CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK

Vergelijkbare documenten
CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK

CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK CURIEUZENEUZEN 3 WERKBOEK. Els Gallin Harry Peersmans Frank Roels Peggy Roumans Peter Vanbedts ISBN

CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK CURIEUZENEUZEN 3 WERKBOEK. Els Gallin Harry Peersmans Frank Roels Peggy Roumans Peter Vanbedts ISBN

CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK

CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK

NEUZEN CURIEUZE WERKBOEK CURIEUZENEUZEN 5 WERKBOEK

CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK

Verkeersborden. Eindtermen. Doelgroep. Lesdoel. Lager onderwijs: Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie BASISONDERWIJS

Verkeersborden. Eindtermen. Doelgroep. Lesdoel. Lager onderwijs: Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie BASISONDERWIJS

De leerlingen wandelen de vooraf uitgestippelde route op de wandelkaart. Ze observeren en leggen de knelpunten inzake de verkeersveiligheid vast.

Verkeersborden. Doelgroep. Lesdoel. Materiaal. Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie BASISONDERWIJS

Gevaarsborden. Gevaarsborden. Gevaarsborden. Gevaarsborden. Pas op borden Driehoekige borden met punt naar boven met een rode rand

Kaartspel verkeerstekens voor fietsers en voetgangers

Maak je kinderen wegwijs in het verkeer

Stap 6. Met de z van zien en van zeggen Met de s van schrijven. Wat is er toch aan de hand? Alsmaar drukker en drukker

9. Verschillende soorten wegen

Kaartspel verkeerstekens voor fietsers en voetgangers

Fietsen en reglementering Info avond wegcode fietsersbond PZ HEKLA Dienst verkeer Hoofdinspecteur Steven Van Leeuwe

VERKEER. Handleiding. Proeflessen THEMA 1

GROTE VERKEERSTOETS 2017

VERKEER. Proeflessen. Handleiding THEMA 1

DE GROTE VERKEERSTOETS

Dode hoek BASISONDERWIJS. Doelgroep. Eindtermen. Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie

De verkeersborden voor kinderen

4e leerjaar. Stap 11. Fiets(st)er, ken jouw plaats. Met de z van zien en van zeggen Met de s van schrijven

De verkeersborden voor kinderen

Veiligheid van de fietser

OEFENEN EN TESTEN IN HET VERKEER

IK LEER FIETSEN! PRAKTIJKBOEKJE VOOR CURSISTEN

OEFENFICHE KRUISPUNT MET VERKEERSLICHTEN OVERSTEKEN FIETS EXAMEN HET GROTE 1. INTRO 2. VOORAF 3. VERKENNEN. Onderstaande vragen kunnen daarbij helpen:

werkboek auteurs: Jo Carmen Gerwin De Decker Rudi Fransen Bart Houwen Raf Van Bortel eindredactie: André Boel nagelezen en goedgekeurd door

Peuterklas. beschermde omgeving. Oefenen op. Oefenen in. straat

VERO voor voetgangers basisschool Pulle

Fiche Leerlingen. De plaats op de openbare weg binnen de bebouwde kom

Preborden BASISONDERWIJS. Doelgroep. Ontwikkelingsdoelen. Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie

Tips voor ouders, leraars en begeleiders

De Grote Verkeerstoets Het Grote Fietsexamen

VERKEERSBORDEN.

2 DE BASIS VOOR WERELD RIËNTATIE

VERKEER OP SCHOOL VERKEERS- EN MOBILITEITSEDUCATIE

Brief LES. tegelijk GR EN. Handleiding voor de leerkracht Groep 7 en 8

Verkeerseducatieve Route Harelbeke

Dienst Preventie Stad Turnhout Politie Regio Turnhout

Les. Beginsituatie. Voorbereiding. Preborden maken. Lesverloop Introductiemomentjes. Info voor de leerkracht: 1. Gevaarsborden

Brief LES. tegelijk GR EN. Groep 7 en 8

Bromfiets SECUNDAIR ONDERWIJS. Doelgroep. VOET'en. Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie. Leerlingen van de tweede en de derde graad

Code van de wegbeheerder Minder bordengids

De Grote Verkeerstoets /08/ Ja. 2. Neen, want ik mag hier niet links afslaan. 3. Neen, want ik heb mijn arm niet uitgestoken.

