Vloeistofpeilcontroles

Vergelijkbare documenten
Vloeistofpe ilcontro les

Onderhoud ALGEMENE INFORMATIE. Dagelijkse controles. Wekelijkse controles. Onderhoudsboekje. Door de eigenaar uitgevoerd onderhoud

Technische specificaties

Technische specificaties

RC030/RC035 Pneumatisch (handmatig) vloeistof afzuigapparaat. Instructies

Koelvloeistof bijvullen. Werkzaamheden aan het koelsysteem van het voertuig WAARSCHUWING!

Auto Onderhoud Tips. Het uitvoeren van algemene onderhoud technieken op het '98 -'02 Accord. Geschreven door: Miroslav Djuric

Onderhoud aan accu's. Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING!

Garagekrik 3 ton + assteunen 3 ton Handleiding

************************* **************** ******** ***

Toyota Camry Oil Change (3.0 L V6)

I-FLUX 200 INLAATSYSTEEM REINIGER VOOR BENZINE- EN DIESELMOTOREN MET EGR KLEP GEBRUIKSAANWIJZING VOOR PROFESSIONEEL GEBRUIK

Onderhoud aan accu's. Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING!

Protocol werken bij BAS PERSONEELSINSTRUCTIE - VOERTUIGCONTROLE

Voertuigaccu WAARSCHUWINGSSYMBOLEN VAN DE ACCU VERZORGING VAN DE ACCU

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-44 Mar Aug 03

TECHNISCHE INSTRUCTIES. Service Campagne Elektrische HV-waterpomp Prius NHW20 modeljaar

Generator Gebruiksaanwijzing kw kw kw kw.

Geschreven door: Phillip Takahashi

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-34 Jan Mar 04

200 bar, 15 l/min., l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport.

Gemaksvoorzieningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING ZONNESCHERMEN

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-35 Mar Sep 02

Td4 - dieselmotor - aanzicht onder de motorkap

Mercedes W123 Diesel olie en filters, onder

Voertuigcontrole Kawasaki Z650 (BRAVOK)

928 Tech Talk: Remvloeistof verversen bij een 928 (by Theo Jenniskens)

Stoelen IN DE JUISTE HOUDING ZITTEN

Hoe kan ik een Oil Change en het oliefilter- Nissan Sentra olie, oliefilter vervangen Perform

Mitsubishi Lancer Oil Change (2.0L

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-46 Sep

KOELSYSTEMEN. Informatie voor de bestuurder. Haal het beste uit uw wagen

VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK

I y/<; /CjS' Gc:. HANDLEIDING. EXTRA2000 Water- en stofzuiger. Opge/et: bij montage en ingebruikneming de haild/eiding zorgvu/dig na/even!

Thermostaat vervangen bij een M20 blok.

AUTOMATISCHE KOFFIEMACHINE 1. BELANGRIJK

Probleemoplossingsgids

De voorkant. De zijkant. De banden

VERREIKER 15 kn JCB

Verwijder de transportbeveiliging - magneetband

Wielen vervangen GEREEDSCHAPSSET HET RESERVEWIEL VERWIJDEREN AFSLUITBARE WIELMOEREN

F I A T P U N T O 1. 4 T - J E T NL s u p p l e m e n t

NEDERLANDS. Installatie & Onderhoudsinstructies

STIHL AK 10, 20, 30. Veiligheidsinstructies

MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE

- Verlichting. Uiteraard is het van groot belang dat je tijdig wordt gezien. De volgende lampen moet je op hun juiste werking controleren:

VOERTUIGCONTROLE ( BRAVOK)

Diesel. AdBlue is een gedeponeerd handelsmerk van de Vereniging van Duitse automobielfabrikanten (VDA). ONTDEK ADBLUE

Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama

Aanvullende documentatie bij montage- en technische handleiding

NEDERLANDS. Installatie & Onderhoudsinstructies

Uitdeukset hydraulisch 4 ton Handleiding

Achterkant ipod Classic Installatie handleiding

Innovation Protection Conseil

Honda Civic Oil Change

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33.

Saab 9-5 B205, B Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE.

Beknopte instructies Gallery 210 ES

BYDUREON 2 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie met verlengde afgifte

Honda CRV Oil Change

Honda CRV Oil Change

U kunt inkt toevoegen als de printer niet actief is of wanneer op het voorpaneel het bericht Inkt is bijna op of Inkt is op verschijnt.

