Praktijkvoorbeeld VoorZorg - diverse gemeenten Deze preventieve interventie is gericht op jonge vrouwen die zwanger zijn van hun eerste kind en die te maken hebben met veel risico's op opvoedings, gezondheids- en ontwikkelingsproblemen. Doel is verbetering van de gezondheid en ontwikkeling van het kind, en versterking van de ontwikkeling, opvoedingsvaardigheden en eigen kracht van de moeders. Tijdens het programma worden middels huisbezoeken van een VoorZorgverpleegkundige risicofactoren systematisch aangepakt, eigen krachten en mogelijkheden van de moeders versterkt en het professionele en informele netwerk benut. Doel Doelen van het programma zijn: verbetering van zwangerschaps- en geboorteresultaten voor moeder en kind verbetering van de gezondheid en ontwikkeling van het kind verbetering van de persoonlijke ontwikkeling van de moeder en haar mogelijkheden voor opleiding en werk, zodat zij meer kan betekenen voor haar kind preventie van kindermishandeling en -verwaarlozing Doelgroep Het programma VoorZorg is gericht op de jonge, aanstaande moeders, die met meerdere risico's te maken hebben. De zwangeren die mee kunnen doen aan het programma moeten voldoen aan de volgende criteria: geen eerdere kinderen, maximaal 28 weken zwanger, maximaal 25 jaar, maximale opleiding VMBO-K. Aanvullende criteria zijn onder andere: geen of weinig steun van sociaal netwerk of partner, in het verleden meegemaakt of actueel gezinsgeweld of mishandeling, alcohol- en of drugsgebruik, verstoorde gezinsrelaties, psychische problematiek, irreële opvattingen over moederschap. Verder zijn er voorwaardelijke criteria: moeder kan voldoende in het Nederlands communiceren om de inhoud te begrijpen; moeder heeft geen verhuisplannen buiten de regio binnen twee jaar; moeder is bereid om aan dit (in principe gehele) programma mee te doen. Contra-indicaties zijn: zware psychiatrische problematiek of psychoses; zware drugs- en of alcoholverslaving niet leerbaar zijn. Naar schatting komt gemiddeld 0,5-1,0% van het totale aantal geboorten per gemeente per jaar in aanmerking voor VoorZorg. Aanpak Aanleiding Preventie van ernstige gedragsproblemen, kindermishandeling en ontwikkelingsproblemen bij jonge kinderen in risicosituaties staat in Nederland volop in de belangstelling. Het programma VoorZorg ondersteunt gezinnen
met veel risico's op opvoedingsproblemen en pakt risicofactoren op systematische wijze aan, zodat dat de gezondheid en ontwikkelingskansen van de moeders en kinderen wordt vergroot. Ondersteuning vindt plaats tijdens de zwangerschap en de eerste levensjaren van het kind. VoorZorg is gebaseerd op het Amerikaanse programma 'Nurse-Family Partnership', dat is ontwikkeld door professor David Olds en in meer dan 30 jaar in diverse onderzoeken (randomized controlled trials) effectief is gebleken. Kinder- en jeugdpsychiater Alfons Crijnen nam samen met praktijkorganisaties en NJi het initiatief om het programma voor Nederland toegankelijk te maken. Inmiddels wordt VoorZorg in ca. 30 gemeenten aangeboden. Opzet Een eerste aanmelding vindt plaats door o.a. verloskundigen, schoolbegeleiders, maatschappelijk werk, streetcornerwork etc. Dit gebeurt op basis van de eerder onder 1.2 genoemde criteria. De VoorZorgverpleegkundige bepaalt in een kennismakingsgesprek aan de hand van diverse onder 1.2 genoemde risicofactoren of de zwangeren kunnen en willen meedoen aan het programma. Het programma start zo vroeg mogelijk in de zwangerschap (uiterlijk bij 28 weken) en eindigt als het kind de leeftijd van 2 jaar bereikt. In totaal zijn er 40 à 60 huisbezoeken van elk 1 à 1,5 uur. In deze huisbezoeken wordt opvoedingsondersteuning gegeven in combinatie met gezondheidsvoorlichting, vaardigheidsinstructie en persoonlijke begeleiding, versterking van de eigen competenties en het sociale netwerk, waarbij gestreefd wordt naar positieve verandering van de risicofactoren. Inhoud Tijdens de huisbezoeken werken de verpleegkundigen met de moeders aan zes domeinen: 1 De gezondheid van de moeder 2 De gezondheid en veiligheid van het kind 3 De persoonlijke ontwikkeling van de moeder 4 De rol van de moeder als opvoeder van haar kind 5 De relatie van de moeder met familie en vrienden 6 Het gebruik van gemeenschapsvoorzieningen door de moeder Het huisbezoek heeft globaal eenzelfde structuur van zeven punten: 1 Elk huisbezoek begint met een begroeting. 