D-pupillen. Leeftijdskenmerken
|
|
|
- Antoon de Backer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 D-pupillen Leeftijdskenmerken Een (eerstejaars) D-pupil heeft ideale lichaamsverhoudingen. Dit zorgt voor een probleemloze coördinatie. Anders wordt het voor sommige (tweedejaars) D-pupillen. Zij kunnen al te maken krijgen met de zogenaamde groeispurt, een snelle lengtegroei in een relatief korte tijdsperiode. Voor de verhouding tussen de belasting (datgene wat de trainer de speler laat doen) en de belastbaarheid (datgene wat de speler aan kan) heeft dit de nodige consequenties. De kritiek op de eigen prestaties en die van anderen neemt toe. Ook de trainer kan onder vuur komen te liggen Benut de mogelijkheden die dit met zich meebrengt Tegelijkertijd kan hij zich in hoge mate gaan spiegelen aan idolen. Zie de hoeveelheid aan clubshirts met beroemde spelersnamen in deze leeftijd. Hij stelt hoge eisen aan zichzelf (en aan anderen). Maak gebruik van de positieve kwaliteiten van hun idolen Een D-pupil is in staat om veel meer wedstrijdgericht te trainen en complexere voetbalsituaties te overzien. Vanwege deze reden spreken partijvormen enorm aan in deze leeftijdscategorie. Train voetbalecht 1
2 Analyse het voetballen van D-pupillen Het voetballen van D-pupillen (11/12 jaar) kenmerkt zich door: de verdere perfectionering van de technische vaardigheid; ze zijn in staat de bal over nog grotere afstanden te verplaatsen; het aantal mogelijkheden dat men ziet om tot een aanval/kans/doelpunt te komen wordt steeds groter; ze zijn in staat uitgesteld te denken, d.w.z. dat ze niet alleen maar het idee hebben direct naar het doel van de tegenpartij te moeten spelen oftewel: er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden; ze zijn steeds beter in staat de juiste keuzes te maken; de rol (taak) die ze vervullen binnen het team wordt steeds duidelijker; ze krijgen oog voor de rol (taak) van anderen in het team; bewust handelen neemt nog steeds toe; veldbezetting wordt steeds beter; het grote veld waarop ze spelen; het feit dat ze elf tegen elf spelen en er dus meer medespelers en tegenstanders zijn; de nieuwe spelregels waarmee ze geconfronteerd worden. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen (1) en wedstrijdechte situaties (2). o Passen binnenkant voet o Aannemen o Dribbelen/drijven/passeren o Wreeftrap o Bal afschermen o oppen Aanvallend verdedigend o Sliding o Bloktackle Verder ontwikkelen van het inzicht in het herkennen van spelbedoelingen (3). Het ontwikkelen van het inzicht in de algemene uitgangspunten (4) in de hoofdmomenten (5): o balbezit eigen team (teamfuncties opbouwen en aanvallen) o balbezit tegenpartij (teamfunctie verdedigen) in de verschillende linies in 11 tegen 11. ( ) toelichting op de volgende bladzijde Indicatie coachingsaccenten: Techniek 0% 20% 40% 60% 80% 100% Inzicht 2
3 Toelichting doelstelling: Spelers/speelsters moeten nu eerst leren functioneren binnen een teamorganisatie (1 : 4 : 3 : 3) bij balbezit en balbezit tegenpartij (hoofdmomenten) en de daarbij behorende 3 teamfuncties (opbouwen en aanvallen bij balbezit en verdedigen bij balbezit tegenpartij). De taken behorende bij de positie van de individuele spelers/speelsters dienen daarbij inhoud te krijgen. Toelichting termen: (1) - Basisvormen Dit zijn voetbalvormen die ontleend zijn aan echte wedstrijdsituaties. Situaties waarin die elementen die voetballen voetballen maken in meer of mindere mate voorkomen. Omdat het in deze fase gaat om kinderen die nog niet zo lang voetballen is het zaak het voetballen zodanig te vereenvoudigen dat trainingsvormen aan de volgende eisen voldoet: Het voetballen in die vorm moet lopen Ze moeten de vorm en de bijbehorende organisatie begrijpen Het voetballen in die vorm moet lukken Ze moeten het kunnen uitvoeren Het mag niet te gemakkelijk of te moeilijk zijn Het moet leren Ze moeten er beter van kunnen worden Het moet leven Het moet voetballen zijn want daar komen ze voor Anders gesteld zou je ook kunnen stellen dat voetbaltraining/voetbalvormen aan de volgende eisen moet voldoen: Voetbalvormen (met bal, medespeler(s), tegenstander(s), afgebakend veld, spelregels en mogelijkheid om te scoren). Vereenvoudigde op de leeftijd en vaardigheid van de groep aangepaste vormen. Veel herhalingen van de aan te leren vaardigheid. Juiste coaching (aangepast op de leeftijd en vaardigheid van de groep). (2) Wedstrijdechte situaties Om spelers steeds beter te maken in het oplossen van voetbalsituaties is het aan te bevelen spelers ook te laten trainen/oefenen in die voetbalsituaties. Daarmee wordt bereikt dat de situatie voor de spelers herkenbaar is en overeenkomt met de situatie zoals die zich in de wedstrijd voordoet. In de praktijk betekent dit dat de trainer als het ware een hap uit de wedstrijd neemt, er een trainingsvorm van maakt en spelers in die situatie coacht. 3
4 (3) - Spelbedoelingen Elk spel heeft een doel. Bij voetbal is het de bedoeling (via samenspel) de bal in het doel van de tegenpartij te schieten, terwijl de tegenpartij dit probeert te voorkomen. Dit basisidee dient altijd in een voetbalvorm te herkennen te zijn. Het ene team/de ene speler probeert te scoren en het andere team/de andere speler probeert dit te voorkomen. Het scoren kan daarbij op zeer verschillende manieren. Om het voetballen leerbaar te maken voor kinderen (te vereenvoudigen) kunnen de spelbedoelingen (scoren en voorkomen van scoren) nog beter/duidelijker omschreven worden: Balbezit eigen team: o Opbouwen o Aanvallen o Scoren Balbezit tegenpartij: o Storen o Vastzetten/Afjagen/Bal afpakken o Doelpunten voorkomen (4) - Algemene uitgangspunten Op het moment dat het eigen team balbezit heeft of de tegenpartij balbezit heeft worden er spelbedoelingen nagestreefd (Zie (2) Spelbedoelingen). Om die spelbedoelingen te kunnen realiseren kan voor D-pupillen een aantal algemene (voor iedereen geldende) uitgangspunten geformuleerd worden. Bij balbezit eigen team ( wij hebben de bal ): o Speelruimte voor eigen team zo groot mogelijk maken: In breedte van het veld. In diepte (lengte van het veld). ver uit elkaar gaan spitsen zo ver mogelijk naar voren jongens die aan de zijkant spelen zo ver mogelijk naar de zijlijn verdeel je goed over het veld o Diep denken en zo mogelijk diep spelen (1 e optie). speel naar voren als je kunt, daar moeten we immers naartoe om te kunnen scoren o Eventueel breed (2 e optie) of diep (3 e optie) spelen. als we niet naar voren kunnen spelen, kijken we naast ons of naar achteren om vervolgens weer naar voren te kunnen o Bal houden als voorwaarde om te kunnen opbouwen, aanvallen en scoren. als we de bal kwijtraken kunnen we niet scoren o Onnodig balverlies moet voorkomen worden. dicht bij je eigen doel mag je de bal niet kwijtraken o Veldbezetting (posities spelers t.o.v. elkaar) zo optimaal mogelijk houden. speel ver uit elkaar loop elkaar niet in de weg niet dicht bij elkaar staan 4
5 Bij balbezit van de tegenpartij ( zij hebben de bal ): o Speelruimte voor tegenpartij zo klein mogelijk maken. dicht bij elkaar spelen elkaar helpen o Linies moeten goed bij elkaar aansluiten. Naar voren (diepte) Naar achteren (diepte) Naar links (breedte) Naar rechts (breedte) o Druk op de balbezittende tegenstander houden. de speler die de bal heeft moet aangevallen worden de speler met de bal moet ver van het doel gehouden worden o ennis maken met verschillende vormen van dekken. tussen doel en tegenstander staan de weg naar het doel afsluiten Mandekking in de buurt van de bal mag niemand vrij staan Rug-/ruimtedekking probeer elkaar te helpen als medespeler uitgespeeld wordt moet er iemand anders zijn die het duel aan kan gaan allemaal iets naar de tegenstander met bal komen speler die ver van de bal staat iets los laten o Zo lang mogelijk nuttig blijven. blijf helpen tot wij de bal hebben (5) - Hoofdmoment Het voetballen is onder te verdelen in 4 hoofdmomenten. Waar de bal ook is, wie de bal ook heeft, altijd is vast te stellen om welk hoofdmoment het gaat. Deze onderverdeling is een hulpmiddel. Door, in de voorbereiding op een training, een keuze te maken voor een doelstelling die ligt binnen één van de hoofdmomenten en tijdens de training de coaching (tijdens training en wedstrijd) deze terminologie te gebruiken kan aan de spelers/speelsters duidelijk gemaakt worden om welke situatie het voortdurend gaat: balbezit eigen partij wij hebben de bal wisseling van balbezit eigen partij naar balbezit tegenpartij wij verliezen de bal balbezit tegenpartij de tegenpartij heeft de bal wisseling van balbezit tegenpartij naar balbezit eigen partij wij veroveren de bal Daarmee maak je het plaatje/de doelstelling nog duidelijker voor de spelers/speelsters. In de training kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om een doelstelling te kiezen die ligt in het hoofdmoment balbezit (voor F-pupillen bijvoorbeeld: beter leren mikken en voor C-junioren bijvoorbeeld: verbeteren van het samenspel tussen middenvelders en aanvallers om meer scoringskansen te creëren ). Door in de coaching alleen die facetten te benoemen die hierbij een rol spelen kan iedereen (spelers en coaches) zich daarop concentreren en vele andere voetbalzaken (voor dit moment) even vergeten. Hierdoor kan er veel meegegeven worden t.a.v. de gekozen doelstelling in plaats van alles te benoemen. Dit zorgt voor een hoog rendement. Voor D-pupillen kan volstaan worden met het aanleren/verbeteren van vaardigheden die liggen binnen de hoofdmomenten balbezit eigen partij wij hebben de bal en balbezit tegenpartij de tegenpartij heeft de bal. De overige hoofdmomenten komen in het vervolg van de jeugdopleiding aan de orde. 5
6 D-pupillen 1 TEGEN 1 Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant voet o Aannemen o Dribbelen/drijven/passeren o Wreeftrap o Bal afschermen o oppen Aanvallend verdedigend o Sliding o Bloktackle Verder ontwikkelen van het inzicht in het herkennen van spelbedoelingen (3). Het ontwikkelen van het inzicht in de algemene uitgangspunten (4) in de hoofdmomenten (5): o balbezit eigen team (teamfuncties opbouwen en aanvallen) o balbezit tegenpartij (teamfunctie verdedigen) in de verschillende linies in 11 tegen 11. Indicatie coachingsaccenten: Techniek 0% 20% 40% 60% 80% 100% Inzicht Toelichting doelstelling: Spelers/speelsters moeten nu eerst leren functioneren binnen een teamorganisatie (1 : 4 : 3 : 3) bij balbezit en balbezit tegenpartij (hoofdmomenten) en de daarbij behorende 3 teamfuncties (opbouwen en aanvallen bij balbezit en verdedigen bij balbezit tegenpartij). De taken behorende bij de positie van de individuele spelers/speelsters dienen daarbij inhoud te krijgen.
7 1. Chaos-pingelspel ( 1 tegen 2 ) /Organisatie - 12 spelers per veld - veld: 12 x 20 meter Van de balbezitters is er één doelverdediger en de ander aanvaller die moet proberen bij de twee tegenstanders te scoren. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens zelf te scoren. - 9 ballen - 12 dopjes/pilonnen - 6 doeltjes (van pilonnen) - 6 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle teams met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander tegen 1 lijnvoetbal /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Spelers met bal proberen bal over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen. - 5 ballen - 18 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle spelers met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander. Bij een oneven aantal staat de speler die over is buiten het veld met een rood hesje aan. Hij schuift met de spelers met de rode hesjes mee. Zo staat iedere speler één ronde stil.
8 3. 1 tegen 1 met doeltjes /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Spelers met bal proberen te scoren in doeltje van tegenstander. Verdedigers proberen dit te voorkomen. - 5 ballen - 18 dopjes/pilonnen - 10 doeltjes (van pilonnen) - 5 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle spelers met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander. Bij een oneven aantal staat de speler die over is buiten het veld met een rood hesje aan. Hij schuift met de spelers met de rode hesjes mee. Zo staat iedere speler één ronde stil tegen 1 pilonvoetbal /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Spelers met bal proberen te scoren door pilon van tgenstander te raken. Verdedigers proberen dit te voorkomen. meer pilonnen plaatsen - 5 ballen - 22 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle spelers met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander. Bij een oneven aantal staat de speler die over is buiten het veld met een rood hesje aan. Hij schuift met de spelers met de rode hesjes mee. Zo staat iedere speler één ronde stil.
9 5. 1 tegen 1 na pass (1) (start op gelijke hoogte) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Twee spelers sprinten naar de bal en gaan duel aan. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. één van de rijtjes krijgt een voorsprong één van de rijtjes (de aanvallers) worden van opzij onder druk gezet één van de rijtjes (de aanvallers) worden van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over tegen 1 na pass (2) (één speler heeft voorsprong en wordt van achteren onder druk gezet) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Twee spelers sprinten naar de bal en gaan duel aan. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. spelers starten op gelijke hoogte één van de rijtjes (de aanvallers) worden van opzij onder druk gezet één van de rijtjes (de aanvallers) worden van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over.
10 7. 1 tegen 1 na pass (3) (aanvaller/balbezitter wordt van opzij onder druk gezet) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Aanvaller neemt bal mee. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. zowel van links alsook van rechts onder druk zetten spelers starten op gelijke hoogte één van de rijtjes krijgt een voorsprong één van de rijtjes (de aanvallers) worden van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Aanvaller pikt bal op. 3. Bal uit: actie over. 4. Hoekschop: actie over tegen 1 na pass (4) (aanvaller/balbezitter wordt van voren onder druk gezet) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Aanvaller neemt bal mee. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. zowel van links alsook van rechts onder druk zetten spelers starten op gelijke hoogte één van de rijtjes krijgt een voorsprong één van de rijtjes (de aanvallers) worden van opzij onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Aanvaller pikt bal op. 3. Bal uit: actie over. 4. Hoekschop: actie over.
