sprotocol U hebt beslist om in overleg en via bemiddeling naar een akkoord te zoeken. Een bemiddelaar is vooral begaan met de manier waarop u praat en onderhandelt. Hij zorgt ervoor dat u kunt samenwerken. Een bemiddelaar is de manager van uw onderhandelingen. Hij zorgt ervoor dat u niet ontspoort. Hij helpt u om via bemiddelingsregels efficiënt en gelijkwaardig te onderhandelen. Deze regels in dit bemiddelingsprotocol bepalen dat elke betrokkene die deelneemt aan de gesprekken en de bemiddelaar bij de start van de bemiddeling het protocol ondertekent. Het is een overeenkomst over hoe jullie onderhandelen met de hulp van deze bemiddelaar. Algemene principes 1. De onderhandelaars (u dus) zoeken een overeenkomst die voor beiden bevredigend is. Zij zetten hun meningen, wensen en bekommernissen gelijkwaardig naast elkaar. Zij willen rekening houden met de bekommernissen en de wensen van de andere(n). Zij verwoorden hun eigen bekommernissen en proberen de bekommernissen van de ander te begrijpen. 2. De bemiddelaar helpt de onderhandelaars eerst hun bekommernissen te erkennen. Dan pas zoeken ze naar oplossingen. De onderhandelaars zijn bereid om hun vooraf ingenomen standpunt te proberen los te laten. Vooropgestelde eisen worden niet aanvaard. Met een eis wordt bedoeld: Ik wil oplossing A en iets anders is niet bespreekbaar. 3. De bemiddelaar zegt niet wat hij persoonlijk een correcte overeenkomst zou vinden. De bemiddelaar onderzoekt of alle onderhandelaars hun overeenkomst ook op lange termijn nog correct zullen blijven vinden. De onderhandelaars nemen zelf alle beslissingen. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun overeenkomst(en) en voor het al dan niet uitvoeren van hun overeenkomst(en). 4. De onderhandelaars geven op eenvoudig verzoek elkaar volledige en gedetailleerde informatie. De bemiddelaar gaat na of de onderhandelaars over de nodige informatie beschikken. 5. Als een onderhandelaar een advocaat consulteert, dan bezorgt hij deze advocaat een kopie van dit protocol, met in bijlage informatie over bemiddeling en over de bemiddelingswet. 1/10
Doel van bemiddeling 6. Het doel van de bemiddeling is een overeenkomst over alles waarover de onderhandelaars moeten akkoord gaan om een volledig akkoord te hebben. De onderhandelaars ondertekenen een overeenkomst pas als er een akkoord is over alle onderhandelingsonderwerpen. Voordien kunnen alle voorlopige afspraken nog herzien worden. 7. De onderhandelaars bepalen samen het tempo van de bemiddeling en meer bepaald als er meer dan één vergadering nodig blijkt, de duur van de periodes tussen twee vergaderingen. Vrijwilligheid 8. is een vrijwillig proces. Als een onderhandelaar de bemiddeling wil stopzetten, dan brengt hij de andere onderhandelaar(s) en de bemiddelaar daar onmiddellijk van op de hoogte. Elke onderhandelaar kan op elk moment de bemiddeling stopzetten volgens de bemiddelingswet zonder dat dit tot nadeel kan strekken. Engagement van de bemiddelaar 9. Het engagement van de bemiddelaar is een inspannings- en geen resultaatsverbintenis. Dit wil zeggen dat de bemiddelaar niet garandeert dat de bemiddeling leidt tot een schriftelijke overeenkomst. De bemiddelaar zet de bemiddeling stop zodra niet meer voldaan wordt aan een bemiddelingsregel, of zodra de bemiddelaar oordeelt dat het doel van de bemiddeling in de gegeven omstandigheden niet bereikt kan worden. Als de bemiddelaar de bemiddeling stop zet, dan brengt hij beide onderhandelaars daar onmiddellijk telefonisch, via mail of post van op de hoogte. 10. Pas na de formele gezamenlijke stopzetting van de bemiddeling, zetten de onderhandelaars eventuele verdere / andere (gerechtelijke) stappen. Geheimhouding en vertrouwelijkheid 11. Wanneer na de afronding van deze bemiddeling een gerechtelijke procedure wordt gestart of wanneer er reeds een gerechtelijke procedure loopt, dan deelt de bemiddelaar geen mondelinge of schriftelijke informatie mee in het kader van de procedure. De bemiddelaar is gebonden door beroepsgeheim. De bemiddelaar treedt niet op als getuige. Na de afronding van de bemiddeling overhandigt de bemiddelaar noch aan onderhandelaar noch aan een advocaat noch aan een rechter enig document of verklaring of attest. Als enige bewijs dat een bemiddeling werd gestart, hebben beide onderhandelaars dit ondertekende bemiddelingsprotocol. 2/10
