Training 1 1) Warming-up Spelvorm * 3 tikkers - ca. 5-6 ballen * gedurende 1 min. zoveel mogelijk spelers zonder bal tikken * men kan elkaar 'verlossen' door elkaar 1 bal toe te gooien 20 x 25 meter 2) Positiespel 5:5/6:6 in 2 vakken met 3 kaatsers * In vak A speelt een partij op balbezit; verovert de andere partij de bal, dan moeten zij openen v ia centrale kaatser op de neutrale kaatser in het andere vak * Iedereen moet snel aansluiten naar het andere vak, alwaar door de andere partij op balbezit gespeeld wordt (mogen neutrale kaatser gebruiken) * Score: als men opent naar andere vak + kaatsen op 3e man! 3) Afwerkvormen 1 2 vaste kaatser vaste kaatsers 6 3 5 3 2 4 1 Wedstrijdvorm: 2 groepen maken, welke groep scoort het meest? 2 series van 8-10 minuten Snelheid: steekpass, achterlangs, afwerken 4) Partijspel: 6 : 6 op 1 groot doel + 2 kleine doeltjes * Scoren op de grote goal = 2 punten * Scoren uit een voorzet = 3 punten (op groot doel) * Scoren op klein doel = 1 punt en wisselen van functie Accenten: * Zuiverheid in de passing * Na elke pass volgt een versnelling in de vrije ruimte * Niemand staat stil: anders balverlies!
Training 2 1) Spelvorm: koppend scoren Medespeler gooit de bal aan en de ander probeert koppend te scoren Doel: * balbezit, hoog spelritme, waarbij 2) Positiespel 5:5/6:6 in 2 vakken met 3 kaatsers we proberen zo diep mogelijk in te spelen * diep inspelen - kaatsen op 3e man en weer diep inspelen + bijsluiten Opdrachten: * vrij spel * de bal 2x raken * direkt spel, behalve de neutrale spelers * niet terug spelen naar de speler van wie je de bal hebt ontvangen * Indien mogelijk diepte voor breedte * goede been inspelen, afhankelijk van 3) Afwerkvormen Balletje breed leggen janken op de goal Inspelen kaatsen en joekelen 4) Partij 6 tegen 6 op 4 doeltjes * vrij spel * max. 2 balkontakten * series van 5 minuten Belangrijk: diep inspelen - bijsluiten - kaatsen - openen voldoende ballen in de buurt
Training 3 1) Warming-up Spelvorm * 3 tikkers - ca. 5-6 ballen * gedurende 1 min. zoveel mogelijk spelers zonder bal tikken * men kan elkaar 'verlossen' door elkaar 1 bal toe te gooien 20 x 25 meter 2) Interval-extensief: Partij 7:7/8:8 in 2 vakken met 2 kaatsers * In vak A speelt een partij op balbezit; verovert de andere partij de bal, dan moeten zij openen op de neutrale kaatser in het andere vak A B * Iedereen moet snel aansluiten naar het andere vak, alwaar door de andere partij op balbezit gespeeld wordt (mogen neutrale kaatser gebruiken) * Score: als men opent naar andere vak + kaatsen op 3e man! 3) afwerkvormen Ingooien aannemen borst afwerken Inpassen bal terugkaatsen breed leggen -afwerken 4) Partijvorm A. Partijspel 5 : 5 op 2 grote goals in 2 vakken * veel reserveballen om tempo hoog te houden * geen corners - scherp spelen * eventueel aantal balkontakten in verd. vak beperken * hartslag 160-170 B. Partijspel 5 : 5 op 2 pupillendoelen * Scoren uit een pass