Byzoo Sous Vide Hippo

De-/montage handleiding VAG DSG6 02E Mechatronic

Handleiding: Rupsdumper zelfladende bak.

INHOUD. CE Verklaring van Overeenstemming 8. 2

Accu ipod Classic Installatie handleiding

Praktijk Vragen over auto

Praktijk Vragen over auto

Hoofdstuk 9 Onderhoud en opslag

BBRAAVVOK. Ezelsbruggetje

Veiligheidsinstructies Belangrijk: Lees deze instructies zorgvuldig voor u de heater in elkaar zet en gebruik neemt, en volg ze na.

BBRAAVVOK. Ezelsbruggetje

Onder de motorkap. 1. Motoroliepeilstok :

VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen

De koeling van de motor.

WERKING VAN KOELSYSTEMEN PON-CAT.COM/KENNISCENTRUM

INSTALLATIEHANDLEIDING

CAL. Y182, 7T32 ALARM CHRONOGRAAF

MONTAGEHANDLEIDING. Waarom de montagehandleiding volgen?

Saab 9-3 B207 M Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE.

STIHL AK 10, 20, 30. Veiligheidsinstructies

KENWOOD BL640. Gebruiksaanwijzing

GEBRUIKEN VAN HET HORLOGE

Transcriptie:

Vloeistofpeilcontroles DE MOTORKAP OPENEN EN SLUITEN GIFTIGE VLOEISTOFFEN De in motorvoertuigen toegepaste vloeistoffen zijn giftig en mogen niet worden ingenomen of met open wonden in contact komen. Voor uw eigen veiligheid dient u altijd alle op de labels en flessen of blikken gedrukte instructies te lezen en op te volgen. GEBRUIKTE MOTOROLIE Langdurig contact met motorolie kan ernstige huidaandoeningen veroorzaken, waaronder huidontsteking en huidkanker. Was uw handen na gebruik altijd grondig. Het is wettelijk verboden afvoerleidingen, waterlopen en de bodem te verontreinigen. Ga voor het afvoeren van gebruikte olie en giftige chemicaliën altijd naar erkende stortplaatsen voor afvalverwerking. Openen 1. Trek aan de ontgrendelhefboom van de motorkap in de beenruimte linksvoor. 2. Til de hendel van de motorkapveiligheidsvergrendeling (onder het middenpunt van de motorkap) op en zet de motorkap omhoog. Sluiten U mag niet met het voertuig rijden terwijl de motorkap alleen met de veiligheidsvergrendeling vast zit. 3. Laat de motorkap zakken totdat de veiligheidsvergrendeling ingrijpt. Duw de motorkap met beide handen omlaag totdat de vergrendelingen klikken. Controleer of beide vergrendelingen volkomen vergrendeld zijn door de voorkant van de motorkap omhoog te trekken. 198

OVERZICHT VAN DE MOTORRUIMTE 2.0L-benzinemotor 1. Afsluitdoppen reservoir voor rem/koppelingsvloeistof (onder kappen): A. Voertuigen met stuur links. B. Voertuigen met stuur rechts. 2. Vuldop van de motorolie. 5. Oliepeilstok. 6. Vuldop sproeiervloeistof. 7. Dop van het motorkoelvloeistofreservoir. U mag niet met het voertuig rijden wanneer de kans bestaat dat er gelekte vloeistof met een heet oppervlak, zoals de uitlaat, in contact kan komen. 2.2L-dieselmotor 1. Dop van het rem-/koppelingsvloeistofreservoir (onder afdekkingen): A. Voertuigen met stuur links. B. Voertuigen met stuur rechts. 3. Vuldop van de motorolie. 4. Oliepeilstok. 6. Vuldop sproeiervloeistof. 7. Dop van het motorkoelvloeistofreservoir. 199

