Inhoud 1. Inleiding 2 2. Probleemstelling 3 3. Randvoorwaarden 4 4. Beleidskeuzes 6 4.1 Kamperen 6 4.1.1 Regulier kampeerterrein 6 4.1.2 Kleinschalig kamperen 10 4.1.3 Tijdelijk kamperen 12 4.1.4 Natuurkampeerterreinen 13 4.1.5 Vrij kamperen 13 4.2 Bêd en Brochje 13 4.3 Recreatieappartementen 14 4.4 Hotels, pensions en vakantiewoningen 15 4.5 Groepsaccommodaties 15 5. Bijlagen 16 1
1. Inleiding Algemeen Met ingang van 1 januari 2008 is de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR) afgeschaft. De WOR bevatte regels over de ruimtelijke spreiding en diversiteit van het kampeeraanbod, de kampeerovereenkomst en voorschriften op het gebied van hygiëne, gezondheid en veiligheid. Door de intrekking van de WOR is per 1 januari 2008 de basis onder de huidige kampeervergunningen, -ontheffingen en verordeningen vervallen. Dat zal er niet toe leiden dat ineens alles is toegestaan. De meeste reguliere kampeerterreinen zijn geregeld in een bestemmingsplan. De bestaande vormen van kleinschalig kamperen zijn echter op dit moment niet geregeld. De gemeente moet daarom de regelgeving op het gebied van kamperen aanpassen. De afschaffing van de WOR biedt bovendien een goede gelegenheid om het gemeentelijk beleid ten aanzien van verblijfsrecreatie te herzien en/of te vernieuwen. De raad van de gemeente Littenseradiel heeft aangegeven recreatie en toerisme binnen de gemeente te willen stimuleren. Deze intentie is ook opgenomen in de (concept) strategische visie van de gemeente Littenseradiel. In een nog op te stellen notitie recreatie en toerisme zal dit onderwerp verder worden uitgewerkt. Vooruitlopend hierop is voorliggende beleidsnotitie opgesteld. Deze notitie regelt (uitsluitend) de ruimtelijke aspecten van de verblijfsrecreatie. De uitgangspunten uit deze notitie zullen te zijner tijd worden verwerkt in de notitie recreatie en toerisme. Er is voor deze opzet gekozen omdat de afschaffing van de WOR het noodzakelijk maakt dat gemeenten voor hun grondgebied de verblijfsrecreatie zelf regelen. Bovendien ontvangen wij met enige regelmaat een verzoek om een kampeerterrein te mogen beginnen. Op dit moment is er geen kader waaraan een dergelijke aanvraag (ruimtelijk) kan worden getoetst. E.e.a. maakt een notitie verblijfsrecreatie op korte termijn noodzakelijk. Vanwege de ruimtelijke relevantie van het kampeerbeleid en de rechtszekerheid zal het kampeerbeleid zoveel mogelijk vorm moeten krijgen in bestemmingsplannen. In de bestemmingsplannen zullen ook de voorschriften die de gemeente wil stellen aan de inrichting en het gebruik van kampeerterreinen zoveel mogelijk moeten worden opgenomen. Het kamperen buiten kampeerterreinen kan het beste worden geregeld in de APV om wildkamperen te voorkomen. Doel Het doel van deze notitie is om voor de gemeente Littenseradiel uitgangspunten en regels voor de verschillende vormen van verblijfsrecreatie vast te stellen. Deze notitie kan als kader dienen voor een nieuw op te stellen (facet)bestemmingsplan verblijfsrecreatie en als afwegingskader voor het al dan niet meewerken aan aanvragen voor de verschillende vormen van verblijfsrecreatie. Deze nota is géén beleidsnota recreatie en toerisme. Recreatie en toerisme omvat veel meer dan alleen de verblijfsrecreatie. Deze notitie regelt slechts de ruimtelijke aspecten van de verblijfsrecreatie. Opbouw nota In hoofdstuk 2 wordt uiteengezet waarom deze notitie is gemaakt en worden de achtergronden geschetst. In hoofdstuk 3 worden de randvoorwaarden besproken, die van invloed zijn op het vast te stellen beleid voor de verblijfsrecreatie. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende categorieën van verblijfsrecreatie besproken. Per categorie worden beleidskeuzes voorgesteld en gemotiveerd. 2. Probleemstelling Het rijk heeft besloten tot intrekking van de WOR vanuit het streven naar deregulering. Waar regelgeving onnodig belemmerend werkt of vereenvoudigd kan worden dient deze verminderd of aangepast te worden. Om dat streven te verwezenlijken is in het regeerakkoord aangekondigd dat er op de beleidsterreinen die te maken hebben met de ruimtelijke inrichting van ons land meer ruimte en meer verantwoordelijkheden aan provincies en gemeenten zal worden gegeven. De intrekking van de WOR is hiervan een rechtstreeks gevolg. 2
Minder beleid en minder regels zijn de basis voor vermindering van de administratieve lasten voor ondernemers. In de agenda voor een Vitaal Platteland heeft de minster van LNV aangegeven dat in het beleid voor de verblijfsrecreatie meer ruimte zal worden geboden aan bedrijven om aan de eisen van de consument te voldoen en hun concurrentiepositie te behouden. Voorschriften op het gebied van hygiëne, gezondheid en veiligheid waren vastgelegd in het bij de WOR behorende Besluit Hygiëne, Gezondheid en Veiligheid Kampeerterreinen. Dit Besluit is met ingang van 1 november 2005 vervallen. De in het besluit opgenomen onderwerpen zijn voor zover noodzakelijk inmiddels geregeld in andere wet- en regelgeving zoals de Wet Milieubeheer en het Waterleidingsbesluit. Door de intrekking van de WOR is de grondslag weggevallen onder de door de gemeente verleende kampeervergunningen, vrijstellingen en ontheffingen. In deze vergunningen en ontheffingen waren regels opgenomen waaraan een ondernemer en het bedrijf dienden te voldoen. Nu deze geen geldigheid meer hebben zijn veel zaken op het gebied van verblijfsrecreatie niet of onvolledig geregeld. Dit maakt het noodzakelijk voor de gemeente om zelf keuzes te maken en regels te stellen ten aanzien van kamperen op haar grondgebied. Uit een inventarisatie van de bestaande verblijfsrecreatiemogelijkheden binnen de gemeente blijkt dat de intrekking van de WOR een aantal gevolgen heeft gehad. Reguliere kampeerterreinen zijn opgenomen en geregeld in de bestemmingsplannen. Echter, er wordt soms in de voorschriften verwezen naar een vergunning op basis van de WOR voor de regeling van aard en aantal kampeermiddelen. Deze vergunning is mét de WOR vervallen, waardoor dit niet langer geregeld is. Kleinschalig kamperen ( kamperen bij de boer ) is vaak verleend in de vorm van een ontheffing. Door de intrekking van de WOR is deze ontheffing vervallen. Hierdoor zijn bijvoorbeeld aard, aantal en soort kampeermiddelen voor de bestaande terreinen niet meer geregeld. In het algemeen kan worden gesteld dat op dit moment nieuwvestiging van kleinschalige kampeerterreinen geregeld is via de bestemmingsplannen Buitengebied-Oost, correctieve herziening 2007 en Buitengebied-West, correctieve herziening 2007. In deze bestemmingsplannen is het plaatsen van kampeermiddelen binnen de agrarische bestemmingen ( agrarische bedrijfsdoeleinden en agrarisch gebied ) strijdig met de doeleindenomschrijving. In deze bestemmingsplannen is een vrijstellingsbevoegdheid (onder voorwaarden) opgenomen ten behoeve van de gronden als kleinschalig kampeerterrein. Een kleinschalig kampeerterrein is gedefinieerd als een kampeerterrein voor ten hoogste 15 