Kies het goede verkeersbord

Verkeerseducatieve Route Deerlijk

Pas op borden. - Driehoekige borden met punt. naar boven met een rode rand. naar boven met een rode rand.

OP UITSTAP MET DE FIETS

Praatplaat: ga je mee op stap?

Algemene informatie. Na het kijken Na het bekijken van de aflevering kunt u gebruik maken van de volgende lessuggesties.

Jeugd Verkeerskrant 1

DE GROTE VERKEERSTOETS

Fiets wijzer. examen. Dienst Preventie Stad Turnhout Politie Regio Turnhout FIETSWIJZER / FIETSEXAMEN

FIETSVADEMECUM De reglementaire uitrusting van het rijwiel

Lesfiche 1 FIETSCONTROLE EN INDIVIDUELE VAARDIGHEDEN.

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS: LAGER ONDERWIJS flexibel traject

Stappen en fietsen met de klas. Organisatie Aansprakelijkheid

ORGANISEER JOUW PRAKTIJKLES OVER DE DODE HOEK BIJ VRACHTWAGENS. LET OP VOOR DE DODE HOEK

Vaartuig bouwen Deel 1 & deel 2

Het verkeer communiceert met jou

Veilig fietsen en stappen

Tijdens de verkeerslessen hebben we met de kinderen gepraat over veilig fietsen.

Programma cursussen verkeersreglementering voor het jaar 2019.

1 JE RIJBEWIJS HALEN...11

Wijzigingen verkeersreglement op 31 mei en 1 juli 2019

LEERLIJN STAPPEN & FIETSEN

Kies het goede verkeersbord

DE GROTE VERKEERSTOETS

VERKEERSBEGRIPPEN. bij Verkeersexamen Overzicht van verkeersbegrippen, die belangrijk zijn voor kinderen. verkeersbegrip uitleg

Jeugd Verkeerskrant 5 Zoveel borden en tekens?!

Onze visie. Wij willen bewust inspanningen leveren om de ontwikkelingsdoelen en eindtermen met betrekking tot het verkeer en mobiliteit na te streven.

Fietsen in voetgangerszones

OPSTELLEN VAN HET PARCOURS DE OEFENINGEN TIPS OM AAN DE SLAG TE GAAN. oefening 4: slalom. oefening 5: over de schouder kijken.

Timing: 50 min. Graad: 2-3. Leerplandoelen: VVKBAO:

Theorieles groep 5/6

1. Geschiedenis van de fiets

Actieplan: Voorrang 2 Oversteekplaats voor voetgangers / fietsers

FIETSVERPLAATSINGEN IN GROEP

VTS_InitiatorWandelen Module 2 Verkeersreglementering van belang bij het wandelen

Gevaarlijke bocht. Dubbele bocht of opeenvolging van meer dan twee bochten, de eerste naar links

Het eerste wat we gaan behandelen is afslaan naar rechts 1

Een kruispunt. is geen jungle

VERKEER. Proeflessen. Handleiding THEMA 1

Zone 30 BASISONDERWIJS. Doelgroep. Eindtermen. Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie

verkeersregels voor kinderen

VERKEER OP SCHOOL VERKEERS- EN MOBILITEITSEDUCATIE LERARENOPLEIDING BALO ONZE TOEKOMST

Transcriptie:

CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK 4

Met de fiets in het verkeer 1 Borden voor de fietser 1.1 Gevaarsborden (Pas op, hier ) Wij zeggen: Wij zeggen: 1.2 Verbodsborden (Je mag hier niet...) Wij zeggen: Wij zeggen: Wij zeggen: 1.3 Gebodsborden (Je moet hier...) Wij zeggen: Wij zeggen: Wij zeggen: MET DE FIETS IN HET VERKEER 27

2 Is mijn fiets in orde? a 28 Gebruik de controlekaart bij de controle van je fiets. TUSSENDOOR

b Vul de onderdelen van de fiets aan. 3 Een fietsband herstellen Heb je zelf al eens een lekke fietsband geplakt? Doe het samen in de klas. MET DE FIETS IN HET VERKEER 29

