KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN FACULTEIT SOCIALE WETENSCHAPPEN MASTER IN DE VERGELIJKENDE EN INTERNATIONALE POLITIEK Handleiding Masterproef Jasmien Beckers (Programmaverantwoordelijke) Prof. dr. Edith Drieskens (Programmacoördinator) 2015-2016 Raadpleeg ook de facultaire webpagina s over de masterproef! www.soc.kuleuven.be/masterproef
1
Inhoud Inleiding 3 1. Tijdslijn 4 1.1 Onderwerp masterproef en indienen aanvraag tot goedkeuring 5 1.2 Startnota 6 1.3 Schrijven masterproef en begeleiding 8 1.4 Indienen masterproef 8 1.5 Verdediging en beoordelingscriteria 9 2. Vorm 11 2.1 Lay-out 11 2.2 Opbouw 12 2.2.1 Titelblad 12 2.2.2 Samenvatting 13 2.2.3 Inhoudsopgave 13 2.2.4 Voorwoord 14 2.2.5 Inleiding 14 2.2.6 Tekstgedeelte 14 2.2.7 Algemeen besluit 15 2.3 Bronvermelding 15 2.4 Taal 16 2.5 Omvang 16 3. Reglement 16 4. Plagiaat 16 2
Inleiding De masterproef vormt het sluitstuk van de Master in de Vergelijkende en Internationale Politiek. Het is een wetenschappelijk werk waarin de student aantoont dat hij/zij de leerstof van de opleiding verwerkt heeft. Tevens geeft de student blijk van het vermogen om een onderzoeksvraag te analyseren, te bestuderen en er een kritische reflectie op te formuleren. Het eindresultaat is een werk dat in verkorte vorm voor publicatie vatbaar is. Het schrijven van een masterproef is geen kinderspel. Het is een intensief proces waarin je geconfronteerd zult worden met vragen en hindernissen. Om je te helpen deze hindernissen te nemen en om mogelijke vragen te beantwoorden, werd deze handleiding samengesteld. Het is een verzameling van informatie die verspreid terug te vinden is op de facultaire website. Tevens geeft deze handleiding je een beeld van het proces van het schrijven van een masterproef. We wensen je veel succes. 3
1. Tijdslijn Het schrijven van een masterproef is een proces. Om je een overzicht te bieden van de tussenstappen, geven we in dit gedeelte kort de tijdslijn van de masterproef weer. Elke stap zal in een apart onderdeel besproken worden. De tijdslijn houdt volgende stappen in: 1 ste semester: - 05/10/2015 (13u): einde sperperiode onderwerp masterproef - 20/10/2015: uiterste indiendatum voor aanvraag goedkeuring onderwerp masterproef (eerste lichting); in te dienen bij studentenadministratie, lokaal 01.125-09/11/2015: uiterste datum voor goedkeuring onderwerpen masterproef door POC (eerste lichting) - 17/11/2015: uiterste indiendatum voor aanvraag goedkeuring onderwerp masterproef (tweede lichting); in te dienen bij studentenadministratie, lokaal 01.125-30/11/2015: uiterste datum voor goedkeuring onderwerpen masterproef door POC (tweede lichting) - 10/12/2016 (16u): uiterste indiendatum masterproef voor eerste examenperiode 2016 - januarizittijd - 17/12/2015 (16u): uiterste indiendatum startnota masterproef voor studenten die de masterproef voor de eerste maal in hun programma opnemen en die wensen te verdedigen in juni; in te dienen bij studentenadministratie, lokaal 01.125 2 de semester: - 07/01/2016-08/01/2016: verdediging van masterproef voor eerste examenperiode - uitwerken masterproef en contact begeleider (promotor, copromotor) - 24/02/2016: uiterste indiendatum startnota masterproef voor studenten die de masterproef voor de tweede of derde maal in hun programma opnemen en die wensen te verdedigen in juni of september; in te dienen bij studentenadministratie, lokaal 01.125-24/03/2016: uiterste indiendatum startnota masterproef voor studenten die de masterproef voor de eerste maal in hun programma opnemen en die wensen te verdedigen in september; in te dienen bij studentenadministratie, lokaal 01.125 4
