Verder na vermissing Slachtofferhulp Nederland ondersteunt achterblijvers na vermissingen. Als een geliefde wordt vermist, kunnen de achterblijvers sinds kort hulp krijgen van Slachtofferhulp Nederland. De politie speelt daarin een belangrijke rol door de achterblijvers goed te informeren. Niet alleen over de mentale steun, maar vooral ook de praktische hulp. Want hoe weet je nou waar je moet zijn? Een gezin waarvan een kind of ouder plotseling verdwijnt, krijgt niet alleen te maken met de onzekerheid rond het wel en wee van de vermiste. Naast alle emoties loopt het ook al gauw tegen praktische problemen aan. Stel dat de kostwinner is verdwenen, hoe zorg je dan bijvoorbeeld dat je financieel nog rondkomt? Loopt de hypotheek geen gevaar? Wat kun je doen om zijn of haar zaken te regelen? Binnen de wet is niets geregeld voor achterblijvers, zegt Chantal van Disseldorp, projectleider Vermissingen bij Slachtofferhulp Nederland. Er is geen lichaam en dus ook geen bewijs dat iemand dood is. En ben je niet dood, dan ben je levend voor de wet. Als je een partnerschap hebt met elkaar en je partner valt weg, dan kun je bijna geen dingen regelen waar je zijn of haar handtekening voor nodig hebt, zoals bankzaken, een zorgverzekering opzeggen of je huis verkopen. En denk ook aan de overlijdensrisicoverzekering die niet uitkeert. Instanties als banken, verzekeraars en dergelijke weten ook niet hoe zij hiermee om moeten gaan, die hebben dat meestal niet eerder meegemaakt. Daardoor word je als achterblijver van het kastje naar de muur gestuurd. Maar dat soort zaken moet wel opgelost worden, willen de achterblijvers door kunnen gaan met hun leven. Uiteindelijk zal je daarvoor een bewindvoerderschap moeten aanvragen. Slachtofferhulp Nederland kan achterblijvers bij veel van zulke praktische zaken ondersteunen. Volgens Van Disseldorp is het belangrijk dat politiemensen bij de aangifte van een vermissing, wijzen op die praktische hulpverlening van Slachtofferhulp. Náást de psychosociale, de emotionele begeleiding natuurlijk. Maar als je tegen achterblijvers alleen zegt dat zij voor een luisterend oor bij ons terecht kunnen, om over hun 42 Blauw 28 februari 2015 nr. 2
Tekst: Joan Kurpershoek Foto s: Harro Meijnen / Blauw en ANP onzekerheid en hun emoties te praten, dan komen de meesten niet. Mensen zijn daar een beetje huiverig voor. Vaak hebben ze zelf wel een sociaal netwerk waar ze hun verhaal kwijt kunnen. Praktische hulp is makkelijker te accepteren, zegt zij. Bovendien komen zij dan vaak achteraf alsnog met hun verhaal. Getraind Slachtofferhulp Nederland heeft in januari 2014 de zorg voor achterblijvers van vermisten overgenomen van het Rode Kruis. Een aantal medewerkers is speciaal getraind om deze mensen op allerlei vlakken te kunnen helpen. Ook tijdens de eerste dagen na een vermissing, bijvoorbeeld door de achterblijvers te helpen aan contactadressen die zij kunnen gebruiken bij hun zoektocht. Zo zou dat bij een vermissing in het buitenland een consulaat kunnen zijn, of het ministerie van Buitenlandse Zaken. Want hoe weet je nou als achterblijver waar je moet zijn? Je hebt dit nooit eerder meegemaakt, aldus Van Disseldorp. De medewerker kan ook meekijken naar het contact met de politie, zegt Cor Bottenheft. Hij is al jaren vrijwilliger bij Slachtofferhulp Nederland. Mensen die aangifte doen van een vermissing, zitten soms zo in de stress, dat ze bij benadering niet meer weten wat de politie allemaal heeft gezegd. Daardoor kunnen misverstanden ontstaan, of ze denken dat de politie niets met hun aangifte doet. Ik kan nog een keer rustig uitleggen hoe het gaat na een aangifte. Maar ik vertel ook dat de recherche het onderzoek niet binnen een vingerknip heeft afgerond. Dan weten achterblijvers tenminste dat ze niet binnen een dag de oplossing hoeven te verwachten. Vaak is het ook een drempel voor mensen om