Toetsbeleid 2014-2015 Kenmerk: 2014-51 Voorgenomen besluit directie: 26-06-2014 Instemming MR: 08-07-2014 Vastgesteld directie: 17-07-2014 Vastgesteld bestuur: 0
Inhoudsopgave 1 Visie... 2 1.1 Toetsbeleid in een breder perspectief... 2 1.2 TOETSEN... 3 1.3 SECTIE AFSPRAKEN... 4 2 KWALITEITSEISEN PROEFWERKEN... 4 2.1 GEMEENSCHAPPELIJKE AFSPRAKEN t.a.v. toetsen... 5 2.1.1 Borging van kwaliteit... 5 2.1.2 Beoordelingsnorm... 5 2.1.3 Kwaliteit van toetsing... 5 2.1.4 Inzage en/of nabespreking... 5 2.1.5 Lay-out... 5 2.1.6 Dyslectische leerlingen... 5 2.1.7 In zaken waarin dit beleid niet voorziet, beslist de schoolleiding.... 6 2.2 VOOR DE ONDERBOUW GELDT:... 6 2.2.1 Het opgeven van toetsen... 6 2.2.2 Het cijferrapport... 6 2.2.3 Weging... 6 2.2.4 Beoordeling... 6 2.2.5 Dakpanklas... 6 2.2.6 Inhaaltoetsen... 6 2.3 VOOR DE BOVENBOUW GELDT:... 7 2.3.1 Programma van toets en afsluiting... 7 2.3.2 Toetsrooster... 7 2.3.3 Schoolexamen... 7 2.3.4 Weging toetsen/schoolexamen... 7 2.3.5 Verhindering van / te laat komen voor SE... 7 2.3.6 Vrijstelling van toetsen... 8 2.3.7 Onderdelen examendossier... 8 2.3.8 Herkansing van toetsen voor pre-examenklassen... 8 2.3.9 Toelating tot het centraal examen... 8 3 VOLGTOETSEN... 9 4 EVALUATIE EN BORGING... 9 5 Bijlage... 9 1
1 VISIE Het Maerlant werkt voortdurend aan de kwaliteit en de borging van de toetsen en het schoolexamen. De uitgangspunten daarvoor staan in het Maerlant toetsbeleid. Het Maerlant zet in op kwalitatief hoogwaardige toetsen. De toetsen geven docenten en leerlingen een duidelijk beeld van het niveau van de leerling, de beheersing van de leerstof en vaardigheden en de ontwikkeling hierin van de individuele leerling. Dit beeld leidt tot een juiste determinatie van de leerling en verbetert bovendien de effectiviteit van de lessen. Voor de leerling kan het bovendien leiden tot het aanpassen van de leerstrategieën. Kwalitatief goede toetsen zijn voorwaarden om te kunnen komen tot doorlopende leerlijnen en goede schoolexamens. 1.1 Toetsbeleid in een breder perspectief Het toetsbeleid staat -in alle stappen van de procedures in alle geledingen die genoemd worden- in het teken van de kwaliteitscyclus van Deming: We maken plannen, voeren ze uit, evalueren of ze goed zijn uitgevoerd, meten het effect en stellen onze nieuwe plannen bij naar aanleiding van de evaluatie en meting. Deze afbeelding visualiseert de manier van werken van de secties en schoolleiding. De secties werken voortdurend aan de verbetering van de inhoudelijke kwaliteit van de toetsen en de beoordeling daarvan. De schoolleiding monitort de uitvoering en naleving van het beleid. Met een schoolbreed toetsbeleid wil het Maerlant de kwaliteiten van leerlingen beter zichtbaar en meetbaar maken. Het niveau van leerling wordt hiermee bepaald. Belangrijk onderdeel is dus ook de determinatie van de leerlingen en daarmee samenhangend de differentiatie in toetsen. Het in beeld brengen van leerlingen betekent dat de school zicht heeft op de kennis, vaardigheden en persoonlijke kwaliteiten van leerlingen. Een volledig beeld helpt om inhoud en de didactiek van de lessen aan te passen aan het leerlingprofiel en verder helpt het om het beste uit iedere leerling te halen. 2
