Deskundige bedrijfsleven (B1-B3) Vanaf 2016 maken stad Roeselare en OCMW Roeselare verder werk van één organisatiestructuur. (zie organogram verder) Binnen het departement dienstverlening (directie ruimte) is er de dienst wonen, economie en landbouw. Hier wordt versterking gezocht in kader van het verder uitbouwen van een economisch beleid,een bruggenbouwer, een deskundige bedrijfsleven Doel van de functie: Als deskundige bedrijfsleven werk je mee aan de realisatie van het economisch beleid binnen de stad dat als doel heeft het handelsgebeuren en het bedrijfsleven in de stad en de deelgemeenten te stimuleren en hierdoor de economische aantrekkelijkheid te bevorderen. Je bouwt mee aan de economische ontwikkeling in nauwe samenwerking met andere entiteiten binnen de directie ruimte. Je zoekt ook naar coproductie met de economische partners actief in Roeselare. Plaats in de organisatie: De Stad Roeselare (stad en ocmw) is vanuit het oogpunt van interne organisatie opgedeeld in 3 directies. De directies mens en ruimte zijn voornamelijk burgergericht en staan in voor de externe dienstverlening ; ze spelen een belangrijke rol in het zoeken naar participatie met de burger/klant. De directie ondersteuning richt zich in de eerste plaats op de interne klant, en zorgt er voor dat de extern gerichte directies (mens en ruimte) over alle mogelijke middelen beschikken om op een performante manier hun werk te kunnen doen. Als deskundige bedrijfsleven maakt u dus deel uit van de directie ruimte, het departement dienstverlening. U rapporteert aan uw rechtstreeks leidinggevend diensthoofd wonen, economie en landbouw.
Resultaatsgebieden: 1. Actief bijdragen tot de vormgeving en de uitwerking van het economisch beleid van de stad. Dat houdt ondermeer in: - mee uitwerken van beleidsvoorstellen en acties inzake bevordering en ondersteuning van het (lokale) bedrijfsleven, de economische ontwikkeling van de stad en de implementatie ervan. - in samenwerking met het diensthoofd opstellen en opvolgen van het meerjaren-actieplan en budget in het kader van de meerjarenplanning voor de economisch gerelateerde doelstellingen, actieplannen en acties. - mee helpen opmaken en uitwerken van een KMO-plan voor de stad 2. Administratief opvolgen en verder uitwerken van diverse overlegstructuren binnen het thema economie en bedrijfsleven. Dit houdt onder meer in: - de werking van de bedrijfsadviesraden nauw opvolgen; - het bewaren, uitbouwen en versterken van de contacten met diverse organisaties binnen het economisch speelveld (o.a. VOKA, Unizo en andere); - het opzetten en uitbouwen van een lokaal economisch forum; - het vertegenwoordigen van de dienst op interne en externe overlegmomenten met betrekking tot het thema economie en bedrijfsleven. 3. Zelf ondersteunen en managen van bedrijfsvestigingen en hun economische activiteiten. Dat houdt onder meer in: - het opvolgen en monitoren van het divers aanbod aan bedrijventerreinen en handelspanden; - het uitwerken van concrete voorstellen en acties binnen het gebied van het bedrijfsterreinmanagement met oog op duurzaam ondernemen en de implementatie ervan; - het ondersteunen van het bedrijfsvestigingsbeleid: het opvolgen van aanvragen, het ondersteunen en verder uitbouwen van een kwalitatieve adviesverlening, het uitbouwen van de contacten met WVI (West-Vlaamse Intercommunale); - het ondersteunen van het promotie- en acquisitiebeleid op gebied van bedrijvenvestigingen. 4. Projectmatig meewerken aan de economische ontwikkeling: - uw eigen directie ondersteunen bij de uitwerking en de implementatie van diverse (nieuwe) projectontwikkelingen in samenwerking met het departement beleidsontwikkeling (pleinenplan, kernplan, enz ); - mee ondersteunen van de ontwikkeling van specifieke economische zones binnen de stad: stadscentrum, ontwikkeling Kop van de Vaart en de Kanaalzone, ; - in samenwerking met het diensthoofd mee adviseren van stedenbouwkundige vergunningen van bedrijven, handels- en horecazaken, enz ; - in overleg met de collega s van Ruimtelijke Planning en het departement beleidsontwikkeling mee adviseren over ruimtelijke uitvoeringsplannen.
Functiedoelstellingen Vaktechnische doelstellingen Professionele toepassing van: relevante wet- en regelgeving; socio-economische informatie; ruimtelijke ordening ter ondersteuning van bedrijfseconomisch advies; Basistoepassing van: Gangbare informaticatoepassingen (Word, Excel, Powerpoint, enz.). Kennis van de organisatie en de huisstijl.
