Workshop Rekenen en Taal 26 januari 2011 13.30-16.00 uur Han Smits Verburg Berber Klein 1.1 Agenda 1. Introductie 1.1: Voorstellen 1.2: Programma en doelen workshop 2. Algemene inleiding op taal & rekenen 3. Rekenen en taalzwakke leerlingen: 3.1 Waar lopen taalzwakke leerlingen tegenaan? 3.2. Hoe staat het ervoor met het rekenboek? 4. Aanpak taal & rekenen 4.1: Inventarisatie van woorden 4.2: Algemene aanpakken voor de les 4.3: Praktijkvoorbeeld 5. Afsluiting 5.1: Plenaire terugkoppeling en mogelijkheden voor vervolg 1
1.2 Doelen van vandaag Aan het einde van deze workshop: 1) Weet je wat taalzwakke leerlingen moeilijk vinden bij het rekenen 2) Weet je deze moeilijkheden te herkennen in de rekenmethode 3) Kan je aanpakken ontwerpen om taalzwakke leerlingen gerichter onderwijs te geven in rekentaal 2. Taal volgens Vygotsky (1986) Taal heeft 2 functies: - Een sociale functie: taal als middel voor communicatie en voor samen leren. Communicatie over onze denkprocessen vindt plaats via taal - Een individuele functie: taal als middel voor ons denken: taal is het belangrijkste voertuig voor ons denken 2
2. Taal en rekenen-wiskunde Freudenthal (1984) Als het op taal aankomt een belangrijke, maar niet het enige aspect van school en leven zou je de vakkencombinatie wiskunde-moedertaal voor de toekomstige leraar ideaal willen noemen. 2. Taal en rekenen-wiskunde Internationaal Consensus over het feit dat wiskunde is ontstaan door interactie tussen mensen en vooral door op een bepaalde manier taal te gebruiken. Het construeren van wiskunde is een communicatieve activiteit die erop gericht is betekenis te geven aan kwantitatieve, relationele en ruimtelijke aspecten van de wereld. Wiskunde en de daarbij behorende taal ontwikkelen zich samen en beïnvloeden elkaar. Kortom: zonder taal geen wiskunde! 3
3.1 Achterblijvende prestaties allochtone leerlingen op rekenen/wiskunde Prenger (2005) - In methoden staan veel onbekende woorden - Dit heeft invloed op goed kunnen oplossen van opgaven - Nieuwe wiskundige termen nauwelijks expliciet behandeld Oplossing niet in verminderen van taal, maar in meer aandacht voor de ontwikkeling vereiste taalvaardigheid 3.1 Achterblijvende prestaties allochtone leerlingen op rekenen/wiskunde Van den Boer (2003) - Leraren en leerlingen zijn zich niet bewust van het probleem - De problemen worden onderschat - De problemen blijven grotendeels verborgen Van den Berg e.a. ( 1996) - Leraren hebben nogal eens de neiging taal te vermijden in de rekwi les, uit het idee dat dit lastig is voor taalzwakke (allochtone) leerlingen. Maar dit resulteert in dat de problemen niet manifest worden, niet worden opgemerkt. 4
3.1 Problemen bij ingeklede opdrachten 1: Taal- en contextproblemen De context is niet bekend bij de leerlingen. De leerlingen kennen de relevante woorden of begrippen niet. Bij zelfstandig werken staan dubbelzinnige of onduidelijk geformuleerde opdrachten. 3.1 Problemen bij ingeklede opdrachten 2: Problemen m.b.t. de illustratie De illustratie biedt onvoldoende aanknopingspunten voor het identificeren van de gevraagde rekenhandeling. Bij sommige opdrachten moet je gegevens uit tekening en tekst combineren. 5
3.1 Problemen bij ingeklede opdrachten 3: Problemen m.b.t. het aanpakgedrag De leerlingen zijn onvoldoende alert op kleine, cruciale woordjes als: per, á, telkens, minimaal. De structuur van de tekst is complex. 3.1 Problemen bij ingeklede opdrachten 4: Problemen m.b.t. de rekenwiskundige handelingen De vereiste rekenwiskundige handelingen worden onvoldoende beheerst. Er moeten diverse handelingen in een bepaalde volgorde worden uitgevoerd. 6
3.3 Rekentaal, waar hebben we het dan over? Het leren van wiskunde betekent op een bepaalde manier met elkaar communiceren in een bepaalde taal. Vakregister rekenen-wiskunde Leerlingen moeten een eigen register ontwikkelen Omvat woorden (begrippen) en constructies met woorden (formuleringen) Vaktaal versus schooltaal : Hoe zeggen we dit in de rekenles? 3.3 Rekentaal, waar hebben we het dan over? Begrippen Vaktaal: delen, ml, breuk, verhouding, tabel, teller, symmetrie-as. Schooltaal: toename, patroon, geleidelijk, aflezen, verband. Dagelijkse taal: parket, voorrijkosten, ingrediënten. Formuleringen Eén op de vier, één per vier, één staat tot vier (bij verhoudingen). Als je het ene getal verdubbelt, moet je het andere halveren (bij vermenigvuldigen). Om de drie uur, elke drie uur, elk uur. Tussen de middag (bij tijd). 7