- 25/04/2016: uiterste datum voor verplichte melding indienen masterproef junizittijd; melding online te doen via studentenportaal - 09/05/2016 (16u): uiterste indiendatum masterproef voor tweede examenperiode 2016 - junizittijd; in te dienen bij studentenadministratie, lokaal 01.125-30/05/2016 04/06/2016: verdediging van masterproef voor tweede examenperiode - 15/07/2016: uiterste datum voor verplichte melding indienen masterproef septemberzittijd; melding online te doen via studentenportaal - 18/08/2016 (16u): uiterste indiendatum masterproef voor derde examenperiode 2016 - septemberzittijd; in te dienen bij studentenadministratie, lokaal 01.125-01/09/2016 07/09/2016: verdediging masterproef voor derde examenperiode 1.1 Onderwerp masterproef en indienen aanvraag tot goedkeuring Bij aanvang van het academiejaar wordt een lijst van mogelijke masterproefonderwerpen bekendgemaakt op het studentenportaal en op Toledo. Indien één van de onderwerpen uit de lijst je interesse wegdraagt, neem je contact op met de betrokken promotor. Bij het contact motiveer je jouw keuze van onderwerp. Opgelet: tijdens de eerste twee weken van het academiejaar geldt er een sperperiode. In die periode kan je je masterproefonderwerp niet definitief vastleggen, maar wel informatie inwinnen over de onderwerpen die je interesseren. Eens de sperperiode voorbij is, kan je opnieuw contact opnemen met de promotor van het gekozen onderwerp om het voorstel definitief vast te leggen. Houd er ook rekening mee dat de POC Politieke Wetenschappen een quotasysteem hanteert met het oog op een billijke verdeling van de werklast voor de promotoren. Dit systeem houdt in dat elke promotor een maximumaantal masterproefstudenten mag aanvaarden. Wanneer de promotor van je voorkeur zijn of haar quotum reeds bereikt heeft, zal je dus op zoek moeten gaan naar een andere promotor. Maak je echter geen zorgen; de quota zijn op een zodanige manier berekend dat elke student van een promotor voorzien kan worden. Het is ook mogelijk een masterproef te maken op basis van een zelf gekozen onderwerp, op voorwaarde dat je een promotor vindt die de begeleiding op zich wil nemen. Het onderwerp moet aansluiten bij je studieprogramma en aansluiten bij de onderzoeksexpertise van een ZAP-lid of postdoctoraal onderzoeker. Je neemt hiervoor tijdens de sperperiode 5
contact op met een mogelijke promotor om het onderwerp te bespreken. Promotoren kunnen de begeleiding weigeren. Nadat onderwerp en promotor gekozen zijn, dien je het formulier Aanvraag masterproef, ondertekend door de promotor, in bij de studentenadministratie (lokaal SW 01.125). De aanvraag wordt ingediend tijdens de vijfde week van het academiejaar (eerste lichting), of ten laatste tijdens de negende week van het academiejaar (tweede lichting). Voor specifieke data verwijzen we naar de studentenkalender. De studentenadministratie maakt de aanvragen over aan de POC van de betrokken opleiding. De POC kan het voorgestelde onderwerp en de voorgestelde promotor goedkeuren, afwijzen of om een verduidelijking vragen. De beoordeling van de POC wordt vervolgens door de studentenadministratie meegedeeld aan de student. Een goedkeuring van het voorstel waarborgt de reservering van het onderwerp voor het lopende en komende academiejaar. Indien je, na de initiële goedkeuring, een ander onderwerp en/of promotor wenst, kan dit uitzonderlijk worden toegestaan. Een nieuwe beslissing van de POC is hiervoor evenwel vereist. Je moet dan op het studentensecretariaat een formulier Wijziging van onderwerp (beschikbaar op het studentenportaal van FSW) indienen, waarop de nieuwe titel en de eventueel nieuwe promotor vermeld staan. Deze overeenkomst moet ondertekend zijn door de (nieuwe) promotor. Indien je, in overleg met de promotor, de werktitel van de masterproef wil veranderen, kan dit zonder dat een goedkeuring van de POC is vereist. Het onderwerp mag hierdoor echter niet worden gewijzigd. 