PROJECTBESCHRIJVING VERHUIZEN

Vergelijkbare documenten
PROJECTBESCHRIJVING WIJ ZIJN BIJZONDER

PROJECTBESCHRIJVING DE WIJK IN

PROJECTBESCHRIJVING MIJN BOOMHUT

PROJECTBESCHRIJVING DAT HAD JE GEDROOMD

PROJECTBESCHRIJVING SCHATTIG SPELEN

PROJECTBESCHRIJVING MIJN SCHATKIST

PROJECTBESCHRIJVING TOVEREN EN GAMES

PROJECTBESCHRIJVING MIJN LETTERS

PROJECTBESCHRIJVING MIJN BOOMHUT

PROJECTBESCHRIJVING VERHALEN IN DE MUZIEK

PROJECTBESCHRIJVING BOEKENHELDEN

PROJECTBESCHRIJVING IN RAP EN ROER

PROJECTBESCHRIJVING VERHALEN IN DE MUZIEK

PROJECTBESCHRIJVING BOEKENHELDEN

PROJECTBESCHRIJVING METAMORFOSE IN BEELD

Inhoudsopgave BIJLAGEN

PROJECTBESCHRIJVING DAT BEN JIJ

PROJECTBESCHRIJVING DE MASKERADE

MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 5 en 6

VAN DRAPENIERLAAN TOT HANDJESGRAS. Thema: verhalen

Handleiding schrijfles: Een uitdaging

Activiteit: Filosoferen met kinderen over taal

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

PROJECTBESCHRIJVING HAAGSE VOGELS

INFORMATIE VOOR DE LEERKRACHT DANS & SPORT

Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

INFORMATIE VOOR DE LEERKRACHT TEKST IN BEELD

DOCENT. Thema: architectuur WONEN: TERUG IN DE TIJD! groep 5 en 6. Tip. Stadshagen

H.A.N.G. PLEKKEN. Heel Aardig? Niet Geweldig! > OP BEZOEK BIJ HET NAI

Superboom. Kinderen onderzoeken op basis van een detail op een afbeelding hoe de volledige

Voordoen (modelen, hardop denken)

1. Een bocht. 2. Spiegelen

Module 5 (leerjaar 1) HET ROMEINSE RIJK (OPKOMST EN ONDERGANG).

Module 5 (leerjaar 1) HET ROMEINSE RIJK (OPKOMST EN ONDERGANG).

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte

De wereld van Willem Wilmink. een lessenserie voor groep 4, 5 en 6 van de basisschool

Sta in je recht. Lessen over (kinder)rechten voor PO

PROJECTBESCHRIJVING DROMEN

Dichter bij Vrijheid. Docentenhandleiding Boek 2.

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken

Daarna wil ik een les gaan geven over het formuleren van vragen, zodat kinderen hier inzicht in krijgen hoe ze dit goed kunnen doen.

TOOLKIT voor co-creatie. Download Acrobat Reader voor tablet / computer / etc om deze interactieve pdf te gebruiken.

Een nieuwe bank. Lesvoorbereiding Crisis graad 2. Verwondering

Poëzie vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

6. Meubelstuk ontwerpen en maken

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte

Tekst lezen en een tekstschema maken

Lesbrief: Zo verkoop je een boek Thema: Wat is er?

WORKSHOP CREATIEF SCHRIJVEN: POËZIE

HELP DE KINDERBOEKEN AMBASSADEUR! Tips en kansen voor de leesconsulent van de Bibliotheek op school

Voordoen (modelen, hardop denken)

Primair Onderwijs. 6 lessen

Tekenen met Licht. It s your time to shine!

Transcriptie:

PROJECTBESCHRIJVING VERHUIZEN Leerlijn Literatuur Thema Onze Stad Groep 7-8 oktober 2016

Cultuuronderwijs op zijn Haags Leerlijn Literatuur Thema Onze Stad Groep 7-8 oktober 2016 Let op: Dit is een werkversie en gebruikt in de pilot. Het materiaal is nog niet definitief vastgesteld. Hierbij treft u een projectbeschrijving: waarmee u een project van 6-8 lessen van 45 min. kunt uitvoeren; waarin veel ruimte is voor uw eigen inbreng; waarop u uw lesvoorbereidingen kunt baseren. De structuur van de projectbeschrijving is gebaseerd op het doorlopen van het creatief proces. Na de introductie van het project oriënteert de leerling zich op de inhoud van het thema en doorloopt drie deelopdrachten waarin de leerling steeds onderzoekt, uitvoert, presenteert en evalueert. Bij elke stap van het creatief proces zijn reflectievragen geformuleerd. Maak hieruit een keuze of formuleer zelf passende vragen. 2

