Instapmodule Niveau AA

Vergelijkbare documenten
Instapmodule Niveau A1

Instapmodule Niveau A2

Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Weekblad Donald Duck 60 jaar. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: de mosasaurus. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: de mosasaurus. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: De watersnoodramp. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Nieuw biljet van vijf euro. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Serious Request. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Instapmodule ter voorbereiding op. Instapmodule. het werken met Nieuwsrekenen

Instapmodule ter voorbereiding op het werken met Nieuwsrekenen

Thema: Zomertijd. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Eurovisie Songfestival. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Eurovisie Songfestival Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Wereldwijd internet via ballonnen

Thema: Nieuwe regels voor voetbal. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Sinterklaas. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Koningsdag Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Zelfrijdende vrachtwagens. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Kinderboekenweek. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Wat gebeurt er in 2014? Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Problemen voor V&D. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Prijs voor The Voice. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Drones: vliegtuigjes zonder piloot

Thema: Verdwenen vliegtuig Maleisië. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Nelson Mandela overleden. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Oorlog in Syrië. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: WK voetbal in Brazilië. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Ramadan. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Problemen voor V&D. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

- Duploblokjes en legoblokjes (nodig bij het oplossen van de rekenvraag)

Thema: Drones: vliegtuigjes zonder piloot. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Halloween. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

Voordoen (modelen, hardop denken)

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

LES: Wie van de drie? 2

LESBRIEF LES 1 DE VOEDSELKETENLES SAMENVATTING LES 1 VOORBEREIDING BENODIGDHEDEN DUUR LESDOELEN LINK ZAAKVAKKENINHOUD. Wat is voedselverspilling?

Handleiding niveau B. week 7 9 februari 2009 handleiding niveau B

optellen 1 Doel: plaats bepalen op de getallenlijn 2 Doel: optellen met de rekentekens + en 3 Doel: optellen van concreet naar abstract Herhalen

De leerlingen maken aan de hand van een boodschappenlijstje kennis met de formele notatie van breuken.

Voordoen (modelen, hardop denken)

Een overtuigende tekst schrijven

Schrijf van elk stukje tekst de belangrijkste informatie in losse woorden in het schema. Kijk daarvoor naar de woorden die je hebt onderstreept.

Handleiding Les 1. Nieuwsbegriponderwerp. Schrijftaak. Voorbereiding. week november 2013 Handleiding niveau A, les 1 en 2

Voordoen (modelen, hardop denken)

Gebruiken en begrijpen van de formele breuknotatie.

LES: Post. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Postzegels (zie p. 5) potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

Vaste aanpak contextopgaven met Vakbegrip en Nieuwsrekenen

Voordoen (modelen, hardop denken)

Deze les levert een bijdrage aan kerndoel 3 voor rekenen: De leerlingen leren omgaan met tijd in alledaagse situaties.

LES: Wie van de drie?

Voor de extra kijk- en luisteropdracht: voor iedere leerling een kopie van het Stappenplan Luisteren en Kijken (verderop in deze handleiding).

h a n d l e i d i n g

Halloween en Sint-Maarten beschrijven

week 37 8 september 2014 Handleiding niveau A en B les 1 en 2

LES: Getallenmuurtje. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Kies twee blokjes (zie p. 5) potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

TOELICHTING REKENEN MET BREUKEN

Handleiding voorbereidende les bij Democracity. Basisonderwijs. Versie 22 mei Handleiding voorbereidende les bij Democracity

LES: Groepjes maken 2

LES: Vier op een rij 2

Eten en drinken in de dierentuin

LES: Betaal gepast 2. inzicht ontwikkelen in deelbaarheid en factoren van getallen. BENODIGDHEDEN Per leerling

i n s t a p h a n d l e i d i n g

Rekenen op de rand van de krant

LES: Vergroting. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Hoe vaak past het? (zie p. 5) rood kleurpotlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

Lesbrief les 1 groep 5 en 6 Fit zijn is fijn

ONTWERP JE EIGEN FORMATIEVE WERKVORM

OPBOUW ZELFSTANDIGE BASISHOUDING BIJ KINDEREN

Sportkleding beschrijven

LES: Toverboek 2. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Tover een getal (zie p. 5) potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

Speels oefenen. Relaties tussen vermenigvuldigsommen. Vermenigvuldigen

Pak voor de activiteit Hoe eten astronauten? de foto van de etende astronaut uit de bijlage.

