opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 1 De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004 Beknopte Rapportage Een uitgave van RAIL (Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg)
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 2 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 Bronnen - De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; hoofdrapport en statistische bijlage (ROA) - De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Maastricht Mergelland (ETIL) - De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Parkstad Limburg (ETIL) - De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Westelijke Mijnstreek (ETIL) - De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Roermond (ETIL) - De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Weert (ETIL) - De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Venlo (ETIL) - De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Venray (ETIL) Colofon Vormgeving omslag Lay-out, dtp en druk Tekst Oplage Lenting en Terlingen Grafisch Ontwerp Unigraphic, Universiteit Maastricht M. Metze; www.metze-research.com 1750 exemplaren
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 1 VOORWOORD Voorwoord Woorden, vòòrwoorden, wie leest ze? U!! De laatste jaren is het aantal werklozen met eenderde gedaald en het aantal openstaande vacatures verdubbeld. Deze omslag op de arbeidsmarkt is gunstig voor schoolverlaters, voor werklozen en voor (nieuwe) groepen werkzoekenden. Een belangrijke categorie is bijvoorbeeld die van herintredende vrouwen. De krappe arbeidsmarkt heeft echter ook een keerzijde. Voor werkgevers is het steeds moeilijker geworden om geschikt personeel te vinden. De factor arbeid wordt duurder, hetgeen een dempend effect kan hebben op de economische groei. Zo dreigt de wal het schip te keren. Maar met gepaste maatregelen zal de personeelsvoorziening de economische groei nog enige tijd voldoende zeker kunnen stellen. De voorspellingen geven aan dat de krapte op de arbeidsmarkt eerder toe- dan afneemt. Dit heeft mede te maken met de beperkte inzetbaarheid van aanbodcategorieën die nog beschikbaar zijn. Zo heeft momenteel vier op de vijf werklozen een grote tot zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt. En ook de Euregio blijkt vooralsnog alleen in incidentele gevallen uitkomst te bieden. Er zijn nog steeds meer Limburgers die over de grens werken, dan andersom. Biedt dan wellicht de stille reserve nog enige hoop? Van de personen die zich thans niet aanbieden op de arbeidsmarkt blijkt echter 70% géén betaald werk te willen verrichten van 12 uur of meer per week. Toch zijn er mogelijkheden om de knelpunten op de arbeidsmarkt te verminderen, zeker op de langere termijn. Zo zijn er in Limburg in het jaar 2000 nog steeds 40 duizend werklozen. Het moet toch mogelijk zijn dit aantal via creatieve oplossingen verder terug te brengen! Ten tweede is de arbeidsmarkt net over de grens aanzienlijk ruimer dan in Limburg en komen steeds meer Duitsers en Belgen in Nederland werken. Ten derde zijn er in Limburg 30 duizend personen die wél betaald werk zouden willen verrichten, maar niet op zoek zijn en/of (nog) niet beschikbaar zijn. Middels het gezamenlijke initiatief Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg (RAIL) is een beter zicht gekomen op dit soort ontwikkelingen. Zowel de trendmatige ontwikkelingen als gedetailleerde discrepantiegegevens - die nodig zijn om concrete acties te kunnen ondernemen op projectniveau - komen duidelijk in beeld. Dit is zeer waardevol, omdat het een belangrijke aanzet geeft tot beter gefundeerd arbeidsmarkt- en onderwijsbeleid. RAIL is daarnaast uniek, omdat het wordt gedragen en gefinancierd door een breed scala van partijen in Limburg. In het RAIL-project wordt financieel en inhoudelijk geparticipeerd door de (centrum-)gemeenten in Limburg, Arbeidsvoorziening Limburg, de Provincie Limburg, de drie Regionale Opleidingen Centra, het Agrarisch Opleidingscentrum en het Limburgse bedrijfsleven. Het Vertrouwenspact Werkgelegenheid Limburg heeft RAIL inmiddels geadopteerd als een van de kernactiviteiten. Het RAIL-project past daarmee in de goede samenwerking tussen partners die zich bezighouden met het realiseren van een afgestemd en consistent arbeidsmarkt- en onderwijsbeleid. Voor u ligt de vierde jaargang van RAIL, die is samengesteld door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in samenwerking met het Economisch Technologisch Instituut Limburg (ETIL). Beide instituten zijn verbonden aan de Universiteit Maastricht. 1
