Gebruikershandleiding

Vergelijkbare documenten
Gebruikershandleiding

Cobra Bridge CAN 8800

GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding

Cobra Alarm Gebruikers Handleiding

Dit beveiligingssysteem voor uw auto is getest en goedgekeurd door

Mitsubishi - Cobra Alarm CO4627. Gebruikers Handleiding

Cobra 4627 Alarmsysteem met DriverCards

Clifford Electronics Benelux bv. Tel Fax

Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards. Gebruikershandleiding. Vodafone Power to you

GEBRUIKSAANWIJZING META AUTO-ALARMSYSTEMEN HPB SERIE SCM/TNO GOEDGEKEURD KLASSE 2Z EN 3Z

INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)

Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards. Gebruikershandleiding. Vodafone Power to you

GT909NL. Gebruikershandleiding

Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud

Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.

GEBRUIKSAANWIJZING META AUTO-ALARMSYSTEMEN HPA 3.5 / 4.5

Gebrukershandleiding Gemel/SerpiStar GR48n

Montagehandleiding MED Goedgekeurd alarmsysteem voor voertuigen met originele afstandsbediening

Nederlandstalige handleiding Autoalarm AS5

INBOUW HANDLEIDING GT403, 404

- 0 - INSTALLATIE HANDLEIDING ND 6

GEBRUIKSAANWIJZING META AUTO-ALARMSYSTEMEN M-8700 SERIE

INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41

SELCA SPLIT GEBRUIKSAANWIJZING

Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote

GEBRUIKSAANWIJZING ZEER BELANGRIJK - ZEER BELANGRIJK - ZEER BELANGRIJK META AUTO-ALARMSYSTEMEN M-999II / M-999III SCM/TNO GOEDGEKEURD KLASSE 2 EN 3

De GT636 is een afstandsbediend autoalarmsysteem met de volgende mogelijkheden:

GEBRUIKSAANWIJZING. SELCA IS200 klasse 2 alarm SELCA IS300 klasse 3 alarm. SCM goedkeuringsnr. AA030037

INBOUW HANDLEIDING GT625, GT626, GT627

GT-912/GT-913/GT-914 Inbouwhandleiding

SELCA SPLIT INSTALLATIEHANDLEIDING

Vehicle Security System VSS3 - Vehicle original remote

Montagevoorschriften

GT909NL INBOUW HANDLEIDING

Montagehandleiding MED Goedgekeurd alarmsysteem voor voertuigen zonder originele afstandsbediening

MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE

CLIFFORD 330X. CAN Bus alarmsysteem. Gebruikershandleiding Clifford Electronics Benelux

MiBlock gebruikershandleiding

- 0 - INSTALLATIE HANDLEIDING ND 14C

Integratie van Net2 met een inbraakalarmsysteem

Montagehandleiding KL2 11 TX KL3 11 TX. CAN alarm 2 e autorisatie

Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI

Vehicle Security System VSS 1. Handleiding voor systeeminstelling - Dutch

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene

GEBRUIKERSHANDLEIDING

Auto alarm systeem Ultra Micro Ultrasonic

Afstelbare parameters - Alarm en centrale vergrendeling

Het Keypad (met segmenten)

Vodafone Automotive 4627PS Startonderbreker met DriverCards. Gebruikershandleiding. Vodafone Power to you

Draadloze signaal overdracht. De communicatie tussen melders en centrale wordt radiografisch geregeld.

Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding

MotorCycle Alarm by DEF COM 3 MONTAGE-INSTRUCTIES LED 80 C

InteGra Gebruikershandleiding 1

ZWART GROEN-ROOD GROEN-BLAUW GEEL-BLAUW GROEN-ZWART GEEL-ROOD BRUIN WIT-BLAUW PAARS BRUIN-ROOD BLAUW WIT-ROOD

Installatie handleiding Centrale Deurvergrendeling De Basis unit. Schema type 1

Cobra 4627PS Startonderbreker met DriverCards

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

Uitschakelen in noodgevallen Doe de touch-key kort in de opening op het bedieningspaneel. Het alarm zal uitgaan.

VDH doc Versie: v1.0 Datum: Software: ALFA75-MTT File: Do WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0,1 C

GEBRUIKSHANDLEIDING. Art. 866 DRIVERCARD 06DE1939A - 03/04. Cobra is a registered trade mark by DELTA ELETTRONICA

CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING

SELCA IS200 klasse 2 alarm SELCA IS300 klasse 3 alarm

SmartHome Huiscentrale

NP Gebruikershandleiding CMK470S

Bedieningshandleiding FC 1008 E

Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding

INTELLISTART 4 INSTALLATIE

COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN

BE.REC L Rev. 10/07/02 BE.PLAY L Rev. 05/06/03 BE.PLAY BE.REC INSTALLATIEHANDLEIDING

SELCA MC MC1.03 : 12V SELCA MC1.04 : 24V

GEBRUIKERSHANDLEIDING. Elektronisch slot Multicode. think safe

Colofon. Joost van den Brink

Personal tag. Personal tag. Drukknop of bewegingsdetector. TABEL 2 Samenvatting van de Programmeerfuncties

SmartHome Huiscentrale

Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL

Brandmeldcentrale BMC-V

Serpi Star GR 410 / GR 440

APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19

Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld.

Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54

TECHNISCHE HANDLEIDING

Sinthesi Deuropenermodule

GfS Nooduitgang beveiliging

ELVA Security

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene

Gebruikershandleiding

TOYOTA montagehandleiding

Nederlandse handleiding Ajax alarmsysteem

DA-SYSTEMS 6/14- COM. Gebruikershandleiding

Gebruikers handleiding. JupiterPro. P2000 alarmontvanger

GEBRUIKERS HANDLEIDING

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR

Inhoudstabel van de Concept 300

installatiehandleiding Rookmelder

TOYOTA montagehandleiding

Installeren van de Forest Shuttle. Home Automation by

* Beveiligde code voor Valet Mode - BlackJax 4 kan alleen in Valet Mode (garagestand) gezet worden indien de juiste geheime code is ingegeven.

Transcriptie:

Gebruikershandleiding MED 3200 Goedgekeurd alarmsysteem voor voertuigen met originele afstandsbediening

Inhoud Voorwoord 3 Aan u wordt verstrekt 3 Systeemeigenschappen 3 Inschakelen alarm 4 Uitschakelen alarm 5 LED indicaties 6 Alarmering 7 Als de auto naar de garage gaat 7 Startblokkering 7 Elektronische sleutels 8 Codekaart 10 Noodprocedure 10 Persoonlijke code 10 Anti-carjacking 12 Onderhoud 13 Afstandsbediening 13 Systeemconfiguratie 13 MED 3200 GH V2 2

Voorwoord Dank u voor de aanschaf van dit MED product. Dit product is ontwikkeld met behulp van de allermodernste technologie alsmede een jarenlange ervaring op auto-beveiligingsgebied; daarmee biedt het u de hoogst mogelijke beveiliging voor uw voertuig. Het product voldoet aan de Europese normen CEE 95/54 en CEE 95/56 en de SCM/TNO AA03 normering. Lees, om het systeem probleemloos te kunnen bedienen, voordat u met uw beveiligde auto op weg gaat, deze handleiding zorgvuldig door. Aangezien het systeem op verschillende manieren geconfigureerd kan worden, zullen niet alle beschreven eigenschappen voor u van toepassing zijn. Laat u informeren door de installateur! Aan u wordt verstrekt... De volgende zaken moet u bij aflevering van uw alarm van uw installateur hebben ontvangen: Een codekaart met daarop vermeld de noodcode. Belangrijk; goed bewaren!!! Deze bedieningshandleiding. en een sticker waarop het serienummer staat. Indien het systeem is aangemeld voor de verzekering: kopie van het SCM inbouwcertificaat. Indien een van de bovenstaande zaken ontbreekt...vraag uw installateur erom!!! Systeemeigenschappen Microprocessorgestuurd ultrasoon alarmsysteem, in- en uitschakelend via de originele afstandsbediening van de auto. Indicatie LED t.b.v. alarmstatus, alarm-geheugenfunctie en programmering. Programmeren voertuigspecifieke parameters. Programmeren systeemeigenschappen. Beveiliging van de voor- en achterportieren door schakelaars. Beveiliging van de kofferruimte door schakelaars. Beveiliging van de motorruimte door schakelaars. Beveiliging van het interieur met een ultrasoon systeem, zelfinstellend met sabotagebeveiliging en uitschakelbaar. Extra detectie-modules uitschakelbaar met ultrasoon. Startblokkering (onderbreking van de startmotor) bestuurd door alarmcentrale (relais 24A). Automatisch inschakelende motor- en startonderbrekingen. Gecodeerde nooduitschakelprocedure. Nooduitschakelprocedure d.m.v. codesleutel. (optie) Systeem beveiliging d.m.v. automatische zekeringen. Aansturing van de richtingaanwijzers bij inschakelen, uitschakelen en afgaan van het alarm. Aansturing van een voertuigvolgsysteem of extra sirene. Aansturing van de richtingaanwijzers bij inschakelen, uitschakelen en afgaan van het alarm. Aansturing van de sirene bij afgaan van het alarm. Aansturing van de sirene bij bedienen van het alarm. Sirene voorzien van noodstroomvoorziening. Anti-carjack functie, automatisch of handmatig te activeren. Waarschuwing bij snelheidsoverschrijding, met instelbare snelheid. MED 3200 GH V2 3