Een verhaal schrijven dat zich afspeelt in 2050

Handleiding Les 1: Een verklarende tekst schrijven over waarom er onrust is in Oekraïne

LES: Betaal gepast. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Munten of briefjes (zie p. 5) potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

LES: Getallenmuurtje 2

Deze les levert een bijdrage aan kerndoel 3 voor rekenen: De leerlingen leren omgaan met tijd in alledaagse situaties.

kommagetallen en verhoudingen

Verklaren hoe planten groeien

Werkblad. LES 5: Spijsvertering (2) GROEP 3-4

week 15 8 april 2013 handleiding niveau A CED-Groep - Marije Berding Dwerggras 30, Rotterdam

Lesopbouw: instructie. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1

Met sprongen vooruit!

Omgaan met geld, oorzaken en gevolgen

Een verhaal schrijven

Transcriptie:

Instapmodule Niveau AA Instapmodule ter voorbereiding op Nieuwsrekenen in het S(B)O: Geleid probleemoplossen augustus 2012 www. nieuwsrekenen.nl

Inhoudsopgave Gebruikswijzer... 3 Deel 1: Samen... 4 Deel 2: Proberen... 8 Deel 3: Zelf... 10 Opgavenblad AA... 11 Werkblad Stappenplan... 12 2

Gebruikswijzer Inleiding De instapmodule Geleid probleemoplossen is bedoeld als voorbereiding op het Nieuwsrekenen voor S(B)O. Leerlingen uit het S(B)O hebben meer begeleiding en ondersteuning nodig om de Nieuwsrekenopgaven die voor het regulier basisonderwijs bedoeld zijn, op te lossen. Vandaar dat voor leerlingen uit het S(B)O een aangepaste didactiek ontwikkeld is, waarin het geleid probleemoplossen centraal staat. In de lessen Nieuwsrekenen S(B)O worden leerlingen volgens een vast stramien eerst helemaal bij de hand genomen. Vervolgens wordt toegewerkt naar het steeds zelfstandiger oplossen van toepassingsopgaven. De leerlingen maken gebruik van een Stappenplan waarmee op een gestructureerde manier het oplossen van toepassingsopgaven wordt geoefend. Opbouw De instapmodule maakt de leerlingen geleidelijk aan vertrouwd met de aangepaste didactiek voor Nieuwsrekenen S(B)O. In de instapmodule wordt het Stappenplan geïntroduceerd en leren de leerlingen stap voor stap het plan te gebruiken bij het oplossen van toepassingsopgaven van Nieuwsrekenen. Er is een instapmodule voor de niveaus AA (groep 4), A1 (groep 5) en A2 (groep 6). Drie delen Deze instapmodule bestaat uit drie delen Deel 1: Samen, Deel 2: Proberen, Deel 3: Zelf. Deze driedeling wordt ook gehanteerd in de lessen Nieuwsrekenen S(B)O. In Deel 1: Samen neemt u de stappen van het Stappenplan gezamenlijk met de leerlingen door. De nadruk ligt daarbij op het hardop denkend voordoen door de leerkracht van de stappen van het Stappenplan. In Deel 2: Proberen lopen de leerlingen in tweetallen het Stappenplan door, maar krijgen nog na elke stap feedback van de leerkracht op hun aanpak. In Deel 3: Zelf gaan de leerlingen zelfstandig (alleen of in tweetallen) aan de slag met een toepassingsopgave aan de hand van het Stappenplan. Tijd De instapmodule kan verdeeld worden over twee lessen van ongeveer een half uur. In de eerste les komt Deel 1: Samen aan de orde. In de tweede les behandelt u Deel 2: Proberen en Deel 3: Zelf. Het onderwerp van deze instapmodule is nog algemeen van aard en nog niet, zoals de reguliere Nieuwsrekenlessen, gekoppeld aan het wekelijkse onderwerp van Nieuwsbegrip. Daardoor kunt u op elk willekeurig moment in het schooljaar starten met deze module. Na het doorwerken van deze Instapmodule zijn de leerlingen klaar voor het Nieuwsrekenen S(B)O, waarbij de contexten direct aansluiten op de Nieuwsbegriples PO van de desbetreffende week. 3

