RECHTSPOSITIEREGLEMENT voor Bezoldigde Bestuurders van de AFMP ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Algemeen 1. Bezoldigde bestuurders van de AFMP worden in functie benoemd door de Bondsvergadering van de vereniging conform het gestelde in de statuten. 2. De aanstelling als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, Boek 7, Artikel 610. vindt plaats tussen de Bezoldigde bestuurders en FNV Veiligheid. 3. Bezoldigd bestuurders worden geacht hun werkzaamheden uit te voeren in opdracht van het Dagelijks Bestuur van de vereniging. Artikel 2 Definities In dit RBBA wordt verstaan onder: a. vereniging: de Algemene Federatie van Militair Personeel, gevestigd te Woerden; b. werkgever: FNV Veiligheid, gevestigd te Woerden; b. bezoldigd bestuurder: hij die door de Bondsvergadering van de vereniging is benoemd in een functie als bezoldigd bestuurder; c. statuten: de statuten van de vereniging zoals deze laatstelijk zijn vastgesteld bij notariële akte; d. diensttijd: de tijd doorgebracht in een functie als bezoldigd bestuurder gerekend vanaf de datum van benoeming door de Algemene c.q. Bondsvergadering; Artikel 3 Toepasselijkheid 1. Teneinde zoveel als mogelijk een gelijke rechtspositie in het kader van arbeidsvoorwaarden te garanderen tussen bezoldigde bestuurders en overige werknemers, zijn voor de bezoldigd bestuurder de bepalingen van kracht zoals neergelegd in de Personeels Gids AFMP (PGA) met inachtneming van de in dit Rechtspositiereglement Bezoldigde Bestuurders AFMP (RBBA) gestelde uitzonderingen, aanvullingen dan wel andere regels. 2. Voor de toepassing van de PGA is het begrip werknemer, zoals gehanteerd in de PGA, van toepassing op de bezoldigd bestuurder in dienst van FNV Veiligheid. Artikel 4 Beroep Tenzij de bezoldigd bestuurder de voorkeur geeft aan een gerechtelijke procedure kan een tussen hem en de vereniging ontstaan geschil, dat betrekking heeft op de toepassing en uitvoering van dit reglement of de daarop steunende nadere regelingen worden voorgelegd aan de Commissie van Advies en Beroep als bedoeld in de statuten. BENOEMING Artikel 5 Benoeming De bezoldigd bestuurder wordt benoemd door de Bondsvergadering van de vereniging overeenkomstig het bepaalde in de statuten. Bij herbenoeming blijf de arbeidsovereenkomst ongewijzigd in stand. Artikel 6 Duur der benoeming De duur van de benoeming van een bezoldigd bestuurder is vastgelegd in het rooster van aftreden zoals aangegeven in de statuten van de vereniging. Artikel 7 Geschiktheid voor de functie Benoeming van een bezoldigd bestuurder kan geschieden indien de kandidaat voldoet aan de functie-eisen voor bezoldigde bestuurders zoals vastgesteld door de Bondsvergadering van de vereniging. 1
SALARIS Artikel 8 Salarisregeling 1. De salarissen voor bezoldigde bestuurders zijn opgenomen in de bijlage behorende bij de PGA in de kolom DB (Dagelijks Bestuur). 2. Het aanvangssalaris van de bezoldigd bestuurder wordt door het Algemeen Bestuur vastgesteld en is in redelijke overeenstemming met de leeftijd en de ervaring van de bezoldigd bestuurder. 3. De bezoldigd bestuurder heeft geen aanspraken op een overwerkvergoeding. Het salaris wordt geacht hiervoor voldoende compensatie te bieden. OVERIGE RECHTEN EN PLICHTEN Artikel 9 Nevenwerkzaamheden of arbeid voor derden 1. Het is de bezoldigd bestuurder in beginsel niet toegestaan een nevenbetrekking te vervullen. 2. Het Algemeen Bestuur kan ontheffing verlenen indien het belang van de vereniging niet wordt geschaad. 3. Zodra een bezoldigd bestuurder voorziet dat hij zal worden verkozen of benoemd tot lid van een publiekrechtelijk college pleegt hij overleg met het Algemeen Bestuur of een dergelijk lidmaatschap verenigbaar is met het belang van de vereniging. 