laat. Ga er niet over in discussie. Het is niet jouw antwoord! Laat een uitnodigende stilte vallen, wanneer je je vraag hebt gestelde, of als je graag nog wat uitbreiding of toelichting wilt. Doorvraagvoorbeelden bij de 2x2-vragen Belang: Wat vind jij nou echt belangrijk in deze? Wat maakt het belangrijk wat je wilt? Hoe belangrijk is het voor jou? Wat vind jij nou zo interessant hieraan? Wat is voor jou de kern hiervan? Waar word jij nou enthousiast van? Kun je het wat concreter maken? Wie hecht er (nog meer) aan? Wie gaat uitmaken of het slaagt wat wij gaan doen? Wat vind je daar eigenlijk van? Dus je zegt eigenlijk? Wat maakt dat zo effectief? Zijn er situaties waar je dat mee kan vergelijken? Hoe benoem je zelf je eigen overtuiging? Hoe zie je jezelf in die situatie? Wat is voor jou het belangrijkste? Wanneer is het nou echt geslaagd? Wat zij de ruimere verbanden die je ziet? Waar heeft het allemaal mee te maken, wat wij gaan doen? Waar draait het nou eigenlijk om? Je vindt het echt spannend, hè? Je vindt het echt belangrijk, hè?
Resultaat: Wat is het resultaat dat je wilt? Wat wil je bereiken? Als je klaar bent, wat heb je dan in handen? Wat is dan het proces daarheen? Wat zie ik dan gebeuren? Wie heeft er dan wat gedaan? Wie wil je erbij betrekken? Wie gaat wát doen? Wat doe jij in die situatie? En die anderen? Wat wil je dat ik doe? Wanneer ben je tevreden? Wie moet er nog meer tevreden zijn? Waaraan gaan we merken dat zij tevreden zijn? Wat doen wij dan dus? Hoe kunnen we verder invloed uitoefenen? Wat brengen we nog meer in het spel? Wanneer zijn we trots? Wat is daar fijn aan? Wat maakt het zo goed? Dus je zegt eigenlijk? Condities: Wie gaan ons ondersteunen? Wie is daar goed in? Wie kan je daarbij helpen? En wat gaat nou helpen? Okay, laten we hernemen, waar gaat het om? Hoe gaat dit ons lukken? Wie gaat wat doen? Hoe zorgen we ervoor dat zij het ook gaan doen? Wat hebben we allemaal nodig? Wie kan ons daarbij helpen? Laten we eens op een rij zetten, als zij dat gaan doen, wat hebben zij nodig om te slagen? Hoe wil je het hebben? Wat wil je dat eruit spreekt? Welk beeld wil je oproepen? Is het spannend genoeg? Past deze vorm bij wat we willen doen? Kunnen we nog meer effect sorteren?
Actie: Ik ga haar nu bellen. Ik ben echt enthousiast geworden. Daarom ga ik nu een afspraak maken. We hebben al veel bereikt! Laten we daarom nu Wie begint er met het maken van een opzet, een plan! Hoe kan ik helpen? Wie gaat de kosten op een rijtje zetten? Zullen we er even contact over hebben? Wat spreken we af? Met wie zal ik de ontwerpen doornemen? Wie benadert wie? Wanneer horen we terug? Wat wordt de uiterste datum, waarom het klaar moet zijn? Als we dan terugrekenen, waar komen we dan per activiteit op uit? Wie houdt de regie? Wie checkt er eventjes? Wat dóe jij dan? Wat zie jij jezelf doen? Hoe kunnen we zorgen dat niet iedereen in z n eentje bezig is? Hoe checken we of we het goed doen? Ik zie dat je twijfelt. Wat doe je liever? Wat is daar erg aan? Wat zou er kunnen gebeuren? Dus je zeg eigenlijk? Zullen w dan nu onze agenda s pakken? Waar komt dit hulpmiddel vandaan? Ginkel van K., Wijngaarden van P.J. & Vries, de, C. (2005). Toolkit Interactieve benadering. Onderwijs & Gezondheidszorg, 6.