MOTOROLIEPEIL CONTROLEREN Controleer de motorolie elke week. Als u ziet dat het oliepeil te veel of plotseling daalt, moet u deskundige hulp inroepen. Zorg dat het oliepeil nooit onder het laagste merkteken op de peilstok komt. Als de mededeling ENGINE OIL PRESSURE LOW (MOTOROLIEDRUK TE LAAG) verschijnt, dient u de motor zo snel mogelijk uit te schakelen zodra u dit veilig kunt doen, en vakbekwaam advies in te winnen. U mag de motor niet starten totdat de oorzaak bekend en verholpen is. 1. 2.0L-benzinemotor. 2. 2.2L-dieselmotorpeilstok. VOORBEREIDINGEN VOOR DE MOTOROLIEPEILCONTROLE Zorg vóór het controleren van het oliepeil voor het volgende: Het voertuig staat op een vlakke ondergrond. De motorolie is koud. Opmerking: Als u het oliepeil toch moet controleren wanneer de motor warm is, schakelt u de motor uit en laat u het voertuig vijf minuten lang stil staan, zodat de olie naar het oliecarter terug kan stromen. U mag de motor niet starten. U kunt het oliepeil als volgt controleren: 1. Verwijder de peilstok en veeg de stok met een schone, pluisvrije doek af. 2. Steek de peilstok weer helemaal in de houder en trek hem er nogmaals uit om het oliepeil te controleren. Als algemene richtlijn doet u het volgende. Als het peil op de peilstok: dichter bij het hoogste merkteken dan het laagste staat, vult u geen olie bij; dichter bij het laagste merkteken dan het hoogste staat, vult u 0,5 liter (1 pint) olie bij; onder het laagste merkteken staat, vult u in een dieselmotor 1,5 liter (2,6 pint) olie bij en vult u in een benzinemotor 0,8 liter (1,4 pint) olie bij. Controleer het peil na vijf minuten nogmaals. MOTOROLIE BIJVULLEN De garantie op uw voertuig kan komen te vervallen in geval van schade die is ontstaan door het gebruik van olie die niet aan de vereiste specificatie voldoet. Als u geen olie gebruikt die aan de vereiste specificatie voldoet, kunt u overmatige motorslijtage, ophoping van drab en afzettingen en grotere milieuvervuiling veroorzaken. Hierdoor kan de motor defect raken. Als er te veel olie wordt bijgevuld, kan de motor ernstige schade oplopen. U dient de olie in kleine hoeveelheden bij te vullen en het peil opnieuw te controleren om te waarborgen dat er niet te veel olie in de motor komt. 1. Verwijder de olievuldop. 2. Vul olie bij om het peil tussen de merktekens MIN en MAX op de peilstok te houden. 200

3. Veeg eventuele olie weg die bij het bijvullen is gemorst. 4. Controleer het oliepeil na vijf minuten nogmaals. Het is van groot belang om olie met de correcte specificatie te gebruiken en te controleren of deze geschikt is voor de klimatologische omstandigheden waarin het voertuig wordt gebruikt. Opmerking: De oliehoeveelheid die ongeveer nodig is om het peil van MIN naar MAX op de peilstok te laten stijgen, bedraagt bij een benzinemotor ongeveer 0,85 liter (1,5 pint) en bij een dieselmotor ongeveer 1,5 liter (2,6 pint). MOTOROLIESPECIFICATIE Het is belangrijk dat u alleen olie gebruikt die voldoet aan de specificaties van het voertuig. Voertuigen met een dieseldeeltjesfilter (DPF) mogen alleen worden bijgevuld met goedgekeurde olie. Doet u dit niet, dan kan dit ernstige beschadiging van de motor tot gevolg hebben. Het bijvullen met goedgekeurde olie zorgt dat de levensduur van het DPF wordt gemaximaliseerd. Als een nieuw voertuig wordt verkocht in een land waar de diesel een hoog zwavelgehalte heeft, is er geen DPF gemonteerd en wordt er een andere motorolie voorgeschreven. Zie 180, ZWAVELGEHALTE. Het gebruik van ongeschikte olie heeft ernstige beschadiging van de motor tot gevolg. Land Rover raadt olie van Castrol aan. Zie 217, SMEERMIDDELEN EN VLOEISTOFFEN. DE KOELVLOEISTOF CONTROLEREN Als u de motor zonder koelvloeistof laat lopen, zal dit de motor ernstig beschadigen. U dient het koelvloeistofpeil in het expansiereservoir minstens één keer per week te controleren (bij het afleggen van lange afstanden of zware bedrijfsomstandigheden vaker). Controleer het peil altijd wanneer het systeem koud is. Zorg dat het koelvloeistofpeil tussen het MIN- en MAX-merkteken op de zijkant van het expansiereservoir blijft. Als het peil plotseling of veel is gedaald, moet u het voertuig zo snel mogelijk door een deskundige monteur laten nakijken. KOELVLOEISTOF BIJVULLEN U mag de vuldop nooit verwijderen wanneer de motor heet is, aangezien de ontsnappende stoom of het gloeiend hete water ernstig letstel tot gevolg kan hebben. Antivries is een zeer gemakkelijk ontvlambare vloeistof. Zorg dat antivries niet in contact komt met open vuur of ontstekingsbronnen (zoals een hete motor), aangezien er dan brand kan ontstaan. Schroef de vuldop langzaam los, zodat de druk kan ontsnappen voordat u hem helemaal verwijdert. Zorg dat u bij het rijden in gebieden waar zout in de waterleiding zit, altijd een hoeveelheid vers (regen of gedestilleerd) water bij u hebt. Het bijvullen met zout water kan ernstige motorschade tot gevolg hebben. Vul bij tot aan het MAX-merkteken op de zijkant van het expansiereservoir. U mag alleen een mengsel van water en 50% Texaco XLC-antivries gebruiken. 201

