Eerste Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Jacobus van de Veen
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 erste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Penitentiaire beginselenwet (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders) GWIJZIG VOORSTL VN WT 16 december 2003 Wij eatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. llen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: lzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de aanpak van stelselmatige plegers van misdrijven te verbeteren, te voorzien in een regeling inzake de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor deze plegers en de regeling inzake de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden daarin op te nemen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: RTIKL I Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: In het erste oek, titel II, komt het opschrift van de derde afdeling te luiden: PLTSING IN N INRIHTING VOOR STLSLMTIG RS rtikel 38m, eerste tot en met vierde lid, komt te luiden: 1. e rechter kan op vordering van het openbaar ministerie de maatregel opleggen tot plaatsing van een verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders, indien: 1. het door de verdachte begane feit een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten; 2. de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een KST73214 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2003 erste Kamer, vergaderjaar , , 1
2 vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf is veroordeeld, het feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen en er voorts ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan, en 3. de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist. 2. e maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van de verdachte. 3. Indien de verdachte verslaafde is dan wel ten aanzien van hem andere specifieke problematiek bestaat waarmee het plegen van strafbare feiten samenhangt, strekt de maatregel er mede toe een bijdrage te leveren aan de oplossing van zijn verslavingsproblematiek dan wel van die andere problematiek. 4. e rechter legt de maatregel slechts op, nadat hij een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel heeft doen overleggen. Indien dit advies eerder dan een jaar voor de aanvang van de terechtzitting is gedagtekend, kan de rechter hiervan slechts gebruik maken met instemming van het openbaar ministerie en de verdachte. a rtikel 38m, vijfde lid, tweede volzin, komt te luiden: Voor zover mogelijk wordt over de reden van de weigering rapport opgemaakt. In artikel 38o, eerste lid, wordt «voor de opvang van verslaafden» rtikel 38s komt te luiden: rtikel 38s 1. e rechter kan, op vordering van het openbaar ministerie, op verzoek van de verdachte of diens raadsman dan wel ambtshalve, bij of na het opleggen van de maatregel beslissen tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Het openbaar ministerie bericht hem daarover binnen een door hem te bepalen termijn. ij het bericht is gevoegd een verklaring van de directeur van de inrichting omtrent de stand van de uitvoering van het verblijfsplan van de veroordeelde. 2. Indien de rechter bij het opleggen van de maatregel niet beslist tot een tussentijdse beoordeling dan wel beslist tot een beoordeling na een jaar na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel, kan een verzoek als bedoeld in het eerste lid worden gedaan na zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel. In de overige gevallen kan een verzoek worden gedaan na zes maanden na het onherroepelijk worden van de beslissing om niet tussentijds te beoordelen of van de beslissing dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is vereist. 3. Indien de rechter naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel niet langer is vereist, beëindigt hij deze met ingang van een door hem te bepalen tijdstip. erste Kamer, vergaderjaar , , 2
3 rtikel 38t wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel a wordt «gedurende de tijd dat hij zich aan zodanige vrijheidsbeneming heeft onttrokken» vervangen door: gedurende de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is. 2. Onderdeel b, komt te luiden: b. zodra degene die in een inrichting geplaatst is, langer dan een dag ongeoorloofd afwezig is. RTIKL II Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd: In artikel 67, eerste lid, onderdeel b, wordt na «285b,» onderscheidenlijk vóór «395» ingevoegd «300, eerste lid,» onderscheidenlijk «350,». In artikel 67a, tweede lid, onderdeel 3, wordt «310, 311, 321, 322, 323a, 326, 326a, 416, 417bis, 420bis of 420quater» vervangen door: 285, 300, 310, 311, 321, 322, 323a, 326, 326a, 350, 416, 417bis, 420bis of 420quater. In het Vierde oek komt het opschrift van titel II te luiden: RHTSPLGINGN IN VRN MT PLTSING IN N INRIHTING VOOR STLSLMTIG RS In artikel 509y wordt «voor de opvang van verslaafden» telkens a rtikel 509aa wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst van het artikel wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 2. r wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. Wanneer de rechtbank een verzoek of een vordering tot een tussentijdse toetsing als bedoeld in artikel 38s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, gedaan na het opleggen van de maatregel, afwijst, neemt zij deze beslissing zonder verdere behandeling van dat verzoek of die vordering. b In de artikelen 509ee, derde lid, en 509ff, eerste lid, vervalt «, tweede lid,». erste Kamer, vergaderjaar , , 3
