Beeldkwaliteitplan De Vlierbrink
Beeldkwaliteitplan De Vlierbrink Ommen 2
1 Inleiding 2 Visie op het plangebied, kenmerken per deelgebied 3 Welstandscriteria 3.1 Kavels in een landelijke omgeving 3.2 Kavels in een landelijk dorpse omgeving 3.3 Erfscheiding 3.4 Oriëntatie voorgevels 3
4
1. Inleiding Inleiding Dit beeldkwaliteitsplan heeft betrekking op het deelgebied De Vlierbrink van woonwijk De Vlierlanden, zoals dat is weergegeven in het Masterplan voor deze nieuwe woonwijk. In het bestemmingsplan De Vlierlanden zijn (bouw) regels opgesteld waar de toekomstige bebouwing en andere functies aan moeten voldoen voor het hele ontwikkelingsgebied van De Vlierlanden. Wat betreft het uiterlijk en de onderlinge samenhang van de bebouwing zijn er welstandscriteria. Via deze criteria wordt er gestuurd op ruimtelijke kwaliteit. Deze welstandsbeoordeling vindt normaliter plaats aan de hand van criteria uit de gemeentelijke Welstandsnota. Deze beoordeling is gekoppeld aan bepaalde gebieden en hun kenmerken. Voor deze nieuwe wijk zijn nieuwe uitgangspunten (criteria) ontwikkeld, passend bij de uitgangspunten voor deze nieuwe ontwikkeling. Het plangebied De Vlierbrink is onderverdeeld in twee deelgebieden. Deze deelgebieden hebben elk hun specifieke eigenschappen en kenmerken. Dit beeldkwaliteitplan geeft opdrachtgevers, ontwerpers en bouwers, vooraf informatie waaraan bouwplannen moeten voldoen en wil een inspiratiebron zijn om een hoge kwaliteit te realiseren. Niet alleen ten aanzien van de gebouwen, maar ook ten aanzien van het openbaar groen en het aspect duurzaamheid. Voor zover relevant voor de beeldkwaliteit, zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd. WETTELIJK KADER Dit beeldkwaliteitplan bouwt voort op het Masterplan De Vlierlanden. De basis voor het Masterplan werd gevormd door een drietal vastgestelde kaders. 1. Visiedocument Vooruitblik Ommen Oost in 2027 2. Gemeentelijk OmgevingsPlan (GOP) 3. Uitgangspuntennotitie Ommen-Oost Bij het opstellen van dit beeldkwaliteitplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de planfilosofie van het Masterplan. Zodat de kwaliteitsambities van De Vlierlanden, die samen met de omgeving en betrokken partijen zijn vormgegegeven, ook zoveel mogelijk in dit plan zijn verankerd. In 2015 is voor de gehele gemeente een nieuwe welstandsnota vastgesteld. Door de gemeenteraad is een stadsbouwmeester benoemd. Deze heeft als taak alle aanvragen voor een omgevingsvergunning te beoordelen op redelijke eisen van welstand, zowel op zichzelf als in relatie tot de omgeving en de verwachte ontwikkelingen daarin. Het gaat daarbij niet alleen om het ontwerp zelf, maar ook om kleur, materiaalgebruik en detaillering. Het plangebied is in de huidige welstandsnota aangemerkt als Ontginningslandschap. De daarbij gegeven welstandscriteria zijn onvoldoende om sturing te geven aan het realiseren van een duurzame en aansprekende woonwijk. Daarom is dit beeldkwaliteitplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitplan fungeert als gebiedsgericht welstandskader voor dit specifieke plangebied en vervangt daarmee voor dit gedeelte de welstandsnota. Voor de overige aspecten (algemene criteria, reclamecriteria etc.) blijft de huidige welstandsnota van toepassing. WERKWIJZE Initiatiefnemers kunnen met een eerste idee of een al verder uitgewerkt bouwplan, langskomen op het welstand spreekuur van de gemeente. Daar kunnen de welstandsadviseur van de gemeente en de stadsbouwmeester een inschatting maken of de plannen binnen de uitgangspunten van dit beeldkwaliteitplan passen. Zij zullen uiteindelijk de aanvraag omgevingsvergunning voor het onderdeel welstand beoordelen. Daarnaast denken zij constructief mee over het uiterlijk van een bouwplan. Uiteraard is dit onderdeel vrijblijvend. De praktijk leert dat een bezoek aan dit spreekuur in het begin van het proces vaak sneller een goed eindresultaat oplevert. 5