Inschakelen alarm Met gesloten ramen en het ultrasoon ingeschakeld 1. Neem de sleutel uit het contactslot en verlaat de auto. 2. Controleer of alle portieren, motorkap, kofferdeksel, ramen en schuifdak gesloten zijn, de LED in de auto moet uit zijn. 3. Sluit de auto af met behulp van de originele handzender van de auto, zoals aangegeven door de autofabrikant. 4. De richtingaanwijzers lichten twee keer op en uit de sirene klinkt twee keer een twee tonen signaal, de centrale deurvergrendeling wordt gesloten. 5. De LED gaat constant branden. 6. Het systeem heeft twee verschillende inschakelvertragingen: 7. Na 5 seconden is de deur, motorkap-, kofferdeksel- en contactslot detectie actief. 8. Na 20 seconden is de ultrasoon-interieur detectie actief. 9. De LED gaat na 20 seconden knipperen. Met open ramen en het ultrasoon uitgeschakeld 1. Zet de auto minimaal 10 seconden op het contact. 2. Neem de sleutel uit het contactslot en doe de bestuurdersdeur open. 3. De LED gaat nu branden. 4. Druk op de LED/schakelaar totdat uit de sirene één keer een twee tonen signaal klinkt. 5. Verlaat de auto en controleer of alle portieren, motorkap en kofferdeksel gesloten zijn. 6. Sluit de auto af met behulp van de originele handzender van de auto, zoals aangegeven door de autofabrikant. 7. De richtingaanwijzers lichten vier keer op en uit de sirene klinkt vier keer een tweetonig signaal en de centrale deurvergrendeling wordt gesloten. 8. De LED gaat knipperen. 9. na 5 seconden: is de deur-, motorkap-, kofferdeksel- en contactslot-detectie actief. 10. Het ultrasoon is uitgeschakeld. Afwijkingen bij inschakelen Contact aan Indien het contact aan staat zal het alarm niet inschakelen. De onderstaande functies zijn in het systeem te configureren en zullen afhankelijk van het voertuig wel of niet actief zijn. Massa controle functie (directe massa-ingang) aan uit De massa controle functie zorgt er voor dat het systeem een waarschuwing geeft indien de detectie schakelaars niet gesloten zijn ( LED aan). Het alarm zal dit kenbaar maken door drie korte pieptonen te geven. Het systeem zal wel inschakelen maar de directe massa ingang van het systeem uitsluiten MED 3200 GH V2 4

Inschakelen na sluiten laatste deur (directe massa-ingang) aan uit Indien deze functie actief is en de handzender wordt bediend om het alarm in te schakelen zal het systeem niet eerder inschakelen, nadat alle detectie schakelaars gesloten zijn (LED aan). Het alarm zal een aanhoudende toon geven vanaf het moment van het inschakelen met de afstandsbediening en het inschakelen van het alarm. Inschakelvertraging (vertraagde massa-ingang) aan uit Als het alarm ingeschakeld wordt mag het +/- nog 30 seconden duren voor dat alle detectie schakelaars gesloten zijn (LED aan). Het alarm zal direct inschakelen en na 30 of 50 seconden alarm geven indien er nog een detectie schakelaar open is. Radar i. p. v. ultrasoon radar ultrasoon Indien in het voertuig een radarmodule wordt gebruikt voor interieurdetectie in plaats van een ultrasoon systeem, zal het alarm bij het inschakelen de richtingaanwijzers driemaal aansturen en de sirene driemaal een tweetonig signaal geven Het uitschakelen van het ultrasoon bij een geopend raam vervalt. 5 buzzer-pieptonen en 5 sirene-piepjes Het systeem is in de configuratie geheel uitgeschakeld en zal dus niet werken. 7 pieptonen en 7 sirene-piepjes Het systeem staat in de anti-carjack mode en kan niet ingeschakeld worden met de afstand bediening. Schakel de anti-carjack functie uit met de noodcode of de elektronische sleutel. Uitschakelen alarm 1. Druk éénmaal op de knop van de originele afstandsbediening. 2. De richtingaanwijzers lichten gedurende een aantal seconden op en de sirene geeft een twee tonen signaal; de centrale deurvergrendeling wordt geopend. 3. Bij auto s die een extra knop voor het openen van de kofferruimte hebben kan het voorkomen dat u eerst de deuren open moet sturen alvorens de kofferbak te openen met de afstandsbediening. 4. Voordat u de auto start, controleer of de indicatie LED op het dashboard een knippercode weergeeft ten teken dat er een alarmmelding heeft plaatsgevonden. Afwijkingen bij uitschakelen van alarm Storingscode Als na het uitschakelen het tweetonig signaal geklonken heeft en de sirene nog één of meer tonen geeft, is dit een indicatie dat het alarm af is gegaan. Het aantal tonen komt overeen met het aantal knippersignalen van de LED (zie tabel LED) Zolang de auto niet op contact wordt gezet, zal de laatste foutcode bij het opnieuw uitschakelen van het systeem weergegeven worden. MED 3200 GH V2 5