2 Belangrijke onderwerpen en vragen die op dit moment bij de moeder spelen komen aan bod. Hierbij wordt bijvoorbeeld gevraagd hoe het met de moeder gaat sinds het vorige bezoek en of er iets belangrijks gebeurd is. 3 Terugblik en verslag: hoe is het met de plannen en afspraken die de vorige keer gemaakt zijn (door de moeder en door de VoorZorgverpleegkundige)? 4 Dit wordt gevolgd door de vraag: hoe is het nu met jou en je zwangerschap/baby? Hierbij komen punten aan bod als gezondheid en relaties. 5 Er wordt bepaald waar deze keer aan gewerkt wordt. De huisbezoeken bestaan steeds uit een gedeelte voorlichting door de verpleegkundige en een gedeelte waarin de moeder bijbehorende werkbladen invult en bespreekt. Expliciet wordt aandacht gegeven aan moeder-kind interactie (o. a. door de inzet van videohometraining), aan communicatie- en sociale vaardigheden van de moeder en aan ontwikkelingsstimulering van het kind. Daarvoor zijn speciale onderdelen in het programma ingebouwd. 6 Er wordt samengevat wat er gedaan en geleerd is. 7 Er worden afspraken gemaakt tot een volgende huisbezoek. Flexibiliteit en inspelen op de actuele vragen en wensen van de moeder is bij deze structuur zeer belangrijk. Samenhang Een goede relatie tussen de VoorZorg-verpleegkundige en de moeder is een voorwaarde voor het slagen van het programma én een leerervaring voor de moeder. Tijdens de uitvoering van VoorZorg werkt de
verpleegkundige samen met de moeder aan: gestructureerde gedragsverandering, realistische en haalbare doelen, en het versterken van de vaardigheden van de moeder. Daarbij beantwoordt de verpleegkundige de vragen van de moeder en betrekt zij het sociale netwerk van de moeder bij het programma. VoorZorg is uniek in de zin dat er geen ander programma in Nederland is dat zich met een dergelijk intensief, degelijk ontwikkeld, effectief gebleken programma, uitgevoerd door specifiek getrainde en tijdens de uitvoering begeleide jeugdverpleegkundigen, richt op de doelgroep van multirisicomoeders (en hun partners) vanaf de zwangerschap tot het kind twee jaar oud is. Ander aanbod is veelal minder intensief, minder breed ingezet, gefocust op problemen, begint pas na de zwangerschap, is minder degelijk ontwikkeld, of minder door goed onderzoek (RCT) geëvalueerd. Betrokken partijen Verloskundigen, huisartsen, gynaecologen, straathoekwerk, MEE, interne schoolbegeleiders, leerplichtambtenaren en anderen bespreken met zwangeren uit de doelgroep het programma VoorZorg. Het programma zelf wordt uitgevoerd door organisaties voor jeugdgezondheidszorg (GGD-en, thuiszorgorganisaties en CJG-organisaties), in goede afstemming met andere lokale zorg- en dienstverleners. Dit betreft per medio 2013 de volgende organisaties: Careyn/CJG Breda, CJG Rijnmond, GGD Amsterdam, GGD Hart voor Brabant (regio's 's-hertogenbosch en Tilburg), GGD Hollands Noorden, GGD Limburg-Noord, GGD Utrecht, GGD Zaanstreek-Waterland, Icare JGZ (regio's Zwolle, West-Veluwe, Flevoland, Drenthe). Randvoorwaarden Financiën Voor een traject van 2,5 jaar zijn de kosten ongeveer 13.000,- (prijspeil 2013). Ter vergelijking: een residentiële plaatsing van een jongere gedurende een half jaar kost ca. 30.000,-. Deskundigheid VoorZorg vereist uitvoering door een ervaren (minimaal 3 jaar) jeugdverpleegkundige, opgeleid op HBOniveau 5. Aanvullend zorgt het Nederlands Jeugdinstituut voor de opleiding van de VoorZorgverpleegkundigen, voor het ontwikkelen van de materialen en landelijke ondersteuning, evaluaties, monitoring en doorontwikkeling van het programma. De drie trainingsmodules zijn direct gekoppeld aan de inhoud van de drie handleidingen, de zes domeinen en worden aangevuld met trainingsmodules van videohometraining (AIT), STIVORO, MEE en vroege ontwikkeling van kinderen. Voor extra ondersteuning en begeleiding (in moeilijke situaties) moeten de verpleegkundigen terug kunnen vallen op een supervisor. Daarnaast worden er, begeleid door het NJi, zogenaamde landelijke caseconferences georganiseerd, waarbij het gaat om casuïstiekbespreking, intercollegiale consultatie, teamreflectie en studiebijeenkomsten. Het doel hiervan is dat de verpleegkundigen zich gesteund voelen in hun werk door intercollegiale toetsing, feedback