11 9. 1 tegen 1 (1) (balbezitter wordt van voren onder druk gezet) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Aanvaller dribbelt vanaf achterlijn. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men bij het andere rijtje spelers. balbezitter wordt van achteren onder druk gezet. balbezitter wordt van opzij onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met dribbel. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over tegen 1 (2) (balbezitter wordt van achteren onder druk gezet) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Aanvaller dribbelt vanaf achterlijn. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger start vanaf zijlijn als aanvaller pilonnen gepasseerd is en scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. plaats van startpilon verder naar voren of naar achteren plaatsen balbezitter wordt van opzij onder druk gezet balbezitter wordt van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over.
12 11. 1 tegen 1 (3) (balbezitter wordt van opzij onder druk gezet) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter - 5 ballen - 1 pupillendoel Aanvaller dribbelt vanaf achterlijn. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger start tegelijk vanaf zijlijn en scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Aanvaller pikt bal op. 3. Bal uit: actie over. 4. Hoekschop: actie over. zowel van links alsook van rechts onder druk zetten plaats van startpilon verder naar voren of naar achteren plaatsen balbezitter wordt van achteren onder druk gezet. balbezitter wordt van voren onder druk gezet tegen 1 met keeper /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter - 6 ballen - 12 dopjes/pilonnen - 2 pupillendoelen - 2 doeltjes (van pilonnen) - 5 rode hesjes Spelers met bal proberen te scoren door bal in doel van keeper te schieten. Verdedigers proberen dit te voorkomen en scoren op klein doeltje. 1. Spel begint met dribbel door aanvaller. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn of actie is voorbij en volgende aanvaller start. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt of actie is voorbij en volgende aanvaller start. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Gescoorde doelpunten onthouden. Spelers blijven steeds op hun eigen veldje of schuiven na de actie door naar volgend veldje. Eventueel kunnen op ieder veldje twee verdedigers spelen die elkaar na iedere aanvaller afwisselen. De verdedigers worden gewisseld op teken van de trainer. Verdediger wisselt als er 3, 4 of 5 keer achter elkaar niet gescoord is.
13 13. 2 tegen 2 lijnvoetbal /Organisatie - 8 spelers per veld - veld: 12 x 20 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen. - 6 ballen - 20 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje krijgt men een andere tegenstander. Bij een oneven aantal spelers wordt er één drietal geformeerd. Elke keer als het spel dood is (uit, achter, doelpunt) wordt er in het drietal doorgeschoven tegen 3 lijnvoetbal /Organisatie - 6 spelers per veld - veld: 15 x 25 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen dopjes/pilonnen - 3 rode hesjes - 3 gele hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje krijgt men een andere tegenstander. Als er 9 spelers zijn kan er een extra team gemaakt worden dat langs de kant staat en gaat spelen als er bijvoorbeeld 2 of 3 doelpunten gemaakt zijn. Het winnende team wordt dan gewisseld.
14 15. 4 tegen 4 lijnvoetbal /Organisatie - 8 spelers per veld - veld: 20 x 35 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden tegen 4 lijnvoetbal in combinatie met scoren op doel /Organisatie - 9 spelers per veld - veld: 20 x 35 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen en te scoren in het doel. spelen met andere aantallen (2 tegen 2 of 3 tegen 3) - 8 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn of inrollen vanaf de keeper. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Na verloop van tijd wisselen van speelhelft.
15 D-pupillen AANVALLEN Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant voet o Aannemen o Dribbelen/drijven/passeren o Wreeftrap o Bal afschermen o oppen Aanvallend verdedigend o Sliding o Bloktackle Verder ontwikkelen van het inzicht in het herkennen van spelbedoelingen (3). Het ontwikkelen van het inzicht in de algemene uitgangspunten (4) in de hoofdmomenten (5): o balbezit eigen team (teamfuncties opbouwen en aanvallen) o balbezit tegenpartij (teamfunctie verdedigen) in de verschillende linies in 11 tegen 11. Indicatie coachingsaccenten: Techniek 0% 20% 40% 60% 80% 100% Inzicht Toelichting doelstelling: Spelers/speelsters moeten nu eerst leren functioneren binnen een teamorganisatie (1 : 4 : 3 : 3) bij balbezit en balbezit tegenpartij (hoofdmomenten) en de daarbij behorende 3 teamfuncties (opbouwen en aanvallen bij balbezit en verdedigen bij balbezit tegenpartij). De taken behorende bij de positie van de individuele spelers/speelsters dienen daarbij inhoud te krijgen.
16 1. Chaos-pingelspel ( 1 tegen 2 ) /Organisatie - 12 spelers per veld - veld: 12 x 20 meter Van de balbezitters is er één doelverdediger en de ander aanvaller die moet proberen bij de twee tegenstanders te scoren. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens zelf te scoren. - 9 ballen - 12 dopjes/pilonnen - 6 doeltjes (van pilonnen) - 6 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle teams met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander tegen 1 lijnvoetbal /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Spelers met bal proberen bal over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen. - 5 ballen - 18 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle spelers met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander. Bij een oneven aantal staat de speler die over is buiten het veld met een rood hesje aan. Hij schuift met de spelers met de rode hesjes mee. Zo staat iedere speler één ronde stil.
17 3. 1 tegen 1 met doeltjes /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Spelers met bal proberen te scoren in doeltje van tegenstander. Verdedigers proberen dit te voorkomen. - 5 ballen - 18 dopjes/pilonnen - 10 doeltjes (van pilonnen) - 5 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle spelers met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander. Bij een oneven aantal staat de speler die over is buiten het veld met een rood hesje aan. Hij schuift met de spelers met de rode hesjes mee. Zo staat iedere speler één ronde stil tegen 1 pilonvoetbal /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Spelers met bal proberen te scoren door pilon van tgenstander te raken. Verdedigers proberen dit te voorkomen. meer pilonnen plaatsen - 5 ballen - 22 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle spelers met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander. Bij een oneven aantal staat de speler die over is buiten het veld met een rood hesje aan. Hij schuift met de spelers met de rode hesjes mee. Zo staat iedere speler één ronde stil.
18 5. 1 tegen 1 na pass (1) (winnaar sprintduel probeert te scoren) /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Twee spelers sprinten naar de bal en gaan duel aan. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. één van de rijtjes krijgt een voorsprong één van de rijtjes (de aanvallers) worden van opzij onder druk gezet één van de rijtjes (de aanvallers) worden van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over tegen 1 na pass (2) (winnaar sprintduel probeert onder druk van achterop komende verdediger te scoren) /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Twee spelers sprinten naar de bal en gaan duel aan. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. spelers starten op gelijke hoogte één van de rijtjes (de aanvallers) worden van opzij onder druk gezet één van de rijtjes (de aanvallers) worden van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over.
19 7. 1 tegen 1 na pass (3) (aanvaller/balbezitter probeert onder druk van opzij komende verdediger te scoren) /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Aanvaller neemt bal mee. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. zowel van links alsook van rechts onder druk zetten spelers starten op gelijke hoogte één van de rijtjes krijgt een voorsprong één van de rijtjes (de aanvallers) worden van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Aanvaller pikt bal op. 3. Bal uit: actie over. 4. Hoekschop: actie over tegen 1 na pass trainer 4 (aanvaller/balbezitter probeert onder druk van van voren komende verdediger te scoren) /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Aanvaller neemt bal mee. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. zowel van links alsook van rechts onder druk zetten spelers starten op gelijke hoogte één van de rijtjes krijgt een voorsprong één van de rijtjes (de aanvallers) worden van opzij onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Aanvaller pikt bal op. 3. Bal uit: actie over. 4. Hoekschop: actie over.
20 9. 1 tegen 1 (1) (aanvaller/balbezitter probeert onder druk van van voren komende verdediger te scoren) /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Aanvaller dribbelt vanaf achterlijn. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men bij het andere rijtje spelers. balbezitter wordt van achteren onder druk gezet. balbezitter wordt van opzij onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met dribbel. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over tegen 1 (2) (aanvaller/balbezitter probeert onder druk van opzij en achteropkomende verdediger te scoren) /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Aanvaller dribbelt vanaf achterlijn. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger start vanaf zijlijn als aanvaller pilonnen gepasseerd is en scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. plaats van startpilon verder naar voren of naar achteren plaatsen balbezitter wordt van opzij onder druk gezet balbezitter wordt van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over.
21 11. 1 tegen 1 (3) (aanvallers/balbezitter probeert onder druk van opzij komende verdediger te scoren) /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter - 5 ballen - 1 pupillendoel Aanvaller dribbelt vanaf achterlijn. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger start tegelijk vanaf zijlijn en scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. 1. Spel begint met dribbel. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over. zowel van links alsook van rechts onder druk zetten plaats van startpilon verder naar voren of naar achteren plaatsen balbezitter wordt van achteren onder druk gezet. balbezitter wordt van voren onder druk gezet tegen 1 met keeper /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter - 6 ballen - 12 dopjes/pilonnen - 2 pupillendoelen - 2 doeltjes (van pilonnen) - 6 rode hesjes Spelers met bal proberen te scoren door bal in doel van keeper te schieten. Verdedigers proberen dit te voorkomen en scoren op klein doeltje. 1. Spel begint met dribbel door aanvaller. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn of actie is voorbij en volgende aanvaller start. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt of actie is voorbij en volgende aanvaller start. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Gescoorde doelpunten onthouden. Spelers blijven steeds op hun eigen veldje of schuiven na de actie door naar volgend veldje. Eventueel kunnen op ieder veldje twee verdedigers spelen die elkaar na iedere aanvaller afwisselen. De verdedigers worden gewisseld op teken van de trainer. Verdediger wisselt als er 3, 4 of 5 keer achter elkaar niet gescoord is.
22 13. 2 tegen 2 lijnvoetbal /Organisatie - 8 spelers per veld - veld: 12 x 20 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen. - 6 ballen - 20 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje krijgt men een andere tegenstander. Bij een oneven aantal spelers wordt er één drietal geformeerd. Elke keer als het spel dood is (uit, achter, doelpunt) wordt er in het drietal doorgeschoven tegen 3 lijnvoetbal /Organisatie - 6 spelers per veld - veld: 15 x 25 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen dopjes/pilonnen - 3 rode hesjes - 3 gele hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje krijgt men een andere tegenstander. Als er 9 spelers zijn kan er een extra team gemaakt worden dat langs de kant staat en gaat spelen als er bijvoorbeeld 2 of 3 doelpunten gemaakt zijn. Het winnende team wordt dan gewisseld.
23 15. 4 tegen 4 lijnvoetbal /Organisatie - 8 spelers per veld - veld: 20 x 35 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden tegen 4 lijnvoetbal in combinatie met scoren op doel /Organisatie - 9 spelers per veld - veld: 20 x 35 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen en te scoren in het doel. spelen met andere aantallen (2 tegen 2 of 3 tegen 3) - 8 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn of inrollen vanaf de keeper. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Na verloop van tijd wisselen van speelhelft.
24 17. 3 tegen 1 (uitspelen overtal en scoren) - 10/12 spelers per veld - veld: 30 x 20 meter Via samenspel proberen de balbezitters (aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdediger en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren in het kleine doeltje aan de overkant. spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (aanvallers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de drietallen (aanvallers). na elke aanval starten drie nieuwe balbezitters (aanvallers) na elke aanval start een nieuwe verdediger tegen 1 (1) (uitspelen overtal en scoren) - 10/12 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter - 1 pupillendoel - 2 kleine doeltjes Via samenspel proberen de balbezitters (aanvallers) te scoren in één van de twee doeltjes aan de overkant. De verdediger probeert dit te voorkomen, de bal te onderscheppen en te scoren in het pupillendoel aan de overkant. balbezitters (aanvallers) scoren in doel met keeper spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. Wedstrijdvorm gestart bij het tweetal. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers
25 19. 2 tegen 1 (2) (uitspelen overtal en scoren) - 10/12 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdediger en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren in het kleine doeltje aan de overkant. balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (aanvallers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de tweetallen (aanvallers). na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (aanvallers) na elke aanval start een nieuwe verdediger tegen 2 (uitspelen overtal en scoren) - 10/12 spelers per veld - veld: 30 x 20 meter Via samenspel proberen de balbezitters (aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren in het doeltje aan de overkant. spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. met buitenspel spelen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger gestart bij de keeper.
26 21. 4 tegen 3 (uitspelen overtal en scoren) - 10/12 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren in het doeltje aan de overkant. spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (aanvallers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij het kleine doeltje. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger tegen 4 met keeper - 9 spelers per veld - veld: 20 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren in het doeltje aan de overkant. spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (aanvallers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij het kleine doeltje.
