Verslagen deelsessies congres Vakmanschap van de Reclasseringswerker 2016-

Vergelijkbare documenten
Deelsessies congres Vakmanschap van de Reclasseringswerker

Deelsessies congres Vakmanschap van de Reclasseringswerker

ZSM Leerateliers Werken vanuit de bedoeling

De rol van de reclassering. Informatie voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven en nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten

Stappenplan VeiligHeidsHuizen. Triage-instrument. voor professionals in het veld

Professionaliteit centraal in het reclasseringswerk

Ministerie van Veiligheid en Justitie 14 juni 2017

THUIS IN HET ASIEL VRIJ NA PAPPA S DOOD PROJECT ZOEKT GELD. Hoe crowdfunding geld en goodwill genereert. Jongeren met rugzakje helpen dito dieren

Welkom bij de workshop: Een veiliger gevoel? Contact helpt

Jaarverslag Professionaliseren en versterken van de ketens

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

multiprobleem gezinnen

Nationale Bijscholingsdag

Q&A De veranderde werkwijze Veilig Thuis

Reclassering Nederland. hoofd Personeel & Organisatie en Financiën

Programma. Dilemma s. Hoe gewelddadig is het? Moet het geweld direct stoppen? Duur van de situatie. Hoe lang speelt dit al? Ernst van de gevolgen.

Presentatie Huiselijk Geweld Spreekuur. Dag Zorg en Veiligheid 17 juni 2019

EXPERTISECENTRUM JEUGDBESCHERMING GELDERLAND

Waarom Koers & kansen?

Ik heb geen pasklare antwoorden

VEILIGHEIDSHUIS KERKRADE

CIVIELE KRACHT Hoe betrek je burgers bij de re-integratie van reclasseringscliënten?

DE INTEGRATIE VAN DE METHODE JEUGDRECLASSERING IN NIEUWE GENERIEKE WERKWIJZEN

Jongerencoaching Raster

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor!

Opleidingsprogramma De Wmo-professional

Adolescentenstrafrecht

Trainingen, workshops en coaching

Smart met geld Inspiratiedag Gezond Budget SAM

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

DE JEUGD- & GEZINSBESCHERMER

Contact tussen slachtoffer/nabestaande en tbs-er

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. Prioriteitenlijst gedwongen kader

Informatiebijeenkomst IB-netwerken

Geweld in huis raakt kinderen. Informatie en advies voor ouders

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID

Meldcode Cibap vakschool & ontwerpfabriek

Het tijdelijk huisverbod en Systeemgericht werken; wat houdt het eigenlijk in

Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling onder één dak 17 juni 2019

Een Aanpak Seksueel Geweld voor elke regio!

Ketens risicojeugd sluitend verbinden Avans 7 april 2011

Wat is een Veiligheidshuis?

Inleiding deel I 21 Dood punt 22 Trees Roose

SAMEN VOOR KINDEREN IN DE KNEL INFORMATIE VOOR WIJKTEAMS

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

NASCHOLINGSCENTRUM MAATSCHAPPELIJK WERK

Samenwerking tussen en in de Veiligheidshuizen

Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek

verwijzers Behandeling en begeleiding Forensische zorg voor mensen met een LVB

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

SIGNS OF SAFETY EN DE MELDCODE KINDERMISHANDELING EN HUISELIJK GEWELD

stelt de volgende Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, uitgewerkt in een stappenplan en geldend voor alle agogische medewerkers, vast:

Inleiding 15. Inleiding deel I 19 Dood punt 20 Trees Roose

Commissie ethiek van de jeugdzorg, 24 januari 2014 Presentatie van Sijta de Vries. Inleiding Situatie tot De nieuwe situatie...

Gespreksleider: Paulien Defoer, Paulien Defoer Mediation

Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Feiten en Achtergronden. Sanctietoepassing voor volwassenen. Terugdringen recidive door persoonsgerichte aanpak en nadruk op nazorg

Logopedie en Kindermishandeling. Toelichting op de Meldcode en het Stappenplan

Kansen, aandachtspunten en prioriteiten voor de advocatuur, naar aanleiding van het werkcafé adolescentenstrafrecht

Stappenplan VeiligHeidsHuizen. Triage-instrument. voor professionals in het veld

Veiligheidshuis Regio Utrecht. Jaarverslag Veiligheidshuis Regio Utrecht

Een onderzoek naar (het gebruik van geluidsopnamen in) de klachtbehandeling door de regionale eenheid van politie Oost-Nederland.

Enquêteresultaten Lokaal Steunpunt Huiselijk Geweld (LSHG) met betrokkenheid regionale SVO s

Trainingsaanbod. Studiecentrum Bureau Jeugdzorg Utrecht Voor beroepskrachten die met ouders en kinderen werken

Bureau Jeugdzorg Gelderland Bereikbaar en Beschikbaar

Wat doet NIM Maatschappelijk Werk?

Symposium Onderzoeksresultaten

PLATFORM IZO 21 OKTOBER 2016

SAMENVATTING. Inleiding

Informatie voor betrokkene(n)

Psychologische en psychiatrische rapportage in civiele zaken. Informatie voor betrokkene

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

De Sleutel tot het benutten van potentie

Postmaster opleiding veiligheid in gezinnen met risico s

het afwegingskader in de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling

Training Omgaan met Agressie en Geweld

Geweld in huis raakt kinderen. Informatie en advies voor ouders. huiselijkgeweldwb.nl cent per minuut

Zorg- en Veiligheidshuis Midden - Brabant

Reclasseringsmedewerkers aan het woord over 2014 Jaarverslag in het kort Reclassering Nederland

Districtelijk Veiligheidshuis Heerlen

Workshop Privacy en Triage

Jeugd, Gezin en Zeden

Het delict als maatstaf

Uitwerking workshops 'Avond voor de Jeugdhulp ' 30 augustus in de Kunstmin.

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling cent per minuut

Zorg op Tijd. EIF Conferentie Nijmegen

Voorstel. Uitgangspunten regiovisie. De regiovisie gaat uit van de volgende uitgangspunten:

Blauwdruk Leerlijn Seksualiteit

Wmo-werkplaats Twente. Scholingshandleiding voor cursist en trainer. Samenwerken met vrijwilligers

Ons aanbod. Voor professionals

De resultaten van het project

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II

Crisisdienst GGZ in samenwerking met afdeling jeugd

Wie zijn onze patiënten?

