Vrijheidsbenemende dwangmiddelen

Vergelijkbare documenten
Eerste Kamer der Staten-Generaal

Zakboekenpolitie.com

Kwalificatiedossier: BOA OV Module 5 Samenwerking en assistentieverlening Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68%

Kwalificatiedossier: BOA OV Module 3 Orde, rust en veiligheid Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68%

opleiding BOA Wetboek van Strafvordering

Leidraad voor het nakijken van de toets

Opsporingsbevoegdheden

Zakboekenpolitie.com

Als er sprake is van een incident op heterdaad (tijdens of kort na plegen) en het gaat om een mishandeling of een bedreiging met mishandeling:

Toetsmatrijs BOA OV Module 4 Rechtskennis 24 mei 2017

Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R.

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11

U wordt verdacht. Inhoud

Inhoudsopgave. N.B. Waar in deze brochure hij staat, kan ook zij worden gelezen.

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

Deze brochure 3. Aanhouding en verhoor 3. Inverzekeringstelling 4. De reclassering 5. Verlenging van de inverzekeringstelling of niet 5

U wordt verdacht. * Waar in deze brochure hij staat, kan ook zij worden gelezen.

Wetsvoorstel tot vaststelling van Boek 2 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering Het opsporingsonderzoek

Zakboekenpolitie.com

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC.

Instrumentenkoffer: bestuurlijke en strafrechtelijke instrumenten

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop

Binnentreden Pagina s 79 t/m 84

3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing

1.21 Verkeer: dood/zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer (art. 6 WVW 1994)

Inhoudsopgave. 3 Materieel strafrecht: opzet en schuld Inleiding 45

Rapport. Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297

opleiding BOA Wetgeving adhv eindtermen

Politie in het ziekenhuis Convenant Amsterdam. Jan A.G. Drapers Lid medische directie AMC Voorzitter commissie Convenant S

Conceptwetsvoorstel rechtsbijstand en politieverhoor

HC 7A, Voorarrest: inleiding, nationale normering, internationale normering (dhr. Robroek)

Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend.

Beroepshouding. module 2. Sport, dienstverlening en veiligheid

WvSr De kandidaat kan aan de hand van een gegeven situatie vaststellen of het om een wet in materiële of formele zin gaat.

ECLI:NL:HR:2003:AH9998

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Aanhouding en inverzekeringstelling

ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Toetsmatrijs Wettelijke Kaders Openbare Ruimte Generiek 1 februari 2020

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Artikel Wijzigingen (V) Communicatie het verbod tot toegang tot de werkplek wordt voortaan ja schriftelijk bevestigd (op verzoek van SOOA)

ONDERZOEK AAN HET LICHAAM EN MAATREGELEN IN HET BELANG

Rapport. Rapport over een klacht over het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland. Datum: 19 juli Rapportnummer: 2012/117

Salduz en verhoorbijstand

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten

Zakboekenpolitie.com

Zakboekenpolitie.com

Toetsmatrijs BOA Basisbekwaamheid rechtskennis 1 januari 2017

Gemeentewet. Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad. Artikel 151b

Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht

ARRESTANTENVERZORGING

Toetsmatrijs Wettelijke Kaders Openbare Ruimte Generiek 1 april 2018

Raad voor Rechtsbijstand


WKPV I Lesboek 2018/2019

Toetsmatrijs Wettelijke Kaders Onderwijs Generiek 1 januari 2018

Voorstel van wet tot uitbreiding van de gronden voor voorlopige hechtenis ten aanzien van de tenuitvoerlegging van snelrecht

Richtlijn Forensische Geneeskunde Afname celmateriaal voor DNA

Eerste Kamer der Staten-Generaal

SAMENVATTING Tekst en uitleg. maart Onderzoek naar de motivering van voorlopige hechtenis

KWALITEIT POLITIE OM Kennissessie HulpOvJ s MNL herfst 2015

14 Inhoudsopgave 13.4 UITWERKING: AANVRAAG VORDERING VERSTREKKING HISTORISCHE GEGEVENS 186

==================================================================== Artikel 1

==================================================================== Artikel 1

Toetsmatrijs BOA OV Module Openbaar Vervoer 1 januari 2017

Hoofdstukken strafprocesrecht. mr. LE.M. Hendriks mr. J.H. Klifman prof. mr. G.P.M.F. Mols prof.mr. Th.A. de Roos mr. J.