Opmerking: In een noodsituatie ; en alleen als er geen goedgekeurde antivries beschikbaar is vult u het koelsysteem bij met schoon water, maar houd er rekening mee dat de vorstbescherming aanzienlijk kleiner is. U mag niet bijvullen of verversen met conventionele antivriessoorten. Vraag bij twijfel advies aan een deskundige monteur. Zorg dat u de dop na het bijvullen helemaal vastdraait, door de dop zover te verdraaien dat u de rateldop hoort klikken. ANTIVRIES VOOR KOELVLOEISTOF Antivries is giftig en kan bij innemen dodelijk zijn. Bewaar flessen en blikken goed afgesloten en buiten het bereik van kinderen. Als u vermoedt dat iemand per ongeluk antivries heeft doorgeslikt, dient u onmiddellijk een arts te raadplegen. Als de vloeistof in contact komt met de huid of ogen, dient u deze onmiddellijk met een ruime hoeveelheid water af of uit te spoelen. Het gebruik van antivries die niet is goedgekeurd, beïnvloedt het motorkoelsysteem en dus ook de duurzaamheid van de motor nadelig. Antivries beschadigt de lak. Leg bij morsen onmiddellijk een absorberende doek op de plek en maak de plek schoon met een mengsel van voertuigshampoo en water. Antivries bevat belangrijke anticorrosiemiddelen. Het antivriesgehalte van de koelvloeistof moet het hele jaar door (niet alleen bij lage temperaturen) 50% ± 5% zijn. Om te waarborgen dat de anticorrosiewerking van de koelvloeistof behouden blijft, dient u het antivriesgehalte een keer per jaar te controleren en de vloeistof om de tien jaar helemaal te verversen, ongeacht de gereden afstand. Als u dit nalaat, kunnen de radiateur en de motoronderdelen corroderen. Het soortelijk gewicht van een antivriesoplossing van 50% bij 20 C (68 F) is 1,068. De antivries beschermt tegen vorst tot 40 C ( 40 F). REM-/KOPPELINGSVLOEISTOFPEIL CONTROLEREN Roep onmiddellijk deskundige hulp in als de slag van het rempedaal ongewoon lang is of er een aanzienlijke hoeveelheid remvloeistof is verbruikt. Het rijden onder dergelijke omstandigheden kan langere remafstanden of zelfs het volledig uitvallen van de remmen tot gevolg hebben. Remvloeistof is uitermate giftig. Bewaar flessen en blikken goed afgesloten en buiten het bereik van kinderen. Als u vermoedt dat iemand de vloeistof per ongeluk heeft ingeslikt, dient u onmiddellijk een arts te raadplegen. Als de vloeistof in contact komt met de huid of ogen, dient u deze onmiddellijk met een ruime hoeveelheid water af of uit te spoelen. Remvloeistof is een zeer gemakkelijk ontvlambare vloeistof. Zorg dat remvloeistof niet in contact komt met open vuur of ontstekingsbronnen (zoals een hete motor). Rijd niet met het voertuig terwijl het vloeistofpeil onder het MIN-merkteken staat. Als de hoeveelheid vloeistof in het remvloeistofreservoir onder het aanbevolen peil daalt, gaat er in de instrumentengroep een rood waarschuwingslampje branden. Opmerking: Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, dient u het voertuig zodra u dit veilig kunt doen tot stilstand te brengen door voorzichtig het rempedaal in te trappen. Controleer het vloeistofpeil en vul de vloeistof zo nodig bij. Zet het voertuig op een vlakke ondergrond en controleer het vloeistofpeil minstens één keer per week (bij hogere kilometerstanden of onder zware bedrijfsomstandigheden vaker). 202

