NIEUW PERCOLATIEVELD OP HET PCG Werkzaamheden op land- en tuinbouwbedrijven gaan gepaard met de productie van bedrijfsafvalwater en huishoudelijk afvalwater. Dit afvalwater kan niet ongezuiverd in oppervlaktewater geloosd worden. Als het technisch niet haalbaar is om het bedrijf aan te sluiten op een centrale zuivering, staat de landbouwer zelf in voor de zuivering van het afvalwater. Doordat het PCG zich in niet-gerioleerd gebied bevindt, wordt er voor de behandeling van het afvalwater gebruik gemaakt van een biologisch zuiveringssysteem, nl. een percolatierietveld. In een dergelijk biologisch zuiveringssysteem zorgen micro-organismen voor de biologische zuivering van het afvalwater. De ervaringen met deze IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater) waren tot voor kort zeer positief, maar aangezien het proefcentrum de afgelopen 10 jaren sterk gegroeid is in personeel en areaal en bijgevolg veel meer afvalwater te verwerken heeft dan initieel berekend, geraakte het systeem de afgelopen jaren overbelast. Het gezuiverde water beantwoordde niet meer aan de lozingsnormen, waardoor er beslist werd om in het najaar van 2013 een nieuw percolatieveld aan te leggen. Zuivering dankzij micro-organismen Een percolatie(riet)veld is eigenlijk een grote kuip met substraat waarop afvalwater verdeeld wordt. Micro-organismen op het substraat leven van de organische vervuiling en de nutriënten in het afvalwater. Vooraleer het afvalwater over het percolatieveld wordt gebracht, moet het een goede voorbezinking ondergaan in een septische put. Vervolgens wordt het afvalwater via verdeelbuizen over het veld gepompt. Het water stroomt verticaal door een substraat om dan uiteindelijk via drainagebuizen het veld te verlaten. Het substraat fungeert als dragermateriaal voor de bacteriën. Stikstofverbindingen zoals eiwitten, ammonium en nitraten worden door een combinatie van aërobe (zuurstofminnende) en anaërobe (zuurstofmijdende) micro-organismen afgebroken tot stikstofgas dat in de lucht vervlucht. Fosforverbindingen worden in beperkte mate door micro-organismen en planten opgenomen. Dergelijke nutriënten worden in de bodem gebonden of uit het water gehaald door ze te binden aan kalk, ijzer, aluminium, Naarmate het water verder door het substraat loopt, wordt het afvalwater properder. Door de fijne poriën in het substraat worden zwevende stoffen en zelfs een groot deel pathogenen zoals schimmels uitgefilterd en afgebroken. De afvoer van het percolatieveld mondt uit in een controleput, zodat de kwaliteit van het gezuiverde water eerst beoordeeld kan worden alvorens het in het oppervlaktewater terecht komt. Een percolatieveld wordt vaak beplant met riet of andere plantensoorten. De beplanting bovenop het veld zorgt door het wortelgestel enerzijds voor een blijvende doorlaatbaarheid van het substraat en anderzijds voor inbreng van zuurstof in het bovenste gedeelte van het substraat. Bovenin het substraat vindt de nitrificatie (omzetting van ammonium in nitraat) in zuurstofrijke omstandigheden plaats, terwijl onderin het substraatpakket de denitrificatie (omzetting van nitraat in stikstofgas) in zuurstofarme omstandigheden gebeurt. (Vervolg op pagina 2) PCG Nieuwsbrief Jg. 16 nr 11, December 2013 Pagina 1