27 23. 4 tegen 4 met twee pupillendoelen met keepers /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 30 x 20 meter Spelers met bal proberen via samenspel en/of individuele acties te scoren in het pupillendoeltje. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. - 2 pupillendoelen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt tegen tegen 1 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 10/12 spelers per veld - veld: 20 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. gestart bij het drietal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers
28 25. 2 tegen tegen 1 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 10/12 spelers per veld - veld: 20 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. gestart bij het tweetal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters meer beurten. de verdediger mag nadat de spitsen aangespeeld zijn mee terug komen één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers tegen tegen 1 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 10/12 spelers per veld - veld: 20 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdediger en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. beide opbouwers mogen aansluiten bij spits en voorste verdediger mag ook mee terug komen gestart bij het tweetal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 2 tegen 1 uit te spelen. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers
29 27. 2 tegen tegen 2 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 10/12 spelers per veld - veld: 20 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. gestart bij het tweetal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 3 tegen 2 uit te spelen. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. na aanspelen spitsen mag voorste verdediger mee terug komen beide opbouwers mogen aansluiten bij spits en voorste verdediger mag ook mee terug komen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten drie nieuwe verdedigers tegen tegen 2 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 12/14 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. gestart bij het drietal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 3 tegen 2 uit te spelen. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. voorste verdediger mag terug komen nadat spitsen aangespeeld zijn na aanspelen spitsen mogen opbouwers en voorste verdedigers meedoen na elke aanval starten drie nieuwe balbezitters (opbouwers) verdedigers wisselen op teken trainer
30 29. 4 tegen tegen 2 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 12 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. gestart bij het viertal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 3 tegen 2 uit te spelen. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. na aanspelen spitsen mogen opbouwers en voorste verdedigers meedoen middenvelders en aanvallers op eigen positie tegen tegen 3 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 14 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. na aanspelen spitsen mogen opbouwers en voorste verdedigers meedoen gestart bij het viertal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 4 tegen 3 uit te spelen. middenvelders en aanvallers op eigen positie
31 31. 3 tegen tegen 3 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 13 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. gestart bij het viertal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 4 tegen 3 uit te spelen. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. na aanspelen spitsen mogen opbouwers en voorste verdedigers meedoen middenvelders en aanvallers op eigen positie tegen tegen 3 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 15 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. na aanspelen spitsen mogen opbouwers en voorste verdedigers meedoen gestart bij het viertal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 4 tegen 3 uit te spelen. middenvelders en aanvallers op eigen positie
32 33. 6 tegen 5 + keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 12 spelers per veld - veld: 30 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. Wedstrijdvorm/partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en aanvallers op eigen positie tegen 6 + keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 14 spelers per veld - veld: 40 x 60 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. Wedstrijdvorm/partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en aanvallers op eigen positie
33 35. 8 tegen 7 + keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) - 16 spelers per veld - veld: 40 x 60 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. Wedstrijdvorm/partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en aanvallers op eigen positie tegen 7 (samenwerking middenvelders en spitsen) - 14 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. Wedstrijdvorm/partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en aanvallers op eigen positie
34 vleugelspitsen + keeper tegen 2 + keeper /Organisatie - 9 spelers per veld - veld: 40 x 20 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 12 dopjes/pilonnen - 2 doelen - 5 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 5 spelers en keeper. 2. Vleugelspitsen mogen niet aangevallen worden. 3. Vleugelspitsen mogen niet meeverdedigen. 4. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 5. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij vleugelspitsen + keeper tegen 3 + keeper /Organisatie - 11 spelers per veld - veld: 40 x 20 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 12 dopjes/pilonnen - 2 doelen - 5 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 6 spelers en keeper. 2. Vleugelspitsen mogen niet aangevallen worden. 3. Vleugelspitsen mogen niet meeverdedigen. 4. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 5. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij.
35 vleugelspitsen + keeper tegen 4 + keeper /Organisatie - 12 spelers per veld - veld: 40 x 20 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 12 dopjes/pilonnen - 2 doelen - 6 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 6 spelers en keeper. 2. Vleugelspitsen mogen niet aangevallen worden. 3. Vleugelspitsen mogen niet meeverdedigen. 4. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 5. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij vleugelspitsen + keeper tegen 5 + keeper /Organisatie - 15 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 12 dopjes/pilonnen - 2 doelen - 6 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 8 spelers en keeper. 2. Vleugelspitsen mogen niet aangevallen worden. 3. Vleugelspitsen mogen niet meeverdedigen. 4. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 5. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij.
36 keeper tegen 4 + keeper /Organisatie - 17 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 2 doelen - 8 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 5 spelers en keeper. 2. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 3. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij keeper tegen 5 + keeper /Organisatie - 17 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 2 doelen - 8 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 6 spelers en keeper. 2. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 3. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij.
37 keeper tegen 6 + keeper /Organisatie - 15 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 2 doelen - 8 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 7 spelers en keeper. 2. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 3. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij keeper tegen 7 + keeper /Organisatie - 17 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 2 doelen - 8 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 8 spelers en keeper. 2. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 3. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij.
38 D-pupillen OPBOUWEN Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant voet o Aannemen o Dribbelen/drijven/passeren o Wreeftrap o Bal afschermen o oppen Aanvallend verdedigend o Sliding o Bloktackle Verder ontwikkelen van het inzicht in het herkennen van spelbedoelingen (3). Het ontwikkelen van het inzicht in de algemene uitgangspunten (4) in de hoofdmomenten (5): o balbezit eigen team (teamfuncties opbouwen en aanvallen) o balbezit tegenpartij (teamfunctie verdedigen) in de verschillende linies in 11 tegen 11. Indicatie coachingsaccenten: Techniek 0% 20% 40% 60% 80% 100% Inzicht Toelichting doelstelling: Spelers/speelsters moeten nu eerst leren functioneren binnen een teamorganisatie (1 : 4 : 3 : 3) bij balbezit en balbezit tegenpartij (hoofdmomenten) en de daarbij behorende 3 teamfuncties (opbouwen en aanvallen bij balbezit en verdedigen bij balbezit tegenpartij). De taken behorende bij de positie van de individuele spelers/speelsters dienen daarbij inhoud te krijgen.
39 1. Positiespel 3 tegen spelers per veld - veld: 10 x 10 meter (2 reserveballen) - 4 dopjes/pilonnen - 3 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdediger de bal niet kan onderscheppen. 1. loopt naar goede positie 2. 2 speelt bal naar medespeler 1. Balbezitters spelen op balbezit. 2. Verdediger probeert bal te onderscheppen en buiten vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdediger de bal drie keer buiten het vak heeft gedribbeld en stillegt. 4. Elke verdediger speelt twee ronden achter elkaar. Aantallen veranderen (4 tegen 2, 5 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdedigers in doeltjes laten passen die aan 2 zijden staan. 2. Positiespel 4 tegen 2-6 spelers per veld - veld: 10 x 10 meter (2 reserveballen) - 4 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdedigers de bal niet kunnen onderscheppen. 1. Balbezitters spelen op balbezit. 2. Verdedigers proberen bal te onderscheppen en buiten vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdedigers de bal drie keer buiten het vak hebben gedribbeld en stilgelegd. 4. De verdedigers spelen twee ronden achter elkaar. Aantallen veranderen (3 tegen 1, 5 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdediger en balbezitters samen in één vak laten spelen.
40 3. Positiespel 5 tegen 2-7 spelers per veld - veld: 10 x 15 meter (2 reserveballen) - 5 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdedigers de bal niet kunnen onderscheppen. 1. Balbezitters spelen op balbezit. 2. Verdedigers proberen bal te onderscheppen en buiten eigen vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdedigers de bal drie keer buiten het vak hebben gedribbeld en stilgelegd. 4. De verdedigers spelen twee ronden achter elkaar. Aantallen veranderen (3 tegen 1, 4 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdediger en balbezitters samen in één vak laten spelen.. 4. Lijnvoetbal 3 tegen 2-5 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter (2 reserveballen) - 10 dopjes/pilonnen - 2 rode hesjes - 1 geel hesje Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) spelers proberen de balbezitters de bal in het scoorvak te dribbelen. Scorend team moet na een score eerst terug naar de eigen helft. Nieuwe balbezitters kunnen aanval rustig opzetten. Na score blijft scorend team in balbezit en kan aan andere kant ook scoren. 2 tegen 2 met twee vaste partij-ongebonden spelers. Verander de aantallen (3 tegen 1 of 1 tegen 1). Neutrale speler speelt samen met balbezitters.
41 keeper tegen 1 /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 25 x 15 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdediger probeert zijn doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de keeper. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger keeper tegen 1 /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 30 x 20 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdediger probeert zijn doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de keeper. na elke aanval starten drie nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger
42 keeper tegen 2 /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 30 x 20 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de keeper. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger keeper tegen 3 /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de keeper. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger
43 9. 2 tegen 1 met keeper + 2 tegen 1 (samenwerking opbouwers en middenvelders) /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 25 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als middenvelders aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers tegen 1 met keeper + 2 tegen 1 (samenwerking opbouwers en middenvelders) Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter - 2 kleine doeltjes Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltjes te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als middenvelders aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten drie nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers
44 11. 2 tegen 1 met keeper + 1 tegen 1 (samenwerking opbouwers en aanvaller) /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 25 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als middenvelder aangespeeld wordt probeert hij 1 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers tegen 1 met keeper + 2 tegen 2 (samenwerking opbouwers en middenvelders) /Organisatie - 15 spelers per veld - veld: 25 x 40 meter - 2 kleine doeltjes Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als middenvelders aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 2 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers
45 13. 3 tegen 2 met keeper + 2 tegen 2 (samenwerking opbouwers en middenvelders) - 14 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter - 2 kleine doeltjes Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als middenvelders aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 2 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen iedereen doet mee nadat spitsen aangespeeld zijn tegen 3 met keeper + 2 tegen 2 (samenwerking opbouwers en middenvelders) - 14 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter - 2 kleine doeltjes Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen iedereen doet mee nadat spitsen aangespeeld zijn
46 15. 4 tegen 3 met keeper + 3 tegen 3 (samenwerking opbouwers en middenvelders) - 14 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter - 2 kleine doeltjes Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen iedereen doet mee nadat spitsen aangespeeld zijn
47 D-pupillen VERDEDIGEN Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant voet o Aannemen o Dribbelen/drijven/passeren o Wreeftrap o Bal afschermen o oppen Aanvallend verdedigend o Sliding o Bloktackle Verder ontwikkelen van het inzicht in het herkennen van spelbedoelingen (3). Het ontwikkelen van het inzicht in de algemene uitgangspunten (4) in de hoofdmomenten (5): o balbezit eigen team (teamfuncties opbouwen en aanvallen) o balbezit tegenpartij (teamfunctie verdedigen) in de verschillende linies in 11 tegen 11. Indicatie coachingsaccenten: Techniek 0% 20% 40% 60% 80% 100% Inzicht Toelichting doelstelling: Spelers/speelsters moeten nu eerst leren functioneren binnen een teamorganisatie (1 : 4 : 3 : 3) bij balbezit en balbezit tegenpartij (hoofdmomenten) en de daarbij behorende 3 teamfuncties (opbouwen en aanvallen bij balbezit en verdedigen bij balbezit tegenpartij). De taken behorende bij de positie van de individuele spelers/speelsters dienen daarbij inhoud te krijgen.
48 1. 1 tegen 1 lijnvoetbal /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Spelers met bal proberen bal over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen. - 5 ballen - 18 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle spelers met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander. Bij een oneven aantal staat de speler die over is buiten het veld met een rood hesje aan. Hij schuift met de spelers met de rode hesjes mee. Zo staat iedere speler één ronde stil tegen 1 met doeltjes /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Spelers met bal proberen te scoren in doeltje van tegenstander. Verdedigers proberen dit te voorkomen. - 5 ballen - 18 dopjes/pilonnen - 10 doeltjes (van pilonnen) - 5 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle spelers met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander. Bij een oneven aantal staat de speler die over is buiten het veld met een rood hesje aan. Hij schuift met de spelers met de rode hesjes mee. Zo staat iedere speler één ronde stil.
49 3. 1 tegen 1 pilonvoetbal /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Spelers met bal proberen te scoren door pilon van tgenstander te raken. Verdedigers proberen dit te voorkomen. meer pilonnen plaatsen - 5 ballen - 22 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje kunnen alle spelers met rode hesjes aan één veldje naar links doorschuiven. Zo krijgt men steeds een andere tegenstander. Bij een oneven aantal staat de speler die over is buiten het veld met een rood hesje aan. Hij schuift met de spelers met de rode hesjes mee. Zo staat iedere speler één ronde stil tegen 1 na pass (1) (verdediger probeert na sprintduel bal te veroveren of doelpunt te voorkomen) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Twee spelers sprinten naar de bal en gaan duel aan. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. één van de rijtjes krijgt een voorsprong één van de rijtjes (de aanvallers) worden van opzij onder druk gezet één van de rijtjes (de aanvallers) worden van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over.
50 5. 1 tegen 1 na pass (2) (verdediger probeert, vanuit achterstand komend, bal te veroveren of doelpunt te voorkomen ) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Twee spelers sprinten naar de bal en gaan duel aan. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. spelers starten op gelijke hoogte één van de rijtjes (de aanvallers) worden van opzij onder druk gezet één van de rijtjes (de aanvallers) worden van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over tegen 1 na pass (3) (verdediger probeert, van opzij komend, de bal te veroveren of doelpunt te voorkomen) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Aanvaller neemt bal mee. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. zowel van links alsook van rechts onder druk zetten spelers starten op gelijke hoogte één van de rijtjes krijgt een voorsprong één van de rijtjes (de aanvallers) worden van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Aanvaller pikt bal op. 3. Bal uit: actie over. 4. Hoekschop: actie over.
51 7. 1 tegen 1 na pass (4) (verdediger probeert, van voren komend, bal te veroveren of doelpunt te voorkomen) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Trainer speelt bal naar voren. Aanvaller neemt bal mee. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. zowel van links alsook van rechts onder druk zetten spelers starten op gelijke hoogte één van de rijtjes krijgt een voorsprong één van de rijtjes (de aanvallers) worden van opzij onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Aanvaller pikt bal op. 3. Bal uit: actie over. 4. Hoekschop: actie over tegen 1 (1) (verdediger probeert, van voren komend, bal te veroveren of doelpunt te voorkomen) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Aanvaller dribbelt vanaf achterlijn. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men bij het andere rijtje spelers. balbezitter wordt van achteren onder druk gezet. balbezitter wordt van opzij onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met dribbel. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over.