Gatekeeper training workshop Trainer: Gerrie Hendriks

Informatie voor betrokkene(n)

Strategisch beleidsplan O2A5. De dialoog als beleid

Functiegroep Reclasseringswerk

Transcriptie:

Verslagen deelsessies congres Vakmanschap van de Reclasseringswerker 2016- Deelsessie 1: Hoe worden jonge mensen crimineel? Opzet Persoonsgericht maatwerk is helemaal in. Ook in de strafrechtketen. Bij persoonsgericht maatwerk kijken OM, Reclassering en andere betrokkenen goed naar de persoon, zijn of haar sociale context en naar de aard en de omstandigheden van het criminele gedrag. Daardoor kunnen we slimmer en effectiever werken, met trajecten die goed zijn afgestemd op de betrokken personen. Tot zover is er weinig nieuws onder de zon. Maar dan beginnen de vragen. Hoe bepaal je eigenlijk wat daarbij belangrijke afwegingen zijn? Hoeveel gebruik maken we, als we nadenken over het verhaal achter crimineel gedrag, van de wetenschappelijke kennis over de ontwikkeling van crimineel gedrag? Met andere woorden: weten we bij de reclassering genoeg van ontwikkelingscriminologie? Als u negatief zou antwoorden op deze vraag, is deze deelsessie net iets voor u! Na een presentatie over de belangrijkste inzichten uit de ontwikkelingscriminologie gaan we hierover met elkaar in gesprek. Door Dr. Andrea Donker, lector Kennisanalyse Sociale Veiligheid, Hogeschool Utrecht en Marije Stoter, beleidsmedewerker Reclassering Nederland. Andrea Donker, lector Kennisanalyse Sociale Veiligheid, vertelde eerst wat over haar achtergrond als ontwikkelingspsycholoog. Kern voor haar is het ontwikkelen en verzamelen van kennis rondom crimineel en antisociaal gedrag. Met deze kennis wil zij bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de praktijk. Het zou mooi zijn als wetenschap en praktijk elkaar kunnen inspireren en versterken. Kennis is nodig, maar moet hiervoor is voeding uit de praktijk noodzakelijk. Vervolgens vertelde Andrea dat gedrag niet te voorspellen is op individueel niveau, maar dat we wel op grote schaal kunnen kijken naar wat bepaald gedrag voorspelt. Intrigerend vond ik om te horen dat 50% van gedrag genetisch bepaald is. Niet alleen crimineel gedrag maar al het gedrag. Dat betekent automatisch dat de andere 50% in opvoeding en andere zaken zit. Duidelijke voorspellers voor crimineel gedrag zijn: een laag verbaal IQ, lage concentratie, agressief temperament en ongunstige omgevingsfactoren. Dit is voor jongens en meisjes hetzelfde, alleen bij meisjes komt het minder voor. Wat belangrijk is, is dat je je realiseert dat voorspellen niet kan, maar dat je spreekt over de kans dat iets gebeurt. Andrea liet ook nog een aantal interessante longitudinale studies zien waarin dit is onderzocht. Wat opviel toen ik even later in een wat kleiner groepje zat om te bespreken wat we aan deze kennis hadden, iedereen zeer enthousiast was en hongerde naar meer kennis van Andrea over deze materie. Ze willen Andrea graag in de teams hebben. Een vraag die dan wel belangrijk is: hoe ga je met deze kennis om naar cliënten toe? Er blijkt ook duidelijk een behoefte om handelingsvraagstukken neer te leggen bij het lectoraat. Zo kwam er bijvoorbeeld een vraag of de wetenschap zou kunnen helpen bij behandelingsvraagstukken over hoe om te gaan met narcistische of psychotische cliënten.

De deelsessie was voor velen een appetizer die hun trek naar kennis groter heeft gemaakt. Deelsessie 2: De maatschappelijke waarde van de reclassering. Opzet Wat heeft de reclassering de samenleving te bieden? Welke waarde voegen wij toe in de samenleving, waarom hoort er in een beschaafde samenleving belastinggeld naar de reclassering te gaan? Kunnen we dit scherp formuleren? Als we dit scherp kunnen formuleren krijgen de professionals en de organisaties meer regie op hun werk en op de richting daarvan. Ook kunnen we ons werk dan beter verantwoorden tegenover de samenleving. In deze werksessie benoemen we met elkaar eerst op kwalitatieve wijze de waarde die de reclassering toevoegt voor individuele cliënten. Daarna proberen we scherper te krijgen welke maatschappelijke waarden de reclassering kan realiseren. Het beoogde eindresultaat is een zo compleet mogelijk overzicht met mogelijke maatschappelijke waarden van de reclassering plus een eerste inschatting van de grootste baten voor de samenleving. Door Dr.ir. Attila Németh, Associate lector Governance, Saxion University of Applied Sciences en Irma Nibbelink, reclasseringswerker Reclassering Nederland in Almelo en studente bij de master forensischsociale professional. In deze deelsessie zijn de deelnemers in drie rondes aan de slag gegaan met het in kaart brengen van de maatschappelijke waarde van de reclassering. De eerste ronde vormde een inventarisatie van de werkzaamheden van de reclassering. Vervolgens benoemden de deelnemers de effecten van hun werk op de cliënten en koppelden zij deze aan de in de eerste ronde genoemde werkzaamheden. Tot slot vertaalden de deelnemers deze effecten naar baten van het werk voor de maatschappij. Werkzaamheden van de reclassering die op een abstracter niveau werden genoemd waren onder meer mensen in beweging krijgen, motiveren, confronteren en signaleren. Concrete taken die bijvoorbeeld aan bod kwamen, waren het maken van een plan van aanpak, het voeren van gesprekken, het meegaan met cliënten of het bezoeken van cliënten en het toeleiden naar zorg, maar ook secundaire taken als rapporteren over cliënten, contact onderhouden met behandelaren en bemiddelen bij problemen. Effecten van deze werkzaamheden die zoal naar voren kwamen waren onder meer gedragsverandering en het afzien van het plegen van delicten onder cliënten en dus afname van criminaliteit, het herstel van hun eigenwaarde en het stabiliseren van hun leven. Baten die deze werkzaamheden opleveren voor de maatschappij zijn onder meer recidivevermindering en in lijn daarmee minder psychisch en lichamelijk leed door het voorkomen van slachtoffers en een veiliger samenleving en vermindering van maatschappelijke kosten. Deelsessie 3: Huiselijk geweld na een complexe scheiding Opzet 'Daar hoeven we niks mee, ze gaan toch scheiden'. 'We moeten uitzoeken hoe het in deze stalkingszaak zit met de omgang van meneer met zijn dochter, de verklaringen van stalking zijn zo tegengesteld aan elkaar'.

