40 Suggesties met...

Vergelijkbare documenten
Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke

Ik ben Peter Peer en ik groei aan een boom. Wat groeit er nog meer aan een boom? Hoeveel dingen kun je bedenken?

20 Ideeën met speelkaarten

Schoolbrede start (15 min) Zie hoofdstuk Schoolbrede start.

Pietengymles. Kun jij een echte hulppiet worden? Doe de oefeningen en verdien een pietendiploma!

Plattegrond pietengym zaal 3

De pietenschool. speluitleg

7. Getalkaartjes bij de kralenketting

T-shirts op een rij. Doel van de les - de telrij opzeggen tot en met 20 - terugtellen vanaf een willekeurig getal in het getallengebied

Tussen d oortjes.

Spelenderwijs rijmen. Linda Willemsen.

maken de kinderen een waterorgel en laten elke lettergreep uit een lied horen op dit orgel. Groep 1 Groep 2 samengestelde woorden in

Deze les levert een bijdrage aan kerndoel 5: de leerlingen leren omgaan met geld- en betaalmiddelen

flitsletters spellenbundel Voor speelse oefenmomenten, thuis en in de klas.

Lespakket. Ssst de tijger slaapt. Door: Maike Douglas jufmaike.nl. De lessen met een * ervoor zijn alleen geschikt voor kleuters. ã jufmaike.

Ik ben Stephanie. Ik ben Stephanie

Samenhang tussen kilogram en gram (spel)

2. Puzzelen naar 5 december grote groep

Webboek. Taalontwikkeling spelletjes

NEDERLAND VIERT 100 JAAR DE STIJL DESTIJLUTRECHTAMERSFOORT.NL ONTDEK HET IN UTRECHT & AMERSFOORT! LESSUGGESTIES 100 JAAR DE STIJL GROEP 1 T/M 4

SPEL 1. Kangoeroe buidel-dief. Doel: Uitleg: Te moeilijk? Te makkelijk?

Meedoen met het Sinterklaasjournaal

Leskaart 1 Super Beweeg Uur ik neem je mee

Getallen. 1 Doel: getallen plaatsen op de getallenlijn. 2 Doel: getallen invullen op het 60-veld. 3 Doel: 5-structuur aangeven.

Groepsvorming en een positief sociaal klimaat, waar leerlingen zich mede verantwoordelijk voor voelen,

optellen 1 Doel: plaats bepalen op de getallenlijn 2 Doel: optellen met de rekentekens + en 3 Doel: optellen van concreet naar abstract Herhalen

Activiteit Doel Beschrijving doel Planning Uitvoering

- De leerling gooit de bal op het moment dat er een grote kans is om een loper te raken.

De schoenenwinkel. Kleuterplein Lessuggestie groep 1-2. Keuzeactiviteit voor groep 1-2

Tafels bloemlezing. Inhoud 1

getallenfeest 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, je hebt alle getallen gezien. 11 en 12 er ook nog bij zij sluiten de rij.

Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

Rekenfolder o.b.s. Henri Dunant groep 3

Tussendoelen rekenen-wiskunde voor eind groep 2

ACTIVITEITEN GROEP 3 en 4

Sinterklaas. en de. smikkelende Smulpiet

Rekenen: Meten groep 4 en hoger. Het leren van simpele weegopdrachten.

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte

Veilig leren lezen Aftelkalender Sinterklaas: hoeveel nachtjes slapen nog? - Versie 2013

Zwijsen. jaargroep 4. naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. rekentrainer. jij. Bezoek alle leuke dingen. Teken de weg.

Lesdoelen De kinderen leren dat er woorden zijn die de (soort)naam voor mensen en dieren aanduiden en maken kennis met de term zelfstandig naamwoord.

november 2013 vanaf 7 jaar Er is een boot tekst: Judith Nieken muziek: Axel Holsbergen

Klap, stamp en sla. Opmerking. Tijd: 1-5 min. Deelnemers: minimaal 2 Materiaal: niets Opstelling: kinderen vormen tweetallen. Verloop van het spel:

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

Elke groep van 3 leerlingen heeft een 9 setje speelkaarten nodig: 2 t/m 10, bijvoorbeeld alle schoppen, of alle harten kaarten.

Les 13a Zoek de verschillen

M i. deborah van de leijgraaf

Bedankt voor het downloaden van dit rekenwerkboekje bij het thema Sinterklaas.

15 min NL Spelregels _ikleer_naar groep2_guide.indd :10

LES: Groepjes maken 2

Taalontwikkeling: woordenschat en woordgebruik passieve woordenschat

Junglegymles. Op expeditie

Tip. In de herfst en winter is de maan vroeg in de ochtend goed te zien.