VERHUIZEN 1. Introductie van het project Het project kan als volgt worden geïntroduceerd: In de klas staat een kartonnen doos met daarop 'aan de leerlingen van groep 7/8', u zit in de doos, wachtend op het moment dat de doos geopend zal worden door de leerlingen 2. Oriëntatie 2.1. Het filosofisch gesprek Wat betekent verhuizen precies? Hoe voelt het om te verhuizen? Verandert een verhuizing je? Wat kun je nooit vergeten mee te nemen als je verhuist? Wat zou er gebeuren wanneer we allemaal tegelijk zouden verhuizen? 2.2. Oriëntatie op het thema 1. De leerlingen lezen het gedicht 'De Dapperstraat' van J.C. Bloem, de variant van de Haagse Adriaan Bontebal en nog een aantal variaties op het gedicht van J.C. Bloem (zie https://www.boekhandeldewijdewereld.nl/upload/1258/shop/product/full_26450.png? De Dapperstraat en http://www.haagsepoezieroute.nl/adriaan-bontebal-paulus-potterstraat/ Paulus Potterstraat, bekijk voor meer variaties: http://www.moorsmagazine.com/onzinbak/dappervariaties/). Reflectievragen Oriëntatie VERHUIZEN Waar gaan de gedichten over denk je? Welk gedicht vind je het beste gedicht over De Dapperstraat, dat van Bloem of dat van Bontebal? Zou het gedicht van Bontebal ook hebben bestaan wanneer Bloem zijn gedicht niet geschreven had? Zou J.C. Bloem in deze tijd hetzelfde gedicht geschreven kunnen hebben, dan als hij nog geleefd had? 3

3. Deelopdracht 1: Zo maak je een limerick 3.1. Onderzoek Zo maak je een limerick Blik terug op het gedicht 'De Dapperstraat' en de variaties daarop aan de hand van de volgende vragen: Waarom zouden zoveel dichters variaties hebben geschreven op dat ene gedicht? Lijkt de omgeving in het gedicht De Dapperstraat op jouw omgeving? Zijn alle gedichten in dezelfde tijd geschreven? Is het originele gedicht goed te begrijpen? Heeft het gedicht een ritme (metrum)? Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/metrum Heeft het gedicht rijm? Zou je gedicht het kunnen rappen? Hoe zou jouw variatie van het gedicht De Dapperstraat eruit zien? Reflectievragen Onderzoek Zo schrijf je een limerick Wat vind je van rijmende gedichten, zoals De Dapperstraat? Vind je dat een gedicht moet rijmen? Waarom wel of waarom niet? Wat vind jij belangrijk in een gedicht? 3.2. Uitvoeren Zo maak je een limerick 1. De leerlingen verzinnen een dier of een naam, een plaatsnaam, een straatnaam en huisnummer en proberen daarmee een limerick te schrijven (zie bijlage 7-8 limerick en http://taalislol.classy.be/schrijf2.htm voor een aantal voorbeelden). 2. De leerlingen bewerken afvalmateriaal (schoenendozen, petflessen, melkpakken), met de tekst van de limerick zodat het eruit ziet als een woning. De letters kunnen bouwstenen zijn, de regels lijnen waarmee ze ramen en deuren vormen zie http://www.trashtown.nl/index.php?paginaid=5 3. De leerlingen plaatsen de woningen bij elkaar zodat die een stad vormen. Kantel de limericks en laat de leerlingen de regels bekijken als zijnde een skyline van een stad. Ze kunnen er verkeer en natuur doorheen tekenen of iets dat in de limerick verwoord staat (zie https://matrixmag.wordpress.com/2012/09/28/we-built-this-city-of-rocknroll-bycecilie-bjorgas-jordheim/ en kantel de afbeelding zodat deze de skyline van een stad vormt. Reflectievragen Uitvoeren Zo maak je een limerick Vind je de opdrachten grappig/gek/mooi/moeilijk? Welke regels vind je de mooiste? Kun je de woorden los van de betekenis zien, als gebouwen? 3.3. Presenteren Zo maak je een limerick Zet alle woningen bij elkaar zodat ze een stad vormen. 'Reis' met een camera door de stad en toon de beelden van de camerareis live op het digiboard. Hang alle limericks gekanteld op de muur (of op een prikbord aan de muur) naast elkaar zodat een meterslange skyline ontstaat. 4