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 2 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 De set van publicaties bestaat ditmaal uit tien delen, waaronder de beknopte rapportage, het hoofdrapport, de statistische bijlage en zeven rayonrapportages. De huidige publicatie De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004 past qua methodiek en aanpak in de traditie van voorgaande jaren: actueel, vernieuwend en oplossingsgericht. De (korte termijn) prognoses zijn wederom in detail doorgerekend. Voor het eerst is nu een zevental rayonrapportages opgesteld, met specifieke gegevens en oplossingsrichtingen op lokaal niveau. Ten tweede is cijfermateriaal over de totale vacaturemarkt geïntroduceerd, door nu ook de vacatures voor baanwisselaars mee te nemen. Ten derde is een veel uitgebreidere analyse gemaakt van de stille reserve en de mogelijke inzet daarvan. Ten vierde is ook het Euregionale aspect verder verkend. De middellange termijn prognoses worden elke twee jaar opnieuw opgesteld. Het project Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg (RAIL) wordt in Limburg en daarbuiten al jarenlang in hoge mate gewaardeerd. Niet alleen door de inhoud en methodiek, maar ook door het draagvlak, de verspreiding en het gebruik. RAIL maakt de arbeidsmarkt transparanter en het arbeidsmarktbeleid consistenter. Daarom ben ik ervan overtuigd dat RAIL ook de komende jaren een solide basis zal vormen voor het vinden van de juiste oplossingen voor knelpunten op de Limburgse arbeidsmarkt. Daarbij spreek ik de verwachting uit dat deze regionale kennisinfrastructuur straks een volwaardige plaats zal krijgen in de publieke dienstverlening van de Centrale Organisatie voor Werk en Inkomen, op regionaal niveau. RAIL heeft de ambitie om de toekomstige Centra voor Werk en Inkomen (CWI s) te laten ontwikkelen tot de Regionale Kenniscentra voor de Arbeidsmarkt. CWI s zullen dan een essentiële, onafhankelijke en objectieve adviesrol kunnen vervullen in de regionale platforms ten behoeve van de hoogstnoodzakelijke beleidsafstemming op de arbeidsmarkt. RAIL Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg Voorzitter stuurgroep RAIL drs. J. Th. Sørensen. 2
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 3 VERSCHENEN RAIL PUBLICATIES Verschenen RAIL-publicaties: 98.RAIL-01: De Limburgse arbeidsmarkt 1997-2002; hoofdrapport* 98.RAIL-02: De Limburgse arbeidsmarkt 1997-2002; statistische bijlage* 98.RAIL-03: Kwalitatieve informatie over de Limburgse arbeidsmarkt; werkdocumenten industrie, handel* 99.RAIL-04: De Limburgse arbeidsmarkt 1998-2002; hoofdrapport 99.RAIL-05: De Limburgse arbeidsmarkt 1998-2002; statistische bijlage 99.RAIL-06: De Limburgse arbeidsmarkt 1998-2002; sectorrapportage bouw - zakelijke dienstverlening - zorg 99.RAIL-07: De Limburgse arbeidsmarkt 1998-2002; beknopte rapportage 00.RAIL-08: De Limburgse arbeidsmarkt 1999-2004; hoofdrapport 00.RAIL-09: De Limburgse arbeidsmarkt 1999-2004; statistische bijlage 00.RAIL-10: De Limburgse arbeidsmarkt 1999-2004; sectorrapportage horeca, toerisme & recreatie en overheid 00.RAIL-11: De Limburgse arbeidsmarkt 1999-2004; beknopte rapportage 01-RAIL-12: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; hoofdrapport 01-RAIL-13: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; statistische bijlage 01-RAIL-14: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Maastricht Mergelland 01-RAIL-15: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Parkstad Limburg 01-RAIL-16: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Westelijke Mijnstreek 01-RAIL-17: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Roermond 01-RAIL-18: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Weert 01-RAIL-19: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Venlo 01-RAIL-20: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; rayonrapportage Venray 01-RAIL-21: De Limburgse arbeidsmarkt 2000-2004; beknopte rapportage * Publicatie niet meer in boekvorm verkrijgbaar. RAIL op internet Internet: www.railsite.nl 3
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 4 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 4
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 5 BEKNOPTE RAPPORTAGE De Limburgse arbeidsmarkt In Limburg wonen ruim 1,1 miljoen mensen. Daarvan behoren er 779.500 tot de leeftijdscategorie 15-64 jaar, ook wel de potentiële beroepsbevolking genoemd. Ongeveer tweederde hiervan (509.000) participeert daadwerkelijk op de arbeidsmarkt, dat wil zeggen: heeft een baan van tenminste twaalf uur per week of is daarnaar op zoek. De zeven rayons Limburg wordt ingedeeld in zeven arbeidsmarktrayons: Venray, Venlo, Weert, Roermond, Westelijke Mijnstreek, Parkstad Limburg en Maastricht Mergelland. Hoewel enkele algemene trends, zoals de groeiende krapte op de arbeidsmarkt, overal waarneembaar zijn, heeft elk rayon zijn specifieke kenmerken: - In de rayons Parkstad Limburg, Venlo, Roermond en Maastricht Mergelland is, net als in de provincie als geheel, de commerciële dienstverlening de grootste sector. In Venray houden de commerciële en niet-commerciële diensten elkaar in evenwicht, terwijl in Weert en de Westelijke Mijnstreek de sector nijverheid het grootst is. - Het rayon Roermond kent een participatiegraad van 65%, precies het provinciaal gemiddelde. In Parkstad Limburg, Maastricht Mergelland en Westelijke Mijnstreek ligt de participatiegraad onder dit gemiddelde; in Venray, Venlo en Weert erboven. - De vacaturegraad, dat wil zeggen het aantal vacatures per 1.000 werkenden, is relatief hoog in Weert, Maastricht Mergelland en Venray, en relatief laag in Venlo, Westelijke Mijnstreek, Parkstad Limburg en Roermond. - Parkstad Limburg en Maastricht Mergelland kennen een relatief hoge werkloosheid, terwijl die in Venray, Weert, Venlo en Westelijke Mijnstreek juist relatief laag is. Rayon Roermond heeft een gemiddelde werkloosheid. Recente trends Economische ontwikkeling gunstig De economie in Limburg ontwikkelt zich de laatste jaren voorspoedig. In 1997 en 1998 lag de economische groei met 4,5 en 3,9% zelfs hoger dan in Nederland als geheel. In 1999 en 2000 was de groei in Limburg gelijk aan de landelijke groei, te weten 3,8 en 4,0%. Economische groei vertaalt zich meestal in volume-veranderingen in de werkgelegenheid. Door groei ontstaan vacatures en zolang er voldoende werkzoekenden zijn om die vacatures te vervullen, stijgt het aantal werkenden. De facto is het aantal werkenden in Limburg tussen 1997-1998 en 1998-1999 met slechts 0,6% gestegen. Door de krapte op de arbeidsmarkt blijven namelijk veel vacatures onvervuld. Mede daardoor gaat de economische groei gepaard met een sterke stijging van de arbeidsproductiviteit. 5