(Vervolg van pagina 1) Aanleg De benodigde oppervlakte (72m 2 ) werd uitgegraven tot 1,15 meter diep. Het geheel werd volledig afgedicht met een PE-folie en voorzien van een drainagebuis. De kuil werd opgevuld met een substraat. Afhankelijk van de gewenste type beplanting en de beschikbare ruimte kan als substraat zand, kokos, lava of biogran (vermalen steenwol) gebruikt worden. Het oorspronkelijke percolatierietveld bestond uit zand, maar voor de aanleg van het nieuwe systeem werd voor biogran gekozen. De capaciteit van biogran zou bijna dubbel zo groot zijn als dat van het klassieke zand, waardoor de uitbreiding in oppervlakte redelijk beperkt kon blijven. Bovenop het substraat werden de verdeelbuizen aangebracht. Daarbovenop kwam een laag lava en tenslotte werd het veld beplant met verschillende bodembedekkers zoals kalmoes, moerasspirea, kattestaart, watermunt, bosaardbei en gele dovenetel. Het voordeel van dergelijke bodembedekkers t.o.v. riet is dat onkruiden in het voorjaar beter onderdrukt worden, terwijl riet pas in mei een goede groei kent. Omdat het irrigatiesysteem zich onder de laag lavastenen bevindt, is van enige geuroverlast geen sprake. Door middel van een pomp wordt het percolatieveld enkele malen per dag bevloeid. De komende maanden wordt het influent en effluent regelmatig bemonsterd, om de werking zo goed mogelijk op te volgen. Indien de nitraatnormen (<50 mg NO3/L) niet behaald worden, kan een deel of alle water teruggestuurd worden naar de initiële pompput van waaruit het opnieuw over het percolatieveld wordt gebracht. Daarnaast kan de denitrificatie nog gestimuleerd worden door het waterpeil onderin de kuip hoger te laten oplopen. Dit vergroot de anaërobe zone en stimuleert het denitrificatieproces. Waterportaal Foto boven: Een percolatie(riet)veld is als het ware een kuip gevuld met substraat, in dit geval biogran, waarop afvalwater verdeeld wordt. Foto onder: Op het substraat ligt een laag lava waartussen planten groeien. De wortelkluit zelf staat rechtstreeks op de biogran. Volg onze activiteiten op www.proefcentrum-kruishoutem.be Pagina 2 PCG Nieuwsbrief, Jg. 16 nr 11, December 2013
OPENLUCHT ACTUEEL Prei rassenkeuze Veel telers maken nu de planning voor het komend seizoen. Rassen spelen daarin een belangrijke rol. Er zijn ook nogal wat nieuwigheden. Voor meer informatie over sterktes en gevoeligheden tegen ziekten en plagen kan je het Extranet van de veiling nakijken. Een overzicht van rassen: Verse markt In de vroegste teelt- en de zomerteelt is Krypton (Nunhems) absoluut het hoofdras maar ook Jumper (Bejo) heeft in dit vroeg segment goede resultaten. Ook het oudere gekende Striker (Bejo) voldoet nog. Capito (Nickerson Zwaan) is snel bleek en is duidelijk gevoeliger voor schot. In de vroege herfstteelt zijn er heel wat goede rassen. Bij de vroege rassen worden de beste resultaten bekomen met Krypton. Mercurian (Syngenta) werd reeds verschillende jaren beproefd en scoorde meestal zeer goed. Ook dit seizoen vormde Mercurian zware prei met een donkere kleur en een zeer vlotte pelbaarheid. Qua productie volgt dit ras direct op Krypton. De latere rassen Poulton (Nunhems) en Curling (Bejo) geven beiden een nog mooiere kwaliteit maar komen duidelijk trager op gewicht. Curling heeft zich in vorige proeven ook al bewezen. Seminis heeft enkele beloftevolle nummers die zich situeren tussen Mercurian en Poulton. Voor de proeven voor de late herfstteelt heeft Pluston (Nunhems) het grootste volume. Dit bevestigt ook de resultaten als snelle groeier. Het voor deze periode