kampeermiddelen gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober. Een kampeermiddel is een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan. Stacaravans zijn uitgesloten. Dezelfde regeling geldt ook voor percelen met de bestemming woondoeleinden die zijn gelegen binnen genoemde bestemmingsplannen. In de APV van de gemeente Littenseradiel is opgenomen dat het verboden is om een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd, langer dan 3 achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen, dan wel op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar het naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente (art. 5.1.6). Dit maakt het plaatsen van bijvoorbeeld tenten op gronden, waarvoor dit gebruik niet expliciet is uitgesloten in het bestemmingsplan, mogelijk. De WOR bevatte een verbod op het kamperen buiten kampeerterreinen. Nu moet de gemeente zelf een regeling treffen om te voorkomen dat op allerlei plaatsen, waar de gemeente dat niet wenselijk vindt, gekampeerd kan worden. Voor incidentele gevallen, zoals groepskamperen ten behoeve van een evenement, kan de gemeente dan een ontheffing verlenen. In 2007 is in samenwerking met het BügelHajema adviseurs een inventarisatie gemaakt van de bestaande kampeerterreinen en het vigerende beleid ten aanzien van verblijfsrecreatie binnen de gemeente. Op 28 januari 2008 is deze inventarisatie gebruikt als input voor een discussie met de raad Tijdens deze raadsvergadering zijn niet alle onderwerpen aan de orde gekomen. 3
Deze nota bevat naast de uitkomsten van de discussie ook (gemotiveerde) keuzes met betrekking tot onderwerpen die nog niet eerder door de raad zijn besproken. De nota beoogt een aantal keuzes te maken met betrekking tot de verschillende vormen van verblijfsrecreatie. Bij het opstellen van deze notitie is rekening gehouden met het uitgangspunt van het kabinet om terughoudender te zijn in wat de overheid regelt en meer ruimte te bieden aan ondernemers zodat deze aan de eisen van de consument kunnen voldoen en hun concurrentiepositie kunnen behouden. Deze notitie is tevens bedoeld als een herijking en actualisatie van het reeds bestaande beleid. Met de vertaling hiervan in de bestemmingsplannen kan de gemeente ontwikkelingen ten aanzien van de openluchtrecreatie sturen en in goede banen leiden. Daarnaast zorgt deze notitie ervoor dat voor zowel burger als ondernemer duidelijk is wat de (on)mogelijkheden zijn op het gebied van kamperen in de gemeente Littenseradiel. 3. Randvoorwaarden Provinciaal beleid In 2002 hebben Provinciale Staten van Fryslân de beleidsnota Recreatie en Toerisme 2002-2010 vastgesteld. De uitgangspunten uit deze nota zijn overgenomen in het streekplan. In het streekplan Fryslân 2007 om de kwaliteit van de romte, geeft de provincie aan te streven naar kwaliteitsverbetering van verblijfsrecreatieve voorzieningen. De provincie ziet daarbij ruimte voor uitbreiding van recreatieve bedrijven en voor nieuwe initiatieven tot en met het middelgrote segment. Nieuwe grootschalige en intensieve recreatieve voorzieningen worden geconcentreerd in de stedelijke en regionale centra en in een aantal met name genoemde recreatiekernen buiten de gemeente Littenseradiel. Naar aard en schaal passende recreatieve initiatieven, zoals kleinschalige logiesaccommodaties en kleinschalig kamperen zijn ook buiten deze kernen mogelijk. Dit kan in een aantal gevallen vragen om meer ruimte, zowel voor bestaande als voor nieuwe voorzieningen. Deze mogelijkheid wil de provincie bieden. De provincie vraagt wel aandacht voor landschappelijke inpassing. Kleinschalige verblijfsvoorzieningen tot 15 verblijfseenheden zijn bij bestaande gebouwen in de gehele provincie mogelijk. De provincie staat een uitbreiding tot 25 eenheden toe onder de voorwaarden dat het kampeervoorzieningen betreft bij (voormalige) agrarische gebouwen, de gemeente de openstelling beperkt tot het toeristisch seizoen, vaste kampeermiddelen (zoals stacaravans) uitsluit en de gemeente het aantal gevallen beperkt, dan wel op haar grondgebied specifieke zones of plaatsen aangeeft waar verruiming mogelijk is. Strategische visie gemeente Littenseradiel De verblijfsrecreatie speelt in de gemeente nauwelijks een rol van betekenis. Grootschalige vakantieparken zijn binnen de gemeentegrenzen niet te vinden en echte trekkers voor het massatoerisme ontbreken. De gemeente is daarentegen gericht op het cultuurtoerisme en de routegebonden recreatie. De verblijfsrecreatieve mogelijkheden zijn daarop min of meer afgestemd: een overnachting in één van de Pronkkeamers of een verblijf bij één van de Bêd en Brochje accommodaties. De kampeerders kunnen terecht op campings of minicampings. In haar strategische visie heeft de gemeente Littenseradiel aangegeven dat zij de toeristische sector verder wil ontwikkelen vanuit de eigen sterke punten, kwaliteiten en unieke kenmerken. Er wordt niet gestreefd naar grootschalige voorzieningen of attracties. De gemeente zal wel particuliere initiatieven ter versterking van de kleinschalige verblijfsrecreatie ondersteunen. Economie in Littenseradiel De gemeente kan bijdragen aan het versterken van deze sector door passende ruimtelijke mogelijkheden te bieden, en de kwaliteit van de dienstverlening met betrekking tot de regels, vergunningen en procedures te optimaliseren. Voor grootschalige voorzieningen op het terrein van recreatie en toerisme is in Littenseradiel geen plaats. 4
De kansen voor Littenseradiel liggen meer op het terrein van het cultuurtoerisme en of agrotoerisme. Waar dat kan bevordert de gemeente de noodzakelijke samenwerking. De aanwezigheid van recreatieve voorzieningen is ook belangrijk voor een aantrekkelijk woon- en werkklimaat. Huidige situatie Planologisch regiem In het bestemmingsplan Buitengebied-West is het plaatsen van onderkomens bij een agrarisch bedrijf expliciet uitgesloten. De voorschriften bevatten een vrijstellingsmogelijkheid voor het plaatsen van ten hoogste 10 kampeermiddelen. Voor gronden aangeduid met agrarisch gebied, bedrijfsdoeleinden of woondoeleinden is eveneens een expliciet verbod opgenomen. Voor deze gronden is geen vrijstelling mogelijk. Het bestemmingsplan Buitengebied-Oost bevat voor agrarische bedrijven eveneens een verbod voor het plaatsen van onderkomens. De voorschriften bevatten een vrijstellingsbevoegdheid, maar hiervoor wordt verwezen naar de artikelen 8 lid 2 sub a en lid 3 van de Wet op de openluchtrecreatie (deze is vervallen). Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het onder voorwaarden mogelijk maakt om een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie in de vorm van een pension en/of vakantieappartementen te realiseren. Het bestemmingsplan Buitengebied-West, correctieve herziening 2007, en het bestemmingsplan Buitengebied- Oost, correctieve herziening 2007, bevatten een vrijstellingsbevoegdheid voor het gebruik van gronden bij een grondgebonden agrarisch bedrijf als kleinschalig kampeerterrein, mits landschappelijk goed ingepast. In dit plan is een kleinschalig kampeerterrein omschreven als een kampeerterrein voor ten hoogste 15 kampeermiddelen (tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, geen stacaravan zijnde) gedurende de periode 15 maart tot en met 31 oktober. Dezelfde vrijstellingsbevoegdheid bestaat voor gronden aangeduid met woondoeleinden en agrarisch gebied. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de verblijfsrecreatieve mogelijkheden in de gemeente Littenseradiel. Ontwikkelingen in verblijfsrecreatie De toerist heeft tegenwoordig meer te besteden dan vroeger, gaat vaker op vakantie en stelt hogere eisen aan de kwaliteit van het recreatief en toeristisch aanbod. Daarbij worden vakanties naar het buitenland steeds goedkoper. Het aantal 55-plussers neemt toe. Door deze ontwikkelingen verandert de vraag van de toerist in die zin dat er hogere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van zowel accomodaties als omgeving. De werkgroep Toerdata Noord publiceert jaarlijks een analyse van vraag en aanbod van toerisme in de drie noordelijke provincies. Uit het rapport Toerisme in cijfers 2007 blijkt dat de laatste jaren het aantal overnachtingen in Friesland nagenoeg gelijk blijft. Voor kampeerterreinen geldt dat het bezettingspercentage van toeristische standplaatsen gedaald is (van 16,1% in 2006 naar 14,5% in 2007; een tendens die al een aantal jaren aan de gang is). De verhuurgraad van vaste standplaatsen is nagenoeg stabiel. Het aantal overnachtingen op vaste standplaatsen is gelijk gebleven. Voor groepsaccomodaties geldt dat de bezettingsgraad is gedaald ten opzichte van 2006. De bezettingsgraad vertoont door de jaren een wisselend beeld. In Friesland is het aantal overnachtingen in recreatiewoningen sinds 2003 gestegen. Het aantal overnachtingen in hotels, pensions en Bêd en Brochtje-accomodaties vertoont een stijgende lijn. In de bijlage is een uittreksel opgenomen uit Toerisme in cijfers 2009 opgesteld door Toerdata Noord, datacentrum voor recreatie en toerisme. 5
4. Beleidskeuzes 4.1 Kamperen De Wet op de Openluchtrecreatie (WOR) maakte onderscheid in een aantal vormen van kamperen: - reguliere kampeerterreinen - kleinschalig kamperen (kamperen bij de boer) - tijdelijk kamperen - kamperen op natuurkampeerterreinen - vrij kamperen In dit hoofdstuk zullen deze vormen achtereenvolgens worden besproken. Ook zal aandacht worden besteed aan Bêd en Brochtje, recreatieappartementen en groepsaccomodaties. In haar strategische visie heeft de gemeente Littenseradiel de volgende keuze gemaakt: De gemeente wil de toeristische sector verder ontwikkelen vanuit de eigen sterke punten, kwaliteiten en unieke kenmerken. Dit moet onder andere resulteren in meer bestedingen en meer werkgelegenheid in deze sector. De gemeente is zich ook bewust van de grenzen aan de groei. Daarom wordt niet gestreefd naar grootschalige voorzieningen of attracties. Het toerisme is vooral gericht op de cultuurtoerist, die andere eisen stelt aan het verblijf dan de watersporttoerist die bijvoorbeeld in Makkum, Sneek of Lemmer verblijft. De gemeente zal wel particuliere initiatieven ter versterking van de kleinschalige verblijfsrecreatie ondersteunen. Vanuit deze uitgangspunten worden in dit hoofdstuk de verschillende vormen van verblijfsrecreatie besproken. 4.1.1 Regulier kampeerterrein In deze categorie is een breed scala aan terreinen te onderscheiden van toeristisch (tent)kamperen naar stacaravans en chalets. In deze trits volgt uiteindelijk een recreatiewoning, maar een terrein met recreatiewoningen is geen kampeerterrein meer. Er bestaan sterke ruimtelijke verschillen tussen deze verschillende vormen van kamperen. Op basis van de WOR had men voor het houden van een regulier kampeerterrein een vergunning van Burgemeester en Wethouders nodig. De vergunning kon slechts worden verleend indien het kampeerterrein als zodanig is bestemd in het bestemmingsplan. Met het verdwijnen van de WOR vervallen de verordening en het vergunningstelsel. De voorwaarden, beperkingen en vergunningsvoorschriften die ruimtelijk relevant zijn, zullen nu in het bestemmingsplan moeten worden opgenomen. Binnen de gemeente Littenseradiel zijn 3 reguliere kampeerterreinen, waarvan de grootste 50 standplaatsen heeft. Voor 2 van de 3 terreinen is het aantal en soort kampeermiddelen op dit moment niet geregeld. Een aantal bedrijven biedt naast kampeerplaatsen ook andere logiesvormen aan, zoals trekkershutten. Voor zowel bestaande kampeerterreinen, terreinen met uitbreidingsplannen, als voor nieuw te vestigen bedrijven zullen voorwaarden/regels opgesteld moeten worden waaraan moet worden voldaan. Deze voorschriften moeten worden opgenomen in een bestemmingsplan. Voor bestaande recreatieve functies geldt als uitgangspunt dat deze kunnen worden voortgezet en dat recreatiebedrijven, indien wenselijk voor het voortbestaan van het bedrijf, mogen uitbreiden. Voor de uitbreiding worden voorwaarden gesteld met betrekking tot een goede landschappelijke inpassing en zonodig een kwaliteitsverbetering van de ruimtelijke uitstraling van de camping. Uit de strategische visie van de gemeente Littenseradiel blijkt dat de gemeente geen voorstander is van nieuwvestiging van grootschalige kampeerterreinen. Nieuwvestiging zal slechts bij uitzondering worden toegestaan onder strikte voorwaarden. Locatiekeuze, landschappelijke inpassing en consequenties voor omwonenden en haalbaarheid zijn belangrijke factoren waar terdege rekening mee moet worden gehouden. 6
In deze paragraaf zullen de belangrijkste onderwerpen die geregeld waren in de vergunning worden toegelicht en zal een keuze worden gemaakt voor de toekomstige situatie. Achtereenvolgens komen aan de orde: algemene beleidskeuzes, bedrijfsmatige exploitatie, het aantal en soort kampeermiddelen, de kampeerperiode, de bebouwing ten behoeve van voorzieningen voor beheer en voor een dienstwoning en de afschermende beplanting om het kampeerterrein. Algemeen Door ondernemers wordt vaak een gecombineerd product aangeboden voor tenten, (sta)caravans, andere kampeeronderkomens of vakantiebungalows. Deze diversiteit kan bijdragen aan een gezonde bedrijfsvoering. De toerist eist steeds meer een kwalitatief goed product. Dit eist van ondernemers dat zij mee gaan met deze ontwikkeling. Recreatieondernemers kunnen op deze wijze een positief effect leveren op het imago van de kampeersector en het verblijfsrecreatieve aanbod van de gemeente. De ondernemer moet binnen bepaalde grenzen de ruimte krijgen om in te kunnen spelen op ontwikkelingen binnen de recreatieve sector. Bedrijfsmatige exploitatie Om te voorkomen dat een recreatieterrein wordt opgedeeld in kavels en aan particulieren wordt verkocht (uitponding), kan in een bestemmingsplan worden opgenomen dat bedrijfsmatige exploitatie van kampeerterreinen verplicht is. Uitponding treedt vooral op bij terreinen waar het jaar rond chalets of stacaravans staan. Het blijkt dat op uitgeponde