TOEDIENEN VAN GENEESMIDDELEN. Kind en Gezin vraagt om geneesmiddelen zoveel mogelijk thuis toe te dienen. Dit geldt voor alle geneesmiddelen en (verzorgings)producten op de markt VOORGESCHREVEN GENEESMIDDELEN Als een arts een geneesmiddel voorschrijft dat tijdens de opvanguren toegediend moet worden, kan dit alleen als dit geneesmiddel voorzien is van een attest van die arts of een attest van de apotheker. Aan de artsen wordt gevraagd om bij de keuze van een behandelingsplan voor een bepaalde ziekte of aandoening, in de mate van het mogelijke, geneesmiddelen voor te schrijven die buiten de opvanguren kunnen worden toegediend. Het attest slaat op de ziekte/aandoening die een bepaald kind op een bepaald moment doormaakt. Een attest van een arts kan verschillende vormen aannemen: - een doktersvoorschrift - een notitie van de arts in het heen-en-weerboekje van de opvang
- een notitie van de arts in het gezondheidsboekje Een attest van een apotheker is een automatisch afgedrukt of een handgeschreven etiket van de apotheker met de nodige informatie gekleefd op de verpakking van het voorgeschreven geneesmiddel. De apotheker brengt de nodige informatie, bij voorkeur, ook aan in het heen-en- weerboekje of het gezondheidsboekje van het kind. Beide attesten bevatten minstens volgende informatie: de naam van de voorschrijver de naam van de apotheker (indien attest van apotheker) de naam van het kind de naam van het geneesmiddel de afleveringsdatum de dosering van het geneesmiddel de wijze van toediening de einddatum of duur van de behandeling GENEESMIDDELEN ZONDER VOORSCHRIFT Voor alle andere geneesmiddelen en (verzorgings)producten dan hierboven beschreven, doet Kind en Gezin geen aanbeveling. Elke voorziening bepaalt zelf hoe ze ermee omgaat in de opvang, rekening houdend met het algemeen uitgangspunt. Bij twijfel over het al dan niet toedienen wordt aangeraden het advies van een apotheker of een arts te vragen. Elke voorziening moet haar medicatiebeleid bekend maken aan de ouders bij de start van de opvang en opnemen in de schriftelijke overeenkomst met de ouders. Het medicatiebeleid houdt minimaal in: Welke geneesmiddelen en (verzorgings)producten kunnen in de opvang toegediend worden? Welke afspraken maak je met de ouders? Wat verwacht je van de ouders? Wat noteer je en waar? Wat is nieuw?
De reglementering van het kinderdagverblijf t 't Beierskind is : Vrij verkrijgbare medicijnen zullen in afspraak met de verantwoordelijke en na het ondertekenen van een toelatingsbriefje door de ouders gedurende een periode van maximum vijf dagen worden toegediend zonder doktersattest. De ouders nemen de volledige verantwoordelijkheid op zich. Wanneer die vijf dagen verstreken zijn en er geen verbetering is opgetreden, zullen wij U toch nog vragen uw kind te laten onderzoeken door een arts. Aërosols worden niet gegeven in het kinderdagverblijf. De tijdsduur van deze behandeling komt ten nadele van alle andere kinderen in de groep. Kan het kinderdagverblijf door een ouder of een arts verplicht worden om een geneesmiddel te geven? Nee, zelfs als er een voorschrift van een arts is, dan nog ben je als opvang niet verplicht een geneesmiddel toe te dienen. Dit zal soms wel tot gevolg hebben dat je het kind niet kan opvangen: Het kinderdagverblijf kan ervoor kiezen om geen geneesmiddelen toe te dienen tijdens de opvanguren. Dit moet op voorhand met de ouders besproken worden. Als in het kader van een bepaalde behandeling een geneesmiddel absoluut tijdens de opvanguren toegediend moet worden, dan zal het kinderdagverblijf het kind bijgevolg moeten weigeren uit de opvang. In dat geval zal het kind elders opgevangen moeten worden, waar het geneesmiddel wel kan worden gegeven. Als het kinderdagverblijf het kind toch opvangt de uren dat het toedienen van een geneesmiddel noodzakelijk is, zal de opvang het geneesmiddel toch verplicht moeten toedienen.
