tus amigos son mis amigos

Vergelijkbare documenten
Keuzevak Spaans voor beginners 1 - Extra oefeningen

Spaans voor zelfstudie

Sí, claro! 1.1. Instaptoets. Opgaven. 4. En un hotel. 1. En un viaje. Perdón, ustedes francés? No, sólo inglés. Hola, cómo? Ernesto, y tú?

SPAANS HERHALINGLES 1 Español

Het belang en het gemak van het Spaanse werkwoord

SPAANS LES 4 Español

Inhoudsopgave. Ondersteunend materiaal página 4. Inhoud + checklist páginas 2-3. Opdracht página 1. Información personal páginas 6-13

1 Informatie over personen

SPAANS LES 6 Español

SPAANS HERHALINGLES 3 Español

6.5-De werkwoorden ser en estar

Mi cole. aan deze pagina een persoonlijk tintje! Hier kun je schrijven, tekenen, plakken, SETENTA Y SIETE

SPAANS LES 5 Español

Sí, claro! 1.2. Instaptoets. Opgaven. 1. Dos amigos miran el plano de Sevilla. 4. En la oficina de turismo.

Tú y yo 1. Actividades. Tú y yo. Geef deze pagina een persoonlijk tintje! Hier kun je schrijven, tekenen, plakken,...

Ana María y Fernando en México. Mateo en la playa. Juan y sus compañeros de fútbol. Mamá, Clarita y Mirta

SPAANS LES 3 Español

Instaptoets. Opgaven. 1. En un viaje. 4. En un hotel. Hola, cómo? Ernesto, y tú? Perdón, ustedes francés? No, sólo inglés.

SPAANS LES 2 Español

SPAANS LES 8 Español

SPAANS HERHALINGLES 2 Español

Tú y yo. In deze Unidad ga je vertellen over jezelf, je familie en vrienden

EL HORARIO DE LOS CHICOS

Serie Crímenes al sol. Pasión mortal

Wonen. In deze les leert u

Uitwerking Tareas Spaans 3. Qué has hecho hoy?

januari el/un coche el/un gato la/una casa la/una chica la/una mesa

Woordenlijst Nederlands Spaans

Leer je talen. Downloads Basiskennis verankeren

k ga naar school Voy al colegio

1OEFENINGEN bij WERKWOORDEN (boek CAMINOS 1, PAG.133 e.v.)

Encuentros. Unidad 2. Woordenschat. Grammatica

Leer je talen. Podcast woordenlijsten

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Serie de publicaciones - Serie-overzicht

Prisma Taalbeheersing. Basisgrammatica. Spaans. Begrijpelijk voor iedereen. drs. E. Slager dr. Y. Rodríguez Pérez

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

SPAANS LES 7 Español

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios

SUBJUNTIVO. B. Tú + vos. 1. empezar 2. salir 3. decir 4. hacer 5. oír 6. encontrar 7. venir 8. poder 9. conocer 10. vivir

Reizen Wonen Koken & genieten Cultuur & vermaak

El horario de los chicos

Caminos nieuw 1. Instaptoets

Me llamo. Clase: Instituto:

Mis amigos y yo. Cuál es tu número de móvil? Û p. 20 del LA UNIDAD 1 LECCIÓN 1. Vul de bloem in met jouw persoonlijke gegevens.

SPAANS LES 13 Español

Spaans voor zelfstudie

la bicicleta De jongste mag beginnen en een passend kaartje aan het openingskaartje leggen. Als je niet kan moet je een kaartje van de pot pakken.

Cómo se escribe tu nombre en español? Tienes hermanos? Cómo se llaman?

Argentina Bolivia Cuba Salsa! Chile Durango España flamenco Guatemala Honduras Ibiza jugo zumo

Spaans leren als verbreding voor de jonge leerling.

Spaans leren als verbreding voor de jonge leerling.