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 6 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 Tabel 1 Trends in de Limburgse werkgelegenheid, 1996-1999 1996-1997 1997-1998 1998-1999 (gemiddelde) (gemiddelde) (gemiddelde) aantal werkenden 449.500 463.500 466.500 waarvan: % % % primaire sector: 4 3 3 - Landbouw en visserij secundaire sector: 26 25 24 - Voeding - Chemie - Metaal en elektrotechniek - Overige industrie - Energie tertiaire sector: 41 43 44 - Bouw en onroerend goed - Handel en reparatie - Transport en communicatie - Bank- en verzekeringswezen - Horeca en zakelijke dienstverlening kwartaire sector: 29 29 29 - Kwartaire diensten - Overheid en onderwijs jongeren (15-29 jaar) 25 25 24 ouderen (50-64 jaar) 16 17 18 vrouwen 37 37 38 flexibel werk 8 8 9 deeltijdwerk 26 27 27 zelfstandigen 11 11 11 Bron: CBS/ROA 6
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 7 BEKNOPTE RAPPORTAGE Overige trends Naast de verandering in het aantal werkenden zijn er nog andere trends te zien in de Limburgse werkgelegenheid: - verdienstelijking: het aantal werkenden (als percentage van het totaal) in de primaire en secundaire sector is de afgelopen jaren enigszins gedaald, terwijl het aantal werkenden in de tertiaire sector juist is gestegen. - vergrijzing en ontgroening: het werkgelegenheidsaandeel van jongeren is sinds 1996-1997 licht gedaald, terwijl dat van ouderen licht is gestegen. - participatie: door een grotere participatie is het werkgelegenheidsaandeel van vrouwen licht gestegen. - flexibilisering: het percentage flexibel en deeltijdwerk is licht toegenomen. Overigens is het percentage zelfstandigen de afgelopen jaren gelijk gebleven. De Limburgse arbeidsmarkt in 2000 Sterke groei openstaande vacatures In het kielzog van de economische groei is het aantal openstaande vacatures de laatste jaren sterk gestegen. Tussen februari 1997 en juli 1998 verdubbelde dit aantal. Na een lichte afname in de daaropvolgende negen maanden, heeft zich sinds april 1999 weer een flinke stijging voorgedaan. Inmiddels ligt het aantal openstaande vacatures boven de 17.000. De vacaturegraad is de afgelopen drie jaar gestegen van 24 tot 37. Dat betekent dat er op elke 1.000 werkenden 37 vacatures openstaan. Tabel 2 Ontwikkelingen aan de vraagzijde van de Limburgse arbeidsmarkt, 1997-2000 februari 1997 juli 1998 april 1999 april 2000 Aantal openstaande vacatures 8.100 16.200 14.300 17.100 Vacaturegraad ( ) 24 36 31 37 Langdurig openstaande vacatures (%) 27 32 31 36 Bron: Arbeidsvoorziening/CBS/ROA Er was in 2000 in Limburg sprake van een aanzienlijk aantal openstaande vacatures in de bedrijfssectoren metaal en elektrotechniek, handel en reparatie, en horeca en zakelijke dienstverlening. Het aantal openstaande vacatures is relatief gering in de sectoren voeding, chemie, energie, en overheid en onderwijs. De vacaturegraad is het hoogst in de sectoren landbouw en visserij, transport en communicatie, en horeca en zakelijke dienstverlening, en het laagst in de chemie, het bank- en verzekeringswezen en de sector overheid en onderwijs. 7
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 8 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 Wat betreft de vacaturegraad zien we duidelijke verschillen tussen de diverse rayons. Beduidend hoger dan het provinciale niveau scoren Weert (53 ), Maastricht Mergelland (50 ) en Venray (44 ). Lager dan gemiddeld is de vacaturegraad in Venlo (26 ), Westelijke Mijnstreek (27 ), Parkstad Limburg (28 ) en Roermond (35 ). Figuur 1 Vacaturegraad en percentage langdurig openstaande vacatures per bedrijfssector, Limburg, april 2000 60 percentage langdurig openstaand 50 40 13 3 12,4 5 2 9 11 30 7 8 20 10 10 0 0 20 40 60 80 100 120 1 vacaturegraad 1 Landbouw en visserij 2 Voeding 3 Chemie 4 Metaal- en elektrotechniek 5 Overige industrie 7 Bouw en onroerend goed 8 Handel en reparatie 9 Transport en communicatie 10 Bank- en verzekeringswezen 11 Horeca en zakelijke dienstverlening 12 Kwartaire diensten 13 Overheid en onderwijs N.B. Voor de bedrijfssector energie is geen informatie over de vacaturegraad beschikbaar. Bron: Arbeidsvoorziening/CBS/ROA Een meer directe indicator van de recruteringsproblemen waarmee bedrijven kampen, is het percentage vacatures dat langer dan drie maanden open staat. Dat is het afgelopen jaar gestegen met 5%-punten tot 36% van het totaal aantal openstaande vacatures. Vooral in de bedrijfssectoren voeding, chemie, transport en communicatie, en overheid en onderwijs blijven vacatures vaak lang onvervuld. Relatief vlot worden openstaande vacatures vervuld in de landbouw en visserij, de handel en reparatie, en het bank- en verzekeringswezen. Voor de verschillende beroepssegmenten is het beeld divers. Vooral in de lagere verzorgende 8
