Samenvatting Vraagstelling Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid berekent de Commissie WGD van de Gezondheidsraad de concentratieniveaus in de lucht (HBC-OCRV s * ) die samenhangen met een extra kans op overlijden aan kanker van 4 per 1 000 en 4 per 100 000 door beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo n schatting voor de door de EU aangemerkte genotoxische kankerverwekkende stoffen benzo(a)pyreen (BaP) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) afkomstig van steenkool; door de onvolledige verbranding van steenkool komen PAK vrij. Beroepsmatige blootstelling vindt vooral plaats bij industriële activiteiten, zoals cokes-, aluminium-, ijzer- en koolstofelektrodenproducerende bedrijven en staalgieterijen. Hoewel dit advies zich beperkt tot steenkool is dit niet de enige bron waaruit PAK door onvolledige verbranding vrij kunnen komen: andere voorbeelden zijn hout en petroleum. Bij verbranding van deze materialen komen echter relatief veel meer andere stoffen vrij dan PAK. Sommige van die stoffen zijn eveneens kankerverwekkend net als PAK. Daardoor is het niet mogelijk om de gegevens van deze zo verschillende bronnen te combineren voor de berekening van con- * HBC-OCRV s: health-based calculated occupational cancer risk values. Samenvatting 11
centratieniveaus van PAK gebaseerd op één gezamelijke blootstellingsparameter. Deze gegevens heeft de Commissie WGD daarom in dit advies buiten beschouwing gelaten. Voor de berekening van concentraties in de lucht bij de bovengenoemde extra kansen op kankersterfte gebruikt de commissie normaliter een standaardmethode van lineaire extrapolatie, die is beschreven in het rapport Berekening van het risico op kanker (1995/06 WGD) 50. In dit advies is zij daarvan afgeweken, omdat wetenschappelijke gegevens aangeven dat een log-lineair model geschikter is. Fysisch-chemische eigenschappen Polycyclische aromatische koolwaterstoffen vormen een grote groep verbindingen, bestaande uit ten minste twee geconjugeerde aromatische ringen die uitsluitend uit koolstof en waterstof bestaan. Benzo(a)pyreen bestaat uit vijf van deze aromatische ringen. PAK moeten niet verward worden met polynucleaire aromatische verbindingen. Deze laatste groep verbindingen bevatten namelijk behalve de ongesubstitueerde PAK ook gesubstitueerde PAK en heterocyclische aromatische verbindingen. Door verschillen in de chemische structuur kunnen de fysisch-chemische eigenschappen van PAK aanzienlijk variëren. PAK zijn in het algemeen niet tot matig vluchtig, en in de lucht komen zij voor zowel geadsorbeerd aan stofdeeltjes als in de vorm van damp. PAK lossen niet op in water, maar wel in benzeen en andere organische oplosmiddelen. PAK komen altijd als mengsel voor, waarvan de onderlinge verhouding van de componenten afhangt van de bron, de wijze van ontstaan (o.a. verbrandingstemperatuur) en de verdere lotgevallen van de stoffen. Monitoring Luchtmonsters van benzo(a)pyreen (BaP) en andere PAK worden in het algemeen op filters verzameld met behulp van pompsystemen. Na extractie en zuivering van het filter wordt de hoeveelheid BaP en PAK bepaald met behulp van chromatografie of spectrofotometrie. Voor het berekenen van de concentraties van PAK behorend bij bepaalde extra risico s op kankersterfte heeft de commissie gekozen voor benzo(a)pyreen als indicatieve verbinding voor de totale PAK blootstelling. Deze keuze is op praktische gronden gemaakt. Idealiter zouden alle PAK verbindingen moeten worden gemonitord, of tenminste een deel van deze verbindingen. Benzo(a)pyr- 12 BaP and PAH from coal-derived sources