Noodprocedure U heeft een codekaart ontvangen met daarop vermeld de noodcode. Met deze noodcode kunt u het alarmsysteem uitschakelen indien uw handzender niet zou werken of u deze bent verloren. Bewaar deze kaart op een veilige plaats (niet in de auto, maar bijvoorbeeld bij uw autopapieren). Afwijkingen bij in- en uitschakelen van alarm Akoestische indicatie bij in- en uitschakelen aan uit Deze optie van het alarm kan in- of uitgeschakeld worden Standaard is deze optie ingeschakeld. Storingscodes worden wel weergegeven en alarmmeldingen ook. Optische indicatie bij in- en uitschakelen aan uit In een aantal gevallen worden de richtingaanwijzers van de auto aangestuurd door de afstandsbediening van de auto zelf. Als dit het geval is, wordt deze functie in het alarm uitgeschakeld. De indicatie van de richtingaanwijzers zal dan anders zijn dan omschreven. Indien de richtingaanwijzers niet door het voertuig aangestuurd worden en de functie is in het alarm uitgeschakeld, dan zullen de richtingaanwijzers niet oplichten bij het in- en uitschakelen. LED indicaties De indicatie LED op het dashboard is multifunctioneel en geeft de volgende informatie: 1. Rustig knipperend na inschakeling: het alarm is ingeschakeld. 2. Continu branden na inschakeling: het alarm zit in de inschakelvertraging van 20 seconden na inschakeling. 3. Continu branden met het contact aan: de startblokkering van het alarm is ingeschakeld, het alarm is uitgeschakeld. 4. Continu branden met het contact uit: detectie-schakelaars zijn nog niet gesloten. 5. Indicatie tijdens de noodprocedure (beschrijving zie noodprocedure ). 6. Een aantal knippersignalen na uitschakeling (knippercode): er is een alarmmelding geweest. Aantal knippersignalen Alarm ingang 1 Detectie-ingang (direct) 2 Contactslot 3 Ultrasoon detectie 4 Detectie-ingang (vertraagd) 5 Ultrasoon anti-sabotage functie 6 Autotest 7 Programmeerbare ingang 8 Spanningsval 9 Systeem ingeschakeld met deur open Deze knippercode wordt gewist als u de auto op contact zet. MED 3200 GH V2 6

Alarmering Het alarmsysteem kan (na de inschakelvertraging) worden geactiveerd door: Het openen van portieren, motorkap of kofferdeksel. Het op contact zetten van de auto. Een beweging in de auto (alleen als het ultrasoon niet is uitgeschakeld). Het optakelen of wegslepen van de auto (alleen als de auto is voorzien van een hellingsdetector). Loskoppelen van de accu. Wanneer het alarm geactiveerd is, gebeurt het volgende: 1. richtingaanwijzers knipperen gedurende 30 seconden. 2. sirene gaat af gedurende 30 seconden. Het alarm kan op de normale wijze met de afstandsbediening uitgeschakeld worden. De sirene is voorzien van een sabotagebeveiliging. Als één van de voedingsdraden van het alarm of de sirene onderbroken wordt, zal de sirene afgaan. De richtingaanwijzers worden hierbij niet aangestuurd. Het alarm kan in dit geval niet met de afstandsbediening worden uitgeschakeld. Als de auto naar de garage gaat Als de accu van de auto bij onderhoud of reparatie losgekoppeld moet worden, is het noodzakelijk de sabotagebeveiliging van de sirene tijdelijk uit te schakelen: 1. Schakel het systeem uit. 2. Koppel nu de stekker van de sirene los; de sirene is nu uitgeschakeld. Als na onderhoud of reparatie de stekker weer op de sirene wordt geplaatst, is de sirene weer ingeschakeld. Startblokkering Het alarmsysteem is voorzien van een automatisch inschakelende blokkering die afhankelijk van de systeemconfiguratie direct of vertraagd kan inschakelen. Direct: Bij een direct inschakelende startblokkering zal de startblokkering actief worden: Als de auto van contact gezet is en daarna de deur geopend wordt. 1 minuut na het van contact zetten met een geopende deur. MED 3200 GH V2 7