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 9 BEKNOPTE RAPPORTAGE beroepen is de werving van personeel erg moeilijk. De situatie is het minst problematisch in de lagere agrarische beroepen. Wat betreft de verschillende opleidingssectoren is de recruteringsproblematiek het meest ernstig voor VMBO Techniek, VMBO Economie, VMBO Zorg en Welzijn, en HAVO/VWO. Het minst ernstig zijn de problemen voor VMBO Theorie en HBO Sociaal-Cultureel. Daling aantal niet-werkende werkzoekenden Sinds februari 1997 is het aantal niet-werkende werkzoekenden (NWW) met bijna 20.000 afgenomen. In april 2000 stond de teller op 39.700. Het aantal en het percentage werkzoekenden dat langer dan één jaar ingeschreven staat, daalde eveneens. Langdurig werklozen hebben dus fors geprofiteerd van de groei in werkgelegenheid. Het percentage ligt nu rond de 60%, wat betekent dat Limburg ongeveer 23.000 langdurig werkzoekenden telt. Intussen is de bemiddelbaarheid van het werkzoekendenbestand verslechterd. Vooral het aantal direct bemiddelbaren (fase 1) is sterk teruggelopen en vanaf 1998 is ook het aantal werkzoekenden in fase 2 en 3 aan het dalen geslagen. Het verloop van het aantal slecht bemiddelbare werkzoekenden (fase 4) is veel grilliger. Voorzover daar al sprake is van een daling, is die minder sterk. Door de afname van de aantallen werkzoekenden in fase 1, 2 en 3 is het aandeel van de slecht bemiddelbaren in het totale aantal werkzoekenden de afgelopen drie jaar continu gestegen, van 32% in 1997 tot 42% medio 2000. Tabel 3 Ontwikkelingen aan de aanbodzijde van de Limburgse arbeidsmarkt, 1997-2000 februari 1997 juli 1998 april 1999 april 2000 Aantal niet-werkende werkzoekenden 59.400 43.000 43.000 39.700 waarvan: - langdurig werkzoekend 46.300 26.700 25.500 23.300 en waarvan: fase 1: direct bemiddelbaar 20.800 7.300 7.500 7.300 fase 2 en 3: afstand tot de arbeidsmarkt 19.600 20.200 18.300 15.500 fase 4: slecht bemiddelbaar 19.000 15.500 17.200 16.900 Bron: Arbeidsvoorziening/ROA Het percentage niet-werkende werkzoekenden per ultimo maart 2000 bedraagt 7,8% van de beroepsbevolking, maar in twee rayons ligt dat percentage (fors) hoger, namelijk in Parkstad Limburg (9,8%) en Maastricht Mergelland (8,8%). Rayon Roermond kent een gemiddelde werkloosheid (7,8%), terwijl in de rayons Venray (5,2%), Weert (6,4%), Venlo (6,9%) en Westelijke Mijnstreek (7,0%) relatief weinig niet-werkende werkzoekenden wonen. In het algemeen geldt dat de arbeidsmarktsituatie beter is naarmate het beroepsniveau en het opleidingsniveau hoger zijn. 9
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 10 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 Krapte loopt verder op De krapte op de arbeidsmarkt is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen, van 0,39 in 1997 tot 2,34 in 2000. Dat betekent dat tegenover elke 100 direct bemiddelbare werkzoekenden maar liefst 234 openstaande vacatures staan. Deze toename is de resultante van de gelijktijdige toename van het aantal openstaande vacatures en de daling van het aantal direct bemiddelbare werkzoekenden. De krapte doet zich in vrijwel alle arbeidsmarktsegmenten voor. Van de dertien onderscheiden bedrijfssectoren kende in 1997 geen enkele sector over de hele linie krapte. Inmiddels kampen maar liefst twaalf van de dertien bedrijfssectoren met knelpunten in de personeelsvoorziening. Alleen voor de sector landbouw en visserij is gemiddeld gesproken nog sprake van een ruime arbeidsmarkt. In het algemeen geldt dat de krapte toeneemt naarmate sectoren een sterker dienstenkarakter hebben. In de sectoren landbouw en visserij, overige industrie, voeding, chemie, en transport en communicatie is de krapte tussen 1999 en 2000 gedaald, terwijl er in het bank- en verzekeringswezen sprake was van een forse stijging. De krapte is sterker voelbaar op de hogere dan op de lagere opleidingsniveaus. Kijken we naar de verschillende beroepssegmenten dan blijkt dat de krapte in 2000 in zes segmenten op lager en middelbaar niveau te is afgenomen. Op hoger niveau is de krapte alleen gedaald voor de hogere taalkundige, culturele beroepen en hogere (para)medische beroepen. In Tabel 4 Arbeidsmarktkrapte (in toenemende volgorde) per bedrijfssector, Limburg, april 2000 en ontwikkeling 1999-2000 arbeidsmarktkrapte ontwikkeling april 2000 1999-2000 Landbouw en visserij 0,48 - Overige industrie 1,22 - Voeding 1,32 - Chemie 1,39 - Metaal en elektrotechniek 1,77 0 Transport en communicatie 1,93 - Energie 2,15 + Overheid en onderwijs 2,25 + Bouw en onroerend goed 2,53 + Horeca en zakelijke dienstverlening 2,70 + Kwartaire diensten 2,82 0 Handel en reparatie 3,07 0 Bank- en verzekeringswezen 3,37 + Totaal 2,34 + Bron: Arbeidsvoorziening/CBS/ROA 10