Examencommissie Milieu Status: Vastgesteld. Kennisonderdeel Toetsvorm Hulpmiddelen Duur Cesuur

6/03/2015. Marc Bockstaele (ere)hoofdcommissaris Federale Gerechtelijke Politie

ECLI:NL:PHR:2014:1700 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/04833

Transcriptie:

Vrijheidsbenemende dwangmiddelen Deze informatie komt uit de cursus Vrijheidsbenemende dwangmiddelen van de SSR d.d. 6 november 2011. Staande houden (art. 52 Sv) : iedere opsporingsambtenaar (dus GEEN burger) : te vragen naar naw-gegevens Van : een verdachte (nodig; redelijk vermoeden van schuld van een misdrijf of overtreding, heterdaad of buiten heterdaad is niet van belang) - Verdachte is niet verplicht om te antwoorden op de naw-vraag. Het is immers geen bevelsbevoegdheid van de opsporingsambtenaar. Verdachte moet dan wel laten gebeuren dat hij gefouilleerd mag worden om zijn ID-bewijs te zoeken o.b.v. art. 55b Sr. Als verdachte zich tegen deze fouillering verzet, kan hij aangehouden worden voor art. 184 Sr. Zijstapje: - O.g.v. art. 2 Wet ID is een ieder die de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt verplicht om op de eerste vordering van een politieambtenaar een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, indien die redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak. Hiervoor is geen verdenking nodig, waardoor de bevoegdheid bv. ook ingezet kan worden bij het noteren van naw-gegevens van getuigen van een mishandeling. Het niet nakomen van deze identificatieplicht is strafbaar gesteld in art. 447 e Sr waarna de persoon aangehouden kan worden. - Het opgeven van een valse naam is strafbaar gesteld in art. 435 sub 4 Sr. Aanhouden op heterdaad (art. 53 Sv) : een ieder (dus ook een burger) : een verdachte diens vrijheid te benemen teneinde hem te geleiden naar een plaats van onderzoek Heterdaad (art. 128 Sv): 1. Terwijl het feit begaan wordt (betrapping op heterdaad); 2. Terstonds nadat het feit is begaan (zeer korte periode; per geval beoordelen en tijdsverloop meewegen); 3. Kort na de ontdekking (er moet moeite gedaan worden om de dader te pakken, vrijwel aaneengesloten opsporen, maar dit kan uren later zijn; per geval beoordelen en tijdsverloop meewegen). - Een ieder is ook bevoegd om goederen die verdachte met zich mee voert in beslag te nemen, maar hij is NIET bevoegd om te fouilleren. (Let op bij overijverige beveiligingsambtenaren!) Wat mag wel: je ziet een uitstulping in een broekzak of je zag verdachte eerder op camerabeelden iets in zijn zak steken. Die goederen mag je pakken zonder dat hier sprake is van fouillering. Aanhouden buiten heterdaad (art. 54 Sv) : getrapte bevoegdheid: OvJ, hovj, overige opsporingsambtenaren (art. 141 Sv) : een verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten buiten heterdaad aan te houden - Feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten: art. 67 lid 1 EN lid 2 Sv: Misdrijf waarop gevangenisstraf van 4 jaar of meer staat (art. 67 lid 1 sub a Sv); Aldaar genoemde misdrijven (art. 67 lid 1 sub b en sub c Sv);