een heeft het voordeel dat voor deze stof veel blootstellings- en effectgegevens beschikbaar zijn. Tot op heden wordt ze bovendien als één van de meest kankerverwekkende PAK verbindingen beschouwd. Daarnaast wordt benzo(a)pyreen op dit moment ook door vele andere (internationale) instanties als een geschikte indicatieve verbinding voor PAK beschouwd. Dit advies geldt voor BaP en PAK afkomstig van steenkool. Diverse metingen hebben aangegeven dat bij gangbaar industrieel gebruik van steenkool de variatie in verhouding maar in beperkte mate bijdraagt in het geheel van onzekerheden. Deze verhouding kan echter worden verstoord doordat bijvoorbeeld BaP wel maar andere PAK niet worden uitgefilterd vóórdat emissie van verbrandingsproducten in de lucht plaatsvindt. In die gevallen is herziening van de op BaP gebaseerde risicoconcentraties nodig. De belasting van het lichaam met PAK (interne blootstelling) kan worden vastgesteld door middel van biomonitoring, zoals de bepaling van 1-hydroxypyreen in urine. Hoewel deze parameter geschikt is om de totale lichaamsbelasting vast te stellen, is op dit moment onvoldoende bekend hoe deze zich verhoudt tot de luchtblootstelling. Opname, verdeling en uitscheiding Benzo(a)pyreen en andere PAK worden geabsorbeerd door het epitheel van de luchtwegen en het maagdarmstelsel. Ze worden door verschillende enzymen afgebroken tot wateroplosbare producten. De meeste van deze producten zijn onschadelijk, maar een aantal veroorzaken kanker. Dit zijn vooral PAK met ten minste vijf aromatische ringen, zoals benzo(a)pyreen. PAK met minder ringen zijn in het algemeen minder potent of zelfs niet kankerverwekkend, zoals pyreen. Na opname via de longen of het maagdarmkanaal worden PAK en zijn afbraakproducten via het bloed naar alle delen van het lichaam getransporteerd, met name naar de vetrijke delen. Uiteindelijk verlaten PAK en zijn afbraakproducten het lichaam via de urine en ontlasting. Kankerverwekkendheid Er zijn vele mens- en dieronderzoeken gepubliceerd over de kankerverwekkende eigenschappen van benzo(a)pyreen en PAK. Daaruit kwam naar voren dat de kankerverwekkende PAK vooral lokaal kanker veroorzaken, dat wil zeggen op de plaats waar direct contact is met de PAK, bijvoorbeeld huidkanker bij huidcontact en longkanker bij inademing. Er bestaat echter ook onderzoek dat niet uitsluit dat PAK ook elders in het lichaam kanker kan doen ontstaan. Bijvoor- Samenvatting 13
beeld, enkele onderzoekers associeerden blootstelling aan PAK met het ontstaan van blaaskanker. Maar aangezien in veel van deze gevallen ook sprake was van blootstelling aan onder andere 2-naftylamine, een stof waarvan bekend is dat het blaaskanker veroorzaakt, blijft onzeker of de gevonden associatie een oorzakelijk verband weerspiegelt. Bij enkele dieronderzoeken zijn verder longtumoren gevonden na chronische inname van PAK via de voeding. De gegevens van deze dieronderzoeken zijn echter beperkt, zowel in kwantiteit als in kwaliteit, zodat een duidelijke uitspraak over systemische kankerverwekkende effecten van PAK niet mogelijk is. Het vergelijken en interpreteren van de epidemiologische gegevens wordt deels bemoeilijkt door de grote diversiteit in onderzoeksopzet, verschillen in methoden van blootstellingsmeting, het niet of wel rekening houden met rookgewoonten en gelijktijdige blootstelling aan andere stoffen en soms de incomplete beschrijving van onderzoeksresultaten. Desondanks is de conclusie gerechtvaardigd dat een groot deel van deze onderzoeken een duidelijke associatie aantoont tussen beroepsmatige blootstelling aan benzo(a)pyreen en andere PAK en het optreden van longkanker. Dit geldt ook voor huidkanker bij blootstelling via de huid. Enkele onderzoekers hebben het risico van longkanker bij een bepaalde blootstelling aan PAK geschat. Zo zijn recent de resultaten van een meta-analyse gepubliceerd, waarin 39 verschillende cohorten zijn betrokken. De