vroege ras Mercurian scoort ook nu nog vrij goed en toont weinig sleet. Bij de late herfst of vroege winterrassen scoren Poulton, Curling en Aylton goed. Er staan ook enkele nieuwe hybriden (onder nummer) van Maes-Sanac bij. Hierbij zitten zeker beloftevolle rassen die een grote opbrengst combineren met een goede kwaliteit. In de winterteelt zijn er een aantal vaste waarden zoals Aylton, Vitaton, Pluston en het oude gekende Harston, allen van Nunhems. Harston is veel gevoeliger voor ziekten en Pluston is een snelle groeier die een lange schacht kan vormen. Aylton blijkt wat gevoeliger voor bladbreuk. Hier valt de nieuwe Oberon (Syngenta) op door zijn groot volume met een donkere bladkleur. In deze proef zijn eveneens een aantal nummers van Maes Sanac opgenomen. Diepvriesindustrie Er werden heel wat rassen in proef gelegd voor de diepviesindustrie. Voor dit segment is een hoge productie en een lange schacht vereist. In het verleden was Volta de referentie maar aangezien er onvoldoende zaad beschikbaar is, moest men op zoek gaan naar alternatieven. Meer en meer variëteiten voldoen aan de eisen voor deze afzetmarkt. Bij de prei geoogst vóór nieuwjaar geven de volgende variëteiten de beste resultaten: Cambridge (Uniseeds), Krypton (Nunhems), Duraton (Nunhems), Lincoln (Uniseeds), Gevaria (Enza), Megaton (Nunhems), Banbury (Uniseeds), Volta (Seminis), Copernicus (Seminis) en Rally (Bejo). Zaadvaste rassen zoals Fama (Maes Sanac) en Sevilla (Syngenta) zijn veel goedkoper in aankoopprijs en halen een opbrengst die tussen de 5 (Fama) en de 15 (Sevilla) ton per hectare lager ligt dan de betere hybriden. Longton is een apart type prei dat een heel lange schacht vormt maar waarvan de schachtdiameter moeilijk groter wordt dan 35 mm. Voor de oogst na nieuwjaar lijken Belton (Nunhems) en Celcius (Seminis) goede keuzes. Indien ze wat langer blijven staan is het vooral Pluston (Nunhems) die goede proefresultaten oplevert. Dit ras heeft echter ook een duurdere zaadprijs dan de andere hybriden. (Vervolg op pagina 4) PCG Nieuwsbrief Jg. 16 nr 11, December 2013 Pagina 3
(Vervolg van pagina 3) Prei ziektebestrijding De voorbije weken was de druk van papiervlekkenziekte behoorlijk groot. Deze week wordt overwegend droog weer voorspeld maar door de dagelijkse nachtvorst vanaf het weekend - zal de ziektedruk aanhouden. Het is belangrijk om een bestrijding te zetten vooraleer het opnieuw begint te regenen. Op prei die men wil afdekken als bescherming tegen de vorst dient er zeker een papiervlekkenziekte bestrijding uitgevoerd te worden vooraleer de prei wordt afgedekt. Prei afdekking tegen vorst De voorbije dagen heeft het overal gevroren aan de grond. Overdag is de temperatuur steeds positief. Door dit alternerend vriezen en dooien verbleekt en verzwakt de prei. Hierdoor vermindert de opbrengst en de kwaliteit. Echte vorstschade komt maar voor vanaf een temperatuur lager dan -5 C. Voor telers die percelen gedurende langere tijd willen afdekken is het zeker aangewezen nu al te starten met afdekken. De afdekkingsproeven van de voorbije jaren tonen aan dat het langdurig afdekken van gezonde prei kan zonder kwaliteitsverlies. Integendeel: zowel de opbrengst als de kwaliteit blijven beduidend beter dan op percelen waar niet afgedekt wordt. Advies: Volg de voorspellingen goed op en zorg ervoor dat je voorbereid bent. Zorg voor de aanwezigheid van afdekkingsmateriaal