de politie te bellen om te vragen hoe het met het onderzoek gaat, aldus Bottenheft. Of ze hebben al een keer gebeld maar de juiste persoon was er niet en dan laten ze het daar bij. Dan probeer ik het nog een keer, of we gaan samen op het politiebureau praten. Op het moment dat ik achterblijvers heb gesproken, vraag ik bij de politie wie het onderzoek doet en hoe het ervoor staat. Natuurlijk krijg ik niet meer te horen dan ze kwijt mogen, maar ik kan de achterblijvers misschien wel vertellen dat ze al wat getuigen hebben gehoord en bezig zijn met het technisch onderzoek. Dat geeft hen enig vertrouwen, omdat ze weten dat eraan gewerkt wordt. Van Disseldorp: Dat is een win-winsituatie voor alle partijen: het slachtoffer voelt zich gehoord maar stelt zich daardoor ook coöperatief op in het onderzoek. In die zin is het voor de politie ook een meerwaarde dat er een goede communicatie is. Als politiemedewerkers dat zelf in de waan van de dag niet voor elkaar krijgen, is het handig als daar een partij tussen zit, die dat dan even glad poetst. Voor zover dat nodig is, want ze doen het heel vaak hartstikke goed, alleen soms gaat het iets minder. Familierechercheurs De politie heeft voor zaken met slachtoffers familierechercheurs beschikbaar die de naasten kunnen ondersteunen als dat nodig is. Maar dat is uitsluitend bij misdrijven, voor vermissingszaken is dat nog niet geregeld, zegt Carina van Leeuwen, specialist vermiste personen, Eenheid Amsterdam. Een vermissing is voor de politie eigenlijk een beleving van de achterblijver. Er is geen keiharde aanwijzing dat er sprake is van een misdrijf. Het enige wat wij dan kunnen doen, komt neer op hulpver- Soms duurt het heel lang voor een vermist persoon wordt terug gevonden. Blauw 28 februari 2015 nr. 2 43
Leden van de mobiele eenheid zijn op zoek naar sporen. lenen, artikel 3 van de Politiewet. Dus geen opsporings- of strafrechtelijk onderzoek. In dat geval hebben we ook minder bevoegdheden, zoals voor taps en dergelijke, maar ook minder mogelijkheden om achterblijvers te begeleiden. Die begeleiding is afhankelijk van de betrokkenheid van de politiemedewerker, én hoeveel tijd die daarvoor heeft. Maar de achterblijvers gaan je wel claimen, want jij bent het enige contact met de mogelijkheid om hun kind, vader of moeder nog terug te vinden. Totdat je als politiemedewerker een andere functie krijgt, want dan houdt het op. Gelukkig kan Slachtofferhulp Nederland die begeleiding nu op zich nemen en zij bieden ook continuïteit daarin. Voor de achterblijvers zijn zij een enorme steun, en het ontlast de politie. Daarom is het belangrijk dat wij als politie op een goede manier naar de Slachtofferhulp verwijzen. Dat is trouwens ook een betere situatie, zegt Saskia Koomen, rechercheur in Amsterdam-Noord. Zij houdt zich voornamelijk bezig met vermissingen. Meestal heb ik een goed contact met achterblijvers, maar je kan niet én het onderzoek doen én de familie blijvend begeleiden. En helemaal niet als er een vermoeden is dat er iets anders achter schuilt. Want dat heb ik ook wel meegemaakt. Een vrouw die haar vermiste man zocht vanwege de alimentatie. Van Leeuwen: We hebben ook een aangifte gehad van een meneer 44 Blauw 28 februari 2015 nr. 2
die zijn vrouw en kinderen kwijt was. Vervolgens bleek dat hij hen had omgebracht. Die man is de eerste paar weken behandeld als slachtoffer. Degene die de zaak opneemt, moet dus soms ook bepaalde achterdocht hebben. Aantal vermissingen In Nederland zijn gemiddeld zo n veertigduizend meldingen per jaar. Twintigduizend daarvan betreffen meldingen van bewoners die uit instellingen zijn weggelopen. Van de overige twintigduizend wordt ongeveer driekwart (vijftienduizend) van de vermiste personen binnen 48 uur gevonden. Afhankelijk Je moet elke aangifte serieus nemen, maar je moet wel altijd heel goed doorvragen en alles goed vastleggen, zegt