Gereformeerde. Scholengemeenschap. Randstad. Richtlijnen voor de bevordering havo/vwo vmbo September 2007 Richtlijnen voor bevordering september 2007 0
In dit boekje staan de richtlijnen voor de bevordering voor alle klassen. Deze richtlijnen gelden met ingang van het schooljaar 2007-2008. Inhoudsopgave: Eerste en tweede leerjaar havo en vwo inleiding 2 Richtlijnen voor bevordering vanuit de brugklas 3 Richtlijnen voor de bevordering vanuit klas havo-2 en vwo-2 5 Derde leerjaar havo en vwo 6 Bovenbouw havo/vwo 7 Onderbouw vmbo inleiding 10 Richtlijnen voor bevordering vanuit de brugklas 11 Richtlijnen voor de bevordering vanuit T2 12 Richtlijnen voor de bevordering vanuit B2 13 Richtlijnen voor de bevordering vanuit T3 14 Richtlijnen voor de bevordering vanuit KB3 15 Richtlijnen voor de bevordering vanuit BB3 15 Rotterdam, 20 september 2007 Richtlijnen voor bevordering september 2007 1
eerste en tweede leerjaar havo en vwo INLEIDING De richtlijnen voor bevordering in de onderbouw havo en vwo zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten. 1. De richtlijnen zijn bedoeld om alle leerlingen te helpen in te stromen op een bij hun capaciteiten passend onderwijsniveau. 2. Bevordering naar een bepaalde stroom gebeurt op basis van behaalde resultaten, niet op basis van verwachtingen. 3. Zittenblijven wordt zoveel mogelijk tegengegaan. 4. Alle vakken zijn even belangrijk. 5. Op het eindrapport worden de cijfers voor de vakken in hele getallen gegeven. Als in de richtlijnen wordt gesproken over puntentotalen, betreft het de som van deze cijfers. 6. Van de richtlijnen kan in gevallen dat en leerling de richtlijnen op één of twee punten niet haalt worden afgeweken; dit wordt beslist door de vergadering van betrokken docenten. Argumenten die een rol kunnen spelen betreffen: a. persoonlijke omstandigheden b. gegevens over motivatie, faalangst, welbevinden, dyslexie, etc. c. gedrag, werkhouding, huiswerk, etc. 7. tekort : elk punt dat een cijfer lager is dan een 6. Een 4 is dus twee tekorten. Onvoldoende: een cijfer lager dan een 6 Doorstromen: de leerling vervolgt de opleiding op het niveau waar hij zit. Concreet: Vanuit de brugklas Vanuit de 2 e klas havo/vwo havo-2 havo-2 havo-3 vwo gym-2 of ath-2 gym-2 of ath-2 gym-3 of ath-3 Opstromen: de leerling vervolgt de opleiding op een zwaarder niveau. Concreet: Vanuit de brugklas Vanuit de 2 e klas vmbo/havo havo-2 havo/vwo gym-2 of ath-2 havo-2 gym-3 of ath-3 vwo n.v.t. gym-2 of ath-2 n.v.t. Afstromen: de leerling vervolgt de opleiding op een minder zwaar niveau. Concreet: Vanuit de brugklas Vanuit de 2 e klas havo/vwo vmbo-2(t) havo-2 vmbo-3(t) vwo havo-2 gym-2 of ath-2 havo-3 Richtlijnen voor bevordering september 2007 2
Richtlijnen voor bevordering vanuit de brugklas Doorstromen of opstromen De keuze voor door- of opstromen wordt bepaald in 2 stappen. Eerst wordt gekeken naar het gemiddelde rapportcijfer. Als dat geen uitsluitsel geeft, worden de resultaten van de niveau-adviezen van de diverse docenten ingebracht. Het gemiddelde rapportcijfer Van het gemiddelde rapportcijfer wordt bij de beslissing als volgt gebruik gemaakt: gemiddeld rapportcijfer hoogstens 7,8 doorstromen gemiddeld rapportcijfer tenminste 7,8 opstromen Opmerkingen: 1. Bij de bepaling van het gemiddelde rapportcijfer telt het wiskundecijfer 2 keer, de overige cijfers 1 keer. (Hiermee wordt recht gedaan aan het feit, dat wiskunde het enige exacte vak is in de brugklas, terwijl voor de determinatie van belang is dat vanaf de tweede klassen meer exacte vakken gaan meetellen.) 2. Opstroom vanuit de havo/vwo-brugklas naar gymnasium-2 is mogelijk wanneer bovendien het Puntentotaal voor de vakken Nederlands, Engels en Frans 23, waarbij er geen 6 voor deze vakken mag staan. (d.w.z.. minimaal 7,8,8 of 7,7,9) en de docenten positief adviseren. 