terreinen de permanente bewoning van recreatieverblijven toeneemt. Door bedrijfsmatige exploitatie te verplichten kan deze ongewenste ontwikkeling worden voorkomen, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de bestemming en het gebruik. In het bestemmingsplan kan bedrijfsmatige exploitatie verplicht worden gesteld. Aantal kampeermiddelen Tot aan de intrekking van de WOR was in de kampeervergunning voor de reguliere kampeerterreinen het exacte aantal kampeerplaatsen vastgelegd. Nu kan de gemeente zelf bepalen in hoeverre het wenselijk of noodzakelijk is om in het bestemmingsplan de maximumcapaciteit van een kampeerterrein vast te leggen. De WOR werd ingetrokken met het doel de regeldruk voor ondernemers te verminderen. De ondernemer moet flexibel kunnen inspelen op de steeds veranderende marktomstandigheden. Vanuit deze gedachte past het niet om in het bestemmingsplan exacte aantallen op te nemen voor de te plaatsen kampeermiddelen per kampeerterrein. Hierbij kan worden opgemerkt dat ondernemers bij het plaatsen van kampeermiddelen altijd moeten voldoen aan afstandsnormen die gelden vanuit de bouw- en brandveiligheidregelgeving. Bovendien is vanuit de markt eerder behoefte aan minder standplaatsen per hectare dan aan meer. Daar staat tegenover de wens om verrommeling op een terrein tegen te gaan. Door een maximaal aantal standplaatsen per kampeerterrein op te nemen (en te handhaven) is dit beter in de hand te houden. Er wordt voorgesteld om voorschriften te stellen ten aanzien van het aantal kampeermiddelen op reguliere kampeerterreinen. Soort kampeermiddelen De verblijfsrecreatiesector is volop in beweging. Het blijkt dat de consument de zomervakantie vaker in het buitenland doorbrengt. Daarnaast worden er korte vakanties buiten het hoogseizoen doorgebracht in eigen land. Een groot deel van de consumenten vraagt om steeds meer luxe, ook voor wat betreft het kamperen. Recreatieondernemers spelen hierop in door de kwaliteit van hun product te verbeteren om tegemoet te kunnen komen aan de vraag naar comfort kamperen en een hoogwaardig voorzieningen- en/of serviceniveau. De ondernemer wil graag het jaarrond overnachtingsmogelijkheden kunnen bieden, om het kampeerterrein rendabeler te maken. Zowel vanuit de markt als ook van de ondernemer is er vraag naar stacaravans en chalets. Stacaravans/chalets zijn nadrukkelijker aanwezig in het landschap dan tenten. Met een goede afschermende beplanting kun je deze goeddeels aan het zicht onttrekken. 7
Ook door kleur- en materiaalgebruik kun je de impact op het landschap beperken. Ondanks dergelijke maatregelen zullen met name in de winterperiode, wanneer afschermend groen zijn blad verliest, stacaravans/chalets zichtbaar zijn. Daarom zullen deze in de winter verwijderd moeten worden (zie hierna). Tegenwoordig leggen veel gemeenten de grens voor het vloeroppervlak van stacaravans en chalets tussen de 45 en 50 m². Dit is ongeveer de grens waarbinnen (sta)caravans nog over de openbare weg vervoerd mogen worden (De maximaal toegestane afmeting van een stacaravan op een oplegger is 4 bij 12 meter). Een maximale hoogte van 3.70 m, gemeten vanaf het punt waar de wielen de grond raken, blijkt in de praktijk een ruim afdoende maat te zijn, waarbij de hoogte voorkomt dat er twee woonlagen in een stacaravan komen. De voorwaarde is dat er geen vaste verankering is in de grond, het chalet binnen 24 uur demontabel is en het materiaalgebruik hout of kunststof is. Hiermee onderscheidt deze categorie zich duidelijk van recreatiewoningen. De minimale afstand tussen stacaravans op het terrein bedraagt 3 meter, tenzij in overleg met de brandweer als gevolg van brandwerende maatregelen anders kan worden besloten. Voor de reeds bestaande terreinen zal moeten worden aangesloten bij de vergunde situatie. Voor nieuwe initiatieven kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de maximale oppervlakte en hoogte van stacaravans en chalets. Ook het aantal toegestane stacaravan/chalets kan in een bestemmingsplan worden geregeld. Omdat stacaravans/chalets een andere ruimtelijke uitstraling hebben dan tenten en caravans, is het aan te bevelen om voor deze categorie kampeermiddelen wel een maximum aantal plaatsen te bepalen. Voorgesteld wordt om voor maximaal 20% van het aantal kampeerplaatsen op een regulier kampeerterrein een stacaravan/chalet toe te staan. Een groter aantal zal een te grote impact hebben op de omgeving. Voor de maatvoering van stacaravans/chalets moet worden aangesloten bij de bestaande situatie. In een streven naar meer uniformiteit kan bij nieuw te plaatsen stacaravans/chalets een maximale maat van 50 m² met een hoogte van 3.70 meter worden aangehouden. Het plaatsen van een berging bij een stacaravan/chalet is niet toegestaan. Voor maximaal 20% van het aantal kampeerplaatsen op een regulier kampeerterrein wordt een stacaravan/chalet toegestaan. Trekkershutten en tenthuisjes Binnen de gemeente Littenseradiel bevinden zich een aantal recreatieterreinen met trekkershutten en/of tenthuisjes. Trekkershutten en tenthuisjes voorzien in een verblijfsrecreatieve behoefte van voornamelijk gezinnen met kleine kinderen tot twaalf jaar en (rondtrekkende) jongeren en senioren. Daarnaast biedt deze accommodatievorm de ondernemer bij uitstek mogelijkheden het kampeerseizoen te verbreden, met de hierbij behorende opbrengsten. Een trekkershut is een houten blokhut en is ingericht voor vier tot zes personen met slaap-, kook- en zitgelegenheid. Hetzelfde geldt voor een tenthuisje met dien verstande dat deze bestaat uit een lichte constructie met lichte materialen, waaronder tentdoek. De trekkershut en het tenthuisje zijn een welkome aanvulling op de differentiatie van het toeristische kampeerproduct in de gemeente Littenseradiel. Dit is een reden om het plaatsen van trekkershutten en tenthuisjes toe te staan. Een trekkershut of tenthuisje is permanent aanwezig. Dit betekent dat deze een stempel drukken op het landschap. Daarom worden er per terrein maximaal 5 toegestaan met een maximale oppervlak van 15 m² en een maximale hoogte van 3.50 m., gemeten vanaf het maaiveld. Het is niet toegestaan een berging bij een trekkershut of tenthuisje te plaatsen. Per kampeerterrein worden maximaal 5 trekkershutten of tenthuisjes toegestaan met een maximale oppervlak van 15 m² en een maximale hoogte van 3.50 m., gemeten vanaf het maaiveld. Het is niet toegestaan een berging bij een trekkershut of tenthuisje te plaatsen. 8