Verdachte die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft EN hij verdacht wordt van een misdrijf waarvan een rechtbank kennis neemt en een gevangenisstraf is gesteld (art. 67 lid 2 Sv). - De OvJ geeft toestemming voor een aanhouding buiten heterdaad middels een bevel, welke 21 dagen geldig is. - Een onbevoegde aanhouding buiten heterdaad (dus verkeerd gebruik getrapte bevoegdheid), hoeft niet fataal te zijn voor het daaropvolgende ophouden voor onderzoek of ivs; waterdichte schottentheorie. - Een OvJ kan achteraf geen toestemming geven voor een aanhouding buiten heterdaad. Hij zal op dat moment een belangenafweging moeten maken of hij de verdachte heen zal zenden dan wel dat verdachte in voorlopige hechtenis blijft zitten. - Volgens de aanwijzing zeden van het college van PG s mag een OvJ pas toestemming voor een aanhouding buiten heterdaad geven in een zedenzaak, nadat hij zelf kennis heeft genomen van de inhoud van de aangifte. Betreden plaatsen ter aanhouding (art. 55 Sv) : op heterdaad een ieder buiten heterdaad iedere opsporingsambtenaar : elke plaats te betreden ter aanhouding van een verdachte Met uitzondering van : een woning zonder toestemming van de bewoner en plaatsten genoemd in art. 12 AWBI (o.a. kerk en vergaderruimte van de Staten- Generaal) - Opsporingsambtenaar behoeft een schriftelijke machtiging ex art. 2 lid 1 AWBI bij het binnentreden van een woning zonder toestemming. Daarbij dient hij zich te legitimeren en zijn doel van het binnentreden kenbaar te maken (art. 1 lid 1 AWBI), ook als hij in uniform is. - De AWBI geeft GEEN bevoegdheid om binnen te treden, maar geeft alleen de vorm en de tijd aan waarin binnen getreden mag worden. Doorzoeking ter aanhouding (art. 55a Sv) : een opsporingsambtenaar : in geval van ontdekking op heterdaad of in geval van verdenking misdrijf als omschreven in art. 67 lid 1 Sv ter aanhouding van een verdachte elke plaats te doorzoeken. (ook een woning, maar dan alleen zoekend rondkijken) Mits : een machtiging van de OvJ hiervoor aanwezig, behoudens dringende noodzakelijkheid. - Indien de OvJ een machtiging heeft verleend ter aanhouding van de verdachte een woning zonder diens toestemming te doorzoeken, is voor het binnentreden van die woning geen machtiging van de AWBI vereist. - De wetsgeschiedenis noch art. 55a Sv geeft aan dat de machtiging van de OvJ schriftelijk moet zijn. Een mondelinge machtiging kan dus ook (HR 2 november 2004, LJN AQ8842). Ophouden voor onderzoek (art. 61 Sv) : OvJ of hovj : indien verdachte niet in verzekering wordt gesteld, voor de rc wordt geleid of in vrijheid wordt gesteld op te houden voor onderzoek voor de duur van maximaal 6 uur. Mits : in het belang van het onderzoek (hieronder wordt ook verstaan het aan verdacht in persoon uitreiken van mededelingen over de strafzaak)