4. Het Algemeen Bestuur brengt zijn besluit zo spoedig mogelijk ter kennis van de betrokken bezoldigd bestuurder. Indien het Algemeen Bestuur de verenigbaarheid uitspreekt stelt het in overleg met de betrokken bezoldigd bestuurder een nadere regeling van werkzaamheden en inkomsten vast. STANDPLAATS Artikel 10 Standplaats en woonplaats De standplaats voor de bezoldigd bestuurder is zijn woonplaats. VERGOEDING VAN OVERIGE KOSTEN Artikel 11 Vergoeding van reiskosten 1. Aan bezoldigde bestuurders kan een bedrijfsauto ter beschikking worden gesteld overeenkomstig het Reglement Bedrijfsauto's AFMP/FNV. 2. Indien de bezoldigd bestuurder geen bedrijfsauto ter beschikking heeft, worden de reiskosten bij gebruik van de eigen auto vergoed volgens het gestelde in het Reglement Financiële Vergoedingen AFMP/FNV dan wel de daadwerkelijk gemaakte kosten bij gebruik van openbaar vervoer. Artikel 12 Vergoeding van verblijfskosten 1. De vergoeding van verblijfskosten zoals omschreven in het Reglement Financiële Vergoedingen van de AFMP/FNV is niet van toepassing op de bezoldigd bestuurder. 2. Indien de bezoldigd bestuurder reizen onderneemt in het kader van zijn functie kan hij de in redelijkheid gemaakte kosten voor de maaltijden declareren tegen overlegging van de originele rekeningen of kassabonnetjes. 3. Indien de bezoldigd bestuurder in het kader van zijn functie maaltijden aanbiedt aan externe relaties kan hij de in redelijkheid gemaakte kosten voor lunch en diner tegen overlegging van de originele rekeningen of kassabonnetjes declareren bij de vereniging als representatiekosten. BEËINDIGING FUNCTIE, SCHORSING EN ONTSLAG Artikel 13 Schorsing 1. De bezoldigd bestuurder kan door het Algemeen Bestuur worden geschorst in zijn functie: a. wanneer een strafrechtelijke vervolging tegen hem wordt ingesteld; b. wanneer de schorsing wordt gevorderd in het belang van de vereniging. 2. Indien een strafrechtelijke vervolging voortvloeit uit een handeling, de bezoldigd bestuurder door of vanwege de vereniging opgedragen, vindt het gestelde in lid 1, sub a. geen toepassing. 2
3. Tijdens de schorsing ingevolge dit artikel wordt het salaris doorbetaald. Het salaris kan geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de bezoldigd bestuurder worden uitbetaald. 4. Indien een bezoldigd bestuurder op grond van het bepaalde in de statuten door de Bondsvergadering wordt ontslagen en hij tegen dit ontslag verzet aantekent waardoor zijn ontslag geacht wordt een schorsing te zijn, is het gestelde in lid 3 van overeenkomstige toepassing. 5. Een schorsing van de bezoldigd bestuurder op grond van het gestelde in lid 1 wordt opgeheven door een besluit van het Algemeen Bestuur dan wel indien de bezoldigd bestuurder wordt ontslagen op grond van het gestelde in artikel 18. 6. Een schorsing van de bezoldigd bestuurder op grond van het gestelde in lid 4 wordt opgeheven door een besluit van de Bondsvergadering op het ingestelde verzet volgens de bepalingen in de statuten. Artikel 14 Ontslag op eigen verzoek 1. Aan de bezoldigd bestuurder wordt op zijn verzoek door het Algemeen Bestuur ontslag verleend. De bezoldigd bestuurder dient daarbij een opzegtermijn van drie maanden in acht te nemen. 2. De bezoldigd bestuurder die op eigen verzoek ontslag neemt heeft geen aanspraken op wachtgeld dan wel enige andere financiële vergoeding van de vereniging. Artikel 15 Ontslag door de Bondsvergadering De bezoldigd bestuurder kan op grond van het gestelde in de statuten door de Bondsvergadering, in zijn hoedanigheid als bezoldigd bestuurder van de vereniging, worden ontslagen. Hieronder wordt mede verstaan het niet worden herbenoemd, in de hoedanigheid van bezoldigd bestuurder van de vereniging, door de Bondsvergadering. Artikel 16 Ontslag op grond van blijvende ongeschiktheid wegens ziekten of gebreken 1. Aan de bezoldigd bestuurder wordt door het Algemeen Bestuur ontslag verleend op grond van het door ziekten of gebreken in een toestand geraken van blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie. 2. De bepalingen omtrent ziekte en arbeidsongeschiktheid zoals opgenomen in de PGA zijn overeenkomstig van toepassing op de bezoldigd bestuurder. 