Inmigración Documentos

lombricita De jongste mag beginnen en een passend kaartje aan het openingskaartje leggen. Als je niet kan moet je een kaartje uit de pot pakken.

Immigratie Documenten

Wiekendje. Vanuit het MT. Basisschool Het Molenven. In dit nummer: 25 februari

A leer! Periode 2. Leesopdrachten Spaans mavo 4

A escribir! Periode 2. Schrijfopdrachten Spaans mavo 4

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

SPAANS LES 12 Español

Cien Doscientos. Trescientos Cuatrocientos Quinientos Seiscientos Setecientos Ochocientos 9.

Woordenlijstenspel eigen

4. Waaraan moet een voorbereidingstekst voor gespreksvaardigheid voldoen?

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

RUDOLF RASCH: DUIZEND BRIEVEN OVER MUZIEK VAN, AAN EN ROND CONSTANTIJN HUYGENS - Chièze aan Huygens 30 augustus B -

Groene- Blokken- Boekje. Groene blokken om te leren uit: Juan y Rosa están de vacaciones

España español Chile

bab.la Uitdrukkingen: Persoonlijke correspondentie Gelukwensen Spaans-Nederlands

Persoonlijke correspondentie Brief

Zakelijke correspondentie Brief

Inleiding!...!i! Les!1:!Welkom!...!1! Inleiding!...!1! De!uitspraak!...!1! Klemtoon!...!2! Dubbele!medeklinkers!...!3! Oefeningen!...!3!

Zakelijke correspondentie

Metas profesionales // 2

Qué Guay! Manual, parte 2

Quisiera una habitación

Dos cervezas por favor. Donde está el supermercado? Ga je op vakantie naar Spanje maar weet je niet wat deze zinnen betekenen?

agosto al lado de Alemania

Rutinas de clase Lenguaje para la clase de español

Jongens en Guillaume, aan tafel!

Spaans leren als verbreding voor de jonge leerling.

Madrid maart 2 april Spoedcursus Spaans Marc Deldime TechnOV 1

Mi nueva vida LECCIÓN 1

Nederlands in 4 weken week 1 jsp-taligen.indd :26:18

Immigratie Studeren. Studeren - Universiteit. Me gustaría matricularme en la universidad. Aangeven dat u zich wilt inschrijven

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Vous pouvez m'aider, s'il vous plaît?

Examen VWO. Spaans. Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 3 juni uur. Vragenboekje

SPAANS VOOR BEGINNERS 2 HOGESCHOOL ROTTERDAM. KEUZEVAK BLOKCODE RBSSPA201K Versie september

Holandés para hispanohablantes A0 A1/A2. Auteur boek: Vera Lukassen Vertaling: Marko Bijl-Beck

Zakelijke correspondentie Brief

Transcriptie:

tus amigos son mis amigos Gramática 3 Me encantan a unas gafas de sol b un mp3 SMAAk en interesse: gustar, encantar, interesar Om plezier of interesse uit te drukken gebruik je werkwoorden als gustar, interesar en encantar Ze worden net als het werkwoord gustar vervoegd en gaan altijd samen met het persoonlijk voornaamwoord (me, te, le, nos, os, les) Het onderwerp van deze zin is de persoon of iets wat we leuk vinden, waar we van houden of wat ons interesseert Het werkwoord wordt altijd in de derde persoon enkelvoud vervoegd (gusta, interesa, encanta) als het onderwerp een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud is (le gusta la playa, os gusta la playa?) of als er een infinitief volgt (le gusta viajar) Je gebruikt de derde persoon meervoud als het zelfstandig naamwoord in het meervoud staat Me gustan las playas de España Om een voorliefde/intersse voor iets aan te geven, wordt anders dan in het Nederlands het bepaald lidwoord gebruikt: Me encanta la música (ik hou van muziek) Wil je je mening over iets concreets geven, dan gebruik je net als in het Nederlands het onbepaald lidwoord: Me gusta una canción cubana (ik vind een Cubaans liedje mooi) De persoonlijke voornaamwoorden bij deze werkwoorden staan altijd voor het te vervoegen werkwoord: La música clásica me interesa mucho 4 No me gusta nada a las discotecas b bailar 5 Sí, sí que me gusta a caminar por la montaña b los parques 6 Me gusta, me gusta a aprender español b los idiomas A MÍ, A TI, A ELLA Anders dan in het Nederlands bestaat er voor het persoonlijk voornaamwoord in de lijdende vorm ook nog een vorm met nadruk: a mí, a tí, a él, a ella, a nosotros/as, a vosotros/as, a ellos/ellas Gebruik deze vorm alleen: om de interesses van meerdere personen te benadrukken of tegenover elkaar te zetten om onduidelijkheden in de derde persoon enkelvoud te vermijden Als het over een specifieke persoon gaat, dan wordt a voor de naam gezet A Pablo no le gusta bailar 1 Waar hebben deze zinnen betrekking op? 2 Deze personen praten over hun muzieksmaak Vul de juiste vorm van het werkwoord en het voornaamwoord in 1 No me gustan mucho a las grandes ciudades b la naturaleza 2 Me gusta mucho a las películas de terror b el cine español 1 11A mí no (gustar) mucho el pop Pues a mí (encantar) 2 11Oye, Óscar, a ti (interesar) la ópera? A mí? Mmm no, no (gustar) mucho Prefiero otro tipo de música 36 treinta y seis

5 3 11A María (encantar) los primeros discos de Los Beatles Uy, a mí (gustar) más los últimos 4 11Luis ahora tiene una novia argentina y (encantar) el pop de allí Bueno, yo no tengo novio argentino, pero 5 Páez y Andrés Calamaro (gustar) también, especialmente Fito 11A mi madre (encantar) la salsa; la escucha continuamente A mí también (encantar)! A ti no (gustar)? 3 Een paar vrienden willen naar een concert gaan Vul in de chat de ontbrekende voornaamwoorden in 4 Preferir of gustar? Vul de zin aan met de juiste vorm van een van beide werkwoorden 1 11 Quieres un café o té? un café, gracias 2 11 Qué te parece esta canción? mucho Es una de mis favoritas 3 11 Quieres venir a correr por la playa? No quedarme en casa Estoy un poco cansada 4 11Mi gato se llama Chomsky! Es un nombre divertido! 5 < Chats Concierto Julieta Venegas Lucas:!Gratis en la Plaza Real! Quiere venir alguien? Ana: A qué hora es? encanta Julieta! Lucas: A las 19:00, Ana A no gusta mucho, pero bueno, no tengo otro plan ;-) Luis: A su música no interesa Yo no voy Valeria: No interesa? Pues a Pamela y a mí encanta Ah! y a Julio también gusta; seguro que viene Lucas: Chicos, pues quedamos en la Plaza Real a las 18:30! Chao! 11 Madrid o Barcelona? Madrid mucho, pero Barcelona porque tiene mar 6 11 Quieres escuchar música? No, ahora no leer InTErESSES vergelijken: a mí sí, a mí no, a mí también, a mí TAMpoco Bij dezelfde interesses: Me gusta el deporte A mí también (ik ook) No me gusta la danza contemporánea A mí tampoco (ik ook niet) Bij verschillende interesses: Me gusta el deporte A mí no (Ik niet) No me gusta la danza contemporánea A mí sí (ik wel) treinta y siete 37