- De termijn van 6 uur begint te lopen op het moment dat de (hulp-)ovj beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek. - De tijd tussen 24.00-09.00 uur telt niet mee voor de termijn voor ophouden onderzoek. - De tijd die verstrijkt tijdens de overbrenging van verdachte naar een plaats van onderzoek telt ook niet mee voor de termijn ophouden voor onderzoek. (HR 31 augustus 2004, LJN AP1213) - Indien de ophouding met het oog op het vaststellen van de identiteit plaatsvindt, kan t.a.v. de verdachte tegen wie een verdenking bestaat terzake een feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten, de termijn van ophouden voor onderzoek eenmaal verlengd worden met ten hoogste 6 uur (art. 61 lid 2 Sv). - Verdachte moet tijdens het ophouden voor onderzoek verhoord worden. - Verdachte mag verhoord worden vóór de voorgeleiding bij de hovj. Dit is niet in strijd met enig rechtsbeginsel mits er maar ten spoedigste wordt voorgeleid. (HR NJ 85, 796). Deze tijd van verhoor wordt dan NIET in mindering gebracht op de 6-uurs termijn. - Een verdachte mag verhoord worden in de nachtelijke uren mits hij hiervoor toestemming geeft. De tijd die daarin besteed wordt aan een verhoor, dient echter WEL in mindering gebracht te worden op de 6-uurs termijn. (Ergens is dit flauw omdat als je het verhoor vóór de voorgeleiding gedaan had, niet afgetrokken zou worden van de 6-uurs termijn, red. Audrey.) - Bij een aanhouding van een verdachte voor een ander korps is het om het even waar verdachte wordt voorgeleid (in het aanhoudende korps dan wel in het korps waar de verdachte voor aangehouden is), mits de voorgeleiding maar ten spoedigste/onverwijld geschied. Uiteraard telt ook hier de transporttijd naar het andere korps niet mee voor de 6-uurs termijn. - Als verdachte aangehouden is voor een gering feit gedurende de nachtelijke uren, kan hij indien verdachte hiertegen geen bezwaar maakt in de nachtelijke uren verhoord worden, mits het langer ophouden en/of ivs niet nodig is en het verhoor een relatief korte tijd vergt. verdachte in plaats van hem te horen in de nachtelijke uren, de 6-uurs termijn dan uit te laten zitten is onaanvaardbaar (EHRM, NJB 2003, 50). Verlenging ophouden onderzoek: - Indien de ophouding voor onderzoek plaatsvindt met het oog op de vaststelling van de identiteit van de verdachte, kan deze 6-uurs termijn eenmaal verlengd worden met ten hoogste 6 uur (art. 61 lid 2 Sv). Voorwaarden hiervoor zijn: Hij dient verdacht te zijn van een feit waarvoor GEEN voorlopige hechtenis is toegelaten; Een bevel van de OvJ/hOvJ voor wie de verdachte is voorgeleid of die de verdachte zelf heeft aangehouden; Een onderzoeksbelang. - N.b. Als verdachte wel verdacht wordt van een feit waarvoor voorlopige hechtenis toegelaten is, dan is ivs mogelijk en kunnen er onderzoeksmaatregelen bevolen worden, waaronder maatregelen ter vaststelling van de identiteit van verdachte. Mag je een verdachte ook direct in verzekering stellen, of moet je eerst de 6-uurs termijn afwachten? Je mag een verdachte zeker direct in verzekering stellen. Dit kan tactisch ook slim zijn omdat de beperkingen pas kunnen gaan gelden vanaf het moment van de ivs. In verzekering stelling (art. 57 Sv) : OvJ of hovj OM : verdachte na hem verhoord te hebben hem in verzekering te stellen voor maximaal 3x 24 uur Mits : in het belang van het onderzoek (hieronder wordt ook verstaan het aan verdacht in persoon uitreiken van mededelingen over de strafzaak) - Ivs is slechts mogelijk bij verdenking strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (art. 67 lid 1 en 2 Sv). - Als maatregelen in het belang van het onderzoek kunnen worden gezien: Noodzaak (nader) horen verdachte; Verhoren getuigen; Confrontatie verdachte met (verklaringen van) getuigen;