Uitgangspunten bij het in beeld brengen van de leerlingen Het Maerlant is een schakel tussen basisschool en vervolgonderwijs. Het is ten eerste van belang dat helder is waar leerlingen vandaan komen en wat hun instroomniveau is. Ten tweede is het van belang om precies te weten, wat het eindniveau moet worden. Dit niveau wordt bepaald door de eisen van het eindexamen en de verwachtingen van het vervolgonderwijs. De toetsen en leerstof van de onderbouw staan beschreven in de vakwerkplannen van de secties. Alle toetsen en leerstof van de bovenbouw staan beschreven in het programma van toets en afsluiting (PTA). In het PTA staan de volgende onderdelen: het examenreglement, de bevorderingsnormen, het toetsrooster en de herkansingsregeling. 1.2 Toetsen Het Maerlant onderscheidt verschillende soorten toetsen en toets momenten. - Proefwerken: Een proefwerk is een toets die een grotere leerstofeenheid toetst. Het zal in de meeste gevallen gaan over een hoofdstuktoets of een toets die de lesstof van meerdere hoofdstukken bestrijkt. De toets duurt meestal één lesuur. - Schriftelijke overhoring: Een S.O. is een al dan niet onverwachte toets met een beperkte omvang. Doorgaans gaat het om één of twee onderdelen uit de lesstof van een periode en is de duur korter dan een lesuur. - Mondelinge overhoring: Zie boven (S.O.), maar mondeling afgenomen.. - Vaardigheidstoets: Bij de MVT betreft dit ook toetsen die bepaalde vaardigheden toetsen, zoals luister- en leestoetsen. - Werkstukken: leerlingen worden hierbij uitgedaagd om een onderzoek uit te voeren en daarvan een verslag te maken - Practicum: Vakgerichte toets in een praktijk simulerende omgeving - Praktische opdracht: is een klein onderzoek of een ontwerpopdracht. - Presentatie is een voordracht over een bepaald onderwerp of werkstuk. - Handelingsopdracht is een praktische opdracht die niet met een cijfer wordt beoordeeld maar met een onvoldoende, voldoende of goed - Profiel- of sectorwerkstuk is een praktische opdracht voor leerlingen in de laatste klas uit de bovenbouw van het vmbo, havo en vwo die als een meesterproef dient. Leerlingen worden in de gelegenheid gesteld om producten te plaatsen in hun (elektronische) portfolio ( ELO ). 3
1.3 Sectie afspraken De verdeling van de lesstof over de leerjaren (of per leerjaar) wordt in de secties vastgelegd. De hoeveelheid en inhoud van proefwerken, schriftelijke overhoringen en andere toetsen en doorlopende OBIT-verhouding wordt per leerjaar vastgelegd in het vakwerkplan van de sectie voor de onderbouw en het PTA voor de bovenbouw. Voor de onderbouw is dit nog niet bij alle vakken gerealiseerd. De doorlopende leerlijn van het betreffende vakgebied wordt door de sectie vastgesteld en bewaakt. 2 KWALITEITSEISEN PROEFWERKEN Bij het maken van het proefwerk, het correctiemodel en de normering wordt de koninklijke weg ( zie 2.1 ) gevolgd. De resultaten van de proefwerken worden met elkaar geëvalueerd; Proefwerken dienen OBIT-proof te zijn: - uitgangspunten zijn de percentages die geadviseerd zijn door APS in 2013-2014; - exacte percentages worden bepaald door de sectie per afdeling. Taalgebruik in de toetsen verdient extra aandacht: - de instructie en vraagstelling is duidelijk en eenduidig; - het taalniveau is overeenkomstig de referentieniveaus. De sectie kan besluiten om in deelsecties te werken voor de onderbouw en de tussentijdse toetsen van de bovenbouw. De schoolexamens worden door de gehele sectie vastgesteld en van beoordelingsnormering en cesuur voorzien. Na afname van het schoolexamen worden de behaalde resultaten geanalyseerd op resultaten en foutencategorieën. De schoolleiding houdt met de sectie in de gaten dat aan de kwaliteitseisen van OBIT wordt voldaan. Verder legt de schoolleiding samen met de sectie een prestatieafspraak vast voor de te behalen resultaten ten aanzien van twee indicatoren: het verschil tussen het eindcijfer van het SE en het CS(P)E kleiner is dan 0,5 en het gemiddelde CE-cijfer. De sectie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van toetsing/schoolexamen en de borging van de afspraken in het vakwerkplan. 4