12. Alle vergaderingen, telefoongesprekken, mededelingen, informatie en teksten die tijdens de bemiddeling worden uitgewisseld zijn vertrouwelijk (overeenkomstig artikel 1728 GW). Indien er na de bemiddeling een gerechtelijke procedure wordt gestart of indien er reeds een gerechtelijke procedure loopt, dan wordt in die gerechtelijke procedure geen mondelinge of schriftelijke informatie uit de bemiddeling (zoals uitspraken, standpunten, voorstellen, voorlopige overeenkomsten, ontwerpen, briefwisseling) als bewijsstuk gebruikt. Als alle onderhandelaars akkoord gaan, dan kunnen zij in overleg de vertrouwelijkheid opheffen. Kosten en honoraria van de bemiddeling 13. De onderhandelaars betalen elk de helft van de kosten van de bemiddeling, ook wanneer zij geen overeenkomst vinden. Zij hebben schriftelijke informatie over de tariefregeling ontvangen. Zij gaan akkoord met deze tariefregeling. Op de datum van de ondertekening van dit bemiddelingsprotocol, is het uurtarief. Euro voor de consultaties. Datum ondertekening:... Gelezen en goedgekeurd, Onderhandelaar 1: Onderhandelaar 2 Naam:.... Naam:........ Adres:. Adres:...................... Handtekening: Handtekening: Handtekening bemiddelaar: 3/10
Bijlage 1/2 - Wat is bemiddeling Twee scheidingswegen en vijf trajecten om meningsverschillen op te lossen Scheidingsweg 1: U beslist zelf - traject 1: U onderhandelt. U beslist allebei zelf. - traject 2: Twee advocaten / notarissen onderhandelen. U beslist allebei zelf. Scheidingsweg 2: U laat een ander beslissen - traject 3: Een expert (arbiter) beslist. - traject 4: U bepleit zelf. Een rechter beslist. - traject 5: Twee advocaten pleiten. Een rechter beslist. Voor traject 1 neemt niemand een advocaat. U onderhandelt rechtstreeks met elkaar en beslist. U kunt een bemiddelaar of andere vertrouwenspersoon in dienst nemen om u te helpen doelmatig en gelijkwaardig te onderhandelen. In traject 2 neemt u elk een advocaat, desgevallend een notaris. Een van de advocaten zal de andere advocaat voorstellen om te onderhandelen. Elke advocaat moet partij trekken voor zijn eigen cliënt. Elke advocaat wil dat zijn cliënt zoveel mogelijk winst uit de onderhandelingen haalt. Wanneer de twee advocaten een voorstel tot vereenkomst bereiken, vraagt elke advocaat aan zijn cliënt of hij met het voorstel akkoord gaat. U neemt zelf een beslissing. Voor traject 3 laat u zich al dan niet bijstaan door een advocaat. Beide partijen worden gehoord door de arbiter. Op basis van zijn expertise in de materie zal deze een bindende uitspraak doen. Bij traject 4 neemt u geen advocaat. Een van de partners start een gerechtelijke procedure. U pleit beiden zelf mondeling. De rechter luistert naar de pleidooien en neemt een beslissing. Voor traject 5 neemt u elk een advocaat. Een van de advocaten zal als eerste een gerechtelijke procedure openen waarin hij de tegenpartij aanvalt. De andere advocaat zal zijn cliënt verdedigen en ook de tegenpartij aanvallen. De advocaten maken een schriftelijk pleidooi (dat zij soms mondeling uitleggen). De rechter leest de pleidooien van de twee advocaten. De rechter neemt een beslissing. 4/10