1.2 Startnota De startnota is een korte paper van een 3000-tal woorden (exclusief bibliografie) waarin je het onderzoeksplan van je masterproef voorstelt. Dit gebeurt aan de hand van een (literatuur-) onderzoek dat je in het eerste semester uitvoert. De nota wordt ingediend op de facultaire studentenadministratie (lokaal 01.125) op het afgesproken tijdstip (laatste week voor de kerstvakantie). Sinds dit academiejaar geldt het tijdig indienen van de startnota als een voorwaarde om de masterproef te mogen indienen en tot de verdediging ervan te worden toegelaten. 6
a) Studenten die in het betrokken academiejaar de masterproef voor het eerst in hun ISP opnemen, en de masterproef tijdens de juni-examenperiode wensen te verdedigen, dienen uiterlijk op de donderdag voor de kerstvakantie een startnota in. b) Studenten die in het betrokken academiejaar de masterproef voor het eerst in hun ISP opnemen, en de masterproef tijdens de september-examenperiode wensen te verdedigen, dienen uiterlijk op de donderdag voor de paasvakantie een startnota in bij de facultaire studentenadministratie. Studenten die reeds uiterlijk op de donderdag voor de kerstvakantie een startnota indienden, hoeven geen nieuwe startnota in te dienen. c) Studenten die in het betrokken academiejaar de masterproef voor een tweede of derde keer in hun ISP opnemen, moeten, ook als zij reeds in een vorig academiejaar een startnota indienden, een startnota indienen, uiterlijk op de ISP-deadline van het eerste semester wanneer zij de masterproef wensen te verdedigen tijdens de januari-examenperiode; de ISP-deadline van het tweede semester wanneer zij de masterproef wensen te verdedigen tijdens de juni-examenperiode of de september-examenperiode. De startnota bevat standaard de volgende onderdelen: - probleemstelling - onderzoeksvraag/onderzoeksvragen - theoretisch/conceptueel kader - methodologie - bronnenlijst - timing (masterproefplan) Het verplichte vak Research Methods in Political Science, gedoceerd in het eerste semester, biedt de nodige achtergrond voor het schrijven van een startnota. Het vak heeft bijzondere aandacht voor het vinden van een geschikte onderzoeksvraag, het opzetten van een degelijk onderzoeksdesign en het ontwikkelen van een passende methodologie. Studenten moeten voor dit vak vervolgens een paper schrijven waarin ze een eigen onderzoeksproject voorstellen. Studenten worden aangemoedigd om voor deze oefening hun eigen masterproefonderwerp als 7
vertrekpunt te nemen. Op deze manier ontwikkelen de studenten een solide basis voor het schrijven van hun startnota. 1.3 Schrijven masterproef en begeleiding Tijdens het schrijven van je masterproef word je begeleid door een promotor, aangevuld met eventueel een copromotor en/of een assessor. De begeleider heeft als taak om in samenwerking met de student een plan voor de werkzaamheden uit te werken en de evolutie van het onderzoek op te volgen. Hij of zij kan tevens suggesties geven over bepaalde literatuur of een bepaalde richting suggereren. De hoofdverantwoordelijkheid over het verloop van de masterproef ligt echter bij de student. Het is aan jou om onderzoek te verrichten en om op regelmatige basis je begeleider hieromtrent te contacteren voor feedback. Dit kan tijdens de spreekuren die terug te vinden zijn op de facultaire website of door tijdig een afspraak te maken met de begeleider indien mogelijk. Hoe de relatie tussen student en begeleider verloopt, wordt bepaald door afspraken die in het begin van het proces