Milieueffectrapportage actualiteiten

Vergelijkbare documenten
Milieueffectrapportage actualiteiten

Milieueffectrapportage actualiteiten

M.e.r. is altijd in beweging. Marcel Soppe

Inhoud. Te behandelen onderwerpen: 1. Onlosmakelijke samenhang

Per 7 juli 2017 is het Besluit mer gewijzigd

Milieueffectrapportage actualiteiten

Ingezonden bijdrage; De kruimelvergunning en het begrip stedelijk ontwikkelingsproject: voorstel tot een praktische toetsingsmaatstaf

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Datum 27 januari 2016 ECLI:NL:RVS:2016:155

Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht Vereniging voor Milieurecht Marieke Kaajan ENVIR Advocaten

Marcel Soppe 1. Almelo. wordt aangeduid met de afkorting MER.

«JM» Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: Milieueffectrapportage

Actualiteiten ruimtelijke ordeningsrecht 6 oktober 2016

Onderwerp : Verklaring van geen bedenkingen

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Datum 3 juni 2015

Omgevingsvergunning aanleg hoogspanningsverbinding Doetinchem-Wesel 380 kv, mast 3 nummer

Inleiding. Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 21 maart VMR. Marieke Kaajan. Programmatische Aanpak Stikstof Overige actualiteiten

«JM» Milieueffectrapportage

Met ingang van 1 november 2014 is de lijst

PASsend beoordelen. Marcel Soppe

Programmatische Aanpak Stikstof (PAS): ruimte voor bestemmingsplannen?!

Een toetsbestendig Projectplan. vereist een robuuste. m.e.r.-beoordeling of MER

Notitie m.e.r.- (beoordelings)plicht. U it b rei ding Jac ht haven W emeldin g e

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN

Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht. Vereniging voor Milieurecht Marieke Kaajan ENVIR Advocaten

Juridische Handreiking Duurzame Energie & Grondstoffen. Workshop 5 maart 2015 Aster Veldkamp

H o e v e r d e r m e t b e s t e m m i n g s p l a n n e n v o o r h e t l a n d e l i j k g e b i e d n a d e

Studiemiddag De nieuwe Wet natuurbescherming 9 februari 2017

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden: een effectief instrument voor natuurbescherming? Sander Kole. VMR Verdiepingssessie 18 november 2014

Omgevingsvergunning OV

VMR Actualiteitendag 2018 Wabo en omgevingsvergunning voor milieu

Knowledge Portal. M en R 2015/102

Jurisprudentie Omgevingsrecht en Bestuursprocesrecht. Bart-Jan Walraven. Waardenburg, 6 mei 2014

Omgevingsvergunning Verkleinen van de inrichting

Actualiteiten Natuur. Marieke Kaajan

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Beschikking OMGEVINGSVERGUNNING. verleend aan. Suiker Unie Vierverlaten. ten behoeve van de activiteit bouwen en mliieuneutraal veranderen

Besluit Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets. Gooische Bierbrouwerij B.V. Naarderstraat 8 Hilversum

Hoofdlijnen regelgeving inzake milieueffectrapportage

VMR Actualiteitendag Handhaving - beginselplicht 19 maart 2015

Adviescommissie voor. Vreemdelingenzaken. 1. Inhoud van het voorstel. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

JM 2018/963. Stedelijk ontwikkelingsproject: ontwikkelingen in de jurisprudentie GEGEVENS

ECLI:NL:RBNHO:2014:3840

Aanmeldnotitie Besluit Mer

Bijlage 2: M.e.r.-plicht en procedure

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau

Raadsvoorstel. Agendapunt: 12b. Onderwerp: Bestemmingsplan Windturbines Netterden-Azewijn. Portefeuillehouder: wethouder F.S.A.