Deel 1 : Samen In deel 1 van de instapmodule werken de leerlingen klassikaal met de leerkracht aan de opgave. Doelstelling - De leerlingen leren werken met het Stappenplan. Benodigd materiaal - Voor alle leerlingen een exemplaar van Opgavenblad AA (zie pagina 11). - Voor alle leerlingen een exemplaar van Werkblad Stappenplan (zie pagina 12). Aandachtspunten - Let bij het arceren van de rekeninformatie in de tekst niet alleen op de getallen, maar ook op rekenbegrippen als groter, kleiner, meer, minder, jaar, dag. En ook op de meer algemene begrippen als ook, bovendien. - Op grond van wat u weet over de leerlingen en op basis van de stof die in de rekenmethode aan bod geweest is, bepaalt u bij stap 2 van het Stappenplan welke manieren of methoden u aan de orde stelt. Dat kan een getallenlijn zijn, of een verhoudingstabel of nog eenvoudiger een tekening. Kennismaken met Nieuwsrekenen Vertel de leerlingen dat ze vandaag gaan beginnen met Nieuwsrekenen. Nieuwsrekenen is rekenen met verhaaltjessommen. Eerst lees je een klein verhaaltje. En soms ook een schema met getallen. Daarna moet je daar rekenvragen over beantwoorden. Het zijn dus geen rijtjes met sommetjes, maar sommetjes die in een verhaaltje verstopt zitten. Voorkennis ophalen over het onderwerp Introduceer het onderwerp van deze les: Wie eet er gezond?. Wat weten de leerlingen al van het onderwerp? Laat de leerlingen voorbeelden geven van gezond en ongezond eten. Wat eten ze zelf veel of graag? Is dat gezond of niet? Laat vervolgens het Nieuwsbegripfilmpje zien, dat hoort bij dit onderwerp. Zie www.nieuwsbegrip.nl (archief, week 42, 2011, niveau AA Wie eet er gezond? ). Als u geen abonnement heeft op Nieuwsbegrip kunt u overwegen een ander filmpje op te zoeken over dit onderwerp. Stel eventueel nog een aantal vragen over het Nieuwsbegripfilmpje: Waarin hapt Pepijn in het filmpje? Hoe heette het broodje dat heeft gewonnen bij 'De beste schoollunch van Nederland'? Wat voor project bedacht de School met de Bijbel in Sint Annaland? 4

Introductie Stappenplan Nieuwsrekenen S(B)O Laat het Werkblad Stappenplan op het digibord zien. Vertel wat het doel van het Stappenplan is en wat de pictogrammen betekenen. De pictogrammen staan voor de drie stappen die je moet nemen om tot een oplossing van een rekenvraag van Nieuwsrekenen te komen. Noem de stappen, wijs op de pictogrammen en geef een korte toelichting. Stap 1: Ik begrijp het verhaaltje en de rekenvraag Stap 2: Ik bedenk hoe ik de rekenvraag oplos Stap 3: Ik beantwoord de rekenvraag Stap 1: Ik begrijp het verhaaltje en de rekenvraag U laat het opgavenblad op het bord zien (zorg ervoor dat de rekenopgaven nog even bedekt zijn en dat alleen de tekst en het schema te zien zijn) terwijl het papieren Opgavenblad (zie pagina 11) en het Werkblad Stappenplan (zie pagina 12) worden uitgedeeld. Op het Opgavenblad staan de tekst en de bijbehorende rekenvragen. Laat de leerlingen op het Werkblad Stappenplan hun naam invullen en een kruisje zetten bij Samen. Ook op het Opgavenblad moeten ze hun naam zetten. Tekst en bijbehorend schema lezen Geef iedere leerling een ongearceerde tekst en een markeerstift. U leest de tekst voor terwijl de leerlingen met u meelezen. Tijdens het lezen geeft u hardop denkend aan wat u te binnen schiet tijdens het lezen van de tekst. Er staat dat ik moet kijken in het schema, dat is dat overzichtje met getallen dat eronder staat. Kijk hierna met de leerlingen naar het schema dat onder de tekst staat. Lees de kopjes boven de kolommen en licht hardop denkend toe hoe je het schema moet lezen en welke informatie je uit het schema kunt halen. Tekst arceren In de teksten van Nieuwsrekenen staan ook altijd woorden en zinnen die te maken hebben met rekenen. Geef hardop denkend aan welke zinnen, begrippen en woorden dat zijn en markeer ze op het bord. Begin met de getallen en arceer ze: 4, 12, 12, 20, want dat zijn duidelijke rekenbegrippen. Leg dan uit dat u daar nog eens goed naar gaat kijken om te snappen wat het voor getallen zijn, namelijk jaren. Dus u onderstreept ook twee keer het woordje jaar. Zeg dat er nog een heel klein, maar wel heel belangrijk woordje staat: tot. Vertel ook wat dat precies betekent. Het gaat dus niet om 4 én 12 jaar, maar ook al die leeftijden ertussen. 5