worden gemaakt. Een masterproefonderwerp is gekoppeld aan een promotor. Dit kan elk lid van het ZAP, emeriti met opdracht, en elk lid van het A(B)AP met doctorstitel zijn. Wanneer een doctor met tijdelijk statuut als promotor wordt aangewezen, wordt tegelijkertijd een ander ZAP-lid aangewezen. Dit garandeert de voortzetting van de begeleiding in geval van mandaatbeëindiging van de doctor-promotor. Naast de promotor kan een copromotor worden aangewezen. De POC kan eveneens een assessor (lid van het A(B)AP) aan de promotor toevoegen om te helpen bij de begeleiding van de masterproef. Copromotor en assessor maken formeel geen deel uit van de masterproefcommissie. Zij nemen wel deel aan de verdediging en de beraadslaging van de masterproefcommissie. 1.4 Indienen masterproef Wanneer je met je promotor of assessor beslist dat de masterproef klaar is om in te dienen, breng je drie exemplaren binnen op de studentenadministratie (vier of vijf indien je een copromotor en/of assessor aangeduid hebt gekregen), op de aangekondigde deadline. Bijkomend dient de student de masterproef elektronisch in via KU Loket: Mijn Masterproef. 8
Opgelet: voorafgaand aan de indiening dien je je online in te schrijven via het studentenportaal met de vermelding dat je de masterproef zal indienen. Deze verplichte melding geldt zowel voor de junizittijd als voor de septemberzittijd. De deadlines voor de verplichte melding en de deadlines voor indiening kan je terugvinden op de studentenkalender. De student dient zich aan deze data te houden. Een uitzondering voor de indiening na datum is enkel mogelijk na gunstig advies door de vicedecaan onderwijs. Een tweede indieningsperiode is voorzien midden augustus. Er wordt echter ten sterkste aangeraden je masterproef in te dienen in de junizittijd. Het doorschuiven van je masterproef naar de septemberzittijd levert je nauwelijks enkele weken extra op, gelet op de rust die je jezelf gunt na de examenperiode. Hou er ook rekening mee dat je begeleider in deze periode mogelijk (tijdelijk) afwezig is wegens vakantie. 1.5 Verdediging en beoordelingscriteria De masterproef wordt gelezen en beoordeeld door een masterproefcommissie. Deze bestaat uit de promotor (eventueel aangevuld met copromotor en/of assessor), een verslaggever en een voorzitter. De masterproef dient verdedigd te worden voor deze jury. De taak van de verslaggever is verslag uit te brengen van de lectuur van de tekst en hem te beoordelen op zijn wetenschappelijke waarde. De taak van de voorzitter is de verdediging te leiden, de masterproef en de verdediging te beoordelen, en te bemiddelen bij eventuele conflicten tussen promotor en verslaggever. De studentenadministratie deelt je de dag, het uur en de plaats van de verdediging mee. De algemene data voor de verdediging kan je vinden op de studentenkalender. De verdediging van de masterproef is openbaar en gebeurt in de taal van de opleiding. Het geheel van de verdediging van de masterproef neemt maximum 30 minuten in beslag en omvat een presentatie door de student, het stellen van vragen door de beoordelaars en een deliberatie in afwezigheid van de student. De student krijgt 8 à 10 minuten de tijd om een presentatie te geven waarvan hij de inhoud zelf bepaalt. De student gebruikt hierbij geen technische hulpmiddelen (power point, video, transparanten, ). Het gebruik van een handout is wel toegestaan. Na de presentatie stellen de beoordelaars vragen over de afbakening van het onderwerp, de gebruikte onderzoeksmethodes, het verwerkte studiemateriaal en alle 9