COMPETENTIEPROFIEL VOORTDUREND VERBETEREN (niveau 3) U werkt continu aan het verbeteren van het eigen functioneren en van de werking van de ploeg/dienst/departement/organisatie. Uw bereidheid om te leren, mee te groeien met en mee te werken aan veranderingen werken dit in de hand. U treft op proactieve manier structurele maatregelen (binnen de eigen functie, dienst, departement, organisatie) zodat u kunt beantwoorden aan toekomstige uitdagingen. (proactief) - Onderkent de impact van nieuwe processen, technieken en methodes in andere vakgebieden op de eigen werking. - Wijzigt processen, procedures en structuren om te kunnen beantwoorden aan nieuwe tendensen en toekomstige probleemstellingen. - Stuurt de eigen werking proactief bij naar gelang van wijzigingen op het niveau van de ploeg/dienst/departement/organisatie. - Vergaart proactief kennis om accuraat te kunnen antwoorden op toekomstige probleemstellingen. - Blijft zichzelf voortdurend verder bekwamen en ontwikkelen op alle mogelijke relevante terreinen. - Benut informatie die afkomstig is uit andere vakgebieden om de eigen aanpak en werking te optimaliseren. KLANTGERICHT HANDELEN (niveau 3) U onderkent de rechtmatige behoeften van verschillende soorten (interne en externe) klanten ongeacht hun afkomst, geslacht, handicap enz. en reageert er adequaat op. U anticipeert op de behoeften van klanten en realiseert een kwaliteitsvolle dienstverlening. U onderneemt structurele acties om de eigen dienstverlening aan klanten te optimaliseren. (proactiviteit/structureel eigen functie) - Gaat kritisch na op welke punten de eigen dienstverlening aan de klant kan worden verbeterd. - Onderzoekt gericht (via systematisch onderzoek) de wensen, behoeften en verwachtingen van klanten (tevredenheidenquêtes, mondelinge enquêtes, ). - Formuleert concrete voorstellen om de eigen dienstverlening te verbeteren. - Onderneemt concrete acties naar aanleiding van specifieke feedback van klanten. - Zet nieuwe mogelijkheden op het vlak van dienstverlening meteen om in de praktijk. SAMENWERKEN (niveau 3) U levert een bijdrage aan een gezamenlijk resultaat op het niveau van de ploeg/dienst/departement/organisatie, ook als dat niet onmiddellijk van persoonlijk belang is en ongeacht de afkomst, het geslacht, de handicap, achtergrond, enz. van de mensen waarmee u samenwerkt. U creëert gedragen samenwerkingsverbanden met en tussen verschillende groepen. U stimuleert de samenwerking binnen een beperkte groep mensen/collega s/. - Moedigt anderen aan om samen te werken, hun ideeën te uiten en onderling van gedachten te wisselen. - Moedigt anderen aan om onderling te overleggen over zaken die het eigen werk overstijgen. - Betrekt anderen bij het nemen van beslissingen die op hen een impact hebben. - Bevordert de goede verstandhouding, de teamgeest en het respect voor de verscheidenheid van mensen. - Geeft opbouwende kritiek en feedback. - Moedigt anderen aan om gezamenlijk oplossingen te vinden. - Probeert conflicten tussen anderen te hanteren, op te lossen.
BETROUWBAAR HANDELEN (niveau 3) U handelt integer, zorgvuldig, objectief, correct en transparant en vertrekt hierbij van sociale en ethische normen (diversiteit, milieuzorg, ). U zet anderen aan tot waardig en integer gedrag en handelt hier zelf ook naar. - Vertoont voorbeeldgedrag rond basisregels en afspraken, rond sociale en ethische normen en in het omgaan met diversiteit. - Zorgt voor een transparante structuur (inrichting) van de ploeg/dienst/departement/organisatie. - Zorgt ervoor dat iedereen in de ploeg/dienst/departement/organisatie op de hoogte is van de verwachte normen voor gedrag (bijvoorbeeld: brengt het onderwerp regelmatig en systematisch ter sprake). - Spreekt anderen aan als onethische handelingen worden gesteld, regels en afspraken niet worden nageleefd, enz. RESULTAATSGERICHT HANDELEN (niveau 2) Het bewaken van de voortgang in tijd en de kwaliteit van eigen taken/processen of die van collega s of medewerkers door concrete en gerichte acties te ondernemen met het oog op het behalen of overstijgen van doelstellingen/resultaten. U bewaakt ook de voortgang van het werk van anderen om de doelstellingen te bereiken. - Controleert de voortgang en resultaten van een werkproces waarbij verschillende collega s betrokken zijn. - Bouwt momenten van werkoverleg en rapportering in (zowel van als voor anderen). - Checkt afspraken op het afgesproken moment. - Wijst medewerkers (collega s, leveranciers, ) op hun planning of afspraken. - Mobiliseert mensen en middelen, ook als hij hiertoe anderen (hiërarchie, collega s) moet overtuigen. - Anticipeert op mogelijke storingen in de voortgang. INFORMATIEVERWERKENDE COMPETENTIES PROBLEMEN ANALYSEREN (niveau 2) U ontleedt een probleem tot op het bot en duidt het in zijn verbanden. U gaat op een efficiënte wijze op zoek naar aanvullende, relevante informatie. U legt verbanden en ziet oorzaken. - Benadert een probleem vanuit verschillende gezichtspunten. - Benoemt de oorzaken van problemen die zich voordoen. - Legt verbanden tussen verschillende soorten informatie. - Detecteert onderliggende problemen. - Integreert nieuw gevonden informatie met bestaande informatie. ZICH EEN OORDEEL VORMEN (niveau 2) U uit uw mening op basis van een afweging van relevante criteria. U hebt zicht op de consequenties ervan. U vormt een oordeel vanuit uw eigen expertisegebied en houdt hierbij rekening met de gevolgen. - Komt tot een gefundeerd oordeel, rekening houdend met consequenties. - Betrekt mogelijke neveneffecten of consequenties van standpunten in zijn overwegingen. - Motiveert en beargumenteert het eigen oordeel of de beslissing.