Zomaar twee voorbeelden uit het verdiepende leeratelier Gezin, Jeugd en Zeden. In drie Leerateliers, verspreid over Nederland, werken Openbaar Ministier, Politie, (jeugd)reclassering, Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en Slachtofferhulp met elkaar samen aan de ontwikkeling van betekenisvol maatwerk. Complexe scheidingen doen zich vaak voor. Wat is daarover bekend? Wat kan de reclassering in dergelijke situaties doen? Hoe kan de reclassering de betrokkenen helpen met begrenzen en beschermen? Na een korte inhoudelijke inleiding over geweld na complexe scheidingen, een filmfragment en een casus rond stalking gaan we in gesprek met de deelnemers over door hen gestelde vragen en thema's. Dit vanuit de vraag wat bij complexe scheiding leidende principes zijn. Door Dr. Sietske Dijkstra, senior onderzoeker lectoraat Werken in een Justitieel Kader en dr. Katinka Lünnemann, programmaleider Verwey-Jonker Instituut en senior onderzoeker lectoraat Werken in een Justitieel Kader en Anneloes de Beer, Leger des Heils. Strafrecht Aanwijzing Huiselijk geweld en kindermishandeling 2016: voor het eerst vanuit Openbaar Ministerie. Wat betekent het? Eerst is directe veiligheid van belang, daarna werken aan stabiliteit en herstel. Dit is een nieuwe visie achter: hoe pak je huiselijk geweld en kindermishandeling aan. Geweld stoppen en veiligheid staan voorop en aansluiting bij systeemgericht werken. Partnergeweld onderzoek gaf aan: weinig gebruik van Borg en B-Safer door reclasseringswerkers. Hoe kan dit? Reclasseringswerkers moeten rechters opvoeden hoe het met het risico zit. B-safer: weinig bekend. Ongeveer een kwart van de groep van meer dan dertig personen gebruikt dit instrument. Wat is de Borgtraining bij partnergeweld? Doelgroep is licht, gaat om een bij de Reclassering ontwikkelde groepstraining, voor mensen die vaak voor de eerste keer in aanraking komen met justitie vanwege partnergeweld. Partner wordt in principe betrokken bij de training. Als dit ook kan en als de partner wil en er een partner aanwezig is op dat moment. Training wordt vooral aan mannen gegeven. Borg wordt te weinig geadviseerd, terwijl het een goed programma is. Wees er attent op en kijk of je het ergens kunt toepassen/adviseren. Strafrecht : als in een beschikking staat dat zo nodig met behulp van de sterke arm inzet kan plaatsvinden of het onttrekken aan gezag mogelijk is, is strafrecht van toepassing. Soms raken civiele en strafrechtelijke wereld elkaar of er is dreiging van acuut gevaar: strafrecht kan ingezet worden. Veiligheid en collectief leren Schema: veiligheidsplan risico gestuurd herstelgericht is door de VNG omarmd. De volgorde in de aanpak van hg is cruciaal: vaak zijn we al bezig met risico of herstel, terwijl we geen zicht hebben op veiligheid van alle gezinsleden. Als we hier geen zicht op hebben, kunnen gezinsrelaties verder ontwricht raken. Van belang om eerst aan veiligheid te werken en dan pas risicofactoren aan te pakken. In deze nieuwe benadering is denken over de volgorde direct van invloed op een duurzame verbetering. Herstelgericht werken kan pas als het goed is ingebed, je kunt niet herstellen als het niet veilig is. Aan veiligheid van kinderen zit ook veiligheid van volwassenen vast. Als je bij de een weet hoe het met

de veiligheid zit, ga dan ook na hoe het met de ander is. Dit kun je bv doen met schaal- en perspectiefvragen. Wees bij geweld altijd concreet en specifiek. Complexe scheiding en huiselijk geweld Het conflict duurt voort na de scheiding en komt tot uitdrukking in de omgang met kinderen die in het spel zijn. Soms is er ook pas sprake van geweld na de scheiding. Ongewenst uit elkaar gaan en krenking, kan voor een ex-partner ook een trigger zijn. Dimensies van complexe scheiding (schema/cirkel) : 4 categorieën. De onderste helft van dit schema betreft ernstige gevallen waarbij vaker sprake is van verwondingen door geweld, eerste hulp bezoek, melding bij de politie en opname in de vrouwenopvang. Verdiepende leerateliers als experimentele voortzetting van ZSM werkplaatsen: meer partners bij betrokken. Veilig Thuis, veiligheidshuizen, etc. Meer kijken naar creatieve oplossingen en gewenste mix tussen straf en zorg en gezamenlijk duiden en afdoen. Complexe scheiding/ huiselijk geweld in de praktijk van de reclassering: door gesprek leeromgeving en praktijk kom je vanzelf knelpunten tegen. Bezig met risico s, vaak gericht op dader en niet op hele systeem. Als reclasseringswerkers zouden we misschien wat meer moeten weten om cliënten beter te kunnen ondersteunen. Wat doe je dan met systeem, hoe doe je dat dan? Aansluiting tussen reclassering en ketenpartners zou beter moeten op het gebied van huiselijk geweld. Casus Zorgmelding bij politie, doorgezet naar jeugd en gezin, reclassering. Man trekt zich terug, er is niets meer nodig. Er zijn kinderen bij betrokken. Zicht op veiligheid weg. Er worden vier vragen bij de casus gesteld: * Wie heeft wat gedaan en met welk effect: belangrijk, omdat je zo het geweld en de relatiedynamiek in kaart brengt. Concreet en specifiek dingen boven tafel krijgen. * Beschrijf perspectief van betrokkenen: reclassering moet alles regelen, hij toont zelf geen betrokkenheid. Hoe omslag bereiken? Intrinsieke motivatie moet. Wat weet je eigenlijk van de ex en van de kinderen? Nog niet veel, dus daar moet je ook nog meer mee. * Hoe kunnen we de veiligheid versterken? Omdat systeem zich weer sluit, is het lastig veiligheidsoverzicht te houden. Wellicht familie erbij betrekken. Centrum Jeugd en Gezin. Zelf op huisbezoek gaan. Omdat je perspectieven niet kent, ken je de veiligheid ook niet. Er was geen veiligheidsplan. * Welke ketenpartners heb je nodig om deze zaak aan te pakken? Misschien verbinding door wijkteams, of Turkse toezichthouder. Culturele aspect ook belangrijk. Vrouw met man in gesprek? Andere nationaliteiten? Doorvragen heel belangrijk. Doorvragen zodat je zicht krijgt op het hele systeem. Presentatie en bij verslag en veiligheidskaart van de reclasseringsmedewerker volgt nog. Bij gebruik graag verwijzen naar de workshopbegeleiders. Deelsessie 4: Veel manieren om dezelfde boodschap te verpakken

