Handoperatie MCP prothese
In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten tot een operatie voor een MCP prothese op de afdeling Reumatologie of Orthopedie van het Radboudumc. Tijdens deze operatie wordt het(de) beschadigde gewrichtje(s) vervangen door een kunstgewricht. In deze folder krijgt u informatie over de anatomie van de hand, de voorbereiding op de operatie, de operatie zelf en de nabehandeling. Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben, stel deze dan gerust aan uw behandelend arts of de verpleegkundige. Inleiding De hand is erg belangrijk in het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Wanneer er iets veranderd in de complexe anatomie van de hand kan dit beperkingen geven. In overleg met uw arts is besloten om een of meerdere MCP gewrichten te vervangen door een kunstgewricht (prothese). Hieronder zal het een en ander over de anatomie van de hand worden uitgelegd. De hand bestaat uit vijf vingers, waarbij de duim twee vingerkootjes heeft en de andere vingers drie vingerkootjes. Onder elke vinger zit een middenhandsbeentje welke verbonden is met een van de handwortelbeentjes van de pols. De botjes zijn aan elkaar verbonden door gewrichten. De MCP is een afkorting van MetaCarpoPhalangeale gewricht. De MCP s zijn de gewrichten die als scharniertjes tussen de eerste vingerkootjes en de middenhandsbeentjes werken. Deze worden ook de knokkels genoemd. Op de afbeelding hieronder zijn ze met behulp van pijltjes aangeduid. De MCP gewrichten zijn belangrijk voor de hand om te kunnen grijpen en om voorwerpen vast te houden. In een gezond gewricht zijn de uiteinden van de botten bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de vingers soepel kunnen bewegen. Als het kraakbeen van een gewricht ernstig beschadigd is of versleten, is vervanging van een of meerdere gewrichtjes soms een oplossing. De informatie in deze folder heeft betrekking op deze operatie. 1
Oorzaken van slijtage Er zijn verschillende afwijkingen die slijtage van de handgewrichten kunnen veroorzaken, zoals kraakbeen- en stofwisselingsziekten en kraakbeenbeschadiging na een botbreuk. Door reumatische aandoeningen en de ontstekingen die daarmee gepaard gaan kunnen beschadigingen optreden in de gewrichten van de hand. Hierdoor wordt u beperkt in uw handfunctie. In sommige gevallen is de oorzaak van een versleten handgewricht onduidelijk. Klachten Bij een beschadiging van en/of slijtage in de gewrichten in de hand kan pijn, stijfheid, zwelling en soms krakende geluiden bij bewegen optreden. In de loop van de tijd kunnen ook blijvende bewegingsbeperkingen, standsveranderingen en instabiliteit in de gewrichten optreden. Dikwijls staan de vingers scheef naar de pinkzijde, of zijn de MCP s (knokkels) voortdurend gebogen. De belangrijkste redenen voor een operatie zijn pijnvermindering en/of verbeteren van de functie van de hand. De keuze voor een operatie wordt gemaakt door de uitgangssituatie te bepalen en de beperkingen in het dagelijks leven uitgebreid in kaart te brengen. Dit vindt meestal plaats op de afdeling Ergotherapie. De pijn verdwijnt grotendeels na de operatie, maar u kunt wel tijdelijk een andere soort pijn ervaren die in de loop van de tijd geleidelijk minder zal worden. Voor de opname Aan de hand van een uitgebreide handanalyse door de ergotherapeut en röntgenonderzoek is in overleg met u, de reumatoloog, de orthopeed, de plastisch chirurg en de ergotherapeut een keuze gemaakt voor een MCP prothese. Na afloop zal opnieuw een handanalyse bij de ergotherapeut plaatsvinden waarbij het effect van de operatie in kaart wordt gebracht. Voor deze ingreep brengt u een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie. De anesthesioloog bespreekt met u de verdoving of narcose. Tevens bekijkt de anesthesioloog of u ook door andere specialisten, bijvoorbeeld cardioloog of longarts, onderzocht moet worden. Indien nodig wordt voor of bij opname nog bloedonderzoek verricht, een hartfilmpje gemaakt en eventueel röntgenonderzoek gedaan van de longen of de nek. 2
Een operatie is een ingrijpende gebeurtenis en het herstel vraagt veel wilskracht en inspanning van u en uw familie. Een goede voorbereiding is belangrijk. Aangezien u na de operatie zes tot twaalf weken uw hand minder kan gebruiken, bent u afhankelijk van hulp van familie of vrienden bij uw verzorging, het doen van boodschappen en het huishouden. Wanneer u geen beroep kunt doen op hun hulp, bespreek dan met uw huisarts en specialist de mogelijkheid van hulp thuis of tijdelijke opvang elders. Medicatie Als u medicijnen gebruikt die de bloedstolling beïnvloeden (acenocoumarol of fenprocoumon) dan moet u hier (geruime) tijd voor de ingreep mee stoppen. Overleg dit vooraf met de chirurg, anesthesioloog en uw behandelend arts. Anesthesie (verdoving) De operatie gebeurt onder plaatselijke verdoving van de arm of onder algehele narcose. Plaatselijke verdoving kan gecombineerd worden met een slaapmiddel waardoor u