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 11 BEKNOPTE RAPPORTAGE twee beroepssegmenten is geen sprake van een tekort: de taalkundige, culturele beroepen op middelbaar en hoger niveau. Arbeidsmarktpositie MBO-schoolverlaters verbeterd De arbeidsmarktpositie van MBO-schoolverlaters is in Limburg de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd. Het gemiddeld bruto maandloon blijkt tussen 1996 en 1999 aanzienlijk te zijn toegenomen. De werkloosheid daalde in deze periode van 7% tot slechts 2%. Ook de intredewerkloosheid, dat wil zeggen het percentage schoolverlaters dat na het verlaten van de opleiding tenminste vier maanden op zoek is naar een baan, is sinds 1996 zowel in Limburg als landelijk sterk gedaald. Figuur 2 Werkloosheid (in procenten) onder MBO-schoolverlaters, Limburg en Nederland, 1996-1999 9% 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0% 1996 1997 1998 1999 Limburg Nederland Bron: ROA Ook indicatief voor de verbetering van de arbeidsmarktpositie van de MBO ers in Limburg levert het percentage MBO-schoolverlaters met een flexibele aanstelling. Dat daalde van ruim 40% in 1996 tot ongeveer 25% in 1999. Het verloop van het percentage Limburgse MBO-schoolverlaters dat in deeltijd werkt, is veel grilliger. Gemiddeld genomen gaat het om ongeveer een kwart, maar de verschillen per opleidingssector zijn aanzienlijk. Ook de mate waarin schoolverlaters werkzaam zijn op een te laag niveau ontwikkelt zich niet eenduidig. Tussen 1996 en 1997 is deze onderbenutting 11
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 12 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 aanzienlijk gedaald. In Limburg heeft daarna een stabilisatie plaatsgevonden, terwijl landelijk het beeld is verslechterd. Een soortgelijke ontwikkeling is te zien bij het percentage mensen dat uitwijkt naar een beroep buiten de eigen vakrichting. De verwachting voor 2001 De Limburgse economie zal naar verwachting ook de komende jaren flink blijven groeien. De verwachtte economische groei (3,5% in 2001) zal zich vertalen in een groei van de werkgelegenheid met 2,0%. Dat is iets hoger dan de verwachte landelijke groei. De verwachte totale vraag naar personeel bedraagt in 2001 in Limburg 73,5 duizend personen. Aan de ene kant bestaat dit uit werkgelegenheidsgroei die in 2001 in Limburg naar verwachting op 9 duizend personen uitkomt. Het grootste deel van de vraag wordt echter ingenomen door de bruto vervangingsvraag die 64,5 duizend bedraagt. Deze bruto vervangingsvraag betreft de totale uitstroom uit de groep werkenden die vervangen moet worden om de omvang van het aantal werkenden constant te houden. Waar echter baanopeningen aan de aanbodzijde slechts worden opgevuld door schoolverlaters, geldt dat voor de totale vraag ook herintreders en baanwisselaars een rol spelen. Naar verwachting stromen in 2001 in Limburg 18,5 duizend schoolverlaters in, 13 duizend herintreders en is er een aanbod van 31 duizend baanwisselaars. Tabel 5 Verwachte arbeidsmarktontwikkeling (in aantallen en procenten), Limburg en Nederland, 2001 Limburg 2001 Nederland 2001 aantal % % Uitbreidingsvraag (A) 9.000 2,0 1,7 Netto vervangingsvraag (B) 20.500 4,4 3,8 Bruto vervangingsvraag (C) 64.500 13,9 13,4 Baanopeningen (A+B) 29.500 6,4 5,5 Totale vraag (A+C) 73.500 15,9 15,1 Instroom schoolverlaters (D) 18.500 4,0 4,3 Herintreders (E) 13.000 2,8 3,1 Baanwisselaars (F) 31.000 6,7 6,5 Aanbod van schoolverlaters (D) 18.500 4,0 4,3 Totaal aanbod (D+E+F) 62.500 13,5 13,9 Vraagoverschot (A+B-D) 11.000 2,4 1,2 Bron: Arbeidsvoorziening/CPB/TNO/Inro/ROA 12
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 13 BEKNOPTE RAPPORTAGE Uitbreidingsvraag vooral op hogere opleidingsniveaus In 2001 zal naar verwachting slechts één bedrijfssector, te weten de landbouw en visserij, te maken krijgen met een krimpende werkgelegenheid. Forse groei is vooral te verwachten in het bank- en verzekeringswezen, de kwartaire diensten en de sector handel en reparatie. De uitbreidingsvraag neemt in Limburg naar verwachting sterker toe dan in Nederland als geheel, maar minder dan in een economisch sterke regio als de Randstad. Vergeleken met de eerdere korte-termijn prognoses voor het jaar 2000, valt de verwachte uitbreidingsvraag in 2001 voor de meeste sectoren hoger uit. Er zijn grote verschillen in de verwachte uitbreidingsvraag in de lagere en hogere opleidingssectoren. In het algemeen krijgen mensen met uitsluitend Basisonderwijs of VMBO te maken met een afnemende vraag, terwijl degenen met een opleiding op HBO- en WOniveau een (erg) grote groei kunnen verwachten. Het VMBO blijkt derhalve géén adequaat eindonderwijs te zijn. De grootste verwachte uitbreidingsvraag zien we bij HBO Economie, Tabel 6 Verwachte uitbreidingsvraag per opleidingssector (in percentage van de werkgelegenheid), Limburg, 2001 Opleidingssector % typering Basisonderwijs -3,1 zeer laag VMBO Theorie 1,3 laag VMBO Landbouw -1,1 zeer laag VMBO Techniek -0,9 zeer laag VMBO Economie -0,3 laag VMBO Verzorging 0,3 laag HAVO/VWO 4,9 hoog MBO Landbouw 2,6 gemiddeld MBO Techniek 2,7 gemiddeld MBO Economie 2,6 gemiddeld MBO Dienstverlening en gezondheidszorg 2,8 gemiddeld HBO Landbouw - gemiddeld HBO Techniek 2,6 gemiddeld HBO Economie 4,8 hoog HBO Onderwijs en sociaal-cultureel 2,6 gemiddeld HBO Paramedisch 4,4 hoog WO Landbouw - zeer hoog WO Techniek 3,3 gemiddeld WO Economie 6,5 zeer hoog WO Letteren en sociaal-cultureel 5,2 hoog WO Medisch 3,7 hoog Totaal 2,0 - Bron: ROA 13