Verkavelingsplan De Vlierbrink 6
2. STEDENBOUWKUNDIG PLAN 2.1 BESTAANDE SITUATIE Op basis van de historie is het gebied te typeren als een overgangsgebied van het hoger gelegen jonge heide ontginningslandschap in het westen met lange smalle sloten naar het lager gelegen moerasachtige maten en flierenlandschap in het oosten. De wegen en de percelen zijn van oudsher hoofdzakelijk strak en recht, de boerderijen liggen verspreid en meestal direct aan de weg. Sloten vormen de perceelscheidingen. Beplanting komt voor langs de wegen en op de erven, maar niet systematisch. Vanwege het open karakter is de bebouwing op de erven relatief goed zichtbaar. 2.2 UITGANGSPUNTEN MASTERPLAN Het stedenbouwkundig plan sluit aan op de kenmerken uit het verleden. Dit uit zich onder meer bij de inrichting van de openbare ruimte, waarbij een verwijzing naar het flierlandschap wordt gemaakt met o.a. bloemrijke graslanden. In het gebied is sprake van enkele historische lijnen die al decennia aanwezig zijn, zoals de Otmansweg en de Arriërflierweg. Door het leggen van verbanden met het buitengebied kan De Vlierlanden een gebiedseigen karakter krijgen. Het buitengebied biedt tastbare aanknopingspunten om een onderscheidende identiteit te bepalen waarbij landelijk wonen op ongedwongen wijze centraal staat. De planstructuur is geïnspireerd op de traditionele patronen en openbare ruimten van kleine nederzettingen en buurtschappen. Voor de realisatie van dit inspiratiebeeld worden de volgende uitgangspunten gehanteerd in de ontwikkeling van De Vlierlanden als geheel: Altijd zicht op groen: Groen wordt ingezet als woonkwaliteit in het totale gebied van De Vlierlanden. Ruimte en privacy: Ruimte voor groen en water in combinatie met ruime tuinen zorgen voor een ruimtelijke beleving in de buurt met voldoende afstand tussen de woningen. Een informele ordening: Woningen staan niet allemaal in dezelfde rooilijn, staan niet allemaal evenwijdig aan de weg en worden soms prominent in het zicht of juist meer verscholen geplaatst op de kavel. Een gevarieerd straatbeeld: De woningen staan in verschillende rooilijnen en de straten zijn afwisselend met korte rijen, vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap woningen. VISIE OP HET PLANGEBIED Het plangebied heeft een eenvoudige verkaveling, passend bij de eenvoud van dit oude landschap. Het vormt als het ware een kleine concentratie(kern) binnen dit gebied. De ambitie is om op deze kenmerken voort te borduren. Ambitie: Maak een vertaling van de agrarische bebouwing uit de directe omgeving Iedereen wordt uitgedaagd om met het ommeland op het netvlies een woning te ontwerpen die bijdraagt aan het landelijke karakter van De Vlierlanden. Voor het landelijk beeld kunnen de woningen deels of geheel een lage goot krijgen. Het onderste deel van het dakvlak kan daarbij zo goed als verticaal lopen, waardoor er wel de suggestie van een kap wordt gewekt, en er tegelijkertijd een volledige verdieping mogelijk is. Ook aanbouwen, bijgebouwen en andere toevoegingen zoals dakkapellen zijn een belangrijk onderdeel van de architectuur van de woning en worden bij voorkeur in samenhang met de woning ontworpen. Kleur en materiaal zijn belangrijke karakterdragers die met zorg moeten worden gekozen. VERSCHILLENDE