andere aspecten die hen belangrijk lijken. De verdediging moet je voldoende feedback geven over de sterke en zwakkere kanten van de masterproef. De beoordeling gebeurt op basis van het eindproduct, het doorlopen proces en de verdediging. Er wordt gewerkt met zes hoofdcriteria en drie randcriteria. De criteria worden weergegeven in vraagvorm. De hoofdcriteria zijn fundamenteel voor de eindbeoordeling, de randcriteria zijn corrigerend. Hoofdcriteria - In welke mate leidt het probleem tot een duidelijke, theoretisch onderbouwde en relevante onderzoeksvraag? - Heeft de student een aangepaste methodologie gebruikt en deze correct toegepast? - Heeft het werkstuk een logische en overzichtelijke structuur? - Zijn de bronnen relevant en de verwijzingen correct? - Wat is de persoonlijke inbreng van de student? - Zijn de conclusies duidelijk, relevant en correct? Randcriteria - Wat zijn de vormelijke kwaliteiten van het werkstuk? - Hoe verliep het proces? - Hoe verliep de verdediging? Deze criteria zullen als een richtsnoer gebruikt worden tijdens de beraadslaging. De vermelde criteria zijn dus oriënterend, niet dwingend. In het bijzonder zal de voorzitter van de meesterproefcommissie er over waken dat tijdens de verdediging en de finale beoordeling rekening wordt gehouden met alle elementen. Na beraadslaging wordt er één beoordelingscijfer toegekend. Bij betwisting oordeelt de examencommissie. De promotor vertegenwoordigt de meesterproefcommissie in de examencommissie. Opgelet: een onvoldoende voor de meesterproef heeft tot gevolg dat de student niet is geslaagd voor de hele opleiding. 10
2. Vorm In het volgende deel komen achtereenvolgens aan bod: de lay-out, de opbouw, de bronvermelding, de taal en de omvang van de masterproef. 2.1 Lay-out De lay-out van de masterproef dient aan volgende voorwaarden te voldoen: Papierformaat: A5 (in Word: Pagina-indeling > Formaat) Marges rond tekst: links: 2cm rechts: 2cm boven: 2 cm onder 2 cm (in Word: Pagina-indeling > Marges) Lettertype: Times New Roman Lettergrootte: Tekst: 11 Voet- en eindnoten: 10 Regelafstand: Enkel (in Word: Start > Alinea > Regelafstand) Enkel- of dubbelzijdig: beide zijn toegestaan Voorblad: karton van minstens 120g/m², met een kleur naar keuze. De overige tekst van de masterproef wordt op wit papier van 80g/m² afgedrukt. Model voorblad: modellen van voorbladen zijn te vinden op de facultaire website onder studentenportaal > Masterproef > Specifieke info per master: Vergelijkende en Internationale Politiek > Voorblad (http://soc.kuleuven.be/web/staticpage/1/3/nl/394). Je kan dit voorblad kopiëren en plakken, zo ben je zeker van de vereiste lay-out. 11
2.2 Opbouw De masterproef is een wetenschappelijke tekst die moet voldoen aan een aantal vormelijke criteria in verband met de opbouw. Zo moet de masterproef volgende delen bevatten: - omslag met het titelblad - blanco blad - herhaling van het titelblad - samenvatting - inhoudsopgave - (lijst van tabellen) - (lijst van figuren) - (lijst van afkortingen) - voorwoord - inleiding bij de tekst - tekstgedeelte - algemeen besluit - lijst met referenties - (bijlagen) - blanco blad - rugblad De volgorde van de verschillende onderdelen moet strikt gevolgd worden. Onderdelen die vermeld worden tussen haakjes dienen enkel te worden toegevoegd indien dit noodzakelijk is en een meerwaarde kan bieden aan het geheel. Hieronder volgt uitleg over de belangrijkste onderdelen. 2.2.1 Titelblad Op het titelblad moeten een aantal gegevens staan waaronder de volgende: - KU Leuven - Faculteit Sociale Wetenschappen - Master in de Vergelijkende en Internationale Politiek - Titel van de masterproef met eventueel een ondertitel 12