CURIEUZE NEUZEN BRONNENBOEK CURIEUZENEUZEN 4 BRONNENBOEK 4 Els Gallin Harry Peersmans Frank Roels Peggy Roumans Peter Vanbedts ISBN 978-90-301-4444-1 Curieuzeneuzen_4_bronnenboek_cover_A4.indd 1 5/27/16 6:54 AM

Met de fiets in het verkeer 1 Borden voor de fietser 1.1 Gevaarsborden (Pas op, hier ) Oversteekplaats voor fietsers die van een fietspad op de rijbaan komen. Wij zeggen: Pas op, hier rijden fietsers. Stoppen en voorrang verlenen. (voorrangsbord) Wij zeggen: Pas op, hier moet je stoppen. 1.2 Verbodsborden (Je mag hier niet...) Verboden toegang voor bestuurders van rijwielen. Wij zeggen: Je mag hier niet door. Verboden toegang. Wij zeggen: Je mag hier niet door. Verbod voor andere voertuigen dan fietsers. Wij zeggen: Ben je fietser? Dan mag je door. 1.3 Gebodsborden (Je moet hier...) Verplicht fietspad. Wij zeggen: Je moet op het fietspad rijden. Verplichting om de richting te volgen die de pijl aangeeft. Wij zeggen: Je moet in de richting van de pijl rijden. Verplichting om de richting te volgen die de pijl aangeeft. Wij zeggen: Je moet in de richting van de pijl rijden. 28 TUSSENDOOR

2 Is mijn fiets in orde? 1. Je fiets moet een bel hebben. Kun je de bel horen tot op minstens 20 meter afstand? Test ze maar eens uit. Kun je met alle bellen samen een concert maken? Andere toestellen dan een bel zijn niet toegelaten. 2. Heeft je fiets remmen? Er moet een rem zijn op het voorwiel en op het achterwiel. 3. Zit er een witte reflector vooraan en een rode achteraan? 4. Hebben je pedalen oranjegele reflectoren? 5. Zitten er op je banden witte reflecterende stroken? 6. Heeft je fiets vooraan een wit of geel licht? 7. Is er achteraan een rood licht? 2 1 3 6 7 4 5 MET DE FIETS IN HET VERKEER 22970_inner.indd 29 29 5/27/16 7:04 AM

Curieuzeneuzen 4 A CURSORISCH Ι Verkeer: Met de fiets in het verkeer Wat willen we bereiken? ÿ Samen een fietscontrole uitvoeren. ÿ De voornaamste verkeersregels voor de fietser kennen. ÿ Een fietsband kunnen herstellen. Eindtermen De leerlingen: 6.12 kunnen de gevaarlijke verkeerssituaties in de ruimere schoolomgeving lokaliseren. 6.13 beschikken over voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route, en ze kennen de verkeersregels voor fietsers en voetgangers. Leerplandoelen Doelen GO! 3.5.9.1-3 Verkeer verkeersborden. 3.5.9.2 De betekenis van voorrangsborden verwoorden. 3.5.9.3 De betekenis van de aanwijzingsborden die voor hen van toepassing zijn, verwoorden. 3.5.9.24-45 Onder toezicht zich als fietser zelfstandig, veilig en hoffelijk verplaatsen op een voor hen vertrouwde route door de verkeersregels toe te passen. 3.5.9.58 Met de fiets uit stilstand vertrekken, sturen en afremmen. 3.5.9.60 Fietsen met voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie. Doelen OVSG WO-VKR-10.1 De leerlingen kennen de verkeersregels voor fietsers. Dat betekent dat ze de veilige uitrusting van de fiets kennen. WO-VKR-10.4 De leerlingen kennen de verkeersregels voor fietsers. Dat betekent dat ze verkeerstekens voor fietsers begrijpen. WO-VKR-10.2 De leerlingen kennen de verkeersregels voor fietsers. Dat betekent dat ze weten wanneer ze wel of niet op een voetpad mogen fietsen. WO-VKR-10.7 De leerlingen kennen de verkeersregels voor fietsers. Dat betekent dat ze weten hoe ze een kruispunt met de fiets moeten oversteken. 146 CURIEUZENEUZEN 4