52 9. 1 tegen 1 (2) (verdediger probeert, van opzij én vanuit achterstand komend, bal te veroveren of doelpunt te voorkomen) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter Aanvaller dribbelt vanaf achterlijn. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger start vanaf zijlijn als aanvaller pilonnen gepasseerd is en scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. plaats van startpilon verder naar voren of naar achteren plaatsen balbezitter wordt van opzij onder druk gezet balbezitter wordt van voren onder druk gezet - 5 ballen - 1 pupillendoel 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Bal uit: actie over. 3. Hoekschop: actie over tegen 1 (3) (verdediger probeert, van opzij komend, bal te veroveren of doelpunt te voorkomen) - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter - 5 ballen - 1 pupillendoel Aanvaller dribbelt vanaf achterlijn. Balbezitter scoort op doel met keeper. Verdediger start tegelijk vanaf zijlijn en scoort op klein doeltje. Nadat actie afgesloten is sluit men aan bij het andere rijtje spelers. 1. Spel begint met pass door trainer. 2. Aanvaller pikt bal op. 3. Bal uit: actie over. 4. Hoekschop: actie over. zowel van links alsook van rechts onder druk zetten plaats van startpilon verder naar voren of naar achteren plaatsen balbezitter wordt van achteren onder druk gezet. balbezitter wordt van voren onder druk gezet
53 11. 1 tegen 1 met keeper /Organisatie - 10 spelers per veld - veld: 8 x 15 meter - 6 ballen - 12 dopjes/pilonnen - 2 pupillendoelen - 2 doeltjes (van pilonnen) - 5 rode hesjes Spelers met bal proberen te scoren door bal in doel van keeper te schieten. Verdedigers proberen dit te voorkomen en scoren op klein doeltje. 1. Spel begint met dribbel door aanvaller. 2. Bal uit: indribbelen vanaf zijlijn of actie is voorbij en volgende aanvaller start. 3. Hoekschop: bal indribbelen vanaf hoekpunt of actie is voorbij en volgende aanvaller start. orte wedstrijdjes laten spelen (1 minuut). Gescoorde doelpunten onthouden. Spelers blijven steeds op hun eigen veldje of schuiven na de actie door naar volgend veldje. Eventueel kunnen op ieder veldje twee verdedigers spelen die elkaar na iedere aanvaller afwisselen. De verdedigers worden gewisseld op teken van de trainer. Verdediger wisselt als er 3, 4 of 5 keer achter elkaar niet gescoord is tegen 2 lijnvoetbal /Organisatie - 8 spelers per veld - veld: 12 x 20 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen. - 6 ballen - 20 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje krijgt men een andere tegenstander. Bij een oneven aantal spelers wordt er één drietal geformeerd. Elke keer als het spel dood is (uit, achter, doelpunt) wordt er in het drietal doorgeschoven.
54 13. 3 tegen 3 lijnvoetbal /Organisatie - 6 spelers per veld - veld: 15 x 25 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen dopjes/pilonnen - 3 rode hesjes - 3 gele hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden. Na ieder wedstrijdje krijgt men een andere tegenstander. Als er 9 spelers zijn kan er een extra team gemaakt worden dat langs de kant staat en gaat spelen als er bijvoorbeeld 2 of 3 doelpunten gemaakt zijn. Het winnende team wordt dan gewisseld tegen 4 lijnvoetbal /Organisatie - 8 spelers per veld - veld: 20 x 35 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Behaalde punten onthouden.
55 15. 4 tegen 4 lijnvoetbal in combinatie met scoren op doel /Organisatie - 9 spelers per veld - veld: 20 x 35 meter Spelers met bal proberen bal via samenspel en/of individuele acties over achterlijn te dribbelen en in scoorvak stil te leggen. Verdedigers proberen dit te voorkomen en te scoren in het doel. spelen met andere aantallen (2 tegen 2 of 3 tegen 3) - 8 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn of inrollen vanaf de keeper. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt. Na verloop van tijd wisselen van speelhelft keeper tegen 2 (ophouden overtal, bal veroveren of doelpunt voorkomen) - 10/12 spelers per veld - veld: 10 x 20 meter Via samenspel proberen de balbezitters te scoren in het doel aan de overkant. De verdediger en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren in het kleine doeltje aan de overkant. spel stopt ook als verdediger de bal verdedigers meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de tweetallen (aanvallers). na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (aanvallers) na elke aanval start een nieuwe verdediger
56 keeper tegen 3 (ophouden overtal, bal veroveren of doelpunt voorkomen) - 10/12 spelers per veld - veld: 20 x 30 meter Via samenspel proberen de balbezitters te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren in het doeltje aan de overkant. spel stopt ook als verdediger de bal verdedigers meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de keeper. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger keeper tegen 3 (ophouden overtal, bal veroveren of doelpunt voorkomen) - 10/12 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (aanvallers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren in het doeltje aan de overkant. spel stopt ook als verdediger de bal verdedigers meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij het kleine doeltje. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (aanvallers) na elke aanval starten drie nieuwe verdedigers
57 keeper tegen 4-9 spelers per veld - veld: 20 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (aanvallers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren in het doeltje aan de overkant. spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (aanvallers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij het kleine doeltje keeper tegen 4 + keeper - 10 spelers per veld - veld: 30 x 20 meter Spelers met bal proberen via samenspel en/of individuele acties te scoren in het pupillendoeltje. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. - 2 pupillendoelen - 4 rode hesjes 1. Spel begint met dribbel vanaf achterlijn. 2. Bal uit: indribbelen of inpassen vanaf zijlijn. 3. Hoekschop: bal indribbelen of inpassen vanaf hoekpunt.
58 21. 2 tegen 3 met keeper + 2 tegen 2 (voorkomen dieptepass door spitsen) /Organisatie - 13 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in één van de twee doeltjes aan de overkant. De spitsen en de middenvelders proberen dit te voorkomen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 3 tegen 2 uit te spelen. spel stopt ook als een spits of middenvelder de bal spitsen en middenvelders meer beurten. één van de spitsen mag terug komen nadat middenvelders aangespeeld zijn na aanspelen middenvelders mogen opbouwers en spitsen meedoen na elke aanval starten drie nieuwe balbezitters (opbouwers) spitsen en middenvelders op eigen positie tegen 4 met keeper + 2 tegen 2 (voorkomen dieptepass door spitsen) /Organisatie - 12 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in één van de twee doeltjes aan de overkant. De spitsen en de middenvelders proberen dit te voorkomen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 3 tegen 2 uit te spelen. spel stopt ook als een spits of middenvelder de bal spitsen en middenvelders meer beurten. één van de spitsen mag terug komen nadat middenvelders aangespeeld zijn na aanspelen middenvelders mogen opbouwers en spitsen meedoen spitsen en middenvelders op eigen positie
59 23. 3 tegen 4 met keeper + 3 tegen 3 (samenwerking middenvelders en spitsen) /Organisatie - 14 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en middenvelders) te scoren in één van de twee doeltjes aan de overkant. De spitsen en de middenvelders proberen dit te voorkomen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 3 tegen 2 uit te spelen. spel stopt ook als een spits of middenvelder de bal spitsen en middenvelders meer beurten. één van de spitsen mag terug komen nadat middenvelders aangespeeld zijn na aanspelen middenvelders mogen opbouwers en spitsen meedoen spitsen en middenvelders op eigen positie tegen tegen 3 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) /Organisatie - 13 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. na aanspelen spitsen mogen opbouwers en voorste verdedigers meedoen gestart bij het viertal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 4 tegen 3 uit te spelen. middenvelders en aanvallers op eigen positie
60 keeper tegen 6 (samenwerking middenvelders en verdedigers) /Organisatie - 12 spelers per veld - veld: 30 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders, verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal middenvelders en de verdedigers meer beurten. /partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en verdedigers op eigen positie keeper tegen 7 (samenwerking middenvelders en verdedigers) /Organisatie - 14 spelers per veld - veld: 40 x 60 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders, verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal middenvelders en de verdedigers meer beurten. /partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en verdedigers op eigen positie
61 keeper tegen 8 (samenwerking middenvelders en verdedigers) /Organisatie - 16 spelers per veld - veld: 40 x 60 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders, verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal middenvelders en de verdedigers meer beurten. /partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en verdedigers op eigen positie keeper tegen 7 (samenwerking middenvelders en verdedigers) /Organisatie - 14 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders, verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal middenvelders en de verdedigers meer beurten. /partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en verdedigers op eigen positie
62 29. 2 tegen met keeper tegen 2 (speelwijze vrije verdediger) /Organisatie - 14 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en spitsen) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders en de verdedigers proberen dit te voorkomen, de bal te onderscheppen en te scoren in de twee doeltjes aan de overkant. gestart bij de opbouwers. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één middenvelder bijsluiten en proberen ze 3 tegen 3 uit te spelen. spel stopt ook als een middenvelder of verdediger de bal onderschept. Hierdoor krijgen de middenvelders en de verdedigers meer beurten. na aanspelen spitsen mogen alle spelers meedoen na elke aanval starten drie nieuwe balbezitters (middenvelders) middenvelders en verdedigers op eigen positie tegen met keeper tegen 2 (speelwijze vrije verdediger) /Organisatie - 13 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en spitsen) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders en de verdedigers proberen dit te voorkomen, de bal te onderscheppen en te scoren in de twee doeltjes aan de overkant. spel stopt ook als een middenvelder of verdediger de bal onderschept. Hierdoor krijgen de middenvelders en de verdedigers meer beurten. na aanspelen spitsen mogen alle spelers meedoen gestart bij de opbouwers. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één middenvelder bijsluiten en proberen ze 3 tegen 3 uit te spelen. middenvelders en verdedigers op eigen positie
63 31. 3 tegen 4 met keeper + 4 met keeper tegen 3 (speelwijze vrije verdediger) /Organisatie - 15 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en spitsen) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders en de verdedigers proberen dit te voorkomen, de bal te onderscheppen en te scoren in de twee doeltjes aan de overkant. gestart bij de opbouwers. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één middenvelder bijsluiten en proberen ze 4 tegen 4 uit te spelen. spel stopt ook als een middenvelder of verdediger de bal onderschept. Hierdoor krijgen de middenvelders en de verdedigers meer beurten. na aanspelen spitsen mogen alle spelers meedoen middenvelders en verdedigers op eigen positie tegen tegen 3 met keeper (samenwerking middenvelders en spitsen) /Organisatie - 13 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal balbezitters meer beurten. na aanspelen spitsen mogen opbouwers en voorste verdedigers meedoen gestart bij het viertal. 2. Opbouwers mogen bal niet over de lijn dribbelen. Zij zijn verplicht een spits aan te spelen. 3. Als spits aangespeeld wordt mag één opbouwer bijsluiten en proberen ze 4 tegen 3 uit te spelen. middenvelders en aanvallers op eigen positie
64 keeper tegen 6 (samenwerking middenvelders en verdedigers) /Organisatie - 13 spelers per veld - veld: 30 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders, verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal middenvelders en de verdedigers meer beurten. /partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en verdedigers op eigen positie keeper tegen 7 (samenwerking middenvelders en verdedigers) /Organisatie - 15 spelers per veld - veld: 40 x 60 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders, verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal middenvelders en de verdedigers meer beurten. /partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en verdedigers op eigen positie
65 keeper tegen 8 (samenwerking middenvelders en verdedigers) /Organisatie - 16 spelers per veld - veld: 40 x 60 meter Via samenspel proberen de balbezitters (middenvelders en aanvallers) te scoren in het doel aan de overkant. De middenvelders, verdedigers en de keeper proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren aan de overkant. spel stopt ook als een verdediger de bal middenvelders en de verdedigers meer beurten. /partijspel gestart bij de opbouw. middenvelders en verdedigers op eigen positie keeper tegen vleugelspitsen + keeper - 9 spelers per veld - veld: 40 x 20 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 12 dopjes/pilonnen - 2 doelen - 5 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 5 spelers en keeper. 2. Vleugelspitsen mogen niet aangevallen worden. 3. Vleugelspitsen mogen niet meeverdedigen. 4. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 5. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij.
66 keeper tegen vleugelspitsen + keeper - 11 spelers per veld - veld: 40 x 20 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 12 dopjes/pilonnen - 2 doelen - 5 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 6 spelers en keeper. 2. Vleugelspitsen mogen niet aangevallen worden. 3. Vleugelspitsen mogen niet meeverdedigen. 4. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 5. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij keeper tegen 4 +2 vleugelspitsen + keeper - 12 spelers per veld - veld: 40 x 20 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 12 dopjes/pilonnen - 2 doelen - 6 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 6 spelers en keeper. 2. Vleugelspitsen mogen niet aangevallen worden. 3. Vleugelspitsen mogen niet meeverdedigen. 4. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 5. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij.
67 keeper tegen vleugelspitsen + keeper - 15 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 12 dopjes/pilonnen - 2 doelen - 6 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 8 spelers en keeper. 2. Vleugelspitsen mogen niet aangevallen worden. 3. Vleugelspitsen mogen niet meeverdedigen. 4. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 5. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij keeper tegen 5 + keeper - 17 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 2 doelen - 8 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 5 spelers en keeper. 2. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 3. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij.
68 keeper tegen 6 + keeper - 17 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 2 doelen - 8 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 6 spelers en keeper. 2. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 3. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij keeper tegen 7 + keeper - 15 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 2 doelen - 8 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 7 spelers en keeper. 2. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 3. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij.
69 keeper tegen 8 + keeper - 17 spelers per veld - veld: 50 x 40 meter Spelers met bal proberen via samenspel te scoren in het doel. Verdedigers proberen dit te voorkomen en vervolgens tot scoren te komen. partij laten lopen - 2 doelen - 8 rode hesjes 1. Spel begint bij keeper van team bestaande uit 8 spelers en keeper. 2. Bal uit: beginnen bij keeper ingooiende partij. 3. Hoekschop: beginnen bij keeper hoekschop nemende partij.
70 D-pupillen SAMENSPELEN/POSITIESPEL Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant voet o Aannemen o Dribbelen/drijven/passeren o Wreeftrap o Bal afschermen o oppen Aanvallend verdedigend o Sliding o Bloktackle Verder ontwikkelen van het inzicht in het herkennen van spelbedoelingen (3). Het ontwikkelen van het inzicht in de algemene uitgangspunten (4) in de hoofdmomenten (5): o balbezit eigen team (teamfuncties opbouwen en aanvallen) o balbezit tegenpartij (teamfunctie verdedigen) in de verschillende linies in 11 tegen 11. Indicatie coachingsaccenten: Techniek 0% 20% 40% 60% 80% 100% Inzicht Toelichting doelstelling: Spelers/speelsters moeten nu eerst leren functioneren binnen een teamorganisatie (1 : 4 : 3 : 3) bij balbezit en balbezit tegenpartij (hoofdmomenten) en de daarbij behorende 3 teamfuncties (opbouwen en aanvallen bij balbezit en verdedigen bij balbezit tegenpartij). De taken behorende bij de positie van de individuele spelers/speelsters dienen daarbij inhoud te krijgen.