4.2 Taal in de rekenles: wat kan je er mee doen? Aanbeveling Van den Boer (2003) 1) Interactief onderwijs waarbij leraren en leerlingen met elkaar in gesprek komen zodat leraren mogelijke problemen kunnen voorkomen, signaleren en ondersteunen. 2) Vermijd de taalproblemen niet, maar leg juist de nadruk op interactief onderwijs. Ga met de leerlingen in gesprek zodat je mogelijke problemen kunt voorkomen, signaleren en ondersteunen. 3) Besteed aandacht aan het generaliseren van de geleerde rekenhandelingen over meer contexten. (Middaglessen Samenspel) 4.2 Taal in de rekenles: wat kan je er mee doen? Taalgericht vakonderwijs Van Eerde (2009) Taalgericht vakonderwijs is onderwijs waarin naast vakdoelen de benodigde taalvaardigheid expliciet is benoemd. Die vak- en taaldoelen worden simultaan ontwikkeld via onderwijs dat contextrijk is, vol interactiemogelijkheden zit en waarbinnen benodigde taalsteun wordt geboden. 8
4.2 Taal in de rekenles: wat kan je er mee doen? Taalgericht vakonderwijs Van Eerde (2009) Contextrijk Interactief Taalsteun 4.2 Algemene suggesties Kies een methode met aandacht voor rekentaal Leerlingen laten praten & schrijven in de les Lijst van rekenbegrippen en onbekende woorden Poster in de klas Rekenwoordenboek 9
4.2 Algemene suggesties Taalgerichte rekenlessen Begrippentoetsen Computeractiviteiten (methode, Wisbaak) Woordweb Directe feedback op mondeling taalgebruik leerlingen Schrijven in de rekenles Interactieve gesprekken / posters / duoopdrachten etc. 4.2 Aanpak taal & contextproblemen 1.Stel open vragen en rakel voorkennis op m.b.t. de gepresenteerde context. 2.Speel de context uit zodat kinderen zich een voorstelling kunnen maken van wat er gebeurt binnen de tekst of tekening. 3.Pas eventueel de context aan of kies een andere, die de kinderen wel kennen. 4.Besteed gerichte aandacht aan uitbreiding van de woordenschat m.b.t. de rekentaalbegrippen. (Bijv. MET WOORDEN IN DE WEER) 10
4.2 Aanpak taal & contextproblemen 5.Laat de kinderen het verhaal in eigen woorden navertellen. 6.Geef een aantal zinnen waarin rekenwoorden ingevuld moeten worden: De tijd op een klok met wijzers heet. tijd. In een breuk geeft de. aan in hoeveel stukken de taart verdeeld is. 7.Gebruik zo veel mogelijk dezelfde woorden/termen voor dezelfde opdrachten. 8.Pas eventueel de tekst aan door zinnen te verkorten of te versimpelen en irrelevante informatie weg te laten. (Geldt ook voor aanpakproblemen) 4.2 Aanpak taal & problemen m.b.t. de illustratie 1.Bespreek het verband tussen illustratie en opdracht. Vraag de leerlingen waar de illustratie naar verwijst, wat gebeurt er of gaat er gebeuren, wat valt er uit te rekenen, enz. 2.Plaatje-praatje (Idee Holendrechtschool) Laat leerlingen (in tweetallen) rekenvragen bedenken bij tekeningen, foto s, folders, enz. 11
Aanpak taal & problemen m.b.t. het aanpakgedrag 1.Laat leerlingen de cruciale rekenwoorden in een verhaaltje onderstrepen of inkleuren. 2.Geef contextopgaven in multiple-choice vorm. Bespreek met leerlingen niet de antwoorden maar de gemaakte keuzes. 3.Laat leerlingen zelf verhaaltjes bedenken bij getallen en bewerkingen. 4.2 Aanpak taal & problemen m.b.t. het aanpakgedrag 1.Laat leerlingen de cruciale rekenwoorden in een verhaaltje onderstrepen of inkleuren. 2.Geef contextopgaven in multiple-choice vorm. Bespreek met leerlingen niet de antwoorden maar de gemaakte keuzes. 3.Laat leerlingen zelf verhaaltjes bedenken bij getallen en bewerkingen. 12
4.2 Aanpak taal & problemen m.b.t. het aanpakgedrag 4.Geef strikvragen of raadsels. Bijv. Frits heeft een kwart van zijn grasveld gemaaid, Bilal één derde. Wie heeft het hardste gewerkt? 5.Werk met een stappenplan of strategiekaart. (Bijv. de Beertjesmethode van Meichenbaum of de kaart uit het Gouds Rekenpakket) 31-1-2011 www.hetabc.nl 25 4.2 Aanpak taal & problemen m.b.t. het aanpakgedrag 6.Pas Model-leren toe: De leerkracht doet hardop voor hoe hij het probleem aanpakt en oplost. De leerlingen doen mee met de leerkracht bij aanpak en oplossing. De leerlingen voeren de opdracht hardop uit. De leerkracht luistert en stuurt bij. De leerlingen voeren de opdracht fluisterend uit. De leerkracht controleert. 31-1-2011 www.hetabc.nl 26 De leerlingen voeren de opdracht denkend uit. 13
4.2 Verhaaltjessommen: hoe doe ik dat? 1.IK LEES HET VERHAALTJE TWEE KEER DOOR VAN BEGIN TOT EIND. 2.WAT MOET IK TE WETEN KOMEN? 3.WAT WEET IK AL? 4.WAT MOET IK DOEN? 5.WELK SOMMETJE HOORT DAARBIJ? 31-1-2011 www.hetabc.nl 27 6.IK REKEN DE SOM UIT. 14