2.1 GEMEENSCHAPPELIJKE AFSPRAKEN t.a.v. toetsen 2.1.1 Borging van kwaliteit De kwaliteitsborging van toetsen vindt in de secties plaats middel de Koninklijke weg. De Koninklijke weg is een systematische inventarisatie van wat docenten kunnen doen om de kwaliteit van de toetsen te borgen. 2.1.2 Beoordelingsnorm De sectie spreekt samen af welke beoordelingsnorm gehanteerd wordt voor de toetsen. De normering per vraag is terug te vinden op de toets. 2.1.3 Kwaliteit van toetsing De secties zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de toetsen. 2.1.4 Inzage en/of nabespreking Binnen 10 schooldagen heeft de docent een toets nagekeken, besproken en ingevoerd in Magister. Een leerling heeft te allen tijde het recht om een gemaakte toets in te zien. 2.1.5 Lay-out In de koptekst staat vermeld: het vak, de leerstof, het leerjaar, het Maerlant logo en de versie. In de voettekst staat de paginanummering en het einde van de toets. Verder staat er naast elke vraag het aantal punten. Het lettertype van de toets is Arial 12. Een voorbeeld van de lay-out van een toets is te vinden op de X-schijf. 2.1.6 Dyslectische leerlingen Zie dyslexiebeleid en dyslexiekaart van de betreffende leerlingen. Afwijking wijze van examineren: Voor een dyslectische kandidaat of iemand daaraan gelijk gesteld, kunnen de examencondities aangepast worden op grond van een rapport van een deskundige, (art. 55.1 examenbesluit) waarin is aangegeven welke maatregelen nodig zijn. Deze aanpassingen betreffen zowel het schoolexamen als het centraal examen. Afhankelijk van de mate, de ernst en het soort dyslexie komen de volgende maatregelen voor: - verlenging van de examentijd (hoogstens 30 minuten) - auditieve ondersteuning - ICT-ondersteuning 5
2.1.7 In zaken waarin dit beleid niet voorziet, beslist de schoolleiding. 2.2 VOOR DE ONDERBOUW GELDT: 2.2.1 Het opgeven van toetsen Proefwerken worden minimaal vijf schooldagen van te voren met de omschrijving van de lesstof opgegeven aan de leerlingen. De docent zet elke toets in Magister en het klassenboek (indien aanwezig). Een leerling mag : één proefwerk per schooldag krijgen, met een maximum van 4 per week. maximaal 2 so s per dag of 1 proefwerk en 1 so per dag Dit geldt niet bij herkansing en inhaalwerk. 2.2.2 Het cijferrapport In de onderbouw bestaat het schooljaar uit 3 periodes. Na iedere periode volgt een cijferrapport. De bevordering geschiedt op basis van het eindrapport. Het eindrapport cijfer wordt als volgt berekend: Vwo, Havo en VMBO TL: ( 1 x cijfer Rapport 1 + 2 x cijfer Rapport 2 + 2 x cijfer Rapport 3): 5 = cijfer eindrapport Vmbo BB en KB: eindcijfer: ( 1 x cijfer Rapport 1 + 1 x cijfer Rapport 2 + 1 x cijfer Rapport 3): 3 = cijfer eindrapport Het aantal toetsen per periode is tenminste 3. Een één-uursvak heeft tenminste 2 toetsen. De schoolleiding bewaakt dit proces. 2.2.3 Weging De weging van toetsen wordt in sectieverband of in teamverband (bij vakoverstijgend werken) vastgesteld. 2.2.4 Beoordeling Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van cijfers met één decimaal achter de komma. Het laagste cijfer is een 1,1. Niet gemaakt werk wordt weergegeven met het cijfer 1,0 tot de toets is ingehaald. 2.2.5 Dakpanklas Voor dakpanklassen geldt dat er wordt lesgegeven op het hoogste niveau en becijferd wordt op het laagste niveau. 2.2.6 Inhaaltoetsen Als een leerling absent is ten tijde van een toets haalt hij/zij deze in na terugkomst op school. De leerling dient zich binnen vijf schooldagen bij de docent te melden voor het maken van een afspraak. De gemiste toets wordt bij voorkeur ingehaald op het ingeroosterde inhaalmoment. 6
