Jaargang: 32 Nummer: 9 SUCCULENTA - nederlands-belgische vereniging van liefhebbers van cactussen en andere vetplanten
HET VETBLAD Officieel orgaan van Succulenta afd. Amsterdam Opgericht 23 april 1926 Aangesloten bij Succulenta. De Nederlands-Belgische vereniging van liefhebbers van cactussen en andere vetplanten. Het bestuur: Voorzitter & Secretaris: Ed Verveen. Westlandgracht 87. 1058 TR Amsterdam. tel. 020 6851052 Penningmeester: Ronald Grijzenhout. Botter 43-07. 8243 JD Lelystad. tel. 0320-253716 Redactie Vetblad Clazien Bouwman-van Egmond. Cliffordweg 12 3646 AG Waverveen tel. 0297-261623 e-mail clazien@planet.nl Gironummer: 49 86 957 t.n.v. Succulenta Kring Amsterdam De contributie bedraagt per jaar: 12,00 voor enkelingen 15,00 voor familie 8,00 voor jeugdleden 2
JAARGANG: 32 2008 NUMMER: 9 PROGRAMMA De bijeenkomsten worden gehouden op de derde vrijdag van de maand in de zaal van de Parochie van de H. Familie. Zaaiersweg 182 te Amsterdam. Aanvang 20.00 uur. De deur is open vanaf kwart voor acht. **************************** Hierbij nodigen wij u uit tot het bijwonen van onze bijeenkomst op: vrijdag 19 september a.s. Vanavond ontvangen wij Paul Laney Hij zal digitale beelden vertonen van Argentinië. De volgende bijeenkomst is op 17 oktober. Spreker: Willem Alsemgeest met foto-expeditie naar toplocaties Bij de voorplaat: Lobivia quiabayensis WR205. 3
Lobivia schieleana. Backeberg 1957. Ten noorden van La Paz vinden we deze kleine zodevormende planten met rode tot oranjerode bloemen. Backeberg vond deze soort in de verzameling van Schiel (1956) en beschreef ze als een variatie van Lobivia backebergii. Rausch was toen dezelfde mening toegedaan maar Ritter was het er niet mee eens; hoewel hij vond dat er areaalmatig, in doornstructuur en bloemvorm geen onderscheid was, verschilde toch de vrucht en het zaad. De vrucht is sterker bewold en het zaad blijft kleverig, is kleiner en heeft een andere vorm, het hilum is kleiner en scheef, de testa is vlakker door de fijnere groeven. Ook vond hij dat er zoveel standplaatsvormen waren dat de beschrijving van de plant zelf onvolledig was. In de jaren zeventig vonden Ritter, Lau en Rausch veel andere vormen ook met gele bloemen. Het type groeit ten oosten van het Titicacmeer. (prov. Munecas, Consata), de meest bekende vorm is 4
Lobivia schieleana Lau 1004 De planten zijn zodevormend door spruiten, 3-5 cm groot, donkergroen, wat gedraaide ribben. Stekels kamvormig en vervlochten,bloemen met een slanke kelk 4 tot 5 cm. lang en breed, rood tot roodoranje tot geel. Vrucht kogelig, 1cm. dik, sappig. In verzamelingen is ook nog een variatie unguispina n.n. (foto onder) 5
Op de voorplaat: var. quiabayensis. Rausch. 1968 Deze regionaal begrensde vormen zijn nestachtig bedoornd en zien er als grotere schieleana's uit maar onderscheiden zich door een grasgroen uiterlijk en smallere bloemen in de kleuren geel, oranje, oranjerood, rood tot karmijn, de testa van het zaad is nog vlakker, haast glad. Lichaam breedkogelig, 3 cm. hoog en 6 cm. breed, ca. 15 stekels flexibel om het lichaam gebogen en vervlochten. Groeiplaats Consata, Quiabaya, Chuma. Bekende veldnummers zijn nog, AL154, 154a, 966 en 967 (discutabel door de verwisseling van de planten en veldnummers onderling).rausch heeft bij de ontdekking deze planten in de groep maximiliana geplaatst, maar dit later herroepen mede door de discussie van E. Herzog en K.H. Brinkmann, zie KUAS dec.'82 en jan '83. Als laatste variatie: Lobivia schieleana var. leptacantha. Rausch. 6
Deze planten wijken af door hun cilindrische groei, zijn 15 cm. hoog en 7 cm. breed, spruitend, frisgroen, haast rechte ribben, doorns 10-14, tot 7 cm. lang, dun, elastisch en meestal recht. Bloemen 6,5 cm. lang en 5,5 cm breed, geel, rood tot violet. Vrucht 15 mm. dik, sappig., zaden als schieleana. Groeiplaats: Peru, Paucartambo. In groeiwijze, doornen en bloemen is deze plant makkelijk te verwisselen met Lob. maximilliana v. caespitosa. De laatste jaren zijn er nieuwe groeiplaatsen ontdekt, meestal door Knize (L. paucartambensis), Zeker is dat in de toekomst nog overgangsvormen zullen worden ontdekt omdat er nog ononderzochte onherbergzame gebieden zijn tussen L. schieleana en L. leptacantha. Clazien. 7
AAN 8