71 1. Positiespel 3 tegen 1 (in één vak, met binnenvak ) spelers per veld - veld: 10 x 10 meter (2 reserveballen) - 8 dopjes/pilonnen - 3 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdediger de bal niet kan onderscheppen. 1. loopt naar goede positie 2. 2 speelt bal naar medespeler 1. Balbezitters spelen buiten binnenste vierkant. 2. Verdediger probeert bal te onderscheppen en buiten eigen vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdediger de bal drie keer buiten het vak heeft gedribbeld en stillegt. 4. Elke verdediger speelt twee ronden achter elkaar. Binnenvak is afgezet met 4 dopjes. Aantallen veranderen (4 tegen 2, 5 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdediger en balbezitters samen in één vak laten spelen. 2. Positiespel 4 tegen 2 (in één vak, met binnenvak ) - 6 spelers per veld - veld: 10 x 10 meter (2 reserveballen) - 8 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdedigers de bal niet kunnen onderscheppen. 1. Balbezitters spelen buiten binnenste vierkant. 2. Verdedigers proberen bal te onderscheppen en buiten eigen vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdedigers de bal drie keer buiten het vak hebben gedribbeld en stilgelegd. 4. De verdedigers spelen twee ronden achter elkaar. Binnenvak is afgezet met 4 dopjes. Aantallen veranderen (3 tegen 1, 5 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdedigers in doeltjes laten passen die aan 2 zijden staan.
72 3. Positiespel 5 tegen 2 (in één vak, met binnenvak ) - 7 spelers per veld - veld: 10 x 10 meter (2 reserveballen) - 8 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdedigers de bal niet kunnen onderscheppen. 1. Balbezitters spelen buiten binnenste vierkant. 2. Verdedigers proberen bal te onderscheppen en buiten eigen vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdedigers de bal drie keer buiten het vak hebben gedribbeld en stilgelegd. 4. De verdedigers spelen twee ronden achter elkaar. Binnenvak is afgezet met 4 dopjes. Aantallen veranderen (3 tegen 1, 4 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdedigers in doeltjes laten passen die aan 2 zijden staan. 4. Positiespel 5 tegen 2 (in één vak, met binnenvak ) - 7 spelers per veld - veld: 10 x 15 meter (2 reserveballen) - 10 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdedigers de bal niet kunnen onderscheppen. 1. Balbezitters spelen buiten binnenste vierkant. 2. Verdedigers proberen bal te onderscheppen en buiten eigen vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdedigers de bal drie keer buiten het vak hebben gedribbeld en stilgelegd. 4. De verdedigers spelen twee ronden achter elkaar. Binnenvak is afgezet met 4 dopjes. Aantallen veranderen (3 tegen 1, 4 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdedigers in doeltjes laten passen die aan 2 zijden staan.
73 5. Positiespel 3 tegen spelers per veld - veld: 10 x 10 meter (2 reserveballen) - 4 dopjes/pilonnen - 3 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdediger de bal niet kan onderscheppen. 1. loopt naar goede positie 2. 2 speelt bal naar medespeler 1. Balbezitters spelen op balbezit. 2. Verdediger probeert bal te onderscheppen en buiten vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdediger de bal drie keer buiten het vak heeft gedribbeld en stillegt. 4. Elke verdediger speelt twee ronden achter elkaar. Aantallen veranderen (4 tegen 2, 5 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdedigers in doeltjes laten passen die aan 2 zijden staan. 6. Positiespel 4 tegen 2-6 spelers per veld - veld: 10 x 10 meter (2 reserveballen) - 4 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdedigers de bal niet kunnen onderscheppen. 1. Balbezitters spelen op balbezit. 2. Verdedigers proberen bal te onderscheppen en buiten vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdedigers de bal drie keer buiten het vak hebben gedribbeld en stilgelegd. 4. De verdedigers spelen twee ronden achter elkaar. Aantallen veranderen (3 tegen 1, 5 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdediger en balbezitters samen in één vak laten spelen.
74 7. Positiespel 5 tegen 2-7 spelers per veld - veld: 10 x 15 meter (2 reserveballen) - 5 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdedigers de bal niet kunnen onderscheppen. 1. Balbezitters spelen op balbezit. 2. Verdedigers proberen bal te onderscheppen en buiten eigen vierkant te dribbelen. 3. Het spel is ten einde als de verdedigers de bal drie keer buiten het vak hebben gedribbeld en stilgelegd. 4. De verdedigers spelen twee ronden achter elkaar. Aantallen veranderen (3 tegen 1, 4 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek. Verdediger en balbezitters samen in één vak laten spelen.. 8. Positiespel 3 tegen 1 (in twee vakken) - 6 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter (2 reserveballen) - 5 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdediger de bal niet kan onderscheppen. Daarnaast kunnen zij de bal ook nog naar één van de tweemedespelers in het andere vak spelen. Eén balbezitter en de verdediger gaan mee naar het andere vak balbezitters spelen de bal in een vak samen. 2. Verdediger probeert bal te onderscheppen en buiten het veld te dribbelen en stil te leggen. 3. Het spel is ten einde als de verdediger de bal drie keer buiten het veld heeft gedribbeld en stillegt. 4. De verdediger speelt twee ronden achter elkaar. Aantallen veranderen (bijvoorbeeld 3 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Twee vierkanten veranderen in twee rechthoeken.
75 9. Positiespel 3 tegen 1 (in twee vakken) - 5 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter (2 reserveballen) - 5 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdediger de bal niet kan onderscheppen. Daarnaast kunnen zij de bal ook nog naar één van de tweemedespelers in het andere vak spelen. Twee balbezitters en ene verdediger gaan mee naar het andere vak balbezitters spelen de bal in een vak samen. 2. Verdediger probeert bal te onderscheppen, buiten het veld te dribbelen en stil te leggen. 3. Het spel is ten einde als de verdediger de bal drie keer buiten het veld heeft gedribbeld en stillegt. 4. De verdediger speelt twee ronden achter elkaar. Aantallen veranderen (bijvoorbeeld 3 tegen 2). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Twee vierkanten veranderen in twee rechthoeken. 10. Positiespel 3 tegen 2 (in twee vakken) - 6 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter (2 reserveballen) - 4 rode hesjes Spelers met bal proberen de bal zodanig samen te spelen dat de verdediger de bal niet kan onderscheppen. Daarnaast kunnen zij de bal ook nog naar een medespeler in het andere vak spelen. Twee balbezitters en twee verdedigers gaan mee naar het andere vak balbezitters spelen de bal in een vak samen. 2. Verdedigers proberen bal te onderscheppen, buiten het veld te dribbelen en stil te leggen. 3. Het spel is ten einde als de verdedigers de bal drie keer buiten het veld hebben gedribbeld en stilgelegd. 4. De 2 verdedigers spelen twee ronden achter elkaar. 5. Als de bal in het andere vak gespeeld wordt gaan twee medespelers en twee verdedigers mee naar het andere vak. Aantallen veranderen (bijvoorbeeld 3 tegen 1). Speelruimte vergroten/verkleinen. Aantal balcontacten limiteren (bijv. maximaal 2 keer raken). Vierkant veranderen in rechthoek.
76 11. Lijnvoetbal 3 tegen 1 met twee partij-ongebonden (neutrale) spelers - 4 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter (2 reserveballen) - 14 dopjes/pilonnen - 1 rood hesjes - 2 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de twee partij-ongebonden (neutrale) spelers probeert de balbezitter de bal in het scoorvak te dribbelen. 1. De buitenspelers kunnen niet scoren. 2. De buitenspelers mogen niet in het speelveld komen. 3. Er wordt gewisseld na ongeveer 5 minuten. Doelpuntenmaker moet na een score eerst terug naar de eigen helft. Nieuwe balbezitter kan aanval rustig opzetten. Na score blijft doelpuntenmaker in balbezit en kan aan andere kant ook scoren. 2 tegen 2 met twee vaste partij-ongebonden spelers. Verander de aantallen (3 tegen 2 of 1 tegen 1). Verander het maximum aantal keren dat de bal geraakt mag worden door de buitenspelers. 12. Lijnvoetbal 2 tegen 2 met twee partij-ongebonden (neutrale spelers) - 6 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter (2 reserveballen) - 14 dopjes/pilonnen - 2 rode hesjes - 2 gele hesjes Via samenspel met de twee partij-ongebonden (neutrale) spelers proberen de balbezitters de bal in het scoorvak te dribbelen. Doelpuntenmakers moeten na een score eerst terug naar de eigen helft. Nieuwe balbezitters kunnen aanval rustig opzetten. Na score blijft doelpuntenmakers in balbezit en kunnen aan andere kant ook scoren. Verander de aantallen (3 tegen 2 of 1 tegen 1). Verander het maximum aantal keren dat de bal geraakt mag worden door de buitenspelers. Neutrale speler speelt samen met balbezitters. 1. De buitenspelers kunnen niet scoren. 2. De buitenspelers mogen niet in het speelveld komen. 3. Er wordt gewisseld na ongeveer 5 minuten.
77 13. Lijnvoetbal 3 tegen 2-5 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter (2 reserveballen) - 10 dopjes/pilonnen - 2 rode hesjes - 1 geel hesje Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) spelers proberen de balbezitters de bal in het scoorvak te dribbelen. Scorend team moet na een score eerst terug naar de eigen helft. Nieuwe balbezitters kunnen aanval rustig opzetten. Na score blijft scorend team in balbezit en kan aan andere kant ook scoren. 2 tegen 2 met twee vaste partij-ongebonden spelers. Verander de aantallen (3 tegen 1 of 1 tegen 1). Neutrale speler speelt samen met balbezitters. 14. egelspel 4 tegen 2-6 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter (2 reserveballen) - 16 dopjes/pilonnen - 2 rode hesjes - 2 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) buitenspelers proberen de balbezitters vanuit het speelveld de kegels te raken. De verdedigende partij probeert zijn pilonnen te verdedigen en de bal te onderscheppen. 1. Wanneer drie van de vier pilonnen om liggen, is het spel ten einde. 2. Na een score de pilon dus niet direct rechtop zetten. 3. De winnaars krijgen een kampioenswissel en worden buitenspelers. De buitenspelers komen voor hen in het veld. 4. De buitenspelers mogen niet scoren. Varieer het aantal keren dat de bal mag worden aangeraakt door de buitenspelers. Plaats meer pilonnen. Varieer de afstand tussen de pilonnen. Zet bij eenvoudige scores de pilonnen verder naar achteren (1, 2, enz. meter achter de lijn). Verander de aantallen (bijvoorbeeld 3 tegen 2 met twee buitenspelers).
78 15. egelspel 5 tegen 2-7 spelers per veld - veld: 20 x 10 meter (2 reserveballen) - 18 dopjes/pilonnen - 2 rode hesjes - 3 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) (buiten-)spelers proberen de balbezitters vanuit het speelveld de kegels te raken. De verdedigende partij probeert zijn pilonnen te verdedigen en de bal te onderscheppen. 1. Wanneer drie van de vier pilonnen om liggen, is het spel ten einde. 2. Na een score de pilon dus niet direct rechtop zetten. 3. De winnaars krijgen een kampioenswissel en worden buitenspelers. De buitenspelers komen voor hen in het veld. 4. De buitenspelers mogen niet scoren. 5. De neutrale veldspeler mag wel of niet scoren. Varieer het aantal keren dat de bal mag worden aangeraakt door de buitenspelers. Plaats meer pilonnen. Varieer de afstand tussen de pilonnen. Zet bij eenvoudige scores de pilonnen verder naar achteren (1, 2, enz. meter achter de lijn). Verander de aantallen (bijvoorbeeld 2 tegen 2 met twee buitenspelers). 16. Spitsenspel 5 tegen 3-8 spelers per veld - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 10 dopjes/pilonnen - 3 rode hesjes - 2 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Speler in het scoorvak hoort bij de partij aan de overkant. Er wordt gescoord als deze speler van zijn eigen partij de bal ontvangt. In het veld staan twee teams met elk drie spelers en twee partij-ongebonden (neutrale) spelers. Die spelen mee met de balbezittende partij. De verdedigende partij probeert het scoren te voorkomen en probeert in balbezit te komen. 1. De veldspelers mogen niet in het scoorvak komen, de spits niet in het veld. 2. Na een score begint de andere partij bij het scoorvak. Er is gescoord wanneer iedereen van de balbezittende partij op de helft van de tegenstander staat. Er is gescoord wanneer de spits de bal direct (één balcontact) terugspeelt naar een medespeler (kaatsen). Na een score blijft dezelfde partij in balbezit en speelt nu de andere kant op. Er wordt gespeeld met eeuwig balbezit. Verander de aantallen, bijvoorbeeld 5 tegen 4 en 4 tegen 4. Vergroot het speelveld en ga naar 6 tegen 5 of 5 tegen 5.
79 17. Spitsenspel 5 tegen 4-9 spelers per veld - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 10 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Speler in het scoorvak hoort bij de partij aan de overkant. Er wordt gescoord als deze speler van zijn eigen partij de bal ontvangt. In het veld staan twee teams met elk drie spelers en één partij-ongebonden (neutrale) speler. Die speelt mee met de balbezittende partij. De verdedigende partij probeert het scoren te voorkomen en probeert in balbezit te komen. 1. De veldspelers mogen niet in het scoorvak komen, de spits niet in het veld. 2. Na een score begint de andere partij bij het scoorvak. Er is gescoord wanneer iedereen van de balbezittende partij op de helft van de tegenstander staat. Er is gescoord wanneer de spits de bal direct (één balcontact) terugspeelt naar een medespeler (kaatsen). Na een score blijft dezelfde partij in balbezit en speelt nu de andere kant op. Er wordt gespeeld met eeuwig balbezit. Verander de aantallen, bijvoorbeeld 5 tegen 3 en 4 tegen 4. Vergroot het speelveld en ga naar 6 tegen 5 of 5 tegen Spitsenspel 4 tegen 4-8 spelers per veld - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 10 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes Speler in het scoorvak hoort bij de partij aan de overkant. Er wordt gescoord als deze speler van zijn eigen partij de bal ontvangt. In het veld staan twee teams met elk drie spelers. De verdedigende partij probeert het scoren te voorkomen en probeert in balbezit te komen. 1. De veldspelers mogen niet in het scoorvak komen, de spits niet in het veld. 2. Na een score begint de andere partij bij het scoorvak. Er is gescoord wanneer iedereen van de balbezittende partij op de helft van de tegenstander staat. Er is gescoord wanneer de spits de bal direct (één balcontact) terugspeelt naar een medespeler (kaatsen). Na een score blijft dezelfde partij in balbezit en speelt nu de andere kant op. Er wordt gespeeld met eeuwig balbezit. Verander de aantallen, bijvoorbeeld 5 tegen 4 en 5 tegen 3. Vergroot het speelveld en ga naar 6 tegen 5 of 5 tegen 5.