3. Doorstromen vanuit de vwo-brugklas naar gym-2 kan wanneer: het gemiddelde eindcijfer tenminste 7,3 is én het gemiddelde eindcijfer voor de talen tenminste 7,5 is én de docentenvergadering een positief advies geeft 4. Door de procedure bij de instroom vanuit de basisschool zitten alle leerlingen op een niveau dat zij zeker moeten aankunnen. Verwacht mag worden dat ze voor elk vak tenminste kunnen doorstromen naar hetzelfde opleidingsniveau in het tweede leerjaar. 5. Door elke docent wordt een inschatting van het niveau van de leerling gegeven. Juist door de combinatie vanuit de diverse vakken ontstaat een totaalbeeld, dat voldoende van waarde mag worden geacht als extra informatie naast wat uit de behaalde cijfers blijkt. Afstromen In principe kunnen leerlingen niet blijven zitten in de brugklas. Aan het einde van de klas wordt dus beslist over doorstroom, opstroom of afstroom. Bij de beslissing tot afstroom wordt de volgende richtlijn gebruikt: een leerling kan niet doorstromen bij meer dan 3 tekorten; er is geen compensatieregeling. Opmerkingen: 1. Afstromen voor leerlingen in de vwo-brugklas betekent een bevordering naar havo-2. 2. Er zijn situaties denkbaar waarin de keuze voor zittenblijven redelijker is dan afstroom, bijvoorbeeld wanneer een leerling een groot deel van het jaar ziek is geweest; dit wordt bij de beslissing meegewogen. Richtlijnen voor bevordering september 2007 3
Richtlijnen voor de bevordering vanuit klas havo-2 en vwo-2 Doorstromen Een leerling wordt bevorderd naar de derde klas indien voldaan wordt aan de volgende 2 voorwaarden: 1. een gemiddelde van tenminste 6,0 op het eindrapport 2. maximaal 4 tekorten Opstromen Een leerling kan voor opstromen in aanmerking komen bij de bevordering van klas 2 naar klas 3 wanneer voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. het gemiddelde op het eindrapport is tenminste 7,5 2. er zijn geen tekorten 3. er is voldoende draagvlak Draagvlak: een leerling wordt voorgedragen voor opstroom op initiatief van de mentor en de teamleider; zij melden dit aan de docenten op de overgangsvergadering alle aanwezigen geven, zonder voorafgaande bespreking, hun eerste reactie d.m.v. een peiling; o indien voldoende draagvlak ( 75% van de aanwezigen): aldus besloten; o indien grote twijfels (< 25% van de aanwezigen positief): niet doen; o inhoudelijke bespreking indien verdeeld draagvlak (tussen 25% en 75% van de aanwezigen); daarna definitieve besluitvorming. Afstromen Wanneer een leerling niet naar een volgende klas kan door- of opstromen, geeft de docentenvergadering een advies voor het vervolg van de schoolloopbaan. Richtlijnen voor bevordering september 2007 4
richtlijnen voor bevordering derde leerjaar havo en vwo - In alle (voor klas 4) te kiezen examenvakken tezamen mogen maximaal 2 tekorten zitten, mits er minimaal twee punten compensatie zijn bij de overige examenvakken. - In alle (in klas 3 gevolgde) vakken tezamen mogen maximaal 4 tekorten zitten. opmerking: aan profielvakken worden geen specifieke voorwaarden meer gesteld Richtlijnen voor bevordering september 2007 5