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 14 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 WO Economie en WO Letteren en sociaal-cultureel. De sterke vraag naar de hogere economische opleidingssectoren weerspiegelt ten dele de upgrading van de op de arbeidsmarkt vereiste kwalificaties. Er is veel vraag naar economisch opgeleiden op HBO- en WO-niveau, maar VMBO Economie laat een werkgelegenheidsdaling zien. Vervangingsvraag groter op lagere opleidingsniveaus Naast de uitbreidingsvraag genereert ook de vervangingsvraag door (vervroegde) pensionering, arbeidsongeschiktheid, tijdelijke terugtreding en beroepsmobiliteit een vraag naar nieuwe arbeidskrachten. Naar verwachting komt de netto vervangingsvraag, als gevolg van uitstroom uit de arbeidsmarkt, in Limburg in 2001 uit op 20.500, ofwel 4,4% van het aantal werkenden. De bruto vervangingsvraag, waaronder ook de vraag naar baanwisselaars en herintreders valt, ligt veel hoger, namelijk op 13,9% van de werkgelegenheid. Net als in voorgaande jaren is de netto vervangingsvraag een belangrijker component in de totale vraag naar nieuwkomers op de arbeidsmarkt dan de uitbreidingsvraag. De vervan- Tabel 7 Verwachte vervangingsvraag per opleidingssector (in percentage van de werkgelegenheid), Limburg, 2001 Opleidingssector % (netto) typering % (bruto) typering Basisonderwijs 1,4 zeer laag 15,5 hoog VMBO Theorie 9,4 zeer hoog 20,4 zeer hoog VMBO Landbouw 8,8 zeer hoog 17,5 hoog VMBO Techniek 5,3 hoog 13,2 gemiddeld VMBO Economie 3,3 gemiddeld 8,8 zeer laag VMBO Verzorging 7,5 zeer hoog 20,2 zeer hoog HAVO/VWO 5,3 hoog 19,6 zeer hoog MBO Landbouw 5,1 hoog 11,6 gemiddeld MBO Techniek 5,0 hoog 11,5 gemiddeld MBO Economie 4,7 hoog 13,9 gemiddeld MBO Dienstverlening en gezondheidszorg 4,1 gemiddeld 15,8 hoog HBO Landbouw - gemiddeld - gemiddeld HBO Techniek 3,1 gemiddeld 10,3 gemiddeld HBO Economie 2,9 laag 11,3 gemiddeld HBO Onderwijs en sociaal-cultureel 3,0 laag 11,3 gemiddeld HBO Paramedisch 2,9 laag 9,3 laag WO Landbouw - zeer laag - hoog WO Techniek 1,5 zeer laag 9,7 laag WO Economie 2,3 laag 12,1 gemiddeld WO Letteren en sociaal-cultureel 3,4 gemiddeld 13,2 gemiddeld WO Medisch 2,6 laag 9,3 laag Totaal 4,4-13,9 - Bron: ROA 14
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 15 BEKNOPTE RAPPORTAGE gingsvraag is vooral groot in beroepssectoren met een stagnerende werkgelegenheidsgroei, zoals de agrarische beroepen. De grootste netto vervangingsvraag is aan te treffen bij VMBO Theorie, VMBO Verzorging en VMBO Landbouw. Ruwweg geldt dat de lagere opleidingen een hogere netto vervangingsvraag kennen dan de hogere en wetenschappelijke opleidingen. Een uitzondering hierop vormt het Basisonderwijs. Instroom van schoolverlaters De instroom van schoolverlaters op de Limburgse arbeidsmarkt in 2001 komt neer op circa 4% van het aantal werkenden. Voor de pedagogische beroepen, samen met de transportberoepen en de technische en industrieberoepen, wordt relatief de laagste instroom van schoolverlaters verwacht. Wat betreft de instroom per opleidingssector komt het Limburgse beeld in grote lijnen overeen met het landelijke. Voor VMBO Theorie en HAVO/VWO wordt een relatief (zeer) grote arbeidsmarktinstroom verwacht, veel kleiner zal die instroom uitvallen bij VMBO Economie, VMBO Landbouw en VMBO Techniek. Tabel 8 Verwachte arbeidsmarktinstroom van schoolverlaters per beroepssector (in percentage van de werkgelegenheid), Limburg, 2001 Beroepssector aantal % typering Pedagogische beroepen 500 2,3 laag Culturele beroepen - 4,7 gemiddeld Agrarische beroepen 500 3,6 gemiddeld Technische en industrieberoepen 3.500 3,1 gemiddeld Transportberoepen 500 1,7 zeer laag Medische en paramedische beroepen 1.500 5,6 hoog Economisch-administratieve beroepen 5.000 4,0 gemiddeld Informaticaberoepen 500 7,2 hoog Sociaal-culturele beroepen 500 6,2 hoog Verzorgende en dienstverlenende beroepen 4.500 5,4 hoog Openbare orde- en veiligheidberoepen 500 8,5 zeer hoog Totaal 18.500 4,0 - Bron: ROA Vraagoverschot neemt toe In Limburg bedraagt in 2001 het verwachte vraagoverschot 2,4% van de werkgelegenheid. Dit is twee keer zoveel dan landelijk. Het perspectief voor schoolverlaters is in het merendeel van de beroeps- en opleidingssectoren dan ook goed. Het gunstigst zijn de vooruitzichten bij de transportberoepen en de economisch-administratieve beroepen en voor schoolverlaters met VMBO Landbouw, MBO Landbouw en MBO Techniek. 15
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 16 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 Voor werkgevers zijn de perspectieven heel wat minder florissant. Zij zullen in vrijwel alle beroepssectoren problemen ondervinden bij het werven van personeel. Het verschil tussen de verwachte baanopeningen en het aantal openstaande vacatures enerzijds en het verwachte aantal schoolverlaters en direct inzetbare werkzoekenden anderzijds, leidt tot een vraagoverschot van ruim 13.400 werknemers. Dat overschot is beduidend groter dan in 2000, toen het slechts op 9.300 mensen was berekend op grond van een voorzichtig groeiscenario. De bestaande knelpunten op de arbeidsmarkt zullen in 2001 dus alleen maar groter worden. Werkgevers kunnen met name knelpunten verwachten in technische, verzorgende en dienstverlenende beroepen. Uitgelichte sectoren per rayon In de verschillende Limburgse rayons is telkens één sector extra belicht. De keuze hiervoor hangt samen met verschillende factoren, zoals het belang van een sector voor de werkgelegenheid of de krapte die in een bepaalde sector wordt ervaren. Roermond en Parkstad Limburg: detailhandel Roermond en Parkstad Limburg hebben de detailhandel tot prioritaire sector bestempeld. In Roermond omvat deze sector 7,5% van de totale rayonale werkgelegenheid, in Parkstad Limburg 8,9%. In beide rayons maakt de