4 c In artikel 509ee, zesde lid, wordt «tweede lid» vervangen door: derde lid. In artikel 558, derde lid, wordt «voor de opvang van verslaafden» F In artikel 559a, tweede lid, wordt «voor de opvang van verslaafden» RTIKL III e Penitentiaire beginselenwet wordt als volgt gewijzigd: In artikel 1, onderdeel t, wordt «voor de opvang van verslaafden» In artikel 4, zesde lid, wordt «voor de opvang van verslaafden» rtikel 9 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid en tweede lid wordt «voor de opvang van verslaafden» 2. In het eerste lid wordt na de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende: Onze Minister kan een inrichting aanwijzen tot zowel huis van bewaring of gevangenis als inrichting voor stelselmatige daders. rtikel 10a komt te luiden: rtikel 10a Inrichtingen voor stelselmatige daders zijn bestemd voor de opneming van personen aan wie een maatregel als bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd. Het opschrift van hoofdstuk IV komt te luiden: INRIHTINGN VOOR STLSLMTIG RS F rtikel 18a wordt als volgt gewijzigd: erste Kamer, vergaderjaar , , 4
5 1. In het eerste lid wordt «voor de opvang van verslaafden» vervangen door: voor stelselmatige daders. 2. In het eerste en tweede lid wordt «plan van opvang» vervangen door: verblijfsplan. G In artikel 18b wordt «opvang overeenkomstig het plan van opvang plaatsvindt» vervangen door: tenuitvoerlegging overeenkomstig het verblijfsplan plaatsvindt. H In artikel 18c, eerste lid, wordt «opvang» vervangen door: tenuitvoerlegging. RTIKL IV Onze Minister van Justitie zendt binnen vier jaren na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. RTIKL V eze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven e Minister van Justitie, erste Kamer, vergaderjaar , , 5
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2016 2017 34 257 Wijziging van het urgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 34 090 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten in verband met het gebruik van elektronische processtukken
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2018 2019 35 116 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Overleveringswet ter implementatie van richtlijn nr. 2016/800/EU van het Europees Parlement
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Penitentiaire beginselenwet, de eginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de eginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en enkele andere strafrechtelijke
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 143 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 204 26 027 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Wet op de rechterlijke organisatie en enkele andere wetten met betrekking tot het
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2000 2001 Nr. 298 26 983 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten omtrent de toepassing van maatregelen in het belang van het
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016-2017 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de afschaffing van de voorwaardelijke invrijheidstelling en aanpassing van de voorwaardelijke
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 285 Wijziging van de Wet voorkeursrecht gemeenten (vereenvoudiging bekendmaking en aanbiedingsprocedure) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix,
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 175 Wet van 23 maart 2005 tot wijziging en aanvulling van een aantal bepalingen in het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot de betekening
Verruiming spreekrecht in rechtszaal van kracht
Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.6.28 Verruiming spreekrecht in rechtszaal 1.9.2012 van kracht tekst bronnen Nieuwsbericht ministerie van Veiligheid en Justitie 10.7.2012; www.rijksoverheid.nl Wet
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 238 Wet van 4 juni 2015 tot wijziging van enige onderwijswetten in verband met het invoeren van de verplichting voor scholen zorg te dragen voor
Aanpassing van wetgeving en vaststelling van overgangsrecht in verband met de herziening van de maatregelen van kinderbescherming
anpassing van wetgeving en vaststelling van overgangsrecht in verband met de herziening van de maatregelen van kinderbescherming VOORSTEL VN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 299 Wijziging van de Drank- en Horecawet in verband met de introductie van de bestuurlijke boete Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan de Tweede Kamer
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2003 2004 29 218 Wijziging en aanvulling van de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafrecht, de lgemene wet bestuursrecht, de Politiewet 1993
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1997 1998 Nr. 239 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 798 Wijziging van de Woningwet in verband met het versterken van het handhavingsinstrumentarium Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander,