DEELGEBIEDEN De wijk De Vlierbrink kent twee deelgebieden, waar verschillende eisen aan de beeldkwaliteit worden toegekend. De kavels in een landelijke omgeving aan de rand en de kavels in een landelijk dorpse omgeving in het midden van dit gebied. Kavels in een landelijke omgeving (rand) De rand van dit plangebied heeft een nauwe relatie met het buitengebied en vormt ook de overgang hier naar toe. Een gevarieerd beeld van woningen waarin de kap een belangrijke rol speelt in combinatie met niet al te expressieve architectuur sluit op deze omgevingskenmerken aan. Kavels in een landelijk dorpse omgeving (midden) Het hart van de wijk vormt een kleine concentratie van woningen in een landelijke context, vergelijkbaar met buurtschappen uit de omgeving. Dit gebied is minder goed zichtbaar vanuit de landelijke omgeving Daarom biedt dit gebied meer ruimte en vrijheid voor diversiteit in architectuur en kleur. 7
8
3.1 Kavels in een landelijke omgeving 3.2 Kavels in een landelijk dorpse omgeving 3.3 Erfscheiding 3.4 Oriëntatie voorgevels 9
Referentiebeelden van woningen geïnspireerd op de landelijke bouwstijl uit de omgeving. Eenvoudige vormentaal en detaillering, hoofdzakelijk donkere kleuren. 10
3.1 Welstandcriteria - kavels in een landelijke omgeving Beleid: De randkavels zijn belangrijk voor het aangezicht van de wijk en sluiten aan op de kenmerken van de landelijke omgeving. Vanwege de overgang naar het buitengebied is het kleurenpallet beperkter. Criteria Structuur Situering: hoofdbebouwing (hoofdvorm) reageert op de kenmerken van het kavel. De overige bebouwing is ondergeschikt gepositioneerd. Hoofdvorm Heldere eenvoudige hoofdvorm. Subtiele variaties in de kap zijn mogelijk. Bijbehorende bouwwerken ondergeschikt aan of integraal mee ontwerpen met de hoofdvorm. Architectuurstijl en gevelcompositie De landelijke bouwstijl uit de omgeving is richtinggevend voor nieuwbouw. Variatie vereist. Als binnen een blok meerdere identieke woningen worden gebouwd, moet er sprake zijn van kleur-nuance verschillen, verschil in gevelcompositie of een verspringing in de voorgevellijn. De gevelcompositie, de plaats, de afmetingen en verhoudingen van gevelopeningen zijn op elkaar afgestemd. zie kaart blz 16 Alle gevels richting de openbare ruimte zijn representatief vormgegeven.* Materiaal, kleurgebruik en detaillering De detaillering en het kleur- en materiaalgebruik zijn onderling en op de architectuurstijl afgestemd. Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpalet van het omringende landschap. hoofdzakelijk donkere tinten, materiaal met reliëf (geen vlakke plaat) en niet te glimmend. ondergeschikte kleuraccenten zijn mogelijk. Kleurtabel. Dit is een indicatie van de toe te passen kleuren. 11
Referentiebeelden van woningen met een individueel karakter. Geinspireerd op een landelijke of dorpse omgeving. 12
3.2 Welstandcriteria - kavels in een landelijk dorpse omgeving Beleid: Deze woningen hebben minder invloed op de uitstraling van het gebied richting de landelijke omgeving. Daarom is hier meer vrijheid mogelijk. Criteria Structuur Situering: hoofdbebouwing(hoofdvorm) reageert op de kenmerken van het kavel. De overige bebouwing is ondergeschikt gepositioneerd. Hoofdvorm Vrij: aansluiten op de eenvoudige hoofdvormen uit de omgeving wordt aanbevolen. Architectuurstijl en gevelcompositie Het landelijk (dorpse) karakter uit de omgeving is richtinggevend voor nieuwbouw. Variatie vereist. Als binnen een blok meerdere identieke woningen worden gebouwd, moet er sprake zijn van kleur-nuance verschillen, verschil in gevelcompositie of een verspringing in de voorgevellijn. De gevelcompositie, de plaats, de afmetingen en verhoudingen van gevelopeningen zijn op elkaar afgestemd. zie kaart blz 16 Alle gevels richting de openbare ruimte zijn representatief vormgegeven.* Materiaal, kleurgebruik en detaillering Het materiaalgebruik is vrij, mits deugdelijk en samenhangend toegepast. Afval of restmateriaal is niet toegestaan. Het kleurgebruik is vrij, met uitzondering van extreem felle kleuren of extreem glimmende materialen. 13