tus amigos son mis amigos 5 Schrijf de passende antwoorden erbij: a mí sí, a mí no, a mí también, a mí tampoco la ópera No le gusta mucho la ópera las películas en versión original 1 hacer fotos Me interesa mucho el arte conocer gente estar los fines de semana en casa 2 No me gustan nada los deportes 3 4 Me encantan los niños pequeños A vosotros no? No me gustan las revistas de moda BezITTELIjke voornaamwoorden De bezittelijke voornaamwoorden worden gebruikt om aan te geven bij wie of wat personen of zaken horen Ze kunnen een bezit (mi casa), een verwantschap (mi familia) of een groepsverband (mi grupo de teatro) aanduiden Het bezittelijk voornaamwoord past zich aan de bezitter aan en staat voor het subject Bij het aantal verandert het bezittelijk voornaamwoord mee (tu familia, tus hijos) Een uitzondering zijn de bezittelijke voornaamwoorden afgeleid van nosotros en vosotros Deze vormen veranderen mee in geslacht en getal: nuestra casa, nuestras casas, nuestro perro, nuestros perros TELwoorden: mucho, bastante, nada De mate van interesse of voorliefde voor iets kun je als volgt aangeven: Me gusta mucho la música (zeer, heel) Me gusta bastante la música (best, redelijk) No me gusta mucha la música (niet zo erg) No me gusta nada la música (helemaal niet) 6 Wat doet Mario en wat doet hij graag? En hoe graag? Gebruik de woorden bastante, mucho, no mucho o nada De vormen su/sus kunnen, afhankelijk van de context, betrekking hebben op een of meerdere personen: él, ella, ellos, ellas, usted, ustedes: Estos son Julián y su padre (Julians Vader) Esta es María y esta, su madre (Maria s moeder) 7 Een psycholoog praat met twee patiënten Vul de dialoog aan met de juiste bezittelijke voornaamwoorden In sommige gevallen zijn er meerdere goede antwoorden mogelijk 1 11 Cuál es problema, Sr Casillas? Pues estoy deprimido vida no tiene sentido, doctor Estoy casado, pero mujer ya no me quiere Ahora vive con padres y yo estoy solo en casa con perros 38 treinta y ocho

5 11 Y por qué? Bueno, discutimos bastante Ella siempre quiere ver a amigas e ir a prefiero estar con bares preferidos; pero yo amigos en casa y cocinar o ver una película Dice que soy aburrido 11Creo que deben ustedes hablar sobre 2 problemas 11Hola, Luciana; hola, Marcos Cuál es problema? Pues hija de 15 años, Lucía, no habla casi con nosotros Necesita qué hacer ayuda, pero no sabemos 11 hija tiene 15 años; es una edad complicada Conocéis a son muy importantes amigos? Los amigos a esa edad 8 Ana stelt haar familie voor Kies het juiste bezittelijk voornaamwoord Ana En nuestra/vuestra familia somos muchos Tu/Mi padre es medio alemán, porque nuestra/tu abuela es de Colonia Su/Mi marido, es decir, mi/ su abuelo, es español, de Vigo Tus/ Mis abuelos viven en Santiago de Compostela y tienen cinco hijos: mi/su madre, mis/sus hermanas Lola y Elena y mis/sus tíos Paco y Peter Mi/Tu tío preferido se llama Paco y es el hermano de mi madre 9 Op een internetforum over taaluitwisseling stellen verschillende personen zich voor Vul de zinnen aan met de juiste uitgang van de bijvoeglijke naamwoorden van karakterbeschrijving Linguam: Intercambios lingüísticos LENGUA MATERNA: español >> QuIEro practicar: inglés, italiano y portugués Soy Bea, de Valencia, y estudio económicas Tengo 20 años y soy una chica muy alegr y simpátic Mis amigos dicen que soy bastante maj Además tengo un perro muy simpátic que se llama Tobías Me gusta la gente activ y aventurer Un abrazo y hasta pronto! LENGUA MATERNA: español >> QuIEro practicar: alemán y francés Hola, amigos! Me llamo Tino y soy de México DF Estudio Relaciones internacionales en la universidad Soy abiert y divertid ; no soy nada seri! Mis amigos dicen también que soy muy inteligent y creativ Me gusta la gente alegr y sociabl 10 Vul de beschrijvingen van deze drie zussen aan met het juiste telwoord muy un poco mucho 1 Ana, la pequeña es simpática, pero tímida Trabaja muy un poco bastante SER en PARECER + bijvoeglijk naamwoord Ser wordt gebruikt om een lichamelijke of karaktereigenschap van iemand aan de duiden: Ana es muy guapa y muy inteligente Als je niet zeker weet hoe iemand is, omdat je de persoon niet zo goed kent, gebruik je het werkwoord parecer Ana parece simpática, pero no la conozco 2 Amalia, la hermana mediana viaja : conoce Europa, Asia y América Es cerrada pero interesante mucho un poco bastante 3 Marta, la hermana mayor parece maja, pero, en realidad, es antipática con la gente que no conoce bien Ademas, habla de la gente treinta y nueve 39