Opzet In deze deelsessie behandelt Leila Jaffar verschillende Interculturele stijlen van communicatie. Ook als de boodschap steeds hetzelfde blijft, is het namelijk belangrijk dat de reclasseringswerker de verpakking van de boodschap kan aanpassen aan de persoon waar men mee werkt, ongeacht zijn/haar culturele achtergrond. Zo komt de boodschap altijd, in alle omstandigheden effectief over. Na een korte introductie van Leila Jaffar gaan de deelnemers in deze deelsessie verschillende stijlen van motiveren oefenen, aangepast aan de achtergrond van de ontvanger. Daarnaast oefenen we met direct en indirect confronteren en complimenteren en het gebruik van feitelijke argumenten versus emotionele argumenten en metaforen. Leila Jaffar is een trainer/consultant, gespecialiseerd in interculturele communicatie en conflictbemiddeling. Zij is op dit terrein al dertig jaar actief. Zie ook www.jaffar.nl Door Leila Jaffar, trainer, coach en eigenaar Jaffar Consultancy. Met Mamoun Loukili, reclasseringswerker in Utrecht. Mensen zijn selectief in de zaken waarnaar ze kijken en waaraan ze aandacht besteden en laten zich daarin ook gemakkelijk sturen. Ook als werker heb je een referentiekader van waaruit je kijkt en werkt. Wanneer je wordt geconfronteerd met cliënten die anders denken, kan dit dan ook leiden tot miscommunicatie. In dergelijke situaties kunnen metaforen helpend zijn in het contact. In de praktijk zijn werkers vaak terughoudend in het gebruik van metaforen, omdat ze gemakkelijk verkeerd kunnen worden opgevat en een verkeerde uitwerking kunnen hebben; de kern van metaforen is immers dat ze multi-interpretabel zijn en meerdere gevoelens kunnen losmaken. Een woord kan dan ook positief in de ene en negatief in de andere cultuur zijn, onder meer bepaald door de context. De andere kant is dat metaforen een middel kunnen zijn om over taboe-onderwerpen te praten of een probleem op een andere manier bespreekbaar te maken. Ze kunnen zowel verhelderend zijn (symboliek is krachtig, je raakt gevoelens vaker) als verzachtend werken (je gebruikt een veilige modus). Het is dan ook in essentie een krachtige manier van indirect en minder persoonlijk confronteren. Deze werken echter slechts binnen kaders. Metaforen zijn krachtig als je het in de metafoor gebruikte beeld meteen voor je ziet. Daarentegen werken beelden in metaforen niet op het moment dat mensen er niet mee bekend zijn (denk aan het gebruik van voorbeelden omtrent varen richting mensen afkomstig uit berg- of woestijngebieden). Metaforen kunnen drie functies hebben. De eerste daarvan is uitleg. Toegepast voor reclasseringswerkers is het zo dat het begrip reclassering niet eenvoudig is en het ook best lastig is om uit te leggen wat de reclassering precies doet. Reclasseringswerkers kunnen dan ook metaforen gebruiken om hun werk en rol uit te leggen. Naast uitleg kunnen metaforen ook dienen om woorden te geven aan gevoelens wanneer de beelden gepaard gaan met emoties. Tot slot kunnen metaforen op een quasi logische manier worden ingezet om op die manier het verband tussen wat je aan het doen bent en de resultaten daarvan duidelijker te krijgen. Deelsessie 5: Werkstraf als betekenisvol reclasseringswerk

Opzet Een werkstraf is, waar proportioneel met het delict, een goed alternatief voor gevangenisstraf. Al was het alleen al doordat de recidivecijfers na werkstraf, ook bij gelijke delicten, lager liggen dan na detentie. De werkgestrafte kan een deel van zijn dagelijkse verantwoordelijkheden behouden en de werkstraf kan een opstap zijn om het leven weer op orde te krijgen: structuur, op tijd uit bed, verantwoordelijkheid nemen, goed begeleid en aangesproken worden. Zijn we ons voldoende bewust van deze kansen die de werkstraf kan bieden aan de werkgestrafte en de samenleving? Of voeren we de werkstraf vooral kaal uit, door alleen te letten op aftekenen van uren en het naleven van afspraken? Deze deelsessie gaat over de toekomst van de werkstraf. Wat is de meerwaarde van de medewerkers werkstraf, waarom kan dit werk niet gedaan worden door een uitzendbureau? Hoe voert de reclassering deze mooie en lastige opdracht uit? Hoe bewust dragen de medewerkers werkstraf bij aan gedragsbeïnvloedende elementen die de werkstraf zo effectief maken? En wat of wie zijn nodig om er een betekenisvolle werkstraf van te maken? Door Dr. Joep Hanrath, hogeschoolhoofddocent en senior onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader, Wiebe van Onna, Hogeschool Utrecht, Lotte van den Berg en Rashied Abdoulla, werkstraf Reclassering Nederland in Oost-Nederland. Ronde 1: 13 deelnemers; medewerkers werkstraf, geen werkmeesters, 1 adviseur Ronde 2: 6, 2 adviseurs/ medewerker veiligheidshuis, 1 medewerker communicatie, 3 medewerkers werkstraf, 1 docent. Stelling: werkmeesters reclasseren: 2 oneens 5 neutraal 2 eens 8 helemaal eens 2 niet geretourneerd Belangrijkste thema s Goed dat er aandacht besteed wordt aan de werkstrafunit. We worden niet altijd gezien en ons werk wordt niet altijd op waarde geschat. Laat de leiding ons meenemen in de veranderslag die voor ons ligt. Zij moeten ons motiveren, nu lijkt het soms andersom. Wij moeten hen overtuigen van de noodzaak om er meer uit te halen. Bij hen die het niet eens zijn met de stelling werkmeesters reclasseren gaat het vooral om: de verschillen tussen werkmeesters in de wijze waarop zij invulling geven aan hun rol; geen specifieke opleiding in motiveren, gebruik van registratiesysteem om voortgang weer te geven. Bij hen die er neutraal tegenover staan speelt vooral: De onderlinge verschillen tussen werkmeester over hun rolinvulling, te persoonsafhankelijk. Wellicht goed om het profiel aan te passen (minimaal MBO 3)?