Als gepoogd wordt de auto te starten nadat de blokkering actief is zal dit niet lukken. De sirene zal een aanhoudende toon geven; de richtingaanwijzers en de LED zullen constant gaan branden. Zet de auto van contact. De sirene geeft een aantal akoestische signalen en de LED knippert een aantal keren snel. De LED gaat nu rustig knipperen; de accessoire-uitgang wordt nu aangestuurd als deze als constant geprogrammeerd is. Als het voertuig nu weer op contact wordt gezet, zal de LED constant gaan branden. Schakel de blokkering uit door het alarm één keer in of uit te schakelen met de handzender van de auto. Indien een elektronische sleutel bij het systeem is gevoegd kun u deze ook gebruiken om de blokkering op te heffen. Vertraagd: Bij een vertraagd inschakelende blokkering zal de startblokkering actief worden: 5 minuten na het van contact zetten. 5 minuten na het met de handzender uitschakelen van het alarm. Het inschakelen van de blokkering wordt kenbaar gemaakt door een aantal pieptonen van de sirene en een aantal knippersignalen van de LED. Als de deur van de auto wordt geopend of als het contact wordt ingeschakeld, zal de sirene een aanhoudende toon geven; de richtingaanwijzers en de LED zullen constant gaan branden. Zet de auto van contact of sluit het portier. De sirene geeft een aantal akoestische signalen en de LED knippert een aantal keren snel. De LED gaat nu rustig knipperen de accessoire-uitgang wordt nu aangestuurd als deze als constant geprogrammeerd is. Als het voertuig nu op contact gezet wordt, zal het alarm afgaan. Schakel de blokkering uit door het alarm één keer in of uit te schakelen met de handzender van de auto. Indien een elektronische sleutel bij het systeem is gevoegd kun u deze ook gebruiken om de blokkering op te heffen. Elektronische sleutels (optie) Met een elektronische sleutel kan het alarm in- en uitgeschakeld worden. Tevens worden alle aangesloten optionele modules aangestuurd. Met de elektronische sleutel kan ook de anti-carjack functie gereset worden zodat de auto weer gestart kan worden of de blokkering uitgeschakeld worden. De elektronische sleutels werken op basis van een rollende code. De sleutels moeten op het systeem aangeleerd worden. Er kunnen maximaal 2 sleutels aan het systeem aangeleerd worden. MED 3200 GH V2 8

Bediening Druk de elektronische sleutel op het contact dat in het voertuig geplaatst is. Zorg ervoor dat buitenste ringen en het middelste punt goed contact met elkaar maken. Inschakeling van het alarmsysteem met een elektronische sleutel 1. Neem de sleutel uit het contactslot. 2. Druk de elektronische sleutel op het contact. 3. De sirene zal 20 seconden lang een aanhoudende toon weergeven en de LED gaat constant branden. 4. Sluit binnen deze 20 seconden de auto af. 5. Na de uitstapvertraging van 20 seconden zullen de richtingaanwijzers twee keer oplichten en de sirene geeft tweemaal een tweetonig signaal. 6. De LED gaat knipperen. Het systeem is actief. Inschakeling van het alarm met elektronische sleutel en uitgeschakeld ultrasoon systeem 1. Zet de auto van het contact of open het bestuurdersportier. 2. Druk 1x op de LED-schakelaar als de LED brandt en uit de sirene klinkt éénmaal een tweetonig signaal. 3. Druk de elektronische sleutel op het contact. 4. De sirene zal 20 seconden lang een aanhoudende toon weergeven en de LED gaat constant branden. 5. Sluit binnen deze 20 seconden de auto af. 6. Na de uitstapvertraging van 20 seconden zullen de richtingaanwijzers vier keer oplichten en uit de sirene klinkt viermaal een tweetonig signaal. 7. De LED gaat knipperen. Het systeem is actief. 8. Het ultrasoon is eenmalig uitgeschakeld. Uitschakelen van het alarmsysteem met elektronische sleutel 1. Open de deur met de sleutel van het voertuig. 2. Als het systeem ingeschakeld was met de afstandsbediening van de auto zal het alarm afgaan. 3. Als het systeem ingeschakeld was met de elektronische sleutel kan het systeem binnen 15 seconden uitgeschakeld worden zonder dat het alarm afgaat. 4. Als de auto op contact gezet wordt zal het alarm direct afgaan. 5. Druk de elektronische sleutel op het contact. 6. Het alarm zal op de gebruikelijke manier uitschakelen. Aanleren van de elektronische sleutel 1. Het systeem moet uitgeschakeld zijn om de elektronische sleutels aan te leren. 2. Voer de nood procedure in met de mastercode of de persoonlijke code (zie noodprocedure). 3. Als de bevestigingspieptoon is beëindigd en de LED brandt constant, druk de codesleutel met het metalen gedeelte drie keer kort na elkaar op het codesleutel-contact. MED 3200 GH V2 9