tus amigos son mis amigos VOCABULARIO 11 Zet het bijvoeglijk naamwoord in de juiste kolom inteligente divertido aburrido majo activo tímido antipático abierto deportista serio alegre sociable agradable simpático cerrado hablador desagradable FFEs alegre FFEs serio FFParece divertida FFParece aburrida GUSTAR positivos negativos positivos o negativos Het werkwoord gustar wordt gebruikt om een voorliefde uit te drukken In het Nederlands heeft gustar verschillende betekenissen: Bevallen: Dat huis bevalt me = Me gusta la casa Houden van: Ik hou van muziek = Me gusta la música Lekker vinden/smaken: Ik vind (de) soep lekker = Me gusta la sopa Werkwoord + graag: Ik lees graag = Me gusta leer 12 Hoe zijn deze personen? Kruis het juiste bijvoeglijk naamwoord aan Het werkwoord parecer wordt gebruikt om te vragen wat iemand van iets vindt Qué te parece la nueva casa de Julia? Wat vind je van het nieuwe huis van Julia? Je kan niet zeggen : Cómo te gusta la nueva casa de Julia? FFEs bajo FFEs alto 13 Hoe zou je de volgende zinnen vertalen? Zijn er meerdere opties? FFEs gordita FFEs delgada ppme gusta mucho la paella ppme gusta mucho ir a conciertos FFEs feo FFEs guapo FFParece majo FFParece ppnos gusta mucho tu casa ppa Pablo le gusta el pop, pero a mí no p p Os gusta cocinar? p p Qué te parece esta canción? antipático 40 cuarenta

5 FamilierELATIES Er bestaat een verschil met het Nederlands in de benaming van familierelaties Om bijvoorbeeld het meervoud aan te geven, wordt het mannelijke meervoud gebruikt: padre + madre: padres; tío + tía: tíos; hermano + hermana: hermanos 15 Lees de volgende zinnen Hoe zou je ze vertalen? 1 Sandra y Lucas son primos: 2 Carmen y Tere son las hermanas de Arturo: Voor een relatie (zonder getrouwd te zijn) worden de woorden novio/a, pareja of compañero/a (vriend/vriendin/partner) gebruikt Het woord amigo heeft alleen betrekking op een vriendschapsrelatie Este es mi amigo Paco (Dit is mijn vriend Paco = Paco is een vriend van mij) Wie getrouwd is, spreekt over mi mujer (mijn vrouw) of mi marido (mijn man) Mi hombre is niet juist 3 Mis padres son holandeses: 4 Tengo tres hermanos: dos hermanos y una hermana: 5 Mis tíos son Luis y Ana: 6 Pedro no es mi novio; es solo un amigo: 7 Mi marido se llama Sebastián: 14 Welke relatie heeft Iván met deze personen? 16 Vul de zinnen aan met de juiste woordcombinaties 1 La hija de su hermano es: 2 Su hermano y su hermana son: 3 Su padre y su madre son: 4 Su hijo y su hija son: ser ESTAr viudo/a/os/as novios/as pareja compañeros/as soltero/a/os/as casado/a/os/as divorciado/a/os/as 5 El hijo de su hijo es: 6 Los hijos de su tía son: 7 La hermana de su madre es: 8 Los padres de su padre son: novio/a TEner pareja 1 Tobías y Marcela : son marido y mujer 2 Gloria : no está casada 3 Jacobo y Azucena : ahora no están casados, pero antes, sí 4 Encarna : su marido, Federico, está muerto 5 Águeda y Esteban : salen juntos y quieren casarse algún día cuarenta y uno 41