en eventueel gevulde zandzakjes. De meeste afdekkingsmaterialen geven een goed resultaat. Vliesdoek en folie beschutten de plant beter tegen vorst maar zijn gevoeliger voor scheuren en loskomen door de wind. Climadoek is duurder, sterker, weinig windgevoelig maar beschermt de prei minder goed tegen strenge vorst. In landen waar de kans op erge vorstschade groter is dan hier wordt veelal dubbel afgedekt: onderaan vliesdoek, bovenaan climadoek. Telers die pas afdekken als er schade verwacht wordt: volg de weersvoorspellingen goed op, liefst op verschillende websites. Broccoli rassenkeuze januarizaai Het volledige proefverslag is te vinden op www.proefcentrum-kruishoutem.be In het voorjaar van 2011 kwamen BR 8004 (Uniseeds) en Lucky (Bejo) als beste uit de proef. Fellow (Seminis), Koros (Clause) en in iets minder mate Kuba (Clause) voldeden toen terwijl Sirtaki (Clause) scoorde door zijn vroegheid en uniformiteit maar teveel last had van hartloze planten. Pharos en BC 10543 (beide Sakata) kwamen in 2012 als beste uit de vroege teelt. Pharos koppelde toen een zeer goede opbrengst aan een goede kwaliteit en zeer goede maatsortering maar was net iets moeilijker te snijden. BC10543 gaf een goede opbrengst, is snel te oogsten en levert een (Vervolg op pagina 5) Pagina 4 PCG Nieuwsbrief, Jg. 16 nr 11, December 2013
(Vervolg van pagina 4) uitstekende kwaliteit. Ook Fellow (Seminis) haalde behoorlijke resultaten. BC10543 (Sakata), Kuba (Clause) en Tinman (Seminis) geven goede resultaten in het voorjaar 2013. Ze halen allemaal een goede tot zeer goede opbrengst met goede stukgewichten en een goede kwaliteitsverdeling. Ook Aquiles (Sakata) en Pharos (Sakata) voldoen. De hoogste opbrengst wordt na het koude voorjaar van 2013 gehaald met Kuba. Tinman is net wat minder rond maar is zeer snel te oogsten en heeft verder goede kwaliteiten. Het nieuwe nummer van Sakata geeft de meest uniforme, iets blekere en zeer bolronde, vaste schermen waarmee de resultaten van vorig jaar worden bevestigd. Aquiles geeft zeer bleke schermen. Pharos haalt een zeer goede opbrengst maar de kwaliteitsverdeling is net wat minder. De snelstgroeiende variëteiten, Sirtaki en Koros (beide Clause) gaven dit jaar een beduidend mindere schermkwaliteit: een duidelijk grovere korrel en minder vaste, iets vlakkere schermen. PCG Openluchtteam ZAAIZAADBEHANDELING OOK IN KOOLGEWASSEN DOELTREFFEND De ene zaaizaadbehandeling is de andere niet. De erkenning zaadbehandeling omvat drie toepassingsmogelijkheden: zaadcoating, dummypil en druppelbehandeling. In koolgewassen kunnen zaaizaadbehandelingen met insecticiden gebeuren ter bestrijding van bladluizen. Zaadcoating is de meest traditionele manier om zaaizaad te behandelen. Er wordt een hulpstof toegevoegd aan het zaadje waardoor een grote ronde pil ontstaat. Aan de buitenzijde van deze pil wordt vervolgens een dun laagje van het insecticide aangebracht. Doordat het insecticide direct in contact komt met het zaad is er kans op kiemremming. Daarnaast zijn deze gecoate zaden beperkt houdbaar. Bij de Sanokote Smart techniek wordt een dummypil gebruikt, dit is een dood zaadje dat een zaadcoating kreeg. Bij het zaaien wordt dit behandeld dood zaadje door een 2 de zaaiunit in de zaailijn naast het onbehandeld levend zaadje gelegd. Het voordeel van dit type zaadbehandeling is dat de kans op kiemremming gereduceerd wordt doordat direct contact met