Kampeerperiode Een belangrijke reden om het kamperen gedurende het hele jaar toe te staan zou het argument van seizoensverlenging kunnen zijn. Exploitanten van reguliere kampeerterreinen hebben te maken met strenge (vestigings)eisen en investeringskosten. Ook zijn de weersomstandigheden van grote invloed op de omzet van een kampeerbedrijf. Exploitanten van reguliere kampeerterreinen dienen veelal met het kampeerbedrijf een volwaardig hoofdinkomen te genereren. Seizoensverlenging maakt het voor de houder van een regulier kampeerterrein mogelijk gedurende een langere periode inkomsten te genereren. De onderneming wordt daarmee minder afhankelijk van het hoogseizoen. Daarnaast is er mede op basis van een toenemende vergrijzing van de bevolking in Nederland en de trend om meerdere (korte) vakanties door te brengen in eigen land, een groeiende vraag vanuit de markt om buiten het kampeerseizoen om te kunnen kamperen. De gemeente Littenseradiel hecht erg veel waarde aan de openheid van het landschap, die zo karakteristiek is voor haar grondgebied. De gemeente begrijpt de behoefte vanuit de markt en de ondernemers aan de mogelijkheid het jaarrond gebruik te kunnen maken van stacaravans/ chalets op een regulier kampeerterrein. Toch wil de gemeente juist vanwege die open landschapsstructuur niet een algemene regel die voor ieder terrein de mogelijkheid biedt om stacaravans/chalets het jaarrond te laten staan. De gemeente verwacht bovendien geen grote toeloop van recreatieve kampeerders gedurende de wintermaanden. In de regel volstaat een kampeerseizoen van 15 maart tot en met 31 oktober om de recreatieve kampeerder op te kunnen vangen. Kortom: gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober mogen kampeermiddelen (inclusief stacaravans / chalets, met inachtneming van de hiervóór opgenomen voorwaarden met betrekking tot maximale oppervlakte en hoogte) worden geplaatst, buiten deze periode moeten de kampeermiddelen worden verwijderd. Aan bestaande rechten zal overigens niet worden getornd. Dit geldt voor een aantal terreinen binnen de gemeente Littenseradiel die nu al over jaarplaatsen beschikken (zie bijlage 1). In de gemeente Littenseradiel is het toegestaan om op de reguliere kampeerterreinen te kamperen van 15 maart tot en met 31 oktober. Bebouwing ten behoeve van voorzieningen Voor de bebouwing ten behoeve van voorzieningen op kampeerterreinen is het bestemmingsplan bepalend. De voorschriften in de bestemmingsplannen in de gemeente Littenseradiel hanteren verschillende bebouwingsvoorschriften. De toegestane bebouwing heeft (uiteraard) een relatie met de oppervlakte van het terrein en het aantal standplaatsen. Onderzoek naar de bebouwingsmogelijkheden laat zien dat er verschillen bestaan in het percentage van het terrein dat bebouwd mag worden ten behoeve van voorzieningen. Het blijkt dat een maximaal bebouwingspercentage van 3% van het terreinoppervlak voldoende mogelijkheid biedt voor de kampeerterreinen van een formaat passend bij het gemeentelijk grondgebied. In de meeste voorwaarden voor de reguliere terreinen is een goothoogte opgenomen van 3.50 m. Afwijkende, vergunde situaties kunnen uiteraard blijven bestaan, maar voor nieuwe aanvragen (voor een camping of een uitbreiding van een bestaande) is een goothoogte van 3.50 m voldoende. Op kampeerterreinen tot een oppervlakte van 5 hectare mag ten hoogste 3% van de oppervlakte worden bebouwd met (voorzieningen)gebouwen. De goothoogte is maximaal 3.50 m. Landschappelijke inpassing In de WOR was bepaald dat burgemeester en wethouders nadere voorschriften en beperkingen kunnen stellen aan de inrichting van kampeerterreinen. In de bestemmingsplanvoorschriften voor sommige van de bestaande campings is op de plankaart opgaand groen opgenomen. Deze aanduiding is opgenomen met het doel het kampeerterrein landschappelijk in te passen. Geadviseerd wordt om afschermende beplanting met inheemse soorten aan de randen van de kampeerterreinen verplicht te stellen. Voor nieuwvestiging en voor uitbreiding van bestaande campings moet een beplantingsplan worden ingediend. 9
Kampeerterreinen moeten landschappelijk goed worden ingepast door middel van afschermende beplanting met inheemse soorten. Op de bij een bestemmingsplan behorende plankaart wordt een beplantingsrand opgenomen om te bewerkstelligen dat het kampeerterrein wordt afgeschermd met een groene zone. Dienstwoning Bij een regulier kampeerterrein is in de regel een dienstwoning aanwezig. Voor het toe te staan aantal dienstwoningen is van belang of de structurele werkzaamheden te veel zijn voor één beheerder en of er voldoende inkomen voor twee beheerders is, met andere woorden de bedrijfseconomische noodzaak zal moeten worden aangetoond. Omdat binnen de gemeente Littenseradiel geen sprake is van dergelijke grootschalige kampeerterreinen is één dienstwoning voldoende. In de voorschriften voor de bestaande kampeerterreinen is ook sprake van maximaal één dienstwoning. Per regulier kampeerterrein wordt maximaal één dienstwoning toegestaan. 4.1.2 Kleinschalig kamperen Kleinschalige kampeerterreinen zijn terreinen bestemd voor maximaal 15 kampeerplaatsen in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober. Het kleinschalig kamperen is beter bekend als kamperen bij de boer. Op basis van de WOR had men een ontheffing van Burgemeester en Wethouders nodig. Deze ontheffing is door de afschaffing van de WOR vervallen. De gemeente Littenseradiel kent 7 kleinschalige kampeerterreinen (overigens niet allemaal bij een agrarisch bedrijf). Voor slechts een enkeling is aard en aantal kampeermiddelen geregeld in een vrijstelling. Voor het overige is er voor deze bestaande terreinen op dit moment niets geregeld. Algemeen Nieuwvestiging van een kleinschalig kampeerterrein is niet zonder meer mogelijk omdat dit in de voorschriften in de bestemmingsplannen voor het buitengebied expliciet als verboden gebruik is opgenomen. Voor het landelijk gebied kan een kleinschalig kampeerterrein een economische impuls betekenen. In de bestemmingsplannen voor het buitengebied is daarom een vrijstellingsbevoegdheid opgenomen: burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen voor een kleinschalig kampeerterrein bij een agrarisch bedrijf of een woning. De landschappelijke inpassing en de inpassing op het bestaande erf is hierbij van groot belang. Het kleinschalig kampeerterrein zal bij voorkeur op het agrarisch bouwblok gerealiseerd moeten worden, aansluitend aan de bebouwing van het agrarisch bedrijf. Indien dit niet mogelijk is of wanneer er sprake is van een kleinschalig kampeerterrein bij een woning, dient het terrein aansluitend aan het erf gesitueerd te worden. Hier is vooral de landschappelijke inpassing van belang. Binnen de bebouwde kom is vestiging van een kleinschalig kampeerterrein onwenselijk in verband met de invloed op en mogelijke overlast voor de omgeving/omwonenden. Het houden van een kleinschalig kampeerterrein is onder voorwaarden bij vrijstelling/ontheffing van het bestemmingsplan toegestaan in het buitengebied bij een agrarisch bedrijf of een woning. Een kleinschalig kampeerterrein mag niet direct grenzen aan het erf van een naastgelegen woning. En minimale afstand van 100 meter is wenselijk. Dit om te voorkomen dat buren overlast ondervinden van de vestiging van een kleinschalig kampeerterrein direct naast de woning of de tuin. Een kleinschalig kampeerterrein mag niet direct grenzen aan het erf van een naastgelegen woning. De afstand van het kleinschalige kampeerterrein tot de erfgrens van de naastgelegen woning dient minimaal 100 meter te zijn. 10