80 19. Spitsenspel 5 tegen 5-7 spelers per veld - veld: 30 x 15 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 10 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes Bedoeling: Speler in het scoorvak hoort bij de partij aan de overkant. Er wordt gescoord als deze speler van zijn eigen partij de bal ontvangt. In het veld staan twee teams met elk vier spelers. De verdedigende partij probeert het scoren te voorkomen en probeert in balbezit te komen. 1. De veldspelers mogen niet in het scoorvak komen, de spits niet in het veld. 2. Na een score begint de andere partij bij het scoorvak. Er is gescoord wanneer iedereen van de balbezittende partij op de helft van de tegenstander staat. Er is gescoord wanneer de spits de bal direct (één balcontact) terugspeelt naar een medespeler (kaatsen). Na een score blijft dezelfde partij in balbezit en speelt nu de andere kant op. Er wordt gespeeld met eeuwig balbezit. Verander de aantallen, bijvoorbeeld 5 tegen 4 en 5 tegen 3. Vergroot het speelveld en ga naar 4 tegen 4 5 of 5 tegen Spitsenspel 6 tegen 5-11 spelers per veld - veld: 30 x 15 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 10 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes - 1 geel hesje Speler in het scoorvak hoort bij de partij aan de overkant. Er wordt gescoord als deze speler van zijn eigen partij de bal ontvangt. In het veld staan twee teams met elk vier spelers en één partij-ongebonden (neutrale) speler. Die speelt mee met de balbezittende partij. De verdedigende partij probeert het scoren te voorkomen en probeert in balbezit te komen. Er is gescoord wanneer iedereen van de balbezittende partij op de helft van de tegenstander staat. Er is gescoord wanneer de spits de bal direct (één balcontact) terugspeelt naar een medespeler (kaatsen). Na een score blijft dezelfde partij in balbezit en speelt nu de andere kant op. Er wordt gespeeld met eeuwig balbezit. Verander de aantallen, bijvoorbeeld 5 tegen 4 en 5 tegen 3. Vergroot het speelveld en ga naar 4 tegen 4 5 of 5 tegen 5. Neutrale speler speelt samen met balbezitters. 1. De veldspelers mogen niet in het scoorvak komen, de spits niet in het veld. 2. Na een score begint de andere partij bij het scoorvak.
81 21. Spitsenspel 4 tegen 4 met kleine doeltjes - 8 spelers - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen - 10 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes - 4 doeltjes (1 mtr) Speler in het scoorvak hoort bij de partij aan de overkant. Er wordt gescoord als deze speler van zijn eigen partij de bal ontvangt, teruglegt op een medespeler die scoort op één van de twee doeltjes. De verdedigende partij probeert het scoren te voorkomen en probeert in balbezit te komen. Speel eventueel met een overtal. Bijvoorbeeld 5 tegen 4 met één partijongebonden (neutrale) speler. Vergroot de onderlinge afstand tussen de doelen als er te weinig wordt gescoord. Vergroot de doelen. Verklein de onderlinge afstand tussen de doelen als er te weinig wordt gescoord. Verklein de doelen. 1. De veldspelers mogen niet in het scoorvak komen, de spits niet in het veld. 2. Na een score begint de andere partij bij het scoorvak. 22. Spitsenspel 5 tegen 4 met kleine doeltjes - 9 spelers - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen - 10 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes - 1 geel hesje - 4 doeltjes (1 mtr) Speler in het scoorvak hoort bij de partij aan de overkant. In het veld staan twee teams van 3 spelers en één partij-ongebonden (neutrale) speler. Die speelt mee met de balbezittende partij. Er wordt gescoord als deze speler van zijn eigen partij de bal ontvangt, teruglegt op een medespeler die scoort op één van de twee doeltjes. De verdedigende partij probeert het scoren te voorkomen en probeert in balbezit te komen. Speel eventueel met een gelijk aantal. Bijvoorbeeld 4 tegen 4 met één partij-ongebonden (neutrale) speler. Vergroot de onderlinge afstand tussen de doelen als er te weinig wordt gescoord. Verklein de onderlinge afstand tussen de doelen als er te weinig wordt gescoord. Vergroot/verklein de doelen. Neutrale speler speelt samen met balbezitters. 1. De veldspelers mogen niet in het scoorvak komen, de spits niet in het veld. 2. Na een score begint de andere partij bij het scoorvak.
82 23. Vleugelspel 8 tegen 4 (met vier buitenspelers) - 12 spelers per veld - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 4 doeltjes - 10 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes - 4 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) (buiten-)spelers proberen de balbezitters vanuit het speelveld te scoren. De verdedigende partij probeert zijn doeltjes te verdedigen en de bal te onderscheppen. 1. De buitenspelers mogen niet in het veld komen. 2. De verdedigers mogen de buitenspelers niet aanvallen. 3. Na drie scores of vijf minuten wordt er gewisseld. De 4 buitenspelers worden wisselen met een ander viertal. 4. De buitenspelers mogen niet scoren. Varieer het aantal keren dat de bal mag worden aangeraakt door de buitenspelers. Verander de aantallen (bijvoorbeeld 3 tegen 3 of 5 tegen 5). Speel met een overtal in het veld. Speel met twee buitenspelers. Speel met twee pupillendoelen. Speel met pupillendoelen en keepers. 24. Vleugelspel 9 tegen 5 (met vier buitenspelers) - 14 spelers per veld - veld: 30 x 15 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 4 doeltjes - 10 dopjes/pilonnen - 5 rode hesjes - 4 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) (buiten-)spelers proberen de balbezitters vanuit het speelveld te scoren. De verdedigende partij probeert zijn doeltjes te verdedigen en de bal te onderscheppen. 1. De buitenspelers mogen niet in het veld komen. 2. De verdedigers mogen de buitenspelers niet aanvallen. 3. Na drie scores of vijf minuten wordt er gewisseld. De 4 buitenspelers worden gewisseld met van ieder team twee spelers. 4. De buitenspelers mogen niet scoren. Varieer het aantal keren dat de bal mag worden aangeraakt door de buitenspelers. Verander de aantallen (bijvoorbeeld 4 tegen 4) Speel met een overtal in het veld. Speel met twee buitenspelers. Speel met twee pupillendoelen. Speel met pupillendoelen en keepers
83 25. Vleugelspel 6 tegen 4 (met twee buitenspelers) - 10 spelers per veld - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 4 doeltjes - 10 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes - 2 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) (buiten-)spelers proberen de balbezitters vanuit het speelveld te scoren. De verdedigende partij probeert zijn doeltjes te verdedigen en de bal te onderscheppen. 1. De buitenspelers mogen niet in het veld komen. 2. De verdedigers mogen de buitenspelers niet aanvallen. 3. Na drie scores of vijf minuten wordt er gewisseld. De 2 buitenspelers worden gewisseld met één speler van ieder team. 4. De buitenspelers mogen niet scoren. Varieer het aantal keren dat de bal mag worden aangeraakt door de buitenspelers. Verander de aantallen (bijvoorbeeld 5 tegen 5) Speel met een overtal in het veld. Speel met vier buitenspelers. Speel met twee pupillendoelen. Speel met pupillendoelen en keepers. 26. Vleugelspel 8 tegen 4 (met vier buitenspelers en twee pupillendoelen) - 12 spelers per veld - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 4 doeltjes - 10 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes - 2 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) (buiten-)spelers proberen de balbezitters vanuit het speelveld te scoren. De verdedigende partij probeert zijn doel te verdedigen en de bal te onderscheppen. 1. De buitenspelers mogen niet in het veld komen. 2. De verdedigers mogen de buitenspelers niet aanvallen. 3. Na drie scores of vijf minuten wordt er gewisseld. De 4 buitenspelers worden wisselen met een ander viertal. 4. De buitenspelers mogen niet scoren. Varieer het aantal keren dat de bal mag worden aangeraakt door de buitenspelers. Verander de aantallen (bijvoorbeeld 5 tegen 5) Speel met een overtal in het veld. Speel met vier buitenspelers. Speel met twee pupillendoelen. Speel met pupillendoelen en keepers.
84 27. Vleugelspel 8 tegen 4 (met vier buitenspelers, twee pupillendoelen en twee keepers) - 14 spelers per veld - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 4 doeltjes - 10 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes - 2 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) (buiten-)spelers proberen de balbezitters vanuit het speelveld te scoren. De verdedigende partij probeert zijn doel te verdedigen en de bal te onderscheppen. 1. De buitenspelers mogen niet in het veld komen. 2. De verdedigers mogen de buitenspelers niet aanvallen. 3. Na drie scores of vijf minuten wordt er gewisseld. De 4 buitenspelers worden wisselen met een ander viertal. 4. De buitenspelers mogen niet scoren. Varieer het aantal keren dat de bal mag worden aangeraakt door de buitenspelers. Verander de aantallen (bijvoorbeeld 5 tegen 5) Speel met een overtal in het veld. Speel met vier buitenspelers. Speel met twee pupillendoelen. Speel met pupillendoelen en keepers. 28. Vleugelspel 7 tegen 4 (met twee buitenspelers en één neutrale speler in het veld) - 11 spelers per veld - veld: 25 x 12 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 4 doeltjes - 10 dopjes/pilonnen - 4 rode hesjes - 3 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) (buiten-)spelers proberen de balbezitters vanuit het speelveld te scoren. De verdedigende partij probeert zijn doeltjes te verdedigen en de bal te onderscheppen. 1. De buitenspelers mogen niet in het veld komen. 2. De verdedigers mogen de buitenspelers niet aanvallen. 3. Na drie scores of vijf minuten wordt er gewisseld. De 2 buitenspelers worden gewisseld met van ieder team een speler. 4. De buitenspelers mogen niet scoren. Varieer het aantal keren dat de bal mag worden aangeraakt door de buitenspelers. Verander de aantallen (bijvoorbeeld 5 tegen 5) Speel met vier buitenspelers. Speel met twee pupillendoelen. Speel met pupillendoelen en keepers.