het levend zaad vermeden wordt. Bij de gepatenteerde PHYTO-DRIP techniek gebeurt de behandeling in feite tijdens het zaaien. Er wordt een klein druppeltje insecticide op een levend zaadje aangebracht (zie figuur, http://www.phyto-drip.com/). Het voordeel van dit type zaadbehandeling is dat plantenkwekers zelf de behandeling kunnen uitvoeren en hun aanbod dus makkelijker kunnen afstemmen op de vraag. Het systeem moet opgebouwd worden in de zaailijn van de plantenkweker. In Vlaanderen is er tot nu toe slechts één plantenkweker die deze techniek integreerde in de zaailijn. (Vervolg op pagina 6) PCG Nieuwsbrief Jg. 16 nr 11, December 2013 Pagina 5
(Vervolg van pagina 5) Bovenstaande zaaizaadbehandelingen hebben hun werking reeds voldoende bewezen. Door de snelle opname en de systemische werking worden opgroeiende planten direct en langdurig beschermd tegen bladluizen. In bloemkool hoeven geen veldbehandelingen meer uitgevoerd te worden tegen bladluizen. Uit onderzoek blijkt dat, naargelang de druk in het perceel, ook in savooikool of spruitkool extra behandelingen kunnen uitgesteld of vermeden worden (zie resultaten proeven in savooikool en spruitkool). Bovendien wordt de teler hierdoor minder blootgesteld aan middelen en hij/zij verliest geen/minder arbeidsuren aan bladluisbestrijding. Daarnaast wordt de hoeveelheid gebruikte gewasbeschermingsmiddelen gereduceerd. Ondanks alle voordelen worden deze technieken in praktijk weinig toegepast. Cruiser (70% thiamethoxam, WS) is voorlopig het enige insecticide dat als PHYTO-DRIP of als dummypil kan toegepast worden in koolgewassen (tegen bladluizen). Anneleen Volckaert Savooikool Aantal luizen per plant bij oogst (30/09/2011) Obj Product Behandeling Myzus persicae Brevicoryne brassicae 1 Onbehandeld 35 12 2 CRUISER 70 WS PHYTO-DRIP 2 0 3 CRUISER 70 WS DUMMYPIL 2 0 4 CRUISER 70 WS PHYTO-DRIP 4 PLENUM 50 WG + TREND 90 BLADBEHANDELING 0 0 Spruitkool Obj Product Behandeling Aantal luizen op de bladeren voor oogst (05/10/2011) Myzus persicae Brevicoryne brassicae Aantal luizen op 40 spruitjes bij oogst (24/10/2011) Myzus persicae Brevicoryne brassicae 1 Onbehandeld 7 80 47 54 2 CRUISER 70 WS PHYTO-DRIP 0 8 3 12 3 CRUISER 70 WS DUMMYPIL 0 9 14 10 4 CRUISER 70 WS PHYTO-DRIP 4 PIRIMOR 50 WG + TREND 90 BLADBEHANDELING 0 8 5 2 Pagina 6 PCG Nieuwsbrief, Jg. 16 nr 11, December 2013
NIEUWIGHEDEN OP LANDELIJKE UIENDAG 2013 Onder een stralende zon ging de Landelijke Uiendag 2013 door op de - toen nog - kurkdroge velden van de Rusthoeve (Colijnsplaat, Nl). Een professionele dag voor de uienteler waarbij zowel proef- en demovelden te bezichtigen waren als een beursgedeelte met alle actoren uit de uiensector. Telkenjare komt hier naast een Nederlands publiek, ook een buitenlands publiek op af. Zo ook zijn er steeds meer Belgen van de partij. Via twee verschillende rondgangen werd je begeleid langsheen een parcours van demovelden en infostandjes op het terrein. Aangezien deze dag ook kon meetellen voor de verlenging van de spuitlicentie in Nederland werden deze rondgangen keurig door iedereen oplettend gevolgd. Eén van thema s was oogstvervroeging, dit inspelend op het moeilijke, natte jaar 2012, dat nog vers in het geheugen staat. Aan de aanwezige zaadhuizen werd gevraagd hoe zij hierop inspelen. De voorgestelde oplossingen gingen over een specifieke rassenkeuze, priming van zaaizaad of het verhogen van zaaidichtheid (+10%). Dit jaar hebben deze maatregelen maar een beperkt effect wegens het koude voorjaar en de trage groei als gevolg. Het beoogd doel om vroeger te kunnen oogsten in de juiste sortering is dit jaar niet aan de orde. Ook in Nederland is het caliber van de uien ondermaats. Bij een intensieve uienteelt, zoals in Nederland vaak voorkomt, kan koprot opduiken. Koprot, Botrytis aclada, wordt pas zichtbaar tijdens de bewaring, maar de infectie gebeurt op het veld en dit vaak vrij vroeg. In tegenstelling tot de bladvlekkenziekte, Botrytis squamosa, is de temperatuur waarbij infectie kan optreden hoog (22-23 C) en bladbeschadiging bevordert een aantasting. Diverse fungiciden werden reeds uitgetest, waarbij Signum en Fandango de beste resultaten gaven. Maar belangrijker dan bespuitingen zijn teelttechnische maatregelen om koprot te vermijden. Lang loofklappen, snel en lang genoeg drogen bij inschuren (temperatuur van 20 C stoken) zijn belangrijke maatregelen om problemen met koprot tijdens de bewaring te verminderen. Opvallend nieuws viel er te rapen bij De Groene Vlieg, een onafhankelijke organisatie gespecialiseerd in plaagbeheersing. Tegen de uienvlieg is er momenteel de zaadcoating met fipronil die voornamelijk de 1 ste generatie van de vliegen bestrijdt. De Groene Vlieg heeft een alternatief ontwikkeld. Door een overmaat aan gesteriliseerde uienvliegen los te laten op het uienveld komen de gelegde eitjes niet uit en wordt schade vermeden. Door deze methode worden alle generaties van de uienvlieg aangepakt. Deze biologische bestrijding wordt in Nederland reeds toegepast en De Groene Vlieg plant dit ook in Vlaanderen te gaan doen. Naast de rondgangen waarbij nog stilgestaan werd bij zaaitechniek, bemesting en onkruidbestrijding was er ook een beursgedeelte met alle actoren uit de uiensector. Op alle manieren werd de aandacht van de aanwezigen getrokken. Opvallend waren de vele apps die overal kenbaar gemaakt worden. De bedrijven willen de teler via zijn smartphone bereiken en informeren. Ziektebeelden, marktinfo en andere interactieve toepassingen worden bij onze noorderburen vanaf nu via deze nieuwe communicatiemanier verspreid. Vlaanderen volgt vast en zeker heel snel. Bart Debussche, Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (ADLO-Voorlichting) PCG Nieuwsbrief Jg. 16 nr 11, December 2013 Pagina 7
LANCERING NIEUWE BIOPESTICIDEN DOOR BELGICHE EN FRANSE ONDERZOEKERS Belgische en Franse wetenschappers, verbonden aan vijf universiteiten en twee proefcentra, lanceerden een nieuwe familie moleculen van natuurlijke oorsprong die klassieke schimmelwerende fungiciden (deels) kunnen vervangen. Deze lipopeptiden, afkomstig uit bacteriën, zullen ten vroegste over vier jaar vaak voorkomende schimmels kunnen aanpakken op sla, druiven, gerst, tarwe, tomaat en prei. "De natuurlijke moleculen waren gekend, maar met Europese steun (Interreg IV) werden ze allemaal gescreend op hun antischimmelwerking", verduidelijkt projectcoördinator Philippe Jacques, van de Universiteit van Rijsel (Lille 1). Uit het onderzoek bleek bovendien dat sommige lipopeptiden tot 4000 keer minder toxisch zijn dan bepaalde synthetische fungiciden. "Talrijke studies toonden reeds een verband aan tussen het gebruik van synthetische pesticiden en een verhoogd risico op de ontwikkeling van kankers of neurodegeneratieve ziektes zoals de ziekte van Parkinson." De grootste verdienste