A Doelen VVKBaO 9.16 Kinderen bewegen zich op een verantwoorde manier en dragen zo bij tot de eigen veiligheid en die van anderen. Dat houdt in dat ze: - plaatsen herkennen waar veilig kan worden gespeeld (bv. een woonerf), - kunnen de gevaarlijke verkeerssituaties in de ruimere schoolomgeving lokaliseren en er zich veilig in verplaatsen. 5.9 Kinderen beseffen dat ze door verkeersregels strikt toe te passen zichzelf en anderen beschermen en ze handelen daarnaar. Dat houdt in dat ze de verkeerstekens, -borden en -regels voor voetgangers en fietsers kennen en correct naleven om zich veilig te verplaatsen langs een voor hen vertouwde route. CURSORISCH Ι Een fietsband herstellen De leerlingen: 2.9 kunnen een probleem, ontstaan vanuit een behoefte, technisch oplossen door verschillende stappen van het technische proces te doorlopen. 2.10 kunnen bepalen aan welke vereisten het technische systeem dat ze willen gebruiken of realiseren, moet voldoen. 2.12 kunnen keuzes maken bij het gebruiken of realiseren van een technisch systeem, rekening houdend met de behoefte, met de vereisten en met de beschikbare hulpmiddelen. 2.13 kunnen een eenvoudige werktekening of handleiding stap voor stap uitvoeren. Doelen GO! 3.3.3.1 Een probleem, ontstaan vanuit een behoefte, technisch oplossen door verschillende stap pen van het technische proces te doorlopen. 3.3.3.5 Voor een technisch systeem dat ze willen ontwerpen rekening houden met aangereikte criteria. 3.3.4 Techniek hanteren - technische systemen gebruiken. Doelen OVSG WO-TEC-02. 06 De leerlingen zoeken de oorzaak voor het niet of slecht functioneren van een door hen gebruikte technische realisatie. WO-TEC-02.12 De leerlingen ervaren de behoefte om een probleem technisch op te lossen. WO-TEC-02.13 De leerlingen bepalen aan welke vereisten de technische realisatie die ze willen maken, moet voldoen. WO-TEC-02.22 De leerlingen maken keuzes bij het maken van een technische realisatie, rekening houdend met de behoefte, vereisten en beschikbare materialen en hulpmiddelen. WO-TEC-02.24 De leerlingen voeren een eenvoudige werktekening of handleiding stap voor stap uit. PRAKTISCHE HANDLEIDING CURSORISCH A 147

Curieuzeneuzen 4 A CURSORISCH Ι Doelen VVKBaO 6.11 Kinderen kunnen zeggen aan welke eisen een bestaande constructie en een constructie die ze zelf willen maken of gebruiken, moet voldoen. 6.12 Kinderen kunnen hun materialenkennis en hun kennis van constructie-, bereidings- en bewegingsprincipes gebruiken bij het ontwerpen van een constructie of bereiding. 6.13 Kinderen kunnen een constructieactiviteit of een bereiding correct uitvoeren. 9.17 Kinderen houden in hun gedrag rekening met andere gebruikers van dezelfde ruimte. 9.19 Kinderen ontwikkelen een verantwoord en vaardig fietsgedrag. Inhoud De kinderen voeren een fietscontrole uit aan de hand van een controlekaart. Die controle kun je een aantal keer herhalen zodat de kinderen het gewoon worden om hun fiets te controleren. Al oefenend leren ze de verkeerstekens herkennen en interpreteren. Door veel te oefenen verhogen ze de specifieke vaardigheden die bij het fietsen horen. Begrippen Onderdelen fiets, verkeerstekens specifiek bij fietsen op de weg. Benodigdheden Werkboek: p. 27-29 Bronnenboek: p. 28-29 Lesduur 3 x 50 minuten Actieve fietscontroles Drie op de vier fietsen zijn niet in orde, één op de drie is zelfs onveilig. Regelmatige controles zijn dus echt nodig. Daarom kun je drie keer per jaar een fietscontrole houden. We voorzien een fietskaart met drie controlemomenten. De politie, ouders, oudere kinderen, een fietsenmaker, enz. kunnen die controle mee begeleiden. Maak er een actieve controle van: betrek de kinderen erbij, verhelp kleine defecten onmiddellijk, schakel ouders in tijdens de controle en laat de kinderen zelf helpen herstellen waar mogelijk. Fietsvaardigheid Het is heel belangrijk dat de kinderen goed kunnen fietsen voordat ze in het verkeer terechtkomen. Het is dus zeker nuttig om fietsbeheersing in de loop van het jaar of de komende schooljaren te blijven opvolgen. Hou een aantal vaardigheidsproeven: slalom, remmen, doorgangen nemen, hindernissen ontwijken, enz. De hulp van ouders is zeker welkom. 148 CURIEUZENEUZEN 4