Een bemiddelaar ondersteunt het 1ste traject Een bemiddelaar helpt u doelmatig onderhandelen - Een bemiddelaar bewaakt regels. - Een bemiddelaar stelt standpunten ter discussie en is zorgzaam. Een bemiddelaar helpt u gelijkwaardig onderhandelen - Een bemiddelaar installeert evenwicht. - Een bemiddelaar helpt u te onderhandelen over macht. Een bemiddelaar geeft informatie - Een bemiddelaar geeft geen advies. - Een bemiddelaar vertaalt informatie naar uw persoonlijke situatie. - Een bemiddelaar verwijst soms naar een specialist. In geval van ouderschapsbemiddeling helpt een bemiddelaar uw kinderen - Een bemiddelaar helpt u als ouders zakelijk te onderhandelen. - Een bemiddelaar helpt u stil te staan bij de bekommernissen van uw kind(eren). Uw onderhandelingen bestaan uit vier stappen: trajectbemiddeling Onderhandelingsronde 1: Onderhandelen over de oplossingswegen De bemiddelaar informeert de betrokkenen over de mogelijke oplossingswegen voor hun conflict. De betrokkenen onderhandelen en beslissen zelf welke oplossingsweg ze kiezen. Eens de betrokkenen beslist hebben om hun conflict op te lossen via bemiddeling wordt een bemiddelingsprotocol overhandigd ter ondertekening. Het bemiddelingsprotocol bevat de 'spelregels' van een bemiddeling: respect, vertrouwelijk karakter, kosten,... Onderhandelingsronde 2: Onderhandelen over de informatie Elke betrokkene legt de situatie uit. De bemiddelaar verzamelt de informatie over het geschil. Hij verduidelijkt de standpunten en geeft weer over welke punten de betrokkenen akkoord en niet akkoord zijn. Er wordt overeengekomen over welke aspecten van het conflict er al dan niet onderhandeld zal worden, voor welke aspecten men tot een oplossing wil komen via bemiddeling. Deze worden ook wel de onderhandelingsonderwerpen genoemd. Als neutrale derde zorgt de bemiddelaar er voor dat er een vertrouwensklimaat heerst zodat de onderhandelingen mogelijk zijn. Onderhandelingsronde 3: Onderhandelen over de beslissingscriteria Dit is een zeer belangrijke en intensieve ronde in het onderhandelingsproces. Elk onderhandelingsonderwerp wordt besproken. De bemiddelaar gaat samen met de betrokkenen op zoek naar de bekommernissen. Samen gaat men op zoek naar de beslissingscriteria waaraan een oplossing zal moeten voldoen. Onderhandelingsronde 4: Onderhandelen over de oplossing Met behulp van een brainstorming worden mogelijke oplossingen gezocht. Nadien wordt de oplossing afgetoetst aan de beslissingscriteria overeen gekomen uit onderhandelingsronde 3. Men komt per onderhandelingsonderwerp tot een oplossing. 5/10
Eens men akkoord is over alle oplossingen kan een ontwerpakkoord opgemaakt worden. Dit ontwerpakkoord is nog niet bindend en kan nog steeds aangepast worden. Indien alle betrokkenen het ontwerpakkoord goedkeuren, wordt door de bemiddelaar een bemiddelingsakkoord opgemaakt welke ondertekend wordt door de betrokken partijen en de bemiddelaar. Het legt de verbintenis vast die elke partij is aangegaan om een einde te maken aan hun geschil. Indien het bemiddelingsakkoord is opgemaakt door een erkend bemiddelaar kunnen één of meerdere betrokkenen er voor kiezen dit te laten homologeren door de rechtbank. 6/10
Bijlage 2/2 - Wet op de bemiddeling 21 februari 2005 In werking vanaf 30 september 2005. Erkende bemiddelaars Op www.fbc-cfm.be vindt u de lijst van bemiddelaars erkend door de federale bemiddelingscommissie. Een erkend bemiddelaar heeft een erkende opleiding bemiddeling gevolgd. Er zijn erkende notaris-bemiddelaars, advocaat-bemiddelaars en derdegroep-bemiddelaars. De derdegroep-bemiddelaars bevat juristen, maatschappelijk werkers, psychologen, therapeuten, welzijnswerkers (in een Centrum Algemeen Welzijnswerk) en anderen. Rechtsbijstand Indien de bemiddelaar erkend is door de federale bemiddelingscommissie, dan kan u rechtsbijstand vragen. Rechtsbijstand dekt de kosten en het ereloon van de bemiddelaar. U moet een gerechtelijke procedure starten bij de rechtbank van eerste aanleg. U kan deze procedure voeren zonder advocaat. U vraagt de griffie mondeling of schriftelijk rechtsbijstand. U moet rechtmatigheid bewijzen: u wil een conflict oplossen via een bepaalde erkende bemiddelaar. En u moet onvermogen bewijzen: u hebt een gering inkomen. De betrokkene(n) nemen of de rechter neemt initiatief tot bemiddeling. Een gerechtelijke procedure is gestart, en de debatten zijn nog niet gesloten. Ofwel vragen de onderhandelaars samen een