Saskia Koomen. Mede omdat we geen opsporingsbevoegdheden hebben: daardoor zijn we afhankelijk van de informatie die achterblijvers en derden ons kunnen geven. Daarover staat trouwens informatie op het Politie Intranet. Van Leeuwen: En we moeten eerlijk zijn naar de achterblijvers, uitleggen wat we wel en niet kunnen. Uitleggen ook dat er misschien dingen gaan gebeuren die heel vervelend zijn. Bijvoorbeeld dat we DNA moeten afnemen omdat dat ons kan helpen bij de zoektocht. Dat kan confronterend zijn. Mensen denken dan al gauw dat er iemand dood is gevonden. De situatie kan soms moeilijk zijn voor de politiemensen. Koomen: Het kan gebeuren dat je wel informatie hebt, omdat de vermiste is gevonden, maar dat je daar bijna niets over mag zeggen. Bijvoorbeeld omdat die persoon niet gevonden wíl worden door zijn naasten. Een moeder die haar zoon zoekt, kan ik wel vertellen dat er contact is geweest en dat het goed gaat met hem, maar meer ook niet. Ik kan haar verwijzen naar internet: Misschien dat u daar meer informatie over hem kan vinden. Ook als iemand vastzit in het buitenland, zijn er beperkingen. In zo n geval kan ik hooguit zeggen Er is informatie, en de achterblijvers dan verwijzen naar Buitenlandse Zaken. Dat zijn geen fijne situaties. Meer kan de politie ook niet vertellen aan de medewerkers van Slachtofferhulp. Maar Chantal van Disseldorp pleit er wel voor dat zij zo veel mogelijk op de hoogte worden gehouden van nieuwe ontwikkelingen. Dat zij dezelfde informatie krijgen als de achterblijvers die zij begeleiden. Wij hebben wel gehad dat wij een vrouw belden om te horen hoe het ging en dat zij zei: Hij is gevonden, we hebben hem al begraven. Omdat zij van alles moest regelen, had zij er zelf ook niet aan gedacht om ons te bellen. Het zou prettig zijn als een agent in zo n geval bij de achterblijver informeert of hij of zij slachtofferhulp heeft, en van wie. En dat ze dan ook Slachtofferhulp inseinen om aan te geven: Wij gaan zo die achterblijver bellen. Of: We hebben net gebeld, want we hebben een lichaam gevonden, mogelijk is dat van haar man. Niet alle politiemensen weten dat dat ook kan. Rouwproces Emotioneel gezien wijkt een vermissing sterk af van andere zaken waarin slachtoffers zijn gevallen. Van Disseldorp: Er is geen lichaam gevonden. Je hebt geen idee wat er is gebeurd en of je geliefde nog leeft of niet. Het is geen afgeronde gebeurtenis, waardoor mensen vaak niet kunnen accepteren dat iemand hoogstwaarschijnlijk is overleden. Ze komen niet toe aan een rouwproces. De een kan daar beter mee omgaan dan de ander, zegt Cor Bottenheft, die van het Rode Kruis een aantal contacten met achterblijvers heeft overgenomen. Een vrouw was jaren geleden Blauw 28 februari 2015 nr. 2 45
haar man kwijtgeraakt, doordat hij niet meer terugkeerde van een foto-vakantie. Vermoedelijk heeft hij een ongeluk gehad. Zij had dat voor zichzelf redelijk afgerond. Maar van iemand anders was een zoon verdwenen, mogelijk was dat een zelfmoord. Die vader was daar jaren later nog mee bezig. Het maakt de psychosociale aanpak anders, aldus Van Disseldorp, al doet het Slachtofferhulp zelf niet aan therapieën. De dienstverlening aan achterblijvers is niet zozeer qua methodiek anders, maar er zit vooral een verschil in de woordkeuze. Dat je bepaalde dingen wel of niet zegt wanneer je met mensen in gesprek gaat. Slachtofferhulp zal achterblijvers doorverwijzen naar een psycholoog, als dat nodig lijkt, zegt Bottenheft. Ik leg de mensen uit dat ik geen therapeut ben. Ik zie mijn rol meer als een aardige buurman die met iemand oploopt. En als we op een kruispunt komen, dan zal ik het advies geven: Dit is misschien een handige route om te gaan. Hij gaat het gesprek echter niet uit de weg. Als bijvoorbeeld een zoon weg is, dan schiet de stress tot aan het plafond, dan functioneren die ouders de eerste dagen niet