A Lesstappen Opstap - Borden voor de fietser De verkeersborden worden ingedeeld in zes categorieën: CURSORISCH Ι A. Gevaarsborden (Pas op, hier ) B. Verkeersborden in verband met de voorrang. C. Verbodsborden (Je mag hier niet ) D. Gebodsborden (Je moet hier...) E. Verkeersborden in verband met stilstaan en parkeren. F. Aanwijzingsborden (Kijk, hier is ) We beperken ons tot de gevaars-, verbods- en gebodsborden en meer specifiek tot de borden die van toepassing zijn op de fietser. Richt de aandacht van de kinderen vooral op de borden die in de buurt van de school voorkomen. Per twee Û Werkboek p. 27 Û Bronnenboek p. 28 De kinderen vullen het werkboek alleen aan in potlood. Ze proberen op een eenvoudige manier te verwoorden wat de borden betekenen. Daarna vergelijken ze per twee hun antwoorden en controleren ze de oplossingen aan de hand van het bronnenboek. Per vier Hoe zit het met de voorrang? De kinderen proberen in groepjes van vier een antwoord te formuleren op deze vraag. Laat hen de voorrangsregels illustreren aan de hand van de verkeersmat of met andere hulpmiddelen. Daarna bespreken en oefenen de kinderen de regels. Gebruik daarvoor een vereenvoudigde versie. Iemand die van rechts komt, geef je voorrang. Behalve wanneer: ÿ Het een tram is, want die heeft altijd voorrang. ÿ Er stoplichten zijn. ÿ Er haaientanden op de grond staan PRAKTISCHE HANDLEIDING CURSORISCH A 149

Curieuzeneuzen 4 A CURSORISCH Ι Doorstap - Is mijn fiets in orde? Fietscontrole Û Werkboek p. 28 Een fietscontrole houden heeft altijd zin. Je kunt bij het begin van de winter een controle houden en die nog eens overdoen in de lente. Ook een controle bij het begin schooljaar heeft zeker zin. Maak een combinatie van verschillende werkwijzen: ÿ De kinderen controleren de fietsen samen met ouders. ÿ Maak een afspraak met een fietsenhersteller. Hij komt op school samen met de ouders de fietsen controleren en eventueel ook kleine herstellingen uitvoeren. ÿ De verkeerspolitie komt op de school een fietscontrole doen. Een fiets moet altijd in orde zijn! Het is de bedoeling dat er zoveel mogelijk fietsen zo vaak mogelijk technisch gecontroleerd worden. Omdat de kinderen tijdens het vorige leerjaar al een controle hebben gehouden, kunnen ze nu waarschijnlijk zelf beter helpen. De fiets moet een bel hebben die hoorbaar is tot op minstens 20 meter afstand. Andere toestellen dan een bel zijn niet toegelaten. De fiets moet een rem hebben op het voorwiel en op het achterwiel. Û Bronnenboek p. 29 Wat moet je fiets hebben? ÿ 1. een bel ÿ 2. remmen vooraan en achteraan ÿ 3. een witte reflector vooraan, een rode reflector achteraan ÿ 4. oranjegele reflectoren in de pedalen ÿ 5. minstens twee oranjegele spaakreflectoren op elk wiel symmetrisch tussen de spaken bevestigd, of witte reflecterende cirkelvormige stroken op het voor- en achterwiel, of een combinatie van de twee ÿ 6. vooraan een wit of geel licht ÿ 7. achteraan een rood licht Û Werkboek p. 29 De kinderen vullen de onderdelen van de fiets aan in het werkboek. Oplossing: ÿ witte reflector ÿ rode reflector ÿ oranjegele reflectoren aan pedalen ÿ wielreflectoren ÿ wit of geel licht ÿ rood licht ÿ bel ÿ voorrem ÿ achterrem 150 CURIEUZENEUZEN 4