bemiddeling (in akte van rechtsingang of tijdens een zitting of via een eenvoudig schriftelijk verzoek aan de griffier). Ofwel neemt de rechter het initiatief. De rechter beveelt een bemiddeling. De rechter verwijst, met uitdrukkelijke toestemming van iedereen, naar een bepaalde erkende bemiddelaar. Het bevel is geen echt bevel. De rechter stelt voor bemiddeling te proberen. Iemand mag de rechter meedelen dat hij /zij bemiddeling niet zinvol of nuttig of haalbaar vindt. De rechter voorziet in een bemiddelingsduur van aanvankelijk maximum 3 maanden. Hij bepaalt een nieuwe zitting na deze termijn. Maximaal 8 dagen na de zitting waarin de rechter een bemiddeling beveelt, bezorgt de griffier een gerechtsbrief aan de bemiddelaar, met het vonnis dat het bemiddelingsbevel bevat. Maximaal 8 dagen later schrijft de bemiddelaar een brief naar de rechter en naar de betrokkenen, waarin hij de plaats en de afspraak voor de eerste vergadering meedeelt. 7/10
De betrokkenen kunnen een andere erkende bemiddelaar kiezen. Als iedereen akkoord gaat om een beroep te doen op een andere erkende bemiddelaar dan diegene waarnaar de rechter hen verwees, dan bezorgen zij zo snel mogelijk de griffier de volgende verklaring: Wij.. werden door rechter.. verwezen naar de erkende bemiddelaar.. Wij zullen een beroep doen op een andere erkende bemiddelaar.. Een betrokkene wil de bemiddeling stopzetten vóór de nieuwe zitting. Deze onderhandelaar bezorgt de griffier een eenvoudige verklaring dat hij/zij de rechter verzoekt de bemiddeling stop te zetten. Vijftien dagen later is er dan een nieuwe zitting. Deze betrokkene kan ook wachten om de stopzetting te vragen tot op de reeds voorziene nieuwe zitting. De betrokkenen verschijnen op een nieuwe zitting. Op de nieuwe zitting informeren de betrokkenen de rechter over de bemiddeling. Betrokkenen vonden geen akkoord. Als de betrokkenen tijdens de aanvankelijke bemiddelingsduur (maximum 3 maanden) geen akkoord hebben gevonden, dan kunnen zij (ofwel de rechter indien hij dit opportuun vindt) een nieuwe bemiddelingstermijn vragen ofwel de rechter vragen dat de gerechtelijke procedure wordt voortgezet. Betrokkenen vonden een akkoord. Ofwel vraagt één betrokkene de homologatie ofwel vragen alle betrokkenen samen de homologatie. De rechter bekrachtigt hun overeenkomst in een akkoordvonnis, waartegen geen beroep mogelijk is. De bemiddelaar deelt de rechter mee of de partijen al dan niet tot een akkoord zijn gekomen. Bij afloop van de termijn die de rechter heeft vastgelegd en eventueel heeft verlengd, meldt de bemiddelaar schriftelijk in een gewone brief het akkoord of niet-akkoord. De rechter homologeert de overeenkomst. De betrokkenen kunnen de regelingen waarvoor zij in de gerechtelijke procedure een beslissing van de rechter verwachten, verruimen of beperken. Vertrouwelijk karakter van bemiddeling Artikel 1728 van de bemiddelingswet: 1. De documenten die worden opgemaakt en de mededelingen die worden gedaan in de loop en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure zijn vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangevoerd in een gerechtelijke, administratieve of arbitrale procedure of in enige andere procedure voor het oplossen van conflicten en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis. De geheimhoudingsplicht kan slechts worden opgeheven met instemming van de partijen om onder meer de rechter in staat te stellen de bemiddelingsakkoorden te homologeren. 8/10