Tijd. 10 min. 55 minuten

In het thema Sil plukt appels kunt u in dagelijkse situaties ook aandacht besteden aan bijvoorbeeld de volgende doelen:

Lespakket. Het monsterbonsterbulderboek. Door: Maike Douglas.

Bee-bot lessen Introductie in de klas

getalkaartjes 20 spelsuggesties voor thuis!

bedoeld wordt met hoeveelheidbegrippen als: alle, geen, niets, veel, weinig, meer, minder, evenveel. Ordent hoeveelheden om ze te Groep 1 Groep 2

LESBRIEF. Samenvatting: Bij dit boek horen diverse bijlagen: thema s: Ben jij ooit naar een neuzenfeest geweest?

Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten

LESBRIEF. Kaatje is jarig. Samenvatting: De begrippen zijn: Wij maken kinderdromen waar

1. Hele getallen/ Tellen en getalbegrip. Peuters BP MP EP. Streefdoelen/ leerlijn Rekenontwikkeling (peuters)

LES: Wie van de drie? 2

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

Rekenactiviteiten voor de onderbouw

06. Medicijnen voor de apotheek

a n t w o o r d e n reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs blok w e r k b o e k Hoeveel pakken koeken zijn er nodig voor jouw klas? Reken uit.

Paasspeurtocht. Veel plezier!

Hotel Hallo - Thema 2 Hallo TELEVISIE KIJKEN

Archeologen logboek Namen:....

12. Waar zijn moeder en jong gebleven?

Lesbrief Kikker viert de lente. Kikkertiendaagse: 21 t/m 30 maart Thema: Kikker viert de lente Leeftijd: voor kinderen van 3 tot en met 6 jaar

Dag 2 Rare rijmende regels

Briefweger. Notities voor de leerkracht. Wetenschap Gewicht meten Schaalverdelingen kalibreren Wetenschappelijk onderzoek

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte

Aanvulling Woordenschat NT2

Zonnepanelen op school. Team 1: Meten Onderzoek naar de opbrengst van zonnepanelen. Jullie gaan meten wat zonnepanelen aan energie opbrengen

Goochelen met munten. Rekenen Handleiding Het Geheim groep 7-8. Rekenen met trucs

De laatste les. Samenvatting van de voorbereiding. Inleiding. Beknopte lijst van tien activiteiten

s Speelbrief ZO LEES IK PIPPO PIPPO-thema prentenboeken JULI 2017 Speelbrief - Juli p1

11. Hele en halve uren met klokkaartjes. - dagelijkse activiteiten aan de halve uren koppelen

HET GROTE WELPEN DOEBOEK SCOUTING HEIDEPARK

Leerlijn en tussendoelen rekenen groep 1 en 2 basisonderwijs* 1

Warming-up Dit is voor alle groepen geschikt: de warming-up bestaat uit verschillende trucjes met de bal.

Team 3: Het Zonnepaneel Onderzoek naar de werking van een zonnepaneel en de zonneboiler

Die wijkt af van de huidige methodes. Begin op tijd met oefenen en doe dit niet meer de dag van te voren.

Ontwikkelingslijnen 0-4 jaar (MET extra doelen) - versie januari Naam kind. Rekenen Tellen en getalbegrip

De markt. Gebruik je liniaal. 1 hokje = 1 m 2

LES: Waslijn. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Stapjes maken (zie p. 5) potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

Dag 3: t Ruikt hier naar poëzie

Kleuren. Meten en wegen. Tellen en getalbegrip. Vormen. Doel: Bouw een kasteel voor Ridder Ruighart. Doel: Kleuren herkennen op het ridderschild

spelregels Paul de Leeuw

Lesideeën beroepenkaarten WERKEND NEDERLANDS

Een muziekles in aansluiting op het dagproject Een beestenboel op school.

Kijk naar de prenten van de bekende kunstenaar Andy Warhol. Kan je bij elke afbeelding het juiste product en de keersom geven?

Activiteit Doel Beschrijving doel Planning Uitvoering. De kinderen: - geven gericht antwoord op vragen. - breiden de woordenschat uit.

