Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Gezondheid 9 1.1 Gezondheidskenmerken en anatomie 9 1.2 Oorzaak van ziekten en het verweer ertegen 18 1.3 Dierziektepreventie 27 1.4 Herkennen van ziekten 31 1.5 Afsluiting 36 2 Voortplanting en geboorte 37 2.1 De vruchtbaarheid van de koe 37 2.2 De vruchtbaarheid van het varken 42 2.3 Geboorte en geboortezorg 48 2.4 Afsluiting 51 3 Begeleiden voortplanting en gezondheid 52 3.1 Opzet Gezondheidszorg 52 3.2 Bedrijfsbegeleiding 55 3.3 Geneesmiddelen 57 3.4 Afsluiting 67 Trefwoordenlijst 69 INHOUD 7
8 DE KEURMEESTER
1 Gezondheid Oriëntatie Gezond zijn is meer dan niet ziek zijn. Je gezond voelen zegt ook iets over je gemoedstoestand. Meestal zeggen we dan ook: hij ziet er gezond uit. Minder vaak zullen we zeggen: hij is gezond. Uit ervaring weet je dat een gezond mens van de een op de andere dag in een ongezond mens kan veranderen. En bovendien is de ene dag de andere niet: ondanks een verkoudheid kun je lekker in je vel zitten en bergen werk verzetten. Ben je lichamelijk en geestelijk gezond, dan is je welzijn wel in orde. 1.1 Gezondheidskenmerken en anatomie De boer zegt: Ik vind een dier gezond, als het niet ziek is, lang mee gaat, vruchtbaar is en veel produceert. Het dier denkt er het zijne van: Ik voel me lekker als ik goed voer krijg, in een rustige groep leef, een droge, tochtvrije en behaaglijke stal heb met een zachte ligvloer. Een sympathieke boer als baas helpt daarbij enorm. Fig. 1.1 Lekker comfortabel! Welzijn gezond dier De boer en het vee hebben soms tegengestelde belangen. De boer moet de juiste balans vinden tussen wat hij van het vee verlangt en wat het vee van hem verlangt. Een zachte boxbedekking van een bepaald merk kan voor een koe plezierig zijn. Soms vindt de veehouder deze te duur en kiest voor een ander type boxbedekking. De dieren moeten vrij zijn van ziekten en gebreken, maar daarnaast moeten ze zich ook lekker voelen, hun welzijn moet goed zijn. Er wordt wel gezegd dat je pas kunt spreken van een gezond dier als aan de volgende voorwaarden is voldaan: Het dier moet zich lichamelijk en geestelijk goed voelen. GEZONDHEID 9
Het dier moet zich prettig voelen in zijn omgeving (sociaal prettig). Het dier mag niet ziek zijn of een gebrek hebben. gedragsonderzoek In de huidige melkveehouderij zijn de dieren zodanig geselecteerd, dat ze zich onder natuurlijke omstandigheden waarschijnlijk niet lang kunnen handhaven. Bovendien hebben de koeien weinig keus: ze zullen zich moeten aanpassen aan de omstandigheden die wij hen bieden. Lukt dit niet, dan zullen ze zich minder goed voelen. Om aan de weet te komen hoe een koe zich voelt, wordt veel gedragsonderzoek gedaan. Ook als veehouder moet je veel naar koeien kijken om te beoordelen of hun welzijn goed is. De veehouder kan met allerlei maatregelen het welzijn van zijn dieren sterk beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan: uitloop en licht in de stal; ligboxbedekking; wel of geen roostervloer en of mestschuif; koppelgrootte; afzonderingsmogelijkheden bij afkalven. gezondheids- en welzijnswet In de praktijk is het welzijn niet gemakkelijk te meten. Daarvoor moet je veel systemen vergelijken. Op onderzoeksinstituten wordt dit uitvoerig gedaan. Ze vergelijken het vertoond gedrag met natuurlijk gedrag. De overheid heeft regels opgesteld om het welzijn van (landbouw) huisdieren te waarborgen. De Gezondheids- en