van het project is dan ook dat het een alternatief biedt voor synthetische pesticiden die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van de landbouwergebruiker en voor het leefmilieu. Deze zogenaamde lipopeptiden, afkomstig uit bacteriën, werken in op de meest voorkomende schimmels op sla, druiven, gerst, tarwe, tomaat en prei. Ofwel vormen de bacteriën concurrentie met ziekteverwekkers in de omgeving van de wortel, ofwel hebben ze een direct effect op de ziekteverwekker op de plant ofwel stimuleren ze het van nature aanwezige afweermechanisme in de plant. Deze 'biopesticiden' zijn bijvoorbeeld werkzaam tegen valse meeldauw in sla, Fusarium op prei, Septoria op tarwe en Botrytis op druiven, "Om resistentie te vermijden, is afwisseling nodig", zegt Pieter Van Nieuwenhuyse van het Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen (PCG). "Het beste effect werd bereikt door het inzetten van twee of meer lipopeptiden." Van Nieuwenhuyse is één van de 30 onderzoekers die meewerkte aan een natuurlijke oplossing voor vervelende plantenziekten. De ontwikkeling van de biofungiciden zit momenteel in een pré-industriële fase: de productiewijze is gepatenteerd en verwacht wordt dat het biopesticide ten vroegste over vier jaar op de markt komt. In 2008 maakten biopesticiden 2,5 procent uit van de globale markt voor gewasbeschermingsmiddelen, met een gemiddelde groei van 5 tot 8 procent per jaar. Europa verplicht vanaf 2014 een geïntegreerde gewasbescherming zodat andere oplossingen voor ziekten en plagen dan chemische middelen meer op de voorgrond komen. Het Interreg IV-project 'Phytobio' is de vrucht van een grensoverschrijdende samenwerking tussen Vlaanderen, Wallonië en de Franse regio's Nord-Pas de Calais, Champagne-Ardenne en Picardië. Projectpartners zijn de universiteiten van Rijsel, Gent, Luik, Reims Champagne-Ardenne, Littoral Côte d'opale (Caen) en de proefcentra PCG te Kruishoutem en Inagro te Beitem. De groepering van biologische telers van Nord-Pas de Calais (Gabnor) is een geassocieerde partner. Het project PHYTOBIO, dat van start ging eind 2009, heeft onlangs de prijs 'Strategisch project Interreg IV' ontvangen voor de kwaliteit van de gerealiseerde grensoverschrijdende samenwerking. Daarnaast zijn in het kader van dit project tientallen studenten in de biopesticidenproblematiek opgeleid en werden talrijke telers gesensibiliseerd rond het gebruik van deze biopesticiden. Berichtgeving: Belga, Pieter Van Nieuwenhuyse (PCG) (Vervolg op pagina 9) Pagina 8 PCG Nieuwsbrief, Jg. 16 nr 11, December 2013
(Vervolg van pagina 8) Foto: Botrytis cinerea op agar Foto: Antagonisme lipopeptiden tegen Botrytis cinerea Foto: Bremia op sla bovenkant Foto: Bremia op sla onderkant Foto: Fusariumrot in prei PCG Nieuwsbrief Jg. 16 nr 11, December 2013 Pagina 9
GLASTEELT: STAND VAN ZAKEN Watergift Geef tijdens de winter voldoende water aan de sla, ziet de teelt er van bovenaf droog uit, dan heeft de sla water nodig ook al zijn de onderste bladeren nog vochtig. Een watergift te lang uitstellen kan voor stress zorgen in de plant, die gaat vervolgens verzwakken en wordt gevoeliger voor infecties. Een beginnende aantasting van het onderste blad met smet, mag niet leiden tot het uitstellen van de watergift. De sterkte en gezondheid van het onderblad moeten verzekerd worden door gewasbescherming bij het begin van de teelt, beperken van de watergift