ANTWOORDEN HOOFDSTUK 1

Vergelijkbare documenten
Antwoorden Economie H1; Productie en Productiefactoren (Present)

Je hebt het recht om tot 14 dagen na levering van de koop af te zien. De koopovereenkomst kan ongeldig worden verklaard als:

ECONOMIE. Begrippenlijst H3 VMBO-T2. PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw. Bewerkt door D.R. Hendriks. Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn

Samenvatting Economie Hoofdstuk 4

Als ik 3% rente krijg, heb ik na een jaar 6,- verdiend. Ik bezit dan 200,- + 6,- = 206,-

Een product begint als grondstof en daarna word het verwerkt tot een eindproduct.

EXTRA. 4,20 Ymkje 24,05. 5,55 Barbara 20,15 22,75 25, = 55 Ontvangsten in natura en loon van januari.

Lesbrief Rekonomie havo 2 e druk

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5+6

Samenvatting Economie Levensloop Hst. 2/3/4

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

ALGEMENE ECONOMIE /03

In Nederland zijn het klimaat en het landschap zeer geschikt voor veeteelt. Logisch dat we veel koeien houden en melkproducten maken.

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.

Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6

Examen VMBO-BB 2005 ECONOMIE CSE BB. tijdvak 1 donderdag 2 juni uur Versie vaststelling. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Planner hoofdstuk 1 invullen en kies voor leerroute A, B of C.. (minimaal paragraaf 1 t/m 4 maken) Geplande activiteiten van les 1 en 2 uitvoeren.

6,2. Werkstuk door een scholier 1803 woorden 11 april keer beoordeeld. Inleiding

Samenvatting Economie Hoofdstuk 2

ECONOMIE VOOR VMBO BOVENBOUW. 3 vmbo - (k)gt ANTWOORDENBOEK

Oefentoets Klas: havo 3 / vwo 3

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.

Eindexamen economie vmbo gl/tl II

Samenvatting Economie Inkomen Hoofdstuk 1 t/m 3

ANTWOORDEN HOOFDSTUK 5

7,5. Samenvatting door een scholier 1363 woorden 7 februari keer beoordeeld. Lesbrief: Arbeidsmarkt. Hoofdstuk 1: De arbeidsmarkt op

Samenvatting Economie Lesbrief Arbeidsmarkt

Examen HAVO. Economie 1

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

[zelf op te maken en in te vullen > denk hierbij aan het tonen van een foto en/of logo van de bank, je naam etc.

CONCEPT. Venster 1 - Klanten

Opnamekosten Boeterente, indien je je geld eerder opneemt dan de afgesproken looptijd dan moet je een boete rente betalen.

Lesbrief Kopen en Werken 2 e druk Hoofdstuk 4 Kopen is kiezen 4.1 Contant betalen, betalen met pinpas en betalen met chipknip.

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2003-I EXAMEN: 2003-I

Samenvatting Economie Werk hoofstuk 1 t/m 3

Eindexamen economie 1 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2002-I

Lesbrief Vraag en Aanbod 1 e druk

Kees begint voor zichzelf (of niet)!

Praktische opdracht Economie Inflatie

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

Eindexamen economie vwo I

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-I

aanbod van arbeid: alle mensen tussen de 15 en de 65 die willen, kunnen en mogen werken. (werknemers, zelfstandigen en werklozen)

De rente stijgt: welke gevolgen heeft dat voor u?

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

Eindexamen economie havo I

Ruilen over de tijd (havo)

Samenvatting Management & Organisatie Hoofdstuk 5, Marketingbeleid

Economie Pincode klas 4 vmbo-gt 6 e editie Samenvatting Hoofdstuk 3: We gaan voor de winst Exameneenheid: Arbeid en productie

Een ondernemingsplan voor een duurzaam product of dienst

Kaarten module 4 derde klas

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 2

Eco samenvatting; hs 2 + 5


Eindexamen economie 1 havo 2003-II

Hoofdstuk 1 Onderneming

Examenopgaven VMBO-BB 2003

Examen VMBO-BB. economie CSE BB. tijdvak 1 vrijdag 25 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

LESPAKKET DE 9 LEVENS VAN VAN BOMMEL

Economie Pincode klas 4 vmbo-gt 6 e editie Samenvatting Hoofdstuk 4: Aan het werk! Exameneenheid: Arbeid en productie