welzijnswet bevat voor alle diersoorten regels over huisvesting, voeding en verzorging. Met name voor de kalver- en stierenmesterij hebben deze maatregelen grote gevolgen. Fig. 1.2 In de toekomst moeten vanaf acht weken alle kalveren in groepshuisvesting gehuisvest worden. Lichaamsfuncties en orgaanstelsels anatomie, fysiologie Om te begrijpen wat er allemaal mis kan gaan in het lichaam van het rund, moet je de normale werking van de verschillende lichaamsfuncties kennen. Hiervoor is het zinvol dat je de bouw van het lichaam van een rund goed kent. Dit noemen we de anatomie. Hoe het lichaam functioneert, noemen we de fysiologie. 10 DE KEURMEESTER
Fig. 1.3 Hoe werkt een koe? organen orgaanstelsel Je kent wellicht al de belangrijkste organen van een koe. Sommige organen staan direct met elkaar in verbinding. Als organen met elkaar samenhangen en elkaar aanvullen, spreken we van een orgaanstelsel. In deze paragraaf ga je enkele belangrijke hoofdsystemen met de bijbehorende organen nader bekijken. Hieronder volgt eerst een korte uitleg van deze systemen. Bestudeer vervolgens aan de hand van de gestelde vragen zelf de werking ervan. Gebruik daarbij biologieboeken, gezondheidsleerboeken, het Handboek Melkveehouderij of de encyclopedie in de mediatheek. Bedenk dat de organen bij alle levende wezens op een overeenkomstige manier functioneren. Als je weet hoe deze organen normaal behoren te functioneren, kun je daaruit vaak afleiden of het dier ziek is. Je kunt dan misschien ook beoordelen of je wel of niet de hulp van de dierenarts nodig hebt. Huid, beharing en slijmvliezen eerste verdedigingslinie Bescherming van het lichaam tegen invloeden van buitenaf begint bij de huid, de haren en de slijmvliezen. We noemen dit ook wel de eerste verdedigingslinie. GEZONDHEIDSKENMERKEN EN ANATOMIE 11
Fig. 1.4 Doorsnede van de huid. haar hoornlaag kiemlaag tastlichaampje talgklier lederhuid haarspiertje haarzakje haarpapil zweetklier bloedvat onderhuids vetweefsel huid slijmvliezen In figuur 1.4 zie je een doorsnede van de huid. De buitenkant van de huid is een deel van de opperhuid, die bestaat uit drie tot vier lagen dood hoornweefsel. Daaronder ligt de lederhuid (het zogenaamde leven). Door uitwendige invloeden slijt en schuurt er steeds iets van de hoornlaag af; dit wordt van onderen weer aangevuld door de kiemlaag van de opperhuid. De bedekkende cellagen van de lichaamsholten noemen we de slijmvliezen. Evenals de huid beschermen ook de slijmvliezen het lichaam tegen binnendringende smetstof. Beschadiging geeft vochtverlies. Sommige slijmvliezen zijn uitgevoerd met trilharen. Skelet en bespiering Het skelet en de bespiering zijn verantwoordelijk voor de gang, stand en houding van het dier. Het geraamte geeft vorm en steun aan het lichaam. Het zorgt voor de bescherming van de organen en is een aanhechtingsplaats voor de spieren. In het beenmerg worden bloedcellen gevormd. De botten zijn een belangrijke opslagplaats voor mineralen. Waar twee botten ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, is sprake van een gewricht. Door het samentrekken van spieren die over een gewricht lopen, bewegen de beenderen ten opzichte van elkaar en ontstaan lichaamsbewegingen. Ademhalingsapparaat De functie van de ademhaling is het opnemen van O 2 uit de lucht en het afgeven van CO 2 en water aan de lucht. Mede door de ademhaling wordt de 12 DE KEURMEESTER