Kaart belangrijke overgangen van openbaar gebied naar priveterrein. Voorbeelden van erfscheidingen 14
3.3 Erfscheiding ERFSCHEIDING In de beleving van deze landelijk gelegen woonwijk is de inrichting van de openbare ruimte en de overgang van de openbare ruimte naar de privéruimten (de kavel en de tuin) van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit van de totale wijk. Een mooie groene overgang is daarbij het uitgangspunt. Dit kan onder andere worden bereikt door hagen, subtiele hoogteverschillen of middels beplanting. Indien men een erfscheiding wil bouwen, is het voor een samenhangend groen beeld van belang om aan te geven op welke plekken in het verkavelingsplan het (meer dan op andere plekken) noodzakelijk is om uitgangspunten (criteria) te formuleren voor erfscheidingen. Op de bijgevoegde afbeelding is aangegeven op welke kavels bij de omgevingsvergunning bouwen ook de erfscheiding beoordeeld zal worden. Het is zoals gezegd, belangrijk dat erfscheidingen passen bij het landelijke karakter van de wijk. Daarbij helpt het als erfscheidingen op een zorgvuldige en professionele manier worden geplaatst en worden gemaakt van duurzame en natuurlijke materialen. Een lange gesloten schutting wekt bij velen het gevoel op van verloedering en sociale onveiligheid, zeker als deze slecht onderhouden is. Begroeide hekwerken en beplantingen hebben een open en vriendelijke uitstraling. Criteria: Op de aangegeven plaatsen dient bij de bouwaanvraag samen met het woningontwerp de erfscheiding mee ontworpen te worden; Erfscheidingen dienen duurzaam te zijn en een groene uitstraling te hebben. Gebruik duurzame materialen (steen, duurzaam hout, metalen hekwerk, groen of een combinatie hievan. Geen betonnen keerwanden, kunststof golfplaten, stalen damwand e.d; Kleur: Toepassing van gedekte kleuren of onbehandeld hout; Volledig gesloten stenen muren of houten schuttingen komen op de aangegeven plekken niet voor; Indien de erfscheiding is afgestemd op de architectuur van de woning, zijn andere materialen en kleuren mogelijk. Er dient dan een integraal plan gemaakt te worden voor de erfscheiding in samenhang met de woning. Tuinmuur in samenhang met de woning ontworpen 15
Kaart oriëntatie voorgevels 16
3.4 Oriëntatie voorgevels Oriëntatie VOORGEVELS Door het landelijke karakter van de wijk zijn er veel verschillende kavelvormen. Daardoor zijn er vanuit de openbare ruimte niet alleen voorgevels zichtbaar, maar vaak ook zijgevels. Voor de totale uitstraling van de wijk is het van belang hier extra aandacht aan te besteden. Daarom wordt er in dergelijke situaties aandacht gevraagd voor meerdere representatieve gevels. Op de bijgevoegde afbeelding is aangegeven op welke kavels bij de aanvraag omgevingsvergunning ook de oriëntatie van de voorgevels beoordeeld zal worden. 17
18
Colofon Titel Opdrachtgever Ambtelijke contactpersoon Opdrachtnemer Beeldkwaliteitplan De Vlierbrink gemeente Ommen Diana Logtenberg Het Oversticht Rik Onderdelinden Erwin Webbink in samenwerking met: bestuursdienst Ommen-Hardenberg Martin de Groot Datum 11 september 2015 Status Definitief 19