netto vervangingsvraag, als gevolg van uitstroom uit de arbeidsmarkt, ongeveer tweederde uit van de totale vraag naar arbeidskrachten. Zowel in Roermond als Parkstad Limburg is 60% van de werknemers in de detailhandel verkoopmedewerker. Hoewel de opleidingseisen relatief laag zijn, zijn de persoonlijke vaardigheden specifiek. Om de toekomstige arbeidsproblematiek in de sector het hoofd te bieden, leggen beide rayons de nadruk op de vraagkant. Enkele sleutelwoorden zijn imagoverbetering en verbetering van de arbeidsvoorwaarden. Venlo en Weert: metalelektro In Venlo en Weert is de metalelektro als prioritaire sector aangewezen. Zeker in Venlo leveren bedrijven in deze sector een belangrijk aandeel (16%) in de werkgelegenheid, zij het dat de werkgelegenheid de afgelopen vijf jaar licht is gedaald. In Weert komt 11% van de werkgelegenheid voor rekening van de metalelektro en is er sprake van groei. De sector heeft een typerend werknemersprofiel: er werken vooral mannen en tweederde van het personeel werkt in de productie. Om de arbeidsmarktproblemen het hoofd te kunnen bieden, wordt in beide rayons door het collectief van werkgevers gewerkt aan maatregelen die zijn gericht op de aanbodkant, zoals het versterken van de relatie tussen onderwijs en werk. Maastricht Mergelland: horeca In Maastricht Mergelland is de horeca een prioritaire sector. Niet verwonderlijk, want deze sector zorgt niet alleen voor behoorlijk wat werkgelegenheid (6,1% van het totaal in het rayon), maar fungeert ook als visitekaartje en is sterk bepalend voor het regionale en internationale imago. Ook hier is sprake van een karakteristiek werknemersprofiel: er werken 16
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 17 BEKNOPTE RAPPORTAGE relatief veel jongeren en parttimers, veelal op tijdelijke contracten. Bijna 50% werkt in de bediening, 20% in de keuken. Knelpunten spitsen zich toe op lagere functies, zoals kok en kelner, en op de leidinggevende functies. Werkgevers lijken zich vooralsnog echter geen zorgen te maken. Van een gezamenlijke aanpak is dan ook nog geen sprake. Westelijke Mijnstreek: automotive De Westelijke Mijnstreek heeft de automotive branche ofwel de transportmiddelenindustrie, goed voor 10% van de werkgelegenheid, als prioritaire sector aangewezen. Maar liefst 92% van alle werknemers in deze sector is man. Zij werken hoofdzakelijk in lagere en middelbare beroepen. De sector kent een relatief groot verloop, onder andere door de inzet van grote aantallen tijdelijke krachten. De achtergronden van de knelpunten in de automotive branche bevinden zich zowel aan de vraagkant (conjunctuurgevoeligheid) als de aanbodkant (potentiële werknemers kunnen elders aantrekkelijker werk vinden). Bij het zoeken naar oplossingen wordt naar beide kanten gekeken. Venray: zorg In Venray is de zorg, verantwoordelijk voor 15% van de totale werkgelegenheid, de prioritaire sector. Instellingen in de gezondheids- en welzijnszorg zijn traditioneel sterk imagobepalend voor Venray. In de sector werken relatief veel vrouwen (80%) en deeltijders (65%). Het opleidingsniveau is relatief hoog. Hoewel de knelpunten in Venray nu nog meevallen, anticipeert het rayon op toekomstige krapte. Aan de vraagzijde richt men zich op een professioneel en gericht werving- en scholingsbeleid, aan de aanbodkant richten de acties zich op het op peil houden van de instroom van jongeren en het beter benutten van het arbeidspotentieel onder vrouwen. De verwachting voor 2004 Prognose vraagoverschot nu reeds overtroffen In de vorige RAIL-rapportage zijn voorspellingen gedaan voor de periode 1999-2004. Toen was sprake van een jaarlijks gemiddeld vraagoverschot van 3.500 en een totaal vraagoverschot van 17.500 voor deze gehele periode van vijf jaren. De cijfers over 2000 en de verwachting voor 2001 leiden echter al tot een vraagoverschot van in totaal 22.700. De prognose voor 2004 is dus reeds overtroffen. Zoals gezegd is dit probleem tot nu toe opgelost door de werkloosheid sterk te laten dalen, het aantal onvervulde vacatures te laten stijgen en door een hogere productiviteit van zittende werknemers. Het valt te bezien hoeveel rek deze aanpak nog te bieden heeft. Het is niet denkbeeldig dat een verdere verscherping van de krapte op de Limburgse arbeidsmarkt zal leiden tot een afremming van de economische groei. Hoewel van ernstige groeivertragingen nog geen sprake is, zijn er wel signalen (zoals een stijging van het percentage lang openstaande vacatures) die hierop kunnen duiden. Het zoeken naar structurele oplossingen wordt hiermee des te urgenter. 17