Raadsvoorstel. Samenvatting

Uitgebreide omgevingsvergunning voor de activiteit(en) het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening en het (ver)bouwen van een bouwwerk


Deelsessie 2 en 2a: Actualiteiten Wabo. Robin Aerts Daniëlle Roelands-Fransen

Veehouderij en volksgezondheid

Actualiteiten ruimtelijke ordeningsrecht. 9 november mr. drs. Hugo Doornhof advocaat bij AKD te

OMGEVINGSVERGUNNING. : het wijzigen van de grens van een inrichting bedoeld voor de zuivering van rioolwater

Raadsvoorstel Weigeren verklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van een woning aan de Nieuwe Achtse Heide 70

BESCHIKKING WIJZIGING OMGEVINGSVERGUNNING. Afvalverwerking Stainkoeln B.V.

de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs

OMGEVINGSVERGUNNING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND

Transcriptie:

Milieueffectrapportage actualiteiten VMR Actualiteitendag 2016 Marcel Soppe

Wet- en regelgeving I I. Wetsvoorstel 34 287 (implementatie herziening mer-richtlijn) op 18 september 2015 bij Tweede Kamer ingediend. Relevante wijzigingen alleen voor zover afwijkend van consultatieversie die vorig jaar aan de orde is geweest; voor het overige zie presentatie vorig jaar mitigerende maatregelen in m.e.r.-beoordeling verankeren in voorschrift m.e.r.-beoordelingsplichtige besluit; nieuw artikel 7.20a lid 1 Wm maakt opname voorschriften in OBM mogelijk

Wet- en regelgeving II mogelijkheid verlenen ontheffing m.e.r.-(beoordelings)plicht indien toepassing m.e.r.-regeling nadelige gevolgen heeft voor doel van de activiteit (nieuw artikel 7.5); cryptische bepaling ontleend aan art. 2 lid 4 herziene m.e.r.-richtlijn m.i. weinig zinvolle bepaling; onvoldoende rekening gehouden met zinsnede in art. 2 lid 4 m.e.r.-richtlijn mits aan de doelstellingen van deze richtlijn is voldaan ; vgl. jurisprudentie HvJ EU over zelfde zinsnede in het voormalige art. 1 lid 4 m.e.r.-richtlijn (thans art. 2 lid 5 m.e.r.-richtlijn): HvJ EU 11 september 2012, zaaknr. C-43/1; ECLI:EU:C:2012:560 (doelstelling alleen behaald als alle relevante milieuinformatie als bedoeld in de m.e.r.-richtlijn reeds is gegenereerd op een met m.e.r. vergelijkbare wijze)

Jurisprudentie - M.e.r. en Natura 2000 I AbRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161 (M en R 2015/105, TBR 2015/167) (bestemmingsplan veehouderij Leende, gemeente Heeze-Leende) als er reeds een passende beoordeling is gemaakt voor een project en dat project 1 op 1 wordt ingepast in het bestemmingsplan behoeft voor dat plan geen nieuwe passende beoordeling te worden gemaakt (artikel 19j lid 5 Nbw 1998); alsdan is er evenmin een plicht tot het opstellen van een plan-mer vanwege artikel 7.2a lid 1 Wm vraag: vormt deze uitspraak wellicht indicatie dat passende beoordeling bij de PAS er onder omstandigheden toe kan leiden dat er voor een bestemmingsplan geen nieuwe passende beoordeling behoeft te worden verricht (als stikstofdepositie enige relevante factor voor Natura 2000 is)? Stel dat voor segment 2-project toestemmingsbesluit is verkregen, is dan sprake van voortzetting plan/project ex art. 19j lid 5 Nbw?

Jurisprudentie - M.e.r. en Natura 2000 II AbRvS 26 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2722 en AbRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2891; bestemmingsplan Buitengebied 2012 ; gemeente Barneveld) als vanwege relativiteit geen succesvol beroep kan worden gedaan op artikel 19j Nbw 1998, dan kan ook niet met succes worden geageerd tegen ontbreken plan-mer vanwege artikel 7.2a lid 1 Wm.