Voorkomen vluchtgevaar waardoor het onderzoek belemmerd wordt; Voorkomen wegmaken sporen; Opsporen medeverdachte; Herleiden strafbaar feit naar herkenbare verdachte (identificatie); Onderzoek naar mogelijkheden plaatsing veelpleger; Voorgeleiding verdachte ter inbewaringstelling aan de rc; Uitreiken mededelingen over strafzaak; Afnemen celmateriaal voor DNA-onderzoek Etc. - Uiteindelijk maakt de rechter de afweging of iets in het belang van het onderzoek was, of niet. - De hovj die een verdachte in verzekering stelt, dient hier de OvJ onverwijld van in kennis te stellen (art. 57 lid 4 Sv); - Als een verdachte te lang is opgehouden voor onderzoek, kan hij toch in verzekering gesteld worden; waterdichte schottentheorie. Mag een verdacht voor feit A aangehouden zijn en voor feit B in verzekering gesteld worden? Ja, dat behoort gelet op het systeem van de wet tot de mogelijkheden. Het verdient wel aanbeveling om hier voorafgaand overleg met een OvJ over te hebben. Als dat overleg niet mogelijk was, dan dient de OvJ niet alleen conform art. 57 lid 4 Sv onverwijld in kennis gesteld te worden, maar dient hij ook ingelicht te worden over de omstandigheid dat de ivs een ander feit betreft dan waarvoor verdachte was aangehouden. Verlenging ivs: - Slechts bij dringende noodzakelijkheid; - Alleen op bevel van een OvJ (ook telefonisch mogelijk, ondertekening door hovj; art. 59 lid 1 Sv); - Voor maximaal 3x 24 uur. Voorgeleiding bij de rc (art. 59a Sv) - Uiterlijk binnen 3 dagen en 15 uur vanaf het tijdstip van de aanhouding wordt verdachte voor de rc geleid. - Géén aftrek van transporttijd, ontnuchtering, nachtelijke uren, medische zorg in ziekenhuis etc!!! Er vinden 2 typen toetsingen bij de rc plaats: 1. Rechtmatigheidstoets 2. Gaat verdachte de bewaring in? Vaak vinden deze 2 toetsingen tegelijkertijd plaats, maar het hoeft niet. Verdachte kan in zijn ivs of verlening ivs alleen de rechtmatigheidstoets bij de rc moeten doorlopen. Na het aflopen van de (verlenging van de) ivs kan er een 2 e toetsing plaats moeten vinden om te kijken of verdachte de bewaring in moet, of niet. Ad1: - Is degene die in verzekering is gesteld iemand tegen wie uit de feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit; - Is er sprake van verdenking van een vh-feit; - Is de ivs in het belang van het onderzoek; - Zijn de vormvoorschriften van de ivs in acht genomen; - Is de ivs niet op andere gronden onrechtmatig, bv wegens strijd met beginselen van goede procesorde. Als de rc ten aanzien van de eerste 3 bullets een onrechtmatigheid constateert, volgt een onmiddellijke invrijheidsstelling. Als de rc ten aanzien van de laatste 2 bullets een onrechtmatigheid constateert, is art. 359a Sv (vormverzuim) van toepassing. - Stel verdachte wordt in vrijheid gesteld, dan kan de OvJ hiertegen in hoger beroep bij de raadkamer o.b.v. art. 59c Sv. - Als de raadkamer dan alsnog de ivs rechtmatig acht, dan kan de verdachte door de politie aangehouden worden o.b.v. art. 556 en 564 Sv. Zie voor mogelijk binnentreden, doorzoeken ter aanhouding en eventuele andere dwangmiddelen art. 565 Sv.