van collega's, bespreken van traumatische ervaringen met klanten, en afstemming in de uitvoering. Tevens doen zij nieuwe vaardigheden en inzichten op met betrekking tot de uitvoer van het programma. Draagvlak Het draagvlak voor VoorZorg groeit. Gemeenten die willen deelnemen, krijgen de gelegenheid om VoorZorg uit te voeren onder een licentie, die onder meer toegang biedt tot training van de verpleegkundigen en de nodige ondersteuning bij de uitvoering. Financiering vindt veelal plaats vanuitgemeenten, en dezelijken in toenemende mate bereid VoorZorg te financieren. Bij branche- en beroepsorganisaties bestaat veel belangstelling voor VoorZorg, en ook recentelijk bij de Taskforce Kindermishandeling. Kwaliteitsbewaking De kwaliteit wordt gedurende de ontwikkeling van het programma bewaakt door een continue procesevaluatie. Door middel van een externe procesevaluatie door het Trimbos instituut is de aanvankelijke kleinschalige pilot onderzocht en goed bevonden. Er is regelmatig overleg en afstemming met Prof. Olds over de kwaliteit van de uitvoering in Nederland. Op termijn ligt de basis voor kwaliteitsborging in de licentie, die
elke uitvoerende organisatie moet afsluiten en waar de kwaliteitseisen (opleiding, aanvullende training, (her) certificering, programma-uitvoering, registratie, e.d.) in zijn opgenomen. Evaluatie Opzet evaluatie Het onderzoek naar de effectiviteit van VoorZorg, door middel van een RCT (randomized controlled trial) vindt plaats door het VU medisch centrum (VUmc). De juiste doelgroep wordt bereikt: jonge zwangeren met veel risicofactoren (76% alleenstaand, 74% armoede, 68% geweld in het verleden en/of heden, 19% depressie en 25% middelenmisbruik). 98% heeft vier of meer risicofactoren. Er vindt een jaarlijkse monitorrapportage plaats over enkele aspecten van uitvoering en bereikte doelgroep. Daarnaast hebben enkele evaluatiestudies plaatsgevonden vanuit het NJi, onder zowel verpleegkundigen als deelnemende moeders. De resultaten daarvan zijn steeds teruggekoppeld naar doorontwikkeling en uitvoering. Wat vinden uitvoerders en doelgroep? Evaluatiestudies wijzen uit dat zowel de deelnemende vrouwen als de VoorZorgverpleegkundigen het programma als positief en nuttig ervaren. Succesfactoren Uit de effectstudie door het VUmc blijkt (Factsheet, 2012): tijdens de zwangerschap neemt het roken af; na de zwangerschap roken de VoorZorg-moeders de helft minder t.o.v. controlegroep, die de gebruikelijke zorg kreeg. de aan VoorZorg deelnemende vrouwen roken niet waar de baby bij is, in tegenstelling tot de vrouwen in de groep die de gebruikelijke zorg hebben gekregen. op de babyleeftijd van 6 maanden blijken de VoorZorgmoeders significant vaker nog borstvoeding te geven in vergelijking met de controlegroep. In de controlegroep waren 29 meldingen van kindermishandeling bij het AMK (18%) en in de interventiegroep 16 meldingen (10%). Dus bijna 2 keer zoveel in de controlegroep. Dit is een significant verschil. Huiselijk geweld is afgenomen bij deelnemers aan het programma ten opzichte van de controlegroep: tijdens de zwangerschap nam bij de deelneemsters ook seksueel geweld meer af.daarnaast bleken de deelneemsters aan het programma zelf ook minder vaak geweld te gebruiken, zowel tijdens de zwangerschap als 2 jaar daarna, zowel wat betreft het psychische als het fysieke geweld. Faalfactoren en knelpunten Niet alleen de VoorZorgverpleegkundigen, maar ook de managers merken op dat de problematiek van de cliënten zwaarder en complexer wordt. Dit betekent ook dat de VoorZorgverpleegkundigen, die vanuit hun functie een relatie aangaan met de klanten,extra belast worden. Geplande vervolgstappen Nu er positieve resultaten zijn van de effectstudie is de volgende stap dat experts en wetenschappers met elkaar bepalen of deze resultaten voldoende zijn om een positief advies te geven om VoorZorg verder uit te breiden in Nederland. Daarnaast zullen de recente onderzoeksresultaten van VoorZorg - dat in 2006 in de Databank Jeugdinterventies van het NJi is opgenomen als 'theoretisch goed onderbouwd' - worden voorgelegd aan de Erkenningscommissie Interventies in het kader van een herbeoordeling. Meer informatie Website VoorZorg Laatst bewerkt: 25 maart 2016 Deze informatie is op 24 december 2016 gedownload van www.nji.nl.