Verpleegkundig protocol plerixafor

Vergelijkbare documenten
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker. Mozobil 20 mg/ml oplossing voor injectie plerixafor

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker. Mozobil 20 mg/ml oplossing voor injectie plerixafor

Patiënteninformatie. Mobilisatieschema (groeifactoren)

Darmkanker. Dit is leukemie

Ustekinumab. (Stelara) Dermatologie

Informatie voor patiënten die Vidaza gebruiken

Autologe stamceltransplantatie in EPD

Stamceltransplantatie

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker Calcitonine-Sandoz 100 IE/ml, oplossing voor injectie en infusie Calcitonine (zalm, synthetisch)

HOVON 114 MM (Multiple Myeloom) / multipel myeloom

De ampullen bevatten de bestanddelen: natriumcarboxymethylcellulose, mannitol en water.

Patiënteninformatie over ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en hoe Increlex daarbij kan helpen

PATIENTENBIJSLUITER: informatie voor de gebruiker CosmoFer 50 mg/ml, oplossing voor injectie en infusie IJzer(III)

dagziekenhuis inwendige geneeskunde Zoledroninezuur

Patiënteninformatie over ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en hoe Increlex daarbij kan helpen

2. Wanneer mag u dit middel niet toegediend krijgen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Injectafer Behandeling

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Venofer 20 mg ijzer per ml Oplossing voor injectie / concentraat voor intraveneuze infusieijzersucrose

Protocol ERA

Eprex oplossing voor injectie IE/1,0 ml

Leukaferese. De procedure die nodig is om stamcellen te verzamelen voor een perifere stamcel transplantatie. - bloedvorming

XGEVA (DENOSUMAB) KANKERCENTRUM UZ GENT. Onco_alg_010

1 injectieflacon Sandostatine 0,2 mg/ml bevat per 5 ml een hoeveelheid octreotide-acetaat, die overeenkomt met 1 mg octreotide.

Lonsurf trifluridine/tipiracil

BIJSLUITER. pagina 1 Bisolnex 1705

35 Bloedarmoede. Drs. P.F. Ypma

Carthadex studie. Bestemd voor de patiënt

Afspraakcodes DC: Dosisreductie:

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER

GAMMANORM 165 mg/ml oplossing voor injectie. Humaan normaal immunoglobuline

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker. Ethymal 250 mg/4 ml, siroop. Ethosuximide

Perifere stamcelferese

Allogene stamceltransplantatie met als voorbereiding Anti-Thymocyten Globuline (ATG), cyclofosfamide en totale lichaamsbestraling (TBI)

Allogene stamceltransplantatie

1. Wat is STROMECTOL en waarvoor wordt het gebruikt? 2. Wat u moet weten voordat u STROMECTOL inneemt. 3. Hoe wordt STROMECTOL gebruikt?

Tocilizumab. Roactemra

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT

Ontwikkelingen voor de behandeling van AL amyloïdose

Kyprolis (carfilzomib) PATIËNTENBROCHURE

Informatie voor de patiënt

Sulfasalazine (Salazopyrine EC, salazosulfapyridine) bij reumatische aandoeningen

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Novaban 2 mg/2 ml, oplossing voor injectie en infusie Tropisetron

PATIËNTENBROCHURE. Imbruvica therapie

Samenstelling: Implantatiestift 'Depot' voor onder de huid (= subcutaan = s.c.) : 6,3 mg busereline-acetaat per stift

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS

Lanreotide bij neuro-endocriene tumoren

XGEVA (DENOSUMAB) KANKERCENTRUM. Onco_alg_010

Novartis Pharma B.V. Arnhem. Sandostatine Informatie voor de patiënt

Trastuzumab (Herceptin )

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Miacalcic 50 IE/ml oplossing voor injectie en infusie Synthetisch zalmcalcitonine

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Venofer 20 mg ijzer per ml Oplossing voor injectie / concentraat voor intraveneuze infusieijzersucrose

Informatie voor de patiënt

Allogene stamceltransplantatie met als voorbereiding Anti-Thymocyten Globuline (ATG), cyclofosfamide en fludarabine

1. Wat is Urfadyn PL en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

HOVON 131 CASSIOPEIA Arm B DARATUMUMAB MAINTENANCE

Informatie longkanker. Informatie voor patiënten met longkanker die behandeld worden met Taxotere.

