VERGROOT JE PERSPECTIEF Beleidsplan CZO 2015 2018 1
0. Voorwoord Voorliggend beleidsplan is opgesteld om de beleidsontwikkeling van het College Zorg Opleidingen (CZO) voor de komende beleidsperiode richting te geven. Er is gekozen voor een korte en bondige manier van beschrijven, om de leesbaarheid te vergroten en om de lezer in zo kort mogelijk bestek zo veel mogelijk te informeren. 1. Uitgangspunten 1.1. Positie en sterkte Het CZO bestaat sinds 2003, is in 2009 een zelfstandige stichting geworden en heeft als primaire taak het toezien op de kwaliteit van de zorgopleidingen. Hiervoor is een constructie gekozen waarbij het CZO in goed overleg met de twee brancheverenigingen, NFU en NVZ: opleidingen toelaat en daarmee eigenaar is van het deskundigheidsgebied, de eindtermen en de toelatingscriteria die hiermee verbonden zijn; zorginstellingen en theorieaanbieders beoordeelt t.a.v. hun kwaliteit in het opleiden; studentenregistratie voert en diploma s verstrekt; zorgt voor levering van ken- en stuurgetallen. Op basis van deze gegevens is outputfinanciering (FZO) mogelijk. Tevens kunnen deze gegevens gebruikt worden voor algemeen strategisch beleid en capaciteitsramingen. Als spin off van deze vier functies is het CZO veelvuldig in een adviesrol betrokken bij ontwikkelingen inzake opleiden, financiering, capaciteit, spreiding etc. De onder het CZO ressorterende opleidingen worden hoog gewaardeerd bij de werkgevers. Dit komt vooral door de praktijkgerichtheid van de opleidingen en het brede draagvlak dat dientengevolge bestaat. Dit laatste wordt niet in het minst veroorzaakt door de a priori keuze om het deskundigheidsgebied en de eindtermen te laten bepalen door een opleidingscommissie per opleiding. Deze opleidingscommissies zijn tripartiete samengesteld vanuit werkgevers, beroepsgroep en opleiders. 1.2. Ontwikkelingen De zorgsector staat voor grote veranderingen. Allerlei adviesorganen melden het, tijschriften publiceren erover en bij het Zorginstituut Nederland wordt een nieuwe beroepenstructuur en opleidingscontinuüm ontwikkeld. En hoeveel tekst er ook gebruikt wordt, allen wijzen dezelfde kant op: (dubbele)vergrijzing, eigen kracht en eigen regie als uitgangspunt, ontschotting, extramuralisatie, accent op preventie, versterking eerste lijn, exponentiële groei van digitale mogelijkheden, toename invloed technologie, financiering op basis gezondheidswinst, vermijden perverse prikkels, flexibiliteit van arbeidsmarkt en een hierop afgestemd opleidingssysteem. Dit alles betekent dat gespecialiseerde zorg zal blijven, maar zorgverlening zich steeds meer buiten de muren van het ziekenhuis zal afspelen, in een generalistisch perspectief wordt geplaatst en dat continu ontwikkelingsgericht opleiden voor het CZO een steeds belangrijker beleidsuitgangspunt wordt. 2
2. Beleidsontwikkeling 2.1. Wat willen we bereiken? Het CZO stimuleert en ontwikkelt praktijkgericht onderwijs waar patiënten, professionals en werkgevers baat bij hebben; extern- en ontwikkelingsgerichte, inspirerende benaderingswijzen; professionele kaders, toezicht en advies. Het CZO is in 2018 daarom een organisatie die de kwaliteit van het beroepsonderwijs in de zorgsector professioneel benadert; onder echte kwaliteit niet alleen toezicht maar ook advies en inspiratie verstaat; zich hierbij richt op de volle breedte van de sector; heldere, begrijpelijke en acceptabele normen hanteert; minimale administratieve lasten genereert; gezien wordt als hèt kwaliteitsinstituut inzake praktijkgericht leren; gerenommeerd, gewaardeerd en inspirerend is binnen en buiten de zorgsector. 