Reflectievragen Presenteren Zo maak je een limerick Ben je tevreden over wat je gemaakt hebt samen met de anderen? Vond je het moeilijk, makkelijk, leuk, saai? Wil je nog iets vragen/weten? 3.4. Evalueren Zo maak je een limerick Bespreek het doorlopen proces met de leerlingen. Ga je nog eens een limerick schrijven? Had je verwacht dat een tekst op zijn kant op een skyline lijkt? 5

4. Deelopdracht 2: Poëziemakelaartje 4.1. Onderzoek Poëziemakelaartje Lees de gedichten 'Woningloze' van Jan Slauerhoff (van dit gedicht alleen de eerste regel) http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/slauerhoff/woning.htm en het gedicht 'De huizen in de binnenstad' van Willem Wilmink voor http://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/91458.html?browse=tabblad, en laat de gedichten zien op het digiboard eventueel gevolgd door de volgende filmpjes met daarin ook de gedichten: https://www.youtube.com/watch?v=dbrccqv4_ti Bespreek met de leerlingen het volgende: Welk gedicht spreekt je het meeste aan? Wat zouden de dichters bedoelen met de gedichten? Wat is een makelaar? Als je zelf een gedicht zou mogen inrichten als een woning, hoe zou dat er dan uitzien? Hoeveel moet de huur of hypotheek voor jouw gedicht bedragen per maand? Reflectievragen Onderzoek Poëziemakelaartje Wat vond je van de gedichten? Zou je zelf ook zo'n gedicht kunnen schrijven? Zou je zelf zo'n gedicht willen schrijven? 4.2. Uitvoeren Poëziemakelaartje 1. Toon voorbeelden van huizen die te koop staan met hun beschrijvingen, zoals in het raam van een makelaarskantoor (zie bijlage 7-8 makelaarsetalage). 2. De leerlingen maken zelf een lijst met kenmerken die ze van een gedicht verwachten: oppervlakte van het gedicht, gemeubileerd of niet, locatie van het gedicht, prijs van het gedicht etc. 3. De leerlingen maken een plattegrond van het gedicht als woning, die ziet er in de verte uit als een gewone plattegrond, maar van dichtbij zie je dat de normaliter getekende lijnen en andere nodige elementen opgebouwd zijn uit geschreven woorden. 4. De leerlingen hangen hun gedichtenbeschrijvingen en plattegronden voor het raam van de school, met de woorden 'te koop', 'te huur' of 'woningruil mogelijk' erboven. De woningen dienen getypeerd te worden met (bijvoorbeeld) twee-onder- één-kap gedicht, vakantiegedicht, rijtjesgedicht etc. En ook: huurgedicht of koopgedicht. Reflectievragen Uitvoeren Poëziemakelaartje Hoe zou je het vinden als het zo eenvoudig was een woning te maken, met alleen een gedicht? Heb je dan meer mogelijkheden dan in de realiteit? Maakt dat het schrijven van een gedicht aantrekkelijker dan het bouwen van een echte woning? 4.3. Presenteren Poëziemakelaartje 1. Organiseer een open gedichtendag, zoals een open huizendag, waarop de gedichten bezocht kunnen worden en bezichtigd, de leerkracht kan eventueel het pak en rol van de makelaar. De gedichten kunnen gekocht worden met dichtregels die de kopers zelf bedacht, overgeschreven of gekopieerd hebben. 2. Om mensen attent te maken op de tentoonstelling, kunnen uitnodigingen gemaakt worden voor de open gedichtendag, met daarop datum, tijd, locatie, groep, namen van de leerlingen en docent. 6

Reflectievragen Presenteren Poëziemakelaartje Hoe was het om je gedicht te koop aan te bieden? Kwam er een aannemelijk bod op je gedicht? Heb je zelf op een gedicht geboden? Waarom vond je wel of geen gedicht geschikt om op te bieden? 4.4. Evalueren Poëziemakelaartje Bespreek het doorlopen proces met de leerlingen. Was je gedicht gemakkelijk of moeilijk te verkopen? Waarom was dat? 7