Transcriptie:

40 Suggesties met... kleine rode zakken Heb jij ze al gezien? De kleine rode zakken van het Sinterklaasjournaal 2014. Je kunt er allerlei leuke en leerzame activiteiten mee doen. Hier vind je 40 suggesties zomaar in je schoen. Veel plezier! Juf Els en juf Anke - www.jufanke.nl -

Taal 1. Bied de z van zak aan en laat de kinderen kleine voorwerpen of afbeeldingen zoeken die met de z-klank beginnen. Stop alles in de kleine zak. 2. Stop letters in een zakje. Laat een kind één letter pakken en bedenk wie deze letter (vooraan) in zijn naam heeft. Bezorg de letter bij het juiste kind. 3. Gebruik meerdere zakjes. Stop in elk zakje een letter. Bezorg het zakje bij het kind wiens naam met de letter uit dit zakje begint. 4. Stop naamkaartjes in een zakje. Laat één kind een naamkaartje pakken en bezorg dit bij het juiste kind. 5. Gebruik meerdere zakjes. Stop in elk zakje een naamkaartje. Geef elk kind een zakje. Laat de kinderen de naam in hun zakje lezen en het zakje bij het juiste kind bezorgen. Controleer samen of iedereen zijn eigen kleine zak heeft gekregen. 6. Stop kleine voorwerpen waar makkelijk op gerijmd kan worden, zoals blok, paard, pen, potlood, dop, elk in een zakje. Laat de kinderen het eerste zakje openmaken. Vraag de kinderen vijf rijmwoorden op het voorwerp uit dit zakje te noemen. Wanneer dit lukt, mogen de kinderen de volgende kleine zak openmaken.

Taal 7. Gebruik meerdere zakjes. Stop hier kleine voorwerpen in. Neem één zakje op schoot en kijk hier stiekem in. Laat de kinderen vragen stellen, die jij met ja of nee beantwoordt. Kunnen de kinderen erachter komen wat er in het zakje zit. Ga door met het volgende zakje. 8. Gebruik meerdere zakjes. Stop hier kleine voorwerpen in. Neem één zakje op schoot en kijk hier stiekem in. Geef de kinderen aanwijzingen over het voorwerp in het zakje en laat hen raden. 9. Stop drie letters die samen een woord vormen in één zakje. Doe dit met enkele zakjes. Schud de letters uit het eerste zakje en laat de kinderen de letters benoemen. Leg een woord met de letters. Ga verder met het volgende zakje. 10. Geef de kinderen een zin en laat hen voor elk woord in de zin een zakje neerleggen. Tel de zakjes en geef een nieuwe zin. Rekenen 11. Gebruik meerdere zakjes Hang een getalkaartje aan elk zakje en laat de kinderen de zakjes met pepernoten of teldopjes vullen. 12. Gebruik meerdere zakjes. Stop pepernoten of teldopjes in de zakjes en laat de kinderen hier de juiste getalkaart bij leggen. 13. Gebruik meerdere zakjes. Stop pepernoten of teldopjes in de zakjes en laat de kinderen hier de juiste getalkaart bij leggen. Leg de kleine zakken in de volgorde van de telrij. 14. Leg een aantal kleine zakken in de kring. Tel ze, vooruit en terug.

Rekenen 15. Leg een aantal kleine zakken en een aantal pepernoten of teldopjes in de kring. Verdeel de pepernoten of teldopjes eerlijk over de zakjes. 16. Stop in alle zakjes een aantal pepernoten of teldopjes. Zorg ervoor dat er telkens in twee zakjes evenveel pepernoten of dopjes zitten. Geef alle kinderen een zakje. Laat hen kijken hoeveel er in hun zakje zit. Vraag de kinderen op zoek te gaan naar degene met hetzelfde aantal. 17. Gebruik meerdere zakjes. Leg ze op een rij en vraag de kinderen getalkaarten, in de volgorde van de telrij, bij de zakjes te leggen. Geef de kinderen de opdracht de even zakjes te vullen met pepernoten of teldopjes. Tel met sprongen van twee. Herhaal de activiteit met de oneven getallen, door met sprongen van twee te tellen. 18. Stop een aantal pepernoten of teldopjes in een kleine zak. Vraag de kinderen hoeveel zij denken dat hierin zit. Haal de pepernoten of teldopjes uit het zakje en tel ze samen met de kinderen. 19. Gebruik meerdere zakjes. Vul de zakjes met verschillende aantallen pepernoten of teldopjes. Geef elk kind een zakje. Laat de kinderen voelen hoeveel pepernoten of teldopjes zij in hun zakje hebben. 20. Gebruik meerdere zakjes. Vul de zakjes elk met minimaal één en maximaal vijf pepernoten of teldopjes. Bekijk met de kinderen wat er in de zakjes zit en vul alle zakjes aan tot vijf.