WONEN MET EEN GROEN WOONT ENERGIE NEUTRAAL COMFORTABEL WONEN EN TOCH GELD BESPAREN. Lodewijk Hoekstra NIEUW! DE ENERGIE-EXPERT Steeds meer

Indexcijfer productie= indexcijfer werkgelegenheid x indexcijfer arbeidsproductiviteit 100

Vraag Antwoord Scores

Hoofdstuk 5 4e klas GT

Eindexamen economie havo I

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 3: Een eigen bedrijf

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC)

Micronieveau: dat wil zeggen naar de productie van een bedrijf of het inkomen van een huishouden

ANTWOORDEN OPGAVEN HOOFDSTUK 2

Antwoorden stencils OPGAVE pond. (36,41%) 1,48 miljard als het BNP in procenten harder is gestegen dan het bedrag in ponden in procenten

Economie 1. Doelgroep Economie 1. Omschrijving Economie 1

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector

Thema 1 Pizzeria. Deel 1 Consumptie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2003-I EXAMEN: 2003-I

Eindexamen economie havo I

economie voor vmbo leerwerkboek 2 vmbo-basis A deel

H1: Economie gaat over..

Samenvatting Economie Lesbrief Arbeidsmarkt H1 t/m H4

Samenvatting Economie Consument & Producent

Examen Burgerschap. Naam kandidaat : Kandidaatnummer : Examenplaats : Examendatum :

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25

Samenvatting Economie Arbeidsmarkt & inkomen

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen

7,3. Werkstuk door een scholier 2076 woorden 22 oktober keer beoordeeld. Aardrijkskunde

18.1 Intro. ANTWOORDENBOEK Cijfers in orde 1. b 1366 c d 81 e 111 f g 20 miljoen h i 51,3 j 225

Hoofdstuk 5 4e klas GT

Eindexamen economie compex vmbo gl/tl I. De goedkoopste auto van Nederland

Examen Burgerschap. Naam kandidaat : Kandidaatnummer : Examenplaats : Examendatum :

Examen VMBO-GL en TL COMPEX

Transcriptie:

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 1 VAN ZAKGELD NAAR INKOMEN ANTWOORDEN HOOFDSTUK 1 TOETS 1 VAN ZAKGELD NAAR INKOMEN 1 Theo, want 10 + 15 is meer dan 12 + 11. 2 B 3 B 4 Bijv. haar loon. 5 A 6 15 + 5,25 52 : 12 = 37,75 7 5 19,50 12 : 52 = 0,50 8 3,75 52 : 12 + 15 + 12 : 3 = 35,25 9 25 + 59 = 84 10 C 11 E 12 86 25 + 25 60 + 38 149 = 9.312 13 D 14 D 15 B 16 40 2,89 = 115,60 17 C 18 640 + 640 : 100 2,75 = 657,60 19 D 20 Rente 1.500 : 100 2,4 = 36; rente en premie 36 + 36 : 100 20 = 43,20. 21 A 22 Voor het werk van Suzanne is speciaal talent en een lange opleiding nodig, voor het werk van Liselotte geldt dat veel minder. 23 Bijv. door meer ervaring, of een dienstjaar erbij kom je op een hogere trede. 24 C TOETS 2 VAN ZAKGELD NAAR INKOMEN 1 A 2 De waarde van de inkomsten in natura (het gebruik van de auto van de zaak) moet vergeleken worden met de reiskostenvergoeding. Dat is lastig. 3 A 4 C 5 A 6 7,50 26 12 : 52 = 1,50 7 30 6,60 52 : 12 = 1,40 8 4,50 + 18,20 12 : 52 + 26 : 13 = 10,70 9 1.931 1.816 = 115 10 1.854 1.443 = 411 11 B 12 B 13 B 14 D 15 D 16 4 38 3,82 = 580,64 17 C 18 560 : 100 2,2 = 12,32 19 D 20 1.040 + 1.040 : 100 2,5 = 1.066 21 D

22 Bijv. het werk van een politieagent is gevaarlijker; of moeilijker. 23 Bijv. het werk is moeilijker, er is meer opleiding vereist. 24 A VMBO-KGT ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 1 VAN ZAKGELD NAAR INKOMEN