2.2. Waar houden we aan vast Vaste waarde bij het CZO is de overtuiging van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opleiden. Stakeholders van het opleiden zijn het werkveld, de beroepsgroep en de opleiders. Het CZO houdt dan ook onverkort vast aan de paritaire samenstelling van opleidingscommissies. Het gebruik van de CanMeds als regulerende structuur voor formulering van deskundigheidsgebied en eindtermen bevalt goed en sluit aan bij andere beroepsgroepen in het veld. Met een kleine ondersteunende bureauorganisatie verbindt het CZO een brede groep van uit het werkveld afkomstige inhoudsdeskundigen. Deze werkwijze garandeert een hoge mate van betrokkenheid, actualiteit en praktijkgerichtheid. En levert bovendien tegen relatief lage kosten een effectieve vorm van toezicht op. De studentenregistratie en diplomaverstrekking door het CZO geeft patiënten, professionals en werkgevers de zekerheid dat een landelijk dekkend en kwalitatief verantwoorde en praktijkgerichte opleiding is gevolgd en afgerond. 2.3. Erkenning, toezicht en stimulans In 2013 is besloten het toezicht te actualiseren en is een principebesluit genomen over de manier waarop. In 2014 wordt dit verder uitgewerkt en geïmplementeerd. Vanaf 2015 zal een systeem gebaseerd op high trust, high penalty worden gehanteerd. Dit wordt vormgegeven in een korte en met digitale middelen ondersteunde aanvangserkenning, gevolgd door een praktijkbezoek op basis van peer review. De praktijkbezoeken hebben een tweeledig doel: Allereerst waarheidsvinding en controle of de zorginstelling of het opleidingsinstituut voldoet aan de normen en in de initiële procedure vermelde gegevens kloppen. Indien dit zo blijkt te zijn gaat de auditcommissie een volgende fase in en richt zij zich op verbetering en advies. Hierbij staan vragen en ervaringen vanuit de zorginstelling centraal, maar ook ongevraagd advies hoort tot de mogelijkheden. Het CZO stelt zich hiermee op in de geest van een leraar, die niet alleen onderwijst en toetst maar ook oog heeft voor ontwikkeling, belemmeringen en stimuleren van groei. 3
2.4. Verbreden bereik Zoals in de inleiding beschreven bevindt de zorgsector zich in een snelle ontwikkeling. Dit betekent onder andere dat zorg die tot voor kort alleen in ziekenhuizen kon worden verleend, steeds meer op andere plaatsen wordt aangeboden, meestal extramuraal. Gespecialiseerde beroepsbeoefenaars zullen in toenemende mate hun werk buiten de ziekenhuizen uitvoeren. Dit betekent dat het opleidingsfocus mee zal gaan naar de plaats waar de zorg wordt verleend en waar het praktijkgerichte leren plaatsvindt. Dit heeft tot gevolg dat opleidingen qua inhoud zullen veranderen en dat, naast het praktijkleren in de klinische setting, ambulante of semimurale praktijkperiodes zullen worden toegevoegd. Het is mogelijk dat opleidingen een geheel ambulant focus krijgen. Dit zal uiteraard per opleiding worden bepaald. Om tegemoet te komen aan de veelvuldige vraag naar erkenning door het CZO zal worden nagegaan of ontwikkeling van een tweede label voor opleidingen en cursussen die buiten de eerste tranche van toelatingscriteria vallen wenselijk is. 2.5. Clustering en flexibilisering In de achter ons liggende beleidsperiode zijn steeds meer gespecialiseerde opleidingen tot het CZO toegelaten. Deze bestaan bijna allemaal als opleiding op zich en hebben geen organisatorische band of inhoudelijke koppeling met elkaar. De praktijk in de zorginstellingen leert echter dat verschillende combinaties van specialismen bestaan. Het is om deze redenen wenselijk dat de huidige CZO opleidingen meer geclusterd worden en in een logische verhouding tot elkaar worden geplaatst, als gevolg waarvan door- en uitstroom bevorderd wordt en mensen flexibeler inzetbaar worden. Uitgaande van het snelle ontwikkelingstempo in de zorgsector zal in dit proces tevens worden nagegaan of andere typen van clusters en/of opleidingen nodig zijn, bijvoorbeeld een opleiding integrale zorg en/of consulentschap. Er worden de volgende clusters en hun onderlinge samenhang voorzien: CLUSTER FASE PARAMEDISCH OK ACUUT GEZIN EN KIND LANGDURIG 2e vervolg vervolg gc dip gips kp sps ambulance ic seh icn ick ve uitstroom acute zorg obs kinder onc neuro geri dia mdl basis (cc, mc, rec) gezin en kind chronische zorg uitstroom rdl rtl initieel kca basis radiologie toelichting afkortingen, zie bijlage oa am Binnen deze clusters zal een logisch samenhangend stelsel van deskundigheidgebied en eindtermen worden opgemaakt, zodat in-, door- uitstroom van de ene naar de andere opleiding zo veel mogelijk wordt gefaciliteerd. Op deze wijze wordt enerzijds recht gedaan aan het specialistische karakter van de opleiding, maar wordt tegelijk de gezamenlijkheid gevonden en beter aangesloten bij de praktijksituatie in de zorginstellingen. 