Codekaart Op de codekaart staat het serienummers van de centrale en de mastercode van het systeem vermeld. Tevens staat er een beknopte omschrijving over het invoeren van de noodprocedure. Met de code kaart kan het alarmsysteem uitgeschakeld worden als de handzender of codesleutel (optie) niet meer werkt. Tevens kan met de code de anti-carjack functie uitgeschakeld worden. De code kaart wordt ook gebruikt om nieuwe codesleutels op het systeem aan te leren. LET OP: Bewaar de code kaart goed. Deze wordt slechts eenmalig bij het systeem verstrekt. Noodprocedure Opmerking: als de periode tussen de diverse stappen van de noodprocedure langer duurt dan 10 seconden, of er is een fout gemaakt, wacht dan 30 seconden en probeer de code opnieuw in te voeren. Oefen deze noodprocedure één keer, het voorkomt ergernis als de noodprocedure een keer echt uitgevoerd dient te worden. De noodprocedure dient als volgt uitgevoerd worden: 1. Uw noodcode is bijvoorbeeld 2473 (uw eigen code staat op de codekaart). 2. Open de auto met de sleutel (het alarm kan nu afgaan). 3. Doe de sleutel in het contact. 4. Zet het contact een keer aan en uit de LED gaat constant branden 5. Druk nu 2 keer op de LED schakelaar en wacht tot de LED uitgaat en weer aan. 6. Druk nu 4 keer op de LED schakelaar en wacht tot de LED uitgaat en weer aan. 7. Druk nu 7 keer op de LED schakelaar en wacht tot de LED uitgaat en weer aan. 8. Druk nu 3 keer op de LED schakelaar en wacht tot de LED uitgaat en weer aan. 9. De richtingaanwijzers lichten gedurende een aantal seconden op en de sirene geeft een tweetonig signaal. 10. U kunt nu binnen 5 minuten de auto op contact zetten, starten en wegrijden. Indien dit niet gebeurt, schakelt de startblokkering na 5 minuten weer in. 11. Als u het contact uitzet, zal na 5 minuten de startblokkering weer inschakelen en moet u opnieuw de noodcode inbrengen alvorens u weer kunt starten. Persoonlijke code Het is mogelijk om naast de mastercode ook een persoonlijke code in het systeem te programmeren. Deze code bestaat ook uit 4 cijfers en heeft de zelfde functionaliteit als de mastercode. De persoonlijke code kan net zo vaak gewijzigd worden als noodzakelijk is. MED 3200 GH V2 10

Programmeren of wijzigen van de persoonlijke code Het systeem moet uitgeschakeld zijn om de persoonlijke code in te voeren of te wijzigen. 1. Voer de noodprocedure in met de mastercode of de persoonlijke code (zie noodprocedure). 2. Als de bevestigingspieptoon is beëindigd en de LED brandt constant, druk dan zo vaak op de LED-schakelaar als het eerste cijfer van de nieuwe code. 3. Wacht tot de LED één keer uit en weer aan gaat. 4. Druk nu zo vaak op de LED-schakelaar als het tweede cijfer van de nieuwe code. 5. Herhaal dit tot alle 4 de cijfers ingevoerd zijn. 6. Als de vierde code is ingevoerd zal het systeem 4 pieptonen geven en de LED knippert viermaal. 7. Wacht tot de LED weer constant gaat branden. 8. Voer de nieuwe code nogmaals in. 9. Als het laatste cijfer is ingevoerd moet er een muzikale toonladder te horen zijn en de LED moet constant branden om aan te geven dat de nieuwe code in het systeem opgeslagen is. 10. Zet het contact een keer aan en uit of wacht 30 seconden. LET OP: Een serie pieptonen na elkaar in combinatie met een snel knipperende LED geeft aan dat er een fout is opgetreden. Wacht 30 seconden en begin opnieuw. Gebruik voor de code de cijfers 1 t/m 9; het invoeren van een 0 is niet mogelijk. Gebruik geen voor de hand liggende codes zoals 1111 De procedure kan op elk gewenst moment gestopt worden door 30 seconden te wachten of het contact een keer aan en uit te zetten. Als u tijdens de procedure langer dan 15 seconden wacht zal de procedure stoppen. De persoonlijke code kan ongelimiteerd gewijzigd worden. Snelheidsmeter (waarschuwt bij snelheidsoverschrijding) Indien het voertuig is voorzien van een analoog snelheidssignaal kan het alarm een waarschuwingssignaal geven als de ingestelde maximum snelheid overschreden wordt. Dit signaal wordt gegenereerd door de in de centrale ingebouwde buzzer of een extern aan te sluiten buzzer. Als het snelheidssignaal aangesloten is zal de LED zwak gaan branden, enkele seconden na het op contact zetten van het voertuig. Activeren van de buzzer Om de buzzer in te schakelen moet de LED-schakelaar tweemaal na elkaar ingedrukt worden. De buzzer zal iedere keer bij het indrukken van de knop een pieptoon geven. Als de knop tweemaal ingedrukt is zal de buzzer een tweetonig laag/hoog signaal geven ter bevestiging dat de buzzer is ingeschakeld. Deactiveren van de buzzer Om de buzzer uit te schakelen moet de LED-schakelaar driemaal na elkaar ingedrukt worden. De buzzer zal iedere keer bij het indrukken van de knop een pieptoon geven. Als de knop driemaal ingedrukt is zal de buzzer een tweetonig hoog/laag signaal geven ter bevestiging dat de buzzer is uitgeschakeld. MED 3200 GH V2 11