bovenbouw havo/vwo Bevorderingsregeling vwo 5 1. Een leerling kan zonder meer doorstromen wanneer hij volgens de slaag/zak-regeling voor het eindexamen geslaagd zou zijn. Wanneer de resultaten niet aan deze eisen voldoen, neemt de docentenvergadering een beslissing over doubleren, gehoord het advies van de mentor. In zijn advies neemt de mentor in ieder geval de volgende overwegingen mee: a. De algemene motivatie van de leerling; b. Het verwachte effect van doubleren op de motivatie; c. De bereidheid en mogelijkheid om in de vakantieperiode extra taken te doen; d. De kans van slagen in het volgende leerjaar; hierbij spelen de behaalde resultaten voor de SE-toetsen een belangrijke rol; e. De capaciteiten van de leerling; f. Persoonlijke omstandigheden, zowel in de achterliggende periode als naar inschatting in de nabije toekomst. 2. Een leerling doubleert in elk geval: wanneer het aantal tekorten groter is dan de helft van het aantal vakken waarin hij examen wil doen en/of wanneer hij voor handelingsdelen uit het af te sluiten leerjaar nog een onvoldoende heeft staan. Voor een uitwerking en toelichting op de regeling betreffende de handelingsdelen: zie de bijlage. Bij de overgang telt godsdienst mee als ware het een examenvak. 3. Er kunnen taken worden opgedragen (zie ook punt 1c), waarover bindende afspraken door de docentenvergadering worden vastgelegd. Herexamens voor de overgang worden niet gegeven. 4. Doubleren betekent dat het hele onderwijsprogramma (gebaseerd op 1000 uren onderwijs per leerjaar) opnieuw wordt gevolgd. Dat wil zeggen: a. alle toetsen met open en gesloten vragen worden opnieuw gedaan; b. alle praktische opdrachten worden opnieuw gedaan; c. alle handelingsdelen en alle lessenwerk wordt opnieuw gedaan, behalve wanneer daarover van tevoren andere afspraken worden gemaakt; d. wanneer voor dezelfde toets een lager cijfer wordt behaald dan in het vorige schooljaar behaald werd, mag dit betere resultaat alsnog blijven gelden, wanneer dit past als ware het een herkansing. Samengevat: 1. Zitten blijven: bij meer tekorten dan de helft van het aantal examenvakken en/of een <o> voor een handelingsdeel 2. Bevordering: bij max. 2 onvoldoendes, max. 1 onvoldoende in profiel; max. 1x4 en 1x5 3. Het gebied tussen regel 1 en 2 is de bespreekmarge; het docententeam beslist. 4. Herexamens voor de overgang worden niet gegeven. 5. Onvoldoende handelingsdelen uit periode 6 dienen vóór aanvang van de zomervakantie in orde te worden gemaakt of indien onmogelijk in de vakantieperiode. Richtlijnen voor bevordering september 2007 6
Bevorderingsregeling h4 en v4 per augustus 2007 1. Zitten blijven bij: meer tekorten dan de helft van het aantal vakken dat in het desbetreffende leerjaar gevolgd wordt 2. Bevordering bij: - 1 x 5 of 1 x 4-2 x 5, maar dan 2 compensatiepunten nodig - 1 x 4 + 1 x 5, maar dan 3 compensatiepunten nodig 3. Het gebied tussen regel 1 en 2 is de bespreekmarge; het docententeam beslist. 4. Herexamens voor de overgang worden niet gegeven. Richtlijnen voor bevordering september 2007 7
onderbouw vmbo INLEIDING De richtlijnen voor bevordering in de onderbouw vmbo zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten. 1. De richtlijnen zijn bedoeld om alle leerlingen te helpen in te stromen op een bij hun capaciteiten passend onderwijsniveau. 2. Bevordering naar een bepaalde stroom gebeurt op basis van behaalde resultaten, niet op basis van verwachtingen. 3. Zittenblijven wordt zoveel mogelijk tegengegaan. 4. Alle vakken zijn even belangrijk. 5. Op het eindrapport worden de cijfers voor de vakken in hele getallen gegeven. Als in de richtlijnen wordt gesproken over puntentotalen, betreft het de som van deze cijfers. 6. Van de richtlijnen kan in gevallen dat en leerling de richtlijnen op één of twee punten niet haalt worden afgeweken; dit wordt beslist door de vergadering van betrokken docenten. Argumenten die een rol kunnen spelen betreffen: a. persoonlijke omstandigheden b. gegevens over motivatie, faalangst, welbevinden, dyslexie, etc. c. gedrag, werkhouding, huiswerk, etc. 7. tekort : elk punt dat een cijfer lager is dan een 6. Een 4 is dus twee tekorten. Onvoldoende: een cijfer lager dan een 6 De betekenis van een aantal gebruikte begrippen: Doorstromen: de leerling vervolgt de opleiding op het niveau waar hij zit. Concreet: Vanuit de brugklas Vanuit de 2 e klas Vmbo beroepsg. lw-2 beroepsg. lw-2 beroepsg. lw.