KOORTS EN HET GEBRUIK VAN KOORTSWERENDE MIDDELEN IN HET KINDERDAGVERBLIJF INFO: Koorts is een lichaamstemperatuur van 38 of meer. Koortswerende middelen worden niet routinematig toegediend. Ze genezen het kind niet. Ze verhogen enkel het comfort van het zieke kind. Door het geven van een koortswerend middel zal je de koorts en de tekenen van koorts wat verminderen en de tekenen van een ernstig verlopende (vaak bacteriële) infectie niet altijd (maar soms wel) maskeren. De kans op ernstig verloop van een infectie hangt af van de leeftijd van het kind. De aanpak is dan ook verschillend naargelang van de leeftijd. Door de algemene toestand van het kind nauwkeurig te observeren, kan je de kans op een ernstige infectie inschatten. Alleen uit de hoogte en de duur van de koorts kan je de ernst van de infectie niet afleiden. Koorts bevordert het afweersysteem. Fysiek afkoelen (bv. een afkoelingsbad geven) wordt afgeraden. Daarom moet onder de 3 jaar vooral het klinisch beeld goed opgevolgd worden en niet alleen maar de koorts. Koorts is meestal een teken van infectie. Niet de koorts maar de onderliggende oorzaak ervan moet gezocht en behandeld worden. Koortswerende middelen mogen niet routinematig toegediend worden. Zij genezen het kind niet. In bepaalde gevallen kan het kinderdagverblijf ervoor kiezen om, in overleg met de ouders, maximaal 1 dosis paracetamol in de vorm van siroop toe te dienen (geen suppo s), zonder het advies van een arts te vragen WANNEER HET KINDERDAGVERBLIJF KOORTS VASTSTELT BIJ EEN KIND ZAL HET ALS VOLGT REAGEREN: De kindbegeleidsters observeren de koorts en de algemene toestand van het kind (Hoe gedraagt het kind zich? Hoe ziet het er uit?). Zij zijn alert voor tekenen van discomfort en alarmsignalen. De kindbegeleidsters zullen de ouders contacteren. Zij zullen de ouders inlichten over de koorts en de algemene toestand van het kind.
Bij kinderen jonger dan 3 maanden met 38 C of meer (met of zonder alarmsignalen) worden de ouders altijd gevraagd om hun kind zo snel mogelijk af te halen en onmiddellijk een arts te consulteren. Bij kinderen tussen 3 maanden en 6 maanden met 39 C of meer vragen we de ouders hun kind zo snel mogelijk af te halen en onmiddellijk een arts te consulteren. Als deze kinderen koorts hebben tussen 38 C en 39 C observeren we de algemene toestand en zijn we alert voor alarmsignalen. Bij alarmsignalen vragen we de ouders hun kind zo snel mogelijk af te halen en onmiddellijk een arts te consulteren. Wanneer we alarmsignalen zien bij een kind ouder dan 6 maanden, vragen we de ouders hun kind zo snel mogelijk af te halen en onmiddellijk een arts te consulteren. Als de ouders het kind niet kunnen ophalen om een arts te raadplegen of niet bereikbaar zijn, contacteren we zelf een arts ( de visite zal aangerekend worden aan de ouders) of (bij urgentie) de MUG. Bij uitgesproken discomfort kunnen we eenmalig één dosis van een koortswerend middel geven, na toestemming van de ouders. Zij sturen ter bevestiging een SMS naar de GSM van de afdeling. Vertoont het kind geen tekenen van discomfort of alarmsignalen dan blijven we het kind verder observeren. De gezondheidstoestand van het kind kan immers wijzigen en slechter worden. Welke koortswerende middelen kunnen er toegediend worden? Paracetamol: De aanbevolen dosis bedraagt 10 à 15 mg/kg, deze dosis 3 à 4 maal per dag, met minstens 4 uur tussen twee toedieningen. Ibuprofen: De aanbevolen dosis bedraagt 7 à 10 mg/kg, deze dosis tot 3 maal per dag, met minstens 6 uur tussen twee toedieningen. Een correcte dosering is heel belangrijk. Doseerpipetten met aanduiding van het lichaamsgewicht zijn daarvoor ideaal. Overdosering kan lever- en nierbeschadiging geven. Ibuprofen mag niet onder de 6 maanden gebruikt worden wegens gevaar voor niertoxiciteit. Suppo s geven sterk schommelende bloedspiegels door wisselende opname. De aanwezigheid van stoelgang beïnvloedt de opname. Suppo s worden enkel gebruikt wanneer orale toediening niet mogelijk is, bv. bij braken. Gebruik geen combinatie of afwisseling van verschillende middelen. Het kinderdagverblijf kan een kind met koorts weigeren als - de koorts samengaat met: keelpijn, braken, diarree, oorpijn, prikkelbaarheid, verwardheid, rode huiduitslag
- het kind te ziek is om deel te nemen aan de normale activiteiten in de opvang - het kind besmettelijk kan zijn voor de groepsgenootjes - het kind te veel aandacht en zorg vraagt, zodat je de gezondheid of de veiligheid van andere kinderen niet meer kan garanderen. Het kinderdagverblijf zal steeds de ouders bellen wanneer het kind tussen 38 C en 38,5 C koorts heeft. Op dat ogenblik vragen we toestemming voor het toedienen van paracetamol en zal het kinderdagverblijf, na grondige observatie, beslissen of het kind kan blijven. Vanaf 38,5-39 C vragen we aan de ouders om het kind te komen ophalen. Indien ouders zich niet aan deze regel houden kan het kind geweigerd worden in de opvang. Het kinderdagverblijf vraagt een eerlijke en open communicatie. Als er koortswerende middelen thuis gegeven zijn dan moet dit doorgegeven worden aan de kindbegeleidsters.