3. Een ontslag als bedoeld in lid 1 gaat niet eerder in dan nadat: a. op grond van een geneeskundig onderzoek blijvende ongeschiktheid is gebleken voor de uitoefening van de functie, geen andere passende werkzaamheden kunnen worden aangeboden en b. de arbeidsongeschiktheid twee jaren heeft geduurd. Artikel 17 Ontslag op grond van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd 1. Aan de bezoldigd bestuurder wordt in beginsel ontslag verleend met ingang van de eerste dag volgende op de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Artikel 18 Ontslag op andere gronden 1. Anders dan ontslag als genoemd in de artikelen 14, 15, 16 en 17 van dit reglement, kan de bezoldigd bestuurder slechts ontslagen worden op grond van: a. een onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; b. onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichamelijke gebreken; c. ernstig plichtsverzuim of benadeling van de belangen van de vereniging. 2. Indien een strafrechtelijke vervolging voortvloeit uit een handeling, de bezoldigd bestuurder opgedragen door of vanwege de vereniging, vindt het gestelde in lid 1, sub a. geen toepassing. 3. Een ontslag als bedoeld in dit artikel geschiedt door de Bondsvergadering. Artikel 19 Beëindiging functie anders dan ontslag 1. De bezoldigd bestuurder die de functie van bezoldigd bestuurder verliest als gevolg van ontslag door de Bondsvergadering op grond van artikel 15 wordt in beginsel een andere passende of geschikte functie aangeboden. Betrokkene is verplicht deze functie te aanvaarden. 2. De bezoldigd bestuurder aan wie geen passende of geschikte functie als bedoeld in lid 1 kan worden aangeboden en als gevolg daarvan wordt ontslagen heeft aanspraak op wachtgeld. 3
WACHTGELD EN LOONSUPPLETIE Artikel 20 Wachtgeld en loonsuppletie 1. Ten laste van de vereniging wordt op voet van de bepalingen van dit hoofdstuk, een wachtgeld toegekend aan de bezoldigd bestuurder die met toepassing van artikel 15 is ontslagen door de Bondsvergadering en aan wie geen passende functie kan worden toegekend zoals genoemd in artikel 19 lid 1. 2. Ten laste van de vereniging wordt op voet van de bepalingen van dit hoofdstuk, een loonsuppletie toegekend aan de bezoldigd bestuurder die met toepassing van artikel 15 door de Bondsvergadering, in zijn hoedanigheid van bezoldigd bestuurder van de vereniging, is ontslagen en aan wie een andere passende of geschikte functie is aangeboden. Artikel 21 Duur en omvang wachtgeld 1. Onder voorwaarden genoemd in dit hoofdstuk wordt aan de bestuurder als bedoeld in artikel 20 lid 1 en met inachtneming van het bepaalde in artikel 25 een wachtgeld toegekend ten bedrage van:: a. gedurende het eerste jaar 100%; b. gedurende het tweede jaar 90%; c. gedurende de daaropvolgende vier jaar 80%; van het laatstelijk door hem genoten salaris. 2. De periode waarover wachtgeld op basis van dit artikel kan worden toegekend is voor de bezoldigd bestuurder voor elk vol jaar dat hij de functie van bezoldigd bestuurder heeft bekleed zes maanden met een minimum van zes maanden en een maximum van zes jaar. Artikel 22 Duur en omvang loonsuppletie 1. Onder voorwaarden genoemd in dit hoofdstuk wordt aan de bestuurder als bedoeld in artikel 20 lid 2 loonsuppletie toegekend. 2. De periode waarover loonsuppletie op basis van dit artikel kan worden toegekend is voor de bezoldigd bestuurder voor elk vol jaar dat hij een functie bij de vereniging heeft bekleed zes maanden met een maximum van zes jaar. 3. De loonsuppletie bedraagt voor de periode opgebouwd als bezoldigd bestuurder: a. gedurende het eerste jaar 100%; b. gedurende het tweede jaar 90%; c. gedurende de daaropvolgende vier jaar 80%; van het verschil tussen het laatst genoten salaris als bezoldigd bestuurder en de inkomsten uit hoofde van de functie die wordt vervuld als bedoeld in artikel 20 lid 2. Artikel 23 Minimum duur periode wachtgeld en loonsuppletie. 