A Stel ook de volgende vragen: ÿ Wanneer is je fiets in orde? ÿ Is je fiets gecontroleerd? ÿ Is er iets mis met deze fiets? Doe nu of op een ander moment de fietscontrole. Je kunt de controle ook zo plannen dat elke dag een paar kinderen hun fiets meebrengen. Zo verlies je niet te veel tijd. CURSORISCH Ι Û Observatiefiche A Je gebruikt de klaslijst voor de observatie van een deelaspect van een bepaalde competentie. ZELFSTURENDE COMPETENTIE Zin voor orde en nauwkeurigheid: de leerling voert de opdrachten grondig, geordend en zorgvuldig uit. Schrijf daarna op de individuele observatiefiche B: OK (geen verdere actie) of NOK (niet OK). Zoek momenten binnen en buiten de WO-activiteit om eventueel na meerdere NOK-observaties te starten met gerichte observatie (observatiefiche C), al dan niet in samenspraak met GOK of Zorg. Het fietsparcours Je kunt met de klassen van het derde leerjaar afspreken om samen een fietsparcours te maken. In de handleiding van het derde leerjaar vind je alle informatie die je daarvoor nodig hebt. Uitstap - Belangrijkste regels voor fietsers Groepswerk Verdeel de klas in groepjes. Duid in elk groepje een verslaggever en een tijdsbewaker aan. Zoek samen naar de belangrijkste regels die gelden voor fietsers. De kinderen formuleren vijf punten en elke groep brengt ze voor de klas. Daaruit vormen jullie een gezamenlijke lijst. Komt dat lijstje overeen met het onderstaande lijstje? ÿ Je mag met zijn tweeën naast elkaar fietsen. ÿ Hou zoveel mogelijk rechts. ÿ Gebruik het verplichte fietspad. ÿ Gebruik de rijbaan als er geen fietspad is. ÿ Je moet elkaar links inhalen. ÿ Zet je fiets veilig in een fietsstalling, op het voetpad of in de berm. ÿ Steek je voor- en achterlicht aan bij slecht zicht of in het donker. PRAKTISCHE HANDLEIDING CURSORISCH A 151

Curieuzeneuzen 4 A CURSORISCH Ι Û Observatiefiche A Je gebruikt de klaslijst voor de observatie van een deelaspect van een bepaalde competentie. ZELFSTURENDE COMPETENTIE Doelgerichtheid: de leerling kan criteria opstellen waaraan een leerproces of een eindproduct moet voldoen. Schrijf daarna op de individuele observatiefiche B: OK (geen verdere actie) of NOK (niet OK). Zoek momenten binnen en buiten de WO-activiteit om eventueel na meerdere NOK-observaties te starten met gerichte observatie (observatiefiche C), al dan niet in samenspraak met GOK of Zorg. Muziek Een fietsbelconcert Elke bel heeft een verschillende klank. Hoe klinken ze? Breng nog andere bellen mee. Schroef ze op een bezemsteel in een bepaalde klankvolgorde (bijvoorbeeld volgens toonhoogte). Zo kunnen jullie een melodie spelen. Û Werkboek p. 29 Een fietsband herstellen Stel de kinderen de vraag of ze zelf al eens een lekke fietsband hebben geplakt. Ze proberen het uit. Maak eerst een gaatje in een band, bijvoorbeeld met een punaise. 1. Materialen en voorbereiding: een aantal setjes met een binnenband, een bandenplaksetje, een setje extra plakkers; een gemeenschappelijke set met een fietspomp, een waterbak, een doek, twee schuurpapiertjes. 2. Probleemstelling: Wat gebeurt er? Wat doe je eerst? Zoek het lek. Dat kun je doen door de band lichtjes op te pompen en onder water te houden. Aan de belletjes merk je waar het lek zit. 3. Experimenteren: Hoe? Wat ga je doen? Maak de band droog en schuur de band rond het lek een beetje op. Doe fietslijm op de juiste plaats en wacht even. Neem een plakkertje op maat en bevestig het op het lek. Controleer door te pompen of de band goed geplakt is. Ruim alles netjes op voor de volgende groep. 4. Besluiten: Wat heb ik geleerd? Kan ik het gebruiken? 152 CURIEUZENEUZEN 4

