H8: motorische cellen

Vergelijkbare documenten
Structuur van een sarcomeer. H zone is waar de dunne filamenten niet zitten, op de zwart wit foto wijzen ze naar M lijn ipv H zone.

H5 Begrippenlijst Zenuwstelsel

Anatomie / fysiologie. Zenuwstelsel overzicht. Perifeer zenuwstelsel AFI1. Zenuwstelsel 1

De hersenen, het ruggenmerg en hun bloedvaten worden beschermd door drie vliezen.

Onwillekurig of Autonoom Ingedeeld in parasympatisch en orthosympatisch

Beide helften van de hersenen zijn met elkaar verbonden door de hersenbalk. De hersenstam en de kleine hersenen omvatten de rest.

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 14 Zenuwstelsel

Hoofdstuk 8: Control of movement

Samenvatting Biologie hoofdstuk 14 - zenuwstelsel

HET MOTORISCH SYSTEEM (1): CONTROLE VAN BEWEGING DOOR HET RUGGENMERG

Fysiologie / zenuwstelsel

Les 18 Zenuwstelsel 1

H6: zintuigcellen. Zintuiglijke waarneming

H2 Bouw en functie. Alle neuronen hebben net als gewone cellen een gewone cellichaam.

2. Van welke van de onderstaande factoren is de hartslagfrequentie NIET afhankelijk? a. de wil b. lichamelijke activiteiten c.

Alles rondom Groningen: facebook.com/slimstuderengroningen Alles rondom Geneeskunde: facebook.com/slimstuderengnkgroningen

Begeleidende tekst MOTORISCH 2 (niet exhaustief) P. Janssen

Samenvatting Biologie Zenuwstelsel

Gedragsneurowetenschappen deel 2. Dit deel gaat over systems neuroscience; gedrag en werking zenuwstelsel. figuren goed kennen met functie!

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 3: Zintuigen, zenuwstelsel en spieren

Samenvatting door Hidde 506 woorden 31 maart keer beoordeeld. Biologie Hoofdstuk 14: Zenuwstelsel Centraal zenuwstelsel

Les 24 Spieren. Spierweefsel. Spierweefsel. Spierweefsel, clonus en spiertonus, agonist-antagonist, hernia, hypertrofie, atrofie, bodybuilding

Samenvatting NLT Hersenen en leren H2 en H3

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 9, Besturing

Zenuwcellen. Samenvatting door een scholier 2435 woorden 24 juni keer beoordeeld

Ruggenmerg Hersenen. Hersenstam Cerebellum Diencephalon Telencephalon. Somatisch zenuwstelsel Autonoom zenuwstelsel

spasticiteit en decerebratiestijfheid

Biologie Hoofdstuk 16 (p1-3)

3 keer beoordeeld 15 maart Regelkring van de lichaamstemperatuur is homeostase. Homeostase is een voorbeeld van zelfregulatie.

WERKING VAN HET ZENUWSTELSEL

Samenvatting NLT Hersenen en Leren

Aandacht, controle & motoriek Tentamen 2010

Lens plat of lens bol?

HET MOTORISCH SYSTEEM (2)

Fenotype nakomelingen. donker kort 29 donker lang 9 wit kort 31 wit- lang 11

Het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel bestaat uit het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) en het perifere zenuwstelsel. Figuur 3.7 boek p. 68.

De hersenen. 1. Anatomie en ontwikkeling 2. De grote hersenen

Spierfysiologie Inleiding

Inhoud. Zenuwstelsel. Inleiding. Basiselementen van het zenuwstelsel. Ruggenmerg en ruggenmergzenuwen

Regeling. Regeling is het regelen van allerlei processen in het lichaam. Regeling vindt plaats via twee orgaanstelsels: Zenuwstelsel.