-3 vmbo/havo theor. lw.-2 theor. lw.-2 theor. lw.-3 Opstromen: de leerling vervolgt de opleiding op een zwaarder niveau. Concreet: Vanuit de brugklas Vanuit de 2 e klas Vmbo theor. lw.-2 beroepsg. lw-2 theor. lw-3 vmbo/havo havo-2 theor. lw-2 havo-3 Afstromen: de leerling vervolgt de opleiding op een minder zwaar niveau. Concreet: Vanuit de brugklas Vanuit de 2 e klas vmbo/havo beroepsg. lw-2 theor. lw-2 beroepsg. lw.-3 Richtlijnen voor bevordering september 2007 8
Richtlijnen voor bevordering vanuit de brugklassen vmbo Doorstromen of opstromen De keuze voor door- of opstromen wordt bepaald in 2 stappen. Eerst wordt gekeken naar het gemiddelde rapportcijfer. Als dat geen uitsluitsel geeft, worden de resultaten van de niveau-adviezen van de diverse docenten ingebracht. Het gemiddelde rapportcijfer Van het gemiddelde rapportcijfer wordt bij de beslissing als volgt gebruik gemaakt: gemiddeld rapportcijfer hoogstens 7,8 doorstromen gemiddeld rapportcijfer tenminste 7,8 opstromen Opmerkingen: 1. Door de procedure bij de instroom vanuit de basisschool zitten alle leerlingen op een niveau dat zij zeker moeten aankunnen. Verwacht mag worden dat ze voor elk vak tenminste kunnen doorstromen naar hetzelfde opleidingsniveau in het tweede leerjaar. 2. Door elke docent wordt een inschatting van het niveau van de leerling gegeven. Juist door de combinatie vanuit de diverse vakken ontstaat een totaalbeeld, dat voldoende van waarde mag worden geacht als extra informatie naast wat uit de behaalde cijfers blijkt. Afstromen In principe kunnen leerlingen niet blijven zitten in de brugklas. Aan het einde van de klas wordt dus beslist over doorstroom, opstroom of afstroom. Bij de beslissing tot afstroom wordt de volgende richtlijn gebruikt: een leerling kan niet doorstromen bij meer dan 3 tekorten; er is geen compensatieregeling. Opmerkingen: a. Afstromen voor leerlingen in de vmbo/havo-brugklas betekent een bevordering naar beroepsgerichte leerweg 2 (b2). b. Er zijn situaties denkbaar waarin de keuze voor zittenblijven redelijker is dan afstroom, bijvoorbeeld wanneer een leerling een groot deel van het jaar ziek is geweest; dit wordt bij de beslissing meegewogen. Richtlijnen voor bevordering september 2007 9
Richtlijnen voor de bevordering vanuit Theoretische Leerweg 2 (T2) Doorstromen Een leerling wordt bevorderd naar Theoretische Leerweg 3 (T3) indien voldaan wordt aan de volgende 2 voorwaarden: 1. een gemiddelde van tenminste 6,0 op het eindrapport 2. er zijn binnen de tien gekozen vakken waarvoor eindexamen kan worden afgelegd maximaal 2 tekorten Opstromen Een leerling kan voor opstromen naar havo-3 indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. het gemiddelde op het eindrapport is tenminste 7,5 2. er zijn geen tekorten 3. er is voldoende draagvlak Draagvlak: een leerling wordt voorgedragen voor opstroom op initiatief van de mentor en de teamleider; zij melden dit aan de docenten op de overgangsvergadering alle aanwezigen geven, zonder voorafgaande bespreking, hun eerste reactie d.m.v. een peiling; o indien voldoende draagvlak ( 75% van de aanwezigen): aldus besloten; o indien grote twijfels (< 25% van de aanwezigen positief): niet doen; o inhoudelijke bespreking indien verdeeld draagvlak (tussen 25% en 75% van de aanwezigen); daarna definitieve besluitvorming. Opmerking: Wanneer een leerling niet naar een volgende klas kan door- of opstromen, geeft de docentenvergadering een advies voor het vervolg van de schoolloopbaan. Richtlijnen voor bevordering september 2007 10