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Vidaza 25 mg/ml poeder voor suspensie voor injectie Azacitidine

INFORMATIE VOOR DE PATIENT

Behandeling met een bisfosfonaat

1. WAT IS DOTAREM EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT

Bijsluiter: Informatie voor de gebruiker. Instillagel gel steriel, Gel voor urethraal, rectaal en oropharyngeaal gebruik

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Colitofalk 250 mg zetpillen Colitofalk 500 mg zetpillen Mesalazine

Darzalex (daratumumab) PATIËNTENBROCHURE

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERS. DAFALGAN Volwassenen 600 mg zetpillen Paracetamol

BIJSLUITER INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Firazyr 30 mg oplossing voor injectie, voorgevulde spuit Icatibant

HOVON 138, Apollo Arm A, consolidatie fase Therapielijst\ aftekenlijst\aanvraag cytostatica Patiëntgegevens: Datum aanvraag Afdeling 12-NAT 02217

geriatrisch daghospitaal informatiebrochure Injectafer

Glucofleks 595 mg, filmomhulde tabletten glucosaminesulfaat kaliumchloride

Cabometyx - Cabozantinib

PATIËNTEN INFORMATIE. Tocilizumab (RoActemra ) infuus of injecties

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker. Cyklokapron, oplossing voor injectie 100 mg/ml. Tranexaminezuur

GEVORDERDE EERSTE HULP. Shock, Anafylaxie en de EpiPen. Pim de Ruijter. vrijdag 18 oktober 13

Behandeling van ijzertekort

Patiënteninformatie. Zometa - Informatie en toestemmingsverklaring

Hydroxychloroquine (Plaquenil ) bij reumatische aandoeningen

METHOTREXAAT BIJ REUMATISCHE AANDOENINGEN FRANCISCUS GASTHUIS

AL amyloïdose oorzaak, behandeling en nieuwe ontwikkelingen

Transcriptie:

Verpleegkundig protocol plerixafor

Indicatie 3 Werkingsmechanisme 4 Toedieningsschema 6 Dosering per toediening 7 Bijwerkingen 10 Afwijkende nierfunctie 11 Aandachtspunten 11 Dit protocol kwam tot stand in samenwerking met de SIG Hematologie (onderdeel van V&VN Oncologie): Ans Nijntjes, transplantatie coördinator hematologie VUmc; Nicolette Zwinkels, verpleegkundig specialist HagaZiekenhuis; Miriam Gelderloos, transplantatie coördinator UMCG Groningen. Ondersteund door: 2 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR

Indicatie Plerixafor (Mozobil ) wordt gebruikt voor het stimuleren van de mobilisatie van hematopoëtische stamcellen naar het perifere bloed. Plerixafor is geregistreerd voor patiënten met multipel myeloom en lymfoom die in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie, maar bij wie de stamcellen niet goed zijn te mobiliseren. Voor die patiënten komen te weinig stamcellen los uit het beenmerg, zodat er niet voldoende cellen in het bloed aanwezig zijn om geoogst te kunnen worden. Plerixafor wordt in combinatie met G-CSF gebruikt. De HOVON werkgroep stamceltransplantatie heeft een protocol voor de toepassing van plerixafor ontwikkeld. Zie voor de gehele richtlijn www.hovon.nl. Contra-indicatie voor plerixafor is overgevoeligheid voor werkzame bestanddeel en/of hulpstoffen. Het gebruik van plerixafor wordt streng afgeraden bij patiënten met leukemie 3 INDICATIE

Werkingsmechanisme Plerixafor zorgt ervoor dat stamcellen, die normaal in het beenmerg zitten, zich verplaatsen naar de bloedsomloop. Het doel hiervan is dat er meer stamcellen geoogst kunnen worden. Soms is dat nodig als er verwacht wordt dat de opbrengst van stamcellen aan de lage kant is voor de geplande autologe stamceltransplantatie. stamcel CXCR4 SDF-1a beenmerg Afbeelding 1 Stamcellen zitten verankerd in het beenmerg door middel van een binding tussen twee receptoren: CXCR4 op de stamcel en SDF-1a in het beenmerg (afbeelding 1). Plerixafor bindt reversibel (tijdelijk) aan de CXCR4 receptor op de stamcellen en blokkeert daarmee de verbinding van de stamcel met SDF-1a (afbeelding 2). Hierdoor wordt de verankering van de stamcel in het beenmerg verbroken, zodat de cel zich kan verplaatsen naar de bloedsomloop (afbeelding 3). 4 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR

stamcel Mozobil beenmerg Afbeelding 2 bloedvat beenmerg stamcel Afbeelding 3 Plerixafor is geen groeifactor, zoals G-CSF, die voor vermeerdering en uitrijping van de stamcellen zorgt in het beenmerg. Plerixafor is een mobili sator, die ervoor zorgt dat de stamcellen loskomen uit het beenmerg en zich naar het perifere bloed verplaatsen. Plerixafor en G-CSF worden samen gebruikt, zodat beide effecten bijdragen aan het hoogst mogelijk aantal stamcellen in de bloedsomloop. 5 WERKINGSMECHANISME