5. Deelopdracht 3: Gedichtenmarkt 5.1. Onderzoek Gedichtenmarkt Bespreek met de leerlingen klassikaal het volgende: Straten hebben soms dichtersnamen, zoals de Vondelstraat en de Bilderdijkstraat en het Couperusplein in Den Haag. Ken je meer voorbeelden? Stel je voor dat je, zoals Slauerhoff schreef, alleen in gedichten kunt wonen, wat zou dat dan betekenen in een spel als Monopoly? Heeft het spel Monopoly dichtersnamen in de straten? Doet Den Haag ook mee, in dat bordspel? Zo ja, met welke straten? Waar komen die namen Lange poten, Spui en Plein eigenlijk vandaan? Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/lange_poten Reflectievragen Onderzoek Gedichtenmarkt Wat vind je ervan dat straten naar dichters worden vernoemd? Moeten straten niet genoemd worden naar jou en andere leerlingen? Waarom wel of waarom niet? Kun jij, zonder namen van mensen te gebruiken een serie straatnamen bedenken? 5.2. Uitvoeren Gedichtenmarkt Bestel de poster voor het spel 'alleen in mijn gedichten kan ik wonen' of print die in delen uit en plak die aan elkaar. Het spel kan niet direct gespeeld worden, de leerlingen moeten het spel eerst afmaken voordat ze daaraan kunnen beginnen. De leerlingen maken het spel 'alleen in mijn gedichten kan ik wonen' af door: 1. gedichten te zoeken van de dichters naar wie de straten in dit spel genoemd zijn. Elk gedicht wordt uitgeprint (fontsize 12 of kleiner) en zo klein mogelijk uitgeknipt en opgevouwen, zo dat het als huis op het spelbord geplaatst kan worden (zie bijlage zo maak je een huis van een gedicht; 2. zelf geld te maken om te kunnen handelen in gedichten binnen het spel (zie: http://www.trashtown.nl/index.php?paginaid=6 voor inspiratie); 3. zelf vragen te bedenken over de dichters op het bordspel, voor vraagtekenkaarten en boe kenbonkaarten. Lees vooraf de spelregels met (ook) verdere instructies voor het afmaken van het spel: zie bijlage: 7-8 spelregels 'alleen in mijn gedichten kan ik wonen'. Reflectievragen Uitvoeren Gedichtenmarkt Vond je het moeilijk om gedichten bij de straatnamen te vinden? Vond je het moeilijk om vragen te bedenken voor de vraagtekenkaarten en boekenbonkaarten? 8

5.3. Presenteren Gedichtenmarkt Speel een competitie met het spel 'alleen in mijn gedichten kan ik wonen'. De winnaar ontvangt een literaire prijs in vorm van een ingelijste versie van 'Woningloze' van Slauerhoff waarin de regel 'alleen in mijn gedichten kan ik wonen voorkomt. Om mensen attent te maken op de competitie, kunnen uitnodigingen gemaakt worden met daarop datum, tijd, locatie, groep, namen van de leerlingen en docent. Reflectievragen Presenteren Gedichtenmarkt Heeft iedereen eerlijk gespeeld? Wat vond je het mooiste gedicht? Kende je al een aantal dichters? Ga je vaker gedichten lezen? Waarom wel of waarom niet? 5.4. Evalueren Gedichtenmarkt Bespreek het doorlopen proces met de leerlingen. Wat vond je voor het spelen van het poëziespel van poëziespel van poëzie? Wat vind je nu van poëzie? Heb je veel gedichten gelezen? Welk gedicht, of welke gedichten, vond je de beste? Ga je het spel vaker spelen nu het af is? 9

6. Algemene beoordeling Voor het beoordelen van de leerlingprestaties kunt u gebruikmaken van het beoordelingsformulier voor leerkracht en leerling. De vier beoordelingscriteria zijn afgestemd op de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie en de uitgangspunten van COH. De leerlingprestaties in het gehele project worden meegenomen in de beoordeling. Voor het gebruik van de formulieren is een korte toelichting beschikbaar. De beoordelingsformulieren voor leerkracht en leerling en de toelichting op het beoordelingsmodel vindt u in de bijlagen van het document Informatie voor de leerkracht. 10