Aantal kampeermiddelen Op basis van de WOR was het mogelijk maximaal 15 kampeermiddelen te plaatsen op een kleinschalig kampeerterrein. Deze vorm van kamperen voorziet in de behoefte van de recreant die op zoek is naar rust en ruimte en wat minder naar comfort. De gemeente Littenseradiel heeft in haar strategische visie aangegeven particuliere initiatieven ter versterking van de kleinschalige verblijfsrecreatie te willen ondersteunen. Mede omdat er binnen de gemeente geen plaats is voor grootschalige initiatieven is dit de vorm van verblijfsrecreatie die als het meest passend wordt ervaren voor het gemeentelijk grondgebied. Het is daarom logisch om een uitbreiding tot 25 plaatsen toe te staan. Zo is er toch een ontwikkeling mogelijk van de verblijfsrecreatie binnen de gemeente, zonder dat dit resulteert in grotere, moeilijker in het landschap inpasbare reguliere terreinen. Zowel voor nieuwvestiging als voor uitbreiding van bestaande bedrijven geldt dat het belangrijk is dat deze goed ingepast worden in het landschap. De aanvrager dient erfbeplanting aan te brengen conform een ingediend en goedgekeurd landschapsplan. Op een kleinschalig kampeerterrein zijn ten hoogste 25 standplaatsen toegestaan, mits sprake is van een goede inpassing in het landschap. Soort kampeermiddelen In de bestemmingsplannen Buitengebied is een vrijstellingsmogelijkheid voor kleinschalige kampeerterreinen opgenomen. De voorschriften staan het plaatsen van vaste kampeermiddelen op kleinschalige kampeerterreinen niet toe. Voor het plaatsen van vaste kampeermiddelen worden op de reguliere kampeerterreinen voldoende mogelijkheden aangeboden. Wanneer de houder van een kleinschalig kampeerterrein overgaat tot het aanbieden van kampeerplaatsen voor vaste kampeermiddelen, gaat deze duidelijk in de richting van een recreatief bedrijf en is er steeds minder sprake van een nevenactiviteit. Het verschil met een regulier kampeerterrein vervaagt. Indien dit een door de ondernemer gewenste ontwikkeling is, kan een aanvraag worden ingediend voor een reguliere camping. Per aanvraag kan dan worden gekeken of aan de voorwaarden voor een regulier camping kan worden voldaan en of een dergelijke ontwikkeling op die plaats wenselijk is. Op een kleinschalig kampeerterrein zijn geen chalets, trekkershutten of stacaravans toegestaan. Kampeerperiode Het gemeentelijke beleid tot nu is geweest dat een ontheffing verleend werd voor de periode van 15 maart t/m 31 oktober. Daarbuiten dient het terrein leeg te zijn. Omdat het kleinschalig kamperen een vorm is van medegebruik, past hierin niet een jaarronde bezetting. Ook ontstaat min of meer het karakter van een regulier kampeerterrein als op een kleinschalig kampeerterrein gedurende het hele jaar kampeermiddelen mogen worden gehouden. Daarnaast onderscheiden terreinen voor kleinschalig kamperen zich ook duidelijk in landschappelijk opzicht van de reguliere terreinen. Op een kleinschalig kampeerterrein is kamperen mogelijk van 15 maart t/m 31 oktober. Daarbuiten is het terrein leeg. Bebouwing ten behoeve van voorzieningen In principe is een kleinschalig kampeerterrein gedurende de wintermaanden leeg. Om verstoring van het landschappelijk beeld zoveel mogelijk te voorkomen moet terughoudend worden omgegaan met het toestaan van bebouwing. In principe moeten dergelijke voorzieningen worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing. Indien het bestemmingsplan voor het perceel nog extra bebouwing mogelijk maakt, kan deze mogelijkheid worden gebruikt ten behoeve van een voorzieningengebouw. Nieuwbouw zal voor wat betreft goot- en dakhoogte moeten worden afgestemd op bestaande bebouwing. De ligging zal moeten aansluiten op bestaande bebouwing. Natuurlijk zal rekening moeten worden gehouden met de reeds bestaande/vergunde situaties. 11
Voorzieningen ten behoeve van het kampeerterrein worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing. Indien de voorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan uitbreiding van de bebouwing toe staan, kan deze mogelijkheid worden gebruikt voor de realisatie van een voorzieningengebouw. De ligging daarvan moet aansluiten op de bestaande bebouwing. Landschappelijke inpassing Tenten en caravans zijn over het algemeen en vooral in een open landschap als weinig fraaie elementen te kenschetsen. Om die reden is in de bestemmingsplannen voor het buitengebied bij de vrijstellingsbevoegdheid voor de realisatie van een kleinschalig kamperterrein als voorwaarde opgenomen dat deze vrijstelling uitsluitend wordt verleend indien landschappelijke inpassing plaatsvindt conform een ingediend landschapsplan. Een landschappelijke inpassing is voorwaarde voor vestiging of uitbreiding van een kleinschalig kampeerterrein. 4.1.3 Tijdelijk kamperen Deze vorm van kamperen is veelal gekoppeld aan evenementen of festiviteiten. Een weiland of grasveld wordt tijdelijk gebruikt voor het kamperen van een groep mensen met een sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke doelstelling voor een korte periode. De WOR maakte onderscheid tussen verenigingskamperen en groepskamperen. Verenigingskamperen gaat om het houden van een kampeerterrein op eigen terrein en het gebruik daarvan voor eigen doeleinden. Deze vorm van kamperen is vooral van toepassing op scoutingclubs. In de gemeente Littenseradiel komt deze vorm van verblijfsrecreatie (nog) niet voor. De andere vorm van tijdelijk kamperen betreft het groepskamperen. Burgemeester en Wethouders konden op basis van de WOR een ontheffing verlenen om gedurende een korte aaneengesloten periode buiten een erkende kampeerinrichting het tijdelijk kamperen voor groepen en verenigingen toe te staan. Het gaat vaak om evenementen die het noodzakelijk maken om in de nabijheid te kamperen. Voorbeelden hiervan zijn landgoedkampen en sporttoernooien. Uiteraard is allereerst toestemming nodig van de eigenaar of beheerder van het perceel. In de WOR werd geen relatie gelegd met het bestemmingsplan, wel hanteerde de WOR het vereiste dat er sprake moest zijn van een vereniging met een sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke doelstelling In de gemeente Littenseradiel komt deze vorm van kamperen wel voor. In de toekomstige situatie zal voor het tijdelijke kamperen voor een groep of vereniging een ontheffing op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) moeten worden verleend. De APV zal hierop moeten worden aangepast. Door dit via de APV te regelen kunnen aanvragen nog steeds individueel worden beoordeeld. Hierdoor houdt de gemeente grip op de locatie, periode en de aard van het tijdelijke kampeerterrein. Een aanvraag moet voldoen aan een aantal criteria. Een ontheffing voor het houden van een tijdelijk kampeerterrein kan worden verleend, indien: Aangetoond kan worden dat het tijdelijk kamperen ten behoeve van een evenement plaatsvindt, dan wel dat er sprake is van een groep met een gemeenschappelijk doel ten tijde van dit kamperen, zoals een schoolkamp, een familiekamp of een sport- of verenigingskamp. De tijdelijkheid van het kamperen maximaal 10 dagen mag bedragen al dan niet aaneengesloten in maximaal 2 perioden; Aan de ontheffing zullen nadere voorschriften worden verbonden op basis van de APV, bijvoorbeeld ten aanzien van parkeren. Groepen en verenigingen kunnen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een ontheffing aanvragen voor het houden van een tijdelijk kampeerterrein. 12