Met de fiets in het verkeer 1 Borden voor de fietser 1.1 Gevaarsborden (Pas op, hier ) Wij zeggen: Pas op, hier rijden fietsers! Wij zeggen: Pas op, hier moet je stoppen! 1.2 Verbodsborden (Je mag hier niet...) Wij zeggen: Fietsers mogen hier niet door. Wij zeggen: Verboden voor alle verkeer. Niemand mag hier door. Wij zeggen: Je mag hier niet door, behalve als je met een fi ets of bromfiets klasse A rijdt. 1.3 Gebodsborden (Je moet hier...) Wij zeggen: Fietsers moeten op het fietspad rijden. Wij zeggen: Je moet in de richting van de pijl rijden. Wij zeggen: Je moet in de richting van de pijl rijden (linksaf slaan). MET DE FIETS IN HET VERKEER 27

b Vul de onderdelen van de fiets aan. voorrem bel wit of geel licht witte reflector achterrem rode reflector oranje of gele reflectoren rood achterlicht oranje of gele reflector 3 Een fietsband herstellen Heb je zelf al eens een lekke fietsband geplakt? Doe het samen in de klas. MET DE FIETS IN HET VERKEER 29

OBSERVATIEFICHE A Thema Sleutelcompetentie Datum PROCESEVALUATIE õ Zelfsturende competentie õ Leercompetentie õ Sociale competentie õ Functionele competentie Welke deelaspect ga je observeren? (zie Algemene handleiding p. 28 en Observatiefiche B) Naam Wat zie je? 1 2 3 4 1 = kan dit nog niet 2 = kan dit een beetje 3 = kan dit goed 4 = kan dit zeer goed EVALUATIE EN KOPIEERBLADEN PROCESEVALUATIE 493

Curieuzeneuzen 3 PROCESEVALUATIE OBSERVATIEFICHE B deel 1 1. ZELFSTURENDE COMPETENTIES Naam van de leerling: 1 = kan dit nog niet 2 = kan dit een beetje 3 = kan dit goed 4 = kan dit zeer goed OBSERVATIEMOMENTEN COMPETENTIES 1.1 Doelgerichtheid OK 1 /NOK De leerling kan realistische doelen voor zichzelf en de anderen formuleren. De leerling kan criteria opstellen waaraan een leerproces of eindproduct moet voldoen. 1.2 Zelfevaluatie De leerling kan zijn/haar verwachtingen uiten en hij/zij kan een inschatting maken. De leerling kan het eindresultaat van een gevolgde werkwijze evalueren en bijsturen (leerproces en product). 1.3 Kritische zin De leerling heeft vertrouwen in zichzelf waardoor hij/zij eigen standpunten, gedrag of methoden van zichzelf in vraag durft stellen, alvorens een stelling in te nemen. 1.4 Zin voor orde en nauwkeurigheid De leerling werkt ordelijk en systematisch. De leerling voert de opdrachten grondig, geordend en zorgvuldig uit. 1.5 Zelfstandigheid De leerling kan schoolactiviteiten zonder hulp van anderen uitvoeren. 1.6 Doorzettingsvermogen De leerling geeft niet gemakkelijk op bij tegenslagen. 1. Als een deelaspect in orde is, hoef je hiervoor geen verdere observatie uit te voeren. Anders vul je een cijfer van 1 tot 4 in. 416 CURIEUZENEUZEN 3