tus amigos son mis amigos 6 Toni : sale con una chica, Clara, desde hace dos meses 7 Agustín, Mabel y Encarna : trabajan en la misma oficina 18 Ken je Daniel Brühl? Zet de informatie op de juiste plaats om zo meer van deze Duits- Spaanse acteur te weten te komen profesora de español 1978 Barcelona actor la música y la fotografía Het voorzetsel DE Daniel César Martín Brühl González española simpático e inteligente Good bye, Lenin Het voorzetsel de kan het volgende uitdrukken: Herkomst: Vengo de la universidad; Soy de Austria Familierelatie: La hija de mi amiga Laura es muy guapa Bezit: Es este el móvil de Miguel? Nombre completo: Lugar de nacimiento: Vraag je of iets van iemand is, dan gebruik je het vraagwoord de quién: De quién es este móvil? Año de nacimiento: Het voorzetsel de in combinatie met het bepaald lidwoord el versmelt tot del Bij alle andere bepaalde lidwoorden vindt er geen versmelting plaats 17 Kies tussen de, del of de la of tussen quién of de quién a Este no es mi coche, es el de / del / de la mi hermano Profesión: Profesión de su madre: Aficiones: Carácter: Nacionalidad de su madre: Título de su película más famosa: b La hermana de / del / de la amiga de Juan es muy simpática c Quién / De quién es Pilar? 19 Welke vragen zou je de acteur willen stellen om de informatie uit opgave 18 te verkrijgen? Schrijf er minstens 5 op d Yo soy de / del / de la Córdoba y él es de / del / de la misma ciudad e La mujer de / del / de la actor Javier Bardem es Penélope Cruz f María y yo vamos a un curso de / del / de la yoga g Quién / De quién son estas gafas? 1 2 3 4 5 6 Cuántos años tienes? 42 cuarenta y dos

5 SONIDOS Y LETRAS De zinsmelodie bij vragen Er bestaan twee soorten vragen: vragen die met ja of nee beantwoord kunnen worden (gesloten vragen) en open vragen met vraagwoorden Omdat in het Spaans de zinsvolgorde bij vragen niet verandert, zijn met name bij gesloten vragen de melodie en de klemtoon heel belangrijk De zin: Hay mucha gente en la plaza en de vraag Hay mucha gente en la plaza? verschillen nadrukkelijk door de klemtoon (en in geschreven vorm door de vraagtekens) De klemtoon is in het Spaans belangrijker dan in het Nederlands, waarin door inversie een zin vragend wordt gemaakt Er zijn veel mensen op het plein Zijn er veel mensen op het plein? Bij open vragen is de klemtoon minder van belang, omdat door het gebruik van vraagwoorden duidelijk wordt, dat het om een vraag gaat 7 20 Vaststelling of vraagzin? Wat hoor je? Kruis aan 1 a Es tu hermana b Es tu hermana? 8 21 Luister en herhaal de volgende vragen 1 Cuándo vamos al cine? 2 Te gusta escuchar música? 3 Dónde vive María? 2 a Es un amigo b Es un amigo? 4 Quién es esta chica? 5 De dónde eres? 3 a Este es el novio de su hija? b Este es el novio de su hija 4 a El marido de Paula es argentino b El marido de Paula es argentino? 5 a Pablo es su hijo? b Pablo es su hijo cuarenta y tres 43