Training 4 1) Positiespel 6 : 6 Scoren door een pass op medespeler door één vd doeltjes 2) Interval-extensief: Partij 7:7/8:8 in 2 vakken met 2 kaatsers * In vak A speelt een partij op balbezit; verovert de andere partij de bal, dan moeten zij openen op de neutrale kaatser in het andere vak A B * Iedereen moet snel aansluiten naar het andere vak, alwaar door de andere partij op balbezit gespeeld wordt (mogen neutrale kaatser gebruiken) * Score: als men opent naar andere vak + kaatsen op 3e man! 3) afwerkvormen 0 Inpassen aannemen passen kaatsen afwerken 4) Partijspel * 3 teams maken: 2 teams spelen tegen elkaar en 1 team heeft rust. * Team dat een doelpunt tegen krijgt wisselt met het rustende team. * Trainer speelt de ballen naar het 'nieuwe' team a. Dribblen om pilon vanuit dribbel afwerken b. Dribbelen om pilon inpassen kaatsen afwerken Eindvorm: gewone partij Trainer
Training 5 1) Positiespel 5 : 5 met 2 x 2 kaatsers Doel: * handelingssnelhied * kaatsen op 3e man * omschakeling en coaching * met 4 vaste kaatsers * positie-overname na inspelen kaatsers * wedstrijdvorm: 10 x rondspelen is 1 punt kaatsen op 3e man is 1 punt 2) afwerkvormen vaste kaatsers 3 2 1 Ingooien aannemen borst afwerken Snelheid: steekpass, achterlangs, afwerken "Ingooi-borstje-boem" 3) Ajax-spelletje * Maak 2 teams: spelers nummeren (nrs 1-2-3 spelen, nr 4 is keeper, nr 5 en 6 zijn kaatser)
Training 6 1) Warming-up Spelvorm * 3 tikkers - ca. 5-6 ballen * gedurende 1 min. zoveel mogelijk spelers zonder bal tikken * men kan elkaar 'verlossen' door elkaar 1 bal toe te gooien 20 x 25 meter 2) 3 tegen 3 lijnvoetbal * Trainer speelt een bal in; vanuit elke hoek sprint 1 speler het veld in Men speelt dan 3 : 3 lijnvoetbal * Wordt er gescoord, dan verlaten de spelers het veld en schuiven 1 positie door. trainer 3) Interval-extensief: 2 : 2 (toernooivorm) Kan ook 1 : 1 (90 sec A) A H G F * 6 teams van 2 spelers * 3-4 min. Arbeid - 90 sec Rust * elk team speelt 1x tegen elkaar * Doorschuifsysteem (zie tek.) B C D E 4) Eindpartij op 4 doeltjes * Team dat scoort, krijgt direkt weer een bal vd trainer aangespeeld. Trainer
Training 7 2) 3 : 3 in 16-metergebied 1) 4 : 4 (+1) in 2 vakken C 3 teams van 4 spelers 1 neutrale speler in elk vak series van 3 min. * ploeg A speelt op balbezit Tr * ploeg B moet bal veroveren * verovert B de bal, dan sprint A Trainer naar andere vak om de bal te veroveren* series van 90 sec A * trainer speelt bal naar C * rust - verdedigen - aanvallen B * 8 x samenspelen = punt * trainer speelt ballen in naar de aanvallers 3) Afwerkvormen 1 vaste kaatser 2 6 3 5 4 Bal aangooien/spelen controleren - afwerken Doorlopen en aangeworpen bal koppend afwerken Wedstrijdvorm: 2 groepen maken, welke groep scoort het meest? 2 series van 8-10 minuten 4) Partijspel: 6 : 6 op 1 groot doel + 2 kleine doeltjes * Scoren op de grote goal = 2 punten * Scoren uit een voorzet = 3 punten (op groot doel) * Scoren op klein doel = 1 punt en wisselen van functie Accenten: * Zuiverheid in de passing * Na elke pass volgt een versnelling in de vrije ruimte * Niemand staat stil: anders balverlies!