Jurisprudentie - Grensoverschrijdende m.e.r.-projecten AbRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465 (inpassingsplan Inpassingsplan DW380 Doetinchem-Voorst ; ministers van EZ en van I en M) bij een landgrensoverschrijdend project behoeft niet perse één MER voor het gehele project te worden opgesteld, maar kunnen ook twee afzonderlijke MER en worden opgesteld waarbij in de rapporten over en weer wordt aangegeven welke milieueffecten het project aan de andere zijde van de grens kan hebben dat dit betekent dat bepaalde alternatieven niet meer aan de orde kunnen zijn (bijvoorbeeld omdat het ene MER eerder wordt opgesteld dan het ander en de besluitvorming van het ene deel sneller verloopt dan voor het andere), is niet strijdig met de m.e.r.- regelgeving (ook niet met m.e.r.-richtlijn)

als project zich uitstrekt over grondgebied van meer dan één gemeente, dan hoeft ook niet één MER te worden gemaakt; Afdeling merkt op dat het tegenovergestelde standpunt niet met zoveel woorden is geconcludeerd in AbRvS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1470 (bestemmingsplan Buitengebied Valburg 16 (Windturbines A15) ; gemeente Nijmegen) en dat een plicht tot het opstellen van één MER ook niet kan worden afgeleid uit AbRvS 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3931 en AbRvS 29 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7245; dat valt echter zeer te betwijfelen!

Jurisprudentie - Werkingssfeer m.e.r.-regelgeving met betrekking tot mestbe- en verwerking (categorieën D-18-1 en D-18.7) I AbRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457 (M en R 2015/156, JM 2015/120) (bestemmingsplan "Buitengebied", gemeente Oldebroek) de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte recycling is niet begrepen onder onderdeel D-18.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. nu er niet (primair) sprake is van de verwijdering van afvalstoffen. Daarbij kent de Afdeling betekenis toe aan de definities in art. 1.1 Wm. De verrichte vormvrije m.e.r.-beoordeling (vanwege onderdeel D-11.3 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) is niet juist verricht aangezien er geen integrale beoordeling is gemaakt van de mogelijke nadelige milieugevolgen van het plan in relatie tot de selectiecriteria in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn.

Jurisprudentie - Werkingssfeer m.e.r.-regelgeving met betrekking tot mestbe- en verwerking (categorieën D-18-1 en D-18.7) II AbRvS 2 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2744, (JM 2015/121) (bestemmingsplan Buitengebied, correctieve herziening, gemeente Voorst) en Vzr. AbRvS 18 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4016 (m.e.r.-beoordelingsbesluit GS Noord-Brabant) hierin wordt geoordeeld dat de activiteit mestbewerking niet is vermeld in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en dus niet heeft te gelden als een m.e.r.- (beoordelings)plichtige activiteit.

Reactie: aangezien onderdeel D-18.1 geen relatie heeft met de Kaderrichtlijn afvalstoffen, moet het begrip verwijdering van afvalstoffen ruim (en autonoom) worden uitgelegd c.q. mag dit niet worden beperkt door de definities in artikel 1.1 Wm. Ook het nuttig toepassen van afvalstoffen dient m.i. te worden begrepen onder de activiteitomschrijving in kolom 1 van D-18.1. Dit vloeit voort uit (de rechtstreeks werkende) artikelen 2 lid 1 juncto 4 lid 2 juncto bijlage II-2b m.e.r.-richtlijn, over de reikwijdte waarvan het Hof van Justitie een helder arrest heeft gewezen. Zie hieromtrent o.a. mijn annotaties bij AbRvS 19 februari 2014, M en R 2014/80 en Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ASS AWB 12/451, M en R 2014/45. mestbewerking kan bewerken afvalstof zijn (ongeacht of daarvan sprake is van een nuttig toepassing) waardoor er m.i. een m.e.r.- (beoordelings)plicht kan bestaan op grond van onder meer de onderdelen D-18.1 of D-18.7 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

Jurisprudentie - Actualiteit informatie MER AbRvS 10 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1837 (AB 2015/313) (tracébesluit A27/A1 Aansluiting Utrecht Noord-Knooppunt Eemnes-Aansluiting Bunschoten-Spaken ) een MER mag aan het m.e.r.-plichtige besluit ten grondslag worden gelegd ook als het in het MER gebruikte verkeersmodel is geactualiseerd, mits de relevante milieueffecten van de gewijzigde verkeerscijfers inzichtelijk zijn gemaakt en daaruit blijkt dat de conclusies uit het MER valide blijven.