Toedieningsschema Medicament Dosis Dag 1 Dag 2 Dag 3 Dag 4 Volgende dagen G-CSF 10µg/kg/dag X X X X X Plerixafor 0,24 mg/kg/dag X (X) Aferese X Plerixafor wordt door middel van een subcutane injectie in de buik gegeven Plerixafor wordt gegeven na voorbehandeling met G-CSF van minimaal 4 dagen Twee opties voor mobilisatie: G-CSF alleen: op dag 4 en 5 meting hoeveelheid circulerende CD34+ cellen in het perifere bloed 3 Inzet plerixafor indien CD34+ twee maal < cellen 20 /μl Chemotherapie gevolgd door G-CSF: rond de dag van de te verwachten stamcelcollectie meting van leucocyten en CD34+ cellen in het PB 3 Inzet plerixafor indien op twee dagen: leucocyten> 2x 10 9 en een stijging vertonen, en tevens CD34+ cellen < 20 cellen/μl Plerixafor wordt maximaal drie opeenvolgende dagen gegeven Tijdstip van toediening plerixafor en G-CSF volgens lokale protocollen HOVON protocol voor toepassing van plerixafor zie www.hovon.nl en afbeelding 4 op pagina 8 en 9 6 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR

Dosering per toediening Geadviseerde dosis is 0,24 mg/kg lichaamsgewicht per dag Bepaling van lichaamsgewicht dient maximaal een week voor toediening te zijn Elke ampul bevat 24 mg plerixafor in 1,2 ml oplossing Berekening plerixafor: (0,24 mg x 1,2 ml x gewicht patiënt)/24 mg Maximale dosis is 40 mg/dag Lichaamsgewicht (kg) 50 55 60 65 70 75 80 85 90 Dosis plerixafor (mg) 12 13,2 14,4 15,6 16,8 18 19,2 20,4 21,6 Hoeveelheid (ml)* 0,6 0,66 0,72 0,78 0,84 0,9 0,96 1,02 1,08 *afronden op 1 decimaal 7 DOSERING PER TOEDIENING

Mobilisatie: chemotherapie + G-CSF Mobilisatie: chemotherapie + G-CSF dag verwachte stamcelcollecie WBC > 2 x 10 9 CD34+ < 20/µl JA 2x herhaal de volgende dag Patiënt met lymfoom, multipel myeloom WBC < 50 x 10 9 geen contra-indicaties plerixafor* CD34+ < 20/µl JA 2x dag 4 Mobilisatie: alleen G-CSF (dag1-dag 4) herhaal de volgende dag Mobilisatie: G-CSF Afbeelding 4 schema HOVON protocol voor toepassing van plerixafor * Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel en/of hulpstoffen van plerixafor ** Indien creatinineklaring < 20 ml/min: weinig gegevens beschikbaar 8 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR

NEE 20-50 ml/min Plerixafor 0,16 mg/kg s.c. max 27 mg JA Creatinineklaring > 50 ml/min** Plerixafor 0,24 mg/kg s.c. max 40 mg Toediening plerixafor + G-CSF volgens lokaal protocol JA 2x Patiënt komt in aanmerking voor plerixafor CD34+ telling: > 20 cellen/µl NEE NEE JA Mobilisatie falen JA Kreeg patiënt reeds 2x plerixafor? Aferese Aferese geslaagd JA Opbrengst CD34+ voldoende? Toediening plerixafor + G-CSF Mobilisatie falen NEE, herhaal (max. 2-3 giften plerixafor) 9 TOEDIENINGSSCHEMA

Bijwerkingen Bijwerkingen met verpleegkundige actie Bijwerking Frequentie Verpleegkundige actie Misselijkheid en braken > 10% Diarree > 10% Toediening van anti-emetica volgens afspraak met arts. Dieetadvies Bij ernstige diarree letten op de vochtinname, eventueel medicatie tegen diarree in overleg met arts Hoofdpijn 1-10% Pijnmedicatie in overleg met arts Frequentie < 1%: allergische reacties, vaso-vagale reacties Bijwerkingen volgens bijsluiter Zeer vaak voorkomende bijwerkingen (> 10%): diarree, misselijkheid (ziek voelen), roodheid of irritatie op de injectieplaats. Vaak voorkomende bijwerkingen (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid, zich moe of niet goed voelen, slaapproblemen; flatulentie, constipatie, indigestie, braken; maagproblemen zoals pijn, zwelling of een onaangenaam gevoel; droge mond, verdoofd gevoel rond de mond; zweten, roodheid van de huid, gewrichtspijn, pijn in spieren en botten. Bijwerkingen die soms voorkomen (< 1%): allergische reacties zoals huiduitslag, zwellingen rond de ogen, kortademigheid. 10 VERPLEEGKUNDIG PROTOCOL PLERIXAFOR

Afwijkende nierfunctie Bij patiënten met creatinineklaring < 20-50 ml/min dient de dosis plerixafor met een derde te worden verlaagd tot 0,16 mg/kg/dag Bij patiënten met creatinineklaring < 20 ml/min zijn er onvoldoende gegevens en is voorzichtigheid geboden Maximale dosis bij creatinineklaring < 50 ml/min is 27 mg/dag Aandachtspunten Plerixafor wordt op kamertemperatuur bewaard tussen 15-30 C Een ampul plerixafor bevat een heldere, kleurloze tot lichtgele oplossing Eenmaal aangebroken kan een ampul niet worden hergebruikt 11 AFWIJKENDE NIERFUNCTIE AANDACHTSPUNTEN

NL.PLE.13.10.03 versie november 2013