2.6. Continuïteit van opleiden In de huidige missie en visie van het CZO wordt naast toezicht op kwaliteit ook toezicht op continuïteit van opleiden en opleidingsvolume genoemd. Tot op heden is aan dit aspect nauwelijks aandacht besteed door het CZO. Wel leverde het CZO gegevens aan de brancheverenigingen, het ministerie, Prismant en het Capaciteitsorgaan. Op basis hiervan deden zij uitspraken over volume. Het CZO zal in de beleidsperiode het aspect continuïteit nader uitwerken en dit ofwel in samenspraak met een ander orgaan uitvoeren, dan wel zelf voor de benodigde output zorgen. 4
2.7. Niveauerkenning Het is van belang de positie van de initieel opgeleide studenten te verbeteren door hun opleidingen van een niveauerkenning te voorzien. In 2014 is het CZO door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF (Netherlands Qualification Framework) gevalideerd. Dit betekent dat de onder het CZO ressorterende opleidingen ingedeeld kunnen worden in het landelijke en Europese kwalificatieschema. Hierdoor krijgen deze opleidingen een duidelijker positie in het opleidingscontinuüm. De opleidingen tot operatieassistent, anesthesiemedewerker, radiologisch laborant en radiotherapeutisch laborant zullen in 2015 ter beoordeling aan het NLQF worden voorgelegd. Vanaf 2016 zullen ook de andere opleidingen in een geclusterde vorm worden voorgelegd. 2.8. Concentratie van toezicht In het perspectief van clustering en uitbreiding van bereik is het beleid van het C ZO er op gericht om ten behoeve van de zorgsector het toezicht te concentreren en alle relevante opleidingen binnen het bereik van het CZO te brengen. Dit betekent dat ingezet wordt om ontbrekende opleidingen onder het CZO toezicht te plaatsen en waar nodig en moge lijk samenwerkingsverbanden aan te gaan met verwante organisaties, zoals die rondom opleiding diabetesverpleegkundige en longverpleegkundige In dit kader zullen de toelatingscriteria van het CZO worden herzien. 2.9. Afstemming regulier onderwijs In de afgelopen periode zijn door het werkveld de eerste stappen gezet naar integratie tussen CZO-opleidingen en het reguliere HBO-onderwijs. Het meest in het oog springend is daarbij de technische variant die bij Hogeschool Zuyd en Hogeschool Fontys is ontwikkeld. Het ligt in de rede te verwachten dat meer opleidingen die tot voor kort tot het CZO domein behoorden een variant binnen het MBO of HBO krijgen. Het CZO juicht dit soort vormen van samenwerking en integratie toe en wil meewerken aan realisatie ervan. Hierbij staan het praktijkperspectief, de trits opleiden beroep functie en de CZO normen t.a.v. praktijkgericht opleiden als een conditio sine qua non. 2.10. Export visie en werkmodel Het CZO heeft expliciet geformuleerd dat opleiden praktijkgericht en in samenspraak tussen werkveld, opleiders en beroepsgroep dient te gebeuren. Dit gedachtegoed is lang niet overal gebruikelijk. Het CZO zet zich ervoor in om deze visie op opleiden te bevorderen en waar mogelijk invloed en medezeggenschap te gebruiken deze visie uit te dragen. 