Carol Dweck en andere knappe koppen

Gedragsneurowetenschappen

vwo zintuigen, zenuwen en spieren 2010

HOOFDSTUK 1: CELLEN VAN ONS LICHAAM

Anatomie / fysiologie Circulatie. Spierweefsel. Spierweefsel indeling. Cxx53 13 en 14 Spieren Skelet

Zenuwcellen met Nissl-substantie

Samenvatting Biologie Zintuigelijke waarneming

H10: plastische cellen

H3: de cellen van het zenuwstelsel

GEZONDHEIDSKUNDE-AFP LES 1. Het zenuwstelsel

Nederlandse samenvatting GABAerge neurotransmissie in de prefrontale cortex

Samenvatting Biologie Homeostase bij de mens en gedrag

_met_antwoorden.pdf. Tentamen met antwoorden. Vrije Universiteit Bewegingswetenschappen Spierfysiologie

Grijze stof wordt gevormd door de cellichamen van de neuronen en de. Witte stof wordt gevormd door de met myeline omgeven neurieten

H4: elektrisch geladen celmembranen

Module: Pacemaker in het brein - h45. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

1. Welke rol heeft Cajal gespeeld in de geschiedenis van de Neurowetenschappen?

Neuropathologie van de. Ziekte van Parkinson

HOOFDSTUK 1: CELLEN VAN ONS LICHAAM...

18. Gegeven zijn de volgende uitspraken: I. Tyrosine is de precursor van serotonine II. Een overmaat aan serotonine kan leiden tot agressief gedrag.

2 Hoe zal bij het onderzoek naar een geschikte medicatie tegen bepaalde hersenaandoeningen hiermee rekening gehouden moeten worden?

Gevorderde MS & Spasticiteit. Gevorderde MS & Spasticiteit. Spasticiteit [Lance] MS en spasticiteit. MS en spasticiteit MS patiënten/nederland

Samenvatting Biologie H14 Reageren

Gedragsneurowetensc happen II

Samenvatting neuro deel 2: d hooge

H.6 regeling. Samenvatting

6.6. Boekverslag door D woorden 26 juni keer beoordeeld. Biologie voor jou. Biologie thema 5, Homeostase

Samenvatting Biologie Regeling

Dutch summary (Nederlandse samenvatting)

Samenvatting Biologie Havo 5. Nectar. Hoofdstuk 14 Reageren

Warming-up en Stretching

Het brein maakt deel uit van een groter geheel, het zenuwstelsel. Schematisch kan het zenuwstelsel als volgt in kaart worden gebracht:

Doelgericht trainen van functionele stabiliteit

Pijn en prikkelgeleiding

5. Waarop berust de werking van het neurotoxine BOTOX als anti- rimpel middel?

De grijze massa tussen je oren

Samenvattingen. Samenvatting Thema 6: Regeling. Basisstof 1. Zenuwstelsel regelt processen:

Samenvatting Biologie Weefsels

De Hersenen. Historisch Overzicht. Inhoud college de Hersenen WAT IS DE BIJDRAGE VAN 'ONDERWERP X' AAN KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE?

Les 25 Vragen n.a.v. Lessen deel 2. Functie luchtwegen / neus. Ademhalingsstimulatie

Uit waarnemingen en voorbeelden de relatie prikkel- reactie vaststellen

Naam: Student nummer:

GEDRAGSNEUROWETENSCHAPPEN SAMENVATTING E BACHELOR PSYCHOLOGIE

Thema 5 Regeling en waarneming Doelstelling 1 Homeostase bij de mens Homeostase Dynamisch evenwicht Homeostatische regelkringen

Samenvatting Biologie Biologie samenvatting H17 + H18

Door: Charlotte Simons Arts, yogadocent yin en yang en acupuncturist io

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 13 en 14

Aandacht, controle & motoriek Tentamen 2012

Samenvatting NLT Hersenen en leren

Spierstelsel. 5.Spierstelsel. Spierstelsel: soorten. Spierstelsel: soorten. Spierstelsel: bouw. Spierstelsel: soorten

Hoorcollege 1: De bouwstenen van het brein en communicatie

Hoorcollege 2: Hersenanatomie en onderzoeksmethoden

Opdrachten, woordenlijsten en stellingen behorende bij Cxx56 Neurologisch systeem / Zenuwstelsel

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 13 en 14

Transcriptie:

H8: motorische cellen Reflexbogen Elke gedraging = gevolg van gecoördineerde spierbewegingen = samentrekking (contractie) van skeletspieren is een respons van een prikkel die verwerkt wordt in het centrale zenuwstelsel 2 soorten bewegingen 1. precieze doelbewuste bewegingen zenuwsignalen ruggenmerg perifere zenuwstelsel langs neerwaartse banen 4 gebieden zorgen voor motoriek: a) Motorische cortex b) Basale ganglia c) Subcorticaal descenderend systeem d) Cerebellum 2. reflexbewegingen sensorische prikkels zorgen onmiddellijk voor samentrekking skeletspieren ZONDER dat hersenen tussenkomen rechtstreekse koppeling spiercontracties en zintuiglijke prikkel wet van Sherrington: dankzij een proces van reciproque innervatie, worden één groep van spieren gestimuleerd en tegelijkertijd worden andere spieren geïnhibeerd, namelijk spieren die de werking van de eerste groep tegenwerken verschillende soorten reflexen a) spinale reflexen (bv kniefeesreflex(*)) de koppeling van sensorische input aan motorische output loopt over het ruggenmerg b) andere reflexbogen de koppeling van sensorische input aan motorische output loopt over de hersenstam Voorbeeld: kniepeesreflex(*) wordt gestuurd door spinale verbindingen tss sensorische en motorische neuronen onderbeen: gestrekt en gebogen door 2 spieren in het bovenbeen 1. Quadriceps = extensor Strekspier, leidt tot strekken been 2. Flexor Buigspier, zal gewricht (kniegewricht) doen buigen been plooit 1

wnn een hamertje net onder de knieschijf tikt Hierdoor wordt er getrokken aan de pezen van de quadriceps waardoor deze uitrekken Info over verandering spiertonus wordt door afferente sensorische neuronen vanuit quadriceps naar central zenuwstelsel gestuurd In het ruggenmerg reageren deze sensoriële neuronen met motorneuronen Motorneuronen( ) zorgen voor contractie van uitgerekte quadriceps = Tegelijkertijd stimuleren sensorische cellen ook interneuronen Deze remmen de motorneuronen( ) via feed-forward inhibitie Motorneuronen ( ) integreren info die ze ontvangen van verschillende sensorische neuronen via convergente neuronenschakeling Motorische gebieden en zenuwbanen Bij bewuste bewegingen: hersenen zorgen voor initiatie en integratie van de spiercontracties 4 gebieden hebben een invloed op motorische controle 1. Motorische cortex somatotopisch georganiseerd: specifieke plaatsen op de cortex staan in voor specifieke delen van het lichaam 2 piramidale systemen (passeren de piramide) vetrekken vanuit deze cortex corticospinale baan (tractus corticospinalis, piramidebaan): motorische cortex hersenstam en piramiden (in het verlengde merg) kruist middellijn daalt via zijstreng van ruggenmerg verder corticobulbaire banen: motorische cortex kernen in de hersenstam innerveert van daaruit het aangezicht Beide banen: - initiëren lichaamsbewegingen (neerwaartse banen): cortex motorneuronen spieren moduleren opwaartse banen ter hoogte van thalamus, hersenstam en dorsale hoornen van ruggenmerg 2

2. Basale ganglia Vormen een reciproque circuit met cortex (=lusvormig circuit) Bestaat uit: Striatum = nucleus caudatus & putamen Globus pallidus Substantia nigra Nucleus subthalamicus 3. Subcoricaal descenderend systeem (SDS) bestaat uit: Nucleus ruber Nucleus vestibularis Formatio reticularis Een gedeelte (corticospinaal en rubropinaal systeem) staat in voor: hand- en vingerbeweging Een ander gedeelte (reticulospinaal, vestibulospinaal en tectospinaal systeem) staat in voor: bewegingen van handen, voeten en ledematen 4. Cerebellum bezit reciproque connecties met motorische cortex stuurt initiërende signalen naar motorische cortex die vervolgens de bewegingen stuurt Functies van het cerebellum Kleine hersenen (=cerebellum) zijn verbonden met verschillende delen van centrale zs Verbinding via afferente banen: naar het cerebellum vanuit: Ruggenmerg (tractus spinocerebellaris) via opstijgende banen Hersenstam (nucleus olivaris) via opstijgende banen Cerebrale cortex via corticopontocerebellaire (neerwaartse) banen Verbinding via efferente banen: vanuit het cerebellum naar: Contralaterale nucleus ruber Formatio reticularis Ventrale kernen vd contralaterale thalamus zorgt voor verbinding cortex Cerebellum speelt een rol bij: coördinatie van bewuste motorische activiteit (zowel fijne als grove) controle van evenwicht en spiertonus belangrijke cognitieve functies bij leren van bewegingen en bepaalde geheugenmechanismen 3