Training 8 1) Kopbalspelletje (zie training 2) 2) 5 : 5 met speler in eindvak + verdediger dorschuifsysteem! * medespeler in het vak aanspelen; deze kaatst en scoren dmv dribbel over de achterlijn Medespeler gooit de bal aan en de * variatie: kaatsen op 3e man Series van 3-4 min. ander probeert koppend te scoren * men houdt balbezit en probeert dan te scoren in andere vak 3) Afwerkvormen Pass op jezelf geven om de pilon sprinten afwerken Spits vraagt om de bal inspelen uit draai meenemen 4) Ajax-spelletje * Maak 2 teams: spelers nummeren (nrs 1-2-3 spelen, nr 4 is keeper, nr 5 en 6 zijn kaatser) 5) Eindpartij
Training 9 1) 5 : 5 met 4 kaatsers in vak a. scoren door 1-2 kombinatie b. scoren als a, kaatsen 3e man series van 3 min. spelers nummeren 1 t/m 7 2) Afwerkvormen "Hup Benno" Duel 1:1 Een speler met bal dribbelt om pilon Bal aangooien/spelen controleren - afwerken De andere sprint om de pilon + duel Doorlopen en aangeworpen bal koppend afwerken Dubbele 1-2 kombinatie met vaste kaatsers Inpassen, dribbel en steekpass de inpassende speler Sprint achterlangs en werkt af 3) Eindpartij Partij 5 tegen 5 op groot doel + pupillen * scoren pupillen = goal + wisselen * scoren groot doel = 1 punt * scoren uit voorzet = 3 punten Bijzonderheden: Speler zonder bal vraagt, anders niet passen Na afspelen bal, sprint in de vrije ruimte Op juiste moment als team druk zetten Specifiek: scoorvak
Training 10 1) 4 : 4 met 3-4 kaatsers 5 series van 3 min 2) Kombinatievorm + afwerken of in de loop meegeven zonder kaatser op 16 m variatie! 2 series van 8-10 min Trainer passt bal sprinten vanuit dribbel afwerken Bal inpassen duel 1 : 1 afwerken wisselen van rol 3) Partijspel: 6 : 6 op 1 groot doel + 2 kleine doeltjes * Scoren op de grote goal = 2 punten * Scoren uit een voorzet = 3 punten (op groot doel) * Scoren op klein doel = 1 punt en wisselen van functie Accenten: * Zuiverheid in de passing * Na elke pass volgt een versnelling in de vrije ruimte * Niemand staat stil: anders balverlies!
Training 11 1) Warming-up Spelvorm * 3 tikkers - ca. 5-6 ballen * gedurende 1 min. zoveel mogelijk spelers zonder bal tikken * men kan elkaar 'verlossen' door elkaar 1 bal toe te gooien 2) Afwerkvormen 20 x 25 meter 1-2 kombinatie inpassen balcontrole en duel 1:1 1-2 kombinatie inpassen balcontrole inpassen etc.. Bal inspelen op de zich aanbiedende speler deze kaa Bal inspelen op vaste kaatser deze kaatst de bal op Vervolgens inspelen op vaste kaatser deze kaatst op de de inkomende speler, die afwerkt. Achterlangs sprintende spits afwerken 3) Eindpartij Partij 6 tegen 6 * 2 x 12 min. * koppend scoren op groot doel zonder keeper * scoren in klein doel Winst 1e helft = 3 pnt Winst 2e helft = 3 pnt Extra: winnaar totaal op pnt = 2 extra Extra: winnaar totaal op doelgem. = 1 pnt extra klein doeltje in groot doel
Training 12 2) 3 tegen 3 lijnvoetbal * Trainer speelt een bal in; vanuit elke hoek sprint 1 speler het veld in Men speelt dan 3 : 3 lijnvoetbal * Wordt er gescoord, dan verlaten de spelers het veld en schuiven 1 positie door. trainer 2) Afwerkvormen Ingooien bal doorkoppen afwerken Dubbele 1-2 kombinatie met vaste kaatsers Elke speler neemt 3 vrije trappen; scoren = tegenpartij Keepertje pesten : keeper tikt pilon op 11-meter aan om pilon sprinten. Op dat moment boogpass geven. Niet-scoren = zelf om pilon sprinten! Niet-scoren = sprinten! 3) Eindpartij