3. Organisatie en besturing 3.1. Gevolgen voor besturing De uitbreiding naar andere werkvelden heeft gevolgen voor de besturing van het CZO als geheel. Gespecialiseerde opleidingen waren het domein van ziekenhuizen, georganiseerd in de brancheorganisaties NFU en NVZ. Het is wenselijk om het besturingsdomein ook te verbreden. Het meest voor de hand liggend is uitbreiding naar de brancheorganisatie waar de eerstelijnszorg georganiseerd is, ActiZ en de LHV, maar ook de VGN en GGZ Nederland zijn in beeld. Het is belangrijk dat de vorm de inhoud volgt. Daarom zal op termijn nagegaan worden of de beleidsvisie die ten grondslag ligt aan de paritaire samenstelling van de opleidingscommissies meer doorgetrokken kan worden in de besturing en gouvernance van het CZO. 3.2. Gevolgen voor samenwerking en organisatie In de hierboven genoemde zorgsectoren zijn momenteel deels met het CZO vergelijkbare organisaties actief, zoals SBB (voorheen Calibris) en CONO. Indien aangetoond is dat meerwaarde ontstaat bij (intensivering van) samenwerking, zal het CZO dit proces actief aangaan en bevorderen. 5
3.3. Interne organisatie Het CZO ziet zichzelf primair als toezichthouder op de kwaliteit van het onder haar ressorterende onderwijs. De visie is dat dit het best gebeurt van, voor en door de sector(en) zelf. Dit betekent een keuze voor een platte, op toezicht en waar mogelijk dienstverleningsgerichte organisatie, die participatie aangaat en versterkt. De nieuwe erkenningssystematiek betekent voor de opleidingscommissies een verandering van werken. Zij groeien van beoordelings- naar beleidscommissie. Dit groeiproces zal geleidelijk verlopen en van de beleidsadviseur aandacht en tijd vergen. De CZO website zal een ontmoetingsplek worden voor belanghebbenden en geïnteresseerden op zowel individueel als organisatieniveau. Er zal een passend instrument worden gebouwd. Er wordt vanuit gegaan dat het CZO met twee functieniveaus kan blijven werken: beleidadviseurs en secretaresses. Er wordt zoveel mogelijk in vaste koppels gewerkt. Iedere functionaris heeft naast de primaire taak een extra taak over verantwoordelijkheid, zoals juridische zaken, ICT, kwaliteitszorg etc. Hierdoor ontstaat voldoende functierijkdom om het werk aantrekkelijk te houden. Bovendien is voor de buitenwereld helder wie voor welk onderwerp aanspreekpunt is. Dit alles betekent dat hoge integriteitseisen worden gesteld en dat een medewerker bij het CZO zich bewust is van de omgeving, de politieke lading ervan en de mogelijke effecten van zijn/haar gedrag. 3.4. Financieel beleid Het CZO steunt in zijn huidige vorm op financiële bijdragen vanuit NVZ, NFU en het ministerie van VWS. Daarnaast heeft het CZO een beperkte private inkomensstroom. De gewenste verbreding naar branches buiten de ziekenhuizen zal extra middelen met zich meebrengen. Het CZO kan de beleidsvoornemens daarom uitvoeren onder handhaving van de huidige bijdragen vanuit de brancheorganisaties NFU en NVZ. Het CZO is momenteel financieel gehuisvest in een zgn. constructie kosten voor gem ene rekening. Deze constructie heeft aanzienlijke nadelen. In nauw overleg met de belastingdienst en de betalende brancheorganisaties zal een betere fiscale constructie worden gevonden. 3.5. Toezicht op toezicht Om de positie als toezichthouder te legitimeren is het wenselijk dat het CZO zelf onderwerp van onafhankelijk toezicht wordt. Er wordt gezocht naar een bij ontwikkelingsgerichte vorm van kwaliteitstoezicht passend label of organisatie. Doel is te komen tot erkenning door de Raad voor de Accreditatie. Utrecht, 27 oktober 2014 6
Bijlage: Afkortingen am cc dia dip cg geri ic ick icn kca kp mc mdl oa obs onc rdl rec rtl she sps ve anesthesiemedewerker cadiaccareverpleegkundige dialyseverpleegkundige deskundige infectiepreventie genetisch consulent geriatrieverpleegkundige intensivecareverpleegkundige intensivecare-kinderverpleegkundige intensivecareverpleegkundige neonatologie klinisch chemisch analyst klinisch perfusionist mediumcareverpleegkundige maagdarmlever-verpleegkundige operatieassistent obstetrieverpleegkundige oncologieverpleegkundige radiodiagnostisch laborant recoveryverpleegkundige radiotherapeutisch laborant spoedeisendehulpverpleegkundige sedatiepraktijkspecialist verpleegkundig endoscopist 7