- Promotor, aangevuld met eventueel een copromotor en/of assessor - Verslaggever - Masterproef aangeboden tot het verkrijgen van de graad van Master in de Vergelijkende en Internationale Politiek door [Voornaam Naam] - Academiejaar Een voorbeeldtitelblad is beschikbaar op de facultaire website onder studentenportaal > Masterproef > Specifieke info per master: Vergelijkende en Internationale Politiek > Voorblad (http://soc.kuleuven.be/web/staticpage/1/3/nl/394). Je kan dit voorblad kopiëren en plakken, zo ben je zeker van de vereiste lay-out. 2.2.2 Samenvatting De student maakt een voor leken toegankelijke samenvatting van maximum 3500 karakters in de taal van de masterproef. De samenvatting wordt ingevuld via Mijn masterproef in KU Loket, waar ook de masterproef elektronisch dient opgeladen te worden. Aanvullend kan een kortere samenvatting (van maximaal 300 woorden) opgenomen worden in de masterproef zelf. Deze samenvatting wordt ingevoegd onmiddellijk voor de inhoudsopgave. 2.2.3 Inhoudsopgave De inhoudsopgave geeft de verschillende onderdelen van de masterproef weer op een overzichtelijke manier. De titels die gekozen worden voor elk onderdeel moeten kort en krachtig zijn en de lading dekken. Ze moeten uiteraard ook overeenstemmen met de titels gebruikt in de tekst. In de inhoudsopgave worden hoofdtitels links uitgelijnd. Voor ondertitels maakt men gebruik van een inspringing van telkens 0,5 cm. Paginanummers staan rechts uitgelijnd. Een voorbeeld: 1 Hoofdtitel 1.1 Ondertitel 1 2 13
Voor uitgebreidere uitleg verwijzen we graag naar volgend boek: Brungs, E., Zinvol zoeken, stijlvol schrijven. Handleiding voor het schrijven van wetenschappelijke teksten in de Sociale Wetenschappen, Leuven, Acco, 2005, 176 p. 2.2.4 Voorwoord Het voorwoord is een kort stukje tekst waarin een dankwoord wordt gericht naar promotor/begeleider en/of familie. Tevens kan een korte motivatie worden neergeschreven over de keuze van het onderwerp. We raden aan om het voorwoord sober te houden. De masterproef geldt immers vaak als visitekaartje bij sollicitaties. 2.2.5 Inleiding Een inleiding dient om de aandacht van de lezer te trekken. Dit kan door een sterke openingszin te gebruiken zoals een gepast citaat of een voorbeeld. Tevens biedt een inleiding de mogelijkheid om kort samen te vatten waarover de masterproef gaat. Dit behelst een korte beschrijving van de probleemstelling met zijn afbakening in tijd en ruimte en de inhoud in hoofdlijnen. Het is aangeraden om de inleiding pas op het einde van de rit te schrijven. Zo ben je zeker dat de inleiding overeenstemt met de daaropvolgende tekst. 2.2.6 Tekstgedeelte Het tekstgedeelte bestaat uit een aantal onderdelen. Zo start je de masterproef met een probleemstelling, waaruit je een onderzoeksvraag destilleert. Vervolgens beschrijf je het theoretisch of conceptueel kader van waaruit je de onderzoeksvraag wenst te bestuderen. Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, kies je een geschikte onderzoeksmethode. Heb je deze methode beschreven, dan kan je overgaan tot de rapportering over het effectieve onderzoek en de onderzoeksresultaten. Je besluit met een kritische reflectie over de bekomen onderzoeksresultaten. 14
Verdere uitleg over hoe te werk te gaan, vind je in volgend boek: De Wachter, L., Van Soom, C., Academisch schrijven: een praktische gids, Acco, Leuven, 2008, 109 p. 2.2.7 Algemeen besluit In het algemeen besluit vat je de belangrijkste elementen samen. Je geeft kort weer wat de probleemstelling is, welke onderzoeksvraag/-vragen je daaruit hebt afgeleid, welke onderzoeksmethode je hebt gebruikt, welke resultaten je hebt bekomen en je conclusie hieromtrent. Een goed besluit geeft een antwoord op de onderzoeksvragen en bespreekt de beperkingen van het onderzoek. Tot slot geef je een kritische reflectie over het geheel en werp je eventueel een blik naar de toekomst (bv. suggesties voor toekomstig onderzoek). Enkel in de kritische reflectie is er plaats voor een persoonlijke mening en toets. 