Spieren en motorische eenheden Ruggenm Axon Cellichaa Spiervezel Pees Bot Spierbun neuronen cellichaam gelegen in ruggenmerg of hersenstam Axonen verlaten ruggenmerg langs ventrale wortels verlaten hersenstam langs hersenzenuwen Axonen lopen door steeds dunner wordende vertakkingen van zenuwen Axonen dringen ten slotte binnen in spier samentrekking van spier: wordt gecontroleerd door een honderdtal motorische Skeletspier Parallelle bundels van lange, spoelvormige cellen = spiervezels Dwarsgestreepte spieren zijn via pezen en bindweefselbladen (aponeurosen) bevestigd aan de beenderen van het skelet Gladde spieren vinden we in kringspieren en organen Motorische eenheid = geheel van dwarsgestreepte spiervezels samen met hun bezenuwde motorneuronen Vertakkingen van axon van motorische neuron bezenuwen de spiervezels Elke spiervezel wordt slechts door 1 motorneuron bezenuwd Spiervezels Spiervezels = spiercellen: bestaat uit 4

grote aantallen van mitochondriën celmembraan = sarcolemma specifieke spiercelorganellen membraneuze sacroplasmatisch reticulum (~endoplasmatisch reticulum) grote bundels micorfibrillen donkere en lichte banden donkere banden met een constante lengte lichtgekleurde banden die langer en korter worden als spier ontspant of samentrekt zich herhalend patroon van cilindrische componenten = sacromeren dikke en dunne proteïnefilamenten die op bindweefselschrijven (=Z-schijven) zijn vastgehecht dunne filamenten: tussen de Z-schijven helixvormig samengestelde eiwit F-actine G-actine (bolvormig als een parelsnoer) Tropomyosine Troponine dikke filamenten: tussen dunne filamenten geschoven in het midden van de sarcomeer 250 myosinemoleculen Knotsvormige kopjes hiemee verbinding myosine en actine Hals staart Sarcoplasmatisch Myofibri Z-schijf Z-schijf Sarcomeer F-actine Myosine 5

Neuromusculaire synapsen Neuromusculaire synapsen Neuromusculaire synaps / junctie = functionele verbinding tss motorisch neuron en spiervezel Hier vindt de neuromusculaire transmissie plaats Presynaptisch = motorneuron Actiepotentiaal komt aan op presynaptische uiteinde Depolarisatie van motorneuron Vrijstelling neurotransmitter acetylcholine (Ach) Postsynaptisch = spiercel (= spiervezel) Postsynaptische membraan (= motorische eindplaat) bevat ligand-gemedieerde ionenkanalen: nicotinische Ach-receptoren Deze worden geopend onder invloed van Ach Na+ en Ka+ ionen kunnen binnenstromen Depolarisatie van binnenzijde van sarcolemma tot -20mV (=membraanpotentiaal) Actiepotentiaal 6

Deze AP verspreid zich relatief traag over spiercel (~ongemyeliniseerde zenuwcel) Depolarisatie wordt via tranversale tubuli aan de cysternen van het sarcoplasmatisch reticulum overgedragen Cysternen geven vrij Myosinekopjes (dik) binden aan actinefilamenten (dun) en deze schuiven in elkaar Bij repolarisatie van spiercel tot rustpotentiaal ionen worden terug opgenomen in cysternen Verbindingen tss filamenten Transversale ACh ACh ACh Longitudinale tubuli (sarcoplasmatisch ADP Pi myofibrillen Ca2 Mol ecu lair mechanisme van de spiercontracties Rust Dunne filamenten: Tropomyosine + troponine blokkeren bindingsplaats op actine Interactie tss actinefilamenten en myosinekopjes is onmogelijk Myosinekopjes standby Elk myosinekopje bevat een ATP- ase dat ATP omzet naar ADP en vrij fosfaat P 7

hierbij komt chemische energie vrij omzetting chemische energie mechanische energie Kopjes worden opgespannen (=cocked of standby) Activatie spiervezel = depolarisatie ionen vrij bindt zich aan tropomyosine Veroorzaakt conformationele verandering in de dunne filamenten waardoor de actinebindingsplaatsen vrijkomen Myosinekopjes + actine Myosinekopjes klappen om Dunne en dunne filamenten schuiven verder ineen Spiervezel verkort + nieuwe ATP op myosinekopje Nadat filamenten in elkaar zijn geschoven wordt de verbinding tss actine en myosine verbroken Het ATP-ase splitst nieuwe ATP-molecule in ADP en fosfaat Energie komt vrij Myosinekopje wordt opnieuw opgespannen: standby http://www.edumedia-sciences.com/a505_l6-spiercontractie.html 8

9

10

11