85 29. Poortenspel 5 tegen 3-8 spelers per veld - veld: 25 x 15 meter - 5 ballen (4 reserveballen) - 4 poortjes van pilonnen - 8 dopjes/pilonnen - 3 rode hesjes - 2 gele hesjes Neutrale speler speelt samen met balbezitters. Via samenspel met de partij-ongebonden (neutrale) spelers proberen de balbezitters te scoren door de bal door één van de 4 doeltjes te spelen. De verdedigende partij probeert zijn doeltjes te verdedigen en de bal te onderscheppen. 1. Als er gescoord is krijgen de verdedigers de bal. 2. Er mag na een score niet op hetzelfde doel gescoord worden. Een score telt alleen als een medespeler de bal aan de andere kant van het poortje ontvangt. De verdedigers moeten eerst het recht om te scoren halen door met de bal in het andere vak te komen. Daarna kan op de vier doeltjes gescoord worden. Na een score mag de scorende partij doorspelen en direct weer proberen te scoren ( eeuwig balbezit ). Idem, maar nu moet men het recht om weer te scoren halen door met de bal in het andere vak te komen. Daarna kan weer op de vier doeltjes gescoord worden. Verander de aantallen (bijvoorbeeld 5 tegen 5) tegen 1 vanaf de eigen keeper /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 30 x 20 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdediger probeert zijn doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de keeper. na elke aanval starten drie nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger
86 31. 2 tegen 1 vanaf de eigen keeper /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 25 x 15 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdediger probeert zijn doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de keeper. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger tegen 2 vanaf de eigen keeper /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 30 x 20 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de keeper. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger
87 33. 4 tegen 3 vanaf de eigen keeper /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 40 x 50 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. met buitenspel spelen gestart bij de keeper. na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval start een nieuwe verdediger tegen 1 vanaf de eigen keeper met aanspelen 2 spitsen /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en spitsen) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten drie nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers
88 35. 2 tegen 1 vanaf de eigen keeper met aanspelen 2 spitsen /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 25 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en spitsen) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers tegen 1 vanaf de eigen keeper met aanspelen 1 spits /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 25 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en spitsen) te scoren in het doeltje aan de overkant. De verdedigers proberen hun doeltje te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers
89 37. 2 tegen 1 vanaf de eigen keeper met aanspelen 2 spitsen /Organisatie - 10/12 spelers per veld - veld: 25 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en spitsen) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen na elke aanval starten twee nieuwe balbezitters (opbouwers) na elke aanval starten twee nieuwe verdedigers tegen 2 vanaf de eigen keeper met aanspelen 2 spitsen - 14 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en spitsen) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen iedereen doet mee nadat spitsen aangespeeld zijn
90 39. 4 tegen 3 vanaf de eigen keeper met aanspelen 2 spitsen - 14 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en spitsen) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen iedereen doet mee nadat spitsen aangespeeld zijn tegen 3 vanaf de eigen keeper met aanspelen 3 spitsen - 14 spelers per veld - veld: 30 x 40 meter Via samenspel proberen de balbezitters (opbouwers en spitsen) te scoren in het doel aan de overkant. De verdedigers proberen hun doel te verdedigen, de bal te onderscheppen en te scoren bij de keeper. gestart bij de keeper. 2. Als spitsen aangespeeld worden proberen zij 2 tegen 1 uit te spelen. balbezitters (opbouwers) scoren door over een lijn te dribbelen balbezitters (opbouwers) scoren in twee kleine doeltjes spel stopt ook als verdediger de bal balbezitters (opbouwers) meer beurten. één van de opbouwers mag aansluiten bij spitsen iedereen doet mee nadat spitsen aangespeeld zijn
D-pupillen. Leeftijdskenmerken
D-pupillen Leeftijdskenmerken Een (eerstejaars) D-pupil heeft ideale lichaamsverhoudingen. Dit zorgt voor een probleemloze coördinatie. Anders wordt het voor sommige (tweedejaars) D-pupillen. Zij kunnen
D-pupillen AANVALLEN. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
D-pupillen AANVALLEN Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant
D-pupillen VERDEDIGEN. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
D-pupillen VERDEDIGEN Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant
D-pupillen 1 TEGEN 1. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
D-pupillen 1 TEGEN 1 Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant
E-pupillen DRIBBELEN. Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
E-pupillen DRIBBELEN Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o Passen binnenkant
DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN
E-pupillen DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o
E-pupillen. Leeftijdskenmerken
E-pupillen Leeftijdskenmerken De kinderen hebben een grote speldrang. Ze doen dingen vanwege het plezier van-hetdoen. De kinderen moeten de kans krijgen allerlei vaardigheden en oplossingen in spelsituaties
SAMENSPELEN/POSITIESPEL
D-pupillen SAMENSPELEN/POSITIESPEL Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen
E-pupillen WREEFTRAP. Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
E-pupillen WREEFTRAP Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o Passen binnenkant
D-pupillen OPBOUWEN. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
D-pupillen OPBOUWEN Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant
D-pupillen OPBOUWEN. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
D-pupillen OPBOUWEN Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Dribbelen/drijven/passeren
D-pupillen OPBOUWEN. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
D-pupillen OPBOUWEN Ter herinnering: Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek in basisvormen en wedstrijdechte situaties. o Passen binnenkant
DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN
F-pupillen DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN Ter herinnering: Doelstellingen voor F-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Beginnende F-pupillen - 5/6 jaar o Leren beheersen van de bal. Passen binnenkant
SAMENSPELEN/POSITIESPEL
E-pupillen SAMENSPELEN/POSITIESPEL Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o Passen
PASSEN BINNENKANT VOET
E-pupillen PASSEN BINNENANT VOET Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o Passen
E-pupillen ORGANISATIEVORM. Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
E-pupillen ORGANISATIEVORM Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o Passen binnenkant
F-pupillen WREEFTRAP. Doelstellingen voor F-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
F-pupillen WREEFTRAP Ter herinnering: Doelstellingen voor F-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Beginnende F-pupillen - 5/6 jaar o Leren beheersen van de bal. Passen binnenkant voet Aannemen Dribbelen
DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN
F-pupillen DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN Ter herinnering: Doelstellingen voor F-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Beginnende F-pupillen - 5/6 jaar o Leren beheersen van de bal. Passen binnenkant
DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN
F-pupillen DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN Ter herinnering: Doelstellingen voor F-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Beginnende F-pupillen - 5/6 jaar o Leren beheersen van de bal. Dribbelen/drijven/passeren
1 Basisvorm: DVD D-pupillen oefenvormen. 4 tegen 4 met 4 doeltjes. Vereenvoudigingen. Oefenvormen 1.1-1.8
1 Basisvorm: 4 tegen 4 met 4 doeltjes Vereenvoudigingen Oefenvormen 1.1-1.8 DVD D-pupillen oefenvormen Oefenvorm1.1 4 tegen 4 met 4 doeltjes Inhoud - Bedoeling van deze vorm: Karakteristiek: door snelle
F-pupillen WREEFTRAP
F-pupillen WREEFTRAP 1. Poortschietspel (1) 2 1-9 spelers per veld - veld: 15 x 20 meter Door doel met keeper mikken. 1. Pass door doel naar overkant passen. 2. Bal oppikken, naar beginplek dribbelen,
Opleidings- en coachingsdoelstellingen JO11-Pupillen ========================================
Opleidings- en coachingsdoelstellingen JO11-Pupillen ======================================== Doel en aandachtspunten training: Het ontwikkelen van inzicht en het herkennen van de spelbedoelingen en algemene
PASSEN BINNENKANT VOET
E-pupillen PASSEN BINNENKANT VOET Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o Dribbelen/drijven/passeren
E-pupillen KOPPEN. Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
E-pupillen OPPEN Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o Passen binnenkant voet
groep 1 WU 1.1 en 1.2 / oefenvorm 1.1, 1.2, 1.4 en 1.6 / partijvorm 1
groep 1 WU 1.1 en 1.2 / oefenvorm 1.1, 1.2, 1.4 en 1.6 / partijvorm 1 DIGEN VERDE WU 1.1 3 tegen 2 met 2 doeltjes 0 10 20 30 40 WU 1.2 3 tegen 1 positiespel 0 10 20 30 40 0 10 9 10 20 het drietal start
2 Basisvorm: DVD D-pupillen oefenvormen. 4 tegen 4 lang smal veld. Vereenvoudigingen. Oefenvormen 2.1-2.8
2 Basisvorm: 4 tegen 4 lang smal veld Vereenvoudigingen Oefenvormen 2.1-2.8 DVD D-pupillen oefenvormen Oefenvorm 2.1 4 tegen 4 lang smal veld 2 kleine doeltjes Inhoud - Bedoeling van deze vorm: Karakteristiek:
E-pupillen KOPPEN. Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
E-pupillen OPPEN Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o Passen binnenkant voet
Het creëren van kansen en het scoren. Uiteindelijk moet er gescoord worden. Hoe creëer je kansen en wat is van belang bij het benutten van kansen?
Het creëren van kansen en het scoren Uiteindelijk moet er gescoord worden. Hoe creëer je kansen en wat is van belang bij het benutten van kansen? i. Het creëren van kansen en het scoren Duel 1 tegen 1
groep 1 oefenvorm 1.1 t/m 1.8 d-pupillen
groep 1 oefenvorm 1.1 t/m 1.8 d-pupillen Oefenvorm 1.1 0 10 20 30 40 4 tegen 4 met 4 doeltjes 9 Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek: door snelle wisselingen speelveldgedeelte kunnen scoringskansen
D-pupillen Training 1
D-pupillen Training 1 Aantekeningen / evaluatie ORGANISATIE TRAINING Zet een veld uit van 40 bij eter. Op drie meter van de hoeken worden vier doeltjes geplaatst. Maak nu een extra lijn, tien meter naar
F-pupillen DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN
F-pupillen DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN 1. Oversteekspel (1) - 5 spelers per veld - veld: 15 x 10 meter Spelers met bal proberen naar de overkant te dribbelen. De verdediger probeert dit te voorkomen door
F-pupillen AANNEMEN. Doelstellingen voor F-pupillen - datgene wat geleerd moet worden
F-pupillen AANNEMEN Ter herinnering: Doelstellingen voor F-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Beginnende F-pupillen - 5/6 jaar o Leren beheersen van de bal. Passen binnenkant voet Aannemen Dribbelen
groep 1 WU 1.1 en 1.2 / oefenvorm 1.1 t/m 1.7 / partijvorm 1 llen aanva
groep 1 WU 1.1 en 1.2 / oefenvorm 1.1 t/m 1.7 / partijvorm 1 llen aanva WU 1.1 3 tegen 2 met 2 doeltjes 0 10 20 30 40 WU 1.2 3 tegen 1 positiespel 0 10 20 30 40 0 10 9 10 20 het drietal start met de bal
Oefenvormen - Het Oversteekspel
Oefenvormen - Het Oversteekspel Voorbeeld uit KNVB opleidingboek " Zo doen wij dat effies" blz. 51 Veldafmetingen Het totale speelveld bedraagt 15 x 10 meter, waarbij de straat (en de sloot) 8 x 5 meter
PASSEN BINNENKANT VOET
F-pupillen PASSEN BINNENANT VOET Ter herinnering: Doelstellingen voor F-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Beginnende F-pupillen - 5/6 jaar o Leren beheersen van de bal. Passen binnenkant voet
Beter leren voetballen D-E-F pupillen Estria // april 2011
Beter leren voetballen D-E-F pupillen Estria // april 2011 Programma 19.00 uur 19.30 uur 20.30 uur 20.45 uur 21.15 uur 21.30 uur Voorstellen - Inleiding - Taakverdeling Praktijk "Beter leren voetballen
ALGEMENE UITGANGSPUNTEN
E-pupillen ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o Passen
TEST TRAINING. Teamfunctie Aanvallen. Teamtaak Opbouwen. Speelveldgedeelte Eigen helft. Rol tegenpartij Hoog druk geven op verdediging en middenveld.
TEST TRAINING Teamfunctie Teamtaak Opbouwen Speelveldgedeelte Eigen helft Rol tegenpartij Hoog druk geven op verdediging en middenveld. Doelstelling Het verbeteren van de samenwerking tussen verdedigers
groep 2 oefenvorm 2.1 t/m 2.8 d-pupillen
groep 2 oefenvorm 2.1 t/m 2.8 d-pupillen Oefenvorm 2.1 4 tegen 4 lang smal 0 veld 2 kleine doeltjes 0 20 30 40 9 Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek: in de opbouw de tegenpartij lokken om de
W8-TR1 L STOREN & VEROVEREN
W8-TR1 L STOREN & VEROVEREN TRAINING Teamfunctie Omschakelen Teamtaak Storen Speelveldgedeelte Helft tegenpartij Rol tegenpartij Opbouwen via de zijkanten! Doelstelling Leren druk zetten als team. WARMING-UP
oefenvormen E-Pupillen RVT Basisvorm 4 tegen 4 lang smal veld vereenvoudigingen Oefenvormen 2.1-2.5
oefenvormen E-Pupillen RVT Basisvorm 4 tegen 4 lang smal veld vereenvoudigingen Oefenvormen 2.1-2.5 Oefenvorm 2.1. 4 tegen 4 lang smal veld 2 kleine doeltjes Bedoeling van deze vorm Karakteristiek - in
HOE GEBRUIK IK DIT SCHEMA? L 1X IN DE WEEK TRAINEN
HOE GEBRUIK IK DIT SCHEMA? L 1X IN DE WEEK TRAINEN 3 TEGEN 2 MET 2 DOELTJES het drietal start met de bal bij het eigen doel beide teams kunnen scoren op een klein doeltje ls de bal uit is indribbelen (tweetal)
WEEK 1 L POSITIESPEL OBOUW
Pagina 1 van 12 WEEK 1 L POSITIESPEL OBOUW WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN 5 TEGEN 2 POSITIESPEL Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste dopjes, ong. 5 6 m uit elkaar. Twee
1e periode: herhalen van taakgericht en teamgericht. 2e periode: balbezit 3e periode: balbezit en balbezit tegenstander.
1e periode: herhalen van taakgericht en teamgericht. e periode: balbezit e periode: balbezit en balbezit tegenstander. 1 e Periode: Herhalen van taakgericht en teamgericht Training 1: Wat zijn de taken
PASSEN BINNENKANT VOET
F-pupillen PASSEN BINNENANT VOET Ter herinnering: Doelstellingen voor F-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Beginnende F-pupillen - 5/6 jaar o Leren beheersen van de bal. Dribbelen/drijven/passeren
W2-TR 2 L DIEPTESPEL OPBOUW
W2-TR 2 L DIEPTESPEL OPBOUW TRAINING Teamfunctie Teamtaak Speelveldgedeelte Rol tegenpartij Doelstelling samenwerken. 14 weken cyclus WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat
G. Het verbeteren van het verdedigen
G. Het verbeteren van het verdedigen Verdedigen over een heel veld is geen gemakkelijke opgave. De ruimte moet voor de tegenstander klein worden gehouden, maar hoe doe je dat? Ook wordt er in dit thema
W8-TR1 L STOREN & VEROVEREN
W8-TR1 L STOREN & VEROVEREN WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste dopjes, ong. 5 6 m uit elkaar. Twee spelers starten tegelijk vanaf het
Oefenvormen - 'Kegel-spel 4 tegen 2'
Oefenvormen - 'Kegel-spel 4 tegen 2' Zet veldje uit van 15 x 8. Vier pilonnen staan als raakdoelen op de achterlijn. Aan de andere kant staan ook vier pilonnen. De ruimte tussen de pilonnen is een meter.
Oefening 1. Druk zetten
Legenda: Oefening 1. Druk zetten beide teams kunnen scoren op twee kleine doeltjes bij een achterbal of hoekschop in het midden tussen de twee eigen doeltjes starten na verloop van tijd wisselen team A
groep 4 WU 4.1 en 4.2 / oefenvorm 4.1 t/m 4.3, 4.5 en 4.6 / partijvorm 4
groep 4 WU 4.1 en 4.2 / oefenvorm 4.1 t/m 4.3, 4.5 en 4.6 / partijvorm 4 DIGEN VERDE WU 4.1 2 (+k) tegen 1 (+k) breed veld - grote doelen WU 4.2 2 tegen 1 (+k) groot doel - lijn 6 9 9 12 7 8 k beide teams
DRIBBELKAMPIOEN 1 VERDEDIGER LEEUWEN EN DE JAGER
TRAINING 6 DRIBBELKAMPIOEN 1 VERDEDIGER LEEUWEN EN DE JAGER Alle spelers starten met een bal, behalve de verdediger. De verdediger probeert de ballen van de andere spelers af te pakken of weg te tikken.