kan hier een tegengesteld effect hebben. Klimaat Deze periode van het jaar gaat vaak gepaard met veel en plotse klimaatveranderingen. Bewolkte dagen kunnen doorbroken worden door plotse opklaringen of omgekeerd. Het is belangrijk om deze schokken zo goed mogelijk op te vangen, zodat de sla bij een constant klimaat kan worden geteeld. Bij overgangen van zacht naar typisch winters weer kan glazigheid optreden, door het samengaan van een warmere bodem met koude kaslucht. Indien de serre verwarmd wordt met CO 2 branders, moet opgelet worden met de CO 2 concentratie. Slaplanten kunnen maar voordeel halen uit extra CO 2 als er voldoende licht is. Ook is het zo dat vanaf ongeveer 1000 ppm CO 2, de meeropbrengst door nog extra dosering snel afneemt. Let ook op met verbranding van het gewas, wat kan optreden bij CO 2 concentraties hoger dan 5000 ppm. Een andere manier van verwarmen is buisverwarming, hier is het gevaar van bladverbranding onbestaande. Doordat bij buisverwarming, in tegenstelling tot CO 2 branders, met stralingswarmte wordt gewerkt, is het mogelijk de bladtemperatuur te doen stijgen zonder dat de kaslucht dient opgewarmd te worden. Bij een jong gewas mag verwarmd worden met een maximumbuis van 60 C, een jong gewas is minder gevoelig voor rand. Let echter op dat de buistemperatuur bij een ontwikkeld gewas niet boven de 45 C gaat, dit om rand te voorkomen. Bijstoken kan in dit geval wel met bijvoorbeeld een CO 2 brander. Wanneer bij felle vorst de maximumbuis toch moet worden verhoogd, is het belangrijk om het gewas vochtig te houden, broezen kan hier een oplossing bieden. Rassenproeven op het PCG Momenteel liggen op het PCG 2 rassenproeven aan: kropsla en alternatieve sla. De alternatieve slarassen werden gezaaid op 25/09/2013 en zijn bijgevolg dus een late herfstteelt, de kropslarassen op 09/10/2013, hier gaat het dus om een winterteelt. Beide rassenproeven werden geplant op 07/11/2013. Volgende rassen zijn in de rassenproeven opgenomen: Ras Zaadhuis Soort Corentine Rijk Zwaan Lollo rossa Satine Rijk Zwaan Lollo rossa LS 10435 Syngenta Lollo rossa LS 13442 Syngenta Lollo rossa (Vervolg op pagina 11) Bouzouki Syngenta Groene eikenblad Kimpala Rijk Zwaan Groene eikenblad Kitonia Rijk Zwaan Groene eikenblad A 626 Gautier Kropsla Brighton Enza Kropsla E 0B 10030 Enza Kropsla Gardia Rijk Zwaan Kropsla Halewyn Rijk Zwaan Kropsla Hofnar Rijk Zwaan Kropsla 42-145 RZ Rijk Zwaan Kropsla 42-180 RZ Rijk Zwaan Kropsla 246 Nickerson Zwaan Kropsla 247 Nickerson Zwaan kropsla Pagina 10 PCG Nieuwsbrief, Jg. 16 nr 11, December 2013
(Vervolg van pagina 10) Intussen werden ook de rassen voor de rassenproef kropsla vroege lente gezaaid, dit gebeurde op 27/11/2013. Verder staan ook een rassenproef kropsla late lente en een rassenproef alternatieve sla lente op het programma. Via de nieuwsbrief worden jullie verder op de hoogte gehouden van de resultaten van deze proeven. Glasteam PCG Figuur 1: rassenproef kropsla en alternatieve sla PCG Nieuwsbrief Jg. 16 nr 11, December 2013 Pagina 11
Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Karreweg 6 9770 Kruishoutem P409184 Maandelijks tijdschrift (niet in augustus) Jg. 16, nr. 11 December 2013 Afgiftekantoor: 9770 Kruishoutem Verantwoordelijke uitgever: A. Vercamer Afzendadres: Karreweg 6, 9770 Kruishoutem BELGIE-BELGIQUE PB 9770 KRUISHOUTEM 3/6736 Pagina 12 PCG Nieuwsbrief, Jg. 16 nr 11, December 2013