Wijs ook op de woordjes elke en dag. Ook twee rekenbegrippen. Een dag heeft te maken met tijd. Net als week, uur, jaar enzovoort. Daar moet je dus opletten bij Nieuwsrekenen. En als je het hebt over elke dag, bedoel je dus alle dagen van de week. De rekenbegrippen in het schema hoeven niet gearceerd te worden. Het hele schema heeft met rekenen te maken. Nadat u de tekst en het schema uitgebreid besproken heeft, vertelt u hardop denkend dat u nu het verhaaltje en het schema begrepen heeft en een kruisje kunt zetten op het Werkblad Stappenplan bij het verhaaltje en het schema. Na het bespreken van de tekst en het schema kunnen de leerlingen misschien zelf een paar rekenvragen bedenken. Deze hoeven niet uitgerekend te worden. Eventueel schrijft u een paar leuke vragen op het bord. De eerste rekenvraag Op het bord laat u opgave 1 zien en leest deze voor: Hoeveel fruit moet jij in één week eten? Ik moet vruchten per week eten. Ze willen dus weten hoeveel vruchten ik per week moet eten om gezond te eten. We snappen nu de rekenvraag en zetten dus een kruisje op het Werkblad Stappenplan. Stap 2: Ik bedenk hoe ik de rekenvraag oplos Wijs op het pictogram: we gaan nu bedenken hoe je erachter komt hoeveel vruchten je per week moet eten om gezond te eten. Leg uit dat er vaak meer manieren zijn om tot een oplossing te komen. U vertelt dat u het eerst gaat proberen een tekening te maken. Teken het volgende op het bord op het Werkblad Stappenplan bij stap 2: Dit zijn de vruchten voor een hele week. Die kun je een voor een tellen, of in stappen van twee. Je kunt het ook anders oplossen. 2 Vruchten per dag is 2 + 2 + 2 + 2 + 2 + 2 + 2. De leerlingen tekenen of noteren hun eigen oplossingsmanier op het Werkblad Stappenplan bij stap 2. 6

Stap 3: Ik beantwoord de rekenvraag Wijs op het derde pictogram. Het beantwoorden van de rekenvraag is nu eigenlijk niet zo moeilijk meer. In de tekening kun je de vruchten apart of in groepjes van twee tellen. Het zijn er 14. Bij de optelsom kom je ook op 14 uit. Schrijf nu het antwoord op het bord. Doe dat in de context van het verhaal: 14 vruchten per week. Vertel de leerlingen dat het antwoord op een Nieuwsrekenopgave nooit alleen een getal kan zijn. Daarna schrijven de leerlingen het antwoord bij opgave 1 op het Opgavenblad. 7

Deel 2: Proberen In deel 2 van de instapmodule werken de leerlingen in tweetallen onder begeleiding van de leerkracht. Doelstellingen - De leerlingen leren zelfstandiger werken met het Stappenplan. - De leerlingen bedenken in tweetallen oplossingen voor een nieuwe rekenvraag binnen een bekende context en kijken na iedere stap samen met de leerkracht terug hoe het ging. Benodigd materiaal - Voor alle leerlingen Opgavenblad AA (is al gebruikt in Deel 1: Samen). - Voor alle leerlingen een exemplaar van Werkblad Stappenplan (zie pagina 12). Aandachtspunt - De werkvorm denken-delen-uitwisselen is mogelijk nieuw voor de leerlingen. Besteed extra aandacht aan een goede uitleg van deze werkvorm of oefen de werkvorm eerst bij een andere les. Stap 1: Ik begrijp het verhaaltje en de rekenvraag De leerlingen pakken hun Opgavenblad en u deelt een nieuw Werkblad Stappenplan uit. Laat de leerlingen hun naam invullen en een kruisje zetten bij Proberen. Vraag of vertel de leerlingen wat ze moeten doen bij Stap 1. Laat de leerlingen samen de tekst nog eens lezen. Ze kruisen bij stap 1 aan dat ze het verhaaltje hebben begrepen. Vervolgens doen ze hetzelfde met het schema en de rekenvraag, dus opgave 2. Vraag aan de tweetallen hoe het gegaan is. Wat was gemakkelijk, wat was moeilijk? Waar hadden ze nog hulp bij nodig? Hebben ze de nieuwe rekenvraag goed begrepen? Stap 2: Ik bedenk hoe ik de rekenvraag oplos Attendeer de leerlingen op stap 2. Wijs hen erop dat er verschillende manieren zijn om de rekenvraag aan te pakken. Laat de leerlingen volgens de werkvorm denken-delen-uitwisselen in tweetallen bedenken hoe zij de rekenvraag zouden oplossen. Ze bedenken dan eerst individueel een aanpak (denken). Ze noteren of tekenen hun aanpak bij Stap 2 op het Werkblad Stappenplan. Ze vertellen hun aanpak vervolgens aan elkaar. En eventueel passen ze hun eigen aanpak aan (delen). Inventariseer welke aanpakken de tweetallen gevonden hebben (uitwisselen). Benadruk dat er verschillende manieren kunnen zijn en dat deze allemaal goed kunnen zijn. Maar soms is de ene manier handiger of sneller dan de andere manier. Vraag tot slot hoe het ging: wat was makkelijk, wat was moeilijk? Waar hadden ze nog hulp bij nodig? 8