Voorlopige hechtenis (art. 133 Sv) Onder voorlopige hechtenis wordt verstaan: 1. inbewaringstelling (ibs) 2. gevangenhouding 3. gevangenneming Voorwaarden voor voorlopige hechtenis: - VH-feit (art. 67 lid 1 en 2): Misdrijf van 4 jaar of meer Strafbare feiten met name genoemd uit Sr; Verkeersongeval met art. 6 WVW letsel na roekeloosheid, alcohol/rijvaardigheidverminderende stof, weigering adem-, bloed-, of urineonderzoek, ernstige overschrijding max. snelheid, kleven, geen voorrang verlenen en gevaarlijk inhalen; Enige bijzondere wetten, bv Opiumwet en WWM Zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland + misdrijf+ rechtbank+ gevangenisstraf. - Ernstige bezwaren (let op; voor ibs terzake een terroristisch misdrijf volstaat een redelijk vermoeden); - Grond: Ernstig vluchtgevaar: zich onttrekken aan de berechting en/of executie. Niet nodig is dat verdachte hiervoor het lang verlaat. Voldoende is dat hij onbereikbaar is voor justitie bv omdat hij geen GBAadres heeft of z.v.w.o.v.p. is. Gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid: 12 jaars feit en geschokte rechtsorde (= maatschappelijke onrust); Grote recidive (kijkend naar de toekomst): ernstig rekening houden met het feit dat verdachte een misdrijf zal begaan waarop 6 jaar of meer staat, of waardoor de veiligheid van de staat of gezondheid/veiligheid van personen in gevaar gebracht kan worden en er een algemeen gevaar voor goederen kan ontstaan. Kleine recidive (kijkend naar het verleden): verdenking van een aantal in art. 67a lid 2 sub 3 Sv genoemde feiten terwijl nog geen 5 jaar zijn verlopen dat verdachte hiervoor onherroepelijk is veroordeeld en er gevaar is voor herhaling van zo n misdrijf. Waarheidsvinding; mits in redelijkheid noodzakelijk anders dan door verklaring verdachte. - Geen contra-indicatie (vh niet langer dan mogelijke straf/maatregel) Inbewaringstelling (art. 63 en 64 Sv) Inbewaringstelling: - Voor maximaal 14 dagen; - Bepaalt door een rc; - Na voorgeleiding bij een OvJ (niet verplicht); - Waarbij vereist: vh-feit, ernstige bezwaren en geen contra-indicatie. Gevangenhouding (art. 65 Sv) Gevangenhouding: - Voor maximaal 90 dagen; - Bepaalt door de raadkamer van de rechtbank (3 rechters); - Aansluitend op de ibs; - Waarbij vereist: vh-feit, ernstige bezwaren, grond en geen contra-indicatie. Verlenging gevangenhouding: - Maximaal 2x (inclusief gevangenhouding totaal maximaal 90 dagen, art. 66 lid 3 Sv); - Door raadkamer rechtbank (1 rechter); - Aansluitend op de gevangenhouding - Waarbij vereist: vh-feit, ernstige bezwaren, grond en geen contra-indicatie.

Gevangenneming (art. 65 Sv) Gevangenneming: - Door de rechtbank (3 rechters); - Verdachte niet ibs; - Verder gelijk aan gevangenhouding. Maatregelen in het belang van het onderzoek (art. 61 a Sv) Maatregelen in het belang van het onderzoek mogelijk bij verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67 lid 1 Sv tijdens: - het ophouden voor onderzoek; - ivs; - voorlopige hechtenis. Welke maatregelen zijn er volgens art. 61a Sv onder meer mogelijk tijdens ophouden voor onderzoek, ivs en voorlopige hechtenis: - foto s en video-opnamen; - lichaamsmaten en handpalm-, voet-, teen-, oor-, en schoenzoolafdrukken (Let op; vingerafdrukken m.b.v. art 55c Sv); - confrontatie (volgens nota van toelichting en HR 09-02-2010, LJN BK6146 alleen confrontatie in persoon); - geuridentificatieproef; - scheren/knippen/groeien snor/baard/hoofdhaar (let op; niet door hovj); - dragen kleding of attributen voor confrontatie; - plaatsing in observatiecel; - onderzoek naar schotresten op het lichaam. Er wordt in art 61 a Sv gesproken welke maatregelen er in het belang van het onderzoek onder meer mogelijk zijn. Dit is dus geen limitatieve opsomming. Er valt bijvoorbeeld ook nog te denken aan: - schrijfproef; - stemanalyse; - bemonsteren penis; - afnemen nagelvuil - etc. Maatregelen in het belang van het onderzoek die alleen mogelijk zijn bij de ivs en de voorlopige hechtenis (dus NIET bij het ophouden voor onderzoek!) zijn (art. 62 en 76 Sv): - beperkingen; - de overbrenging naar een ziekenhuis, of een andere instelling waar medisch toezicht is gewaarborgd, of verblijf in een daartoe ongerichte cel onder medisch toezicht. heden hovj bij maatregelen in het belang van het onderzoek: - Alleen tijdens ophouden voor onderzoek of ivs; - Niet tijdens een Gerechtelijk Vooronderzoek (GVO); dan via de OvJ naar de rc; - De ophouding of ivs is door de betreffende hovj bevolen; - Geen bevel afgeven tot het afscheren/knippen/laten groeien van snor/baard of hoofdhaar; - Het optreden van de OvJ niet kan worden afgewacht; Na aanvang van een GVO komen de eventueel eerder door de (h)ovj bevolen en nog niet uitgevoerde maatregelen te vervallen. De rc dient dan te beslissen of hij de eerder door die (h)ovj genomen maatregelen overneemt. Schorsing voorlopige hechtenis (art. 80 Sv) De rechter kan onder neerlegging van bepaalde voorwaarden de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis schorsen. Dit kan ambtshalve door de rechter, op verzoek van de verdachte of op vordering van het OM geschieden.