2.3 VOOR DE BOVENBOUW GELDT: 2.3.1 Programma van toets en afsluiting De rector stelt namens het bevoegd gezag het Programma van toetsing en afsluiting vast. In het programma van toetsing en afsluiting wordt in elk geval aangegeven: a. voor ieder examenvak de stof waarop het schoolexamen betrekking heeft; b. de verdeling van de stof over de toetsen van het schoolexamen; c. of het schoolexamen schriftelijk, mondeling, praktisch dan wel een combinatie hiervan is ; d. de regels die aangeven op welke wijze het eindcijfer voor het schoolexamen voor een kandidaat tot stand komt; e. voor ieder eindexamenvak het tijdvak of de tijdvakken waarin de toetsing of het schoolexamen zal plaatsvinden. Het examenreglement wordt door het bevoegd gezag jaarlijks vóór 1 oktober toegezonden aan de inspectie en is zichtbaar voor de kandidaten op de site van het Maerlant. Het programma van toetsing en afsluiting wordt jaarlijks vóór 1 oktober op de website geplaatst ter inzage voor de leerlingen en toegezonden aan het bevoegd gezag en de inspectie. 2.3.2 Toetsrooster Het toetsrooster wordt verzorgd door de roostermaker in samenspraak met de afdelingsleider (preexamenklassen) of de examensecretaris (examenklassen). Het streven is om een evenwichtige verdeling in de week te maken en de leerling ruimte te bieden voor een goede voorbereiding. De toetsen van de pre-examenklassen worden afgenomen tijdens de zes toetsperioden (zie jaarkalender en PTA). Het toetsrooster van de examenklassen staat tenminste twee weken voor de SE-week op de website, zodat voldoende tijd is voor het plannen en het leren van de lesstof. 2.3.3 Schoolexamen Schriftelijk examen Het schoolexamen in een vak kan geschieden in het derde, vierde, vijfde en zesde leerjaar door middel van opdrachten SE, zoals toetsen, praktische opdrachten, presentaties, handelingsopdrachten en een profielwerkstuk. Mondelinge toets 1. Indien de examinator of de kandidaat tijdig (minimaal 2 weken voor de toets) de wens te kennen geeft, kan een mondelinge toets bijgewoond worden door een docentgecommitteerde, aangewezen door de rector (tenzij hem na onderzoek blijkt dat dit praktisch niet uitvoerbaar is). 2. Op voorstel van de vakgroep kan de rector beslissen dat een gedeelte van het schoolexamen wordt bijgewoond door een gecommitteerde die niet aan de school is verbonden. De adviezen van deze gecommitteerden dienen ter ondersteuning van de beoordeling door de docent(en). 2.3.4 Weging toetsen/schoolexamen De weging en de berekening van het eindcijfer zijn vastgelegd in het PTA. 2.3.5 Verhindering van / te laat komen voor SE De regels omtrent verhindering zijn vastgelegd in het examenreglement. 7
2.3.6 Vrijstelling van toetsen Een kandidaat die zakt, doet het gehele examenjaar over; en hij heeft in principe geen recht op vrijstellingen. Mocht, op advies van de vakdocent, de betreffende afdelingsleider besluiten tot het verlenen van een vrijstelling, wordt dit in een zogenaamde akte van vrijstelling vastgelegd. In deze akte wordt tevens vermeld welke vervangende opdracht(en) gedaan dient te worden. De akte wordt ondertekend door ouder(s)/verzorger(s), kandidaat en afdelingsleider. De akte wordt opgenomen in het (examen)dossier van de kandidaat. De ouder(s)/verzorger(s), kandidaat, afdelingsleider en betrokken docent(en) ontvangen een kopie van de akte. 2.3.7 Onderdelen examendossier De examinator kan in het kader van het schoolexamen een opdracht (b.v. een verslag, een presentatie, een profielwerkstuk enz.) geven. Hij vermeldt daarbij de eisen waaraan de opdracht moet voldoen en de datum waarop hij moet zijn voltooid. Het examenbureau neemt het werk in ontvangst en tekent het tijdstip van inleveren op. De kandidaat die niet op tijd werkstukken inlevert, begaat een onregelmatigheid (zie Examenreglement.) De leerling heeft bewaarplicht van alle opdrachten en moet deze overleggen, als de examinator daar om vraagt. De school bewaart de resultaten. 