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 18 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 Enkele oplossingsrichtingen Ook in eerdere RAIL-rapportages is gewezen op de noodzaak van versnelde reïntegratie van werkzoekenden, bevordering van participatie en stimulering van de grenspendel vanuit Duitsland en België. Aangezien van elk van deze methoden afzonderlijk maar beperkte resultaten te verwachten zijn, verdient een brede, integrale aanpak de voorkeur. Reïntegratie De daling van het aantal niet-werkende werkzoekenden zal de komende jaren aanhouden. Reïntegratie van werkzoekenden zal vanuit het oogpunt van knelpuntreductie enig soelaas kunnen bieden. Echter: de kwaliteit van de harde kern werkzoekenden laat te wensen over. Snelle inzet van deze groep wordt belemmerd doordat naast scholing vaak ook maatschappelijke reïntegratie nodig is. Bovendien is het aantal niet-direct inzetbaren dat door scholing aan de slag kan komen, voor veel beroepsgroepen te klein om de verwachte knelpunten op te lossen. Van het totale aantal van bijna 40.000 niet-werkende werkzoekenden is minder dan 20% direct bemiddelbaar. Rekening houdend met hun achtergrond (leeftijd, opleiding) is ongeveer de helft van de werkzoekenden relevant voor het verminderen van knelpunten. Participatie De laatste jaren is het aantal niet-participerenden in Limburg gedaald van 219.500 in 1997 tot 203.500 in 1999. Tot deze groep behoren vooral vrouwen, ouderen en mensen met uitsluitend basisonderwijs. Velen van hen zullen slechts een geringe bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van knelpunten en/of alleen met zeer veel moeite te bewegen zijn tot een terugkeer op de arbeidsmarkt. Er zijn 21 duizend vrouwen in Limburg die momenteel niet op de arbeidsmarkt participeren, maar wel meer dan 12 uur per week zouden willen werken. Van deze groep is echter meer dan de helft niet op de korte termijn beschikbaar. Bovendien zijn er 117 duizend vrouwen in Limburg die niet of hooguit 12 uur per week zouden willen werken. Van deze groep heeft echter 26% slechts basisonderwijs en 38% een opleiding op VMBO-niveau. Met name knelpunten in lagere functies in de zorgsector zouden door de inzet van een deel van deze vrouwen kunnen worden verlicht. De non-participatie naar leeftijd varieert van 11% voor jongeren tot maar liefst 57% voor personen ouder dan 50 jaar. Zuiver getalsmatig is deze laatste groep dus het meest interessant. Tegelijkertijd hebben ouderen de geringste arbeidsmarktgerichtheid.: Bijna 70% van de niet-participerende 50-plussers wil géén werk of voor hooguit 12 uur per week en nog eens 18% is reeds met pensioen of in de VUT. Dit lijkt erop dat weinig ouderen genegen zijn weer aan het werk te gaan. Grenspendel Ten slotte is er de laatste jaren steeds meer aandacht voor grenspendel als mogelijkheid om knelpunten op te lossen. Getalsmatig levert pendel nog altijd een bescheiden bijdrage aan 18
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 19 BEKNOPTE RAPPORTAGE Tabel 9 Omvang potentiële beroepsbevolking en non-participatie naar geslacht en categorie (excl. scholieren en studenten), Limburg, 1998-1999 mannen vrouwen totaal basis-/lager onderwijs (%) Potentiële beroepsbevolking 350.500 338.500 689.000 41 waarvan: Niet-participerend 56.000 147.500 203.500 Wil betaald werk >= 12 uur per week 8.000 21.000 29.000 56 - kan op korte termijn beginnen* 4.500 9.500 14.000 - - kan niet op korte termijn beginnen 3.500 11.500 15.000 - Wil wel maar kan niet vanwege arb. ongeschiktheid 5.500 6.000 11.500 69 Wil geen betaald werk >= 12 uur per week 25.500 117.000 142.500 63 Gepensioneerd/VUT 17.000 3.500 20.500 44 * Bij deze categorie zijn degenen die gedurende de laatste 4 weken actief naar een baan gezocht hebben buiten beschouwing gelaten. Zij behoren tot de werkloze beroepsbevolking. Bron: CBS/ROA het Limburgse arbeidsaanbod. Slechts 1,8% van alle werkenden pendelt vanuit België of Duitsland naar Limburg. De pendel met Duitsland kent zelfs een negatief saldo: de uitgaande pendel is (veel) groter dan de inkomende. Wel is dit negatieve saldo de afgelopen jaren gedaald. In de aangrenzende Duitse en Belgische regio s bevindt zich een aanzienlijk potentieel aan werkzoekenden, terwijl de krapte op de arbeidsmarkt daar veel geringer is dan in Limburg. Toch is de inzetbaarheid van dit potentieel matig: onder hen zijn veel langdurig werkzoekenden. Bovendien is het de vraag of de relevante werkzoekenden uit deze groepen bereid zijn in Limburg te komen werken. Er spelen nogal wat belemmeringen een rol, zoals de versnipperde informatie over de Euregionale arbeidsmarkt, de gebrekkige afstemming van sociale zekerheids- en pensioenstelsels en de soms onvolkomen wederzijdse erkenning van diploma s. Voor Duitse werkzoekenden geldt bovendien dat het salaris dat zij in Nederland zouden kunnen verdienen, maar net boven het uitkeringsniveau in Duitsland ligt. Rekening houdend met deze beperkingen en belemmeringen resteert desondanks een relevant potentieel van plusminus 10.000 personen in Belgisch Limburg en 6.000 personen in de aangrenzende Duitse arbeidsmarktregio s. Ten slotte Het structurele vraagoverschot op de Limburgse arbeidsmarkt groeit sneller dan verwacht. Zowel kwantitatieve als kwalitatieve knelpunten zijn in korte tijd een breed verspreid verschijnsel geworden. Het moment waarop Limburgse werkgevers niet langer gebruik kunnen maken van de rek in hun organisaties, komt snel naderbij. Daarmee doemt ook het 19
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 20 DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 2000-2004 risico van groeivertraging op. Nadere analyse leert dat een breed programma van reïntegratie, bevordering van participatie en zelfs het stimuleren van grenspendel wel degelijk enige oplossingen kan bieden. In de vorige RAIL-brochure is reeds gewezen op de noodzaak deze routes met meer inspanning te exploreren. De huidige rapportage toont aan dat een nog grotere sense of urgency gewenst is. 20
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 21 21
opmaak beknopte rapportage 09-01-2002 09:21 Pagina 22 22