Verpleegkundig protocol plerixafor
Indicatie 3 Werkingsmechanisme 4 Toedieningsschema 6 Dosering per toediening 7 Bijwerkingen 10 Afwijkende nierfunctie 11 Aandachtspunten 11 Dit protocol kwam tot stand in samenwerking met de SIG Hematologie (onderdeel van V&VN Oncologie): Ans Nijntjes, transplantatie coördinator hematologie VUmc; Nicolette Zwinkels, verpleegkundig specialist HagaZiekenhuis; Miriam Gelderloos, transplantatie coördinator UMCG Groningen. Ondersteund door: 2 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR
Indicatie Plerixafor (Mozobil ) wordt gebruikt voor het stimuleren van de mobilisatie van hematopoëtische stamcellen naar het perifere bloed. Plerixafor is geregistreerd voor patiënten met multipel myeloom en lymfoom die in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie, maar bij wie de stamcellen niet goed zijn te mobiliseren. Voor die patiënten komen te weinig stamcellen los uit het beenmerg, zodat er niet voldoende cellen in het bloed aanwezig zijn om geoogst te kunnen worden. Plerixafor wordt in combinatie met G-CSF gebruikt. De HOVON werkgroep stamceltransplantatie heeft een protocol voor de toepassing van plerixafor ontwikkeld. Zie voor de gehele richtlijn www.hovon.nl. Contra-indicatie voor plerixafor is overgevoeligheid voor werkzame bestanddeel en/of hulpstoffen. Het gebruik van plerixafor wordt streng afgeraden bij patiënten met leukemie 3 INDICATIE
Werkingsmechanisme Plerixafor zorgt ervoor dat stamcellen, die normaal in het beenmerg zitten, zich verplaatsen naar de bloedsomloop. Het doel hiervan is dat er meer stamcellen geoogst kunnen worden. Soms is dat nodig als er verwacht wordt dat de opbrengst van stamcellen aan de lage kant is voor de geplande autologe stamceltransplantatie. stamcel CXCR4 SDF-1a beenmerg Afbeelding 1 Stamcellen zitten verankerd in het beenmerg door middel van een binding tussen twee receptoren: CXCR4 op de stamcel en SDF-1a in het beenmerg (afbeelding 1). Plerixafor bindt reversibel (tijdelijk) aan de CXCR4 receptor op de stamcellen en blokkeert daarmee de verbinding van de stamcel met SDF-1a (afbeelding 2). Hierdoor wordt de verankering van de stamcel in het beenmerg verbroken, zodat de cel zich kan verplaatsen naar de bloedsomloop (afbeelding 3). 4 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR
stamcel Mozobil beenmerg Afbeelding 2 bloedvat beenmerg stamcel Afbeelding 3 Plerixafor is geen groeifactor, zoals G-CSF, die voor vermeerdering en uitrijping van de stamcellen zorgt in het beenmerg. Plerixafor is een mobili sator, die ervoor zorgt dat de stamcellen loskomen uit het beenmerg en zich naar het perifere bloed verplaatsen. Plerixafor en G-CSF worden samen gebruikt, zodat beide effecten bijdragen aan het hoogst mogelijk aantal stamcellen in de bloedsomloop. 5 WERKINGSMECHANISME
Toedieningsschema Medicament Dosis Dag 1 Dag 2 Dag 3 Dag 4 Volgende dagen G-CSF 10µg/kg/dag X X X X X Plerixafor 0,24 mg/kg/dag X (X) Aferese X Plerixafor wordt door middel van een subcutane injectie in de buik gegeven Plerixafor wordt gegeven na voorbehandeling met G-CSF van minimaal 4 dagen Twee opties voor mobilisatie: G-CSF alleen: op dag 4 en 5 meting hoeveelheid circulerende CD34+ cellen in het perifere bloed 3 Inzet plerixafor indien CD34+ twee maal < cellen 20 /μl Chemotherapie gevolgd door G-CSF: rond de dag van de te verwachten stamcelcollectie meting van leucocyten en CD34+ cellen in het PB 3 Inzet plerixafor indien op twee dagen: leucocyten> 2x 10 9 en een stijging vertonen, en tevens CD34+ cellen < 20 cellen/μl Plerixafor wordt maximaal drie opeenvolgende dagen gegeven Tijdstip van toediening plerixafor en G-CSF volgens lokale protocollen HOVON protocol voor toepassing van plerixafor zie www.hovon.nl en afbeelding 4 op pagina 8 en 9 6 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR