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 2 THUIS EN BUITENSHUIS ANTWOORDEN HOOFDSTUK 2 TOETS 1 THUIS EN BUITENSHUIS 1 B 2 Door te produceren, bijvoorbeeld door zijn band te plakken. 3 1 consumeren; 2 produceren. 4 B 5 Iemand die de was ophangt of in de droogtrommel doet. Ook: (onbetaalde) arbeid. 6 Bijv. als je werk wat je niet zelf kunt doen, toch gedaan wilt hebben. 7 49,50 2 12 3 = 22,50 8 1½ 40 : 5 = 12 9 B 10 B 11 Slapen en overig. 12 (8 + 3) (7 + 2) = 2 uur per dag. 13 Productie in bedrijven is betaald en de productie thuis is onbetaald. 14 1b, 2c, 3a. 15 Kapitaalgoederen. 16 D 17 B 18 Arbowet. 19 Meetellen in haar familie. 20 B 21 C 22 211 205 = 6 : 17 = 0,353 miljard kilo = 353 miljoen kilo. 23 C 24 1b, 2c, 3a. TOETS 2 THUIS EN BUITENSHUIS 1 A 2 B 3 Produceren. 4 Zij moeten kiezen uit hun behoeften. 5 De natuur. 6 Bijv. hij krijgt meer vrije tijd (ook: een schildersbedrijf levert beter werk af). 7 2 2,10 2 1,30 0,10 = 1,50 8 4.000 90 6 30 35 10 25 6 10 1,50 310 = 2.905 9 C 10 Het aantal meisjes is één hoger dan het aantal jongens. 11 400 : 100 25 = 100 12 25% + 5% = 30% 13 De productie van een bedrijf is gericht op de klanten van het bedrijf en de productie thuis is gericht op het eigen gezin. 14 De natuur. 15 De dansvloer, de geluids- en lichtinstallatie. 16 Bijv. apparatuur om nieuwe, betere ijsjes te kunnen produceren. 17 Bijv. het is soms zwaar werk. Ook: hij werkt samen met een collega. 18 Arbowet. 19 D 20 10% + 18% + 35% + 11% = 74%; 4500 : 100 74 = 3330 werknemers. 21 A 22 213 205 = 8 : 7 = 1,143 miljard kilo = 1143 miljoen kilo.

23 C 24 1c, 2b, 3a. VMBO-KGT ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 2 THUIS EN BUITENSHUIS

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 3 DE WINKEL IN ANTWOORDEN HOOFDSTUK 3 TOETS 1 DE WINKEL IN 1 B 2 Productbeleid. 3 Promotiebeleid. 4 1b, 2d, 3a, 4c. 5 900.000 400.000 300.000 = 200.000 6 16.800 7.200 10.200 = 600 (verlies) 7 B 8 D 9 Brutowinst 26.250 20.475 = 5.775; in procenten van de omzet 5.775 : 26.250 100 = 22%. 10 Brutowinst 180.000 108.000 = 72.000; in procenten van de omzet 72.000 : 180.000 100 = 40%. 11 Stijging van de omzet 187.500 150.000 = 37.500; in procenten van de omzet 37.500 : 150.000 100 = 25%. 12 Stijging van de omzet van Angelo 149.850 135.000 = 14.850; in procenten van de omzet 14.850 : 135.000 100 = 11%; zijn omzet is meer gestegen dan met 8% (de gemiddelde stijging). 13 75 + 81 + 76 + 105 + 68 = 405 m 2 ; 15 + 18 + 16 + 20 + 12 = 81 arbeidsuren; 403 : 81 is 5 m 2 per arbeidsuur. 14 A 15 Door meer ervaring. 16 De arbeidsproductiviteit stijgt. 17 Het fruitbedrijf. 18 Eindproducten kopen en deze doorverkopen aan winkels. 19 3 en 7. 20 Toegevoegde waarde per liter 0,55 0,40 = 0,15; de dagproductie 250 000 0,15 = 37.500. 21 D 22 Verschil in euro s 14,04 9,75 = 4,29; in procenten 4,29 : 9,75 100 = 44%. 23 C 24 C TOETS 2 DE WINKEL IN 1 B 2 Productbeleid. 3 Bijv. meer klanten trekken zodat de totale verkoop stijgt. 4 De marketingmix. 5 145.000 100.000 14.000 = 31.000 6 135.000 45.000 98.000 = 8.000 (verlies) 7 D 8 162.000 + 68.000 + 50.000 = 280.000 9 In euro s 300.000 216.000 = 84.000; in procenten van de omzet 84.000 : 300.000 100 = 28%. 10 In euro s 320.000 60.000 180.000 = 80.000; in procenten van de omzet 80.000 : 320.000 100 = 25%. 11 In euro s 193.500 180.000 = 13.500; in procenten van de omzet 13.500 : 180.000 100 = 7,5%. 12 D