beroepsmatige blootstelling in deze cohorten ontstond door verwerking van uit steenkool afgeleide producten in verschillende industrieën, waaronder bedrijven die cokes en aluminium produceren. Met behulp van een log-lineair rekenmodel hebben de desbetreffende onderzoekers berekend dat er een extra risico van 20% is (relatief longkankerrisico van 1,2 (95% betrouwbaarheidsinterval 1,11-1,29)) bij een gemiddelde benzo(a)pyreen blootstelling van 2,5 μg/m 3 (microgram per kubieke meter) gedurende 40 arbeidsjaren ten opzichte van de niet-blootgestelde mensen. Evaluatie en berekende concentraties in de lucht Omdat inhalatoire blootstelling aan BaP en PAK duidelijk tot longkanker kan leiden, en daarvoor een grote hoeveelheid gegevens beschikbaar is, heeft de commissie besloten concentratieniveaus in de lucht te berekenen op basis van deze longkankergegevens. Voor de berekening van de concentraties in de lucht behorende bij de referentiewaarden voor de extra kans op kankersterfte gaat de voorkeur uit naar mensgegevens afkomstig van epidemiologisch onderzoek. De meta-analyse waarin 39 verschillende epidemiologische onderzoeken zijn betrokken vormt volgens de 14 BaP and PAH from coal-derived sources
commissie het beste uitgangspunt, ondanks de onzekerheden die inherent zijn aan de onderzoeksopzet van de afzonderlijke onderzoeken. De onderzoekers van deze meta-analyse stelden vast dat de relatie tussen concentratie in de lucht en de kans op kanker het beste beschreven kan worden met een log-lineair model in plaats van een lineaire model. De commissie heeft daarom het log-lineaire model overgenomen en gebruikt om de concentraties behorende bij de referentiewaarden te berekenen. De commissie voegt daaraan toe dat bij de lage blootstellingsconcentraties waarop HBC-OCRV s worden berekend, het lineaire model vergelijkbare uitkomsten oplevert als het log-lineaire model. Daarnaast heeft zij gebruik gemaakt van de Nederlandse algemene sterftecijfers aan longkanker onder mannen, zodat de berekening op de Nederlandse situatie is gebaseerd. Naar schatting van de commissie is de concentratie in de lucht die samenhangt met een extra kans op overlijden aan kanker van * 4 per 1 000 sterfgevallen aan kanker (4x10-3 ) bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan benzo(a)pyreen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen afkomstig van steenkool gelijk aan 550 ng BaP/m 3 4 per 100 000 sterfgevallen aan kanker (4x10-5 ) bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan benzo(a)pyreen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen afkomstig van steenkool gelijk aan 5,7 ng BaP/m 3. Huidnotatie De commissie heeft tevens beoordeeld of voor benzo(a)pyreen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen afkomstig van steenkool een huidnotatie nodig is. Hoewel er geen bewijs is dat huidblootstelling tot effecten elders in het lichaam kan leiden, beveelt de commissie toch een huidnotatie aan, omdat direct contact met de huid tot huidkanker kan leiden. Schatting van concentratieniveaus Naar schatting van de commissie is de concentratie in de lucht die samenhangt met een extra kans op overlijden aan kanker van 4 per 1 000 sterfgevallen aan kanker (4x10-3 ) bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan benzo(a)pyreen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen afkomstig van steenkool, gelijk aan 550 ng BaP/m 3 * Berekening is gebasseerd op het log-linear model van Armstrong et al. (2003). Samenvatting 15
4 per 100 000 sterfgevallen aan kanker (4x10-5 ) bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan benzo(a)pyreen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen afkomstig van steenkool, gelijk aan 5,7 ng BaP/m 3. 16 BaP and PAH from coal-derived sources