Voertuigen met het stuur rechts: Voertuigen met het stuur links: 1. Duw de vergrendeling naar voren om te ontgrendelen. 2. Trek de afdekking omhoog om hem los te maken en te verwijderen. 3. Maak de vuldop schoon voordat u hem verwijdert, zodat er geen vuil in het reservoir komt. Verwijder de dop. Het remvloeistofpeil moet tussen de merktekens MIN en MAX liggen. 1. Haal het accudeksel eraf. Draai de vier bevestigingen 90 graden linksom om ze los te maken. 2. Trek de afdekking omhoog. 3. Maak de vuldop schoon voordat u hem verwijdert, zodat er geen vuil in het reservoir komt. Verwijder de dop. Het remvloeistofpeil moet tussen de merktekens MIN en MAX liggen. 203

Opmerking: Het remvloeistofpeil kan tijdens normaal gebruik iets dalen als gevolg van remblokslijtage, maar mag niet beneden het MIN-merkteken komen. REM-/KOPPELINGSVLOEISTOF BIJVULLEN Remvloeistof beschadigt de lak. Leg bij morsen onmiddellijk een absorberende doek op de plek en maak de plek schoon met een mengsel van voertuigshampoo en water. Gebruik alleen nieuwe vloeistof uit een luchtdicht blik. Vloeistof uit geopende blikken of vloeistof die al eerder uit het systeem is afgetapt, heeft vocht opgenomen. Dit beïnvloedt de prestaties nadelig. U mag deze vloeistof niet gebruiken. Vul het reservoir bij met Shell DOT4 ESL-remvloeistof. Als deze niet beschikbaar is, mag u een synthetische, compatibele DOT4-remvloeistof met een lage viscositeit gebruiken die voldoet aan de vereisten van ISO-4925, klasse 6 en Land Rover LRES22BF03. U mag alleen vloeistof van dit type en volgens deze norm gebruiken. Vul het reservoir niet bij tot het MAX-merkteken, tenzij de remblokken zijn vervangen. Roep bij twijfel deskundige hulp in. 1. Vul het reservoir bij tot ten minste het MIN-merkteken. 2. Draai de dop weer op het reservoir. 3. Breng de afdekking weer over het reservoir aan. RUITENSPROEIERVLOEISTOFPEIL CONTROLEREN Laat de ruitensproeiervloeistof niet in contact komen met open vuur of ontstekingsbronnen. Als u het voertuig bij temperaturen onder 4 C (40 F) gebruikt, dient u een ruitensproeiervloeistof met vorstbescherming te gebruiken. Gebruik alleen goedgekeurde ruitensproeiervloeistof. Zorg dat u geen vloeistof morst, vooral als u de vloeistof onverdund of met een hoge concentratie gebruikt. Mocht u toch wat morsen, dan dient u de plek onmiddellijk met water te wassen. RUITENSPROEIERVLOEISTOF BIJVULLEN Het ruitensproeiervloeistofreservoir levert vloeistof aan zowel de sproeiers van de voor- en achterruit als aan de koplampsproeiers. Controleer het vloeistofpeil in het reservoir minstens elke week en vul het zo nodig bij. Vul het altijd bij met ruitensproeiervloeistof om bevriezing te voorkomen. Schakel de ruitensproeiers regelmatig in om te controleren of de sproeimonden zowel open als goed gericht zijn. 1. Maak de vuldop schoon voordat u hem verwijdert, zodat er geen vuil in het reservoir komt. 2. Verwijder de vuldop. 3. Vul het reservoir bij totdat de vloeistof in de vulhals zichtbaar is. 4. Plaats de vuldop terug. 204