Welke voorwaarden? In ieder geval dat verdachte zich niet mag onttrekken aan eventuele verder tenuitvoerlegging en ook niet aan de executie van een eventuele vrijheidsstraf. De wet laat zich verder niet uit over de overige eventueel te stellen voorwaarden. De algemene eis is echter dat het doel moeten dienen waarvoor de vh was toegelaten. Bijvoorbeeld: - Het niet weer plegen van een strafbaar feit; - Het inleveren van een paspoort; - Het wegblijven bij/uit bepaalde plaatsen (winkelcentra, voetbalstadions, campings, disco s, straten rond woning slachtoffer etc.); - Het regelmatig melden bij politie/justitie (bv. tijdens de voetbalwedstrijden van de voetbalclub); - Verplicht Reclasseringscontact, opname in een afkickcentrum of deelnemen aan een cursus sociale vaardigheden. Opheffen schorsing voorlopige hechtenis (art. 84 Sv) In geval van art. 82 Sv kan de rechter ambtshalve of opvordering van de OvJ te allen tijde de opheffing van de schorsing bevelen; een overtreding van een voorwaarde is daarvoor NIET vereist. De verdachte kan voor zo n vordering echter niet worden aangehouden. Als verdachte wel een schorsingsvoorwaarde overtreden heeft, of bij gevaar voor vlucht kan wel tot aanhouding overgegaan worden, echter pas nadat de OvJ daartoe een bevel tot aanhouding heeft gegeven! De politie heeft dus GEEN zelfstandige opsporingsbevoegdheid in dit geval. Als de OvJ niet snel genoeg te bereiken is en er toch direct opgetreden moet worden kan er in uitzonderlijke gevallen ook gedacht worden aan art. 2 PW (hulpverlening). Zie voor het betreden van plaatsen art. 565 jo. 556 e.v. Sv. Als de geschorste verdachte een voorwaarde heeft overtreden door het plegen van een nieuw strafbaar feit, dan kunnen voor dat nieuwe strafbare feit de vrijheidbenemende dwangmiddelen die daarvoor mogelijk zijn worden toegepast (aanhouden, ivs etc.). Daarbij ontstaat er een keuzemogelijkheid tussen een voorgeleiding voor een vordering opheffing van de schorsing of een voorgeleiding voor dat nieuwe strafbare feit. De keuze zal hierbij meestal afhangen van de ernst van het nieuw gepleegde strafbare feit. Er wordt echter steeds meer voor een derde keuzevariant gekozen; een vordering opheffing schorsing en bij verlenging van de vh ( als dat nog mogelijk is) een vordering uitbreiding van de feiten waarvoor verdachte zich weer in de vh bevindt tezamen met het nieuwe feit (art. 67b Sv). Als de OvJ in hoger beroep is gegaan tegen de schorsing en de raadkamer de schorsing terugdraait, dan kan de verdachte door de politie aangehouden worden o.b.v. art. 556 en 564 Sv (op last van het OM). Zie voor binnentreden en doorzoeking ter aanhouding art. 565 Sv. 29 november 2012 Team Recherche Achterhoek