weinig tot niets van de operatie merkt. Meer informatie hierover ontvangt u bij uw afspraak op de polikliniek Anesthesiologie of bij opname. U kunt het nog eens nalezen in de brochure Behandeling of onderzoek onder anesthesie die u dan ontvangt. Voor opname of aan het eind van de opnamedag bent u in de gelegenheid om een en ander met de anesthesioloog te bespreken. Tijdens de operatie Bij de operatie wordt de pols open gemaakt door een snede over de bovenzijde van het MCP-gewricht. Tijdens de operatie verwijdert de orthopeed een deel van de kleine handbotjes om plaats te maken voor de prothese. Een kunstkom wordt geplaatst die met een pin in de mergholte van het spaakbeen vastgezet. Vervolgens wordt een nieuwe kleine kunstkop die met een pin in de mergholte van de tweede of derde handwortelbeentje vastgezet. Indien van toepassing worden pezen van de strekpezen of van de kleine handspiertjes anders vastgehecht, om de vingers in een meer rechte stand te kunnen krijgen. Na de operatie Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverafdeling) waar gedurende de eerste uren intensieve bewaking en controle plaatsvinden. Als deze controles goed zijn gaat u terug naar de verpleegafdeling. Na de operatie kunt u last hebben van misselijkheid en pijn. Uw anesthe- 3
sioloog besluit dan soms in overleg met u, om een plaatselijke verdoving door middel van een katheter in de bovenarm voor de dag van de operatie en de dag erna te laten voortduren. Andere mogelijkheden kunt u lezen in de brochure Behandeling of onderzoek onder anesthesie en Informatie over pijn en informeren bij uw behandelend anesthesioloog en verpleegkundige. Na de operatie heeft u een infuus voor toediening van vocht de eerste dagen. Naast de pijnstillers krijgt u tot u voldoende mobiel bent, dagelijks een injectie toegediend om trombose te voorkomen. Nabehandeling Wanneer uw hand ondanks de pijnstilling veel pijn doet en er zwelling optreedt, moet u de verpleegkundige waarschuwen omdat dit zou kunnen duiden op een nabloeding. Na de operatie wordt de hand op een kussen hoog gelegd of aan een infuuspaal bevestigd. De hand komt zo hoger te hangen dan uw lichaam. Dit dient ervoor om de zwelling, die na de operatie altijd ontstaat, zo snel mogelijk te laten afnemen. Op de tweede dag na de operatie start een intensieve ergotherapeutische nabehandeling. U krijgt spalken aangemeten en oefeningen geïnstrueerd. De ergotherapeut zal u hierover uitgebreid informeren. Wanneer de pijn goed onder controle is en u op een veilige en juiste manier kan bewegen en oefenen, dan mag u naar huis. Naar huis Voordat u naar huis gaat krijgt u van de ergotherapeut, arts en verpleegkundige instructies over wat u wel en niet mag doen en worden vervolgafspraken gepland bij de ergotherapeut. 4
Poliklinische controle bij de orthopeed en een nieuwe foto van de hand vinden plaats zes weken na de operatie. Indien u onder controle bent bij de reumatoloog wordt die afspraak ook voor u geregeld voor u naar huis gaat. Infectie Als prothesedrager blijft de kans op infectie bestaan, ook in de toekomst. Wanneer u huidinfecties heeft, zoals ontstoken wondjes, puistjes of een ontstoken ingegroeide teennagel, moet u contact opnemen met uw huisarts of de uw behandelend specialist. Bij plotseling optredende pijn, zwelling en warmte geldt hetzelfde advies. Ook moet u moet de huisarts, tandarts of specialist van tevoren inlichten wanneer tanden of kiezen getrokken worden, tandwortelbehandelingen of andere operaties en ingrepen gaan plaatsvinden. U kunt tijdens dergelijke ingrepen beschermd worden met antibiotica om gevaar voor infectie te vermijden. 5
Adressen Bezoekadres Afdeling Ergotherapie Ingang oost Reinier Postlaan 4, route 897 Nijmegen Postadres Radboudumc 897 Ergotherapie Postbus 9101 6500 HB Nijmegen Telefoonnummer 024-361 48 92 Bezoekadres Verpleegafdeling Reumatologie Hoofdingang Geert Grooteplein-Zuid 10, route 495 Nijmegen Postadres Radboudumc 495 Verpleegafdeling Reumatologie Postbus 9101 6500 HB Nijmegen Telefoonnummer 024-361 70 88 Bezoekadres Polikliniek Orthopedie Hoofdingang Geert Grooteplein-Zuid 10, route 562 Nijmegen Postadres Radboudumc 562 Polikliniek Orthopedie Postbus 9101 6500 HB Nijmegen Telefoonnummer 024-361 44 70 Bezoekadres Polikliniek Reumatologie Ingang naast hoofdingang Geert Grooteplein 8, route 434 Nijmegen Postadres Radboudumc 434 Polikliniek Reumatologie Postbus 9101 6500 HB Nijmegen Telefoonnummer 024-361 65 01 6
Bezoekadres Preoperatieve Polikliniek Anesthesiologie Hoofdingang Geert Grooteplein-Zuid 10, route 636 Nijmegen Postadres Radboudumc 636 Preoperatieve Polikliniek Anesthesiologie Postbus 9101 6500 HB Nijmegen Telefoonnummer 024-361 04 39 Bezoekadres Verpleegafdeling Orthopedie Ingang west Th. Craanenlaan 7, route 363 Nijmegen Postadres Radboudumc 363 Verpleegafdeling Orthopedie Postbus 9101 6500 HB Nijmegen Telefoonnummer 024-361 44 90 7
Noteer hier uw vragen
Radboud universitair medisch centrum 12-2008-6725