2.3.8 Herkansing van toetsen voor pre-examenklassen 1. Van alle toetsen uit toetsperiode 1 en 2 kan ten hoogste één toets herkanst worden. 2. Van alle toetsen uit toetsperiode 3, 4 en 5 kan ten hoogste één toets herkanst worden. 3. Toetsen die in de laatste toetsperiode (= periode 6) worden afgenomen, kunnen niet herkanst worden. 4. De schriftelijke toetsen over de te lezen boeken, de luistertoetsen, de mondelinge toetsen, de schriftelijke overhoringen en de practica zijn niet herkansbaar. 5. Een kandidaat die om een geldige reden een toets heeft gemist, haalt deze tijdens de herkansingsronde in. Voor deze ingehaalde toets bestaat geen recht op herkansing. 6. De schriftelijke aanmelding voor de herkansing moet uiterlijk vijf schooldagen voor de herkansingsdatum bij de afdelingsleider ingediend worden. 7. De kandidaat die, na een schriftelijke aanmelding, afziet van herkansing, moet zich uiterlijk twee schooldagen voor de herkansingsdatum bij de afdelingsleider afmelden. 8. Bij afwezigheid zonder afmelding verliest de kandidaat, voor het betreffende vak gedurende de rest van het schooljaar, het recht op herkansing. 9. Het hoogste cijfer geldt. 10. 2.3.9 Toelating tot het centraal examen De kandidaat wordt toegelaten tot het centraal examen van een vak, als hij 5 schooldagen voor de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen het schoolexamen heeft afgerond. Het schoolexamen is afgerond als: 1. de kandidaat alle onderdelen van een vak met een schoolexamen / centraal examen heeft gedaan en de examinator ze heeft beoordeeld; 2. de vakken en examenonderdelen die bij de uitslag niet met een cijfer worden beoordeeld, alsmede de maatschappelijke stage door de examinator zijn beoordeeld als goed of voldoende. 8
3 VOLGTOETSEN Vanaf de brugklas maken we gebruik van de volgtoetsen van Cito VAS. Dit gebeurt op vier momenten tijdens de schoolloopbaan van de leerling. De toetsen verschaffen inzicht in de algemene beheersing van de kernvaardigheden en de sterke en zwakke punten van de leerlingen. -Toets 0, eerste klas: september, oktober -Toets 1, eerste klas: april -Toets 2, tweede klas: april -Toets 3, derde klas: april In de Cito VAS wordt het volgende getoetst: Nederlands leesvaardigheid Nederlandse woordenschat Taalverzorging Engels leesvaardigheid Engels woordenschat Rekenen/ wiskunde Via de Cito-portal is inzage in de diverse scoreformulieren mogelijk. De notitie van de functionele niveaus volgens Meijerink (referentieniveaus) staat hierbij vermeld. 4 EVALUATIE EN BORGING Er vindt doorlopend evaluatie van de toetsen plaats door de leden van de secties. De sectieleden evalueren de toetsen met de beoordeling en hun analyse van de opbrengsten. De gemaakte afspraken worden geborgd in het vakwerkplan. De directie stuurt op de evaluatie van de schoolexamens en ziet er op toe dat gemaakte afspraken worden omgezet in concrete acties. Het verslag van de sectievergadering wordt door de schoolleiding met een vertegenwoordiging van de sectie en het sectiehoofd besproken. 5 Bijlage Aan het toetsbeleid gerelateerde documenten zijn te vinden op de website: 1. PTA 2. leerlingenstatuut 3. examenreglement 4. bevorderingsnormen 5. dyslexiebeleid 6. format lay-out 9