Bij schending van die geheimhoudingsplicht door een van de partijen doet de rechter of de arbiter uitspraak over de eventuele toekenning van schadevergoeding. Vertrouwelijke documenten die toch zijn meegedeeld of waarop een partij steunt in strijd met de geheimhoudingsplicht, worden ambtshalve buiten de debatten gehouden. Onverminderd de verplichtingen die hem bij wet worden opgelegd, mag de bemiddelaar de feiten waarvan hij uit hoofde van zijn ambt kennis krijgt, niet openbaar maken. Hij mag door de partijen niet worden opgeroepen als getuige in een burgerrechtelijke of administratieve procedure met betrekking tot de feiten waarvan hij in de loop van zijn bemiddeling kennis heeft genomen. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op de bemiddelaar. 2. In het raam en ten behoeve van zijn opdracht kan de bemiddelaar, met instemming van de partijen, de derden horen die daarmee instemmen of, wanneer de complexiteit van de zaak zulks vereist, een beroep doen op een deskundige inzake het behandelde vakgebied. Zij zijn gehouden tot de geheimhoudingsplicht bedoeld in 1, eerste lid. Paragraaf 1, derde lid, is van toepassing op de deskundige. Opschorting termijnen Onder bepaalde voorwaarden worden bepaalde termijnen opgeschort. Uw advocaat kan u uitleggen of de volgende artikels van de bemiddelingswet belang hebben. Artikel 1730: 1. Elke partij mag, onverminderd elke gerechtelijke of arbitrale procedure, voor, tijdens of na een rechtspleging aan de andere partijen voorstellen om een beroep te doen op de bemiddelingsprocedure. De partijen wijzen in onderlinge overeenstemming de bemiddelaar aan of belasten een derde met die aanwijzing. 2. Zo het voorstel bij aangetekende brief wordt verzonden en een aanspraak bevat op een recht, wordt het gelijkgesteld met de ingebrekestelling bedoeld in artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek. 3. In dezelfde omstandigheden schorst het voorstel gedurende een maand de verjaring van de aan dat recht verbonden vordering. Artikel 1734: 1. In elke stand van het geding, alsook in kort geding, behalve voor het Hof van Cassatie en voor de arrondissementsrechtbank, kan de reeds geadieerde rechter, op gezamenlijk verzoek van de partijen, of op eigen initiatief maar met instemming van de partijen, een bemiddeling bevelen, zolang de zaak niet in beraad is genomen. De partijen komen overeen over de naam van de bemiddelaar, die moet erkend zijn door de in artikel 1727 bedoelde commissie. In afwijking van het vorige lid, kunnen de partijen gemeenschappelijk en op gemotiveerde wijze aan de rechter vragen dat hij een niet-erkende bemiddelaar aanwijst. Tenzij de bemiddelaar die de partijen voorstellen klaarblijkelijk niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1726, willigt de rechter dit verzoek in, indien de partijen aantonen dat geen enkele erkende bemiddelaar beschikbaar is die over de vereiste bekwaamheden beschikt voor die bemiddeling. 2. De beslissing die een bemiddeling beveelt, vermeldt uitdrukkelijk het akkoord van de partijen, de naam, de hoedanigheid en het adres van de bemiddelaar, legt 9/10
de aanvankelijke duur vast van zijn opdracht, zonder dat die drie maanden kan overschrijden en vermeldt de datum waarop de zaak is verdaagd, die de eerste nuttige datum na het verstrijken van deze termijn is. 3. Uiterlijk tijdens de in 2 bedoelde zitting informeren de partijen de rechter over de afloop van de bemiddeling. Indien ze niet tot een akkoord zijn gekomen, kunnen ze om een nieuwe termijn verzoeken of vragen dat de procedure wordt voortgezet. 4. De partijen kunnen om een bemiddeling verzoeken, hetzij in de akte van rechtsingang, hetzij tijdens de zitting, hetzij bij een eenvoudig schriftelijk verzoek dat wordt neergelegd bij of gericht is aan de griffie. In dat laatste geval wordt de rechtsdag bepaald binnen vijftien dagen na het verzoek. De griffier roept de partijen bij gerechtsbrief op en in voorkomend geval hun raadsman bij gewone brief. Indien het over een gezamenlijk verzoek van de partijen gaat, worden zij, en in voorkomend geval hun raadsman, bij gewone brief opgeroepen. 5. Wanneer de partijen er gezamenlijk om verzoeken dat een bemiddeling wordt bevolen, worden de proceduretermijnen die hen werden verleend geschorst vanaf de dag dat zij dat verzoek doen. In voorkomend geval kunnen de partijen of één van hen om nieuwe termijnen verzoeken voor de instaatstelling van de zaak tijdens de in 2 of in artikel 1735, 5, bedoelde zitting. 10/10