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 3 DE WINKEL IN 13 90 + 140 + 150 + 130 = 510 klanten; 3 + 3 + 6 + 5 = 17 arbeidsuren; 510 : 17 is 30 klanten per arbeidsuur. 14 Bijv. door een prijsdaling van de reparaties. Ook: door een betere kwaliteit van de reparaties en een snellere reparatie. 15 Bijv. iemand kan zijn baan kwijtraken. 16 C 17 Een bedrijfskolom. 18 De suikerfabriek. 19 3 5 1 4 2 20 Per kilo 4,50 3 = 1,50; per 15 kilo 15 1,50 = 22,50. 21 C 22 Mayonaise: 1,33 0,95 = 0,38; 0,38 : 0,95 100 = 40%. Boter: 2,04 1,50 = 0,54; 0,54 : 1,50 100 = 36%. Dus mayonaise. 23 Door ze apart in te zamelen en te recyclen. 24 B

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 4 KOPEN EEN KUNST ANTWOORDEN HOOFDSTUK 4 TOETS 1 KOPEN EEN KUNST 1 30,60 + 10 = 40,60 2 Bijv. op de gebruikersmogelijkheden, want ze moeten pannen kopen die geschikt zijn voor een keramische kookplaat. 3 D 4 A 5 850 000 : 2 = 425 000 : 100 31 = 131 750 20 = 2.635.000 6 Walter, Sanne en Myra. 7 Het misleiden van de consument. 8 B 9 Zakgeld in de vorm van een vast bedrag per maand komt vaker voor dan een vast bedrag per week. 10 100% 65% 20% = 15% 11 C 12 35 1.000 25 1.000 = 10.000 13 D 14 Ectron Economy. 15 Bijv. ze zijn veel duurder dan de andere lampen. Ook: ze hebben een lagere lichtopbrengst en ze starten traag op. 16 D 17 In de algemene voorwaarden. 18 Nee, want hij moet een deugdelijk product leveren. 19 Nee, als de winkelier de kast wil repareren of vervangen, moet hij dat accepteren. 20 B en D 21 D 22 Aan een milieukeurmerk. 23 Bijv. door het afval zo veel mogelijk gescheiden in te leveren. 24 Bijv. er zijn voldoende klanten voor scharreleieren. TOETS 2 KOPEN EEN KUNST 1 50 + 60 = 110 2 a2, b3, c1. 3 C 4 A 5 De uitgaven van de meisjes 850 000 : 2 = 425 000 : 100 61 = 259 250 10 = 2.592.500. 6 Jongeren hebben invloed op veel uitgaven thuis. 7 Bijv. ze mag geen schadelijke producten aanprijzen. 8 16 tot 22 jaar. 9 B 10 D 11 Hoe ouder de scholier, hoe hoger de inkomsten. 12 Met 16 10 8 10 = 80 per maand. 13 De Consumentenbond. 14 Lenco DVP-706/2. 15 Nee, want een hogere prijs betekent niet altijd een betere kwaliteit. 16 D 17 Haar rechten als koper en de plichten van de verkoper die ontstaan door de koopovereenkomst. 18 Als je iets koopt, zit je eraan vast (de koopovereenkomst is al gesloten).

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 4 KOPEN EEN KUNST 19 Nee, als de winkelier de spelcomputer wil vervangen of repareren, moet ze dat accepteren. 20 Ja, de verkoper heeft geen deugdelijk product geleverd. 21 C 22 Bijv. als de rage over is, worden deze speeltjes meestal weggegooid. 23 Er is een betere recycling van het glas mogelijk. 24 De verkochte spullen worden langer gebruikt en voorlopig niet vernietigd.