Waarschuwingssnelheid instellen Ga met het voertuig op de gewenste maximum snelheid rijden en houd deze vast. Houd de LED-schakelaar ingedrukt tot de buzzer een aantal korte pieptonen weergeeft. De maximum snelheid is nu ingesteld. Iedere keer als het voertuig boven deze snelheid komt klinkt er een lang piepsignaal van de buzzer. De opgeslagen maximum snelheid blijft in het systeem staan tot er een nieuwe snelheid ingesteld wordt (ook als de auto van contact is gezet). LET OP: Het systeem geeft alleen een waarschuwing en grijp niet in op de motor. Let altijd op de maximum snelheid die van toepassing is. Er kan altijd een afwijking zitten tussen de ingestelde snelheid en de waarschuwingssnelheid. Dit is afhankelijk van het aangeboden snelheidssignaal. Het systeem werkt niet bij snelheden onder de 10 à 15 km/u. Anti-carjacking Het alarmsysteem is voorzien van een anti-carjack functie. Deze functie zorgt ervoor dat de auto op het moment van carjacking gewoon blijft rijden maar een tweede keer starten van de auto zal niet mogelijk zijn. De anti-carjack functie kan op twee verschillende manieren worden geactiveerd, handmatig of automatisch. Handmatig Bij een handmatige inschakeling van het systeem moet de bestuurder een verborgen schakelaar indrukken om deze functie te activeren. Deze schakelaar dient op een plaats gemonteerd te zijn waar per ongeluk indrukken onmogelijk is (bv. bij het schoonmaken van de auto). Als de anti-carjack schakelaar losgelaten wordt zal de LED kort oplichten ter bevestiging. Als de anti-carjack schakelaar ingedrukt wordt met een uitgeschakeld contact zal de anti-carjack procedure starten als het contact ingeschakeld wordt. Automatisch Bij een automatische inschakeling van het systeem moet de bestuurder een schakelaar indrukken kort voor of na het op contact zetten van de auto. De anti-carjack functie wordt dan uitgeschakeld. Het uitschakelen van de anti-carjack functie moet 25 seconden voor of 25 seconden na het op contact zetten van het voertuig uitgevoerd worden. Ook als het contact even is uitgeschakeld geweest. Als de anti-carjack schakelaar losgelaten wordt zal de LED kort oplichten en een bevestigingstoon klinkt van de buzzer in de centrale. Als de automatische anti-carjack functie is uitgeschakeld en het contact is ingeschakeld, zal de schakelaar werken zoals de handmatige activering beschrijft. MED 3200 GH V2 12

Algemeen Als het contact is of wordt ingeschakeld zal de buzzer na 30 of 45 seconden een aantal pieptonen geven ter indicatie dat de anti-carjack functie actief is. Het is in beide gevallen niet meer mogelijk om deze functie te deactiveren zonder gebruik te maken van de pincode of de elektronische sleutel. Als de anti-carjack functie geactiveerd is kan het voertuig nog gewoon worden gestart; als de motor loopt zal deze blijven lopen. Als het contact nu uitgezet wordt, kan de auto de eerste 30 seconden gewoon weer gestart worden. Als het contact langer dan 30 seconden uitgeschakeld is, zal de sirene een aantal korte pieptonen geven. Als het contact nu weer ingeschakeld wordt, is de blokkering ingeschakeld. Tevens zullen de richtingaanwijzers constant gaan branden en de sirene geeft een aanhoudende toon. Als het contact nu wordt uitgezet en weer ingeschakeld, zal het alarm afgaan. Zet de anti-carjack functie uit met de pincode of de elektronische sleutel. Onderhoud Het systeem is onderhoudsvrij. Indien u de motorruimte reinigt met hoge druk, dient de sirene afgeschermd te worden. Controleer maandelijks de juiste werking van het systeem. Afstandsbediening Voor informatie over de afstandsbediening, raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de auto. MED 3200 GH V2 13