Aandacht voor de hoge werkdruk; Bij hen die het eens zijn met de stelling worden de volgende kansen gezien. Werkmeesters: hebben direct contact met de cliënten, ze staan er naast ; hebben een luisterend oor / coachen in terloopse gesprekken; kunnen beter inspelen op signalen, aansluiten bij vragen en problemen; dragen normen en waarden uit en kunnen begrenzen; proberen maatwerk te leveren, dit vraagt ook om goed contact tussen medewerker werkstraf en werkmeester omdat de uiteindelijke beslissing/ verantwoordelijkheid bij de medewerker werkstraf ligt. Maar zij vragen ook aandacht voor: aandacht die de werkmeester moet geven aan de groepsdynamiek versus de tijd die hij moet hebben voor individueel contact; lastige groepen. Eenzijdig lastige mensen bij elkaar plaatsen in een groep betekent meer aandacht besteden aan orde; integraal werken met netwerkpartners en collega s andere units (toezicht en advies) Tips naar de toekomst Versterk waar nodig in de units werkstraf het contact tussen medewerker werkstraf en werkmeester. Kortere lijntjes op kantoor ; Positioneer de werkstrafunit als een prominent onderdeel van het reclasseringswerk; Heb aandacht voor kwaliteitsverschillen tussen werkmeesters, benoem wat er verwacht wordt, stimuleer open communicatie hierover en investeer in hun opleiding. Neem casuïstiek bespreking op in regulier werkoverleg om contacten over en weer te intensiveren. Stimuleer waar mogelijk het aansluiten bij nieuwe ontwikkelingen als Ruim Baan, denk daarbij verder dan de vervulling van de taakstraf. Zoek mogelijkheden om op een betekenisvolle manier de werkstraf in te vullen. Maatwerk maakt het werk leuker en motiveert. Bijv ; o stimuleer variatie in het aanbod van werkstraf; o probeer waar mogelijk van een werkstraf een werkkans te maken; o maak een koppeling naar slachtoffergericht werken; o besteed aandacht aan nazorg als dat nodig is; o Werkstraf Motivatie Project landelijk uitrollen o WSU rol in voorkantaanpak Deelsessie 6: Ruim Baan voor Betekenisvol Maatwerk Opzet Sinds januari wordt het reclasseringswerk aan de voorkant van de strafrechtpleging niet meer afgerekend op basis van het aantal producten. Dat geeft ruimte, en biedt mogelijkheden voor reclasseringswerkers om te doen wat nodig is met hun cliënten. Je kunt nu beter dan vroeger in een complexe en risicovolle casus zo snel mogelijk begeleiding en zorg starten. Of je kunt nu volstaan met een kort mondeling advies omdat de opdrachtgever al veel informatie over een cliënt heeft. Dat vraagt om creativiteit bij reclasseringswerkers, en buiten de oude kaders durven treden. En het vraagt meer overleg met de opdrachtgever: wat hebben zij nodig van de reclassering om een goed besluit te kunnen nemen? Bij ZSM wordt daar al een tijd mee geëxperimenteerd. Maar Ruim Baan is breder en heeft effect op alle adviestaken, en op toezicht en de werkstraffen. In deze workshop

gaan we aan de hand van casuïstiek in gesprek over de vraag hoe Ruim Baan de kwaliteit van het reclasseringswerk kan verbeteren. Door Dr. Jacqueline Bosker en dr. Lianne Kleijer, senior onderzoekers bij het lectoraat Werken in een Justitieel Kader, Hogeschool Utrecht. Met Bianca Bartels, kwartiermaker en reclasseringswerker bij Palier reclassering. Drie casussen stonden centraal binnen deze deelsessie, t.w.: 1. Ruim Baan voor regulier advies. 2. Ruim Baan voor regulier toezicht. 3. Ruim Baan voor reguliere werkstraf. De 20 mensen werden verdeeld over de drie casussen. In tien minuten werd out of the box, met beren parkeren vrij nagedacht over wat te doen met deze casus. Vervolgens werd er gerouleerd en kreeg de subgroep in de volgende ronde 10 minuten de tijd om erop en erover te gaan. Tot slot werd plenair teruggekomen op de leeropbrengst. Ik heb gezeten bij ronde 1 en 2 van casus 1 en hiervan dan ook allereerst verslag gelegd. Tot slot volgt de nabespreking die ik van alle drie de casussen versla. Belangrijk in ronde 1 van casus 1 was de overtuiging dat Ralph van straat gehaald diende te worden., bijvoorbeeld met een diagnostiekopname of in een Rust, Reinheid en Regelmaat-huis (gat in de markt). Gezamenlijk overleg met instanties over de vraag: hoe kunnen we zorgen dat..? De gemeente is aan zet en gesignaleerd wordt dat niet overal de gemeente deze verantwoordelijkheid oppakt. Er is wel beweging zichtbaar. Daarbij wordt als taak van reclasseringswerkers gezien om de gemeente hierop te wijzen. Moeder en tante zijn net zo goed aan zet. De zus is ook in beeld. Wat kan zij betekenen? Geopperd wordt een Eigen Kracht conferentie. Ook wordt al binnen de eigen organisatie gekeken wat in gang gezet kan worden. Binnen het L des H is een reïntegratieproject: 50/50 waarbij de reclasseringswerker een goed woordje zal doen en een betrokken collega aan Ralph zal proberen te koppelen. Hierbij wordt het eigen netwerk dus ingezet. Ook wordt aan een outreachende buddy; maatje gedacht. Vertrouwen geven is belangrijk. Wellicht is medicinaal omgaan met wiet een optie bij indicatie. In de tweede ronde van casus Ralph wordt het RRR-huis als heel belangrijk gezien en gesproken over direct naar de gemeente en veiligheidshuis (Zutphen). Rotterdam reageert met dat zij nog nooit iemand over een veiligheidshuis heeft gehoord. Naast de gemeente wordt ook het verslavingsteam geopperd. Als aanvulling op het RRR-huis wordt een gezinshuis genoemd. In de terugkoppeling bij de vraag Wat is anders? wordt genoemd: 1. Bij ons werken ze al zo (werkplaats). Collega tegenover mij: Hij belt even en het is geregeld. 2. Vanuit het L des H is al veel mogelijk. 3. Justitieel Casemanagement aanvragen. 4. Bij ons is dit niet zo vanzelfsprekend 5. Het zou goed zijn als je toestemming van je leidinggevende hebt dat je zonder overleg gewoon kunt zeggen: We gaan aan de slag.