Dosering per toediening Geadviseerde dosis is 0,24 mg/kg lichaamsgewicht per dag Bepaling van lichaamsgewicht dient maximaal een week voor toediening te zijn Elke ampul bevat 24 mg plerixafor in 1,2 ml oplossing Berekening plerixafor: (0,24 mg x 1,2 ml x gewicht patiënt)/24 mg Maximale dosis is 40 mg/dag Lichaamsgewicht (kg) 50 55 60 65 70 75 80 85 90 Dosis plerixafor (mg) 12 13,2 14,4 15,6 16,8 18 19,2 20,4 21,6 Hoeveelheid (ml)* 0,6 0,66 0,72 0,78 0,84 0,9 0,96 1,02 1,08 *afronden op 1 decimaal 7 DOSERING PER TOEDIENING
Mobilisatie: chemotherapie + G-CSF Mobilisatie: chemotherapie + G-CSF dag verwachte stamcelcollecie WBC > 2 x 10 9 CD34+ < 20/µl JA 2x herhaal de volgende dag Patiënt met lymfoom, multipel myeloom WBC < 50 x 10 9 geen contra-indicaties plerixafor* CD34+ < 20/µl JA 2x dag 4 Mobilisatie: alleen G-CSF (dag1-dag 4) herhaal de volgende dag Mobilisatie: G-CSF Afbeelding 4 schema HOVON protocol voor toepassing van plerixafor * Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel en/of hulpstoffen van plerixafor ** Indien creatinineklaring < 20 ml/min: weinig gegevens beschikbaar 8 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR
NEE 20-50 ml/min Plerixafor 0,16 mg/kg s.c. max 27 mg JA Creatinineklaring > 50 ml/min** Plerixafor 0,24 mg/kg s.c. max 40 mg Toediening plerixafor + G-CSF volgens lokaal protocol JA 2x Patiënt komt in aanmerking voor plerixafor CD34+ telling: > 20 cellen/µl NEE NEE JA Mobilisatie falen JA Kreeg patiënt reeds 2x plerixafor? Aferese Aferese geslaagd JA Opbrengst CD34+ voldoende? Toediening plerixafor + G-CSF Mobilisatie falen NEE, herhaal (max. 2-3 giften plerixafor) 9 TOEDIENINGSSCHEMA
Bijwerkingen Bijwerkingen met verpleegkundige actie Bijwerking Frequentie Verpleegkundige actie Misselijkheid en braken > 10% Diarree > 10% Toediening van anti-emetica volgens afspraak met arts. Dieetadvies Bij ernstige diarree letten op de vochtinname, eventueel medicatie tegen diarree in overleg met arts Hoofdpijn 1-10% Pijnmedicatie in overleg met arts Frequentie < 1%: allergische reacties, vaso-vagale reacties Bijwerkingen volgens bijsluiter Zeer vaak voorkomende bijwerkingen (> 10%): diarree, misselijkheid (ziek voelen), roodheid of irritatie op de injectieplaats. Vaak voorkomende bijwerkingen (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid, zich moe of niet goed voelen, slaapproblemen; flatulentie, constipatie, indigestie, braken; maagproblemen zoals pijn, zwelling of een onaangenaam gevoel; droge mond, verdoofd gevoel rond de mond; zweten, roodheid van de huid, gewrichtspijn, pijn in spieren en botten. Bijwerkingen die soms voorkomen (< 1%): allergische reacties zoals huiduitslag, zwellingen rond de ogen, kortademigheid. 10 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR
Afwijkende nierfunctie Bij patiënten met creatinineklaring < 20-50 ml/min dient de dosis plerixafor met een derde te worden verlaagd tot 0,16 mg/kg/dag Bij patiënten met creatinineklaring < 20 ml/min zijn er onvoldoende gegevens en is voorzichtigheid geboden Maximale dosis bij creatinineklaring < 50 ml/min is 27 mg/dag Aandachtspunten Plerixafor wordt op kamertemperatuur bewaard tussen 15-30 C Een ampul plerixafor bevat een heldere, kleurloze tot lichtgele oplossing Eenmaal aangebroken kan een ampul niet worden hergebruikt 11 AFWIJKENDE NIERFUNCTIE AANDACHTSPUNTEN
NL.PLE.13.10.03 versie november 2013