Ria Rademakers Bizarre donatie Wanneer Wouter thuiskomt, valt het verband dat om zijn arm zit direct op. Buurvrouw Diana kijkt op van haar bezigheden in de tuin en schuift een grote, versleten zonnehoed wat verder achter op haar hoofd. Vochtige, donkere pieken slieren triest langs haar warme wangen. Hé buurman, wat heb je met je arm gedaan? Toch niets ernstigs? Wouter kijkt van het verband naar zijn buurvrouw. Ze is duidelijk in de stemming voor een praatje, want ze trekt haar paars gebloemde tuinhandschoenen uit en stapt wat dichterbij. Als Wouter nou ergens géén zin in heeft, is het wel in een praatje met de buurvrouw. Hij wil het liefst een poosje in de schaduw van de grote seringenstruik op zijn luie stoel gaan zitten. Heel de lange weg naar huis heeft hij zich al verheugd op het vooruitzicht van een rustmoment in de goed verzorgde tuin. Hij wil een glaasje witte wijn inschenken en een tijdlang de geuren en kleuren van de tuin op zich laten inwerken. Misschien valt hij wel even in slaap. Op de één of andere manier moet hij vanavond toch weer helemaal uitgerust zijn. Het kost hem steeds meer tijd om zich weer helemaal fit te voelen na het wekelijkse bezoekje aan tante Stien in het zorgcentrum. De eerste maal was het voldoende geweest om met een stevige kop koffie op zijn gemak de krant te lezen. Naarmate de bezoekjes zich frequenter voortzetten, duurde het langer voordat hij weer helemaal op krachten was. Zo ook vandaag. Duidelijk vermoeid was hij door de lange gang van de kamer van tante Stien naar de lift gesloft. Hij leek zelf wel een inwoner van het zorgcentrum, zoals hij daar met slepende voeten over het glanzende laminaat liep. Zijn hand steunend op de lichthouten brede leuning, die over de volle lengte van de gang was aangebracht. Beneden gekomen kon er een kort knikje naar de portier af, die hem begrijpend en met een meelevende blik nakeek. Toen Wouter zich uiteindelijk achter het stuur van zijn comfortabele auto had laten zakken, was hij eerst minutenlang met een lege blik in zijn ogen blijven zitten. Daarna liet hij de raampjes zakken om wat frisse lucht binnen te krijgen. In zijn
dashboardkastje vond hij nog een pakje chocomel dat hij gulzig leegdronk. Pas toen Wouter zichzelf min of meer onder controle had, startte hij de auto en reed weg. Op het moment dat tante Stien eindelijk aan de beurt was om in het zorgcentrum opgenomen te worden, was heel de familie blij geweest eindelijk de zorg aan bekwame handen over te kunnen laten. Natuurlijk zouden ze om beurten op bezoek komen en tante Stien werd niet vergeten. Toen Wouter voor de eerste maal op bezoek kwam, kwam de hoofdzuster op hem af. Goedemorgen, als ik me niet vergis, bent u een neef van mevrouw Keulenaars? Voordat hij antwoord had kunnen geven, trok ze hem mee een kamertje in, dat dienst leek te doen als kantoor. Ze ging achter het bureau zitten, dat bijna klem stond tussen de muur en de enige andere stoel in het vertrek. Met een handbeweging had ze Wouter te kennen gegeven dat hij moest plaatsnemen. Ik begrijp dat u van plan bent regelmatig op bezoek te komen bij uw tante? Het gaat namelijk om het volgende: wij willen het beste voor onze bewoners. Zowel voor ons als voor hen is het van belang dat ze zo lang mogelijk voldoende energie hebben om een redelijke kwaliteit van leven te hebben. Zolang het God behaagt ze te laten leven. Wouter had er geen speld tussen kunnen krijgen, wanneer hij dat gewild had. Hij liet haar maar praten, want wat ze zei klonk hem redelijk in de oren. Natuurlijk wilde iedereen dat de ouderen zelf energiek genoeg bleven om zo min mogelijk hulp te hoeven vragen. en daarom vragen we alle bezoekers die hier regelmatig op bezoek komen, mee te werken aan ons experiment. Tot nu toe wijst alles erop dat het inderdaad een geslaagd project gaat worden. Mijn vraag zal u duidelijk zijn: Wilt u ons helpen en daarmee direct ook uw tante? Natuurlijk wilde hij niets liever dan dat tante Stien een prettige laatste levensfase mocht hebben. Wat wilt u dat ik doe om tante te helpen? Kijk, Professor Vlot is bezig met een experiment betreffende de energiebanen. Zoals u ongetwijfeld weet, heeft ieder mens energiebanen, ook wel meridianen genoemd. Zij voorzien het lichaam van energie. Wouter had maar eens geknikt, natuurlijk had hij van meridianen gehoord, maar wat had dat in hemelsnaam met tante Stien te maken?
De professor heeft een manier ontdekt om met hele fijne naaldjes in de meridianen te komen en daar wat uit te halen of in te brengen. Zie het als een bloeddonor die bloed geeft om een ander te helpen. Zo zoekt de professor steeds naar personen die wat van hun energie willen afstaan aan hen, die dat zelf niet meer genoeg hebben. Het had allemaal heel eenvoudig geklonken. Het bleek bizar. Voordat Wouter zijn wekelijks bezoekje bij tante bracht, ging hij eerst bij een assistente van de professor langs. Die bracht een naaldje in en tien minuten later kon Wouter bij tante Stien op bezoek. Deze zag er opvallend goed uit. Ze had praatjes voor tien en als Wouter bij haar wegging en de lange gang uitliep, zwaaide zij hem vrolijk na. De laatste keren merkte Wouter dat hij verschrikkelijk moe was, wanneer hij uit het zorgcentrum kwam en vandaag had hij zich bijna niet meer op de been kunnen houden. Hallo buurman, ben je in slaap gevallen of sta je nog steeds na te denken? Zó moeilijk was mijn vraag toch niet? Wat heb je met je arm gedaan, ben je gewond? Wouter schrok op en keek in het nieuwsgierige gezicht van zijn buurvrouw, dit was niet uit te leggen, energie geven in het zorgcentrum. O sorry, nee, niet gewond, ik heb bloed gegeven. Je moet wat voor je medemens over hebben, nietwaar?
Gebruiksvoorwaarden Het werk van schrijvers en dichters op Nederland Schrijft mag gratis worden gelezen en/of gedownload voor eigen gebruik. Iedere verspreiding, openbaarmaking, verveelvoudiging of bewerking is niet toegestaan.