meer. Gaan niet meer naar hun werk en dergelijke. Maar in de praktijk blijkt dat de mens sterk is. Na een paar goede gesprekken zie je dat het functioneren, maar ook het denken aan de vermissing, anders wordt. In het begin denkt zo n vader bijvoorbeeld aan niets anders, maar na een of twee weken gaat hij wel weer voetbal kijken, als Nederland speelt. Dat betekent dat hij in positieve zin zijn eigen stress-situatie aan het oplossen is. Als het goed is, gaat dat terug tot een acceptabel niveau. Maar blijft die stress zo hoog, dan moet je wat doen. Bijvoorbeeld doorverwijzen naar een psycholoog. Of elke zaak van vermissing om begeleiding vraagt van Slachtofferhulp, en binnen hoeveel dagen, kun je niet altijd meteen zeggen. Het Landelijk Bureau Vermiste Personen (LBVP) krijgt de vermissingen door via het politiesysteem BVH. Het bureau heeft met Slachtofferhulp Nederland een principe afspraak dat het vermissingen met een vertraging van één tot twee weken doorgeeft. Chantal van Disseldorp: Als een vermissing binnen die tijd niet is opgelost, mag je gevoeglijk aannemen dat er meer aan de hand is. Toch pleit zij ervoor dat de politie bij elke aangifte de achterblijver meteen al wijst op de diensten van Slachtofferhulp. Die kan dan zelf beslissen of en wanneer hij of zij er gebruik van maakt. Er zijn ook gevallen geweest waarin wij mogelijk al in een eerder stadium wat hadden kunnen doen. Met de vermissing van de broertjes Ruben en Julian hadden wij met drie dagen al wat kunnen betekenen als wij toen deze dienstverlening al hadden gehad. Of met een vermissing in het buitenland, zoals met die meisjes in Panama kunnen wij de eerste dagen in ieder geval een verwijzende functie hebben. Ik heb zelf een keer op de avond van de eerste dag na een vermissing een moeder kunnen helpen. Ze was in paniek omdat haar zoontje was weggelopen uit een instelling en niemand haar daar iets over wilde vertellen. De politie mocht niets zeggen omdat de instelling de vermissing had aangegeven. Uiteindelijk kwam ik uit bij iemand die mij vertelde hoe de procedures waren. Daarmee heb ik haar een antwoord kunnen geven, waarmee zij rustiger de nacht in ging. De volgende ochtend kreeg ik een mailtje van haar, dat de vader het joch had gevonden en teruggebracht. Ze was heel erg blij. Want we hadden naar haar geluisterd, haar niet weggestuurd. Heb je dan iets betekend voor iemand? Ik denk van wel. Pijnlijk Meest pijnlijk zijn de langdurige vermissingen, zo is de ervaring. Amsterdam telt zo n 120 vermisten die langer dan een jaar weg zijn. Landelijk zouden dat er zo n tweeduizend zijn, maar dat is een schatting omdat dat in de loop der jaren niet goed is bijgehouden. De steun die Slachtofferhulp Nederland biedt aan achterblijvers, duurt zolang als die nuttig lijkt. Chantal van Disseldorp: Als het om een langdurige vermissing gaat, bijvoorbeeld langer dan een jaar, dan zou je iemand al die tijd bij je kunnen houden. En misschien zelfs wel vijf jaar, of nog wat langer. Daar hebben wij natuurlijk nog geen ervaring mee. Als je aannemelijk kunt maken dat de vermiste is overleden, kan je na een jaar een Verklaring van vermoedelijk overlijden aanvragen. Maar is dat niet aannemelijk te maken, dan kan dat pas na vijf jaar. Dan begint voor een achterblijver eigenlijk het verhaal weer opnieuw, doordat je van alles moet gaan afhandelen. Dat wil niet altijd zeggen dat je die persoon steeds continu in het vizier hebt, want eindeloos kopjes koffie met zo iemand blijven drinken, heeft geen toegevoegde waarde. Maar je houdt wel de lijn al die tijd open. redactie.blauw@politieacademie.nl Meer informatie over Slachtofferhulp Nederland: www.slachtofferhulp.nl/vermissing, vermissing@slachtofferhulp.nl, of 0900 0101. Voor meer informatie: PKN > Criminaliteit > Slachtofferzorg > Slachtofferzorg verlenen PKN > Opsporing > Vermiste personen > Vermiste personen 46