Jurisprudentie - Gaswinning en m.e.r. I AbRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3578 (JM 2016/12, JB 2015/218, NJB 2016/15) (instemmingsbesluit winningsplan NAM Groningen) instemmingsbesluit is geen plan ex art. 19j Nbw 1998; een verplichting om een passende beoordeling op te stellen en daarmee een plan-mer is er daarom niet; de Afdeling is van oordeel dat de aanwijzing van een mijnbouwwetvergunning als het m.e.r.-plichtige besluit in onderdeel C, onder 17.2, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. in overeenstemming is met hetgeen het Hof in het arrest Wells heeft uitgesproken. Gelet op het doel en de strekking van de m.e.r.- richtlijn, ligt het aanwijzen van het instemmingsbesluit als m.e.r.- plichtig besluit niet voor de hand. Gezien de aard van het winningsplan kunnen de onderzochte milieugevolgen immers maar zeer beperkt aan de orde komen, namelijk voor zover deze samenhangen met het risico op bodemdaling.

Jurisprudentie - Gaswinning en m.e.r. II AbRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3578 (JM 2016/12, JB 2015/218, NJB 2016/15) (instemmingsbesluit winningsplan NAM Groningen) mij lijkt de redeneerlijn van de Afdeling niet volledig. Zie hiervoor mijn bijdrage Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet), in P.J.J. van Buuren e.a. [red], Toonbeelden; Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Deventer 2013, pp. 161-163.

Jurisprudentie - M.e.r. en kruimelgevallen I Rechtbank Overijssel 14 januari 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:90 (JM 2016/43) (omgevingsvergunning tijdelijke opvang asielzoekers Wyllanderie; gemeente Dinkelland) de rechtbank is van oordeel dat onderdeel 11 van art. 4 van bijlage II bij het Bor (kruimelgevallenregeling) vanwege art. 5 lid 6 van bijlage II bij het Bor niet van toepassing is indien er sprake is van een activiteit die voorkomt in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Derhalve is niet relevant of de drempelwaarde in kolom 2 wordt overschreden. het oordeel van de rechtbank alsmede de onderbouwing daarvan zijn in lijn met de annotatie van Nijmeijer/Soppe in TBR 2015/113, maar wijkt af van de lijn Minderhoud/Stadig (zie TBR 2015/25); Minderhoud /Stadig vinden dat art. 5 lid 6 van bijlage II bij het Bor voor wat betreft onderdeel D bijlage Besluit m.e.r. zo moet worden uitgelegd dat deze enkel van toepassing is wanneer de drempelwaarde in kolom 2 van D- 11.2 wordt overschreden dan wel wanneer de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben.

Jurisprudentie - M.e.r. en kruimelgevallen II afwachten wat de Afdeling bestuursrechtspraak gaat doen bij lijn rechtbank: beperkt interpreteren van de activiteitcategorie in onderdeel D. Dat doet ook de rechtbank. Een verbouwing van een voormalig hotel tot (tijdelijk) asielzoekerscentrum met maximaal 230 asielzoekers is volgens haar niet op een lijn te stellen met een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van D-11.2 bijlage Besluit m.e.r. Een onderbouwing blijft achterwege. Resultaat is wel dat de omgevingsvergunning overeind blijft.

Dank voor uw aandacht! Soppe Gundelach Witbreuk advocaten Postbus 239 7600 AE Almelo T: 0546-898246 F: 0546-457941 Marcel Soppe M: 06-53268414 E: m.soppe@soppegw.nl