Systeemconfiguratie De volgende functies kunnen aangepast worden. 5 Systeem geheel uitschakelen 7 Richtingaanwijzers knipperen bij in- of uitschakelen van het systeem 9 Sirene-pieptoon bij in- of uitschakelen van het systeem 11 Uitschakelen status met ultrasoon 15 Uitschakelbeveiliging Om een gebruikerconfiguratie te laden, dienen de volgende stappen doorlopen te worden: 1. Zet het contact éénmaal aan en uit. Begin en eindig met een uitgeschakeld contact. 2. Druk 11 keer op de LED-schakelaar tot de sirene een ander signaal geeft. 3. Wacht tot de sirene een bevestiging geeft van een aantal pieptonen na elkaar. 4. Het systeem staat nu in de programmeermode. 5. Zoek de functie op in de lijst. 6. Druk nu net zo vaak op de knop van de LED als het nummer voor de functie aangeeft. 7. Let op; iedere keer als de knop ingedrukt wordt, moet de LED uitgaan en de sirene een pieptoon geven. Als de sirene niet gehoord wordt tijdens het indrukken van een toets mag deze niet geteld worden. 8. De LED zal ter bevestiging een aantal keren snel knipperen en daarna zal de sirene 5 seconden lang een tweetonig signaal geven; de LED gaat weer constant branden. 9. Als de programmering niet gelukt is of als de code niet bestaat zal de LED snel gaan knipperen en de sirene snel na elkaar een tweetonig signaal geven. 10. Herhaal de procedure vanaf stap 4. 11. Indien een tweede functie geprogrammeerd moet worden, ga dan naar stap 5. 12. Zet het contact aan en uit. De LED gaat uit en de centrale is uit de systeemprogrammeermode. Opties voor de gebruikerconfiguratie functie omschrijving 5 Systeem geheel uitschakelen Ingeschakeld / uitgeschakeld 7 Richtingaanwijzers bij in- of uitschakelen systeem Ingeschakeld / uitgeschakeld 9 Sirene-pieptoon bij in- of uitschakelen systeem Ingeschakeld / uitgeschakeld 11 Uitschakelen status met ultrasoon Ingeschakeld / uitgeschakeld 15 Uitschakelbeveiliging Ingeschakeld / uitgeschakeld toon bij inschakelen toon bij uitschakelen MED 3200 GH V2 14

Verklaring van functie ( 5 ) Systeem geheel uitschakelen Indien de auto voor onderhoud naar de garage gaat of voor een lange tijd niet gebruikt wordt kan het alarmsysteem geheel uitgeschakeld worden. (let op: vergeet niet het systeem weer aan te zetten) Als het systeem ingeschakeld wordt met een uitgeschakeld systeem zal de sirene 5 korte piepjes geven ( 7 ) Richting aanwijzers bij in of uitschakelen systeem Bij het in- en uitschakelen van het alarm, wordt er een bevestiging door de richtingaanwijzers gegeven. Indien dit niet gewenst is kan deze functie uitgeschakeld worden. LET OP: Als de auto zelf een knippersignaal geeft bij het bedienen van de originele handzender moet deze functie uitgeschakeld worden en kan er niet gekozen worden of de richtingaanwijzers bij het in- en uitschakelen mee knipperen. ( 9 ) Sirene pieptoon bij in- of uitschakelen systeem Bij het in- en uitschakelen van het alarmsysteem wordt er een bevestiging door de sirene gegeven. Indien dit niet gewenst is, kan deze functie uitgeschakeld worden. ( 11 ) Uitschakelen status met ultrasoon Het is mogelijk de status-uitgang uit te schakelen als het ultrasoon-systeem ook uitgeschakeld wordt. Als op deze uitgang bijvoorbeeld een hellingshoekdetector aangesloten wordt of een radarmodule zullen deze niet werken als het ultrasoon-systeem voor één cyclus uitgeschakeld wordt. ( 15 ) Uitschakelbeveiliging De uitschakelbeveiliging zorgt er voor dat het alarm weer inschakelt als er per ongeluk op de afstandsbediening gedrukt wordt. Als de auto met afstandsbediening uitgeschakeld wordt en er geen deur of kofferdeksel geopend wordt, zal het systeem na 40 seconden weer inschakelen. MED 3200 GH V2 15

Uw dealer: Copyright November 2008 V2 Autosound B.V. Marssteden 64 7547 TD Enschede Tel: 0900-1111276 E-mail: E-mail: Internet: info@autosound.nl helpdesk@autosound.nl www.autosound.nl Technische wijzigingen voorbehouden MED 3200 GH V2 16