- Neemt bij problemen of situaties een persoonlijk standpunt in. - Neemt standpunten in op basis van onvolledige maar voldoende informatie. INTERPERSOONLIJKE COMPETENTIES OVERTUIGEN (niveau 2) U verkrijgt instemming voor een mening, aanpak of visie door goed onderbouwde argumenten te gebruiken, door dialoog en overleg aan te gaan, door autoriteit (bevoegdheid en deskundigheid) gepast aan te wenden en door gepaste strategieën uit te bouwen. U overtuigt door inhoud én door deze op een goede manier aan de man te brengen. - Gebruikt de juiste non verbale communicatie om zijn argumentatie kracht bij te zetten. - Toont begrip voor meningen en standpunten van anderen. - Brengt zijn uiteenzetting op een levendige en dynamische manier over en enthousiasmeert anderen als hij zijn eigen voorstellen en ideeën verdedigt. - Brengt zijn argumenten scherp onder woorden. - Brengt een persoonlijke en genuanceerde argumentatie naar voren. - Geeft de eigen gedachtegang en redenering helder en goed gestructureerd weer door hier audiovisuele hulpmiddelen voor in te schakelen. - Is creatief in het presenteren van een idee of boodschap. - Maakt contact met het publiek (mensen aankijken, keuze woordgebruik, interactie). NETWERKEN (niveau 2) U ontwikkelt en bestendigt duurzame relaties binnen en buiten de eigen ploeg/dienst/departement/organisatie en wendt deze (in het heden of in de toekomst) aan om professionele organisatorische doelstellingen te verwezenlijken. U bestendigt bestaande contacten en/of legt nieuwe contacten die voor de eigen taak en opdracht nuttig kunnen zijn. - Brengt mensen met elkaar in contact, stelt hen aan elkaar voor. - Neemt acties om contacten te leggen en te onderhouden. - Zoekt samenwerking met interne en externe partners uit wederzijds belang. - Legt op regelmatige basis nieuwe contacten ter gelegenheid van beurzen, seminaries, vakverenigingen, opleidingen, - Gaat actief op zoek naar collega s uit andere ploegen/diensten/departementen voor informatie, expertise. - Legt contacten met andere ploegen/diensten/departementen/organisaties als de eigen opdracht hen aanbelangt (bv. voor- of natraject, impact, ). - Legt contacten met andere ploegen/diensten/departementen/organisaties om de slaagkansen van het eigen project te vergroten (samenwerking, steun). ONDERNEMENDE COMPETENTIES PLANNEN EN ORGANISEREN (niveau 2) Het vermogen om te overzien welke doelstellingen binnen de functie/dienst/het departement behaald moeten worden en wat daarbij prioriteit heeft. Aangeven welke activiteiten, door wie en met welke middelen ondernomen moeten worden om deze doelstellingen te behalen en dit organiseren. U plant en/of organiseert kleinere activiteiten met een afgebakende groep mensen (vb. op dienstniveau, departementsniveau). - Splitst een opdracht adequaat op in deelopdrachten en gaat stapsgewijs en goed doordacht te werk. - Brengt alle betrokkenen bij elkaar om de planning te bespreken, te verduidelijken. - Zorgt voor de nodige middelen, en organiseert het dat deze bij de juiste mensen op het juiste tijdstip terecht komen.
- Plant de werkzaamheden van anderen en/of ondersteunt anderen bij planning en organisatie van hun werk. - Past doelen en planningen aan omstandigheden en belangrijke ontwikkelingen aan, en communiceert deze met alle betrokkenen. - Ontwikkelt een doelgericht en concreet actieplan met doelen, mensen, middelen, timing enzovoort, dat met alle betrokken partijen wordt gedeeld, opgevolgd en bijgehouden.
Organogram Roeselare (inkanteling OCMW in organisatiestructuur) tot op niveau departement. Dienstverlening Dienst wonen, economie en landbouw