Rekenen 21. Gebruik meerdere zakjes. Vul de zakjes elk met minimaal één en maximaal tien pepernoten of teldopjes. Bekijk met de kinderen wat er in de zakjes zit en vul alle zakjes aan tot tien. 22. Gebruik zes zakjes. Vul de zakjes met zand en zorg ervoor dat alle zakjes verschillen in gewicht. Laat de kinderen de zakjes wegen met de balans. Welke zakjes wegen zwaar en welke zijn licht? 23. Gebruik zes zakjes. Vul de zakjes met zand en zorg ervoor dat alle zakjes verschillen in gewicht. Laat de kinderen de zakjes wegen met de balans en leg de zakjes in een juiste volgorde, van licht naar zwaar. 24. Gebruik vier zakjes. Vul de zakjes met zand en zorg ervoor dat de hoeveelheid zand in elk zakje flink verschilt. Zet de zakjes open en laat één kind de zakjes in de juiste volgorde zetten, van vol naar leeg. 25. Verzamel een heleboel voorwerpen, kleine en grote voorwerpen. Leg een kleine zak in de kring. Laat één van de voorwerpen zien en vraag de kinderen of dit voorwerp in de zak past. Laat de kinderen schatten. Ga verder met de volgende voorwerpen en maak twee groepen: het past wel en het past niet. Controleer hierna samen of de gemaakte schattingen juist zijn. 26. Gebruik meerdere zakjes. Geef elk kind een zakje. Oefen de plaatsbepalende begrippen door opdrachten te geven met het zakje, zoals: leg het zakje voor je stoel. Leg het zakje onder je stoel. Houd het zakje op je rug. Leg het zakje achter je neer.

Waarneming 27. Leg vijf zakjes op een rij. Stop samen met de kinderen in elk zakje een voorwerp. Vraag de kinderen vervolgens wat er in het eerste zakje zit, wat in het derde enzovoorts. 28. Gebruik drie zakjes. Stop, waar de kinderen bij zijn, in één van de zakjes een pepernoot of teldopje.. Hussel de zakjes rustig door elkaar en laat de kinderen het zakje met de pepernoot of het teldopje volgen. Waar is de pepernoot of het teldopje gebleven? 29. Gebruik meerdere zakjes. Leg een kleurkaartje bij de zakjes. Vraag de kinderen op zoek te gaan naar kleine voorwerpen in de kleur van de kleurkaartjes. Stop de voorwerpen in het juiste zakje. 30. Leg teldopjes in verschillende kleuren in de kring. Vraag de kinderen de teldopjes op kleur te sorteren en stop elke kleur in een zakje. 31. Geef elk kind een zakje met vier teldopjes in verschillende kleuren. Vertel de kinderen dat ze de teldopjes één voor één mogen ruilen en ervoor moeten zorgen dat ze vier teldopjes in dezelfde kleur verzamelen. Kinderen waarbij dit gelukt is, gaan op hun stoel zitten. 32. Gebruik meerdere zakjes. Stop voorwerpen in de zakjes en laat de kinderen voelen wat erin zit. 33. Gebruik meerdere zakjes. Stop boterhamzakjes ín de zakjes en vul deze met dingen die sterk ruiken, zoals speculaaskruiden, pindakaas, kaneel, citroen enzovoorts. Laat de kinderen ruiken wat er in de zakjes zit. 34. Gebruik meerdere zakjes. Vul de zakjes met voorwerpen en zorg ervoor dat elk voorwerp in twee zakjes zit. Speel memorie met de zakjes. 35. Verstop de zakjes in de klas en laat de kinderen hiernaar op zoek gaan.

Spel en beweging 36. Gebruik de kleine zakken tijdens de pietengym. De kinderen sjouwen met het zakje op hun rug en lopen zo over de evenwichtsbalk. 37. Vul de kleine zakken met pittenzakjes en laat de kinderen ze in de schoorsteen (korf of bak) mikken. 38. Vul de kleine zakken met pittenzakjes en laat twee kinderen de zakjes naar elkaar overgooien. 39. Laat vijf kinderen achter elkaar staan. Geef het eerste kind een zakje. De kinderen geven de zakjes over hun hoofd door naar het laatste kind. Verzamel de zakjes, bij het laatste kind, in een hoepel. 40. Stop een klein voorwerp in een zakje. De kinderen zitten in een kring op de grond. Eén kind loopt met het zakje om de kring. Zing het volgende liedje op de wijs van 'k heb een euro in mijn hand': Zwarte Piet loop op het dak haalt een pakje uit zijn zak legt hij 't hier legt hij 't daar als je 't ziet dan zeg je 't maar. Het kind dat het voorwerp achter zich heeft liggen, gaat het andere kind tikken.