1. Bij de arbeidsovereenkomst kan, in afwijking van artikel 21 lid 2 en artikel 22 lid 2, worden bepaald dat aan de periode van de aanspraak op wachtgeld en/of loonsuppletie een minimum kan worden verbonden. Deze periode bedraagt maximaal vier jaar. Artikel 24 Berekeningsgrondslag 1. Onder laatstelijk genoten salaris wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan het in de arbeidsovereenkomst vastgestelde salaris, vermeerderd met het bedrag van de vakantietoeslag en de eindejaarstoeslag berekend over de maand waarop de bestuurder op de dag voorafgaande aan zijn ontslag aanspraak had. 2. Indien in het salaris, bedoeld in lid 1, uit andere hoofde dan wegens periodieke verhogingen wijziging zou zijn gekomen wanneer de bezoldigd bestuurder op het laatstelijk genoten salaris in dienst ware gebleven, geldt vanaf de datum van de inwerkingtreding van die wijziging het aldus gewijzigde bedrag als laatstelijk genoten salaris. Artikel 25 Samenloop 1. Indien een door de vereniging op wachtgeld gestelde bezoldigd bestuurder na zijn ontslag inkomen gaat genieten: a. uit of in verband met een ambt of betrekking; b. uit het vervullen van een publieke functie; c. ten gevolge van uitkeringen krachtens de UKW, WW, de AAW en de WIA alsmede op daarmee vergelijkbare inkomsten uit andere hoofde, wordt, indien over enig kalenderjaar het wachtgeld vermeerderd met die inkomsten uitgaat boven 100% van het laatste door de bezoldigd bestuurder genoten salaris, het wachtgeld verminderd met het meerdere. -4- Rechtspositiereglement Bezoldigde Bestuurders AFMP/FNV (24 mei 2012)
2. De op wachtgeld gestelde bezoldigd bestuurder is verplicht het Algemeen Bestuur onverwijld in kennis te stellen van inkomsten zoals genoemd in lid 1. 3. Uitkeringen ingevolge de in dit artikel genoemde wetten die aan de bezoldigd bestuurder door diens schuld of nalatigheid worden onthouden, worden voor de toepassing van dit artikel beschouwd als genoten uitkeringen. 4. Het Algemeen Bestuur is gerechtigd zich met alle tot haar dienst staande middelen te overtuigen van het al dan niet aanwezig zijn van de in lid 1 genoemde inkomsten en de omvang daarvan. De in het genot van wachtgeld gestelde bezoldigd bestuurder is verplicht aan een onderzoek dienaangaande medewerking te verlenen, ook door het verstrekken van inlichtingen. Indien de in het genot van wachtgeld gestelde bezoldigde bestuurder geen medewerking verleent aan het genoemde onderzoek, vervallen daarmee alle verdere aanspraken op wachtgeld. Artikel 26 Beëindiging wachtgeld en loonsuppletie, Het wachtgeld en de loonsuppletie vervallen zodra de op wachtgeld gestelde of loonsuppletie genietende bezoldigd bestuurder aanspraak kan maken op pensioen ingevolge de bepalingen van het pensioenreglement. Artikel 27 Overlijden 1. Bij overlijden van de op wachtgeld gestelde of loonsuppletie genietende bezoldigd bestuurder wordt het wachtgeld dan wel de loonsuppletie uitbetaald aan de levenspartner tot en met de maand van overlijden. 2. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de op wachtgeld gestelde of loonsuppletie genietende bezoldigd bestuurder wordt aan de levenspartner een bedrag uitgekeerd, gelijk aan het salaris als bedoeld in artikel 24 lid 1 over een tijdvak van drie maanden. 3. Indien de bezoldigd bestuurder op het moment van zijn overlijden geen levenspartner nalaat geschiedt de uitkering van het wachtgeld dan wel loonsuppletie zoals genoemd in lid 1 en de uitkering bij overlijden zoals genoemd in lid 2 aan de minderjarige wettige, natuurlijke, pleeg- of stiefkinderen. SLOTBEPALINGEN Artikel 28 Wijziging van dit reglement Wijzigingen in dit reglement kunnen slechts worden ingevoerd na goedkeuring door de bondsvergadering van de vereniging. Artikel 29 Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 mei 2012 en is van toepassing op de bezoldigde bestuurder die na die datum worden benoemd. Artikel 30 Vaststelling Dit reglement is vastgesteld in de Buitengewone Algemene Vergadering van 15 december 2000 en laatstelijk gewijzigd vastgesteld in de Bondsvergadering van 24 mei 2012 en werkt terug tot 1 januari 2012. -O-O-O-O-O-O-O- Rechtspositiereglement Bezoldigde Bestuurders AFMP/FNV (Versie 24 mei 2012) -5-5