Deze ontheffing kan worden verleend indien aangetoond kan worden dat het tijdelijk kamperen ten behoeve van een evenement plaatsvindt, danwel dat er sprake is van een groep met een gemeenschappelijk doel ten tijde van dit kamperen. De ontheffing kan voor maximaal 10 dagen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen nadere voorschriften worden verbonden. 4.1.4 Natuurkampeerterreinen Natuurkampeerterreinen zijn terreinen die veelal worden geëxploiteerd door natuurorganisaties in bos- en natuurgebieden. Natuurkampeerterreinen hebben maximaal 30 plaatsen per hectare, een sober voorzieningenniveau en zijn niet gelegen op een erf van een actief agrarisch bedrijf. Natuurkampeerterreinen zijn uitsluitend voor toeristisch gebruik waardoor de beleving voor gasten maximaal is en de druk op en de verstoring van de omgeving minimaal. Op een natuurkampeerterrein zijn geen jaar- en seizoenplaatsen toegestaan. In de gemeente Littenseradiel komen geen natuurkampeerterreinen voor. 4.1.5 Vrij kamperen Omdat met het intrekken van de WOR het verbod op het kamperen buiten kampeerterreinen komt te vervallen, zullen gemeenten zelf een regeling moeten treffen om te voorkomen dat op allerlei plaatsen in het buitengebied (of in de bebouwde kom) waar de gemeente dat niet wenselijk vindt, gekampeerd kan gaan worden. Waar het bestemmingsplan het kamperen buiten kampeerterreinen niet expliciet uitsluit zal, wanneer het kamperen incidenteel plaatsvindt, dit meestal geen strijd opleveren met de eigenlijke bestemming van de grond. Wil men dit voorkomen dan zal een algemeen kampeerverbod in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) moeten worden opgenomen. Dit hoeft overigens geen beletsel te zijn voor het gedurende korte tijd incidenteel proef-kamperen in de tuin van de eigen woning. Indien de gemeente minder ver wil gaan dan een algemeen verbod op het kamperen buiten kampeerterreinen, dan zal in een verordening geregeld moeten worden in welke gevallen kamperen buiten een kampeerterrein wél is toegestaan. Het ligt voor de hand om deze regeling op te nemen in de APV. Geadviseerd wordt om het vrij kamperen niet toe te staan. Een ontheffing is mogelijk in bijzondere gevallen (zie 4.1.3; groepskamperen) Er zijn immers voldoende diverse en betaalbare kampeermogelijkheden op de daarvoor bestemde terreinen. In de gemeente Littenseradiel geldt een algemeen kampeerverbod. Dit betekent dat het uitsluitend mogelijk is om te kamperen op de hiervoor bestemde terreinen. Het kampeerverbod zal in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) worden opgenomen. 4.2 Bêd en Brochje Bêd en Brochje (verder: B&B) wordt in het algemeen geformuleerd als het aanbieden van kleinschalige logiesruimten met ontbijt, geschikt voor een beperkt aantal gasten. De kamers maken deel uit van een bestaande woning. Veelal gaat het om een particulier die een forse woning bezit en een deel van de (slaap)kamers aanbiedt voor B&B. B&B kan zorgen voor een beperkte bijverdienste. Veelal grijpen eigenaren van monumentale panden B&B aan om een deel van de hoge onderhoudskosten te vergoeden. Dit kleinschalige concept van logiesverstrekking aan derden kan voor een extra variatie zorgen in het toeristische aanbod van verblijfsmogelijkheden binnen de gemeenten. 13
Het is wel belangrijk om de omvang van B&B te begrenzen, zodat een duidelijk onderscheid kan worden gemaakt tussen logies en ontbijt bij particulieren enerzijds en de reguliere hotels, pensions en overige logiesverstrekkers anderzijds. Deze bedrijfsmatige vormen moeten voldoen aan heel andere (zwaardere) eisen. Binnen de gemeente Littenseradiel zijn op dit moment ten minste 8 Bêd en Brochje mogelijkheden. Voor deze B&B s is in het verleden geen vrijstellingsprocedure gevolgd. De gemeente stond op het standpunt dat er geen sprake is van strijdigheid met de woonbestemming indien de nieuwe functie ondergeschikt is en blijft aan de woonbestemming. Vaak is het de gemeente ook niet bekend dat iemand een B&B begonnen is. Omdat deze vorm van verblijfsrecreatie past binnen het beleid van de gemeente Littenseradiel, wil de gemeente medewerking verlenen aan initiatieven voor een B&B. Om een duidelijk onderscheid te maken tussen een B&B en bedrijfsmatige logiesverstrekkingen is het wel noodzakelijk een aantal criteria op te stellen waaraan een B&B moet voldoen om door de gemeente als ondergeschikte activiteit aan de woonfunctie te worden aangemerkt, met andere woorden: tot welke schaalgrootte en in welke vorm kan een B&B voorziening nog worden geschaard onder de reguliere bewoning van een woning. Alleen zolang de activiteit duidelijk ondergeschikt blijft aan de woonfunctie is een buitenplanse ontheffing of een bestemmingsplanwijziging niet nodig. Het is dus niet zo dat een grotere B&B niet is toegestaan. De gemeente beschouwt de activiteit dan alleen niet meer als ondergeschikt aan de woonfunctie. Zodra een B&B de aantallen van twee kamers en/of vijf personen overschrijdt is er geen sprake meer van ondergeschiktheid aan de woonfunctie, maar van een meer bedrijfsmatige activiteit. Dit past niet meer binnen de bestemming wonen. De bestemming zal dan moeten worden gewijzigd in bijvoorbeeld wonen met de nadere aanduiding Bed en Breakfast of in horeca. In dat geval kan alleen maar medewerking worden verleend door middel van een procedure (een ontheffing of een wijziging van het bestemmingsplan voor het perceel) en gelden zwaardere (wettelijke eisen) o.a. op het gebied van brandveiligheid, leidingwatervoorzieningen, inschrijving bedrijfschap etc. Een B&B wordt als ondergeschikt aan de woonfunctie beschouwd en wordt toegestaan onder de volgende voorwaarden: vestiging van een B&B is in beginsel toegestaan binnen de gehele gemeente; Een B&B is toegestaan in een pand met de bestemming wonen of in een bedrijfswoning. B&B kan alleen worden aangeboden door de hoofdbewoner van het pand. B&B dient binnen het hoofdgebouw gerealiseerd te worden. Het is niet toegestaan vrijstaande bijgebouwen geschikt te maken voor B&B; Het maximale aantal personen dat gebruik maakt van de overnachtingsmogelijkheid is vijf; Het maximale aantal kamers ten dienste van B&B is twee; B&B kamers mogen niet als zelfstandige wooneenheid functioneren; een eigen kookgelegenheid is daarom niet toegestaan; Parkeren op eigen terrein is het uitgangspunt. Het college beoordeelt per individueel geval of hiervan afgeweken kan worden; Erfinrichting en erfgebruik dienen afgestemd te blijven op de woonfunctie. B&B is onder voorwaarden toegestaan in de gehele gemeente in gebouwen met een woonfunctie. Een grotere B&B wordt niet meer beschouwd als ondergeschikt aan de woonfunctie. In dat geval zal de bestemming van het perceel moeten worden aangepast. 4.3 Recreatieappartementen Recreatieappartementen kunnen een waardevolle invulling zijn voor voormalige boerderijen die hun agrarische functie hebben verloren. Dit kan een impuls geven aan het behoud en onderhoud van deze gebouwen. Bovendien houdt een dergelijke invulling het landelijk gebied levendig. In de bestemmingsplannen voor het buitengebied is een dergelijke ontwikkelingsregeling al opgenomen. 14