Richtlijnen voor de bevordering vanuit Beroepsgerichte Leerweg 2 (B2) Doorstromen Een leerling wordt bevorderd naar Kaderberoepsgerichte Leerweg 3 (KB-3) indien voldaan wordt aan de volgende 2 voorwaarden: 1. een gemiddelde van tenminste 6,5 op het eindrapport 2. er zijn binnen de gekozen examenvakken geen tekorten Een leerling wordt bevorderd naar Basisberoepsgerichte Leerweg 3 (BB-3) indien voldaan wordt aan de volgende 2 voorwaarden: 1. een gemiddelde van tenminste 6,0 op het eindrapport 2. er zijn binnen de gekozen examenvakken maximaal 2 tekorten, mits deze door de cijfers van de andere examenvakken gecompenseerd worden. Opstromen Een leerling kan voor opstromen naar Theoretische Leerweg 3 (T3) indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. het gemiddelde op het eindrapport is tenminste 7,5 2. er zijn geen tekorten 3. er is voldoende draagvlak Draagvlak: een leerling wordt voorgedragen voor opstroom op initiatief van de mentor en de teamleider; zij melden dit aan de docenten op de overgangsvergadering alle aanwezigen geven, zonder voorafgaande bespreking, hun eerste reactie d.m.v. een peiling; o indien voldoende draagvlak ( 75% van de aanwezigen): aldus besloten; o indien grote twijfels (< 25% van de aanwezigen positief): niet doen; o inhoudelijke bespreking indien verdeeld draagvlak (tussen 25% en 75% van de aanwezigen); daarna definitieve besluitvorming. Opmerking: Wanneer een leerling niet naar een volgende klas kan door- of opstromen, geeft de docentenvergadering een advies voor het vervolg van de schoolloopbaan. Richtlijnen voor bevordering september 2007 11
Richtlijnen voor de bevordering vanuit Theoretische Leerweg 3 (T3) Een leerling wordt bevorderd naar Theoretische Leerweg 4 (T4) indien voldaan wordt aan de volgende 3 voorwaarden: 1. indien voor de zes gekozen examenvakken voldaan is aan de cijfernormen van het examen: - alle cijfers 6 of meer - 1 x 5 en alle andere cijfers 6 of meer - 2 x 5 of 1 x 4 en alle andere cijfers 6 of hoger en minstens 1 x 7 (of hoger) 2. indien het totaal van de drie niet-gekozen vakken tenminste 14 punten bedraagt 3. indien het gemiddelde van de vakken gd, mu, lo tenminste 5,5 bedraagt Opmerking: Wanneer een leerling niet bevorderd kan worden naar klas T4 geeft de docentenvergadering een advies voor het vervolg van de schoolloopbaan. Richtlijnen voor bevordering september 2007 12
Richtlijnen voor de bevordering vanuit Kaderberoepsgerichte Leerweg 3 (KB3) Een leerling wordt bevorderd naar Kaderberoepsgerichte Leerweg (KB4) indien voldaan wordt aan de volgende 3 voorwaarden: 1. indien voor de zes gekozen examenvakken (het beroepsgerichte programma telt voor twee) voldaan is aan de cijfernormen van het examen: a. alle cijfers 6 of meer b. 1 x 5 en alle andere cijfers 6 of meer c. 2 x 5 of 1 x 4 en alle andere cijfers 6 of hoger en minstens 1 x 7 (of hoger) 2. indien het gemiddelde van de vakken gd, lo tenminste 5,5 bedraagt Opmerking: Wanneer een leerling niet bevorderd kan worden naar klas KB-4 geeft de docentenvergadering een advies voor het vervolg van de schoolloopbaan. Richtlijnen voor de bevordering vanuit Basisberoepsgerichte Leerweg 3 (BB3) Een leerling wordt bevorderd naar Basisberoepsgerichte Leerweg (BB4) indien voldaan wordt aan de volgende 3 voorwaarden: 1. indien voor de zes gekozen examenvakken (het beroepsgerichte programma telt voor twee) voldaan is aan de cijfernormen van het examen: a. alle cijfers 6 of meer b. 1 x 5 en alle andere cijfers 6 of meer c. 2 x 5 of 1 x 4 en alle andere cijfers 6 of hoger en minstens 1 x 7 (of hoger) 2. het gemiddelde van de vakken gd, lo tenminste 5,5 bedraagt Opmerking: Wanneer een leerling niet bevorderd kan worden naar klas BB-4 geeft de docentenvergadering een advies voor het vervolg van de schoolloopbaan. Richtlijnen voor bevordering september 2007 13