2.3 Bronvermelding Een wetenschappelijk onderzoek is een cumulatie van kennis. Bij het schrijven van een wetenschappelijke tekst is een correcte en consistente bronvermelding van uitzonderlijk belang. Een correcte bronvermelding laat de lezer allereerst toe de juistheid van de bronnen na te gaan en verdere informatie op te zoeken. Daarnaast gaat het ook om intellectuele eerlijkheid: heb respect voor het intellectuele eigendom van anderen. Verder geeft de bronvermelding ook een indicatie van de inspanningen die de student geleverd heeft om zijn/haar masterproef wetenschappelijk te onderbouwen en te documenteren. Ten slotte biedt de bronvermelding aan de lezer tal van aanknopingspunten voor verdere lectuur. Er zijn verschillende methoden van bronvermelding. De Faculteit Sociale Wetenschappen maakt gebruik van twee systemen, namelijk de Angelsaksische stijl en de klassieke stijl van bronvermelding, ook de A-stijl, respectievelijk de K-stijl genoemd. De student kan hiertussen kiezen, maar moet wel consistent dezelfde stijl toepassen op het geheel. Uitleg over de toepassing van deze twee systemen van bronvermelding vind je in: Wielandts, J. (2013). Het ABC van de APA-refereerstijl : praktische handleiding voor wetenschappelijk refereren, 45 pp. Leuven: KU Leuven. Centrum voor Studiebegeleiding en Onderwijsvernieuwing. 15
Informatie in verband met de toepassing van bronvermelding kan je ook vinden op het studentenportaal onder Masterproef > Reglementen en huisstijl > Tekst: Bronnen en opmaak: https://soc.kuleuven.be/web/files/1/3/huisstijl.pdf. 2.4 Taal De masterproef wordt geschreven in de taal van de opleiding. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van de officiële spelling. Om de juiste spelling te garanderen, kan je bij twijfel het woord opzoeken op de website van de Nederlandse Taalunie via volgende link: http://woordenlijst.org; of op de website van Taaladvies via volgende link: http://taaladvies.net. 2.5 Omvang De omvang van de wetenschappelijke tekst omvat sinds het academiejaar 2015-2016 minimum 10.000 woorden en maximum 15.000 woorden. De bijlagen en bibliografie zijn hierbij niet inbegrepen. 3. Reglement Het reglement voor de masterproef kan je terug vinden op het studentenportaal onder http://soc.kuleuven.be/fsw/studentenportaal/bestanden/m/mp_reglement1516 4. Plagiaat De mogelijkheden om informatie te verzamelen zijn de laatste jaren enorm toegenomen dankzij de vernieuwde technologie. Dit speelt in het voordeel voor iedereen die aan onderzoek wil doen. Maar dit betekent ook dat er meer mogelijkheden zijn om ongeoorloofd met informatie om te gaan. Het overnemen van ideeën, beelden, teksten, zonder een correcte bronvermelding is plagiaat en wordt niet getolereerd door de opleiding. 16
De KU Leuven definieert plagiaat als volgt: Plagiaat is elke overname van het werk (ideeën, teksten, structuren, beelden, plannen, ) van zichzelf of van anderen, op identieke wijze of onder licht gewijzigde vorm en zonder adequate bronvermelding. Indien plagiaat wordt vastgesteld zal, een sanctie worden opgelegd. Het soort sanctie is afhankelijk van een aantal factoren zoals: het soort opdracht, de aard van het opleidingsonderdeel, het moment in de studieloopbaan, de intentionaliteit en de zwaarte van het vergrijp. De mogelijke sancties voor onregelmatigheden die opgelegd kunnen worden door de examencommissie zijn vastgelegd in artikel 154 van het examenreglement. Verdere informatie kan je ook vinden op de universitaire website via volgende link: http://www.kuleuven.be/plagiaat/index.html. 17