De bestemmingsplannen staan toe dat de bestemming agrarische bedrijfsdoeleinden wordt gewijzigd ten behoeve van verblijfsrecreatie in de vorm van pension en/of vakantieappartementen, met dien verstande dat het een kleinschalige bedrijfsvorm betreft. Deze wijziging is slechts toegestaan indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De agrarische bedrijvigheid moet geheel zijn beëindigd; de nieuwe functie moet worden gerealiseerd binnen de bestaande bedrijfsbebouwing, waarbij uitbreiding van de bedrijfsbebouwing niet is toegestaan en overtollige gebouwen moeten worden gesloopt, tenzij het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing betreft. Recreatieappartementen zijn onder voorwaarden toegestaan in voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. 4.4 Hotels, pensions en vakantiewoningen Het aanbieden van overnachtingsmogelijkheid in de vorm van een hotel, pension of appartement is een bedrijfsmatige activiteit. Een dergelijke accommodatie zal in een bestemmingsplan als zodanig zijn benoemd. Een dergelijk bedrijf heeft in het algemeen vergunningen nodig. Deze vorm van verblijfsrecreatie valt buiten de reikwijdte van deze notitie. 4.5 Groepsaccommodaties Afhankelijk van de grootte kan een groepsaccommodatie een flinke impact hebben op de omgeving. Binnen de kernen is een vestiging van een dergelijke accommodatie onwenselijk vanwege de hinder die dit op kan leveren voor de omwonenden. In het buitengebied komt een aantal groepsaccommodaties voor, maar deze zijn vrij kleinschalig. De grootste kan ongeveer 20 gasten bergen. De bestemmingsplannen voor het buitengebied bevatten een ontwikkelingsregeling (onder voorwaarden; zie 4.3) om de bestemming agrarische bedrijfsdoeleinden te wijzigen in verblijfsrecreatie in de vorm van pension en/of vakantieappartementen. Hierin kunnen ook groepen worden gehuisvest. Bovendien is in de ontwikkelingsregeling opgenomen dat burgemeester en wethouders de bestemming agrarische bedrijfsdoeleinden kunnen wijzigen ten behoeve van een sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, educatieve en/of algemeen maatschappelijke functie, al dan niet in samenhang met een gebruik als kamphuis. Groepsaccommodaties zijn onder voorwaarden toegestaan in voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. 15
5. Bijlagen 16
5.1 Bijlage 1 Inventarisatie verblijfsrecreatie gemeente Littenseradiel Reguliere kampeerterreinen - Camping Weidumerhout, Dekerhawei 9 te Weidum: Heeft in het bestemmingsplan de bestemming verblijfsrecreatie. Bestemd voor pensionaccomodatie en recreatief verblijf in kampeermiddelen. Aantal niet verder geregeld. Heeft 48 kampeerplekken. - Recreatiecentrum It Kruswetter, Skrinserdyk 10 te Easterlittens: Opgenomen in het bestemmingsplan als recreatiegebied. Aantal en aard van de toe te laten kampeermiddelen wordt geregeld in een vergunning op grond van de WOR. Deze is vervallen waardoor op dit moment niets geregeld is. Heeft 40 kampeerplaatsen voor tenten en toercaravans. - Camping De Finne, Sânleansterdyk 6, Reahûs: In het bestemmingsplan opgenomen. Standplaatsen voor 50 kampeermiddelen, maximaal 5 trekkershutten. Stacaravans niet toegestaan. Kleinschalige kampeerterreinen - Minicamping Nij Wybranda, Singel 3 te Boazum: Heeft in het bestemmingsplan de bestemming woondoeleinden. Camping met 10-15 plaatsen. Er zijn 3 appartementen en een Bêd en Brochje. - Minicamping Het Kleine Paradijs, Meilahuzen 9 te Easterein; Opgenomen in bestemmingsplan als verblijfsrecreatieve doeleinden. Hier zijn kampeermiddelen, trekkershutten en palenhuisjes (in totaal maximaal 5) evenals een theeschenkerij toegestaan. De begripsomschrijving van kampeermiddelen sluit een stacaravan uit. Wel kan het jaarrond worden gekampeerd. - Minicamping café Bergsma, Sibadawei 2 te Easterein: In bestemmingsplan aangeduid met tuinen, waar op met kampeerplaats toegestaan aangeduide gronden kampeermiddelen zijn toegestaan met uitzondering van stacaravans. - Minicamping De Greidhoeke, Jeth 9 te Britswert: In het bestemmingsplan de bestemming woondoeleinden. Heeft 10-15 standplaatsen. Verhuurt sta-caravan(s). - Camping de Slypstien, Westerein 31, Wjelsryp: Heeft in het bestemmingsplan de bestemming agrarische bedrijfsdoeleinden. Minicamping. Verhuur van stacaravans. Verhuur van een bungalow. Heeft geen vergunning. - Ecologische boerencamping De Swetteblom, Swettepaad 3te Bears; In het bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming agrarische bedrijfsdoeleinden. Heeft geen vergunning. Kleinschalig kampeerterrein. Verhuur van bungalow en woonwagen. - Minicamping Donia State, Laekwerterwei 7 te Spannum: Zorgboerderij met logiesmogelijkheid. Minicamping. Heeft in het bestemmingsplan de bestemming agrarische bedrijfsdoeleinden. - Minicamping, Tsjerkebuorren10 te Kubaard: Verleend met een vrijstelling (art. 15 WRO) voor het plaatsen van 10 kampeermiddelen Bêd en Brochje - Bêd en Brochje Visser-van der Wal, Swingoerd 33 te Wommels: onbekend - Sijperda s Koetshuis, It Bosk 3 te Mantgum:logies voor 2 personen - Stoarm State, Suderdyk 2 te Boazum: 1 kamer, 2 personen 17
- Het Kleine Paradijs, Meilahuizen 9 te Easterein:2 kamers - Nij Wybranda, Singel 3 te Boazum: appartementen - Zathe de Spiker, Aenkommewei 4 te Itens: 2 kamers, max. 4 personen - B&B Margryt, van Eijsengaleane 9 Easterein: 3 kamers, 6 personen Hotel/logement/appartementen - Gerbrandy State, Yndyk 2 te Boazum: - Zathe de Spiker, Aenkommewei 4 te Itens: - Angement Goet, Skrins 2 te Easterlittens: - Hotel Weidumerhout, Dekemawei 9 te Weidum: - Sinterklazepleats, Bûten de Kom 2 te Iens; - Nij Wybranda, De Singel 3 te Boazum: - Boerderijlogement De Stapert, Hofkamp 72 te Wommels 18
5.2 Bijlage 2 Toerisme in cijfers 2008- overgenomen uit Toerisme in cijfers 2009; een uitgave van Toerdata Noord, datacentrum voor recreatie en toerisme. In deze bijlage zijn uitsluitend de relevante pagina s opgenomen. Het volledige boekwerk is te raadplegen op internet: http://www.fryslan.nl In het zoekveld vult u toerdata noord in. Vervolgens klikt u de bovenste link aan (provincie Fryslangegevens toerisme en recreatie-toerdata Noord). Bij de downloads staat Toerisme in cijfers 2009 vermeld. Toerisme in cijfers 2008 is in te zien op het gemeentehuis. 19