WEEK 6 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)
WEEK 6 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN) DRIBBEL PIONSCHIETSPEL MET VERDEDIGERS (2) Organisatie Regels: spelers kunnen scoren door langs de verdedigers te dribbelen en de bal vanuit de vrije
Trainingsprogramma 2 e jaars D-pupillen
Trainingsprogramma 2 e jaars D-pupillen Inhoudsopgave Training Nummer 1... 3 Training Nummer 2... 5 Training Nummer 3... 7 Training Nummer 4... 9 Training Nummer 5... 11 Training Nummer 6... 13 Training
groep 3 oefenvorm 3.1 t/m 3.8 d-pupillen
groep 3 oefenvorm 3.1 t/m 3.8 d-pupillen Oefenvorm 3.1 4 tegen 4 lijnvoetbal 0 10 20 30 40 9 Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek: scoren door over de doellijn te dribbelen via positiespel spelers
WEEK 3 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)
WEEK 3 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN) POORTSCHIETSPEL VASTE AFSTAND Organisatie Regels: tweetal kan scoren door de bal tussen de pionnen naar elkaar te spelen (over de grond) voordat
groep 3 WU 3.1 en 3.4 / oefenvorm 3.1 t/m 3.9 / partijvorm 3 llen aanva
groep 3 WU 3.1 en 3.4 / oefenvorm 3.1 t/m 3.9 / partijvorm 3 llen aanva 0 20 30 40 WU 3.1 1 tegen 1 lijnvoetbal 0 0 20 30 40 WU 3.4 dribbeltikspel 20 beide spelers kunnen scoren door over de doellijn van
1. Bal uit de ruimte schieten. Tekening Spelverloop/Spelregels Veranderingen. 2. Poortschietspel (1) Tekening Spelverloop/Spelregels Veranderingen
F-pupillen AANNEMEN . Bal uit de ruimte schieten - 0 spelers per veld - veld: 0 x 5 meter Bal uit de ruimte schieten. Rood en blauw proberen de gele bal zodanig te raken dat deze uiteindelijk over de schietlijn
groep 2 WU 2.1 en 2.2 / oefenvorm 2.1, 2.3 en 2.4 / partijvorm 2A en 2B
groep 2 WU 2.1 en 2.2 / oefenvorm 2.1, 2.3 en 2.4 / partijvorm 2A en 2B DIGEN VERDE WU 2.1 WU 2.2 2 tegen 1 (+k) groot doel - lijn 9 K 2 tegen 1 (+1) klein doeltje - lijn 9 11 11 12 12 10 10 k speler 1
Training 1. 1) Warming-up
Training 1 1) Warming-up Spelvorm * 3 tikkers - ca. 5-6 ballen * gedurende 1 min. zoveel mogelijk spelers zonder bal tikken * men kan elkaar 'verlossen' door elkaar 1 bal toe te gooien 20 x 25 meter 2)
H. De samenwerking tussen de linies
H. De samenwerking tussen de linies D-pupillen spelen voor het eerst met 3 linies. De samenwerking tussen deze linies is heel belangrijk voor de opbouw van het spel en het creëren van kansen. h. De samenwerking
Wandelkampioen. Organisatie leeftijd 60 plus Regels:
Wandelkampioen leeftijd 60 plus Alle spelers starten met een bal, behalve de verdediger. De verdediger probeert de ballen van de andere spelers af te pakken of weg te tikken. De verdediger telt hoeveel
11 v 11 Uitwerking
11 v 11 Uitwerking 1-4-3-3 Speelwijze "De manier waarop het team de spelbedoeling wil realiseren" Hoe wil het team de wedstrijd winnen? Hoe wil het team tot scoren komen? Hoe wil het team doelpunten voorkomen?
WEEK 6 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)
WEEK 6 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN) PIONSCHIETSPEL VARIABELE AFSTAND Organisatie Regels: beide spelers kunnen scoren door de pion te raken (= 1 punt) of de pion om te schieten (= 3
Trainingvoorbereiding formulier Trainer Coach Veldvoetbal
Trainingvoorbereiding formulier Trainer Coach Veldvoetbal Training plannen op middellange termijn. COACH TEAM TEAMFUNCTIE TEAMTAAK SPEELVELDGEDEELTE ROL TEGENPARTIJ DOELSTELLING Mitchel Valkhof B Aanvallen
WEEK 3 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)
WEEK 3 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN) POORTSCHIETSPEL VARIABELE AFSTAND Organisatie Regels: spelers kunnen scoren door de bal stil te leggen op 8 meter van de pionnen en de bal te passen
Teamorganisatie en basistaken 11 tegen 11 vv Bargeres
Teamorganisatie en basistaken 11 tegen 11 vv Bargeres Teamorganisatie Als uitgangspunt is genomen dat de D-pupillen- en C-juniorenteams van vv Bargeres (in onderstaande tekening in het geel aangegeven)
VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen
Aspecten per teamfunctie Opleiding Aspecten per teamfunctie en coaching VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen Aanvallen opbouwen om kansen te creëren en bijgevolg doelpunten te maken Speelruimte groot maken
oefenvormen E-Pupillen RVT Basisvorm 4(+K) tegen 4(+K) 2 grote doelen vereenvoudigingen Oefenvormen
oefenvormen E-Pupillen RVT Basisvorm 4(+K) tegen 4(+K) 2 grote doelen vereenvoudigingen Oefenvormen 4.1. - 4.7 Oefenvorm 4.1. 4(+k) tegen (4+k) met 2 grote doelen Inhoud: Bedoeling van deze vorm: Karakteristiek
WEEK 4 - (AANV) DIEP SPELEN IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)
WEEK 4 - (AANV) DIEP SPELEN IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN) 2 TEGEN 1 (+1) KLEIN DOELTJE - LIJN speler 1 start met de bal en moet de 1e bal naar speler 2 vervolgens 2 tegen 1 uit aanvallers kunnen scoren
Skills. Organisatie. Aandachtspunten. Dribbelen/drijven (domineren) -dribbelen -passeren, uitspelen
Dribbelen/drijven (domineren) -passeren, uitspelen - ACTIE EERST DROOG OEFENEN (allemaal een bal - 4 spelers spelen 1:1. De speler krijgt de bal aangespeeld of dribbelt, en probeert te scoren door over
Jeugdopleiding VV Holten. Trainingscyclus
Jeugdopleiding VV Holten Inhoudsopgave Bladzijde Verklaring van de symbolen... 3 Warming Up... 4 Week 1... 6 Training 1... 6 Training 2... 8 Week 2... 10 Training 1... 10 Training 2... 12 Week 3... 14
W1-TR 1 L POSITIESPEL OPBOUW
W1-TR 1 L POSITIESPEL OPBOUW WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste dopjes, ong. 5 6 m uit elkaar. Twee spelers starten tegelijk vanaf het
Warming-up: Jagerbal. Partij: 6 : 6 op 2 grote doelen + keepers
Thema: Passen en Trappen E-pupillen Training: 1 Warming-up: Jagerbal Er worden drie groepen gemaakt Het veld is verdeeld in drie vakken De konijnen dribbelen in het middelste vak. De jagers moeten vanuit
Trainingsprogramma C-junioren
Trainingsprogramma C-junioren Inhoudsopgave Training Nummer 1... 3 Training Nummer 2... 5 Training Nummer 3... 7 Training Nummer 4... 9 Training Nummer 5... 11 Training Nummer 6... 13 Training Nummer 7...
1e periode: positieverkenning. 2e periode: positie en taakgericht voetballen. 3e periode: teamgericht handelen. 4e periode: taakgericht en
1e periode: positieverkenning. 2e periode: positie en taakgericht voetballen. 3e periode: teamgericht handelen. 4e periode: taakgericht en teamgericht voetballen. 1 e Periode: Positieverkenning Training
W7-TR1 L POSITIESPEL OPBOUW
W7-TR1 L POSITIESPEL OPBOUW TRAINING Teamfunctie Omschakelen Teamtaak Opbouwen Speelveldgedeelte Eigen helft Rol tegenpartij Opbouwend van 50% naar 100%, de wedstrijddruk op de opbouwende ploeg geven!
Jaarplanning SV Hertha D-pupillen
Jaarplanning D-pupillen a. Vormen voor de warming-up b. Technische vaardigheden c. Het opbouwen van achteruit d. Aansluiting van de linies e. Het benutten van de zijkanten van het veld f. Het samenspelen
WEEK 1 - HET SCOREN (SCHIETEN BINNENKANT VOET)
WEEK 1 - HET SCOREN (SCHIETEN BINNENKANT VOET) TRAINING Teamfunctie Teamtaak Scoren Speelveldgedeelte Helft tegenpartij Rol tegenpartij Verd Doelstelling Aanleren schieten/passen/scoren binnenkant voet.
DRIBBELEN IN VAK CARS
TRAINING 5 DRIBBELEN IN VAK CARS Alle spelers starten met een bal en dribbelen door het vak heen. De spelers proberen de bal binnen het vak te houden en niet met elkaar te botsen. Lengte: 20-25 meter.
Trainingsvoorbereidingsformulier
Trainingsvoorbereidingsformulier Coach: Team: Teamfunctie: Teamtaak: Speelveldgedeelte: Rol tegenpartij: René Boer BVV Barendrecht B1 Verdedigen Storen / Doelpunten verkomen Eigen helft Opbouwen op de
1. INSPE E LPASS VAN ACHTE RU IT
@ cdj"'ga 1. INSPE E LPASS VAN ACHTE RU IT POSITIE(5): hele elftal, te beginnen met de centrale verdedigers, de keeper en de centrale spits NIVEAU(S): vanaf de C/D-jeugd. Voor de oudere groepen: ruimtel
4 tegen 3 lijnvoetbal... 2. 4 tegen 3 - vier kleine doelen... 3. 4 tegen 3 - twee pupillendoelen... 4. Kegel-spel 4 tegen 2... 5
Pupillentrainingen / partijvormen. 4 tegen 3 lijnvoetbal... 2 4 tegen 3 - vier kleine doelen... 3 4 tegen 3 - twee pupillendoelen... 4 Kegel-spel 4 tegen 2... 5 Lijnvoetbal-spel 3 tegen 1... 6 Poorten-spel
D. Aansluiting tussen de linies
D. Aansluiting tussen de linies Het veld is voor de D-pupillen nog erg lang en het valt dus niet mee om de ruimte tussen de linies klein te houden, zodat er voldoende afspeelmogelijkheden blijven. Ook
WEEK 3 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)
WEEK 3 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN) PIONSCHIETSPEL VASTE AFSTAND Organisatie Regels: beide spelers kunnen scoren door de pion te raken (= 1 punt) of de pion om te schieten (= 3 punten)
VOETBALTECHNISCH JEUGDPLAN. Behorend bij jeugdopleiding voetbalvereniging VFC.
VOETBALTECHNISCH JEUGDPLAN Behorend bij jeugdopleiding voetbalvereniging VFC. Versie: 6 juni 2010 INHOUDSOPGAVE 1 KNVB-VISIE...3 1.1 Visie van de KNVB op het (beter) leren voetballen...3 1.2 Drie fasen...4
Inhoud Methodiek Aanwijzingen
Trainingsvoorbereidingsformulier Coach: Team: Teamfunctie: Teamtaak: Speelveldgedeelte: Rol tegenpartij: René Boer BVV Barendrecht B1 Aanvallen Opbouwen / Scoren rondom de middelijn / Helft tegenpartij
1) 2. 3 : 1 in een afgebakende ruimte = 12 12 meter
Thema: Positie- en Partijspel E/D-pupillen Oefening 1 1. Warming-up: Dribbelen door doeltjes van pilonnen Organisatie - We maken van pilonnen maken we in een afgebakende ruimte doeltjes van ongeveer 2
WEEK 5 - HET SCOREN (SCHIETEN WREEF)
WEEK 5 - HET SCOREN (SCHIETEN WREEF) DOELSCHIETSPEL MET KEEPER spelers kunnen scoren door de bal stil te leggen op 8 meter van het doel en te scoren lukt dit 2x achter elkaar dan gaan ze naar de volgende
WEEK 2 - HET SCOREN (SCHIETEN BINNENKANT VOET)
WEEK 2 - HET SCOREN (SCHIETEN BINNENKANT VOET) DUBBEL DOELSCHIETSPEL MET 2 KLEINE DOELTJES spelers kunnen scoren door de bal stil te leggen op 8 meter van de doeltjes en te mikken op 1 van de 2 kleine
Verbeter Tactische Vaardigheden door Partijvormen
Hockey : Versie maart 2006 Bron: KNHB / A.Cox / B.Bams Verbeter Tactische Vaardigheden door Partijvormen Het verbeteren van tactische vaardigheden van jeugdspelers d.m.v. partijvormen. Door Alexander Cox
Technisch Ontwikkeling Plan voor de voetballers uit de jeugd van Klein Dochteren TOP!
Technisch Ontwikkeling Plan voor de voetballers uit de jeugd van Klein Dochteren TOP! Datum: 27-2-2013 Auteur: Herman Pasman, Technisch Jeugd Coördinator Voetbal Voetbal is een complex spel doordat er
Trainingsprogramma 1 e jaars D-pupillen
Trainingsprogramma 1 e jaars D-pupillen Inhoudsopgave Training Nummer 1... 3 Training Nummer 2... 5 Training Nummer 3... 7 Training Nummer 4... 9 Training Nummer 5... 11 Training Nummer 6... 13 Training
1 e Periode: Balbezit en balbezit tegenstander. 2 e Periode: Omschakelen van balbezit eigen team naar balbezit tegenstander en Balbezit tegenstander
1 e Periode: Balbezit en balbezit tegenstander. 2 e Periode: Omschakelen van balbezit eigen team naar balbezit tegenstander en Balbezit tegenstander naar balbezit eigen team. 3 e Periode: Completeren van
Trainingscyclus. verwijzing van alle tekens: - te coachen spelers. - tegenstander. - kaatser. - pion, petje. - bal. - keeper. - balbaan.
Trainingscyclus verwijzing van alle tekens: - te coachen spelers - tegenstander - kaatser - pion, petje - bal - keeper - balbaan - looplijn - dribbel warming-up: met bal voorafgaand aan elke training *
Jeugd Opleidingsplan SV Lycurgus
Jeugd Opleidingsplan SV Lycurgus Deel 2 Wat is voetballen? Mark Boterman Versie 1.0 (oktober 2014) Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1 Voetballen... 2 2 Spelbedoeling... 2 3 Structuur van het voetballen...
WEEK 5 - HET SCOREN (SCHIETEN)
WEEK 5 - HET SCOREN (SCHIETEN) DOELSCHIETSPEL MET KEEPER Organisatie Regels: spelers kunnen scoren door de bal stil te leggen op 8 meter van het doel en te scoren lukt dit 2x achter elkaar dan gaan ze
WEEK 1 - (AANV) POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)
WEEK 1 - (AANV) POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN) PIONSCHIETSPEL VASTE AFSTAND beide spelers kunnen scoren door de pion te raken (= 1 punt) of de pion om te schieten (= 3 punten) voordat de bal
HET POSITIE- EN PARTIJSPEL
HET POSITIE- EN PARTIJSPEL Inleiding: Bij dit onderdeel worden de geleerde technieken in praktijk gebracht. De partijtjes moeten klein gehouden worden om zoveel mogelijk balbezit te garanderen en dat de
VISIE OPLEIDING PUPILLEN. Hoe leren we onze jeugd voetballen?
1 VISIE OPLEIDING PUPILLEN Hoe leren we onze jeugd voetballen? - door veel te voetballen, veel balcontacten, alles met de bal, plezier te maken - iedere speler een bal - door een goede opleiding en begeleiding