6. Als toezichthouder heb je niet altijd een kader nodig. Dat moet ook gedragen worden vanuit de manager. 7. Ik denk dat er binnen Toezicht minder ruimte is dan bij advies. Dát verschilt per regio. 8. We gaan eigenlijk terug naar vroeger waarbij we weer alles doen. 9. Je moet tijd hebben. 10. Discussie over wanneer pik je de casus op en wat bied je dan? 11. Gezamenlijke afspraken maken. 12. Verslavingsreclassering kan tot afspraken komen net als L des H. 13. Outreachende buddies? Bestaan die al?? In de terugkoppeling van casus 1. Advies wordt genoemd 1. Dat je als adviseur ook toezichtstaken doet. 2. Dat aansluiting met het sociale domein veel duidelijker gebeurt en hierin afspraken over regiehouderschap gemaakt dienen te worden. 3. Het is een pro-actieve houding waarbij de cliënt centraal staat. Er volgen wat associaties en gedachten van aanwezigen: 1. Ik mag als adviseur geen toezichthoudende taken doen, neem wel contact op. 2. Ik heb wel eens gehad als adviseur dat ik wel wat gedaan heb op toezichthoudend gebied. 3. Je loopt aan tegen tijd en de combinatie van het maken van een rapport en gestoord worden. Een aangepaste caseload is belangrijk. 4. Dan maar zonder schriftelijk rapport naar de zitting en daar mondeling: ook wel eens gedaan. 5. Het is nodig dat rechtszittingen op tijd starten. Hierbij zouden we ook een youtube-filmpje met het advies kunnen doen. Ooit gehoord van tele-horen? 6. We zouden mensen ook gemakkelijker moeten kunnen volgen als de afdoening gedaan is. 7. Je kunt ook projecten vanuit werkstraffen alvast inzetten want dat is je netwerk. Gemaakte opmerkingen in de terugkoppeling bij casus 3 werkstraf: Anders is dat je in principe niet plaatst op het werk waar het delict heeft plaats gevonden, maar dat doe ik nu ook al. Systeem moet ruimer worden. Herstelgericht werken > meer t.a.v. familie tot nu toe maar niet zozeer naar werk toe. Voorbeeld Voetbalhooligans die werkstraf in stadion krijgen. Voorbeeld van winkeldiefstal maar waarbij de winkelier niets met de dief te maken wil hebben. Deelsessie 7: Werken met apps bij toezicht: aanvulling van ons werk of bedreiging? Opzet De online wereld komt steeds dichterbij. Niet alleen in het dagelijkse leven, maar ook bij jou als professional. De technologie gaat sneller dan je denkt en hoe ga je daar als professional mee om? Maar nog belangrijker, hoe kunnen we gebruik maken van alle technologische ontwikkelingen in ons werk? Of willen we dat eigenlijk helemaal niet? De eerste stappen zijn al gemaakt met de invoering van vier apps die we bij het toezicht kunnen gebruiken: Mijn Leven, Mijn Risico's, Mijn Contacten en Stap voor Stap.

Kijk, denk en praat mee over wat dit voor jou als professional betekent! De 3RO heeft de eerste stappen gezet en wil zich aansluiten bij de ontwikkelingen in de online wereld. Jij kan degene zijn die als eerste kennisneemt en ermee aan de slag gaat! Denk je in wat cliënten straks kunnen doen: - Een cliëntportaal: inloggen op hun eigen pagina. Wat kunnen ze daar dan nog meer allemaal op doen?; - Huiswerk die je schriftelijk moet aanleveren is straks verleden tijd. De apps worden een onderdeel van de ART-training; - Schriftelijke de werkalliantiemonitor invullen wordt straks vervangen door een app, waarop je samen meteen kunt zien bij welke vragen je cliënt en jij wel of niet op een lijn zitten. - Vergeten uit te printen is straks niet meer aan de orde, een smartphone heeft iedereen toch in zijn zak zitten? Kom langs en laat je informeren over de nieuwe technologieën als aanvullende middelen in ons werk! Door onder meer Bart Hagtingius, reclasseringswerker in Rotterdam, Coki Janssen, beleidsmedewerker SVG, Lisette Fransema, reclasseringswerker in Den Haag en Widya de Bakker, onderzoeker Kenniscentrum Sociale Innovatie. Twintig jaar geleden werd het eerste internetcafé geopend en wisten we nog niet wat e-mail was of waarvoor je internet moest gebruiken. Het internet heeft zich zo snel ontwikkeld, dat we inmiddels niet meer zonder kunnen. Daarnaast zijn er nog volop ontwikkelingen met betrekking tot digitalisering gaande, denk bijvoorbeeld aan de komst van het cliëntportaal of onderzoek in Japan naar een geautomatiseerde, virtuele toezichthouder. Wat betekent dit voor het contact met reclasseringscliënten en hoe gaan we hier als reclasseringsprofessionals mee om? Deze vragen stond centraal in deze deelsessie. Voor reclasseringswerkers en cliënten zijn op dit moment vier apps ontwikkeld. Met behulp van deze apps kan de cliënt, eerst zelfstandig of samen met de reclasseringswerker, zijn/haar sociaal netwerk, risico s, levensgebeurtenissen en middelengebruik/strafbaar gedrag visueel inzichtelijk maken. Aan de hand van deze visualisaties kan de reclasseringswerker met de cliënt in gesprek gaan over de antwoorden van de cliënt. Deelnemers van de deelsessie kregen de mogelijkheid om het gebruik van de apps zelf te ervaren. Zien we dit als een positieve ontwikkeling en versterkt dit de zelfregie van de cliënt? Of zien we deze ontwikkeling als bedreigend voor de werkalliantie tussen de cliënt en reclasseringswerker? Door middel van stellingen werd hierover gediscussieerd tijdens de deelsessie. Enerzijds kan gebruik van apps als hulpmiddel aansluiten op de leefwereld van de cliënt en kan dit positief bijdragen aan de invulling en openheid van gesprekken. Anderzijds zou dit bij de cliënt tot meer argwaan met betrekking tot privacy kunnen leiden of het gevoel van controle kunnen versterken. Deelnemers van de deelsessie kwamen met elkaar overeen dat het per cliënt zal verschillen of gebruik van apps aanvullend aan een face-to-face gesprek wenselijk is. Deelsessie 8: Terug op de rails. Inclusie van (ex) delinquente jongeren in de wijk Opzet