Stap 3: Ik beantwoord de rekenvraag Kijk met de leerlingen naar stap 3. Laat de tweetallen hun antwoord opschrijven bij stap 3 van het Werkblad Stappenplan. Bespreek de antwoorden en let erop dat de antwoorden vertaald zijn naar de context: 7 boterhammen teveel. Het antwoord kan nooit alleen een getal zijn. Hierna schrijven de leerlingen het antwoord op het Opgavenblad bij opgave 2. Vraag tot slot hoe het ging: wat was makkelijk, wat was moeilijk? Waar hadden de leerlingen nog hulp bij nodig? Breng daarbij ook in wat u zelf heeft gezien en opgemerkt tijdens het rondlopen langs de tweetallen. 9

Deel 3: Zelf In deel 3 van de instapmodule werken de leerlingen alleen of in tweetallen. Doelstellingen - De leerlingen werken zelfstandig (alleen of in tweetallen) met het Stappenplan. - De leerlingen bedenken zelfstandig een oplossing voor een nieuwe rekenvraag binnen een bekende context. Benodigd materiaal - Voor alle leerlingen Opgavenblad AA (is al gebruikt in Deel 1: Samen en Deel 2: Proberen). - Voor alle leerlingen een exemplaar van Werkblad Stappenplan (zie pagina 12). De leerlingen pakken hun Opgavenblad en krijgen een nieuw Werkblad Stappenplan. Laat de leerlingen hun naam invullen en een kruisje zetten bij Zelf. Bespreek de werkwijze tijdens deze les. De leerlingen werken zelfstandig (individueel of in tweetallen) aan de nieuwe rekenvraag: opgave 3 bij de context Wie eet er gezond? Loop samen met de leerlingen nog even de stappen van Stappenplan door aan de hand van het Werkblad Stappenplan. Vervolgens gaan de leerlingen aan de slag met opgave 3. Terwijl de leerlingen aan het werk zijn loopt u rond. Ter afronding van de les inventariseert u de aanpakken en antwoorden van de leerlingen en bespreekt die nog even kort. Let erop dat de antwoorden vertaald zijn naar de context: 14 lepels groente. Het antwoord is nooit alleen een getal. Evalueer ook de manier van (samen)werken en het zelfstandig werken met het Werkblad Stappenplan: - Hoe vond je het om op deze manier (samen) te rekenen? - Wat vond je makkelijk gaan? - Wat vond je moeilijk? - Waar heb je nog hulp bij nodig? - Wat heb je geleerd vandaag? - Wat hebben we geleerd voor de volgende les? 10

OPGAVENBLAD AA NAAM: Wat heb je nodig? Gezond eten is belangrijk. Maar wat is gezond? Weet je wat je elke dag nodig hebt? Dat staat hieronder in het schema. Het gaat over kinderen van 4 tot 12 jaar. En kinderen van 12 tot 20 jaar. Bron: www.voedingscentrum.nl Elke dag nodig 4 tot 12 jaar 12 tot 20 jaar Brood 4 boterhammen 6 boterhammen Aardappelen 2 aardappelen 4 aardappelen Groente 3 grote lepels 4 grote lepels Fruit 2 vruchten 2 vruchten Zuivel halve liter melk en 1 plak kaas halve liter melk en 1 plak kaas Vlees 75 gram 100 gram Olie en vet 20 gram 25 gram Hoeveel fruit moet jij in één week eten? Ik moet vruchten per week eten. Bart is 10 jaar. Hij eet elke dag 5 boterhammen. Hij eet eigenlijk teveel. Hoeveel boterhammen eet hij teveel in een week? Hoeveel lepels groente moeten Bart en zijn moeder in twee dagen eten? 11

WERKBLAD STAPPENPLAN NAAM: SAMEN PROBEREN ZELF Stap 1 Ik begrijp het verhaaltje en de rekenvraag het verhaaltje het schema de rekenvraag Stap 2 Ik bedenk hoe ik de rekenvraag oplos Stap 3 Ik beantwoord de rekenvraag 12