We starten in deze interactieve workshop met een conceptuele insteek: sterke sociale banden in werk en gezin hangen samen met desistance, zwakke sociale banden in werk en gezin met persistence in crime. In Divergent Lives zijn Laub en Sampson (2003) nagegaan onder welke omstandigheden mannen op oudere leeftijd stoppen, tijdelijk stoppen of juist doorgegaan zijn met crimineel gedrag. Dit bleek direct samen te hangen met keerpunten in hun leven waarbij zij wel of niet een nieuwe start konden maken en de ervaring opdeden ergens bij te horen, zich thuis en geaccepteerd te voelen. Wat betekenen deze inzichten volgens reclasseringswerkers en sociaal werkers in wijkteams voor de samenwerking tussen reclassering en wijkteam? Sommige reclasseringsmedewerkers ervaren huiver bij wijkteams om te werken met (ex-)delinquenten (als het lastig wordt, sturen we ze weer terug naar de reclassering). Ervaringen van wijkteammedewerkers zijn dat ze relatief weinig in contact komen met deze jongeren in de wijk. We vragen reacties aan de deelnemers en gaan het gesprek aan met elkaar aan de hand van casuïstiek. Door Drs. Szabinka Dudevszky, onderzoeksleider Inclusie bij Kenniscentrum Talentontwikkeling, Hogeschool Rotterdam, Diana Kuik, Wijkteam gemeente Rotterdam en Johan Stam, Veiligheid gemeente Rotterdam. De workshop begon met het boek Shared beginnings, divergent lives van John Laub & Robert Sampson. Dit boek is een verslag van een onderzoek waarbij criminele mannen tot op hoge leeftijd zijn gevolgd. De onderzoekers vroegen zich af welke mannen bleven doorgaan met hun criminele carrière en welke mannen zijn afgehaakt. Wat zijn de keerpunten in hun leven geweest? Heel veel factoren die ze kwantitatief hebben onderzocht bleken geen voorspellende waarde te hebben. De keerpunten in hun leven zijn kwalitatief (interviews) onderzocht: trouwen, kinderen krijgen en daarmee verantwoordelijkheid, teveel te verliezen hebben, werk(stabiliteit), leger. In het gesprek werd opgemerkt dat in het verleden in Nederland ook positieve effecten waren door de vorming binnen het leger, na afschaffing dienstplicht veel minder. In Rotterdam is een samenwerkingsverband tussen gemeente en Reclassering. Pilot met gebiedsgericht werken. In groepjes werden twee casussen besproken. De eerste casus ging over een jongere die zijn ouders terroriseerde. Had reclassering, voerde taakstraffen niet uit. Verzoek gedaan of straffen opgeteld konden worden zodat hij langer vast zou komen en het systeem om hem heen wat rust zou krijgen. Uiteindelijk vrij gekomen en er is niets gebeurd. De tweede casus ging over een oudere man, ex-tbs er. De pilot Reclassering in de buurt was toen al begonnen. In deze casus was er contact tussen het wijkteam en de reclassering. Maar over de achtergronden van de man ontbrak veel informatie. Over beide casussen is door de deelnemers aan de workshop gesproken op basis van vragen over de rolverdeling tussen de verschillende partijen en over mogelijke keerpunten in het leven van de exdelinquenten. Conclusie van de gesprekken was dat er een groot gat is tussen het sociale en het justitiële domein. Andere conclusies waren dat de regie in de samenwerking ontbreekt en dat een heldere rolverdeling ontbreekt. Via de pilot worden deze gaten mogelijk gedeeltelijk opgevuld. In het gesprek werd opgemerkt dat de Reclassering in Den Haag ook op het politiebureau aanwezig is in het kader van ZSM. Dat is een mooi voorbeeld van hoe het zou kunnen.

Deelsessie 9: Leren van incidenten Opzet Dit jaar verscheen het Inspectierapport Calamiteiten in de Jeugdzorg, waarin een analyse is gemaakt van tien ernstige calamiteiten in de jeugdzorg. Hieruit blijkt ondermeer dat de verschillende professionals die betrokken zijn bij een kind in gevaar behoorlijk goed met elkaar samenwerken. Rond schulden, schoolbezoek van kinderen, verslaving van een van de ouders, of psychiatrische problematiek van gezinsleden. Behalve als het gaat om het maken van een gezamenlijk plan om de veiligheid van de kinderen te bewaken en om daadwerkelijk ingrijpen als de veiligheid in het geding is. Daarin staan de jeugdbeschermers veelal toch alleen. En dan kan het alsnog fout gaan, ondanks alle goede samenwerking. Want je hebt eigenlijk alle ogen nodig om de veiligheid binnen een gezin goed in te schatten. Herken je dit als (jeugd)reclasseringswerker, bijvoorbeeld in je eigen samenwerking met sociale wijkteams? Wat betekent dit voor de doelen van alle vernieuwingen, zowel bij de jeugdzorg als de volwassenenreclassering, onder het motto eigen kracht, met veiligheid als ondergrens? Hoe kan je sociale professionals stimuleren om zich ook met veiligheid bezig te houden en dit aspect niet alleen bij jou te laten? Of hoort dat niet bij het vak van forensisch-sociale professional? En vooral: hoe kunnen we als professionals leren van de analyse van incidenten? En hoe kunnen we onze samenwerkingspartners bij dit leren betrekken? In deze workshop eerst een korte presentatie van het Inspectierapport. Vervolgens gaan de deelnemers met elkaar aan het werk aan de hand van verschillende vragen en een casus. Door Josien Leurdijk, hoofd opleidingshuis 3RO, Marlies Maalderink, medewerker van Samen Veilig Midden Nederland en Anneke Menger, lector Werken in Justitieel Kader. Aan de hand van het inspectierapport over de jeugdbescherming leidt Anneke Menger ons door 5 punten (zie ppt) die ook van toepassing (kunnen) zijn op de reclassering. Vervolgens hebben we 2 casussen besproken, 1 van de jeugdreclassering en 1 van de volwassenreclassering. De casuïstiek hebben we besproken aan de hand van de volgende vragen: 1e: niveau van casuïstiek: - bij de volwassenen: had eerder ingrijpen deze escalatie kunnen voorkomen en zo ja wat was een goede weg geweest? - bij de jongere: wat kunnen we doen om escalatie van delinquent gedrag te voorkomen? Hierbij moeten de elementen uit het Inspectierapport een rol spelen. 2e: niveau van leren van incidenten: - hoe leren we nu, als (jeugd) reclasseringswerkers van incidenten en escalaties? - hoe kan de reclassering (jeugd en volwassen) beter leren van incidenten? Vanuit Palier werd een voorbeeld genoemd om incidenten te bespreken > reconstructiebijeenkomst/terugspoelsessie. Casus met z'n allen bespreken en achteraf bedenken wat je wel had kunnen zien. Vervolgens kan je er met z'n allen van leren. Dit is een mooi praktijkvoorbeeld van hoe je van incidenten kan leren.

Punten die genoemd zijn tijdens de workshops: De waan van de dag bepaalt toch vaak het handelen, daarnaast wordt er veel overgedragen, waardoor het lastig is om echt patronen te herkennen. Binnen de TBS wordt er wel veel naar patronen gekeken, hier gebeurt het wel goed. Samen met de GGZ werken is een goed idee! De GGZ is er goed in om naar patronen te kijken. Casus Erik: Erik is een jongen van 14 jaar die veroordeeld is voor diefstal en een Jeugdreclasseringmaatregel Toezicht en Begeleiding opgelegd heeft gekregen. Erik komt op de afspraken met zijn jeugdreclasseerder. Er zijn grote zorgen over Erik op school. Erik gaat zijn eigen gang, hij is brutaal, luistert niet, maakt spullen kapot, hij is hierin niet alleen maar maakt onderdeel uit van een groep. Moet Erik iets leren dan kan hij zich niet concentreren en vervolgens ontstaat er onrust. Als Erik uit de les wordt gestuurd reageert hij niet door gewoon weg te gaan maar door te gaan schelden. De leerhouding van Erik is slecht, hij wil niet op school zijn en gebruikt school als een grote speeltuin. Erik heeft onlangs een poging gedaan om een klasgenoot met een pen in zijn nek te steken. Erik is volop in beeld bij politie, ook de gemeente maakt zich zorgen om Erik zijn aanwezigheid als onruststoker bij evenementen in de stad. Erik is in behandeling bij de Waag maar komt zijn afspraken slecht na en is weinig gemotiveerd. Ouders geven aan dat het thuis goed gaat met Erik. Ze herkennen het gedrag dat Erik, bijvoorbeeld op school laat zien, niet. Er zijn meerdere hulpverleners betrokken bij Erik, ook in de thuissituatie. Wat kunnen we doen om escalatie te voorkomen? Is er een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veiligheid? School en de jeugdreclassering voelen zich verantwoordelijk voor de veiligheid, verder worden er vooral signalen doorgegeven aan de jeugdreclassering. Wat kunnen we doen? Het meer gezamenlijk maken van de zorgen om de veiligheid. Breder trekken van de aanpak, verbreden van aanpak met vriendengroep. Patroonherkenning, gezamenlijk verantwoordelijk voor veiligheid. Meer partijen nodig om mee samen te werken. Wat te doen na het gedwongen kader? Er is durf en kennis nodig. Vroegsignalering kan wel veel beter. Deelsessie 10: Van student tot professional: waar moet de forensisch sociale professional in spé aan voldoen? Optie Jeugdbescherming. Forensische psychiatrie. DJI. Reclassering. Deze werkveldenvallen alle onder het forensisch-sociale domein. Ze kennen een gezamenlijke kennisbasis en gezamenlijke kenmerken van professionaliteit. Hogescholen leiden op voor dit veld, zij het nog steeds mondjesmaat, en bedrijfsopleidingen geven nascholing. Maar een gezamenlijk competentieprofiel ontbreekt tot dusver. Een landelijk erkend profiel, dat ook leidend is voor de HBO-opleidingen, versterkt de beroepsgroep als geheel en ook de individuele professional, bijvoorbeeld bij incidenten waarvoor je je moet verantwoorden naar de samenleving. Voor de jeugdzorg is er inmiddels het landelijk vastgelegde profiel De jeugdzorgwerker, met een landelijk beroepsregister, duidelijke competenties en opleidingen die zich daar duidelijk op richten.

Het forensisch-sociale domein zou een dergelijk landelijk profiel ook graag zien. Samen met enkele hogescholen is het initiatief genomen voor de ontwikkeling van een competentieprofiel voor forensisch sociale professionals, waarin staat wat tot de kern van hun werk behoort. De bijdrage van professionals is bij dit proces van groot belang. Een door professionals, organisaties en opleidingen gedragen beroepsprofiel biedt een inhoudelijke inbedding voor beroepsregistratie en eventueel een aangepaste beroepscode. Zo verwerven professionals meer regie op hun eigen vak. In deze interactieve deelsessie staat de vraag centraal: Wat is de kern van het vak en welke kwaliteit hoort daarbij? We leggen de deelnemers een set van 10 competenties voor en bepalen gezamenlijk welke tot de top 5 behoren. Ook willen we in gesprek over de vraag wanneer je de top 5 nu voldoende beheerst om als beginnend werker aan de slag te gaan. En wat later, in de praktijk, nog bij geleerd moet worden. Door Christel Rolink, onderwijskundige opleidingshuis 3RO en trekker beroepsregister, Laura van der Zwet, reclasseringswerker LJ&R en trekker beroepsvereniging reclasseringswerkers en studente Master FSP, Annelies Sturm docente/onderzoeker Hogeschool Utrecht en betrokken bij de ontwikkeling van nieuw onderwijs voor het gedwongen kader. Het doel van de workshop is om de beroepscompetenties te bespreken. Er wordt gekeken hoe zien ze eruit zien in de praktijk. Ook staat de vraag centraal of dit de juiste competenties zijn. De achtergrond van dit thema is dat de opleidingen CMV, SPH en MWD worden samengevoegd tot sociaal werk en er een andere indeling komt. Jeugd, in de wijk en zorg. Vanuit de opleiding is er een accentroute forensische werk. Hieronder is de koppeling te zien waar aan wordt gedacht: Integraal sociaal werk uitstromen uit detentie en weer functioneren in de wijk Zorg intramuraal op verschillende gebieden (psychiatrie, LVB, verslaving) Jeugd vooral naar jeugdcriminaliteit Het is een interactieve workshop. Er zijn verschillende competenties op kaartjes afgedrukt en de deelnemers kregen de opdracht om te gaan staan bij de competentie die zij het belangrijkst vonden. In beide deelsessies bleek de competentie over visie het meest populair te zijn. Dit zou volgens de deelnemers een kapstok zijn waar de rest onder valt. Daarnaast werden in beide workshops ook de werkalliantie en hybride werken genoemd als belangrijke competentie. Deze competenties zouden het werken in een gedwongen kader namelijk onderscheidend maken. Ook kwamen de competentie reflecteren en eigen ontwikkeling terug. Het gesprek in de workshop ging erover hoe onderscheidend de competenties voor de forensische accentroute zouden moeten zijn. Veel competenties gelden namelijk ook in het generieke profiel en worden hier toegepast in een forensisch kader. De vraag die wordt gesteld is of er een paar onderscheidende competenties moeten worden opgesteld die enkel voor het forensische kader gelden.